Wet van 12 december 1991, houdende regeling van het vervoer van goederen en personen met binnenschepen
- BWB-id
- BWBR0005319
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2008-08-01 t/m 2009-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005319
- ELI
- /eli/nl/wet/1992/wet-vervoer-binnenvaart
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1992/wet-vervoer-binnenvaart/2008-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005319&g=2008-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005319&z=2026-06-06&g=2008-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005319/2008-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1992/wet-vervoer-binnenvaart
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; b. binnenschip: elk vaartuig dat wordt gebruikt tot de vaart op de binnenwateren of dat daartoe bestemd is; c. binnenwateren: de wateren, die in Nederland zijn gelegen binnen een langs de Nederlandse kust gaande, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen lijn; d. binnenlands vervoer: vervoer met binnenschepen tussen twee binnen Nederland gelegen punten, ongeacht of daarbij de landsgrenzen worden overschreden; e. eigen vervoer: vervoer met binnenschepen van goederen, uitsluitend bestemd voor of afkomstig van eigen onderneming of bedrijf; f. beroepsvervoer: vervoer met binnenschepen tegen vergoeding, niet zijnde eigen vervoer; g. Trb. Herziene Rijnvaartakte: de op 17 oktober 1868 te Mannheim tot stand gekomen Herziene Rijnvaartakte (1955, 161); h. Rijnvaartverklaring: de verklaring, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Herziene Rijnvaartakte. 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Deze wet is van toepassing op het vervoer van goederen en personen met binnenschepen op de binnenwateren. 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder vervoer mede verstaan: a. het aanbieden van binnenschepen voor het vervoer van goederen en personen, b. het laden en lossen van goederen alsmede het in- en ontschepen van personen en c. het opslaan van goederen in binnenschepen. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen bepaalde vormen van vervoer met binnenschepen, soorten binnenschepen, vervoer en op bepaalde binnenwateren of vervoer onder bepaalde omstandigheden worden aangewezen, waarop deze wet geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Onze Minister geeft met betrekking tot een binnenschip dat in de openbare registers, bedoeld in, te boek staat op aanvraag van de desbetreffende eigenaar, de mede-eigenaar of de exploitant van het schip een Rijnvaartverklaring af, mits wordt voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen omtrent de nationaliteit alsmede de woon- en verblijfplaats in geval van een natuurlijke persoon onderscheidenlijk de oprichting, de zetel, het centrum van de handelsactiviteit, de plaats, van waaruit de exploitatie wordt geleid alsmede het bestuur en het beheer in geval van een rechtspersoon. 2 De in het eerste lid bedoelde persoon danwel personen aan wie een verklaring is afgegeven, doet respectievelijk doen, elk voor zich, aan Onze Minister onverwijld schriftelijk mededeling van iedere wijziging in de omstandigheden op grond waarvan de verklaring is afgegeven. 3 Onze Minister kan de verklaring ambtshalve of op aanvraag van de persoon of personen aan wie deze is afgegeven, intrekken. Hij trekt de verklaring ambtshalve in, indien niet langer aan de desbetreffende eisen voor afgifte wordt voldaan. 2005 107 08-03-2005 03-02-2005 28443 2005 416 25-08-2005 16-07-2005 01-09-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Onverminderd het tweede lid, geeft Onze Minister voor een binnenschip, dat niet in aanmerking komt voor een Rijnvaartverklaring, op aanvraag van de eigenaar, mede-eigenaar of exploitant van het schip een bewijs van toelating af. 2 Onze Minister kan hetzij op de gronden, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Herziene Rijnvaartakte, hetzij om redenen van internationaal vervoerbeleid: a. de afgifte van een bewijs van toelating weigeren of een dergelijk bewijs intrekken danwel b. een bewijs van toelating onder beperkingen verlenen of daaraan voorschriften verbinden of zodanige voorschriften of beperkingen wijzigen of intrekken. 3 Het tweede en derde lid van artikel 5 zijn van overeenkomstige toepassing. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Degene die vervoer van goederen of personen met een binnenschip verricht, heeft, voor zover van toepassing, gedurende het vervoer aan boord danwel draagt zorg dat anderszins, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen, controleerbaar is: a. de voor het binnenschip afgegeven Rijnvaartverklaring, b. het door Onze Minister aangewezen geëigend document van de bevoegde autoriteit van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of c. het voor het binnenschip afgegeven bewijs van toelating voor zover niet anders bepaald bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. 