Wet van 9 december 1993, houdende voorschriften inzake uitbetaling en verhoging van Surinaams pensioen voor Surinaams gepensioneerden in Nederland
- BWB-id
- BWBR0006298
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006298
- ELI
- /eli/nl/wet/1993/garantiewet-surinaamse-pensioenen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1993/garantiewet-surinaamse-pensioenen/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006298&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006298&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006298/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1993/garantiewet-surinaamse-pensioenen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. Surinaams pensioen: een pensioenuitkering die bij ontslag is toegekend of waarop bij ontslag uitzicht bestond uit hoofde van de in Suriname van kracht zijnde Ambtenarenpensioenverordening 1972; b. stichting: de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen; c. garantiepensioen: een door de stichting ter vervanging van de aanspraak op Surinaams pensioen uit te betalen pensioen; d. ambtenaar: degene die vanaf een voor 25 november 1975 gelegen tijdstip in ambtelijke dienst van Suriname of als leerkracht bij het bijzonder onderwijs in Suriname werkzaam is geweest en op grond daarvan uitzicht heeft op een Surinaams pensioen; e. gepensioneerde: de gewezen ambtenaar die aanspraak heeft op een Surinaams pensioen; f. nabestaande: 1°. de weduwe of weduwnaar die op grond van de Surinaamse Ambtenarenpensioenverordening 1972 aanspraak heeft op een nabestaandenpensioen ingevolge het overlijden van een ambtenaar of gepensioneerde en die zich voor 1 mei 1985 blijvend in Nederland heeft gevestigd; 2°. de wees die op grond van de Surinaamse Ambtenarenpensioenverordening 1972 aanspraak heeft op een wezenpensioen ingevolge het overlijden van een ambtenaar of gepensioneerde en die zich voor 1 mei 1985 blijvend in Nederland heeft gevestigd of is geboren uit zijn voor die datum in Nederland gevestigde moeder; g. rechthebbende: de gepensioneerde die zich voor 1 mei 1985 blijvend in Nederland heeft gevestigd dan wel de nabestaande of nabestaanden; h. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2001 377 23-08-2001 16-07-2001 27692 2001 377 23-08-2001 16-07-2001 27692 24-08-2001 01-01-2001 Artikelen 1 en 6a werken terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 6 werkt terug tot en met 1 juli 1996.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Op aanvraag van de rechthebbende wordt door de stichting een garantiepensioen toegekend, indien de rechthebbende: a. aantoont dat hij zich voor 1 mei 1985 in Nederland heeft gevestigd of, indien hij een wees is, dat hij is geboren uit een moeder die zich voor die datum in Nederland heeft gevestigd en; b. zijn aanspraak op Surinaams pensioen aan de Nederlandse Staat heeft gecedeerd. 2 artikel 1, onder g Door de stichting wordt op de daartoe gedane aanvraag tevens een garantiepensioen toegekend aan degene die niet als rechthebbende in de zin van, kan worden aangemerkt, maar aan wie voor 1 januari 1992 door de stichting voorschotten zijn verstrekt op zijn Surinaams pensioen, op voorwaarde dat hij zijn aanspraak op Surinaams pensioen aan de Nederlandse Staat heeft gecedeerd. 3 Voorts wordt door de stichting op de daartoe gedane aanvraag een garantiepensioen toegekend aan degene of degenen die aanspraak hebben op een Surinaams nabestaandenpensioen ingevolge het overlijden van degene op wie het tweede lid van toepassing was, eveneens op voorwaarde dat de aanspraak op Surinaams pensioen aan de Nederlandse Staat is gecedeerd. 4 In afwijking van het tweede en derde lid wordt aan degene die zich in Suriname heeft gevestigd geen garantiepensioen toegekend; 5 De Stichting kan bij een met redenen omkleed besluit in bijzonder gevallen waarin gepensioneerden of hun nabestaanden aantonen dat zij om medische dan wel andere dwingende redenen niet aan de voorwaarde van blijvende vestiging in Nederand voor 1 mei 1985 voldoen, de aanspraak op het garantiepensioen afzonderlijk regelen. 1993 695 09-12-1993 23092 1993 695 09-12-1993 23092 29-12-1993
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 4 Onverminderd het gestelde inwordt het bedrag van het garantiepensioen bepaald door het bruto bedrag van het gecedeerde Surinaams pensioen te vermenigvuldigen met: a. de wisselkoers van de Surinaamse gulden: en met 1°. op 25 november 1975, zijnde 0,672, indien de rechthebbende zich voor of op die datum in Nederland heeft gevestigd; 2°. van de maand van vestiging in Nederland, indien de rechthebbende zich na 25 november 1975 in Nederland heeft gevestigd en op het moment van zijn vestiging in Nederland reeds recht had op een Surinaams pensioen; 3°. van de maand waarin het recht op Surinaams pensioen wordt verkregen, indien de rechthebbende zich na 25 november 1975 in Nederland heeft gevestigd en op het moment van zijn vestiging nog geen recht had op een Surinaams pensioen; b. de breuk waarvan de teller wordt gevormd door de consumentenprijsindex in de maand van uitbetaling van het garantiepensioen, met als basis de maand november 1975, en waarvan de noemer: 1°. 