Wet van 24 september 1992, houdende vaststelling van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
- BWB-id
- BWBR0005662
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2019-01-01 t/m 2021-04-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005662
- ELI
- /eli/nl/wet/1993/gezondheids-en-welzijnswet-voor-dieren
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1993/gezondheids-en-welzijnswet-voor-dieren/2019-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005662&g=2019-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005662&z=2026-06-06&g=2019-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005662/2019-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1993/gezondheids-en-welzijnswet-voor-dieren
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; artikel 36 dier: dier dat wordt gehouden, voor zover niet uitdrukkelijk anders is bepaald en met dien verstande dattevens van toepassing is op dieren die niet worden gehouden; vee: herkauwende en eenhoevige dieren en varkens; pluimvee: dieren zijnde hoenderachtigen, eenden of ganzen; besmettelijke dierziekte: elke aantasting van de gezondheid van een dier die gevaar kan opleveren voor de gezondheid van andere dieren of van de mens; smetstof: elk micro-organisme of virus dat, of elke andere biologische eenheid die, een infectieziekte en elke parasiet, die een parasitaire ziekte bij dieren kan veroorzaken; schadelijke stoffen: stoffen die de gezondheid van mens of dier kunnen aantasten; artikel 15, eerste lid zieke dieren: dieren die zijn aangetast door een krachtens, aangewezen dierziekte; artikel 15, vierde lid verdachte dieren: dieren die overeenkomstig, verdacht worden gevaar op te leveren voor verspreiding van een krachtens artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke dierziekte; produkten van dierlijke oorsprong: van dier afkomstige produkten al dan niet be- of verwerkt; houder: eigenaar, houder of hoeder; artikel 95a Diergezondheidsfonds: fonds als bedoeld in. 2 artikel 96a artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet Voor de toepassing van het bij of krachtensbepaalde wordt verstaan onder bedrijf: bedrijf als bedoeld in. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het bepaalde bij of krachtens deze wet geheel of gedeeltelijk van toepassing is op handelingen met embryo’s voor zover deze zich buiten de baarmoeder van het dier bevinden. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor bij die maatregel aangewezen categorieën van houders van dieren of levende dierlijke producten van bij die maatregel aangewezen soorten of categorieën van dieren dan wel van levende dierlijke producten regelen gesteld omtrent: a. de inrichting van de bedrijven waarop dieren of levende dierlijke producten worden gehouden; b. het toevoegen van dieren aan bedrijven of vestigingen, daaronder begrepen het aantal bedrijven of vestigingen waarvan de toe te voegen dieren ten hoogste afkomstig zijn; c. de wijze waarop dieren worden gehouden en hun huisvesting; d. de hygiënische eisen waaraan moet worden voldaan; e. de voedering, drenking, verzorging en behandeling van dieren; f. het gebruik van sera, entstoffen, antibiotica en chemotherapeutica; g. de bestrijding van insecten en ratten alsmede van andere organismen voor zover zij schadelijk zijn voor de gezondheid van dieren; h. bedrijfsbegeleiding door een dierenarts; i. het vervoer en het verzamelen van dieren of van levende dierlijke producten; j. het afvoeren van dieren van bedrijven of vestigingen, daaronder begrepen het aantal bedrijven of vestigingen waaraan die dieren ten hoogste worden toegevoegd; k. het winnen, bewerken en gebruiken van levende dierlijke producten; l. de behandeling en aanbieding voor onderzoek van doodgeboren of gestorven dieren dan wel levende dierlijke producten, onvoldragen vruchten en nageboorten; m. het houden van aantekeningen omtrent bezoekers en vervoermiddelen. 2 Bij de in het eerste lid bedoelde maatregel kan het begrip bedrijf en vestiging worden omschreven waarbij voor de verschillende soorten of categorieën van dieren dan wel van levende dierlijke producten verschillende omschrijvingen kunnen worden gegeven. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 344 04-07-2002 21-06-2002 27685 05-07-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan aan de houder van één of meer dieren, behorende tot een daarbij te bepalen diersoort, de verplichting worden opgelegd om: a. zich als zodanig voor een bij of krachtens de maatregel genoemd tijdstip schriftelijk te melden bij Onze Minister onder vermelding van het aantal dieren dat hij van de onderscheiden soorten houdt; b. indien de dieren bedrijfsmatig worden gehouden, aantekening te houden van het aantal op zijn bedrijf aanwezige dieren van deze soort, van de geboorte op, onderscheidenlijk toevoeging van dieren van deze soort aan zijn bedrijf, alsmede van de afvoer van dieren van deze soort van zijn bedrijf, één en ander onder vermelding van de gegevens waardoor de dieren kunnen worden geïdentificeerd en onder vermelding van naam en adres van degene van wie de dieren afkomstig zijn onderscheidenlijk aan wie de dieren zijn afgeleverd. 2 b De in het eerste lid, onderdeel, bedoelde aantekeningen dienen gedurende ten minste drie maanden te worden bewaard. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van verspreiding van smetstof regelen worden gesteld waaraan markten en andere verzamelplaatsen van dieren, slachterijen, inrichtingen waarin producten van dierlijke oorsprong worden gewonnen, be- of verwerkt, inrichtingen waarin diervoeder wordt bereid en plaatsen waar vervoermiddelen worden ontsmet moeten voldoen. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 2001 4 09-01-2001 08-12-2000 27205 10-01-2001 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 2001 4 09-01-2001 08-12-2000 27205 10-01-2001 Treedt in werking als de artikelen 3, onderdelen a, b en i, en 6
van de wet in werking treden.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van verspreiding van smetstof regelen worden gesteld ten aanzien van: a. de reiniging en ontsmetting van stallen, kooien, vervoermiddelen, de daarbij behorende voorwerpen en andere plaatsen en voorwerpen waar of waarin dieren, produkten van dierlijke oorsprong, diervoeder alsmede andere produkten of voorwerpen die dragers van smetstof kunnen zijn, hebben verbleven; b. a a het behandelen van de in onderdeelbedoelde produkten waardoor zij geen gevaar meer kunnen opleveren voor de verspreiding van smetstof dan wel het vernietigen van deze produkten en de in onderdeelbedoelde voorwerpen. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 2001 4 09-01-2001 08-12-2000 27205 10-01-2001
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van verspreiding van smetstof regelen worden gesteld ten aanzien van de aflevering, de opslag, het in voorraad en voorhanden hebben en het vervoeren van materialen van dierlijke herkomst. 2003 478 25-11-2003 22-10-2003 28173 2004 498 12-10-2004 01-10-2004 18-10-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het is verboden vee of pluimvee en andere dieren van door Onze Minister aangewezen soorten of categorieën van dieren te doen verblijven of dit te gedogen op een terrein of plaats waarop zich vuilnis of mest bevindt of waarop vuilnis of mest pleegt te worden gestort of opgeslagen en op een daaraan grenzend terrein, indien de dieren zich vrijelijk van het ene terrein naar het andere kunnen begeven. 2 Het is verboden vuilnis of mest te storten of op te slaan op, dan wel te verspreiden over een terrein of plaats waarop dieren, als bedoeld in het eerste lid, vrijelijk toegang hebben. 3 In het eerste en tweede lid wordt onder "mest" niet begrepen mest verkregen in het bedrijf, waar de dieren worden gehouden. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 2005 643 20-12-2005 05-12-2005 01-01-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Onze Minister kan het brengen in Nederland van dieren, produkten van dierlijke oorsprong, alsmede van andere produkten en voorwerpen die dragers van smetstof kunnen zijn, verbieden dan wel verbieden, indien niet wordt voldaan aan door hem te stellen regelen. 2 De in het eerste lid bedoelde regelen hebben in elk geval betrekking op: a. de eisen waaraan de in het eerste lid bedoelde dieren, produkten of voorwerpen moeten voldoen; b. de eisen waaraan de vervoermiddelen en de verpakkingen moeten voldoen; c. het aanmelden van het voornemen om dieren, produkten of voorwerpen binnen te brengen; d. artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet het in overleg met Onze Minister van Financiën aanwijzen van douanekantoren in de zin van de wettelijke bepalingen, bedoeld in, waar de dieren, produkten of voorwerpen, die anders dan over de Belgisch-Nederlandse of de Duits-Nederlandse grens worden binnengebracht, moeten worden aangebracht; e. het aanwijzen van de plaatsen waar dieren, produkten of voorwerpen, die via de Belgisch-Nederlandse of de Duits-Nederlandse grens worden binnengebracht, ter onderzoek moeten worden aangeboden; f. de verklaringen welke op het douanekantoor, dan wel op een plaats als bedoeld in onderdeel e, moeten worden overgelegd en de eisen waaraan deze verklaringen moeten voldoen en g. het onderzoek na het binnenbrengen in Nederland. 2008 112 15-04-2008 03-04-2008 30979 2008 287 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Artikel XLVII van Stb. 2008/112 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Onze Minister kan ten aanzien van in artikel 10, eerste lid, bedoelde, in Nederland gebrachte dieren, produkten en voorwerpen onder meer regelen stellen betreffende: a. met betrekking tot dieren: 1°. een nader onderzoek, voorbehoedende behandeling of een tijdelijke afzondering; 2°. het vervoer naar de plaats van onderzoek, voorbehoedende behandeling of tijdelijke afzondering; 3°. de bestemming; 4°. het vervoer naar de plaats van bestemming in Nederland dan wel naar de plaats waar de dieren weer buiten Nederland worden gebracht; 5°. het doden of slachten en het toezicht daarop en de bestemming van de gedode of geslachte dieren; b. met betrekking tot produkten en voorwerpen: 1°. een nader onderzoek; 2°. de bestemming; 3°. het vervoer naar de plaats van onderzoek of de plaats van bestemming dan wel naar de plaats waar de zaken weer buiten Nederland worden gebracht. 2 a Regelen omtrent de in het eerste lid, onderdeel, sub 5, genoemde onderwerpen, worden vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 344 04-07-2002 21-06-2002 27685 05-07-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Onze Minister kan voorts regelen stellen met betrekking tot de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen waarin en plaatsen waarop, alsmede met betrekking tot de reiniging, ontsmetting dan wel vernietiging van verpakkingsmateriaal waarin de in artikel 10, eerste lid, bedoelde, in Nederland gebrachte dieren, produkten en voorwerpen hebben verbleven. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1994 894 12-12-1994 29-12-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Onze Minister kan bepalen, dat dieren die op grond van het bepaalde krachtens artikel 10 niet in Nederland hadden mogen worden gebracht zonder vergoeding van Staatswege en voor rekening van de importeur of diens gemachtigde binnen een door hem te bepalen termijn hetzij buiten Nederland moeten worden gebracht, hetzij onder door hem te stellen regelen naar een door hem aangewezen plaats moeten worden vervoerd en aldaar worden geslacht, onderscheidenlijk worden gedood en vernietigd. 2 Onze Minister kan bepalen, dat produkten en voorwerpen die op grond van het bepaalde krachtens artikel 10 niet in Nederland hadden mogen worden gebracht, binnen een door hem te bepalen termijn voor rekening van de importeur of diens gemachtigde hetzij buiten Nederland moeten worden gebracht, hetzij onder door hem te stellen regelen naar een door hem te bepalen plaats worden gebracht om aldaar voor rekening van de importeur of diens gemachtigde een behandeling te ondergaan waardoor zij geen gevaar meer opleveren voor de verspreiding van smetstof, hetzij zonder vergoeding van Staatswege en voor rekening van de importeur of diens gemachtigde worden vernietigd. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1994 894 12-12-1994 29-12-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De in deze afdeling bedoelde regelen kunnen onder meer verschillen naar gelang van het land van herkomst en naar gelang van de bestemming der dieren, produkten en voorwerpen. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1994 392 20-05-1994 08-06-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Deze afdeling is van toepassing op door Onze Minister aangewezen besmettelijke dierziekten bij: a. vee; b. pluimvee; c. bijen; d. nertsen; e. andere dieren behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten of categorieën van dieren; f. andere dieren van door Onze Minister voor een termijn van ten hoogste acht maanden aangewezen soorten of categorieën van dieren. 