1993 609 11-11-1993 22903 1993 778 28-12-1993 01-01-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in elk geval regels gesteld omtrent: a. de vorm, de inhoud en de afgifte van de Rijnvaartverklaring en het bewijs van toelating, b. de gegevens die bij een aanvraag om afgifte of intrekking van de Rijnvaartverklaring en het bewijs van toelating worden verstrekt en c. de wijze waarop een aanvraag om afgifte of intrekking van een Rijnvaartverklaring respectievelijk een bewijs van toelating wordt ingediend. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het is verboden vervoer van goederen of personen met een binnenschip op de binnenwateren te verrichten: a. tussen twee punten gelegen aan de wateren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Herziene Rijnvaartakte, zonder dat voor het binnenschip een Rijnvaartverklaring is afgegeven en b. a in andere dan in onderdeelbedoelde gevallen zonder dat voor het binnenschip is afgegeven: 1°. een Rijnvaartverklaring, 2°. een door Onze Minister aangewezen geëigend document van de bevoegde autoriteit van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of 3°. een bewijs van toelating. 2 Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden afgeweken. 1993 609 11-11-1993 22903 1993 778 28-12-1993 01-01-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Het is verboden te handelen in strijd met een beperking waaronder een bewijs van toelating is afgegeven of met een voorschrift dat aan een bewijs van toelating is verbonden. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Onze Minister verleent op aanvraag een vergunning voor het beroepsvervoer van goederen, indien is voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen. 2 PbEG De in het eerste lid bedoelde eisen betreffen vakbekwaamheid, zoals vermeld in de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 november 1987 betreffende de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal goederenvervoer over de binnenwateren en inzake de onderlinge erkenning van dit beroep betreffende diploma's, certificaten en andere titels (L 322). 3 Onze Minister of een door hem aangewezen bevoegde instantie geeft, met in achtneming van het ter zake bepaalde in de EEG-Richtlijn, genoemd in het tweede lid, een verklaring af waaruit blijkt dat is voldaan aan eisen met betrekking tot betrouwbaarheid of kredietwaardigheid als bedoeld in het tweede lid, indien de betrokken ontvangende Lid-Staat dergelijke eisen stelt met het oog op het verrichten van beroepsvervoer van goederen op vaarwegen binnen haar gebied. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bewijsstukken respectievelijk verklaringen aangewezen waarmee kan worden aangetoond, dat aan de eisen is voldaan. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11, tweede lid Aan de in, bedoelde eis van vakbekwaamheid moet worden voldaan door degene, die daadwerkelijk en bij voortduring leiding geeft aan het beroepsvervoer of, indien deze leiding bij meer personen berust, door ten minste een van hen. 2 artikel 11, derde lid Indien, toepassing vindt, moet aan de in dat lid bedoelde eisen worden voldaan voor wat betreft: a. betrouwbaarheid door degene, die daadwerkelijk en bij voortduring leiding geeft aan het beroepsvervoer of, indien deze leiding bij meer personen berust, door ieder van hen en b. kredietwaardigheid door de ondernemer of, indien er meer ondernemers zijn, door hen gezamenlijk. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Een vergunning is niet overdraagbaar en wordt verleend voor onbepaalde tijd. 2 In de vergunning wordt in elk geval de naam van de vergunninghouder alsmede, in voorkomend geval, de naam van degene die vakbekwaam is, niet zijnde de vergunninghouder, vermeld. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 11, tweede lid Onze Minister is belast met de uitvoering van het bepaalde in artikel 4, tweede lid, van de in, genoemde Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikelen 11 12 Onze Minister kan een vergunning ambtshalve intrekken of op aanvraag van de vergunninghouder wijzigen of intrekken. Hij trekt de vergunning ambtshalve in, indien niet langer wordt voldaan aan het bepaalde in deen. 2 De vergunninghouder doet aan Onze Minister onverwijld schriftelijk mededeling van iedere wijziging in de omstandigheden op grond waarvan de vergunning is verleend. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Een vergunning vervalt van rechtswege met ingang van de dag van: a. overlijden of intreden van lichamelijke ongeschiktheid of wettelijke onbekwaamheid van de vergunninghouder of b. ontbinding van de rechtspersoon, de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid of de maatschap, waaraan de vergunning is verleend. 2 artikel 15, tweede lid Op degene, die treedt in de rechten en verplichtingen van de in het eerste lid bedoelde vergunninghouder, is het bepaalde in, van overeenkomstige toepassing. