Wet van 9 september 1992, houdende enkele rechtspositionele voorzieningen voor rampbestrijders in buitengewone omstandigheden
- BWB-id
- BWBR0005643
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005643
- ELI
- /eli/nl/wet/1993/wet-rechtspositionele-voorzieningen-rampbestrijders
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1993/wet-rechtspositionele-voorzieningen-rampbestrijders/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005643&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005643&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005643/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1993/wet-rechtspositionele-voorzieningen-rampbestrijders
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken; b. rampbestrijdingsdienst: het deelnemen aan 1°. artikelen 53 54 van de Wet veiligheidsregio’s het bestrijden van een ramp of een zwaar ongeval nadat deenin werking zijn gesteld; 2°. een oefening ter voorbereiding op de bestrijding van rampen en zware ongevallen in geval van buitengewone omstandigheden, aan het houden waarvan Onze Minister zijn goedkeuring heeft gehecht; 3°. Trb. Trb. het bestrijden van een ramp of een zwaar ongeval in België onderscheidenlijk de Bondsrepubliek Duitsland naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake wederzijdse bijstandsverlening bij het bestrijden van rampen en ongevallen (1984, 155) onderscheidenlijk de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de wederzijdse bijstandsverlening bij het bestrijden van rampen, zware ongevallen daaronder begrepen (1988, 95); 4°. een oefening die in België of in de Bondsrepubliek Duitsland wordt gehouden ter voorbereiding op het bestrijden van een ramp of een zwaar ongeval als bedoeld onder ten derde, aan het houden waarvan Onze Minister zijn goedkeuring heeft gehecht; c. rampbestrijder: degene die artikel 33, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s de rampbestrijdingsdienst vervult of heeft vervuld bij een gemeentelijke of regionale brandweer, bij een basisgezondheidsdienst, bij een Regionale Ambulancevoorziening, bij een gemeenschappelijke meldkamer, bij het Nederlandse Rode Kruis of bij een instelling, zorgaanbieder, of gezondheidsdienst als bedoeld in; 1°. bij wijze van beroep 2°. als vrijwilliger d. zijn gewone werk: de werkzaamheden die de rampbestrijder voorafgaande aan de rampbestrijdingsdienst gewoonlijk in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep heeft verricht; e. geneeskundig adviseur: een door Onze Minister aangewezen geneeskundige; f. artikel 27 grondslag: de inbedoelde grondslag. 2 Voor de toepassing van deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt gelijkgesteld met: a. gehuwd: als partner geregistreerd; b. weduwe: achtergebleven geregistreerde partner; c. weduwenuitkering: uitkering ten behoeve van de achtergebleven geregistreerde partner. 2012 208 11-05-2012 26-04-2012 32854 2012 546 13-11-2012 29-10-2012 01-01-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1, onder b Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder rampbestrijder mede verstaan degene, die op verzoek of op bevel van de burgemeester dan wel op verzoek van de commissaris van de Koning de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in, ten eerste, vervult of heeft vervuld. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 1, onder b, ten eerste Indien er sprake is van een ramp of een crisis, kan Onze Minister op verzoek van de burgemeester bepalen dat het deelnemen aan het bestrijden van die ramp of dat ongeval wordt aangemerkt als rampbestrijdingsdienst in de zin van. 2010 146 01-04-2010 11-03-2010 31968 2010 252 01-07-2010 24-06-2010 01-10-2010 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 28 Algemene Bijstandswet Stb. Aanspraken aan deze wet, met uitzondering van, kunnen slechts worden ontleend voor zover de in deze wet vervatte voorzieningen aanspraken krachtens een andere wettelijke regeling, met uitzondering van de(1963, 284), of krachtens arbeidsovereenkomst overtreffen. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 hoofdstukken II III IV artikel 29 artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Een uitkering als bedoeld in de,,enbedraagt per maand niet meer dan een twaalfde deel van 260 maal het inbedoelde bedrag, met betrekking tot een loontijdvak van een dag. 2 artikel 16 Voor de toepassing van het eerste lid blijft de aanvullende uitkering, bedoeld in, buiten beschouwing. 