Wet van 27 juni 1990, houdende regeling van de organisatie van de toepassing en de uitvoering van de buitengewoon-pensioenwetten voor verzetsdeelnemers en zeelieden-oorlogsslachtoffers en de uitkeringswetten voor oorlogsgetroffenen alsmede wijziging van enige andere wetten
- BWB-id
- BWBR0004806
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2000-02-18 t/m 2010-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004806
- ELI
- /eli/nl/wet/1990/wet-op-de-pensioen-en-uitkeringsraad
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1990/wet-op-de-pensioen-en-uitkeringsraad/2000-02-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004806&g=2000-02-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004806&z=2026-06-06&g=2000-02-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004806/2000-02-18
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1990/wet-op-de-pensioen-en-uitkeringsraad
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: a. Onze minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. artikel 2 de Raad: de Pensioen- en Uitkeringsraad, bedoeld in; c. artikel 11 een Kamer: een Kamer als bedoeld in; d. artikel 14 het bureau: het bureau, bedoeld in. 2 artikel 3, onder a Onder "toepassing" onderscheidenlijk "uitvoering" van de in, genoemde wetten wordt verstaan het nemen van beschikkingen op aanvragen op grond van die wetten onderscheidenlijk het voorbereiden en uitwerken van die beschikkingen. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een Raad, die rechtspersoonlijkheid bezit, genaamd de Pensioen- en Uitkeringsraad. 2 De Raad heeft zijn zetel ter plaatse door Onze minister te bepalen. 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De Raad is belast met: a. Wet buitengewoon pensioen 1940–1945 Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 de toepassing en de uitvoering van de, de, de, deen de, en b. andere, bij algemene maatregel van bestuur opgedragen taken, die verband houden met de onder a genoemde taken. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De organen van de Raad zijn het bestuur, de Kamers en de direkteur. 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het bestuur van de Raad wordt gevormd door: a. een voorzitter, tevens lid; b. de voorzitters van elk der Kamers als leden; c. twee andere bestuursleden. 2 c De voorzitter en de leden van het bestuur, bedoeld in het eerste lid, onder, worden, op voordracht van Onze minister, bij koninklijk besluit benoemd, geschorst en ontslagen. 3 c De voorzitter en de leden, bedoeld in het eerste lid, onder, worden benoemd voor een periode van vier jaren. 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan en kan, eveneens uit zijn midden, een tweede plaatsvervangend voorzitter aanwijzen. 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het bestuur mag alleen beraadslagen en besluiten indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Wanneer het vereiste aantal leden niet aanwezig is wordt op de gebruikelijke wijze een nieuwe vergadering uitgeschreven voor een tijdstip, dat ten minste zeven dagen later is gelegen. In die vergadering beraadslaagt en besluit het bestuur ongeacht het aantal aanwezige leden. 2 De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar, behoudens nader te bepalen uitzonderingen. Het bestuur stelt daartoe regels vast die de goedkeuring van Onze minister behoeven. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het bestuur is belast met alle taken van de Raad, die niet bij of krachtens de wet aan andere organen zijn opgedragen. 2 Het bestuur draagt zorg voor een goede uitvoering van deze wet en beschikt daartoe over alle bevoegdheden, die niet bij of krachtens de wet aan anderen zijn opgedragen. 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Het bestuur stelt regels met betrekking tot de werkwijze van de organen van de Raad en van het bureau. Deze regels behoeven de instemming van Onze minister. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 c artikel 12, eerste lid, onder De voorzitter van het bestuur vertegenwoordigt de Raad in en buiten rechte, behoudens in de gevallen, bedoeld in. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 12, eerste lid Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet De Raad kent drie Kamers, belast met de ingenoemde taken ter zake van onderscheidenlijk de, met deen met de, deen de. 2 De omvang en samenstelling van elk der Kamers worden bij algemene maatregel van bestuur geregeld. 3 De voorzitters van elk der Kamers worden, op voordracht van Onze minister, bij koninklijk besluit benoemd, geschorst en ontslagen. Benoeming geschiedt steeds voor een periode van vier jaren. 