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Onze Minister verleent een vergunning voor voortzetting van het beroepsvervoer van goederen gedurende een termijn van ten hoogste een jaar op een daartoe strekkende aanvraag: a. van de erfgenaam of, indien er meer erfgenamen zijn, van de gezamenlijke erfgenamen van de overleden vergunninghouder of b. van een, door of namens de vergunninghouder, gemachtigde in geval van lichamelijke ongeschiktheid of wettelijke onbekwaamheid van de vergunninghouder. 2 De in het eerste lid bedoelde termijn gaat in op de dag van het plaatshebben van een omstandigheid als bedoeld in dat lid. Onze Minister kan op aanvraag in bijzondere gevallen deze termijn met ten hoogste zesentwintig weken verlengen. 3 Onze Minister verleent de vergunning, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na de datum van indiening van de aanvraag. 4 artikelen 11, eerste lid 13, eerste lid Het bepaalde in de, en, is, voor zover het vakbekwaamheid betreft, niet van toepassing op de vergunning, bedoeld in het eerste lid. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 11 Als niet langer wordt voldaan aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in, ten gevolge van overlijden of lichamelijke ongeschiktheid danwel wettelijke onbekwaamheid van degene, die aan de eisen voldeed en niet de vergunninghouder is, verleent Onze Minister, indien hem daartoe een aanvraag van de vergunninghouder heeft bereikt, een vergunning voor voortzetting van het onderhavige beroepsvervoer gedurende een termijn van ten hoogste een jaar. Deze termijn gaat in op de dag van het plaatshebben van een omstandigheid als bedoeld in de eerste volzin. Onze Minister kan op aanvraag in bijzondere gevallen deze termijn met ten hoogste zesentwintig weken verlengen. 2 Onze Minister verleent de vergunning, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na de datum van indiening van de aanvraag. 3 artikelen 11, eerste lid 13, eerste lid De, en, zijn niet van toepassing op de vergunning, bedoeld in het eerste lid. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in elk geval nadere regels gegeven omtrent: a. de wijze waarop een aanvraag om verlening, wijziging of intrekking van een vergunning wordt ingediend, b. a de gegevens die in verband met onderdeelworden verstrekt, c. de termijnen waarbinnen op een aanvraag wordt beslist, d. de inhoud en de afgifte van een vergunning, e. artikel 14 hetgeen nodig is ter uitvoering van het bepaalde inen f. de wijze waarop ambtshalve intrekking plaatsheeft. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Het is verboden beroepsvervoer van goederen op de binnenwateren te verrichten zonder dat daarvoor is afgegeven: a. artikel 11 een vergunning als bedoeld inof b. een door Onze Minister aangewezen geëigend en op het betreffende vervoer betrekking hebbend document van de bevoegde autoriteit van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen, van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of van Zwitserland. 2 Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden afgeweken. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. beroepsvervoer van goederen tussen twee punten gelegen aan de wateren, bedoeld in artikel 1 van de Herziene Rijnvaartakte, met een binnenschip waarvoor door de bevoegde Zwitserse autoriteit een Rijnvaartverklaring is afgegeven, b. beroepsvervoer van goederen met binnenschepen, waarvan het laadvermogen bij maximale diepgang ten hoogste 200 metrieke ton bedraagt. 4 Onze Minister kan het maximum, genoemd in het derde lid, voor alle vervoer, voor een gedeelte daarvan of voor sommige soorten van vervoer verlagen. 1993 609 11-11-1993 22903 1993 778 28-12-1993 01-01-1994
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 14 Het is verboden te handelen in strijd met het bepaalde bij of krachtens. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Onze Minister geeft op aanvraag van de vergunninghouder een vergunningbewijs af voor elk binnenschip waarmee deze beroepsvervoer van goederen wil gaan verrichten, mits: a. artikel 46 geen inschrijvingsbewijs als bedoeld invoor dat schip is verleend en b. dat schip is voorzien van: 1°. artikel 5, eerste lid, van de Binnenschepenwet Stb. een geldig certificaat van onderzoek als bedoeld in(1981, 678), 2°. Stb. een geldig certificaat van onderzoek als bedoeld in artikel 1.03, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn (1976, 476), 3°. Schepenwet een geldig certificaat van deugdelijkheid, afgegeven krachtens deof 4°. c artikel 4, eerste lid onderdeel, van de Binnenschepenwet een geldig document als bedoeld in. 1998 466 28-07-1998 01-07-1998 25332 1999 262 29-06-1999 23-06-1999 01-07-1999
