Wet van 2 april 1991, houdende invoering van de Boeken 3, 5 en 6 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek houdende het overgangsrecht, tweede stuk
- BWB-id
- BWBR0005048
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1999-10-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005048
- ELI
- /eli/nl/wet/1992/invoeringswet-boeken-3-5-en-6-nieuw-b-w-twaalfde-gedeelte
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1992/invoeringswet-boeken-3-5-en-6-nieuw-b-w-twaalfde-gedeelte/1999-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005048&g=1999-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005048&z=2026-06-06&g=1999-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005048/1999-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1992/invoeringswet-boeken-3-5-en-6-nieuw-b-w-twaalfde-gedeelte
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Boeken 3 5 6 In de volgende bepalingen wordt onder "de wet" verstaan de Invoeringswet,ennieuw B.W., doch met uitzondering van het tweede, vierde en vijfde gedeelte van die wet. 2 a artikelen 68tot en met 75 78 lid 1 79 tot en met 81 117 120 173 182 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek Boeken 3 5 6 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek De,,,,,engelden mede ter regeling van het overgangsrecht in verband met de wijziging door de wet in de wetgeving buiten de,,en. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 19 Ter zake van een dwangbevel, een bevelschrift of rechterlijk verlof tot verkoop, vóór het in werking treden der wet uitgevaardigd, blijft het voordien geldende recht van toepassing. Onverminderd het bepaalde ingeschiedt de tenuitvoerlegging nadien met toepassing van de voorschriften der wet. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikelen 87 tot en met 89 van Boek 1 Op rechtshandelingen die een echtgenoot vóór het in werking treden van de wet heeft verricht, blijven de, zoals die toen golden, van toepassing. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 97 van Boek 1 artikel 98 van Boek 1 Op rechtshandelingen die een echtgenoot vóór het in werking treden van de wet in strijd met het toen geldendeheeft verricht, blijft het toen geldendevan toepassing. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 tweede en de derde zin van artikel 97 lid 1 van Boek 1 Dezijn van hun in werking treden af mede van toepassing op de goederen die reeds voordien in de gemeenschap waren gevallen. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Artikel 376 van Boek 1 , zoals dat gold tot aan het tijdstip van het in werking treden van de wet, blijft van toepassing op hetgeen de minderjarige op dat tijdstip aan de voogd na het einde van diens bewind nog schuldig was gebleven. De vorige zin is van overeenkomstige toepassing na het einde van een curatele. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Artikel 4 lid 1 van Boek 2 bepaalt mede de gevolgen van de daar genoemde gebreken in de oprichting van een rechtspersoon, welke vóór het in werking treden van de wet is geschied. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 11 tot en met 13 van Boek 2 Op een besluit van een orgaan van een rechtspersoon dat vóór het in werking treden van de wet is genomen, blijven de, zoals die toen golden, van toepassing. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 c artikelen 23 tot en met 23van Boek 2 Op de vereffening van het vermogen van een rechtspersoon, die nog niet is voltooid op het tijdstip van het in werking treden van de wet, zijn devan toepassing, behalve voor zover dit zou nopen tot het ongedaan maken van alsdan reeds in overeenstemming met het voordien geldend recht getroffen maatregelen. De wet wordt niet van toepassing ten aanzien van onderwerpen waaromtrent vóór haar in werking treden een rechterlijke uitspraak is gevraagd. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikelen 37 38 39 a 41van Boek 2 Op een vereniging die op het tijdstip van het in werking treden van de wet bestaat, worden de wijzigingen van de,,envan toepassing nadat drie jaren na dat tijdstip zijn verstreken. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 86 artikel 196 Op het tijdstip van het in werking treden van de wet wordt een aandeel in een naamloze vennootschap of een beperkt recht daarop verkregen, indien alsdan is voldaan aan het voorschrift vanof, en dat aandeel niet reeds voordien op grond van de toen geldende tekst van dat artikel was geleverd. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 b Artikel 21 lid 1, aanhef en onderdeelvan Boek 2 artikel 286 van Boek 2 , is gedurende drie jaren van het tijdstip van het in werking treden van deze wet af niet van toepassing op een stichting, waarvan de statuten niet voldoen aan de wijzigingen welke inbij deze wet worden aangebracht. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 a, artikel 167 b, 167 a 227 b 227van het Wetboek van Koophandel artikel 49 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek Zekerheid die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet was gesteld ingevolgeof, mag vanaf een jaar na dat tijdstip ongedaan worden gemaakt, indien alsdan twintig jaren na het stellen van de zekerheid zijn verstreken of anderszins de vereisten dievoor voldoening tegen enkele afgifte van een kwijting stelt, zijn vervuld. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Artikel 263 van het Wetboek van Koophandel artikel 10 van Boek 7 , zoals dat van het in werking treden der wet af luidt, is slechts van toepassing in het geval van koop van een zaak waarvoorgeldt. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Gedingen waarin de inleidende dagvaarding is betekend dan wel het inleidende verzoekschrift is ingediend voor het tijdstip van het in werking treden van de wet, worden geheel afgedaan met toepassing van de voorschriften van procesrechtelijke aard die voor dat tijdstip golden, voor zover niet uit de volgende artikelen anders voortvloeit. Het in de vorige zin bepaalde geldt ook voor de afdoening van een eis of verzoek, in het geding bij wege van reconventie gedaan, ook indien dat na het in werking treden van de wet is geschied. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Artikel 14 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering , zoals dit van het in werking treden der wet af luidt, is van toepassing op alle exploiten, beslagen en tenuitvoerleggingshandelingen die na dit in werking treden plaatsvinden. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Artikel 52 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikelen 52 tot en met 55 293 835 , zoals dit van het in werking treden der wet af luidt is in plaats van de voordien geldende,envan toepassing, indien het vonnis na dit in werking treden wordt uitgesproken. 2 artikelen 53 54 van dit wetboek artikelen 351 352 405 406 Deen, zoals deze van het in werking treden der wet af luiden, zijn van toepassing in plaats van de voordien geldende,,en, indien in het geding waarin op het tegen het vonnis aangewende rechtsmiddel wordt beslist, op het tijdstip van dit in werking treden nog een incidentele vordering van de in die artikelen bedoelde aard kan worden ingesteld. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a k Artikel 125lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering blijft van toepassing op verzoekschriften, ingediend na het tijdstip van het in werking treden van de wet, indien de daarbij gevorderde wettelijke rente voortvloeit uit het bepaalde in artikel 1286 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat vóór dat tijdstip gold. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Een vóór het tijdstip van het in werking treden der wet gelegd beslag wordt, voor zover uit de volgende leden en uit de andere bepalingen van deze titel niet anders voortvloeit, naar het voordien geldende recht afgewikkeld. 2 In het geval van het vorige lid worden van het in werking treden der wet af tweede en volgende beslagen op hetzelfde goed met toepassing van het nadien geldende recht gelegd en is geen oppositie tegen afgifte van kooppenningen meer mogelijk. De afwikkeling van deze beslagen geschiedt met toepassing van ditzelfde recht, behoudens voor zover de afwikkeling van de eerder gelegde beslagen toepassing van het voordien geldende recht eist. 3 artikel 702 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Indien op het tijdstip van het in werking treden van de wet de bevoegdheid bestond om krachtens een door de president gegeven bevelschrift of verlof conservatoir beslag te leggen, kan die bevoegdheid na dit tijdstip met inachtneming van het nieuwe recht worden uitgeoefend. De eis in de hoofdzaak geldt als tijdig ingesteld, indien zulks is geschied binnen acht dagen na het beslag of, indien het bevelschrift of verlof daartoe een langere termijn inhoudt, binnen die termijn. Voor de toepassing van, zoals dit na het tijdstip van het in werking treden zal gelden, wordt het bevelschrift of verlof met een verlof als in dat artikel bedoeld gelijk gesteld. 4 Een executoriale verkoop door een beslaglegger die op het tijdstip van het in werking treden van de wet nog niet was aangekondigd, wordt volgens de bepalingen van het nadien geldende recht afgewikkeld. Voor de toepassing van die bepalingen wordt een schuldeiser die voordien oppositie tegen afgifte van kooppenningen heeft gedaan, gelijk gesteld met een beslaglegger. 5 Een rangregeling wordt afgewikkeld naar het recht waaronder de benoeming plaats vond van de rechter-commissaris, te wiens overstaan de verdeling zal plaatsvinden. 6 Artikel 505 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering , zoals dit van het in werking treden van de wet af luidt, is van toepassing op beslagen die na dat tijdstip in de openbare registers worden ingeschreven. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikelen 479 741 van dat wetboek artikel 740 artikel 475 van dat wetboek Indien vóór het in werking treden der wet beslag onder een derde was gelegd en op het tijdstip van dit in werking treden nog geen dagvaarding tot het doen van verklaring als bedoeld in deen, zoals deze voor het in werking treden van de wet luidden, was uitgebracht, geschiedt vanaf de aanvang van de termijn bedoeld in, zoals dit toen luidde, de verdere afwikkeling van het beslag met toepassing van het nadien geldende recht. Zo niet binnen die termijn of, indien die termijn vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet was aangevangen, binnen een maand na dat tijdstip, aan de derde een exploit is betekend, waarbij is voldaan aan de eisen van, zoals dit na dit in werking treden luidt, zullen de betalingen, door de derde gedaan, van waarde zijn. 2 artikelen 751 tot en met 754 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikelen 477 leden 1 en 5 478 leden 1, 2 en 3 van dat wetboek Indien een vonnis als bedoeld in de, zoals deze voor het in werking treden der wet luidden, nadien wordt uitgesproken, geschiedt de in die artikelen bedoelde uitbetaling en afgifte met overeenkomstige toepassing van deen, zoals deze nadien luiden, en vindt ook de verdere afwikkeling naar het nadien geldende recht plaats. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 a Artikel 513van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering , zoals dit van het in werking treden der wet af luidt, is van toepassing op alle beslagen die na het in werking treden der wet rusten op goederen waarop dat artikel betrekking heeft. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikelen 110 116 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek De bepalingen van de wet betreffende executie door een pand- of hypotheekhouder zijn van toepassing, voor zover krachtens deende bepalingen van dat wetboek betreffende een zodanige executie van toepassing zijn. 2 artikelen 270 tot en met 273 van Boek 3 In geval na openbare verkoop overeenkomstig artikel 1223, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat tevoren gold, deniet van toepassing zijn en een rangregeling wordt verlangd, geschiedt deze met toepassing van het vóór het in werking treden van de wet geldende recht. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Een executie tot afgifte van een roerende zaak of ontruiming van een onroerende zaak geschiedt naar het recht waaronder de executie is aangevangen. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Het vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet geldende recht blijft tot een nader bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip van toepassing op het beslag op en de executie van schepen, luchtvaartuigen en de beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen, zulks voor zover in de volgende leden niet anders is bepaald. 2 afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Kadasterwet Waar wordt gesproken van "overschrijving" of "overschrijven" wordt voor de toepassing van de betreffende bepalingen "inschrijving" en "inschrijven" gelezen en geschiedt de inschrijving met inachtneming en met de gevolgen van het bepaalde inen in de. 3 artikelen 551-552 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Een rangregeling na de verkoop van een schip wordt afgewikkeld naar het recht waaronder de benoeming van de rechter-commissaris plaatsvindt, te wiens overstaan de verdeling zal plaatsvinden. Indien het nieuwe recht van toepassing is, brengt dit de toepasselijkheid mee van de. 4 a artikel 513van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Van het in werking treden van de wet af geschiedt de doorhaling van een beslag met toepassing van. 5 d artikel 537, eerste lid 553 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 99, eerste lid artikel 107, eerste lid, Kadasterwet Aan de verplichtingen van de bewaarder, bedoeld in, enen in artikel 25 Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen, wordt van het in werking treden van de wet af voldaan door middel van een getuigschrift als bedoeld in, onderscheidenlijk, waarin de inschrijvingen en de boekingen in de registers voor voorlopige aantekeningen worden vermeld, die in verband met die voorschriften van belang zijn. 6 artikel 636 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Met betrekking tot een beslag als bedoeld ingelden de leden 1-5 uitsluitend, voor zover dat beslag op een schip wordt gelegd. 7 artikel 573 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Dit artikel geldt niet voor schepen waaropvan toepassing is, en voor luchtvaartuigen die niet in de openbare registers of in een verdragsregister zijn ingeschreven. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikelen 544 tot en met 548 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 544 De, zoals deze vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet golden, blijven nadien van toepassing op dan nog bestaande grondrenten met dien verstande datgeacht wordt te verwijzen naar de bepalingen van de wet betreffende inbeslagneming en verkoop van onroerende zaken. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikelen 615 618 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Voor de toepassing van het overgangsrecht worden hoofdzaak en schadestaatprocedure, onderscheidenlijk de procedures bedoeld in deen, zoals deze voor het in werking treden der wet luidden als afzonderlijke gedingen beschouwd. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Een voor het in werking treden van de wet aangevangen verzegeling wordt naar het voordien geldende recht afgewikkeld en beëindigd. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 a f artikelen 797tot en met 797 Dezijn niet van toepassing op een gerechtelijke bewaring die voor het in werking treden van de wet is tot stand gekomen of door de rechter bevolen. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 a vierde lid van artikel 552 Hetis slechts van toepassing op klaagschriften die na het in werking treden van de wet zijn ingediend. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Op een faillissement dat vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet is uitgesproken en op een surséance van betaling die vóór dat tijdstip voorlopig is verleend, is de wet niet van toepassing. 