2 Een besmettelijke dierziekte kan worden aangewezen, indien: a. de ziekte zich snel kan uitbreiden, ernstige schade kan berokkenen aan de betrokken diersoort en niet of niet volledig kan worden voorkomen of bestreden met normale bedrijfsmiddelen; b. een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie zulks met zich brengt of c. de ziekte naar het oordeel van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een ernstig gevaar voor de volksgezondheid oplevert. 3 In het geval bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, vindt de aanwijzing plaats in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 4 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wanneer dieren als verdachte dieren moeten worden aangemerkt. 2007 224 28-06-2007 11-05-2007 30568 2007 528 20-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 f Een aanwijzing als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel, kan alleen plaatsvinden in spoedeisende gevallen. 2 Indien de aanwijzing tevens in het belang is van de volksgezondheid, vindt zij plaats in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 344 04-07-2002 21-06-2002 27685 05-07-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Bij ministeriële regeling kunnen hetzij voor geheel Nederland, hetzij voor bepaalde gedeelten daarvan, regels worden gesteld ter voorkoming van overbrenging van een besmettelijke dierziekte, waaronder in ieder geval regels omtrent: a. het voorbehoedend behandelen, merken, opsluiten, aanlijnen van dieren die door een besmettelijke dierziekte kunnen worden aangetast of drager van smetstof kunnen zijn; b. het behandelen of onschadelijk maken van producten van dierlijke oorsprong, diervoeder, vervoermiddelen alsmede van andere producten of voorwerpen die drager van smetstof kunnen zijn; c. het betreden van bedrijven of vestigingen waar dieren worden gehouden, waaronder het opleggen van de verplichting aan personen, die in het kader van de uitoefening van hun beroep of bedrijf bedrijven of vestigingen betreden, tot het houden van aantekeningen omtrent het betreden van desbetreffende bedrijven of vestigingen; d. het insemineren of laten bevruchten van dieren die door een besmettelijke dierziekte kunnen worden aangetast. 2 Onder de in het eerste lid bedoelde regels worden mede verstaan regels met betrekking tot: a. het aanvoeren van dieren, producten van dierlijke oorsprong, diervoeder, vervoermiddelen alsmede van andere producten of voorwerpen aan bedrijven of vestigingen; b. het ontvangen van dieren, producten van dierlijke oorsprong, diervoeder, vervoermiddelen alsmede van andere producten of voorwerpen op bedrijven of vestigingen; c. het afvoeren van dieren, producten van dierlijke oorsprong, diervoeder, vervoermiddelen, alsmede van andere producten of voorwerpen van bedrijven of vestigingen; d. de aanwezigheid van dieren, producten van dierlijke oorsprong, diervoeder, vervoermiddelen alsmede andere producten of voorwerpen op bedrijven of vestigingen. 3 Indien een besmettelijke dierziekte is aangewezen in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport worden de in het eerste lid bedoelde regels in overeenstemming met die minister gesteld. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 344 04-07-2002 21-06-2002 27685 05-07-2002
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Onze Minister kan, hetzij voor Nederland, hetzij voor bepaalde gedeelten daarvan: a. schorsing van markten waarop dieren van door hem aangewezen soorten of categorieën van dieren worden verhandeld en sluiting van diergaarden en daarmede vergelijkbare inrichtingen bevelen, dan wel markten, diergaarden of vergelijkbare inrichtingen verbieden indien niet wordt voldaan aan door hem te stellen regelen; b. het op een plaats bijeenbrengen van dieren van door hem aangewezen soorten of categorieën van dieren afkomstig van verschillende plaatsen verbieden of daaromtrent regelen stellen. 2 De regelen, bedoeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op de aanvoer van dieren naar en de afvoer van dieren van bedrijven of vestigingen waar dieren worden gehouden, markten en andere plaatsen waarop dieren afkomstig van verschillende plaatsen bijeen worden gebracht alsmede op de controle daarop, daaronder begrepen de verzegeling van vervoermiddelen en de afgifte van bewijsstukken. 3 Indien een bevel of verbod, als bedoeld in het eerste lid, van kracht is, is het verboden dieren ten aanzien waarvan het bevel of verbod geldt, op de aldaar genoemde plaatsen aanwezig te hebben onderscheidenlijk aldaar aanwezig te hebben in strijd met de regelen bedoeld in het eerste lid. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 344 04-07-2002 21-06-2002 27685 05-07-2002
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 114, tweede lid Indien een dier verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertoont of indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een dier in de gelegenheid is geweest om te worden besmet of drager van smetstof is, geeft de houder hiervan terstond kennis aan een ambtenaar als bedoeld in. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze van kennis geven, bedoeld in het eerste lid, die voor iedere besmettelijke dierziekte kunnen verschillen. 3 Indien een besmettelijke dierziekte is aangewezen in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, worden de in het tweede lid bedoelde regels in overeenstemming met die minister gesteld. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 19, eerste lid artikel 114, tweede lid De houder, bedoeld in, verstrekt naar waarheid alle inlichtingen en verleent alle medewerking aan een ambtenaar als bedoeld in, die deze redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig heeft en doet al datgene dat in zijn vermogen ligt om de aard van de besmettelijke dierziekte zo spoedig mogelijk te doen vaststellen. 2 114, tweede lid Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een houder van een dier die door een ambtenaar als bedoeld in, op de hoogte is gesteld van het vermoeden dat dat dier door een besmettelijke dierziekte is aangetast of drager van smetstof is. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Onze Minister besluit zo spoedig mogelijk tot het nemen van de door hem nodig geachte maatregelen tot bestrijding van een besmettelijke dierziekte. 2 Onze Minister stelt de burgemeester van de gemeente, waarop de maatregelen betrekking hebben, onmiddellijk hiervan in kennis. 3 Indien de situatie, in verband met het voorkomen van overbrenging van besmetting, dermate spoedeisend is dat Onze Minister het besluit tot het nemen van maatregelen niet tevoren op schrift kan stellen, zorgt Onze Minister alsnog zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling en de bekendmaking. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De in artikel 21 bedoelde maatregelen kunnen zijn: a. het afzonderen van zieke en verdachte dieren; b. opstallen, ophokken of op een plaats houden van zieke en verdachte dieren; c. het plaatsen van waarschuwingsborden; d. het door het plaatsen van kentekenen besmet of van besmetting verdacht verklaren van gebouwen en terreinen; e. het merken van zieke, verdachte en herstelde dieren; f. het doden van zieke en verdachte dieren; g. het onschadelijk maken van gedode of gestorven, zieke en verdachte dieren, en van produkten en voorwerpen, die besmet zijn of ervan worden verdacht gevaar op te leveren voor verspreiding van smetstof; h. het reinigen en ontsmetten van gebouwen, terreinen, bewaarplaatsen van mest en voorwerpen; i. het vastleggen, opsluiten of afzonderen van dieren; j. het behandelen van dieren of producten op een door Onze Minister aangegeven wijze; k. het verbieden van het vervoeren van de op grond van artikel 25, eerste lid, aangewezen soorten of categorieën van dieren, producten of voorwerpen van of naar gebouwen en terreinen waar geen kenteken als bedoeld onderdeel d, is geplaatst; l. het verbieden van de toegang aan anderen dan de op grond van artikel 25, tweede lid, aangewezen personen of groepen van personen tot gebouwen en terreinen waar geen kenteken als bedoeld in onderdeel d, is geplaatst; m. het verbieden van het verlaten van gebouwen en terreinen waar geen kenteken als bedoeld in onderdeel d, is geplaatst, tenzij de door Onze Minister voorgeschreven maatregelen van ontsmetting zijn toegepast; n. het nemen van andere maatregelen, voorzover een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie zulks met zich brengt. 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen bedoelde maatregelen met betrekking tot bijen bestaan uit: a. het ontsmetten van de bijenwoning en de naaste omgeving daarvan; b. het verbieden van het verplaatsen van een bijenwoning; c. het hechten van een kenteken aan de bijenwoning, waaruit blijkt dat deze niet mag worden verplaatst; d. het verbieden van het laten uitvliegen der bijen gedurende een bepaalde tijd; e. het plaatsen van geneesmiddelen in de bijenwoning; f. het vernietigen of het onschadelijk maken van producten en voorwerpen die besmet zijn of ervan worden verdacht gevaar op te leveren voor verspreiding van smetstof; g. het doden en vernietigen van zieke of verdachte bijenvolken; h. het behandelen van de bijen op een wijze die door wetenschap of praktijk als doeltreffend is aangewezen. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 344 04-07-2002 21-06-2002 27685 05-07-2002
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Onze Minister stelt het model van de in artikel 22 bedoelde waarschuwingsborden en kentekenen vast en stelt nadere regelen vast omtrent de wijze waarop de in dat artikel genoemde maatregelen worden uitgevoerd. 2 De burgemeester van de betrokken gemeente verleent zijn medewerking bij het plaatsen en weer verwijderen van de waarschuwingsborden en kentekenen. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1996 217 12-04-1996 18-12-1995 13-04-1996
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Onze Minister stelt het tijdstip vast waarop de verdenking is ontstaan dat een dier lijdt aan een besmettelijke dierziekte alsmede het tijdstip waarop deze verdenking eindigt en stelt daarbij tevens vast welke op het bedrijf aanwezige dieren op het tijdstip waarop de verdenking is ontstaan reeds ziek waren en welke dieren op dat tijdstip van de ziekte verdacht waren. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Het is verboden dieren van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten of categorieën van dieren, danwel bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen produkten of voorwerpen te vervoeren van of naar gebouwen en terreinen, waar een kenteken, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, is geplaatst. 2 De toegang tot gebouwen of terreinen, waar een kenteken, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, is geplaatst of door Onze Minister aangewezen gedeelten daarvan, is aan anderen dan door Onze Minister aan te wijzen personen of groepen van personen verboden. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 22, eerste lid Het is verboden gebouwen of terreinen, waar een kenteken, als bedoeld in, is geplaatst te verlaten, tenzij na toepassing van de door Onze Minister voorgeschreven maatregelen van ontsmetting. 2 artikel 114, tweede lid De ambtenaar, bedoeld in, stelt de middelen tot de in het eerste lid bedoelde ontsmetting ter beschikking. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Iedere houder van een ziek of verdacht dier is verplicht ervoor zorg te dragen, dat dit dier zijn verblijfplaats niet verlaat, tenzij met toestemming of krachtens bevel van Onze Minister. 2 De toestemming kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Onze Minister kan het vervoeren van dieren van een door hem te bepalen soort, van deze diersoort afkomstige producten, diervoeder, vervoermiddelen alsmede andere producten en voorwerpen welke dragers van smetstof kunnen zijn, uit, naar of binnen Nederland of bepaalde gedeelten van Nederland verbieden dan wel verbieden indien niet wordt voldaan aan door hem te stellen regels. 2 Rondom het op grond van het eerste lid aangewezen gebied kunnen waarschuwingsborden worden geplaatst. 3 artikel 29 Onze Minister kan voor het krachtens het eerste lid aangewezen gebied het bijbepaalde van overeenkomstige toepassing verklaren ten aanzien van gezonde dieren. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 4 van de Bekendmakingswet Indien in het belang van het weren, de preventie of de bestrijding van besmettelijke dierziekten naar het oordeel van Onze Minister een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, kan hij bepalen dat door hem krachtens dit hoofdstuk vastgestelde regelingen onmiddellijk na hun bekendmaking in werking treden. In dat geval kan hij zodanige regeling, in afwijking van, op andere dan de daar genoemde wijze bekend maken. 2008 551 22-12-2008 27-11-2008 31084 2009 276 30-06-2009 11-06-2009 01-07-2009
Artikel 31a — Artikel 31a#