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Een voor een binnenschip afgegeven vergunningbewijs vervalt van rechtswege indien: a. artikel 22, onderdeel b het binnenschip niet langer voldoet aan het bepaalde in, b. de vergunninghouder het binnenschip kennelijk niet langer voor beroepsvervoer van goederen gebruikt, of c. de vergunning, bedoeld in paragraaf 1 van deze afdeling, wordt ingetrokken danwel van rechtswege vervalt. 2 De vergunninghouder doet aan Onze Minister onverwijld schriftelijk mededeling van iedere wijziging in de omstandigheden op grond waarvan het vergunningbewijs is verleend. 3 Onze Minister wijzigt een voor een binnenschip afgegeven vergunningbewijs ambtshalve, indien een verandering ten aanzien van de gegevens vermeld op het vergunningbewijs of de vergunning daartoe aanleiding geeft. 4 De vergunninghouder is verplicht een voor een binnenschip afgegeven vergunningbewijs, dat van rechtswege is vervallen, bij Onze Minister in te leveren. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 26 Een voor een binnenschip afgegeven vergunningbewijs of een bewijsstuk als bedoeld inmoet op het desbetreffende binnenschip aanwezig danwel anderszins, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen, controleerbaar zijn. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in elk geval nadere regels gesteld omtrent de inhoud, afgifte, wijziging en inlevering van een vergunningbewijs. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 22 Het is verboden beroepsvervoer van goederen te verrichten zonder dat voor het desbetreffende binnenschip een vergunningbewijs als bedoeld inof een, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen, overeenkomstig bewijsstuk is afgegeven. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Onze Minister verleent op aanvraag een inschrijving eigen vervoer, indien: a. aannemelijk wordt gemaakt dat het vervoer waarvoor de inschrijving wordt gevraagd, is aan te merken als eigen vervoer en b. wordt voldaan aan eisen inzake de rechtsbetrekkingen waarin de eigen vervoerder ten opzichte van de bij het eigen vervoer te gebruiken binnenschepen staat en inzake de rechtsverhoudingen ten aanzien van het bij het eigen vervoer in te zetten personeel. 2 a b Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven omtrent de eisen, bedoeld in het eerste lid onderdelenen. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Een inschrijving eigen vervoer wordt verleend voor hetzij onbepaalde tijd hetzij bij algemene maatregel van bestuur te regelen bepaalde tijd. 2 In de inschrijving worden in elk geval vermeld: a. de naam van de ingeschrevene, b. de omschrijving van de te vervoeren goederen en c. de aard van de bedrijfsactiviteiten. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 42, tweede lid artikel 41 Indien een wijziging is ingetreden in een omstandigheid waarop een onderdeel van de inschrijving als bedoeld in, betrekking heeft, dient de ingeschrevene onmiddellijk een aanvraag voor een nieuwe inschrijving in bij Onze Minister, onder vermelding van de bedoelde wijziging. Onverminderd het bepaalde inverleent Onze Minister, onder doorhaling van de bestaande inschrijving, een nieuwe inschrijving, waarin de wijziging is verwerkt. 2 Onze Minister kan een inschrijving eigen vervoer ambtshalve of op aanvraag van de ingeschrevene doorhalen. Hij haalt de inschrijving door, indien: a. artikel 41 niet langer wordt voldaan aan het bepaalde in, of b. de bedrijfsactiviteit, die tot het vervoer heeft geleid, is beëindigd. 3 Na de doorhaling, bedoeld in het tweede lid, wordt een nieuwe inschrijving niet eerder verleend dan nadat ten minste zesentwintig weken zijn verstreken met ingang van de dag van doorhaling van de inschrijving. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikel 16 Op een inschrijving isvan overeenkomstige toepassing. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 Onze Minister verleent voor het voortzetten van hetzelfde eigen vervoer een inschrijving eigen vervoer op eigen naam op een daartoe strekkende aanvraag: a. van de erfgenaam of, indien er meer erfgenamen zijn, van de gezamenlijke erfgenamen van de overleden ingeschrevene of b. van een, door of namens de ingeschrevene, gemachtigde in geval van lichamelijke ongeschiktheid of wettelijke onbekwaamheid van de ingeschrevene. 2 De inschrijving gaat in op de dag van het plaatshebben van een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid. 3 Onze Minister verleent de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na de datum van indiening van de aanvraag. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Onze Minister geeft aan de ingeschrevene op aanvraag een inschrijvingsbewijs af voor elk binnenschip waarmee deze binnenlands eigen vervoer wil gaan verrichten. 2 artikelen 22 23, tweede, derde en vierde lid 24 41 Op het inschrijvingsbewijs zijn de,,envan overeenkomstige toepassing. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in elk geval nadere regels gesteld omtrent: a. de wijze waarop een aanvraag om inschrijving of doorhaling van een inschrijving wordt ingediend, b. a de gegevens die in verband met onderdeelworden verstrekt, c. de termijnen waarbinnen op een aanvraag wordt beslist, d. de inhoud en verlening van een inschrijving en de inhoud, afgifte, wijziging en inlevering van een inschrijvingsbewijs alsmede e. de wijze waarop ambtshalve doorhaling plaatsheeft. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 46 Het is verboden binnenlands eigen vervoer van goederen op de binnenwateren te verrichten zonder dat daarvoor een inschrijving eigen vervoer van Onze Minister is verleend. Het is verboden binnenlands eigen vervoer van goederen te verrichten zonder dat voor het desbetreffende binnenschip een inschrijvingsbewijs als bedoeld inis afgegeven. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. binnenlands eigen vervoer van goederen tussen twee punten gelegen aan de wateren, bedoeld in artikel 1 van de Herziene Rijnvaartakte, met een binnenschip waarvoor door de bevoegde autoriteit van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen dan Nederland of een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dan wel van Zwitserland een Rijnvaartverklaring is afgegeven, b. binnenlands eigen vervoer van goederen met binnenschepen, waarvan het laadvermogen bij maximale diepgang ten hoogste 200 metrieke ton bedraagt. 3 Onze Minister kan het maximum, genoemd in het tweede lid, voor alle vervoer, voor een gedeelte daarvan of voor sommige soorten van vervoer verlagen. 1993 609 11-11-1993 22903 1993 778 28-12-1993 01-01-1994
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 In het binnenlands eigen vervoer is het verboden andere goederen op de binnenwateren te vervoeren dan die waarop de desbetreffende inschrijving eigen vervoer en het desbetreffende inschrijvingsbewijs betrekking hebben. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Artikel 22, onderdeel a , is niet van toepassing op binnenlands vervoer met binnenschepen, welke uitsluitend of nagenoeg uitsluitend zijn ingericht voor het in tanks in bulk vervoeren van goederen. 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 De eigenaar van een binnenschip dat in Nederland krachtens de artikelen 193 of 783 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is teboekgesteld, is onverwijld verplicht: a. zijn binnenschip in een door Onze Minister bijgehouden register te laten registreren, b. het registratienummer op zijn binnenschip aan te brengen op een door Onze Minister te bepalen plaats en wijze alsmede c. elke wijziging die de geregistreerde gegevens betreft in het register te laten aanbrengen. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent: a. de wijze waarop een aanvraag om registratie alsmede wijziging van die registratie wordt ingediend, b. de te registreren gegevens, c. de bescherming van de geregistreerde gegevens en d. de wijze waarop de geregistreerde personen kennis kunnen nemen en verbetering kunnen laten aanbrengen van de over hen en hun binnenschepen opgenomen gegevens. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 artikel 53 Het is verboden vervoer te verrichten met een binnenschip als bedoeld in, dat niet is geregistreerd in het door Onze Minister bijgehouden register. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 Aan degene die een aanvraag doet tot afgifte of wijziging van de in het tweede lid genoemde documenten kan daarvoor een vergoeding van de kosten in rekening worden gebracht, verschuldigd volgens door Onze Minister vast te stellen tarieven. 2 De in het eerste lid bedoelde documenten zijn: a. artikel 5, de Rijnvaartverklaring, bedoeld in b. artikel 6, het bewijs van toelating, bedoeld in c. artikel 11 de vergunning, bedoeld in, d. e artikel 19, onderdeel een beschikking als bedoeld in, e. artikel 17 de vergunning, bedoeld in, f. artikel 18 de vergunning, bedoeld in, g. artikel 22 het vergunningbewijs, bedoeld in, h. artikel 41 de inschrijving, bedoeld in, i. artikel 45 de inschrijving, bedoeld in, j. artikel 46 het inschrijvingsbewijs, bedoeld in, k. a l gewaarmerkte afschriften van de in de onderdelentot en metgenoemde documenten. 3 De in het eerste lid bedoelde vergoeding bedraagt niet meer dan de voor de aldaar bedoelde handelingen werkelijk gemaakte kosten. 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven omtrent de verstrekking van gegevens betreffende het vervoer. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Wet bescherming persoonsgegevens In het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde wordt verstaan onder verwerken van persoonsgegevens, onderscheidenlijk verantwoordelijke: hetgeen daaronder wordt verstaan in de. 2001 180 19-04-2001 05-04-2001 26410 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001 Treedt in werking als het voorstel van wet 25892 (Wet
bescherming persoonsgegevens) tot wet wordt verheven en in
werking treedt.