2005 708 28-12-2005 22-12-2005 30238 2005 709 28-12-2005 22-12-2005 01-01-2006 2004 311 08-07-2004 24-06-2004 28219 2004 548 29-10-2004 18-10-2004 01-01-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 hoofdstukken II III IV Toeslagenwet Stb. Een uitkering als bedoeld in de,enbedraagt per maand niet minder dan de som van de desbetreffende uitkering en de toeslag die in aanvulling daarop zou worden verleend, indien die uitkering zou zijn aangemerkt als een loondervingsuitkering in de zin van de(1987, 91). 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De rampbestrijder heeft recht op een ziekengelduitkering indien hij: a. door ziekten of gebreken ontstaan tijdens de rampbestrijdingsdienst, verhinderd wordt nadien zijn gewone werk te verrichten; b. door ziekten of gebreken die ontstaan zijn binnen 6 maanden na beëindiging van de rampbestrijdingsdienst en die in overwegende mate hun oorzaak vinden in de rampbestrijdingsdienst, verhinderd wordt zijn gewone werk te verrichten. 2 De ziekengelduitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt gedurende 12 maanden 100% van de grondslag en daarna gedurende 6 maanden 80% van de grondslag. 3 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet In afwijking van het tweede lid eindigt de ziekengelduitkering met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de rampbestrijder de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7 Geen recht op een ziekengelduitkering als bedoeld inbestaat: a. indien de rampbestrijder de ziekten of gebreken heeft voorgewend, althans zodanig overdreven voorgesteld, dat de verhindering tot het verrichten van zijn gewone werk niet kan worden aangenomen; b. indien de rampbestrijder de verhindering tot het verrichten van zijn gewone werk opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 7 Geen recht op een ziekengelduitkering als bedoeld in, of op verdere betaling daarvan, bestaat wanneer en voor zolang de rampbestrijder: a. weigert zich te onderwerpen aan een onderzoek vanwege de geneeskundig adviseur of, na voor zulk een onderzoek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt; b. zonder voldoende gronden nalaat zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen, dan wel zich niet houdt aan de hem door de behandelende geneeskundigen gegeven voorschriften, met dien verstande dat te dezen voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een ingreep van heelkundige aard zijn uitgezonderd; c. zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd; d. voor derden of zichzelf werkzaamheden verricht, tenzij dit door de geneeskundig adviseur in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht. 2 b c artikel 8 De rampbestrijder kan aan een onderzoek vanwege de geneeskundig adviseur worden onderworpen ter beantwoording van de vraag, of zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in het eerste lid, onderof, of in. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 7 Indien de rampbestrijder binnen een tijdvak van 30 kalenderdagen nadat de betaling van de ziekengelduitkering, bedoeld in, in verband met herstel gestaakt is, wederom wegens dezelfde ziekten of gebreken verhinderd wordt zijn gewone werk te verrichten, wordt de nieuw opgetreden verhindering als een voortzetting van de vorige verhindering beschouwd en wordt de betaling van de ziekengelduitkering hervat. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 7 De rampbestrijder heeft recht op een invaliditeitsuitkering, indien hij na afloop van de periode waarin hij op grond vaneen ziekengelduitkering ontving, geheel of gedeeltelijk algemeen invalide is. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Geheel of gedeeltelijk algemeen invalide is degene, die ten gevolge van ziekten of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen, hetgeen gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen. 2 In het eerste lid wordt onder de eerstgenoemde arbeid verstaan arbeid, die voor de krachten en bekwaamheden van de rampbestrijder is berekend en die hem met het oog op zijn opleiding en vroeger beroep in billijkheid kan worden opgedragen. 3 Bij de vaststelling van de mate van algemene invaliditeit wordt buiten beschouwing gelaten of de rampbestrijder de arbeid feitelijk kan verkrijgen. 4 Bij de vaststelling van de mate van algemene invaliditeit wordt, zoveel doenlijk, rekening gehouden met verkregen nieuwe bekwaamheden. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De invaliditeitsuitkering bedraagt bij een invaliditeitsgraad van: 80% of meer 73% 65-80% 59,45% 55-65% 45,89% 45-55% 36,50% 35-45% 27,64% 25-35% 18,25% 15-25% 9,39% van de grondslag. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 In afwijking vanis de invaliditeitsuitkering, indien de invaliditeitsgraad 80% of meer bedraagt en de rampbestrijder in een althans voorlopig blijvende toestand van hulpbehoevendheid verkeert, welke geregeld oppassing en verzorging nodig maakt, voor de duur van zijn hulpbehoevendheid, gelijk aan 100% van de grondslag. 2 Het eerste lid vindt geen toepassing, indien de rampbestrijder in een inrichting is opgenomen en de kosten van verblijf ten laste van een verzekering inzake ziektekosten komen. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikelen 8 9 Op de invaliditeitsuitkering zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De rampbestrijder aan wie een invaliditeitsuitkering is toegekend, heeft - indien de ziekten of gebreken in overwegende mate hun oorzaak vinden in de rampbestrijdingsdienst en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid zijn te wijten - recht op een aanvullende uitkering ten bedrage van 18% van de invaliditeitsuitkering. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Onze Minister wijzigt de invaliditeitsuitkering overeenkomstig de wijziging van de invaliditeitsgraad. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet De invaliditeitsuitkering eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de rampbestrijder de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 b artikel 7, eerste lid, onder De rampbestrijder heeft recht op een bijzondere invaliditeitsuitkering indien hij na het verstrijken van de termijn, bedoeld in, maar binnen 2 jaar na de beëindiging van de rampbestrijdingsdienst, door ziekten of gebreken geheel of gedeeltelijk algemeen invalide wordt en deze invaliditeit naar het oordeel van Onze Minister in overwegende mate haar oorzaak vindt in de rampbestrijdingsdienst. 2 Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op de bijzondere invaliditeitsuitkering. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De weduwe van de rampbestrijder die tijdens de rampbestrijdingsdienst is komen te overlijden, heeft recht op een weduwenuitkering. 2 Indien het overlijden binnen twee jaar na beëindiging van de rampbestrijdingsdienst plaatsvindt, bestaat eveneens recht op een weduwenuitkering indien het overlijden in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de rampbestrijdingsdienst. 3 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Het recht op een weduwenuitkering eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de weduwe de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 De weduwenuitkering bedraagt 50% van de grondslag. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Ieder kind van de rampbestrijder die tijdens de rampbestrijdingsdienst is komen te overlijden, dat de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet heeft bereikt en niet gehuwd is of gehuwd geweest is, heeft recht op een wezenuitkering. 2 Met het kind, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld het kind voor wie de rampbestrijder op het tijdstip van het overlijden de pleegouderlijke zorg had. 3 Onder pleegouderlijke zorg, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind, als ware het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 22 De wezenuitkering, bedoeld in, bedraagt: a. voor elk kind wiens ouder onderscheidenlijk wiens pleegouder aan het overlijden van de rampbestrijder recht op een weduwenuitkering ontleent, 10% van de grondslag; b. voor elk ander kind 20% van de grondslag. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Het gezamenlijk bedrag aan weduwenuitkering en wezenuitkering gaat 70% van de grondslag niet te boven. 2 Indien wegens de toepassing van het eerste lid de uitkeringen een vermindering moeten ondergaan, geschiedt deze naar evenredigheid van hun bedragen. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 hoofdstukken II III Na het overlijden van de rampbestrijder, aan wie een uitkering krachtens deofis toegekend, wordt deze uitkering, voor zover niet reeds uitbetaald, tot en met de laatste dag van de tweede maand volgend op die waarin het overlijden plaatsvond, uitbetaald aan de weduwe van de rampbestrijder van wie de rampbestrijder niet duurzaam gescheiden leefde. 