4 artikel 27 De leden en plaatsvervangende leden van elk der Kamers worden benoemd, geschorst en ontslagen door Onze minister. Benoeming geschiedt, gehoord de inbedoelde organisaties en instellingen, steeds voor een periode van vier jaren, met dien verstande dat elke twee jaar de helft van het aantal leden aftreedt overeenkomstig een door de desbetreffende Kamer vast te stellen rooster. De zittingsduur van het lid, dat is benoemd op een tussentijds opengevallen plaats, is gelijk aan de duur van de resterende zittingsperiode van het lid, in wiens plaats dit lid is benoemd. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 01-01-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Elk der Kamers is, binnen haar taakgebied, belast met: a. het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de wetstoepassing; b. artikel 9 artikel 3, onder a het, met inachtneming van de inbedoelde regels, nemen van beschikkingen ter zake van pensioenen, erkenningen, uitkeringen, vergoedingen en tegemoetkomingen als bedoeld bij of krachtens één der in, genoemde wetten; c. b het voeren van het verweer in beroepsprocedures met betrekking tot de onderbedoelde beschikkingen; d. het ten behoeve van de besluitvorming van het bestuur ontwikkelen van de in het tweede lid bedoelde regels. 2 b Van de bevoegdheid tot het nemen van beschikkingen als bedoeld in het eerste lid, onder, kan mandaat worden verleend aan de directeur. Het bestuur stelt hieromtrent, in overeenstemming met de desbetreffende Kamer, regels. Deze regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Het bestuur stelt regels met betrekking tot de vergoeding, die kan worden toegekend aan de voorzitter en de overige leden van het bestuur en aan de leden en de plaatsvervangende leden van de Kamers. Deze regels behoeven de goedkeuring van Onze minister. 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Aan de Raad is ter ondersteuning van zijn werkzaamheden een bureau verbonden, aan het hoofd waarvan een direkteur is gesteld. 2 De direkteur van het bureau is tevens algemeen secretaris van het bestuur van de Raad en van elk der Kamers. Hij kan, in overeenstemming met de desbetreffende voorzitter, een andere medewerker van het bureau aanwijzen die in zijn plaats de functie van secretaris van het bestuur of één der Kamers vervult. 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het bestuur benoemt, schorst en ontslaat de direkteur van het bureau. De overige medewerkers van het bureau worden benoemd, beoordeeld, geschorst en ontslagen door de direkteur. 2 De bezoldiging en de verdere rechtspositie van de direkteur en de overige medewerkers van het bureau zijn overeenkomstig de regels, zoals die gelden voor degenen die door het Rijk zijn aangesteld om in burgerlijke openbare dienst werkzaam te zijn met dien verstande dat, waar in deze regels een bevoegdheid is toegekend aan een andere minister dan Onze Minister van Binnenlandse Zaken, deze bevoegdheid wordt uitgeoefend door het bestuur. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen zonodig van de in de vorige volzin bedoelde regels afwijkende regels worden gesteld. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 3, onder a Indien het bestuur besluit werkzaamheden, die de uitvoering van deze wet of een der in, genoemde wetten betreffen, door derden te laten uitvoeren behoeft dat besluit de instemming van Onze minister. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 3, onder a artikel 3, onder b Onze minister is belast met het toezicht op de uitvoering van de in, genoemde wetten, de taken, bedoeld in, en deze wet. Hij belast door hem aan te wijzen personen met de uitoefening daarvan. Een van dezen dan wel een door hem aan te wijzen plaatsvervanger is in elk geval gerechtigd tot het bijwonen van de vergaderingen van het bestuur. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De Raad brengt, volgens door Onze minister te stellen regels en behoudens bij die regels te bepalen uitzonderingen, de besluiten welke hij neemt, ter kennis van Onze minister. Ook overigens verstrekt de Raad aan Onze minister alle gevraagde inlichtingen over zijn beleid en over de bedrijfsvoering. 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 3, onder a Onze minister kan de Raad aanwijzingen van algemene aard geven met betrekking tot de uitvoering van de in, genoemde wetten. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 3, onder a Onze minister kan, indien hij daartoe aanleiding aanwezig acht, van de Raad inzage of overlegging vorderen van de bescheiden, die tot enige beschikking van de Raad met betrekking tot de toepassing van een der in, genoemde wetten hebben geleid. Desgevraagd verstrekt de Raad Onze minister schriftelijk inlichtingen omtrent de achtergronden, die tot zodanige beschikking hebben geleid. 2 Onze minister voert, indien hij daartoe aanleiding aanwezig acht, ter zake overleg met de Raad. Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, besluit de Raad of de oorspronkelijke beschikking blijft gehandhaafd dan wel wordt herzien. Van dit besluit doet de Raad terstond, met redenen omkleed, mededeling aan Onze minister. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 De Raad zendt vóór 1 juli van elk jaar een verslag omtrent zijn werkzaamheden in het laatst verstreken kalenderjaar aan Onze minister. Deze zendt het aan de Staten-Generaal en stelt het algemeen verkrijgbaar. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 3, onder a artikel 3, onder b Het bestuur stelt de begroting en de rekening van de Raad vast met betrekking tot de in, genoemde wetten, de taken, bedoeld in, en deze wet. 2 artikel 3, onder a artikel 3, onder b Tegelijk met de begroting stelt het bestuur een meerjarenraming vast waarin voor de komende vier jaar ten aanzien van de in, genoemde wetten, de taken, bedoeld in, en deze wet de daarmee gemoeide kosten worden aangegeven. 3 De begroting en meerjarenraming worden ingediend voor 1 maart van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 4 De begroting en meerjarenraming behoeven de goedkeuring van Onze minister. 5 Het boekjaar van de Raad loopt van 1 januari tot en met 31 december. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 3, onder a De kosten van de pensioenen, uitkeringen, vergoedingen en tegemoetkomingen die worden verstrekt op grond van de in, genoemde wetten komen ten laste van het Rijk. 2 artikel 3, onder b artikel 22, vierde lid De kosten, gemoeid met de uitvoering van de taken, bedoeld in, en deze wet, komen ten laste van 's Rijks kas, overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels en voor zover zij het totaal der goedgekeurde begroting, bedoeld in, niet overschrijden. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Het bestuur zendt binnen drie maanden na het verstrijken van een boekjaar de rekening over dat boekjaar, voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in, aan Onze minister. 2 Het bestuur stelt de in het eerste lid bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar. 3 artikel 3, onder a artikel 3, onder b De accountant, die de in het eerste lid bedoelde verklaring afgeeft, rapporteert binnen drie maanden na afloop van het boekjaar aan Onze minister omtrent de toepassing en uitvoering van de in, genoemde wetten, de uitvoering van de taken, bedoeld in, en de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde. 4 Onze minister kan regels stellen omtrent de in de rekening te verwerken gegevens, de wijze van verantwoording door de Raad en de controle door de accountant. 5 De Raad en de in het derde lid bedoelde accountant werken mee aan de door de accountantsdienst van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in te stellen onderzoeken, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak van die dienst. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De Raad verstrekt desgevraagd aan Onze minister de door deze verlangde financiële en daarmee samenhangende gegevens. 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1992 423 04-06-1992 22320 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 3, onder a Het bestuur pleegt periodiek, doch ten minste eenmaal per jaar, overleg met de besturen van de organisaties en instellingen welke regelmatig zijn betrokken bij de uitvoering van deze wet en de in, genoemde wetten. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 11, tweede, derde en vierde lid artikel 11, tweede lid In afwijking van, zijn de voorzitters, de leden en de plaatsvervangende leden van de Kamers dezelfden als de voorzitters, de leden en de plaatsvervangende leden van onderscheidenlijk de Uitkeringsraad, de Raad uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers en de Buitengewone Pensioenraad, die als zodanig waren benoemd op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet. Deze bepaling blijft van kracht tot de maatregel, bedoeld in, tot stand zal zijn gekomen, doch uiterlijk tot 1 januari 1992. 2 artikel 11, vierde lid In zoverre de in het eerste lid bedoelde leden en plaatsvervangende leden zullen worden herbenoemd geschiedt dat, in afwijking van, bij koninklijk besluit. 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Onze minister zendt zo spoedig mogelijk na 1 juli 2001 en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de Raad. 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Vervallen 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 2000 74 17-02-2000 20-01-2000 26870 18-02-2000
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Staatsblad Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op de datum van uitgifte van hetwaarin zij wordt geplaatst. 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Deze wet kan worden aangehaald als Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad. 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990