Artikel 31a 1 Onze Minister kan mandaat verlenen: a. tot het stellen van het in artikel 30, eerste lid, bedoelde vervoersverbod en de in dat artikellid bedoelde regels, voorzover het toepassingsbereik van het vervoersverbod is beperkt tot een gebied met een straal van 10 kilometer of minder rondom een gebouw of terrein, dat door het plaatsen van een kenteken als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel d, besmet of van besmetting verdacht is verklaard; b. tot het stellen van de regels, bedoeld in artikel 17 en 18, indien in het belang van bestrijding van besmettelijke dierziekten een onverwijlde voorziening noodzakelijk is. 2 Het in het eerste lid bedoelde mandaat kan tevens de bevoegdheid betreffen tot inwerkingtreding en bekendmaking van het vervoersverbod en de regels overeenkomstig artikel 31. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 344 04-07-2002 21-06-2002 27685 05-07-2002
Artikel 31b — Artikel 31b#
Artikel 31b 1 artikel 22, eerste lid, onderdelen a, b, e, i , j of n Onze Minister kan besluiten de maatregelen, bedoeld intoe te passen op dieren die niet lijden aan een besmettelijke dierziekte, of niet van besmetting met een dergelijke dierziekte worden verdacht, maar die zodanige ziekteverschijnselen vertonen dat naar het oordeel van Onze Minister die dieren of de van die dieren afkomstige producten een gevaar voor de diergezondheid kunnen opleveren, danwel naar het oordeel van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport die dieren of die producten een gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren. 2 artikel 19, eerste lid artikel 20, eerste lid Bij ministeriële regeling kan de verplichting, bedoeld in, en de verplichting, bedoeld in, van overeenkomstige toepassing worden verklaard ten aanzien van dieren die niet lijden aan een besmettelijke dierziekte, of van een besmetting met een dergelijke ziekte niet worden verdacht, maar die door Onze Minister aangewezen andere ziekteverschijnselen vertonen. 3 Bij de regeling, bedoeld in het tweede lid, kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze van kennis geven als bedoeld in dat lid. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Meststoffenwet hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming Bij het stellen van regelen en het voorschrijven van maatregelen krachtens dit hoofdstuk kan worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens deen. 2016 34 19-01-2016 16-12-2015 33348 2016 384 28-10-2016 11-10-2016 01-01-2017
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/345. 1 Het is verboden dieren te houden, tenzij deze behoren tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten of categorieën van dieren. 2 Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat het houden slechts onder bepaalde voorwaarden is toegestaan. 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Bij algemene maatregel van bestuur worden voor bij die maatregel aangewezen categorieën van houders van dieren van bij die maatregel aangewezen soorten of categorieën van dieren regelen gesteld omtrent de verzorging, voedering, drenking, behandeling en het africhten van dieren. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1994 810 29-11-1994 02-11-1994 30-11-1994
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/345. Het is verboden om dieren te doden in andere dan bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen. 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 Onverminderd het bepaalde krachtens artikel 35 kunnen bij algemene maatregel van bestuur voor daarbij aan te wijzen categorieën van houders van dieren van bij die maatregel aangewezen soorten of categorieën van dieren regelen worden gesteld omtrent de huisvesting van dieren. 2 De krachtens het eerste lid gestelde regelen kunnen onder meer betrekking hebben op: - de afmetingen en uitvoeringen van kooien, hokken en stallen alsmede hun vormgeving; - de aard van de wanden en van het vloer- en grondoppervlak van kooien, hokken en stallen, in het bijzonder de daarvoor te gebruiken materialen; - de inrichting van kooien, hokken en stallen, in het bijzonder de daarin aan te brengen voeder- en drinkwatervoorzieningen alsook voorzieningen die het voor de dieren mogelijk maken om soorteigen gedrag te ontplooien; - de verlichting, luchtverversing en verwarming van kooien, hokken en stallen; - de aanwezigheid en de aard van afrasteringen; - de voorzieningen binnen huisvestingssystemen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kan het ten verkoop in voorraad hebben, verkopen en afleveren van daarbij aan te wijzen huisvestingssystemen, onderdelen daarvan of voorzieningen binnen huisvestingssystemen worden verboden dan wel slechts worden toegestaan voor zover die systemen, onderdelen of voorzieningen voldoen aan bij die maatregel gestelde eisen. 4 Indien Onze Minister overweegt een voordracht te doen tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste of derde lid kan hij, indien het belang van het welzijn van dieren naar zijn oordeel een onmiddellijke voorziening vereist regelen stellen overeenkomstig de in overweging zijnde maatregel. 5 Een regeling als bedoeld in het vierde lid blijft, behoudens eerdere intrekking, van kracht totdat de daar bedoelde algemene maatregel van bestuur in werking treedt, doch uiterlijk tot acht maanden na het in werking treden van de regeling. 6 Tenzij bij een maatregel als bedoeld in het eerste of derde lid of een regeling als bedoeld in het vierde lid anders wordt bepaald, is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 46 tot en met 54 niet van toepassing in het geval voor de dieren van de aangewezen soort of categorie van dieren bij die maatregel of regeling, regelen zijn gesteld omtrent de huisvesting. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1994 810 29-11-1994 02-11-1994 30-11-1994
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/345. 1 Het is verboden een seriematig vervaardigd huisvestingssysteem voor dieren van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten of categorieën van dieren, voorhanden te hebben, ten verkoop in voorraad te hebben, te verkopen, af te leveren of te gebruiken. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien een huisvestingssysteem is toegelaten. 3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt eveneens niet ten aanzien van huisvestingssystemen die worden doorgevoerd of kennelijk bestemd zijn voor uitvoer. 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/345. 1 Een huisvestingssysteem wordt slechts toegelaten indien op grond van de door de aanvrager overgelegde gegevens met redelijke zekerheid mag worden aangenomen dat het systeem geen schadelijke effecten heeft op het welzijn van dieren waarvoor het bestemd is, in een mate die niet aanvaardbaar is. Bij het bepalen van de mate van aanvaardbaarheid wordt mede rekening gehouden met de uit het betrokken huisvestingssysteem voortvloeiende gevolgen voor andere belangen dan het welzijn van dieren. 2 Over de toelating van een huisvestingssysteem beslist Onze Minister op aanvraag van de fabrikant, de importeur of een handelaar, gehoord de Commissie toelating huisvestingssystemen landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 50. 3 Een aanvraag voor een toelating dient in ieder geval vergezeld te gaan van een door of vanwege de aanvrager opgestelde rapportage ter zake van dat huisvestingssysteem over de effecten op het welzijn van dieren waarvoor het bestemd is. 4 Een rapportage als bedoeld in het derde lid dient te zijn opgesteld in de Nederlandse taal en bevat in ieder geval: a. een specifieke beschrijving van het huisvestingssysteem, waarvan onder meer deel uitmaakt een beschrijving van: - de afmetingen en uitvoeringen van kooien, hokken en stallen alsmede hun vormgeving; - de aard van de wanden en van het vloer- en grondoppervlak van kooien, hokken en stallen, in het bijzonder de daarvoor te gebruiken materialen; - de inrichting van kooien, hokken en stallen, in het bijzonder de daarin aan te brengen voeder- en drinkwatervoorzieningen alsook voorzieningen die het voor het dier mogelijk maken soorteigen gedrag te ontplooien; - de verlichting, luchtverversing en verwarming van kooien, hokken en stallen; - de aanwezigheid en de aard van afrasteringen; b. een specifieke beschrijving van de gevolgen van het huisvestingssysteem voor het welzijn van dieren waarvoor het bestemd is. 5 Onze Minister stelt regelen omtrent de behandeling van een aanvraag. Daarbij kan onder meer worden bepaald: a. dat een aanvraag eerst in behandeling wordt genomen nadat een daarvoor vastgesteld bedrag is voldaan; b. welke kosten van het onderzoek, voortvloeiend uit een aanvraag, ten laste van de aanvrager worden gebracht; c. welke gegevens naast die als bedoeld in het vierde lid dienen te worden overgelegd; d. in welke gevallen een aanvraag voor een toelating niet ontvankelijk wordt verklaard. 6 Aan een toelating kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kan onder beperkingen worden verleend. 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/345. 1 Huisvestingssystemen waarvan kan worden aangetoond dat zij vóór de inwerkingtreding van een maatregel als bedoeld in artikel 46, eerste lid, voorhanden zijn, ten verkoop in voorraad zijn gehouden, zijn verkocht, zijn afgeleverd dan wel in gebruik zijn, zijn toegelaten voor een door Onze Minister vastgestelde termijn. Deze termijn kan verschillen naar gelang het huisvestingssysteem en naar gelang de in de eerste volzin genoemde handeling. 2 Onze Minister stelt regelen omtrent de wijze waarop dient te worden aangetoond dat huisvestingssystemen vóór de inwerkingtreding van een maatregel als bedoeld in artikel 46, eerste lid, voorhanden zijn, ten verkoop in voorraad zijn gehouden, zijn verkocht, zijn afgeleverd dan wel in gebruik zijn. 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/345. 1 Onze Minister kan een toelating intrekken, indien ter zake daarvan: a. bij de aanvraag zodanig onjuiste gegevens zijn verstrekt dat, indien deze ten tijde van de toelating bekend zouden zijn geweest, de aanvraag zou zijn afgewezen; b. blijkt dat zich zodanig schadelijke effecten voordoen dat, indien deze ten tijde van de toelating bekend zouden zijn geweest, de aanvraag zou zijn afgewezen; c. een ander huisvestingssysteem is toegelaten dat uit een oogpunt van welzijn van dieren de voorkeur heeft en waarvan overigens het gebruik redelijkerwijs kan worden gevergd. 2 Onze Minister kan bepalen dat een huisvestingssysteem waarvan de toelating ingevolge het eerste lid is ingetrokken, nog gedurende een daarbij vast te stellen termijn voorhanden mag worden gehouden, ten verkoop in voorraad mag worden gehouden, mag worden verkocht, mag worden afgeleverd of mag worden gebruikt. Deze termijn kan verschillen naar gelang de in de eerste volzin genoemde handeling. 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/345. 1 Er is een Commissie toelating huisvestingssystemen landbouwhuisdieren die is belast met de advisering van Onze Minister over de toelating van huisvestingssystemen en de intrekking daarvan. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld omtrent onder meer de samenstelling en de werkwijze van de commissie, bedoeld in het eerste lid. Deze regelen hebben mede betrekking op de zittingsduur, de schorsing en het ontslag van de leden van de commissie. 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/345. Van een toelating of intrekking daarvan wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/345. 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld betreffende het voorhanden hebben, ten verkoop in voorraad hebben, verkopen, afleveren of gebruiken van huisvestingssystemen die kennelijk in een proefstadium verkeren. Daarbij kan worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens deze wet. 2 Voor zover krachtens het eerste lid wordt bepaald dat proefnemingen slechts na daartoe gedane aanvraag kunnen worden toegestaan, kunnen de kosten voortvloeiende uit deze aanvraag ten laste van de aanvrager worden gebracht volgens door Onze Minister gestelde regelen. 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/345. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ter uitvoering van het bepaalde in de artikelen 46 tot en met 49. 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/345. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het bepaalde bij of krachtens de artikelen 46 tot en met 53 geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing is voor bij die maatregel aangewezen seriematig vervaardigde onderdelen van dan wel aangewezen seriematig vervaardigde voorzieningen binnen huisvestingssystemen. 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld omtrent het fokken met dieren van bij die maatregel aangewezen soorten of categorieën van dieren. Deze regelen kunnen onder meer betrekking hebben op: a. de methode van fokken; b. het registreren, identificeren en certificeren van dieren; c. het voorafgaand aan het fokken door de fokker te verrichten of te doen verrichten onderzoek bij een dier waarmee wordt gefokt naar de aanwezigheid van aandoeningen die de gezondheid of het welzijn van het dier of de nakomelingen van het dier kunnen aantasten, alsmede de methoden die daarbij worden gebruikt. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kan het worden verboden een dier dat beschikt over één of meer aangewezen aandoeningen of uiterlijke kenmerken die de gezondheid of het welzijn van het dier of de nakomelingen van het dier kunnen aantasten te fokken of voor de fok te gebruiken. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kan het worden verboden een dier dat beschikt over één of meer aangewezen aandoeningen of uiterlijke kenmerken waarvoor krachtens het tweede lid een fokverbod is ingesteld, ten verkoop in voorraad te hebben, ten verkoop aan te bieden, te verkopen, te kopen, toe te laten tot een tentoonstelling, keuring of wedstrijd dan wel om met een dergelijk dier deel te nemen aan een tentoonstelling, keuring of wedstrijd. 2000 518 07-12-2000 15-11-2000 26877 2000 518 07-12-2000 15-11-2000 26877 08-12-2000
