Wet van 7 maart 1991, houdende nieuwe bepalingen inzake de lijkbezorging
- BWB-id
- BWBR0005009
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005009
- ELI
- /eli/nl/wet/1991/wet-op-de-lijkbezorging
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1991/wet-op-de-lijkbezorging/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005009&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005009&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005009/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1991/wet-op-de-lijkbezorging
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Lijkbezorging geschiedt door begraving, crematie of op andere bij of krachtens de wet voorziene wijze. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. lijk: het lichaam van een overledene of doodgeborene; b. doodgeborene: de na een zwangerschapsduur van ten minste 24 weken levenloos ter wereld gekomen menselijke vrucht; c. burgerservicenummer: artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer burgerservicenummer als bedoeld in. 2 Deze wet is niet van toepassing op een menselijke vrucht die na een zwangerschapsduur van minder dan 24 weken a. levenloos ter wereld is gekomen dan wel b. binnen 24 uur na de geboorte is overleden. 2021 408 31-08-2021 14-07-2021 35551 2021 560 23-11-2021 15-11-2021 01-01-2022
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Lijkschouwing geschiedt, zo spoedig mogelijk na het overlijden, door de behandelende arts of door een gemeentelijke lijkschouwer. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Burgemeester en wethouders verschaffen gelegenheid tot het doen schouwen van lijken. Zij benoemen een of meer gemeentelijke lijkschouwers. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Uitsluitend artsen die als forensisch arts zijn ingeschreven in een daartoe gehouden register, worden benoemd als gemeentelijke lijkschouwer. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010 Artikel II van Stb. 2009/320 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een gemeentelijke lijkschouwer treedt niet als zodanig op, indien hij gedurende de laatste twee jaar ten aanzien van de overledene of de moeder van de doodgeborene handelingen op het gebied van de geneeskunst heeft verricht en indien tussen dezen en hem bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad, een huwelijk of een geregistreerd partnerschap bestond of bestaat. 2 De behandelende arts treedt niet op als lijkschouwer indien tussen hem en de overledene of de moeder van de doodgeborene bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad, een huwelijk of een geregistreerd partnerschap bestond of bestaat. 1997 660 23-12-1997 17-12-1997 25407 1997 746 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Hij die de schouwing heeft verricht geeft een verklaring van overlijden af, indien hij ervan overtuigd is dat de dood is ingetreden ten gevolge van een natuurlijke oorzaak. 2 artikel 293, tweede lid artikel 294, tweede lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafrecht artikel 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding Indien het overlijden het gevolg was van de toepassing van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding als bedoeld in, onderscheidenlijk, geeft de behandelende arts geen verklaring van overlijden af en doet hij van de oorzaak van dit overlijden onverwijld door invulling van een formulier mededeling aan de gemeentelijke lijkschouwer of een der gemeentelijke lijkschouwers. Bij de mededeling voegt de arts een beredeneerd verslag inzake de inachtneming van de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in. 3 artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De behandelend arts kan de mededeling en het beredeneerd verslag elektronisch verzenden naar de gemeentelijke lijkschouwer of een van de gemeentelijke lijkschouwers, indien de betreffende gemeentelijke lijkschouwer met overeenkomstige toepassing vankenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. Bij het openstellen van de elektronische weg wijst de gemeentelijke lijkschouwer een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke wijze van verzenden van de mededeling en het beredeneerd verslag aan. 4 artikelen 2:15, tweede tot en met vierde lid 2:17, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Elektronische verzending als bedoeld in het derde lid, geschiedt slechts op de door de betreffende gemeentelijke lijkschouwer aangewezen wijze. De, enzijn van overeenkomstige toepassing. 5 In afwijking van het derde lid, eerste zin, kan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de in dat lid bedoelde elektronische verzending bij regeling voorschrijven. 6 Indien de behandelende arts in andere gevallen dan die bedoeld in het tweede lid meent niet tot afgifte van een verklaring van overlijden te kunnen overgaan, doet hij hiervan onverwijld door invulling van een formulier mededeling aan de gemeentelijke lijkschouwer of een der gemeentelijke lijkschouwers. 2021 408 31-08-2021 14-07-2021 35551 2021 560 23-11-2021 15-11-2021 01-01-2022
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Op de kist of op een ander omhulsel van het lijk wordt een registratienummer aangebracht, dat correspondeert met het nummer, vermeld op een bijgevoegd document dat tevens de namen, de data van geboorte en overlijden van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgeborene bevat, nadat is vastgesteld dat het document betrekking heeft op het lijk. 2 Tot begraving of crematie wordt niet overgegaan dan nadat de houder van de begraafplaats of van het crematorium de overeenkomst heeft vastgesteld tussen het op de kist of het omhulsel vermelde registratienummer en het nummer, vermeld op het document, bedoeld in het eerste lid. 3 Indien er reden is om aan te nemen dat de gegevens op het document dan wel op de kist of het omhulsel niet juist zijn, vindt zo mogelijk de identificatie van het lijk plaats door twee personen die de overledene bij leven hebben gekend, in tegenwoordigheid van de houder van de begraafplaats of het crematorium. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De vorm en de inrichting van de modellen van de verklaring van overlijden, af te geven door de behandelende arts en door de gemeentelijke lijkschouwer, worden geregeld bij algemene maatregel van bestuur. 2 artikel 7, tweede lid artikel 7, zesde lid artikel 10, eerste en tweede lid De vorm en de inrichting van de modellen van de mededeling en het verslag, bedoeld in, van de mededeling bedoeld inen van de formulieren bedoeld in, worden geregeld bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2021 408 31-08-2021 14-07-2021 35551 2021 560 23-11-2021 15-11-2021 01-01-2022