2 artikel 28 artikel 29 Na het overlijden van de rampbestrijder, die op het moment van overlijden recht had op een vergoeding als bedoeld inof een uitkering als bedoeld in, wordt deze vergoeding of uitkering, voor zover niet reeds uitbetaald, ter grootte van hetgeen de rampbestrijder zou hebben ontvangen, indien de rampbestrijdingsdienst voor hem tot de laatste dag van de derde maand volgend op die waarin het overlijden plaatsvond, zou hebben voortgeduurd, uitbetaald aan de weduwe van de rampbestrijder van wie de rampbestrijder niet duurzaam gescheiden leefde. 3 Bij ontstentenis van de persoon, bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt de betaling aan de kinderen van de overledene, die de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet hebben bereikt en niet gehuwd of gehuwd geweest zijn. 4 Bij ontstentenis van de personen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, geschiedt de betaling aan degenen ten aanzien van wie de rampbestrijder grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Indien een rampbestrijder wordt vermist in verband met de rampbestrijdingsdienst, hebben degenen die aan zijn overlijden recht op uitkering zouden ontlenen, recht op een tijdelijke uitkering op dezelfde voet als in de voorgaande artikelen van dit hoofdstuk is omschreven. 2 De tijdelijke uitkering gaat van rechtswege over in een voortdurende uitkering zodra vaststaat dat de vermiste rampbestrijder is overleden. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Onder grondslag worden in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan de inkomsten uit of in verband met zijn gewone werk, die de rampbestrijder in het jaar onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop het recht op een uitkering krachtens deze wet is ontstaan, heeft genoten. 2 artikel 28, eerste lid Indien de rampbestrijder in het jaar, bedoeld in het eerste lid, geen inkomsten uit of in verband met zijn gewone werk heeft genoten, wordt onder grondslag verstaan twaalf maal het bedrag waarop hij op grond van, recht heeft. Ten aanzien van de rampbestrijder die minder dan tien uren rampbestrijdingsdienst heeft vervuld, wordt voor de berekening van het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, het aantal uren gesteld op 10. 3 artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Indien de inkomsten, bedoeld in het eerste lid, voortkomen uit of verband houden met de uitoefening van een vrij beroep of eigen bedrijf, worden onder inkomsten verstaan de winst uit een of meer ondernemingen, bedoeld in. 4 artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen Indien de rampbestrijder in het jaar, bedoeld in het eerste lid, zijn gewone werk verrichtte in een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtsbetrekking, isvan overeenkomstige toepassing. 5 Indien in de bezoldiging van het rijkspersoneel een wijziging wordt aangebracht en wordt bepaald in hoeverre deze wijziging een algemeen karakter draagt, wordt de grondslag in overeenkomstige mate aangepast aan de bezoldigingswijziging voor zover deze dat algemeen karakter heeft. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 c artikel 1, onder b artikel 1, onder artikel 3 artikel 2 b artikel 1, onder, ten eerste artikel 3 De rampbestrijder, bedoeld in, ten tweede, die de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in, ten eerste, ten derde en ten vierde, en, vervult, alsmede de rampbestrijder, bedoeld in, die de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in, en, vervult, hebben recht op een beloning van € 13,61 per uur. 2 Onze Minister past het bedrag, bedoeld in het eerste lid, aan, voor zover wijzigingen in overeenkomstige vergoedingen voor het vrijwillig brandweerpersoneel daartoe aanleiding geven. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 c artikel 1, onder b artikel 1, onder artikel 3 artikel 2 b artikel 1, onder artikel 3 artikel 5 De rampbestrijder, bedoeld in, ten tweede, die tijdens de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in, ten eerste, ten derde en ten vierde, en, loon of inkomsten uit zijn gewone werk derft, alsmede de rampbestrijder, bedoeld in, die tijdens de rampbestrijdingsdienst, bedoeld in, ten eerste, en, loon of inkomsten uit zijn gewone werk derft, hebben onverminderdrecht op een uitkering met betrekking tot hetgeen zij ter zake derven die gelijk is aan: a. hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen het bedrag van het werkelijk gederfde loon in de zin van, al naar gelang zij hun gewone werk in loondienst uitoefenen of tot deze categorie gerekend kunnen worden; b. het bedrag van de werkelijk gederfde inkomsten, al naar gelang zij hun gewone werk door zelfstandige beroepsuitoefening of door het voeren van een eigen bedrijf verrichten; c. de werkelijk gederfde bezoldiging die zij krachtens een wettelijke regeling zouden hebben genoten, al naar gelang zij hun gewone werk krachtens een publiekrechtelijke aanstelling verrichten. 