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld omtrent het bedrijfsmatig verkopen, ten verkoop in voorraad hebben, ten verkoop aanbieden, verhuren en afleveren van dieren van bij die maatregel aangewezen soorten of categorieën van dieren. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 2006 61 16-02-2006 01-02-2006 17-02-2006
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 59a — Artikel 59a#
Artikel 59a Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 59b — Artikel 59b#
Artikel 59b Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Vervallen 2006 457 10-10-2006 14-09-2006 30401 2006 599 05-12-2006 25-10-2006 05-01-2007
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent het houden van keuringen, markten, verkopingen, tentoonstellingen en andere gelegenheden of inrichtingen waar dieren worden gehouden of aan het publiek getoond wegens recreatieve, sportieve of opvoedkundige doeleinden dan wel waar dieren al dan niet tijdelijk in bewaring worden genomen. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 2002 434 22-08-2002 31-07-2002 23-08-2002
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder stamboek: boek, register, kaartsysteem of andere informatiedrager, bijgehouden door een door Onze Minister erkende instelling, waarin vee van een bepaald ras wordt ingeschreven of geregistreerd met vermelding van het voorgeslacht. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1998 704 22-12-1998 30-11-1998 23-12-1998
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2018 362 19-10-2018 05-10-2018 01-11-2018
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 Het anders dan in doorvoer brengen van vee of pluimvee buiten Nederland is verboden. 2 Het in het eerste lid vermelde verbod geldt niet indien de dieren overeenkomstig door Onze Minister gestelde regelen zijn voorzien van een of meer merken en vergezeld gaan van een of meer bewijsstukken aangebracht onderscheidenlijk afgegeven op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek ten bewijze dat voldaan is aan de met het oog op deze uitvoer door hem gestelde eisen met betrekking tot: a. de identificatie der dieren; b. de gezondheidstoestand der dieren; c. de voorbehoedende behandeling der dieren; d. de bedrijven waarop de dieren hebben verbleven en de gezondheidstoestand der dieren op die bedrijven; e. de markten waarop de dieren zijn aangekocht en de plaatsen waarop de dieren zijn verzameld; f. de vervoermiddelen alsmede de inlading en het vervoer der dieren; g. andere onderwerpen, voor zover de nakoming van internationale overeenkomsten of van volkenrechtelijke organisaties zulks met zich brengt. 3 Ter uitvoering van het bepaalde in het tweede lid kan Onze Minister voorts regelen stellen met betrekking tot: a. de plaatsen waar, alsmede de tijdruimten waarbinnen vee en pluimvee ter onderzoek kunnen worden aangeboden; b. c de wijze waarop de dieren voor het onderzoek bedoeld in onderdeelmoeten worden aangeboden; c. het onderzoek; d. de wijze waarop het in het tweede lid bedoelde bewijsstuk kan worden verkregen; e. het toezicht dan wel de douanecontrole. 2008 112 15-04-2008 03-04-2008 30979 2008 287 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Artikel XLVII van Stb. 2008/112 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van andere dan in artikel 77, eerste lid, bedoelde dieren van bij die maatregel aangewezen soorten of categorieën van dieren en bij die maatregel aangewezen produkten van dierlijke oorsprong worden verboden, tenzij de zending overeenkomstig daartoe gestelde regelen voorzien is van een of meer merken en vergezeld gaat van een of meer bewijsstukken aangebracht onderscheidenlijk afgegeven op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek, ten bewijze dat voldaan is aan de met het oog op de uitvoer bij of krachtens die maatregel gestelde eisen. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1994 392 20-05-1994 08-06-1994
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 In verband met door landen van bestemming gestelde eisen op veterinair gebied kan degene die dieren en produkten van dierlijke oorsprong anders dan in doorvoer buiten Nederland wil brengen, verzoeken een onderzoek van Rijkswege in te stellen, alsmede merken aan te brengen of bewijsstukken af te geven, ten bewijze dat voldaan is aan door die andere landen gestelde eisen. 2 Onze Minister kan omtrent de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde onderzoeken nadere regelen stellen. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1994 894 12-12-1994 29-12-1994
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Indien er gevaar bestaat voor overbrenging van een in Nederland opgetreden besmettelijke dierziekte kan Onze Minister het buiten Nederland brengen van dieren en dierlijke produkten afkomstig uit Nederland of een door hem te bepalen gedeelte daarvan verbieden dan wel verbieden indien niet voldaan wordt aan door hem te stellen regelen. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1994 392 20-05-1994 08-06-1994
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 De eisen en regelen, bedoeld in de artikelen 77 tot en met 80, kunnen onder meer verschillen naar gelang van de diersoort of categorie van dieren of de produkten en naar gelang van het land van bestemming. 2 Indien ter uitvoering van het bepaalde in artikel 77 wordt voorzien in een officiële erkenning van de in het tweede lid van artikel 77 bedoelde bedrijven, markten en verzamelplaatsen van vee of pluimvee wordt een zodanige erkenning verleend voor iedere markt en verzamelplaats en ieder bedrijf, dat aan de daarvoor door Onze Minister gestelde eisen voldoet en wordt de erkenning ingetrokken, indien het bedrijf de markt of de verzamelplaats niet langer aan deze eisen blijkt te voldoen, doch niet dan nadat gedurende een redelijke termijn gelegenheid is gegeven, de voor het behoud van de erkenning noodzakelijke voorzieningen te treffen. 3 Onverminderd het bepaalde in het tweede lid kan Onze Minister een officiële erkenning als bedoeld in het tweede lid voor bepaalde tijd intrekken indien: a. de bedrijfsvoering niet voldoet aan nader door Onze Minister gestelde regelen; b. de ondernemer ten behoeve van wiens bedrijf de officiële erkenning is verleend, in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 77, 78 of 79. 4 Het bepaalde in het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing indien op grond van de artikelen 78 of 79 wordt voorzien in een officiële erkenning van bedrijven, markten of verzamelplaatsen. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1994 392 20-05-1994 08-06-1994
Artikel 81a — Artikel 81a#
Artikel 81a 1 In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. EU-besluit: besluit als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; b. EU-rechtshandeling: EU-verordening, EU-richtlijn, of EU-besluit; c. EU-richtlijn: richtlijn als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; d. EU-verordening: verordening als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. 2 Dit hoofdstuk is van toepassing op de uitvoering van EU-rechtshandelingen betreffende de bewaking en bestrijding van zoönosen en zoönoseverwekkers die krachtens de artikelen 114, 168, 169 of 192 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn vastgesteld en krachtens die rechtshandelingen vastgestelde EU-rechtshandelingen. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 81b — Artikel 81b#
Artikel 81b Het is verboden te handelen in strijd met bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 81c — Artikel 81c#
Artikel 81c 1 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van EU-verordeningen of EU-besluiten. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ter implementatie van EU-richtlijnen. 3 De regels, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen betrekking hebben op: a. de aanwijzing van een bevoegde instantie; b. de aanwijzing of erkenning van een laboratorium; c. het doen van onderzoek naar, het bewaren van gegevens over, het verzamelen en ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten met betrekking tot de aanwezigheid van zoönosen en zoönoseverwekkers, antimicrobiële resistentie bij zoönoseverwekkers en bij andere verwekkers, wanneer deze een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. 4 De regels, bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 5 Een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid wordt Ons gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 81d — Artikel 81d#
Artikel 81d Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2012 659 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 81e — Artikel 81e#
Artikel 81e Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2012 659 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 81f — Artikel 81f#
Artikel 81f Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2012 659 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 81g — Artikel 81g#
Artikel 81g Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2012 659 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 81h — Artikel 81h#
Artikel 81h Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2012 659 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 81i — Artikel 81i#
Artikel 81i Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2012 659 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 81j — Artikel 81j#
Artikel 81j Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2012 659 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 81k — Artikel 81k#
Artikel 81k Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2012 659 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 81l — Artikel 81l#
Artikel 81l Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2012 659 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 81m — Artikel 81m#
Artikel 81m Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2012 659 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 81n — Artikel 81n#
Artikel 81n Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2012 659 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 81o — Artikel 81o#
Artikel 81o Vervallen 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2012 659 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Uit het Diergezondheidsfonds worden betaald: a. c d h de kosten van de uitvoering van de in artikel 22, eerste lid, onderdeel,en, genoemde maatregelen, met uitzondering van die van het reinigen van gebouwen, terreinen, bewaarplaatsen van mest en voorwerpen alsmede van het reinigen en ontsmetten van markten en andere plaatsen waarop dieren afkomstig van verschillende plaatsen bijeen worden gebracht; b. de kosten van het ter beschikking stellen van de middelen ter ontsmetting, als bedoeld in artikel 26. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 344 04-07-2002 21-06-2002 27685 05-07-2002
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Onze Minister kan bepalen, dat de kosten van het in artikel 17, eerste lid, bedoelde behandelen en merken geheel of gedeeltelijk worden betaald uit ’s Rijks kas. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1996 217 12-04-1996 18-12-1995 13-04-1996
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 1 Deze afdeling is van toepassing op maatregelen als bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk II ter voorkoming en bestrijding van ingevolge artikel 15 aangewezen besmettelijke dierziekten bij vee, pluimvee, bijen en nertsen. 2 e f Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel, onderscheidenlijk een aanwijzing als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel, kan deze afdeling geheel of gedeeltelijk van toepassing worden verklaard. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1996 217 12-04-1996 18-12-1995 13-04-1996