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Indien de gemeentelijke lijkschouwer meent niet tot afgifte van een verklaring van overlijden te kunnen overgaan, brengt hij door invulling van een formulier onverwijld verslag uit aan de officier van justitie en waarschuwt hij onverwijld de ambtenaar van de burgerlijke stand. 2 artikel 7, tweede lid artikel 7, tweede lid artikel 3 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding Onverminderd het eerste lid brengt de gemeentelijke lijkschouwer, indien sprake is van een mededeling als bedoeld in, door invulling van een formulier onverwijld verslag uit aan de regionale toetsingscommissie bedoeld in. Hij zendt het beredeneerd verslag als bedoeld in, mee. 3 Indien de regionale toetsingscommissies de elektronische weg openstellen voor het aan hen verzenden van de in het tweede lid bedoelde verslagen, wijzen zij daartoe een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke wijze van elektronische verzending aan. 4 Elektronische verzending van de verslagen geschiedt slechts op de door de regionale toetsingscommissies aangewezen wijze. 5 artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vankan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de in het vierde lid bedoelde elektronische verzending bij regeling voorschrijven. 2021 408 31-08-2021 14-07-2021 35551 2021 560 23-11-2021 15-11-2021 01-01-2022
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 artikel 7, eerste lid Indien de schouwing, bedoeld in, een minderjarige betreft en is verricht door de behandelende arts, geeft deze een verklaring van overlijden slechts af na overleg met de gemeentelijke lijkschouwer. 2 artikel 10, eerste lid De gemeentelijke lijkschouwer kan, na de minderjarige te hebben geschouwd, in afwijking van, zorg dragen voor een nader onderzoek naar de doodsoorzaak. Een nader onderzoek vindt niet plaats, indien de lijkschouwer vermoedt dat het overlijden het gevolg is van een strafbaar feit. 3 De behandelende arts en andere betrokken hulpverleners verstrekken de gemeentelijke lijkschouwer die het nader onderzoek leidt, op diens verzoek terstond de informatie dan wel inzage in of afschrift van bescheiden over de overleden minderjarige, die hij noodzakelijk acht in het kader van het nader onderzoek. De lijkschouwer gebruikt de informatie uitsluitend met het doel de doodsoorzaak vast te stellen. 4 Na het onderzoek geeft de lijkschouwer een verklaring van overlijden af dan wel brengt hij door invulling van een formulier onverwijld verslag uit aan de officier van justitie en waarschuwt hij onverwijld de ambtenaar van de burgerlijke stand. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2012 403 14-09-2012 10-09-2012 01-10-2012
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Geen begraving of crematie van een lijk geschiedt zonder schriftelijk verlof van de ambtenaar van de burgerlijke stand, dat kosteloos wordt afgegeven. Het formulier voor dit verlof wordt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a artikel 2, tweede lid dat artikel dat artikel Onverminderd, kan een menselijke vrucht als bedoeld inworden begraven of gecremeerd mits door de behandelend arts een verklaring is afgegeven, waaruit blijkt dat het een menselijke vrucht als bedoeld inbetreft. 2021 408 31-08-2021 14-07-2021 35551 2021 560 23-11-2021 15-11-2021 01-01-2022 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 7, tweede lid artikel 3 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding De ambtenaar van de burgerlijke stand verleent geen verlof tot begraving of crematie indien hij niet beschikt over een verklaring van overlijden, afgegeven door de behandelende arts of een gemeentelijke lijkschouwer, dan wel een verklaring waaruit blijkt van geen bezwaar van de officier van justitie tegen begraving of crematie. Indien de officier van justitie in de gevallen als bedoeld in, meent niet tot de afgifte van een verklaring van geen bezwaar tegen begraving of crematie te kunnen overgaan, stelt hij de gemeentelijke lijkschouwer en de regionale toetsingscommissie bedoeld in, hiervan onverwijld in kennis. 2014 380 21-10-2014 08-10-2014 32444 2015 181 27-05-2015 15-05-2015 01-07-2015
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 artikel 12 De behandelende arts of de gemeentelijke lijkschouwer doet zo spoedig mogelijk na de afgifte van de verklaring van overlijden, bedoeld in, opgave van de doodsoorzaak en de onmiddellijk daarmee samenhangende gegevens aan de medisch ambtenaar van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De opgave van de doodsoorzaak geschiedt met gebruikmaking van het in het vierde lid bedoelde formulier. 2 artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen Bij de opgave wordt het burgerservicenummer van de overledene vermeld indien de overledene op het moment van overlijden was ingeschreven in de basisregistratie personen, bedoeld in. Bij een kind jonger dan één maand waarvan het burgerservicenummer nog niet bekend is of bij een doodgeborene wordt het burgerservicenummer van de moeder vermeld. 3 artikel 12 In afwijking van het eerste lid, wordt, indien een lijk wordt begraven, gecremeerd, ontleed, gebalsemd of aan een andere conserverende bewerking wordt onderworpen krachtens een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, de opgave van de doodsoorzaak gedaan door een arts, aangewezen door de officier van justitie. 4 Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt een formulier vast voor de opgave van de doodsoorzaak. 5 artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien het Centraal Bureau voor de Statistiek krachtens, de elektronische weg openstelt voor het doen van de opgave van de doodsoorzaak, schrijft zij daartoe een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke wijze van elektronische verzending voor. 6 Elektronische verzending van de opgave van de doodsoorzaak aan het Centraal Bureau voor de Statistiek, geschiedt slechts op de door haar voorgeschreven wijze. 7 artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vankan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de in het zesde lid bedoeld elektronische verzending bij regeling voorschrijven. 2021 408 31-08-2021 14-07-2021 35551 2021 560 23-11-2021 15-11-2021 01-01-2022
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12 De stukken, genoemd in, worden bij de akte van overlijden gevoegd. 2 Bij gebreke van een akte worden deze stukken bewaard door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van begraving of crematie. 2021 408 31-08-2021 14-07-2021 35551 2021 560 23-11-2021 15-11-2021 01-01-2022