Artikel 58a — Artikel 58a#
Artikel 58a 1 artikelen 11 15 16 17 18 43 45 Ter uitvoering van de,,,,,en, alsmede voor het verlenen van ontheffing onderscheidenlijk vrijstelling van deze artikelen, worden persoonsgegevens verwerkt betreffende de gezondheid, waaronder mede begrepen de wettelijke onbekwaamheid. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde te kunnen beoordelen of aan deze artikelen toepassing kan worden gegeven, dan wel of ontheffing onderscheidenlijk vrijstelling kan worden verleend. 2 artikelen 11, derde lid 15 Ter uitvoering van de, enkunnen strafrechtelijke persoonsgegevens worden verwerkt, indien dit voor de beoordeling van de betrouwbaarheid of kredietwaardigheid van een betrokkene noodzakelijk is. 3 Onze Minister is verantwoordelijke voor de verwerking van de in het eerste en tweede lid bedoelde persoonsgegevens. 2001 180 19-04-2001 05-04-2001 26410 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001 Treedt in werking als het voorstel van wet 25892 (Wet
bescherming persoonsgegevens) tot wet wordt verheven en in
werking treedt.
Artikel 58b — Artikel 58b#
Artikel 58b 1 Ter uitvoering van de op 17 oktober 1868 te Mannheim tot stand gekomen Herziene Rijnvaartakte kunnen persoonsgegevens worden verwerkt betreffende de gezondheid van de bemanning van schepen op de Rijn in Nederland, met inbegrip van de Waal en de Lek. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde de lichamelijke geschiktheid van de bemanning vast te stellen. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wie verantwoordelijke is voor de verwerking van de persoonsgegevens. 2001 180 19-04-2001 05-04-2001 26410 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001 Treedt in werking als het voorstel van wet 25892 (Wet
bescherming persoonsgegevens) tot wet wordt verheven en in
werking treedt.
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast: a. artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering de bij of krachtensaangewezen ambtenaren, en b. de door Onze Minister aangewezen ambtenaren van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. 2 Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot het toezicht op de naleving. 2008 112 15-04-2008 03-04-2008 30979 2008 262 10-07-2008 03-07-2008 31404 2008 287 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Artikel XLVII van Stb. 2008/112 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 Beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven met betrekking tot verlening, weigering, overdracht of wijziging van een vergunning voor ongeregeld vervoer dat is ingesteld voor het tijdstip van inwerking treden van dit artikel en waarop voor dat tijdstip nog niet is beslist of ingesteld na het tijdstip van inwerking treden van dit artikel, maar binnen de beroepstermijn, dan wel ingesteld na verloop van de beroepstermijn, doch waaromtrent ten genoegen van het College is aangetoond, dat ter zake van de overschrijding van de beroepstermijn redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt, wordt door het College overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Wet Goederenvervoer Binnenscheepvaart afgehandeld. 2 artikel 32 artikelen 66 67 68 69 Indien een beslissing als bedoeld in het eerste lid leidt tot verlening, overdracht of wijziging van de vergunning voor ongeregeld vervoer als bedoeld inof 33 van de Wet Goederenvervoer Binnenscheepvaart, danwel van de vergunning voor beperkt ongeregeld vervoer als bedoeld in artikel 34 van de voornoemde wet, zijn daarop deenrespectievelijkenvan overeenkomstige toepassing. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 artikel 11 artikel 11 Natuurlijke personen die ten genoegen van Onze Minister kunnen bewijzen dat zij voor het tijdstip, bedoeld in artikel 5 van de ingenoemde Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen, in een Lid-Staat of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte het beroep van ondernemer van nationaal of internationaal goederenvervoer over de binnenwateren wettelijk hebben uitgeoefend, voldoen aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in, en ontvangen van Onze Minister op aanvraag een desbetreffend bewijsstuk. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op rechtspersonen. 1995 669 28-12-1995 13-12-1995 24273 1995 670 28-12-1995 13-12-1995 29-12-1995
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 artikel 22 artikel 42 artikel 46 Verordening nr. 718/1999 Afgifte van een vergunningbewijs als bedoeld in, verlening van een inschrijving als bedoeld inof afgifte van een inschrijvingsbewijs als bedoeld in, of, in voorkomende gevallen, beide hebben niet eerder plaats, dan nadat ten genoegen van Onze Minister is aangetoond, dat de eigenaar van het desbetreffende binnenschip heeft voldaan aan artikel 4, eerste lid, vanvan de Raad van de Europese Unie van 29 maart 1999 betreffende het beleid ten aanzien van de capaciteit van de communautaire binnenvaartvloot met het oog op de bevordering van het vervoer over de binnenwateren (PbEG L 90). 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Werkt terug tot en met 29 april 1999.
