Wet van 29 augustus 1991, houdende regels betreffende door gemeenten en provincies uit te voeren experimenten op het gebied van decentralisatie en deregulering
- BWB-id
- BWBR0005182
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 1994-01-01 t/m 2007-11-13
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005182
- ELI
- /eli/nl/wet/1991/wet-d-gemeenten-en-d-provincies
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1991/wet-d-gemeenten-en-d-provincies/1994-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005182&g=1994-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005182&z=2026-06-06&g=1994-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005182/1994-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1991/wet-d-gemeenten-en-d-provincies
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daaruit voortvloeiende bepalingen wordt verstaan onder: a. artikel 2 D'gemeente: een gemeente aangewezen krachtens, waarvoor experimentele bepalingen gelden; b. artikel 2 D'provincie: een provincie aangewezen krachtens, waarvoor experimentele bepalingen gelden; c. experimentele bepalingen: aangepaste regels gesteld ter vereenvoudiging van regelgeving of vergroting van gemeentelijke of provinciale beleidsvrijheid; d. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken. 1991 449 29-08-1991 21081 1991 449 29-08-1991 21081 18-09-1991
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het aantal D'gemeenten bedraagt ten hoogste vijftien, het aantal D'provincies ten hoogste drie. 2 Onze Minister wijst, in overeenstemming met de besturen van de betrokken gemeenten en provincies, D'gemeenten en D'provincies aan, onder vermelding van de voor hun geldende experimentele bepalingen. 3 De aanwijzingen, bedoeld in het tweede lid, worden gepubliceerd in de Staatscourant. 1991 449 29-08-1991 21081 1991 449 29-08-1991 21081 18-09-1991
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De experimentele bepalingen gelden gedurende twee jaren en zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet. 2 Uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de in het eerste lid genoemde periode zenden de D'gemeenten en de D'provincies een rapport aan Onze Minister en aan Onze Minister wie het mede aangaat waarin zij verslag doen van hun bevindingen. 3 Uiterlijk bij het verstrijken van de in het eerste lid genoemde periode dient een regeringsstandpunt openbaar gemaakt te worden omtrent de bevindingen bedoeld in het tweede lid. 4 Indien een regeringsstandpunt inhoudt dat aanpassing van wettelijke voorschriften zal worden bevorderd, besluiten Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat tegelijk met de openbaarmaking van het regeringsstandpunt tot verlenging van de in het eerste lid genoemde periode tot de inwerkingtreding van de desbetreffende aanpassing van wettelijke voorschriften. Indien de omstandigheden zulks vorderen, kunnen Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat de verlenging op een eerder tijdstip beëindigen. 5 Staatscourant Een besluit als bedoeld in het vierde lid wordt te zamen met een regeringsstandpunt bedoeld in het derde lid door Onze Minister in degepubliceerd. 1992 371 18-06-1992 22473 1992 371 18-06-1992 22473 18-09-1991
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 gemeentewet Stb. De(1931, 89) wordt als volgt gewijzigd: A. Bevat wijzigingen in andere regelgeving. B. 1. artikelen 217 218 van de Gemeentewet Stb. artikel 2 artikel 3, eerste lid In afwijking van deen(1992, 96) gelden de volgende bepalingen voor de krachtensaangewezen D'provincies en de daarin gelegen gemeenten, niet zijnde D'gemeenten, gedurende de in, genoemde periode. 2. artikel 216 van de Gemeentewet Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot gemeentelijke belastingen standaardverordeningen vastgesteld die in besluiten als bedoeld invan toepassing kunnen worden verklaard, en wordt tevens bepaald hetgeen in deze besluiten overigens wordt of kan worden geregeld. 3. artikel 216 van de Gemeentewet Indien een besluit als bedoeld inis ingericht overeenkomstig de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, behoeft het de goedkeuring van gedeputeerde staten. 4. Gedeputeerde staten zenden hun besluit tot goedkeuring dan wel tot onthouding van goedkeuring ter kennisneming aan Onze Minister, vergezeld van een afschrift van het desbetreffende raadsbesluit. 5. Indien de raad geen termijn heeft gesteld waarvoor zijn besluit zal gelden, kunnen gedeputeerde staten bij hun besluit een zodanige termijn stellen. 6. Een beslissing als bedoeld in het vijfde lid wordt niet genomen dan nadat het betrokken gemeentebestuur door gedeputeerde staten in de gelegenheid is gesteld daarover overleg te plegen. 