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als bevoegde officier van justitie en als bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand aangemerkt die van de plaats, waar betreffende de overledene of doodgeborene ingevolge aangifte een akte in het register van overlijden is ingeschreven. 2 Bij gebreke van een akte zijn bevoegd de officier van justitie en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van begraving of crematie. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 paragrafen 1 2 3 van dit hoofdstuk Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur afwijkingen toestaan van het bepaalde in de,enten aanzien van lijken, die Nederland worden binnengebracht. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Begraving of crematie geschiedt niet eerder dan 36 uren na het overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Na een arts te hebben gehoord kan de burgemeester der gemeente, waar het lijk zich bevindt, voor de begraving of crematie daarvan een andere termijn stellen. Begraving of crematie binnen 36 uur na het overlijden staat hij echter niet toe dan in overeenstemming met de officier van justitie. 2 Algemene wet bestuursrecht Van het besluit van de burgemeester staat binnen 24 uur beroep open op Onze Commissaris in de provincie, die daarop onmiddellijk beslist. Deis niet van toepassing. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 11 In de lijkbezorging wordt voorzien door degene, die het inbedoelde verlof aanvraagt, dan wel door degene, die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden. De lijkbezorging geschiedt overeenkomstig de wens of de vermoedelijke wens van de overledene, tenzij dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden. 2 Onder lijkbezorging wordt voor de toepassing van deze paragraaf begrepen het geven van bestemming aan de as van een gecremeerd lijk. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Een meerderjarige, of hij, die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, kan, ook indien hij niet bekwaam is een uiterste wil te maken, hetzij bij notariële akte, hetzij bij een eigenhandig geschreven, gedagtekende en ondertekende verklaring beschikkingen na dode maken ter bezorging van zijn lijk. 2 Een in algemene bewoordingen gestelde herroeping van uiterste wilsbeschikkingen wordt geacht geen herroeping in te houden van een vroeger te kennen gegeven wens, als bedoeld in het eerste lid. 2002 230 23-05-2002 18-04-2002 27245 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 429 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van de tekstplaatsing.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Ingeval niemand maatregelen neemt tot lijkschouwing of lijkbezorging overeenkomstig de wet, waarschuwt degene, die het lijk onder zijn berusting heeft, de burgemeester en wel uiterlijk op de derde dag na het overlijden. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 hoofdstuk V Indien niemand voorziet in de lijkschouwing en lijkbezorging overeenkomstig de wet, draagt de burgemeester daarvoor zorg. Aanwordt in dat geval geen toepassing gegeven, tenzij de overledene zijn lijk uitdrukkelijk tot ontleding heeft bestemd. 2 Indien de toepassing van het voorgaand lid wordt verhinderd, doordat het lijk zich in een woning bevindt en de afgifte van het lijk of de toegang tot de woning wordt geweigerd, heeft de burgemeester of een ambtenaar van politie toegang tot die woning zonder toestemming van de bewoner, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 3 Indien de identiteit van het lijk niet kan worden vastgesteld, draagt de burgemeester er, uitsluitend ten behoeve van de identificatie en opsporing van vermiste personen, zorg voor dat door of onder verantwoordelijkheid van een arts daarvan lichaamsmateriaal wordt afgenomen. 4 Zo nodig kan tevens door of onder verantwoordelijkheid van een arts onderzoek in het lichaam worden verricht of een gebitsstatus worden opgemaakt of kunnen door een daartoe bevoegde ambtenaar van politie afdrukken van lichaamsdelen worden afgenomen. 5 Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien het de burgemeester bekend is dat daarin genoemde handelingen reeds in opdracht van de officier van justitie hebben plaatsgevonden. 6 Een lijk als bedoeld in het derde lid wordt begraven. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikelen 392-396 van Boek I van het Burgerlijk Wetboek artikel 720, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Paragraaf 6.5 van de Participatiewet De kosten, verbonden aan de bezorging van lijken waarvoor de burgemeester zorg draagt, daaronder begrepen lijken die uit zee worden aangebracht, komen ten laste van de gemeente. Voor zover zij door de bij de lijken gevonden, niet klaarblijkelijk aan anderen toebehorende goederen of gelden niet kunnen worden gedekt, kan de gemeente die kosten verhalen op de nalatenschap en, bij ongenoegzaamheid van deze, op de bloed- en aanverwanten, die krachtens detot onderhoud van de overledene verplicht zouden zijn geweest, dan wel de werkgever indien en voor zover kosten van de lijkbezorging op grond vanvoor diens rekening komen.is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing. 2018 106 19-04-2018 28-03-2018 34852 2018 159 12-06-2018 16-05-2018 13-06-2018
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a 1 artikel 17 van de Wet publieke gezondheid Indien een lijk is besmet met een infectieus of giftig agens of een infectieuze of giftige stof, of een gegrond vermoeden daarvan bestaat, waardoor een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kan ontstaan, kan de burgemeester, na advies van de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in, maatregelen treffen om dit gevaar af te wenden. 2 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde in het eerste lid zijn belast de ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Begraving geschiedt op een begraafplaats. 2 Begraving geschiedt in een algemeen graf, waarbij de houder van de begraafplaats bepaalt wie daarin wordt begraven, dan wel in een particulier graf, zijnde een graf waarop een uitsluitend recht is gevestigd, waarbij de rechthebbende bepaalt wie daarin wordt begraven. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 De begraafplaatsen worden onderscheiden in gemeentelijke en bijzondere. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Het is verboden een begraafplaats, die niet op de voet van het bepaalde bij of krachtens deze wet is aangelegd of in gebruik genomen, als zodanig ter beschikking te stellen of te gebruiken. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Geen toegang of ingang van een graf of grafkelder mag zich bevinden of worden aangelegd in een kerk of een ander gesloten gebouw, dat niet uitsluitend tot begraven bestemd is. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 De houder van een begraafplaats houdt een register van alle daar begraven lijken, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven zijn. 2 Het in het eerste lid bedoelde register is openbaar. 3 Het register van een bijzondere begraafplaats wordt bij opheffing van die begraafplaats overgebracht naar het archief van de gemeente waarin die begraafplaats was gelegen. 1998 198 09-04-1998 26-03-1998 25272 1998 198 09-04-1998 26-03-1998 25272 10-04-1998