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 Uit het Diergezondheidsfonds wordt aan de eigenaar een tegemoetkoming in de schade uitgekeerd, indien: a. artikel 22, eerste lid, onderdeel f dieren krachtens het bepaalde in, worden gedood; b. artikel 22, eerste lid, onderdeel g produkten en voorwerpen krachtens het bepaalde in, onschadelijk worden gemaakt; c. artikel 22, tweede lid, onderdeel f en g maatregelen krachtens het bepaalde in, zijn toegepast. 2 De tegemoetkoming in de schade bedraagt: artikelen 87a 87b 87c met dien verstande dat indien voor de vaststelling van de waarde van bepaalde dieren, producten of voorwerpen bij of krachtens de,enregels zijn gesteld, de waarde van die dieren, producten of voorwerpen overeenkomstig die regels wordt vastgesteld. a. voor verdachte dieren: de waarde in gezonde toestand, b. voor zieke dieren: het bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gedeelte van de waarde in gezonde toestand, c. voor produkten en voorwerpen: de waarde op het moment van de maatregel, 3 Aan de toekenning van een tegemoetkoming kunnen door Onze Minister voorwaarden worden verbonden welke betrekking kunnen hebben op: en voor zover, de eigenaar niet bedrijfsmatig dieren houdt: a. de inrichting van het bedrijf; b. de hygiëne op het bedrijf; c. de herbevolking van het bedrijf; d. de bedrijfsbegeleiding door een dierenarts; e. op het bedrijf te nemen preventieve maatregelen; a. de inrichting van de verblijfsruimten voor dieren; b. de hygiëne in de verblijfsruimten voor dieren; c. de herbevolking van de verblijfsruimten voor dieren; d. de te nemen preventieve maatregelen. 4 Onze Minister kan de uitbetaling van de tegemoetkoming opschorten totdat aan de ingevolge het derde lid gestelde voorwaarden is voldaan, dan wel aan degene aan wie de tegemoetkoming is toegekend, de verplichting opleggen zekerheid te stellen voor de juiste nakoming van de krachtens dat lid gestelde voorwaarden. 5 Onze Minister kan bepalen, dat in afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, geen tegemoetkoming wordt toegekend, dan wel dat de tegemoetkoming op een geringer bedrag wordt bepaald, voor zover het optreden van de besmettelijke ziekte mede aan betrokkene te wijten is. 6 artikel 4 artikelen 91b tot en met 91h Een zelfde bevoegdheid heeft Onze Minister indien wordt vastgesteld dat de eigenaar aan zijn krachtensof krachtens deopgelegde verplichtingen niet of niet volledig heeft voldaan. 7 Onze Minister kan het bedrag van de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk terugvorderen, indien aan de aan deze tegemoetkoming krachtens het derde lid gestelde voorwaarden niet of niet ten volle is voldaan. 8 Op een tegemoetkoming in de schade voor dieren, producten of voorwerpen die zijn gedood of onschadelijk gemaakt als bedoeld in het eerste lid wordt de eventuele opbrengst van die dieren, producten of voorwerpen in mindering gebracht. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 Alvorens dieren op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel f, worden gedood of producten en voorwerpen op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel g, onschadelijk worden gemaakt, danwel producten en voorwerpen op grond van artikel 22, tweede lid, onderdeel f, worden vernietigd of onschadelijk gemaakt of bijenvolken op grond van artikel 22, tweede lid, onderdeel g, worden vernietigd, wordt de waarde daarvan vastgesteld. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 344 04-07-2002 21-06-2002 27685 05-07-2002
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 artikelen 87a 87b 87c Dit artikel is van toepassing op de waardevaststelling van dieren, producten en voorwerpen ten aanzien waarvan geen regels zijn gesteld bij of krachtens de,en. 2 artikel 87 De inbedoelde waardevaststelling geschiedt door een beëdigd deskundige, welke wordt aangewezen door Onze Minister. 3 artikel 87 Indien Onze Minister of de eigenaar of diens gemachtigde geen genoegen neemt met de waardevaststelling verzoekt Onze Minister de kantonrechter in het kanton waar de dieren, bedoeld in, zijn gedood of de producten en voorwerpen, bedoeld in dat artikel, onschadelijk zijn gemaakt of bijenvolken als bedoeld in dat artikel zijn vernietigd, drie beëdigde deskundigen te benoemen, waaronder de krachtens het tweede lid aangewezen deskundige. 4 Indien over de waardevaststelling geen overeenstemming wordt bereikt, geldt het bedrag dat het gemiddelde is van de verschillende waarderingen. 5 De kosten van de in het tweede en derde lid bedoelde deskundigen worden uit het Diergezondheidsfonds betaald. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Terstond nadat de waarde is vastgesteld deelt Onze Minister aan de eigenaar het bedrag van de waardevaststelling mede. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1996 217 12-04-1996 18-12-1995 13-04-1996
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 artikel 22 Indien door het onschadelijk maken van dieren, produkten of voorwerpen krachtens het bepaalde inschade wordt toegebracht aan gebouwen, terreinen of voorwerpen, wordt aan de eigenaar of gebruiker van deze gebouwen, terreinen of voorwerpen uit het Diergezondheidsfonds een tegemoetkoming in de schade uitgekeerd. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 artikel 17 21 artikelen 86 90 Schade veroorzaakt door de toepassing van maatregelen, als bedoeld inof, kan voor zover deze niet uit hoofde van deofvoor vergoeding in aanmerking komt, in door Onze Minister te bepalen bijzondere gevallen geheel of gedeeltelijk uit het Diergezondheidsfonds worden vergoed. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 344 04-07-2002 21-06-2002 27685 05-07-2002
Artikel 91a — Artikel 91a#
Artikel 91a Voor de toepassing van het bij en krachtens deze afdeling bepaalde wordt verstaan onder: vaccinbroedei: ei, afkomstig van pluimvee, dat zich in een broedmachine bevindt om te worden afgeleverd aan de farmaceutische industrie, dan wel bestemd is om voor dit doel in een broedmachine te worden gelegd. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 91b — Artikel 91b#
Artikel 91b Onder de naam diergezondheidsheffing worden heffingen geheven ter bestrijding van de kosten: a. artikelen 83 88, vijfde lid artikel 15, eerste lid artikelen 91c 91d bedoeld in deen, voor zover die kosten noodzakelijk zijn met het oog op de bestrijding van op grond van, aangewezen besmettelijke ziekten bij diersoorten die bij of krachtens deenzijn aangewezen, dan wel met het oog op het weren van de op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke dierziekten of van andere dierziekten; b. artikelen 86, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b 90 artikel 91 artikel 15, eerste lid artikelen 91c 91d van de tegemoetkomingen, bedoeld in de, en, alsmede de vergoedingen bedoeld in, voor zover die tegemoetkomingen onderscheidenlijk vergoedingen voortvloeien uit de bestrijding of het weren van op grond van, aangewezen besmettelijke ziekten bij diersoorten die bij of krachtens deenzijn aangewezen; c. hoofdstuk II, afdeling 3 artikel 15, eerste lid artikelen 91c 91d van door Onze Minister getroffen maatregelen en voorzieningen als bedoeld in, voor zover die kosten noodzakelijk zijn met het oog op de bestrijding van voor op grond van, aangewezen besmettelijke ziekten bij diersoorten die bij of krachtens deenzijn aangewezen, waartoe tevens gerekend worden de kosten van door Onze Minister getroffen maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn met het oog op de bescherming van het welzijn van dieren dan wel met het oog op onderzoek naar de mate van verspreiding van die ziekten in Nederland; d. artikelen 91c 91d artikel 81a van tegemoetkomingen voor maatregelen ter bestrijding van zoönosen of zoönoseverwekkers bij dieren die behoren tot de diersoorten die zijn aangewezen bij of krachtens deen, tot het nemen van welke maatregelen de houder op grond van EU-verordeningen of EU-besluiten als bedoeld inis gehouden; e. artikelen 91c 91d artikel 103 van het weren van ziekten die door de diersoorten die zijn aangewezen bij of krachtens deenkunnen worden overgebracht op de mens en die alleen de gezondheid van de mens aantasten, en waarop op grond vanbepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing zijn verklaard; f. artikelen 91c 91d van het weren van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën bij diersoorten die bij of krachtens deenzijn aangewezen; g. die noodzakelijk zijn met het oog op de heffing en invordering van de heffingen. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 91c — Artikel 91c#
Artikel 91c 1 De diergezondheidsheffing wordt geheven ter zake van het houden in de uitoefening van een bedrijf van: a. kippen; b. kalkoenen; c. eenden; d. schapen; e. geiten; f. varkens; g. runderen. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere diersoorten worden aangewezen dan die, genoemd in het eerste lid, waarvoor met ingang van een datum die is gelegen na het tijdstip van inwerkingtreding van die maatregel, de diergezondheidsheffing wordt geheven met dien verstande dat, ingeval de betrokken heffing wordt ingevoerd gedurende het kalenderjaar, de heffing in dat kalenderjaar wordt geheven over het nog niet verstreken deel van dat jaar. 3 De diergezondheidsheffing wordt, in afwijking van het eerste en tweede lid, niet geheven voor bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen diersoorten indien het aantal dieren dat van die diersoort op het bedrijf wordt gehouden niet meer bedraagt dan een in die maatregel voor die diersoort bepaald aantal. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 91d — Artikel 91d#
Artikel 91d 1 De diergezondheidsheffing wordt geheven ter zake van het houden van schapen en geiten, anders dan in de uitoefening van een bedrijf. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere diersoorten worden aangewezen dan die, genoemd in het eerste lid, die anders dan in de uitoefening van een bedrijf worden gehouden, waarvoor met ingang van een datum die is gelegen na het tijdstip van inwerkingtreding van die maatregel, de diergezondheidsheffing wordt geheven met dien verstande dat, ingeval de betrokken heffing wordt ingevoerd gedurende het kalenderjaar, de heffing in dat kalenderjaar wordt geheven over het nog niet verstreken deel van dat jaar. 3 De diergezondheidsheffing wordt, in afwijking van het eerste en tweede lid, niet geheven voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen diersoorten indien het aantal dieren dat van die diersoort wordt gehouden niet meer bedraagt dan een in die maatregel voor die diersoort bepaald aantal. 4 De diergezondheidsheffing wordt niet geheven ter zake van het houden van dieren die zich bevinden in een verzamelcentrum, een slachthuis of een vervoermiddel. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 91e — Artikel 91e#
Artikel 91e De diergezondheidsheffing wordt geheven: a. voor het houden van dieren in de uitoefening van een bedrijf: van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die, of het samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat, een bedrijf voert waar de dieren gehouden worden; b. voor het houden van dieren anders dan in de uitoefening van een bedrijf: van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die, of het samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat de dieren houdt. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 91f — Artikel 91f#
Artikel 91f 1 De diergezondheidsheffing voor het houden van dieren wordt geheven naar het aantal dieren van een diersoort of diercategorie dat in een kalenderjaar wordt gehouden. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de berekeningswijze van het aantal dieren, bedoeld in het eerste lid, welke regels per diersoort of diercategorie kunnen verschillen. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het aantal in een kalenderjaar gehouden dieren van een bepaalde diersoort of diercategorie wordt bepaald, indien voor die diersoort of diercategorie in onvoldoende mate gegevens over het aantal gehouden dieren in een kalenderjaar voorhanden zijn om dat aantal op die basis met voldoende zekerheid te kunnen berekenen. 4 artikel 91c, tweede lid In afwijking van het eerste lid wordt de diergezondheidsheffing voor het houden van kippen, kalkoenen, eenden of dieren behorend tot een andere krachtens, aangewezen soort gevogelte, geheven naar het aantal dieren dat aan het begin van de periode waarin zij worden gehouden in een tot het bedrijf behorende stal of ruimte wordt binnengebracht. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikelen IV en IVa van Stb. 2017/313 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 91g — Artikel 91g#
Artikel 91g 1 De diergezondheidsheffing wordt geheven ter zake van het in de uitoefening van een bedrijf: a. inleggen van broedeieren van kippen, kalkoenen of eenden in een broedmachine; b. produceren van vaccinbroedeieren van kippen, kalkoenen of eenden. 2 artikel 91b, onderdelen a tot en met g De diergezondheidsheffing kan worden geheven ter zake van het in de uitoefening van een bedrijf verhandelen, vervoeren of slachten van dieren, het produceren, bewerken, vervoeren of verhandelen van dierlijke producten, anders dan de handelingen, genoemd in het eerste lid, of het bereiden van diervoeder in een kalenderjaar, welke heffingen dienen ter bestrijding van de kosten, bedoeld in. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kan een handeling, genoemd in het tweede lid, worden aangewezen waarvoor de diergezondheidsheffing wordt geheven met ingang van een datum die is gelegen na het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende maatregel met dien verstande dat, ingeval de betrokken heffing wordt ingevoerd gedurende het kalenderjaar, de heffing in dat kalenderjaar wordt geheven over het nog niet verstreken deel van dat jaar. 4 Bij de maatregel, bedoeld in het derde lid, wordt voor een aangewezen handeling tevens de heffingsgrondslag vastgesteld. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 91h — Artikel 91h#