7. Artikel 263, derde lid, van de Gemeentewet is niet van toepassing op de goedkeuring van besluiten als bedoeld in het derde lid. C. 1. artikel 218 van de Gemeentewet artikel 2 artikel 3, eerste lid In afwijking vangeldt de volgende bepaling voor de krachtensaangewezen D'gemeenten gedurende de in, genoemde periode. 2. artikel 216 van de Gemeentewet artikel 218 van de Gemeentewet Op een besluit als bedoeld inzijn vanalleen het eerste, het derde en het vierde lid van toepassing. D. 1. artikel 218 van de Gemeentewet artikel 2 artikel 3, eerste lid In afwijking vangelden de volgende bepalingen voor de krachtensaangewezen D'provincies en de daarin gelegen gemeenten, niet zijnde D'gemeenten, gedurende de in, genoemde periode. 2. artikel 216 van de Gemeentewet Een besluit als bedoeld inbehoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. Gedeputeerde staten zenden hun besluit tot goedkeuring dan wel tot onthouding van goedkeuring ter kennisneming aan Onze Minister, vergezeld van een afschrift van het desbetreffende raadsbesluit. 3. Indien de raad geen termijn heeft gesteld waarvoor zijn besluit zal gelden, kunnen gedeputeerde staten bij hun beslissing een zodanige termijn bepalen. 4. Een beslissing als bedoeld in het derde lid wordt niet genomen dan nadat het betrokken gemeentebestuur door gedeputeerde staten in de gelegenheid is gesteld daarover overleg te voeren. 5. Artikel 263, derde lid, van de Gemeentewet is niet van toepassing op de goedkeuring van besluiten als bedoeld in het tweede lid. 1993 610 11-11-1993 22893 1993 610 11-11-1993 22893 01-01-1994
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a Artikel 4, onder B, C en D Hoofdstuk 15 van de Wet milieubeheer , is mede van toepassing op de gemeentelijke heffingen, bedoeld in. 1993 610 11-11-1993 22893 1993 610 11-11-1993 22893 01-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1992 371 18-06-1992 22473 1992 371 18-06-1992 22473 17-07-1992 18-09-1991
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1992 355 24-06-1992 22505 1992 292 04-06-1992 01-10-1992
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1991 449 29-08-1991 21081 1991 449 29-08-1991 21081 18-09-1991
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1991 449 29-08-1991 21081 1991 449 29-08-1991 21081 18-09-1991
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1991 449 29-08-1991 21081 1991 449 29-08-1991 21081 18-09-1991
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1991 449 29-08-1991 21081 1991 449 29-08-1991 21081 18-09-1991
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1991 449 29-08-1991 21081 1991 449 29-08-1991 21081 18-09-1991
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 a artikel 271 c 271van de gemeentewet artikel 271, eerste lid, van de gemeentewet artikel 271 Op besluiten die ingevolgeofaan de goedkeuring van gedeputeerde staten zijn onderworpen, doch waaromtrent gedeputeerde staten voor de inwerkingtreding van deze wet reeds overeenkomstighun gevoelen ter kennis van Onze Minister van Binnenlandse Zaken hebben gebracht, blijftvan toepassing. 2 b artikel 271van de gemeentewet artikel 271, eerste lid, van de gemeentewet Besluiten die ingevolgeaan Onze goedkeuring zijn onderworpen, doch voor de inwerkingtreding van deze wet overeenkomstigaan gedeputeerde staten zijn toegezonden, worden, indien gedeputeerde staten hun gevoelen omtrent deze besluiten nog niet aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken ter kennis hebben gebracht, door hen onverwijld aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken doorgezonden. 1991 449 29-08-1991 21081 1991 449 29-08-1991 21081 18-09-1991
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 onderdelen B en D van artikel 4 artikel 218 van de Gemeentewet Zodra deophouden te gelden, is op besluiten die ingevolge die onderdelen aan de goedkeuring van gedeputeerde staten waren onderworpen, doch nog niet door gedeputeerde staten zijn goedgekeurd,van toepassing. 2 onderdeel C van artikel 4 Zodraophoudt te gelden, blijft dat onderdeel van toepassing op besluiten die ingevolge dat onderdeel aan goedkeuring bij koninklijk besluit waren onderworpen en reeds aan Onze Minister waren gezonden. 1993 610 11-11-1993 22893 1993 610 11-11-1993 22893 01-01-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Staatsblad Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin zij wordt geplaatst. 1991 449 29-08-1991 21081 1991 449 29-08-1991 21081 18-09-1991
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze wet kan worden aangehaald als "Wet D'gemeenten en D'provincies". 1991 449 29-08-1991 21081 1991 449 29-08-1991 21081 18-09-1991