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a Ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte van een algemeen graf doet de houder van de begraafplaats daarvan schriftelijk mededeling aan de belanghebbende bij dat graf wiens adres hem bekend is. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Een uitsluitend recht op een graf, welke vorm aan dit recht ook wordt gegeven, kan uitsluitend schriftelijk worden gevestigd. Het recht kan voor onbepaalde tijd of voor een bepaalde tijd van ten minste tien jaar worden verleend. Het voor bepaalde tijd verleende recht wordt op verzoek, mits gedaan binnen twee jaar voor het verstrijken van de termijn, telkens verlengd, met dien verstande dat de houder van de begraafplaats kan bepalen dat een periode van verlenging niet korter is dan vijf jaar en niet langer is dan twintig jaar. Het uitsluitend recht op een graf is geen registergoed. 2 Binnen een jaar na de aanvang van de termijn waarin verlenging van het recht kan worden verzocht doet de houder van de begraafplaats aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is, schriftelijk mededeling van het verstrijken van de termijn en van het bepaalde in het eerste lid. 3 Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, om verlenging van het recht is verzocht, maakt de houder van de begraafplaats de mededeling bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, tot het einde van de periode waarvoor het recht was gevestigd. 4 In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan de houder van de begraafplaats, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring, die hij toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet. 5 Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet bevestigd wordt, maakt de houder van de begraafplaats de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. 6 Indien toepassing is gegeven aan het vierde of vijfde lid en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het vierde respectievelijk vijfde lid, is verstreken. 7 Indien het recht op het graf nog geen tien jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het vijfde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van tien jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van tien jaar is verstreken. 2011 4 11-01-2011 13-12-2010 32456 2011 79 22-02-2011 11-02-2011 01-03-2011
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Een lijk wordt slechts opgegraven met vergunning van de burgemeester van de gemeente waarin het is begraven, en, indien het een particulier graf betreft, met toestemming van de rechthebbende op het graf. 2 Aan de vergunning verbindt de burgemeester de nodige voorschriften betreffende geneeskundig toezicht alsmede vervoer en bestemming van het lijk. 3 artikel 18 paragrafen 1 2 3 van hoofdstuk II Een opgegraven lijk mag worden gecremeerd, wanneer het verzoek daartoe gedaan wordt door de inbedoelde persoon. De,enzijn ten aanzien van de crematie niet van toepassing. 4 Crematie binnen een jaar na de begraving vindt slechts plaats met schriftelijk verlof van de officier van justitie van de plaats van opgraving. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Artikel 29 is niet van toepassing bij een opgraving ingevolge een bevel van een gerechtelijke autoriteit met het oog op een strafrechtelijk onderzoek. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Artikel 29 geldt evenmin bij het ruimen van graven, voorzover dit geschiedt met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens dit artikel. 2 Het ruimen geschiedt niet dan op last van de houder van de begraafplaats en na verloop van tien jaar nadat in het graf laatstelijk een lijk is geplaatst, en, indien het een particulier graf betreft, met toestemming van de rechthebbende op het graf. 3 artikel 29, derde lid De overblijfselen der lijken worden op een begraafplaats ter aarde besteld of, met overeenkomstige toepassing van het gestelde in, in een crematorium gecremeerd. 4 Gedeputeerde staten kunnen besluiten de in het tweede lid genoemde termijn te verlengen. Het besluit treedt terstond in werking. 5 Ten minste twee maanden voordat een graf van een onbekende wordt geruimd, geeft de houder de burgemeester daarvan kennis. De burgemeester is bevoegd, uitsluitend ten behoeve van de identificatie van de onbekende en opsporing van vermiste personen, van de overblijfselen van de onbekende door of onder verantwoordelijkheid van een arts lichaamsmateriaal af te doen nemen of een gebitsstatus te doen opmaken. Indien de burgemeester van die bevoegdheid gebruik maakt, wordt de ruiming opgeschort, ten minste tot het moment dat de uitslag van de poging tot identificatie bekend is, waarna een nabestaande in de lijkbezorging voorziet dan wel de ruiming kan worden voltooid. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze van begraven, de inrichting van het graf, de afstand van de graven onderling, het ruimen van de graven, het verwijderen van grafmonumenten en de teraardebestelling van de overblijfselen der lijken. 2011 4 11-01-2011 13-12-2010 32456 2011 79 22-02-2011 11-02-2011 01-03-2011
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e en f, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek Gedurende de periode dat een graf niet geruimd mag worden, isniet van toepassing op hetgeen op dat graf is geplaatst of op het gebouw of werk waarin het graf zich bevindt, dan wel, indien is begraven in een grafkelder, op hetgeen daarin of daarop is geplaatst. 2011 4 11-01-2011 13-12-2010 32456 2011 79 22-02-2011 11-02-2011 01-03-2011
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Een gemeente heeft voor zich of met een of meer andere gemeenten tezamen tenminste een gemeentelijke begraafplaats, tenzij gedeputeerde staten van deze verplichting tijdelijk ontheffing hebben verleend. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Tenminste elke dag welke geen zondag of algemeen erkende feestdag is, wordt gelegenheid tot begraven gegeven gedurende een redelijke tijd, bij gemeentelijke verordening te bepalen. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Een gemeente behoeft voor het aanleggen of uitbreiden van een begraafplaats op het grondgebied ener andere gemeente toestemming van de raad van deze laatste. 2 De verordenende bevoegdheid met betrekking tot die begraafplaats wordt door de terzake bevoegde gemeenteraad uitgeoefend in overeenstemming met die van de andere gemeente. 3 Wordt zodanige overeenstemming niet verkregen dan stellen gedeputeerde staten de verordeningen vast. Liggen de gemeenten in verschillende provinciën, dan geschiedt deze vaststelling door Ons, gedeputeerde staten der betrokken provinciën gehoord. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Een bijzondere begraafplaats kan slechts worden aangelegd en in stand gehouden door een kerkgenootschap dan wel door een privaatrechtelijke rechtspersoon of een natuurlijk persoon. 2 Onder kerkgenootschap wordt mede verstaan een onderdeel daarvan of een rechtspersoon, in het leven geroepen door een of meer kerkgenootschappen of onderdelen daarvan. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Een kerkgenootschap is gerechtigd tot het hebben van één of meer kerkelijke begraafplaatsen tot een zodanige uitgestrektheid, als overeenkomt met een redelijk deel van de grond, welke in de gemeente voor begraafplaatsen bestemd is. De gemeenteraad kan aan een kerkgenootschap op zijn verzoek toestaan, meer of grotere begraafplaatsen te hebben, onverminderd het recht van de andere kerkgenootschappen, bedoeld in de eerste volzin. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 38 Voor zover een kerkgenootschap geen gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld inwordt op zijn verzoek door burgemeester en wethouders een deel van de gemeentelijke begraafplaats te zijner beschikking gesteld. 2 artikelen 35 43 44 De gemeente blijft belast met het beheer, het onderhoud en de administratie. Over de inrichting, de afscheiding en het gebruik van genoemd deel der begraafplaats, alsmede over de toepassing van de,en, wordt overleg gepleegd met het kerkgenootschap. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Voor het aanleggen of uitbreiden van de bijzondere begraafplaats wordt slechts de grond gebruikt, die daartoe door de gemeenteraad is aangewezen. 2 Burgemeester en wethouders kunnen maatregelen voorschrijven, welke nodig zijn teneinde de grond geschikt te maken om als begraafplaats te dienen. 3 Indien het kerkgenootschap geen eigenaar van de benodigde grond is, dragen burgemeester en wethouders desgevraagd zorg, dat het kerkgenootschap de grond, mede gelet op de staat, waarin deze ingevolge het tweede lid moet verkeren, op redelijke voorwaarden in eigendom kan verwerven. Kunnen burgemeester en wethouders en het kerkgenootschap niet tot overeenstemming komen, dan bepalen gedeputeerde staten op verzoek van een van hen of beide de voorwaarden. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Voor het in gebruik nemen van de bijzondere begraafplaats of van een deel daarvan is de toestemming van burgemeester en wethouders nodig. Deze toestemming wordt slechts geweigerd, indien niet aan de wettelijke voorschriften is voldaan. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Van de besluiten van de gemeenteraad, onderscheidenlijk van burgemeester en wethouders, genomen ingevolge deze paragraaf, staat voor belanghebbenden beroep bij gedeputeerde staten open. De uitspraak van gedeputeerde staten kan door Ons worden geschorst en vernietigd wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 2 Indien de gemeenteraad, onderscheidenlijk burgemeester en wethouders, nalatig blijven een besluit te nemen, bepalen gedeputeerde staten op verzoek een termijn, binnen welke zulks alsnog dient te geschieden. Is zulk een besluit voor afloop van deze termijn niet genomen, dan worden de gemeenteraad, onderscheidenlijk burgemeester en wethouders, geacht afwijzend te hebben beschikt. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 Een begraafplaats kan worden gesloten. 2 Voor een gemeentelijke begraafplaats nemen burgemeester en wethouders het besluit daartoe. 3 Van de sluiting van een andere begraafplaats wordt terstond mededeling gedaan aan burgemeester en wethouders. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Indien op een begraafplaats gedurende tien jaren geen begraving meer heeft plaats gehad, kunnen burgemeester en wethouders de begraafplaats gesloten verklaren. De begraafplaats wordt alsdan geacht met ingang van de dag na die van de laatste begraving te zijn gesloten. Deze dag wordt in het besluit van burgemeester en wethouders vermeld. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 Tegen een besluit tot sluiting of geslotenverklaring kunnen belanghebbenden bij gedeputeerde staten in beroep komen. 2 Indien onherroepelijk is besloten tot sluiting dan wel geslotenverklaring van een gemeentelijke begraafplaats, kunnen gedeputeerde staten op verzoek van de rechthebbende op een particulier graf waarin nog begraven kan worden, een schadeloosstelling ten laste van de betrokken gemeente vaststellen terzake van het teniet gaan van het recht tot begraven. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Op een gesloten begraafplaats worden geen lijken begraven. 2 artikelen 29-31 66 De begraafplaats blijft, onverminderd het bepaalde in deen, gedurende twintig jaren onaangeroerd liggen. 3 artikel 31, vierde lid De grond mag, indien het een particulier graf betreft, met toestemming van de rechthebbende, gedurende tien jaren na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn, of, indien toepassing is gegeven aan, na afloop van de krachtens die bepaling gestelde termijn slechts tot bezaaiing of beplanting worden gebruikt, mits niet dieper dan 0,5 m wordt gegraven. Gedeputeerde staten kunnen vergunning verlenen tot uitgraving ter meerdere diepte. 4 Een particulier graf, gelegen op een gesloten begraafplaats, wordt, voor zover in het onderhoud behoorlijk wordt voorzien, onaangeroerd gelaten. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Een begraafplaats houdt op dit te zijn, indien de grond die bestemming heeft verloren en zich daarin geen graf bevindt. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Onder begraafplaats wordt voor de toepassing van deze wet mede een gedeelte van een begraafplaats verstaan. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Crematie geschiedt in een crematorium. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 De houder van een crematorium houdt een register van alle daar gecremeerde lijken en van de bestemming die aan de as is gegeven. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de gegevens die in het register worden vastgelegd. 2 Het in het eerste lid bedoelde register is openbaar. 3 Het register van een bijzonder crematorium wordt bij opheffing van dit crematorium overgebracht naar het archief van de gemeente waarin dit crematorium was gelegen. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 De crematoria worden onderscheiden in gemeentelijke en bijzondere. 2 Het is verboden een crematorium, dat niet op de voet van het bepaalde bij of krachtens deze wet gevestigd of in werking is, in werking te brengen of te houden. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Artikel 37, tweede lid Een bijzonder crematorium kan slechts worden gevestigd en in werking gehouden door een kerkgenootschap dan wel door een privaatrechtelijke rechtspersoon of een natuurlijk persoon., is van toepassing. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Het vestigen, uitbreiden of wijzigen van een bijzonder crematorium behoeft een vergunning van burgemeester en wethouders. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Een besluit tot vestiging van een gemeentelijk crematorium dan wel een besluit tot het verlenen van vergunning voor het vestigen van een bijzonder crematorium wordt niet genomen, dan nadat burgemeester en wethouders van de gemeente van vestiging het voornemen daartoe ten minste dertig dagen tevoren ter openbare kennis hebben gebracht. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 artikel 53 Van een besluit, genomen ingevolgestaat voor belanghebbenden beroep bij gedeputeerde staten open. 2 artikel 53 Indien burgemeester en wethouders nalatig blijven een besluit te nemen als bedoeld inbepalen gedeputeerde staten op verzoek een termijn, binnen welke zulks alsnog dient te geschieden. Is zulk een besluit voor afloop van deze termijn niet genomen, dan worden burgemeester en wethouders geacht afwijzend te hebben beschikt. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Ten minste elke dag welke geen zondag of algemeen erkende feestdag is, wordt in een gemeentelijk crematorium gelegenheid gegeven tot het houden van crematieplechtigheden gedurende een redelijke tijd, bij gemeentelijke verordening te bepalen. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Wij kunnen omtrent de inrichting van crematoria en omtrent hetgeen in de crematoria en op hun erven in acht moet worden genomen bij algemene maatregel van bestuur regelen stellen. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 Na de crematie bergt de houder van het crematorium de as. 2 De as wordt geborgen in één of meer asbussen. Een asbus wordt gesloten en op de bus worden de naam en de voorletters van de overledene, alsmede een registratienummer, vermeld. 