2 artikel 5 Indien de inkomsten van de rampbestrijder, bedoeld in het eerste lid, een wisselend karakter dragen, wordt onverminderdvoor de berekening van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, het dag- of maandgemiddelde van deze inkomsten over de laatste 26 weken genomen. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 De rampbestrijder heeft recht op vergoeding van de te zijnen laste blijvende noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling van ziekten of gebreken die in overwegende mate hun oorzaak vinden in de rampbestrijdingsdienst. 2 Voorts kan aan de rampbestrijder een tegemoetkoming worden toegekend in de te zijnen laste blijvende noodzakelijk gemaakte kosten, die verband houden met de in het eerste lid bedoelde ziekten of gebreken. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Aan de rampbestrijder wordt de schade aan de hem behorende goederen vergoed die hij als gevolg van de rampbestrijdingsdienst buiten zijn schuld lijdt, voor zover deze schade niet bestaat uit de normale slijtage van die goederen en hij niet uit anderen hoofde recht heeft op vergoeding van die schade. 2 Voorts heeft de rampbestrijder in geval van vermindering of verlies van lichaamsfuncties, waarvan de oorzaak in overwegende mate ligt in de rampbestrijdingsdienst, recht op een door Onze Minister vast te stellen vergoeding. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Onze Minister is belast met de uitvoering van deze wet. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Een aanvraag om toepassing van in deze wet geregelde voorzieningen dient bij Onze Minister te worden ingediend binnen een jaar nadat het recht op een voorziening is ontstaan. 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 De aanvrager onderscheidenlijk degene aan wie een voorziening is toegekend, is verplicht aan Onze Minister onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten of omstandigheden, waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk is, dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van een uitkering krachtens deze wet of het bedrag dat daarvan wordt uitbetaald. 2 Indien de aanvrager onderscheidenlijk degene aan wie een voorziening is toegekend de verplichting hem op grond van het eerste lid opgelegd, niet nakomt, is Onze Minister bevoegd de voorziening tijdelijk of blijvend geheel te weigeren, of tijdelijk of blijvend gedeeltelijk te weigeren of de uitkeringsduur te beperken. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 hoofdstukken II III IV artikelen 30 31, tweede lid Alvorens Onze Minister een beslissing neemt op een aanvraag om een uitkering als bedoeld in de,,of een voorziening als bedoeld in deen, vraagt hij zonodig het advies van de geneeskundig adviseur. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 33 Omtrent elke aanvraag, bedoeld in, neemt Onze Minister binnen dertien weken een beslissing. 2 Onze Minister kan een beslissing ambtshalve herzien. 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van een goede uitvoering van deze wet nadere regels gesteld. 2 Onze Minister kan, wanneer hij overweegt een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur te doen en naar zijn oordeel een gewichtige reden een onmiddellijke voorziening eist, overeenkomstig de in overweging zijnde maatregel regels stellen. 3 De regeling, bedoeld in het tweede lid, blijft behoudens eerdere intrekking, van kracht totdat de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur in werking treedt, doch uiterlijk tot 12 maanden na de dag van inwerkingtreding. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 De betaling van de uitkeringen krachtens deze wet geschiedt in maandelijkse termijnen. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Wanneer als gevolg van omstandigheden, waaraan de betrokkene geen schuld draagt, de toekenning van een voorziening wordt vertraagd, is Onze Minister bevoegd hem een naar redelijkheid vast te stellen voorschot op een voorziening te verlenen. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Onze Minister is bevoegd hetgeen op grond van deze wet onverschuldigd is betaald geheel of gedeeltelijk terug te vorderen: a. gedurende vijf jaren na de dag van betaalbaarstelling indien hij door toedoen van de aanvrager onverschuldigd heeft betaald; b. gedurende twee jaar na de dag van betaalbaarstelling in de overige gevallen waarin het de aanvrager redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat Onze Minister onverschuldigd heeft betaald. 2 Een voorschot wordt door degene aan wie een voorziening krachtens deze wet is toegekend, op eerste vordering aan Onze Minister terugbetaald of door Onze Minister in mindering gebracht op een later te betalen bedrag. 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Een voorziening krachtens deze wet is onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding of belening. 2 Een machtiging tot het in ontvangst nemen van de voorziening onder welke vorm of benaming verleend, is steeds herroepelijk. 3 Elk beding, strijdig met het eerste of tweede lid, is nietig. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 c artikel 1, onder Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepalingen van deze wet op andere dan de in, bedoelde groepen van personen die de rampbestrijdingsdienst vervullen, van overeenkomstige toepassing worden verklaard. Zonodig kunnen daarbij tevens aanvullende regels worden gegeven. 2 De voordracht tot een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan door Onze Minister en Onze Ministers die het mede aangaat te zamen. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Onze Minister is bevoegd in bepaalde gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, welke zich bij de toepassing van deze wet mochten voordoen. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven betreffende de wijze waarop met de daarvoor in aanmerking komende vertegenwoordigers van de rampbestrijders overleg wordt gepleegd over de voorschriften die ter uitvoering van deze wet worden gesteld. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 46a — Artikel 46a#
Artikel 46a artikel 27 artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Voorzover de grondslag, bedoeld in, moet worden bepaald over een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar, wordt voor de toepassing van het derde lid van dat artikel onder winst uit een of meer ondernemingen, bedoeld inverstaan winst uit onderneming als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964. 2000 571 27-12-2000 14-12-2000 27184 2000 571 27-12-2000 14-12-2000 27184 01-01-2001
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 Stb. De Wet op de noodwachten (1971, 61) wordt ingetrokken. 2 De noodwachter, genoemd in artikel 7 van de Wet op de noodwachten, diens nagelaten betrekking of diens rechtsverkrijgende, en de groepen van personen die op grond van artikel 171 van die wet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, die de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet aanspraak hebben op een uitkering of voorziening krachtens die genoemde wet, of binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet een verzoek om toekenning van een in de Wet op de noodwachten genoemde uitkering of voorziening hebben ingediend, hebben aanspraak op een met bedoelde uitkering of voorziening overeenkomende, in deze wet geregelde uitkering of voorziening. Deze wet is hierbij zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 3 Politiewet 1993 Degene die op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van deingevolge een opdracht van een daartoe aangewezen gezag als reserve werkzaamheden heeft verricht bij de rijks- of gemeentepolitie en op die dag aanspraak had op een in deze wet geregelde uitkering of voorziening dan wel binnen een jaar na die datum een verzoek om toekenning van een zodanige uitkering of voorziening heeft ingediend, heeft aanspraak op een met bedoelde uitkering of voorziening overeenkomende, in deze wet geregelde uitkering of voorziening. Deze wet is hierbij zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 4 Degene die krachtens het tweede lid dan wel het derde lid aanspraak heeft op een in deze wet geregelde uitkering of voorziening, heeft, in voorkomend geval, recht op het verschil tussen de even bedoelde uitkering of voorziening en de uitkering of voorziening waarop hij aanspraak gehad zou hebben indien de in het eerste lid bedoelde wet niet zou zijn ingetrokken. 1993 725 09-12-1993 23088 1994 27 13-01-1994 07-01-1994 01-04-1994
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Deze wet kan worden aangehaald als Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders. 1992 531 09-09-1992 22225 1993 294 28-05-1993 01-07-1993