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 artikel 80 Een voor een binnenschip afgegeven vergunningbewijs vervalt van rechtswege, indien niet is voldaan aan artikel 4, eerste lid, van de ingenoemde verordening. Het in de vorige volzin bedoelde vergunningbewijs dient door de desbetreffende vergunninghouder bij Onze Minister te worden ingeleverd. 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Werkt terug tot en met 29 april 1999.
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 artikel 80 Een inschrijving of een voor een binnenschip afgegeven inschrijvingsbewijs of, in voorkomende gevallen, beide vervallen van rechtswege, indien niet is voldaan aan artikel 4, eerste lid, van de ingenoemde verordening. Het in de vorige volzin bedoelde inschrijvingsbewijs dient door de desbetreffende ingeschrevene bij Onze Minister te worden ingeleverd. 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Werkt terug tot en met 29 april 1999.
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 a artikel 22, onderdeel PbEG Onverminderd het bepaalde in, geeft Onze Minister desgevraagd aan de vergunninghouder een vergunningbewijs af voor elk binnenschip waarmee deze beroepsvervoer van goederen wil gaan verrichten, mits deze kan aantonen dat het binnenschip voldoet aan de vereisten voor de afgifte van het communautair certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 3 van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 4 oktober 1982 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (L 301). 2 Stcrt. Dit artikel geldt voor een tijdsduur als vermeld in de Regeling vaststelling tijdschema eerste onderzoek bestaande vrachtschepen, sleepboten en duwboten van 12 april 1988, nr. S/J 30 570/88 (1988, 96) die voor de daarbij genoemde categorieën verschilt. 3 artikel 46 Het bepaalde in het eerste en het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de afgifte van een inschrijvingsbewijs als bedoeld in. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 artikel 5, eerste lid Verklaringen inzake het behoren tot de Rijnvaart als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Herziene Rijnvaartakte, die zijn afgegeven door Onze Minister voor het tijdstip van inwerking treden van dit artikel, worden met ingang van dat tijdstip aangemerkt als Rijnvaartverklaringen als bedoeld in. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Op aanvragen om verklaringen inzake het behoren tot de Rijnvaart als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Herziene Rijnvaartakte, die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerking treden van dit artikel, zijn, voor zover daarop voor dat tijdstip nog niet is beslist, de bepalingen van deze wet van toepassing. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Op beroepen tegen beschikkingen op aanvragen om of met betrekking tot het intrekken van verklaringen inzake het behoren tot de Rijnvaart als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Herziene Rijnvaartakte, die aanhangig zijn op het tijdstip van inwerking treden van dit artikel of na die datum binnen de beroepstermijn aanhangig zijn gemaakt, wordt beslist door het orgaan waarvoor het beroep dient respectievelijk zou dienen. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 Vervallen 2008 157 15-05-2008 10-04-2008 31291 2009 164 07-04-2009 18-03-2009 01-07-2009
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Vervallen 1998 319 09-06-1998 14-05-1998 25412 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Deze wet kan worden aangehaald als Wet vervoer binnenvaart. 1991 711 12-12-1991 21187 1992 233 11-05-1992 15-05-1992