3 Een deel van de as kan op verzoek van een nabestaande op een andere wijze worden geborgen en aan de nabestaande ter beschikking worden gesteld. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 De houder van het crematorium draagt zorg voor de bewaring van een asbus gedurende minimaal een maand na het bergen van de as in de bus. 2 De houder van het crematorium draagt er vervolgens zorg voor dat: a. de asbus wordt bijgezet, b. de in de asbus geborgen as wordt verstrooid, c. de asbus ter beschikking wordt gesteld aan de nabestaande door of namens wie de opdracht tot de crematie is gegeven, of d. de asbus wordt verzonden naar het buitenland. 3 De houder van het crematorium kan ter uitvoering van het tweede lid, onder a of b, de asbus ter bijzetting, onderscheidenlijk verstrooiing, overdragen aan een houder van een ander crematorium of van een plaats van bijzetting. 4 artikel 18 artikel 14 Op verzoek van de inbedoelde personen kan de officier van justitie, bedoeld in, in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde termijn. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 Artikel 58, tweede en derde lid Uit het buitenland afkomstige as wordt zo nodig, in opdracht van een nabestaande, geborgen in één of meer asbussen. Het bergen geschiedt door de houder van een crematorium., is van overeenkomstige toepassing. 2 Artikel 59, vierde lid De nabestaande draagt de zorg voor een asbus. Hij draagt zorg voor de bewaring van een asbus gedurende minimaal een maand na de invoer van de as., is van overeenkomstige toepassing. 1998 198 09-04-1998 26-03-1998 25272 1998 198 09-04-1998 26-03-1998 25272 10-04-1998
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Omtrent de berging, de bestemming en de bewaring van de as kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld. 1998 198 09-04-1998 26-03-1998 25272 1998 198 09-04-1998 26-03-1998 25272 10-04-1998
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 Een asbus kan worden bijgezet: a. in een in het bijzonder daarvoor bestemd gedeelte van het crematorium, b. in of op een graf of op een afzonderlijke plaats op een begraafplaats, of c. in een buiten een crematorium of begraafplaats gelegen bewaarplaats. 2 artikel 59, tweede lid, onder a Het bijzetten geschiedt ter uitvoering van, of in opdracht van de nabestaande die de zorg voor de asbus heeft. 3 De bijzetting van een asbus in of op een particulier graf, kan slechts geschieden met toestemming van de rechthebbende op het graf. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 Een asbus die is bijgezet kan op verzoek van de nabestaande door of namens wie de opdracht tot bijzetting is gegeven, door de houder van de plaats van bijzetting aan de nabestaande ter beschikking worden gesteld. 2 Verwijdering van de asbus kan slechts geschieden met toestemming van de rechthebbende op de ruimte waar de asbus is bijgezet. 3 Verwijdering kan geschieden zonder toestemming van de rechthebbende, ingevolge een bevel van een gerechtelijke autoriteit met het oog op een strafrechtelijk onderzoek. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikel 62, eerste lid, onder c Een bewaarplaats als bedoeld in, wordt niet in gebruik genomen dan met vergunning van burgemeester en wethouders. 2 Tegen een besluit als bedoeld in het eerste lid, kunnen belanghebbenden beroep instellen bij gedeputeerde staten. 1998 198 09-04-1998 26-03-1998 25272 1998 198 09-04-1998 26-03-1998 25272 10-04-1998
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 De houder van een plaats van bijzetting houdt een register van alle daar bijgezette asbussen. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de gegevens die in het register worden vastgelegd. 2 Het in het eerste lid bedoelde register is openbaar. 3 Het register wordt bij opheffing van de plaats van bijzetting overgebracht naar het archief van de gemeente waarin die plaats was gelegen. 1998 198 09-04-1998 26-03-1998 25272 1998 198 09-04-1998 26-03-1998 25272 10-04-1998
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 Het ruimen van een asbus geschiedt door of in opdracht van de houder van de plaats van bijzetting en vindt binnen tien jaar nadat de as in de bus is geborgen niet plaats dan met toestemming van de rechthebbende op de ruimte waar de asbus is bijgezet. 2 Het ruimen geschiedt door verstrooiing van de as. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 66a — Artikel 66a#
Artikel 66a 1 De as in een asbus kan worden verstrooid. 2 Het verstrooien geschiedt: a. artikel 59, tweede lid, onder b ter uitvoering van, b. door of in opdracht van de nabestaande die de zorg voor de asbus heeft, of c. in verband met het ruimen van de asbus. 3 Het verstrooien van de as door of in opdracht van de houder van een crematorium of de houder van een plaats van bijzetting is slechts toegestaan: a. op een terrein dat bestemd is om permanent as op te verstrooien; b. in open zee. 1998 198 09-04-1998 26-03-1998 25272 1998 198 09-04-1998 26-03-1998 25272 10-04-1998
Artikel 66b — Artikel 66b#
Artikel 66b De bestemming van een terrein om permanent as op te verstrooien door de houder van een crematorium en de houder van een plaats van bijzetting vindt niet plaats dan met vergunning van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het terrein is gelegen. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 Een lijk kan in het belang van de wetenschap of het wetenschappelijk onderwijs worden ontleed. 2 artikelen 18, eerste lid, tweede volzin 19 Ontleding geschiedt slechts, indien de overledene zijn lijk daartoe heeft bestemd. De, enzijn van toepassing. 3 Bij gebreke van een bestemming inzake lijkbezorging door de overledene kan ontleding eveneens geschieden, indien de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel dan wel, bij ontstentenis of onbereikbaarheid van deze, de naaste onmiddellijk bereikbare meerderjarige bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad, of, wanneer ook deze niet bereikbaar zijn, de aanwezige meerderjarige erfgenamen of anders degenen die de zorg voor het lijk op zich nemen, dit daartoe bestemmen. 1997 660 23-12-1997 17-12-1997 25407 1997 746 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikelen 12-15 Ontleding geschiedt slechts met schriftelijk verlof van de burgemeester. Het verlof wordt binnen drie dagen kosteloos afgegeven en vermeldt de plaats van ontleding. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2 Algemene wet bestuursrecht Van het besluit van de burgemeester staat binnen 24 uren beroep open op Onze Commissaris in de provincie, die daarop onmiddellijk beslist. Deis niet van toepassing. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 Ontleding vangt niet eerder aan dan 36 uren na het overlijden. 