Wet van 2 december 1993, houdende regeling van de rechtspositie van ministers en staatssecretarissen
- BWB-id
- BWBR0006286
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006286
- ELI
- /eli/nl/wet/1993/wet-rechtspositie-ministers-en-staatssecretarissen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1993/wet-rechtspositie-ministers-en-staatssecretarissen/2024-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006286&g=2024-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006286&z=2026-06-06&g=2024-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006286/2024-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1993/wet-rechtspositie-ministers-en-staatssecretarissen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 De bezoldiging van ministers wordt bepaald op € 14.760,00 per maand. De bezoldiging van staatssecretarissen wordt bepaald op € 13.787,12 per maand. 2 Indien voor de ambtenaren die op grond van een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen en daarbij is bepaald dat die wijziging een algemeen karakter draagt, wordt bij ministeriële regeling met ingang van de datum, waarop die wijziging ingaat, de bezoldiging van ministers en staatssecretarissen dienovereenkomstig gewijzigd, onder nadere vaststelling, voor zoveel nodig, van de in het eerste lid genoemde bedragen. 3 Indien voor de ambtenaren, bedoeld in het tweede lid, in een collectieve arbeidsovereenkomst een eenmalige uitkering is overeengekomen, ontvangen ministers en staatssecretarissen deze op gelijke voet. 2024 17611 05-06-2024 03-06-2024 2024-0000313310 2024 17611 05-06-2024 03-06-2024 2024-0000313310 01-07-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1 Boven en behalve de bezoldiging, bedoeld in, ontvangen ministers en staatssecretarissen een eindejaarsuitkering van 8,3 procent van de bezoldiging en een vakantie-uitkering van 8 procent van de bezoldiging. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van: a. de voorzieningen die aan de ministers en staatssecretarissen ter beschikking worden gesteld en noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun ambt; b. een vaste vergoeding voor de kosten van voorzieningen die voor eigen rekening van de ministers en staatssecretarissen komen en door hen mede worden aangewend ten behoeve van de vervulling van hun ambt. 3 In de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in deze algemene maatregel van bestuur opgenomen bedragen bij ministeriële regeling kunnen worden gewijzigd op een in deze algemene maatregel van bestuur aangegeven wijze. 4 Onder de in het tweede lid, onder a, bedoelde voorzieningen zijn in ieder geval begrepen die met betrekking tot verhuizing en verblijf, beveiliging, informatie en communicatie, binnenlandse en buitenlandse dienstreizen en vervoer alsmede een voorziening voor bedrijfsgeneeskundige zorg. 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 10-07-2021 01-01-2020
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Een minister of staatssecretaris die naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, kan aanspraak maken op een voorziening als bedoeld in. 2 artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Het gestelde bij of krachtensis van overeenkomstige toepassing. 2017 98 23-03-2017 08-03-2017 34626 2017 227 09-06-2017 29-05-2017 01-07-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Na het overlijden van een minister of staatssecretaris wordt op de voet van hetgeen voor de ambtenaren die op grond van een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daaromtrent in een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen een uitkering toegekend. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 1, derde lid artikel 2, eerste lid artikel 3 Op de bezoldiging en uitkeringen, bedoeld in,, enis, voor zover in deze wet niet anders is bepaald, beslag mogelijk overeenkomstig de voorschriften van het gemene recht. 2 artikel 2, tweede lid Kostenvergoedingen krachtens, zijn niet vatbaar voor beslag. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 1, derde lid artikel 2, eerste lid artikel 3 Onverschuldigd betaalde bezoldiging of uitkeringen als bedoeld in,, enkunnen worden teruggevorderd. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 artikel 1, derde lid artikel 2, eerste lid artikel 3 Met de bezoldiging en de uitkeringen, bedoeld in,, en, kan worden verrekend hetgeen de minister of staatssecretaris of zijn nagelaten betrekkingen zelf als zodanig aan de Staat verschuldigd is of zijn. 2 artikel 5b, eerste lid Verrekening als bedoeld in het eerste lid kan plaatshebben ondanks gelegd beslag of toegepaste korting als bedoeld in. 3 artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Verrekening als bedoeld in het eerste lid is slechts in zoverre geldig als een beslag op die bezoldiging of uitkeringen geldig zou zijn, met dien verstande dat verrekening van hetgeen wegens genoten huisvesting of voeding is verschuldigd eveneens kan plaatsvinden met dat deel van de bezoldiging dat de beslagvrije voet, bedoeld in devormt. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b 1 artikel 1, derde lid artikel 2, eerste lid artikel 3 Op de bezoldiging en de uitkeringen, bedoeld in,, en, kan ten behoeve van een schuldeiser van de minister of staatssecretaris of zijn nagelaten betrekkingen een korting worden toegepast, mits de minister of staatssecretaris onderscheidenlijk zijn nagelaten betrekkingen de vordering van de schuldeiser erkent of erkennen dan wel het bestaan van de vordering blijkt uit een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak dan wel uit een authentieke akte. 2 Korting is slechts in zoverre geldig als een beslag op die bezoldiging geldig zou zijn. 3 Beslag, faillissement, surséance van betaling en toepassing ten aanzien van de minister of staatssecretaris of zijn nagelaten betrekkingen van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen sluiten korting uit. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 5c — Artikel 5c#
Artikel 5c artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 5a, tweede lid artikel 5b, derde lid Voor de toepassing vanworden, onverminderd, en, verrekening en korting gelijkgesteld met beslag. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 5d — Artikel 5d#
Artikel 5d Indien verscheidene schuldeisers uit hoofde van beslag of korting aanspraak hebben op een deel van de bezoldiging geschiedt de verdeling naar evenredigheid der inschulden, voor zover niet de ene schuldeiser voorrang heeft boven de anderen. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 5e — Artikel 5e#
Artikel 5e 1 Overdracht, inpandgeving of elke andere handeling waardoor de minister of staatssecretaris of zijn nagelaten betrekkingen enig recht op zijn bezoldiging aan een derde toekent of toekennen, is slechts geldig voor dat deel van de bezoldiging waarop beslag geldig zou zijn. 2 Een volmacht tot voldoening of invordering van de bezoldiging is slechts geldig indien zij schriftelijk is verleend en is steeds herroepelijk. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 5f — Artikel 5f#
Artikel 5f Betaling of afgifte aan een gemachtigde, nadat een volmacht tot voldoening of invorderingen van bezoldiging is geëindigd, ontlasten de Staat, indien een gegeven opdracht tot de betaling of afgifte niet meer tijdig kon worden ingetrokken, toen de Staat van het eindigen van de volmacht kennis kreeg. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 5g — Artikel 5g#
Artikel 5g artikel 19 van de Invorderingswet 1990 Beslag omvat in deze wet ook de invordering, bedoeld in. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Staatsblad Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin zij wordt geplaatst. 1993 718 02-12-1993 1993 718 02-12-1993 31-12-1993
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze wet wordt aangehaald als: Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen. 1993 718 02-12-1993 1993 718 02-12-1993 31-12-1993