100 bedraagt, indien de rechthebbende zich voor of op 25 november 1975 in Nederland heeft gevestigd; 2°. de consumentenprijsindex is ten tijde van de maand van vestiging in Nederland, indien de rechthebbende zich na 25 november 1975 in Nederland heeft gevestigd en op het moment van zijn vestiging in Nederland reeds recht had op een Surinaams pensioen; 3°. de consumentenprijsindex is ten tijde van de maand waarin het recht op een Surinaams pensioen wordt verkregen, indien de rechthebbende zich na 25 november 1975 in Nederland heeft gevestigd en op het moment van zijn vestiging in Nederland nog geen recht had op een Surinaams pensioen. 2 a b In afwijking van het eerste lid wordt voor de berekening van het garantiepensioen van de rechthebbende die aanspraak heeft op een Surinaams nabestaandenpensioen ingevolge het overlijden van een gepensioneerde die zich voor 1 mei 1985 in Nederland heeft gevestigd, gebruik gemaakt van de wisselkoers als bedoeld in het eerste lid, onder, en de breuk als bedoeld in het eerste lid, onder, die ten aanzien van het garantiepensioen van de overledene golden of zouden hebben gegolden. 3 a a De in het eerste lid, onderdeel, onder 2°, en onderdeel, onder 3°, bedoelde wisselkoersen worden niet hoger gesteld dan 0,672 en niet lager dan 0,505. 4 a a b Onze Minister stelt de in het eerste lid, onderdeel, onder 2° en onderdeel, onder 3°, bedoelde wisselkoersen vast, alsmede de in dat lid, onder, bedoelde prijsindexcijfers. 5 De Stichting zal, in afwijking van de Ambtenarenpensioenverordening 1972, bij overlijden van de gepensioneerde uitsluitend aan zijn nabestaanden een uitkering van twee maanden toekennen. 2006 593 05-12-2006 20-11-2006 30027 2006 621 12-12-2006 24-11-2006 13-12-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het bedrag van het garantiepensioen van degene: a. artikel 2, tweede of derde lid op wie, van toepassing is, of b. Toeslagregeling pensioenen Suriname en Nederlandse Antillen die krachtens deeen toeslag ontvangt op zijn pensioen, wordt vastgesteld door het bruto bedrag van het gecedeerde Surinaamse pensioen te vermenigvuldigen met 0,505. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Degene die een garantiepensioen ontvangt en ondanks de cessie van zijn aanspraak op Surinaams pensioen aan de Nederlandse Staat het gehele of gedeeltelijke bedrag van zijn pensioen van het Pensioenfonds Suriname ontvangt, doet daarvan terstond mededeling aan de stichting. 2 De stichting vermindert het uit te betalen garantiepensioen met de tegenwaarde van het door de belanghebbende ontvangen bedrag aan Surinaams pensioen. 3 Indien niet aan de verplichting ingevolge het eerste lid wordt voldaan, kan de stichting het garantiepensioen geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren. 1993 695 09-12-1993 23092 1993 695 09-12-1993 23092 29-12-1993
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Algemene Ouderdomswet Algemene nabestaandenwet artikel 27, eerste tot en met vijfde lid, van de Samenloopregeling Indonesische Pensioenen 1960 Voorzover ter zake van het genot van een garantiepensioen premie krachtens deen dewordt geheven, wordt door de stichting aan rechthebbende hiervoor een vergoeding verleend overeenkomstig het bepaalde in. 2001 377 23-08-2001 16-07-2001 27692 2001 377 23-08-2001 16-07-2001 27692 24-08-2001 01-07-1996 Artikelen 1 en 6a werken terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 6 werkt terug tot en met 1 juli 1996.
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Wet brutering overhevelingstoeslag lonen Indien recht is ontstaan op pensioen na 31 december 2000 heeft de rechthebbende die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld innog niet heeft bereikt, in afwijking van de, recht op een toeslag ter grootte van 1,9% van dat pensioen, met een maximum van € 791,85 per jaar. 2 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt de toeslag krachtens dit artikel niet onder pensioen of uitkering begrepen. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Staatsblad Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin zij wordt geplaatst. 2 Deze wet werkt, ten aanzien van aanvragen om garantiepensioen die zijn ingediend vóór 1 januari 1994, terug tot en met 1 januari 1992. Bij aanvragen om garantiepensioen die zijn ingediend op of na 1 januari 1994, gaat het garantiepensioen in op de eerste dag van de maand waarin het verzoek door de stichting is ontvangen. 1993 695 09-12-1993 23092 1993 695 09-12-1993 23092 29-12-1993
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze wet wordt aangehaald als: Garantiewet Surinaamse pensioenen. 1993 695 09-12-1993 23092 1993 695 09-12-1993 23092 29-12-1993