Artikel 91h artikel 91g, eerste en tweede lid De in, bedoelde heffingen worden geheven van de natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen of rechtspersonen die de krachtens artikel 91g, eerste of tweede lid, aangewezen handelingen verrichten. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 91i — Artikel 91i#
Artikel 91i 1 De diergezondheidsheffing voor het inleggen van broedeieren wordt geheven naar het aantal broedeieren dat in een kalenderjaar in een broedmachine wordt ingelegd. 2 De diergezondheidsheffing voor het produceren van vaccinbroedeieren wordt geheven naar het aantal vaccinbroedeieren dat in een kalenderjaar in een broedmachine wordt ingelegd. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de berekeningswijze van het aantal ingelegde eieren, bedoeld in het eerste en tweede lid. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 91j — Artikel 91j#
Artikel 91j 1 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald tot welk bedrag de uitgaven van het Diergezondheidsfonds die, in een bij die maatregel te bepalen periode van vijf kalenderjaren, zijn gedaan ten behoeve van een bepaalde diersoort of combinatie van diersoorten ten hoogste door middel van heffingen worden opgebracht. 2 De vaststelling voor de eerste maal van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 91k — Artikel 91k#
Artikel 91k 1 artikel 91j Onverminderden het derde lid wordt een tarief voor het houden van een diersoort of diercategorie vastgesteld op basis van: a. artikel 91b een raming van de kosten, bedoeld in, voor de desbetreffende diersoort of diercategorie, in het kalenderjaar of deel van het kalenderjaar waarvoor het tarief wordt vastgesteld; b. de benodigde middelen om in het Diergezondheidsfonds een reserve aan te houden; c. artikel 95b, onderdeel a uitgaven van het Diergezondheidsfonds, voor zover die uitgaven niet gedekt zijn door de opbrengsten van de diergezondheidsheffing, bedoeld in, in het tweede tot en met zesde kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor het tarief voor het houden van een diersoort of diercategorie wordt vastgesteld; d. het vastgestelde overschot of tekort bij de definitieve vaststelling van door de Europese Unie beschikbaar gestelde middelen ten opzichte van de door de Europese Unie voorlopig beschikbaar gestelde middelen voor de desbetreffende diersoort of diercategorie; e. een schatting van het aantal dieren of andere eenheden dat de grondslag vormt voor de heffing. 2 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen c en d: a. artikel 91j wordt bij de heffing ten behoeve van de uitgaven, gedaan in een bepaalde periode, het voor die periode bepaalde bedrag, bedoeld in, toegepast, ook als die heffingen niet in die periode worden geheven; b. worden uitsluitend de overschotten en tekorten uit de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde periode, die niet bij een eerdere tariefvaststelling waren betrokken, meegerekend. 3 artikel 91j De omvang van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde reserve wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald en bedraagt voor elke krachtensbepaalde periode ten hoogste 40 procent van het krachtens het eerste lid van dat artikel voor de desbetreffende periode en de desbetreffende diersoort of combinatie van diersoorten bepaalde bedrag. 4 De uitgaven bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden zo spoedig mogelijk en gedurende ten hoogste acht kalenderjaren, in de tarieven verwerkt. 5 artikel 91c, tweede lid artikel 91d, tweede lid artikel 91g, derde lid Bij de vaststelling van een tarief ten behoeve van de invoering van de diergezondheidsheffing voor een andere diersoort als bedoeld in de, of, dan wel een andere handeling als bedoeld in, en bij de wijziging van een dergelijk tarief, worden bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, slechts de uitgaven in aanmerking genomen die zijn gedaan na de datum van de invoering van de desbetreffende heffing. 6 artikel 95b, onderdeel a In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, worden alleen uitgaven van het Diergezondheidsfonds, die zijn gedaan na 1 januari 2015, en voor zover die niet gedekt zijn door ontvangsten als bedoeld in, in aanmerking genomen. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 91l — Artikel 91l#
Artikel 91l 1 artikel 91g, eerste lid artikel 91k De tarieven voor de in, bedoelde handelingen worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van, met dien verstande dat deze tarieven worden berekend op basis van de uitgaven voor de bestrijding en de wering van besmettelijke dierziekten en de opbrengsten van de diergezondheidsheffing van onderscheidenlijk de diersoorten kippen, kalkoenen en eenden. 2 artikel 91g, tweede lid artikel 91k De tarieven voor de in, bedoelde handelingen worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van, met dien verstande dat deze tarieven voor de onderscheiden handelingen worden berekend op basis van de uitgaven voor de bestrijding en de wering van besmettelijke dierziekten en de opbrengsten van de heffingen ten behoeve van de diersoort of diercategorie waar de desbetreffende handeling betrekking op heeft. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 91m — Artikel 91m#
Artikel 91m 1 De tarieven voor de diergezondheidsheffing worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. 2 De in het eerste lid bedoelde tarieven worden per kalenderjaar vastgesteld. 3 De bekendmaking van de tarieven geschiedt uiterlijk 31 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de tarieven worden vastgesteld door publicatie van de in het eerste lid bedoelde maatregel in het Staatsblad. 4 Indien niet uiterlijk op het in het derde lid bedoelde tijdstip een nieuw tarief voor een diersoort, een diercategorie of een handeling is bekendgemaakt, blijft het tarief zoals dat gold op dat tijdstip, van toepassing. 5 artikelen 91c, tweede lid 91d, tweede lid 91g, derde lid Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing bij de invoering van een heffing gedurende een kalenderjaar op grond van de,, of. 6 Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt niet vastgesteld dan nadat overleg is gepleegd met belangenorganisaties van natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen of rechtspersonen waarvan de diergezondheidsheffing wordt geheven. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 91n — Artikel 91n#
Artikel 91n artikel 91k De tarieven voor de diergezondheidsheffing voor de jaren 2018 en 2019 voor de diersoorten runderen, varkens, kippen, kalkoenen, eenden, schapen en geiten worden, zo nodig in afwijking van, zodanig vastgesteld dat de totale opbrengst van de diergezondheidsheffing en de bijdragen van de sectorpartijen, bedoeld in artikel 2 van het Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 2015–2019 (Stcrt. 2015, 13794), gerekend over de jaren 2015 tot en met 2019, niet meer bedraagt dan: a. voor runderen: € 23.540.000; b. voor varkens: € 53.447.000, waarvan ten hoogste € 30.000.000 ten behoeve van de bewaking en bestrijding van Afrikaanse varkenspest, en Swine Vesicular Disease; c. voor kippen, kalkoenen en eenden: € 47.138.000, waarvan ten hoogste € 2.113.000 ten behoeve van de bewaking en bestrijding van Newcastle Disease; d. voor schapen en geiten: € 5.074.000. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 91o — Artikel 91o#
Artikel 91o artikel 91k artikel 91n Indien in de jaren 2015 tot en met 2019 ten laste van het Diergezondheidsfonds uitgaven worden gedaan die overeenkomstigworden verwerkt in de tarieven die worden vastgesteld voor de jaren 2020 en verder, blijven de ingenoemde bedragen van toepassing bij de vaststelling van de diergezondheidsheffing voor die uitgaven. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 Vervallen 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 92a — Artikel 92a#
Artikel 92a Vervallen 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 92b — Artikel 92b#
Artikel 92b Vervallen 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 1 De diergezondheidsheffing wordt door Onze Minister per kalenderjaar geheven. 2 Onze Minister kan een voorlopige diergezondheidsheffing opleggen tot ten hoogste het bedrag waarop de diergezondheidsheffing vermoedelijk zal worden vastgesteld. 3 De voorlopige diergezondheidsheffing wordt verrekend met de diergezondheidsheffing. 4 De diergezondheidsheffing en de voorlopige diergezondheidsheffing kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd. 5 Onze Minister kan regels stellen, op grond waarvan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, dan wel een samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen a. op de daarbij vastgestelde wijze en binnen de daarbij vastgestelde termijn de gegevens en bescheiden verstrekt die voor de vaststelling van de diergezondheidsheffing van belang kunnen zijn, en b. op verzoek van Onze Minister nadere gegevens en bescheiden verstrekt ten behoeve van de vaststelling van de diergezondheidsheffing. 6 artikel 91f, vierde lid artikel 91c, tweede lid In afwijking van het eerste lid wordt de diergezondheidsheffing, in geval van toepassing van, geheven over elke periode dat kippen kalkoenen, eenden, of dieren behorend tot een andere krachtens, aangewezen soort gevogelte, in een stal of ruimte worden gehouden. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 93a — Artikel 93a#
Artikel 93a Vervallen 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 1 Onze Minister kan een vergoeding van kosten heffen overeenkomstig een door hem vastgesteld tarief ter zake van: a. artikel 10 een krachtensvoorgeschreven onderzoek; b. artikel 11 artikel 11, eerste lid, onderdeel a, ten vijfde een krachtensvoorgeschreven nader onderzoek, voorbehoedende behandeling of tijdelijke afzondering alsmede het toezicht, bedoeld in; c. artikel 18, tweede lid de controle, bedoeld in; d. vervallen; e. vervallen; f. vervallen; g. artikelen 77 78 een krachtens deofvoorgeschreven onderzoek; h. artikel 79 een onderzoek als bedoeld in; i. artikel 96 de identificatie en registratie, bedoeld in; j. de behandeling van een aanvraag om een bij of krachtens deze wet voorgeschreven vergunning, toelating, aanwijzing, erkenning of registratie danwel een aanvraag tot wijziging daarvan; k. de instandhouding van de bij of krachtens deze wet verleende vergunning, toelating, aanwijzing, erkenning of registratie; l. andere onderzoeken of verrichtingen met betrekking tot dieren, producten van dierlijke oorsprong en andere producten en voorwerpen die dragers van smetstof kunnen zijn, voorzover de onderzoeken of verrichtingen zijn voorgeschreven bij besluit krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, danwel op verzoek van betrokkenen plaatsvinden. 2 Onze Minister kan regelen stellen met betrekking tot betaling van de vergoeding. 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2014 211 19-06-2014 05-06-2014 01-07-2014
Artikel 94a — Artikel 94a#
Artikel 94a 1 artikel 94 Onverminderdkan Onze Minister bij of krachtens algemene maatregel van bestuur een vergoeding van kosten heffen overeenkomstig een door hem vastgesteld tarief ter zake van bij die maatregel benoemde onderzoeken of verrichtingen met betrekking tot dieren, producten van dierlijke oorsprong en andere producten en voorwerpen die dragers van smetstof kunnen zijn, voorzover de onderzoeken of verrichtingen zijn voorgeschreven krachtens deze wet. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de betaling van de vergoeding. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 94b — Artikel 94b#
Artikel 94b artikelen 94 94a Een tarief als bedoeld in deenwordt zodanig vastgesteld dat de geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde kosten die in een rechtstreeks verband staan met de werkzaamheden waarvoor het tarief wordt opgelegd, onverminderd de daaromtrent bij besluit krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vastgestelde verplichtingen. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 95a — Artikel 95a#
Artikel 95a 1 Er is een Diergezondheidsfonds, hierna te noemen: het fonds. 2 artikel 2.11 van de Comptabiliteitswet 2016 Het fonds is een begrotingsfonds als bedoeld in. 3 Onze Minister beheert de begroting van het fonds. 2017 139 07-04-2017 22-03-2017 34426 2017 253 19-06-2017 29-05-2017 01-01-2018
Artikel 95b — Artikel 95b#
Artikel 95b De ontvangsten van het fonds worden gevormd door: a. artikel 91b de opbrengsten van de diergezondheidsheffing, bedoeld in; b. bijdragen vanuit de begroting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; c. artikel 15, eerste lid de door de Europese Unie ter beschikking gestelde middelen, verband houdende met het weren en de bestrijding van op grond van, aangewezen besmettelijke dierziekten; d. andere ontvangsten. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019 Abusievelijk geeft het Staatsblad een wijzigingsopdracht voor de
onderdelen a tot en met d in plaats van onderdeel b.