2 Boeken 3 5 6 van het nieuw Burgerlijk Wetboek Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek Faillissementswet Indien echter bepalingen van de,enkrachtens devan toepassing zijn, zijn tevens de voorschriften toepasselijk die in verband met die bepalingen voor het geval van faillissement of surséance van betaling in dezijn opgenomen. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikelen 36 230 vierde lid van de Faillissementswet Deenworden met ingang van het tijdstip van het in werking treden van toepassing op bestaande rechtsvorderingen. 2 artikelen 182 eerste lid 188 eerste en tweede lid van de Faillissementswet Deenzijn van toepassing op de uitdelingslijsten die na het in werking treden van de wet worden goedgekeurd en op de uitvoering daarvan. 3 Artikel 232, onder 2°, van de Faillissementswet is van het in werking treden van de wet af van toepassing op de nadien verschijnende termijnen van de daar genoemde vorderingen. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 182 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek artikelen 37 38 236 237 van de Faillissementswet Indien krachtensop de gevolgen van een tekortschieten in de nakoming van een overeenkomst het voor het in werking treden van de wet geldende recht toepasselijk is, blijven ook de,,en, zoals deze voordien golden, van toepassing. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Boeken 3 5 6 van het Burgerlijk Wetboek Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek Voor zover en zolang een bepaling uit de,enof een bij deze wet vastgestelde wettelijke bepaling of wijziging niet geldt ingevolge deof ingevolge dit gedeelte der wet, blijft een daarop steunende wettelijke bepaling eveneens buiten toepassing. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Artikel 18 Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing op regelingen met betrekking tot beslag of executie, die in bijzondere wetten voorkomen en die bij deze wet aan hetworden aangepast. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Artikel 47, derde lid, van de Wet op het notarisambt vindt alleen toepassing op verklaringen van erfrecht die na het in werking treden van de wet zijn opgemaakt. 1999 190 04-05-1999 03-04-1999 23706 1999 382 14-09-1999 06-09-1999 01-10-1999
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Artikel 21 van de Pachtwet , zoals vastgesteld bij deze wet, geldt vanaf drie jaar na het in werking treden van deze wet. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Onteigeningswet artikel 18 artikel 47 van die wet De wijzigingen die bij de wet worden aangebracht in de, zijn niet van toepassing op een onteigening waarin de dagvaarding overeenkomstigofreeds voor het tijdstip van het in werking treden der wet is uitgebracht. 2 artikel 4 eerste lid van de Onteigeningswet artikel 7 12 80 143 van de Onteigeningswet Op de onteigening van een erfdienstbaarheid als bedoeld inzoals dat gold vóór het tijdstip genoemd in het vorige lid, blijven de voordien geldende bepalingen van toepassing, indien vóór dat tijdstip reeds een terinzagelegging als bedoeld in,,ofis geschied. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikelen 48 tot en met 52 van de Grootboekwet De, zoals die bij deze wet zijn vastgesteld, zijn niet van toepassing, indien de schuldenaar of de pandgever reeds vóór het in werking treden van de wet in de nakoming van zijn verbintenis was tekortgeschoten en aan de pandgever de uitwinning van het pand reeds was aangezegd. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 b artikel 5, derde lid onder Belemmeringenwet Privaatrecht titel 8 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek Van het in werking treden der wet af zijn op een recht dat in het tevoren geldende, laatste zinsnede van de, werd aangeduid als niet met name in het Burgerlijk Wetboek genoemd, de bepalingen vanvan toepassing. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Artikel 86, eerste lid, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek artikel 22 van de Invorderingswet 1990 Stb. Stb. is niet van toepassing, zolang een vóór het in werking treden van de wet, met toepassing van(221) of artikel 156 van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen (1961, 31) gelegd bodembeslag niet is afgewikkeld. 2 Artikel 22, derde lid, van de Invorderingswet 1990 230 van het Wetboek van Koophandel en artikel 156, vierde lid, van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen, zoals die bij deze wet zijn vastgesteld, zijn niet van toepassing met betrekking tot een vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet gelegd bodembeslag voor zover het betreft de rechten van hen die tot aan dat tijdstip reeds op grond van de toenmalige artikelen 2014, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek enbevoegd waren tot de terugvordering van een in beslag genomen zaak. 1991 610 06-12-1991 1991 200 17-04-1991 01-01-1992
Artikel 41 — Slotbepalingen#
Slotbepalingen 1 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 2 Boeken 3 5 6 nieuw Burgerlijk Wetboek Onze Minister van Justitie kan de voorgaande bepalingen als hoofdstuk of deel van een hoofdstuk in het geheel van de Invoeringswet,eninvoegen met de daartoe nodige wijziging in de nummering, mede in de verwijzingen. 3 Boeken 3 5 6 nieuw B.W. (twaalfde gedeelte) Deze wet kan worden aangehaald als Invoeringswet,en. 1991 198 02-04-1991 19528 1991 200 17-04-1991 01-01-1992