2 Deze handeling wordt niet verricht dan door of onder het toezicht van een arts. 1993 655 23-12-1993 11-11-1993 19522 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze waarop wordt omgegaan met lijken van personen of van doodgeborenen die zijn overleden onderscheidenlijk ter wereld gekomen aan boord van een schip op zee dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren. 2023 156 10-05-2023 08-06-2022 34836 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 Wet op de orgaandonatie Een lijk wordt niet gebalsemd of onderworpen aan enige andere conserverende bewerking die niet is gericht op gebruik van delen van het lijk ingevolge de. In uitzonderlijke gevallen kan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ontheffing van dit verbod verlenen. artikelen 12-15 In de ontheffing wordt de wijze en de plaats van de lijkbezorging vermeld. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2 Het verbod, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing, indien het lijk tot ontleding bestemd is of naar het buitenland wordt gezonden. 3 Artikel 69 is van overeenkomstige toepassing. Indien het lijk tot ontleding is bestemd, is alleen het tweede lid van dat artikel van overeenkomstige toepassing. 4 In afwijking van het eerste lid kan een lijk worden onderworpen aan een conserverende bewerking die ten hoogste tien dagen effect heeft. 5 Wet op de orgaandonatie Een bewerking als bedoeld in het vierde lid vindt eerst plaats nadat is vastgesteld dat verwijdering van een of meer organen als bedoeld in deniet zal plaatsvinden. 6 Bij ministeriële regeling kunnen eisen worden gesteld aan de opleiding en de vakbekwaamheid van degenen die de bewerking, bedoeld in het vierde lid, uitvoeren alsmede aan de wijze van bewerking. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 Indien de overledene dit heeft toegestaan, kan zijn lijk aan sectie worden onderworpen. Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het geval van de daar bedoelde verklaring met eigenhandige ondertekening en dagtekening kan worden volstaan. 2 Bij gebreke van toestemming van de overledene kan daarvoor in de plaats treden die van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel dan wel, bij ontstentenis of onbereikbaarheid van deze, van de naaste onmiddellijk bereikbare meerderjarige bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad, of, wanneer ook deze niet bereikbaar zijn, van de aanwezige meerderjarige erfgenamen of anders van degenen die de zorg voor het lijk op zich nemen. 1996 370 11-07-1996 24-05-1996 22358 1998 42 29-01-1998 26-01-1998 01-03-1998
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 artikel 72 De beperkingen, gesteld in, zijn niet van toepassing: a. in geval van een bevel van een gerechtelijke autoriteit in verband met een strafrechtelijk onderzoek; b. indien de sectie geschiedt op verzoek van de inspecteur-generaal van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd; c. indien de sectie geschiedt op verzoek van de voorzitter van de Onderzoeksraad voor veiligheid. 2 artikel 72, tweede lid Bij toepassing van het eerste lid wordt de persoon bedoeld in, daarvan in kennis gesteld. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikel 10a, tweede lid Indien een gemeentelijke lijkschouwer in het kader van het nader onderzoek, bedoeld in, sectie noodzakelijk acht, kan hij bij gebreke van toestemming van een ouder van de minderjarige de rechtbank verzoeken vervangende toestemming te verlenen. 2 Bevoegd is de rechtbank van de plaats waar het ziekenhuis of andere instelling waarin het nader onderzoek plaatsvindt, is gelegen. 3 De rechtbank verleent de toestemming, tenzij het belang om de doodsoorzaak van minderjarigen vast te stellen niet opweegt tegen de gevolgen die inwilliging van het verzoek voor de ouder zou hebben. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2012 403 14-09-2012 10-09-2012 01-10-2012
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 artikelen 72 73 74 Het verrichten van sectie geschiedt door een arts, nadat deze zich er van tevoren van heeft vergewist dat het intreden van de dood door een andere arts is vastgesteld en aan de vereisten, geldend ingevolge de,en, is voldaan. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2012 403 14-09-2012 10-09-2012 01-10-2012
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 Wanneer tekenen of aanduidingen van een niet-natuurlijke dood aanwezig zijn of wanneer in verband met andere omstandigheden een niet-natuurlijke dood niet uitgesloten geacht kan worden, mag het lijk niet worden vervoerd dan met verlof van de officier van justitie of een van zijn hulpofficieren. 2 artikel 71, eerste en vierde lid Wet op de orgaandonatie In zodanig geval mag ontleding, conservering als bedoeld in, sectie of verwijdering van organen uit het lijk voor orgaandonatie als bedoeld in deniet plaatsvinden, of indien reeds aangevangen, niet worden voortgezet, dan met toestemming van de officier van justitie. 3 Indien de officier van justitie een geval als bedoeld in het eerste lid aanwezig acht, kan hij uitstel van de begraving of van de crematie van het lijk gelasten, of de crematie verbieden. Zolang een zodanige maatregel van kracht is, wordt het lijk niet begraven of gecremeerd, onderscheidenlijk niet gecremeerd, en geeft de ambtenaar van de burgerlijke stand daartoe geen verlof. 4 Indien de officier van justitie een geval als bedoeld in het eerste lid aanwezig acht kan hij verbieden dat de as wordt verstrooid, ter beschikking wordt gesteld aan een nabestaande of naar het buitenland wordt verzonden. 5 Voor de toepassing van dit artikel wordt als bevoegde officier van justitie aangemerkt die van de plaats waar het lijk het eerst is aangetroffen. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 artikel 76 De bevoegdheden dieaan de officier van justitie toekent, komen mede toe aan de rechter-commissaris die onderzoekshandelingen in de zaak verricht. 2011 600 22-12-2011 01-12-2011 32177 2012 408 19-09-2012 13-09-2012 01-01-2013
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Wij stellen bij algemene maatregel van bestuur regelen met betrekking tot het vervoer van lijken uit Nederland naar het buitenland en uit het buitenland naar Nederland. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Wij stellen bij algemene maatregel van bestuur regelen betreffende de in deze wet geregelde onderwerpen voor de territoriale zee en voor het aan Nederland grenzende deel van het continentale plat, waarop het Koninkrijk souvereine rechten heeft, en voor landen buiten Nederland voor het geval aldaar door of vanwege Nederlandse militaire autoriteiten ter uitvoering van een internationale overeenkomst handelingen, die onderwerpen betreffende, verricht kunnen worden. In die regelen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de in Nederland geldende wettelijke bepalingen. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft: 1°. artikelen 11 23 25 29, derde lid 46, eerste lid 49 67 68 69, tweede lid 70 71 76 78 het bezorgen, bewaren, wegmaken, vervoeren, vernietigen, ontleden, balsemen of conserverend behandelen van een lijk in strijd met of anders dan met inachtneming van hetgeen is bepaald bij of krachtens de,,,,,,,,,,,en; 2°. artikelen 12 76, derde lid het geven van verlof tot begraving of crematie in strijd met deen; 3°. artikelen 16 17 69, eerste lid het begraven, cremeren, ontleden, balsemen of op andere wijze conserverend behandelen van een lijk voordat dit ingevolge het bij of krachtens de,of, bepaalde is toegestaan; 4°. artikel 58 59 60 overtreding van,of; 5°. artikelen 63 66 het verwijderen of ruimen van een asbus in strijd met deof; 6°. artikel 76, vierde lid overtreding van een verbod als bedoeld in; 7°. artikelen 72-75 76, tweede lid het verrichten van sectie of het verwijderen van delen uit een lijk in strijd met het bepaalde bij deen; 8°. het verhinderen of belemmeren van een lijkschouwing dan wel een poging daartoe. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft: 1°. artikelen 3 6 7, eerste en tweede lid 8, eerste en tweede lid 10, eerste en tweede lid 12a, eerste en derde lid 20 27 50 51, tweede lid 53 overtreding van het bepaalde bij of krachtens de,,,,,,,,,, en; 2°. artikel 21, tweede lid de weigering tot afgifte van een lijk als bedoeld in; 3°. artikelen 25 46, eerste lid het ter beschikking stellen van een begraafplaats als bedoeld in deen; 4°. artikel 41 het in gebruik nemen van een bijzondere begraafplaats of een deel daarvan zonder toestemming van burgemeester en wethouders, bedoeld in; 5°. artikel 43 artikel 44 artikel 46, tweede en derde lid het gebruik maken van een begraafplaats na de sluiting, bedoeld in, of de geslotenverklaring, bedoeld in, in strijd met het bepaalde bij of krachtens; 6°. artikelen 62 64 65 het bijzetten van een asbus in strijd met of anders dan met inachtneming van hetgeen is bepaald bij of krachtens de,en; 7°. artikel 66a het verstrooien van de as in strijd met; 8°. artikelen 32 57 61 overtreding van het bepaalde krachtens de,en, voorzover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van het onderhavige artikel aangeduid. 2021 408 31-08-2021 14-07-2021 35551 2021 560 23-11-2021 15-11-2021 01-01-2022
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 De ingevolge deze wet strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 artikel 53 De bij de inwerkingtreding van deze wet in gebruik zijnde begraafplaatsen en crematoria worden geacht te zijn aangelegd en opengesteld onderscheidenlijk gevestigd en in werking gesteld te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze wet. Een op dat tijdstip reeds verleend verlof tot vestiging, uitbreiding of wijziging van een crematorium wordt geacht ingevolgete zijn verleend. 2 Stb. artikel 33 De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende ontheffingen, verleend op grond van artikel 13, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging (Wet van 10 april 1869.65), worden geacht te zijn verleend overeenkomstig, van deze wet. 3 o Stb. Stb. artikel 229 van de Gemeentewet De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende gemeentelijke verordeningen tot heffing van rechten als bedoeld in de artikelen 20, 21, 29en 30-35 van de Wet op de lijkbezorging (Wet van 10 april 1869,65), worden geacht te zijn vastgesteld krachtens(1992, 96). 1994 420 27-04-1994 23217 1994 420 27-04-1994 23217 01-01-1995
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 artikel 28 Het recht op een eigen graf, verleend vóór het in werking treden van deze wet, wordt geacht een uitsluitend recht op een graf in de zin vante zijn. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 84a — Artikel 84a#
Artikel 84a artikel 28, vierde lid Indien ten aanzien van een graf waarop voor 1 januari 2010 een uitsluitend recht is gevestigd, voor 1 januari 2025 een verklaring van verwaarlozing als bedoeld in, is opgesteld, vervalt het recht, in afwijking van artikel 28, zesde lid, a. met ingang van 1 januari 2030, mits op dat tijdstip dertig jaar is verstreken sinds de laatste begraving in dat graf dan wel b. op een later gelegen tijdstip waarop dertig jaar is verstreken sinds de laatste begraving in dat graf. 2011 4 11-01-2011 13-12-2010 32456 2011 79 22-02-2011 11-02-2011 01-03-2011
Artikel 84b — Artikel 84b#
Artikel 84b artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e en f, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek artikel 32a Indien een graf op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel niet ingevolge deze wet mag worden geruimd, gaat op dat tijdstip hetgeen op dat graf is geplaatst, of het gebouw of werk waarin het graf zich bevindt, dan wel, indien is begraven in een grafkelder, hetgeen daarin of daarop is geplaatst, en door toepassing vanvoor de oorspronkelijke rechthebbende verloren is gegaan, over op die oorspronkelijk rechthebbende of diens rechtverkrijgenden onder algemene titel, en is vanaf dat tijdstipdaarop van toepassing. Er ontstaat geen verplichting tot vergoeding van enig door deze overgang veroorzaakt vermogensrechtelijk nadeel. 2011 4 11-01-2011 13-12-2010 32456 2011 79 22-02-2011 11-02-2011 01-03-2011
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 1 Stb. In graven of grafkelders als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de lijkbezorging (Wet van 10 april 1869,65) kunnen het lijk van degene, die daarvan eigenaar is ten tijde van de inwerkingtreding van deze wet en de lijken van de leden van zijn geslacht worden begraven. In of op zodanige graven en in zodanige grafkelders kunnen asbussen, waarin de as van lijken bedoeld in de eerste volzin is geborgen, worden bijgezet. 2 Hoofdstuk III artikelen 26 27 29 30 31 Op de in het eerste lid bedoelde graven en grafkelders zijn vantoepasselijk de,,,en. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 De raden der gemeenten, op welke een verplichting rust tot betaling van een jaarlijkse schadeloosstelling in verband met het niet meer plaats vinden van begravingen in kerken of andere gesloten gebouwen, hebben het recht deze verplichting af te kopen tegen betaling van een som, die het twintigvoudige van het bedrag dier schadeloosstelling beloopt. 2 Indien de rechthebbende op de afkoopsom weigert deze te aanvaarden of onbekend dan wel afwezig is, kunnen burgemeester en wethouders de afkoopsom doen opnemen in de Consignatiekas. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 Deze wet is niet van toepassing op de lijkbezorging van leden van het Koninklijk Huis. 2 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan ten aanzien van andere bloed- en aanverwanten van de Koning ontheffing verlenen van bepalingen van deze wet. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 artikel 31, vierde lid Een besluit waartegen ingevolge deze wet beroep openstaat of aanhangig is treedt, zolang dit het geval is, niet in werking, onverminderd het bepaalde in. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Algemene termijnenwet artikelen 20 68, eerste lid Deis niet van toepassing op de termijnen, gesteld in deen. 2009 320 28-07-2009 12-06-2009 30696 2009 501 01-12-2009 19-11-2009 01-01-2010
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 De bevoegdheid tot het maken van gemeentelijke verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp, waarin deze wet voorziet, gehandhaafd, voor zover die verordeningen niet met deze wet in strijd zijn. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Stb. De Wet op de lijkbezorging (Wet van 10 april 1869,65) wordt ingetrokken. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Wet op de lijkbezorging Deze wet kan worden aangehaald onder de titel:. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip. 1991 133 22-03-1991 19448 1991 235 08-05-1991 01-07-1991