Artikel 95c — Artikel 95c#
Artikel 95c Uit het fonds kunnen betalingen worden verricht: a. artikel 83 88, vijfde lid artikel 86, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b artikel 90 artikel 91 ter uitvoering vanen,,, en; b. artikel 15, eerste lid terzake van door Onze Minister getroffen maatregelen en voorzieningen bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 3, waartoe tevens gerekend worden de met de bestrijding van op grond van, aangewezen besmettelijke dierziekten verband houdende door Onze Minister getroffen maatregelen en voorzieningen met het oog op de bescherming van het welzijn van dieren dan wel met het oog op onderzoek naar de mate van verspreiding van dierziekten in Nederland; c. artikel 15, eerste lid terzake van door Onze Minister, met het oog op het weren van krachtens, aangewezen besmettelijke dierziekten, andere dierziekten of ziekteverschijnselen, gemaakte kosten; d. artikel 81a terzake van door Onze Minister gemaakte kosten met het oog op tegemoetkomingen voor maatregelen ter bestrijding van zoönosen of zoönoseverwekkers waartoe de houder op grond van EU-verordeningen of EU-besluiten als bedoeld inis gehouden; e. terzake van uitgaven ten behoeve van het weren van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën bij dieren; f. artikel 91b terzake van de heffing en invordering van de diergezondheidsheffing, bedoeld in, en g. terzake van andere uitgaven. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 95d — Artikel 95d#
Artikel 95d Het fonds sluit het begrotingsjaar niet af met een negatief saldo. 2017 139 07-04-2017 22-03-2017 34426 2017 253 19-06-2017 29-05-2017 01-01-2018
Artikel 95e — Artikel 95e#
Artikel 95e Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de voorwaarden waaronder betalingen worden verricht, alsmede met betrekking tot de informatieverstrekking over de besteding van de verkregen bijdragen. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten behoeve van de algemene gezondheidstoestand of van het welzijn van dieren, ter voorkoming van de verspreiding van smetstof of van de aanwezigheid van schadelijke stoffen in dieren en produkten van dierlijke oorsprong dan wel ter bescherming van de veiligheid van mens of dier regelen worden gesteld omtrent de identificatie en registratie van dieren alsmede van levende dierlijke producten. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 96a — Artikel 96a#
Artikel 96a artikelen 3 35 45 96 artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet hoofdstuk V, titel 4, van de Meststoffenwet Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de,,enkan worden bepaald dat op een bedrijf waarnaar een varkensrecht als bedoeld in, of een gedeelte daarvan, is overgegaan, of op een bedrijf dat tezamen met het daarop rustende varkensrecht is overgedragen aan een andere persoon of rechtspersoon, vanaf het tijdstip van registratie van de kennisgeving van overgang overeenkomstig, onderscheidenlijk het tijdstip van de bedrijfsoverdracht, het bij of krachtens de maatregel geregelde overgangsrecht niet van toepassing is ten aanzien van de op dat tijdstip gestelde regels, voor zover deze betrekking hebben op varkens. 2005 480 11-10-2005 15-09-2005 30004 2005 562 15-11-2005 19-10-2005 01-01-2006
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 Vervallen 2003 478 25-11-2003 22-10-2003 28173 2004 498 12-10-2004 01-10-2004 18-10-2004
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 1 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat dieren die aan te wijzen schadelijke stoffen hebben opgenomen of waarvan wordt vermoed dat zij die stoffen hebben opgenomen, totdat het tegendeel is gebleken, danwel totdat van overheidswege is vastgesteld dat het dier weer vrij is van deze stoffen, op het bedrijf waar zij worden gehouden worden opgestald of opgehokt danwel slechts met toestemming van Onze Minister het bedrijf mogen verlaten. 2 Bij ministeriële regeling kan ter voorkoming van de opname van aan te wijzen schadelijke stoffen door dieren worden bepaald dat dieren op het bedrijf waar zij worden gehouden worden opgestald of opgehokt danwel slechts met toestemming van Onze Minister het bedrijf mogen verlaten. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde aanwijzing van schadelijke stoffen geschiedt door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 4 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de in het eerste en tweede lid bedoelde dieren op door hem voorgeschreven wijze worden gemerkt, gevoederd of gedrenkt en dat de van die dieren afkomstige producten, voorzover aanwezig op het bedrijf waar de dieren worden gehouden, slechts met toestemming van Onze Minister het bedrijf mogen verlaten. 5 De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, kan onder beperkingen worden verleend en aan een toestemming kunnen voorschriften worden verbonden. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 344 04-07-2002 21-06-2002 27685 05-07-2002
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 1 Onze Minister kan het brengen in Nederland van dieren, waarin zich schadelijke stoffen bevinden, verbieden dan wel verbieden, indien niet voldaan wordt aan door hem te stellen regelen. 2 Een regeling krachtens het eerste lid wordt vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 344 04-07-2002 21-06-2002 27685 05-07-2002
Artikel 99a — Artikel 99a#
Artikel 99a artikelen 80 97 98 99 artikel 4 van de Bekendmakingswet Indien naar het oordeel van Onze Minister een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, kan Onze Minister bepalen dat de op grond de,,ofgestelde regels onmiddellijk na hun bekendmaking in werking treden. In dat geval kan hij zodanige regels, in afwijking van, op andere dan de daar genoemde wijze bekend maken. 2008 551 22-12-2008 27-11-2008 31084 2009 276 30-06-2009 11-06-2009 01-07-2009
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 1 artikel 31b, tweede lid artikel 114, tweede lid Indien een dierenarts weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een dier verschijnselen vertoont van een besmettelijke dierziekte waarop afdeling 3 van hoofdstuk II van toepassing is, danwel van een andere door Onze Minister aangewezen dierziekte, of indien een dierenarts weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een dier is aangetast door een dergelijke besmettelijke dierziekte of drager van smetstof is, danwel weet dat een dier de krachtens, door Onze Minister aangewezen ziekteverschijnselen vertoont, geeft hij hiervan terstond kennis aan een ambtenaar als bedoeld in. 2 artikel 31b, tweede lid artikel 114, tweede lid Een ieder die in het kader van werkzaamheden die in een onderzoeksinstelling worden verricht, gevallen van besmettelijke dierziekten opmerkt waarop afdeling 3 van hoofdstuk II van toepassing is, danwel van een andere door Onze Minister aangewezen dierziekte, danwel bij een dier de krachtens, door Onze Minister aangewezen ziekteverschijnselen opmerkt, geeft hiervan terstond kennis aan een ambtenaar als bedoeld in. 3 De artikelen 19, tweede lid, en artikel 31b, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de wijze van kennis geven, bedoeld in het eerste en het tweede lid. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 1 Het is verboden dieren opzettelijk in een zodanige toestand te brengen dat zij als ziek onderscheidenlijk verdacht moeten worden aangemerkt. 2 Het bepaalde in het eerste lid geldt niet indien Onze Minister het in zieke of verdachte toestand brengen in het belang van de algemene gezondheidstoestand van de betrokken diersoort uitdrukkelijk heeft goedgekeurd. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 101a — Artikel 101a#
Artikel 101a 1 De houder van één of meer dieren die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten, een besmetting met danwel de verspreiding van een krachtens artikel 15 aangewezen besmettelijke dierziekte kan worden veroorzaakt, is verplicht dergelijk handelen achterwege te laten voorzover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, danwel alle maatregelen te nemen die in redelijkheid kunnen worden gevergd, teneinde zodanige besmetting of verspreiding te voorkomen, danwel indien zodanige besmetting zich voordoet, de omvang en de gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. 2 De in het eerste lid bedoelde houder handelt in ieder geval in strijd met dat lid indien deze een of meer handelingen verricht waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die achterwege zouden zijn gebleven indien geen sprake zou zijn geweest van een uitbraak van een besmettelijke dierziekte, danwel een kennelijke dreiging daarvan, en redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die handelingen het gevaar van een zodanige verspreiding kunnen vergroten. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 344 04-07-2002 21-06-2002 27685 05-07-2002
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van de verspreiding van smetstof door dieren die niet worden gehouden regelen worden gesteld. 2 De krachtens het eerste lid gestelde regelen kunnen onder meer betrekking hebben op het behandelen en voorbehoedend behandelen van die dieren. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1996 217 12-04-1996 18-12-1995 13-04-1996
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 1 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter wering en bestrijding van ziekten die door dieren op de mens kunnen worden overgebracht en die alleen de gezondheid van de mens aantasten de bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing worden verklaard. 2 Een voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 344 04-07-2002 21-06-2002 27685 05-07-2002
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 1 Een ieder wie zulks aangaat is verplicht te handelen overeenkomstig dan wel zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van een krachtens deze wet gegeven bevel of genomen maatregel. 2 Het is verboden krachtens deze wet aangebrachte merken te verwijderen, te vernietigen, te beschadigen of onleesbaar te maken, tenzij toestemming is verleend door Onze Minister. 3 Het is verboden, tenzij met toestemming van Onze Minister ten aanzien van krachtens deze wet geplaatste of aangebrachte waarschuwingsborden en kentekenen enige handeling te verrichten. 2002 88 21-02-2002 30-01-2002 27685 2002 650 30-12-2002 05-12-2002 31-12-2002
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 1 Indien krachtens enige bepaling van deze wet regelen zijn vastgesteld ten aanzien van het voorzien zijn van dieren en produkten van dierlijke oorsprong van merken of kentekenen kan Onze Minister regelen stellen ten aanzien van het vervaardigen, vervoeren, te koop aanbieden, verkopen, voorhanden en in voorraad hebben, afleveren en gebruiken van zodanige merken of kentekenen en van stempels en andere werktuigen, waarmede merken en kentekenen kunnen worden vervaardigd of aangebracht. 2 Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien krachtens enige bepaling van deze wet regelen zijn gesteld ten aanzien van het vergezeld gaan van dieren of produkten van dierlijke oorsprong door bewijsstukken. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1993 54 18-01-1993 01-02-1993
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 1 Onze Minister kan, voor zover het belang van de gezondheid of het welzijn van dieren dan wel, voor zover het verband houdt met niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten, het belang van de gezondheid van mensen zich daartegen niet verzet, van het bij of krachtens deze wet bepaalde vrijstelling of ontheffing verlenen. 2 artikelen 97 tot en met 99 Een vrijstelling of ontheffing van het bij of krachtens debepaalde alsmede van een voorschrift dat tevens in het belang is van de bestrijding van een dierziekte die is aangewezen in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verleend. 3 Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften of voorwaarden worden verbonden. Zij kunnen onder beperkingen worden verleend. Zij kunnen te allen tijde worden ingetrokken. 2007 224 28-06-2007 11-05-2007 30568 2007 528 20-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 Vervallen 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 108a — Artikel 108a#
Artikel 108a Vervallen 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 1 artikelen 1, tweede lid 15, eerste lid, onderdeel e 33, eerste lid 34, eerste en tweede lid 35, eerste lid 38 39 40, tweede lid, onderdeel c, en derde lid 42 43 44, eerste en negende lid 45, eerste en derde lid 46, eerste lid 50, tweede lid 52, eerste lid 53 54 55, eerste, tweede en derde lid 56 59a, tweede en vierde lid 59b, tweede lid 61, tweede en derde lid 65 68 69, tweede lid 70 76, eerste lid 96 De algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in de;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;, alsmedeworden aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. Binnen 30 dagen na de overlegging kan door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van één der Kamers de wens te kennen worden gegeven dat de inwerkingtreding bij wet zal worden geregeld. Indien zodanige wens te kennen wordt gegeven, dienen Wij zo spoedig mogelijk een desbetreffend wetsvoorstel in. 2 Indien de algemene maatregel van bestuur tevens in het belang is van de volksgezondheid, wordt de voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van de algemene maatregel van bestuur gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 3 Indien het wetsvoorstel wordt ingetrokken of één van beide Kamers der Staten-Generaal tot niet-aanneming daarvan besluit, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 110a — Artikel 110a#
Artikel 110a artikelen 91c, tweede lid 91d, tweede lid 91g, derde lid Na het tot stand komen van een krachtens de,, of, vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken een voorstel van wet tot goedkeuring van de algemene maatregel van bestuur aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de kamers van de Staten-Generaal tot niet-aannemen van het voorstel besluit, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken, met ingang van het tijdstip waarop de maatregel in werking trad, en worden de gevolgen van die inwerkingtreding ongedaan gemaakt. 2017 313 20-07-2017 05-07-2017 34570 2017 465 07-12-2017 28-11-2017 01-01-2018 Artikel IV van Stb. 2017/313 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde verplichtingen inzake onderwerpen waarop deze wet van toepassing is, regelen worden gesteld waarbij kan worden afgeweken van bepalingen van deze wet. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 111a — Artikel 111a#
Artikel 111a artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht Met toepassing vanisniet van toepassing op: a. artikel 66 een aanvraag tot een vergunning als bedoeld in; b. artikel 81f een aanvraag tot een vaststelling van een werkgebied als bedoeld in, en c. artikel 107, eerste lid een aanvraag tot een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in. 2011 201 03-05-2011 07-04-2011 32614 2011 201 03-05-2011 07-04-2011 32614 01-01-2012
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 Wet op de dierproeven Stb. Deze wet treedt niet in hetgeen bij of krachtens de(1977, 67) is geregeld, met dien verstande dat onverminderd van kracht blijft hetgeen is of wordt bepaald bij of krachtens de artikelen 35, 38, 42, 45 tot en met 54, 55, 66 en 76. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1993 54 18-01-1993 01-02-1993
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren belast. 2 Onze Minister wijst ambtenaren aan die zijn belast met onderzoek naar de aanwezigheid van besmettelijke dierziekten. 3 artikel 121 artikel 141 Wetboek van Strafvordering artikelen 179 182 184 van het Wetboek van Strafrecht Met de opsporing van de bijstrafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd, belast de daartoe aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in detot en metenvoor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling gedaan of ondernomen door henzelf. 4 Staatscourant Van een besluit als bedoeld in dit artikel wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 1 artikelen 5:13 5:15 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht Deentot en metzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in artikel 114, tweede en derde lid, bedoelde ambtenaren. 2 De in artikel 114 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 Vervallen 2006 457 10-10-2006 14-09-2006 30401 2006 599 05-12-2006 25-10-2006 05-01-2007
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 1 artikel 5:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 114 In het inbedoelde geval verpakken en verzegelen de inbedoelde ambtenaren het monster ter plaatse. 2 artikel 5:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 114 In het inbedoelde geval laten de inbedoelde ambtenaren een tweede monster verpakt en verzegeld in het bezit van de belanghebbende. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 1 De in artikel 114 bedoelde ambtenaren die een monster hebben genomen, stellen dit in handen van die instelling die voor onderzoek daarvan door Onze Minister is aangewezen. 2 Het monster wordt zo spoedig mogelijk door de aangewezen instelling onderzocht. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1993 54 18-01-1993 01-02-1993
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 artikel 115 artikel 114 Een ieder ten aanzien van wie een der invan deze wet omschreven bevoegdheden wordt uitgeoefend met het oog op de opsporing van besmettelijke dierziekten, dan wel een ieder die werkzaam is op het gebied van het voorkomen en bestrijden van dierziekten, is verplicht aan de inbedoelde ambtenaren alle medewerking te verlenen, welke deze voor de opsporing van besmettelijke dierziekten redelijkerwijs behoeven. 2006 457 10-10-2006 14-09-2006 30401 2006 599 05-12-2006 25-10-2006 05-01-2007
Artikel 120a — Artikel 120a#
Artikel 120a 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. overtreding: artikelen 3, eerste lid, onderdelen b tot en met e, i en j 4 6 7 10 11, eerste lid, onderdeel a 12 13, eerste lid 17 18 44, eerste, achtste en negende lid 59 59a 59b 77 78 80 96 98, eerste, tweede, vierde en vijfde lid 99, eerste lid gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de,,, voor zover deze gedragingen in strijd zijn met de voorschriften met betrekking tot markten of andere verzamelplaatsen van dieren, slachterijen of het ontsmetten van vervoermiddelen,,,,,,,,,,,,,,,,, en; b. overtreder: degene die een overtreding pleegt of mede pleegt. 2 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op gedragingen die in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde artikelen voor zover deze betrekking hebben op producten of dieren anders dan vee of pluimvee. 3 Indien een overtreding is gepleegd door een rechtspersoon, een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid of een maatschap, wordt onder overtreder mede verstaan: degene die tot de overtreding opdracht heeft gegeven of daaraan feitelijk leiding heeft gegeven. 2010 157 22-04-2010 25-03-2010 31814 2010 318 17-08-2010 24-07-2010 18-08-2010
Artikel 120b — Artikel 120b#
Artikel 120b 1 Onze Minister kan een overtreder een bestuurlijke boete opleggen. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de boete die wegens een overtreding kan worden opgelegd. 2010 157 22-04-2010 25-03-2010 31814 2010 318 17-08-2010 24-07-2010 18-08-2010
Artikel 120c — Artikel 120c#
Artikel 120c Mandaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete van meer dan € 340 wordt niet verleend aan degene die van de overtreding een rapport of proces-verbaal heeft opgemaakt. 2010 157 22-04-2010 25-03-2010 31814 2010 318 17-08-2010 24-07-2010 18-08-2010
Artikel 120g — Artikel 120g#
Artikel 120g 1 Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij is begaan daartoe aanleiding geven, wordt zij aan het openbaar ministerie voorgelegd. 2 artikel 5.4.2.3, tweede lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 246, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering Indien ter zake van een overtreding aan de overtreder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een mededeling als bedoeld in, is verzonden, heeft dit dezelfde rechtsgevolgen als een kennisgeving van niet verdere vervolging als bedoeld in. 2010 157 22-04-2010 25-03-2010 31814 2010 318 17-08-2010 24-07-2010 18-08-2010
Artikel 120j — Artikel 120j#
Artikel 120j artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is bepaald voor de vijfde categorie, bedoeld in, per overtreding begaan door een natuurlijke persoon, en ten hoogste het bedrag dat is bepaald voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht per overtreding, begaan door een rechtspersoon of een vennootschap. 2010 157 22-04-2010 25-03-2010 31814 2010 318 17-08-2010 24-07-2010 18-08-2010
Artikel 120u — Artikel 120u#
Artikel 120u Vervallen 2018 142 24-05-2018 25-04-2018 34860 2018 207 29-06-2018 19-06-2018 01-07-2018
Artikel 120aa — Artikel 120aa#
Artikel 120aa Wijzigt deze wet. 2010 157 22-04-2010 25-03-2010 31814 2010 318 17-08-2010 24-07-2010 18-08-2010
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 1 artikelen 36, eerste lid 37 40 43 61, eerste lid 73, tweede lid Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de,,,,, en, zijn misdrijven. 2 artikelen 33 35 36, derde lid 41, eerste en tweede lid 59b, derde lid 61, tweede en derde lid 62 63 64 Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de,,,,,,,enzijn overtredingen. 2006 457 10-10-2006 14-09-2006 30401 2006 599 05-12-2006 25-10-2006 05-01-2007
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 1 artikelen 36, eerste lid 37 40 43 61, eerste lid 73, tweede lid Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de,,,,, en, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie. 2 artikelen 33 35 artikel 45 36, derde lid 41, eerste en tweede lid 59b, derde lid 61, tweede en derde lid 62 63 64 Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens deen, voorzover deze gedragingen plaatsvinden anders dan in de uitoefening van een bedrijf waarop voorschriften gesteld op grond vanvan toepassing zijn,,,,,,enworden gestraft met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie. 3 artikel 62, tweede lid artikel 63, eerste lid artikel 23, tweede lid, van de Wet op de kansspelen Stb. Indien een strafbaar feit als omschreven in, of, wordt gepleegd in verband met een paardenren of harddraverij met betrekking tot welke een totalisator als bedoeld in(1964, 483) is georganiseerd, worden de ingevolge het tweede lid geldende strafmaxima met een derde verhoogd. 4 artikel 36, eerste lid 37 Indien een der misdrijven omschreven in, enin de uitoefening van beroep of bedrijf zijn gepleegd, kan een geldboete worden opgelegd van de naast hogere categorie. 2006 457 10-10-2006 14-09-2006 30401 2006 599 05-12-2006 25-10-2006 05-01-2007
Artikel 122a — Artikel 122a#
Artikel 122a Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de artikelen 91a tot en met 93a, alsmede de artikelen 95a tot en met 95e, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van het in die artikelen bepaalde. 1998 236 28-04-1998 09-04-1998 25746 1998 237 28-04-1998 21-04-1998 25316 01-09-1998
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 Visserijwet 1963 Stb. In hetgeen bij of krachtens de(312) is of wordt voorzien, wordt niet voorzien krachtens deze wet. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1993 54 18-01-1993 01-02-1993
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 Wijzigt de Veewet. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 2005 643 20-12-2005 05-12-2005 01-01-2006 Onderdeel A, voor wat
betreft de artikelen 2bis, 3, 4, 5, 5bis, 6, 6bis, 7, 8, 9, 9a, 10a,
12, 13, 14, 35, 38, 44, 45, 48, 49, 50, 50a, 64ter, 76, 77, 77bis,
77ter, 78, 79, 80, 85, 94, 96, 97, 99, 100, 101 en 102 van de Veewet.
Artikel 125 — Artikel 125#
Artikel 125 Wijzigt de Wet op de economische delicten. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1993 54 18-01-1993 01-02-1993
Artikel 127 — Artikel 127#
Artikel 127 Wijzigt het Wetboek van Strafrecht. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1993 229 05-04-1993 01-06-1993
Artikel 129 — Artikel 129#
Artikel 129 De volgende wetten worden ingetrokken: a. de Paardenwet 1939 (Stb. 620); b. de Bijenwet 1947 (Stb. H 13); c. Vogelziektenwet de(Stb. 1949, J 585); d. Runderhorzelwet de(Stb. 1953, 189); e. Wet tot wering van besmettelijke ziekten bij knaagdieren de(Stb. 1953, 416); f. Nertsen-Ziektenwet de(Stb. 1960, 102); g. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; h. de Wet dierenvervoer (Stb. 1977, 338); i. Wet houdende vaststelling van minimumeisen voor het houden van legkippen de(Stb. 1984, 272). 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 2006 419 21-09-2006 06-09-2006 01-10-2006 Onderdeel i.
Artikel 130 — Artikel 130#
Artikel 130 1 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen van artikelen verschillend kan worden vastgesteld. 2 Het gestelde in artikel 41 is niet van toepassing ten aanzien van dieren die geboren zijn voor de eerste dag van de maand volgend op de datum van inwerkingtreding van dat artikel. 3 Ten aanzien van zaken betreffende overtredingen van ingevolge artikel 124 vervallen en ingevolge artikel 129 ingetrokken voorschriften die op het tijdstip van vervallen en intrekking bij de tot dat tijdstip bevoegde rechter aanhangig waren blijft deze rechter bevoegd. Ook in hoger beroep dat in de zaken bedoeld in de vorige volzin wordt ingesteld, blijft de rechter bevoegd die tot het daar bedoelde tijdstip bevoegd was van dat beroep kennis te nemen. 4 artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht De in het derde lid bedoelde zaken worden, onverminderd, afgedaan volgens de tot het in het derde lid bedoelde tijdstip geldende regelen. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1996 399 23-07-1996 04-07-1996 01-09-1996
Artikel 130a — Artikel 130a#
Artikel 130a 1 De verschillende artikelen van deze wet, of onderdelen daarvan, komen te vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden bepaald. 2 artikelen 1 1a van de Wet op de economische delicten Op het in het eerste lid bedoelde tijdstip vervallen in deende verwijzingen naar de betrokken artikelen of onderdelen. 2011 345 12-07-2011 19-05-2011 31389 2012 659 20-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 131 — Artikel 131#
Artikel 131 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Deze wet kan worden aangehaald als:. 1992 585 12-11-1992 24-09-1992 16447 1993 54 18-01-1993 01-02-1993