Wet van 15 december 1993, houdende regelen betreffende een algemeen stelsel van erkenning van in de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen behaalde hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaren worden afgesloten
- BWB-id
- BWBR0006317
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2004-12-30 t/m 2007-12-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006317
- ELI
- /eli/nl/wet/1994/algemene-wet-erkenning-eg-hoger-onderwijsdiploma-s
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1994/algemene-wet-erkenning-eg-hoger-onderwijsdiploma-s/2004-12-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006317&g=2004-12-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006317&z=2026-06-06&g=2004-12-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006317/2004-12-30
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1994/algemene-wet-erkenning-eg-hoger-onderwijsdiploma-s
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, voorzover niet anders bepaald, verstaan onder: a. Onze minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. hoger-onderwijsopleiding: een voltijdse opleiding op het niveau van het hoger onderwijs met een cursusduur van ten minste drie jaren dan wel een daarmee naar niveau en studielast overeenkomende deeltijdse opleiding, in voorkomende gevallen gevolgd door een aanvullende beroepsopleiding; c. Richtlijn nr. 89/48/EEG richtlijn:van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988, betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma’s waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten (PbEG 1989, L 19), naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld; d. beroep: een gereglementeerd beroep, omvattende een geheel van activiteiten, al dan niet in loondienst verricht, waarvoor als vereiste is gesteld het bezit van een nationaal getuigschrift verkregen op grond van een voltooide hoger-onderwijsopleiding; 1. bij of krachtens wet voor de toelating of voor het voeren van een beroepstitel, dan wel 2. indien het beroepen in de gezondheidszorg betreft, krachtens het nationale stelsel van sociale zekerheid voor het voor bezoldiging of vergoeding in aanmerking brengen, e. Lid-Staat: een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; f. beroepservaring: de daadwerkelijke en geoorloofde uitoefening van het betrokken beroep in een Lid-Staat; g. artikel 8, tweede lid EG-verklaring: een verklaring als bedoeld in; h. gereglementeerde opleiding: een hoger-onderwijsopleiding die: specifiek gericht is op een bepaald beroep, en bestaat uit een studiecyclus, in voorkomend geval aangevuld met een beroepsopleiding, beroepsstage of praktijkervaring, waarvan structuur en niveau bij of krachtens wet zijn vastgesteld. 2004 712 29-12-2004 02-12-2004 29607 2004 712 29-12-2004 02-12-2004 29607 30-12-2004 01-06-2002
Artikel 2 — Artikel 2 Diploma vereist voor toelating tot een beroep in een Lid-Staat#
Artikel 2 Diploma vereist voor toelating tot een beroep in een Lid-Staat Een diploma is een bewijsstuk, dan wel een geheel van bewijsstukken, afgegeven in een Lid-Staat anders dan Nederland door het daartoe bij of krachtens wet in die Lid-Staat bevoegde gezag, waaruit blijkt dat de bezitter voldoet aan de in die Lid-Staat bij of krachtens wet voor de toelating tot een beroep gestelde opleidingsvereisten door middel van: a welke opleidingen door het daartoe bij of krachtens wet in de in de aanhef bedoelde Lid-Staat bevoegde gezag als gelijkwaardig zijn erkend met een opleiding als bedoeld onder. a. een overwegend in een Lid-Staat genoten en in de in de aanhef bedoelde Lid-Staat met goed gevolg afgesloten hoger-onderwijsopleiding, of b. 1. een in een Lid-Staat anders dan Nederland genoten en met goed gevolg afgesloten opleiding anders dan een hoger-onderwijsopleiding, dan wel 2. een in overeenstemming met de opleidingsvereisten voor de toelating tot het beroep in de in de aanhef bedoelde Lid-Staat opgedane beroepservaring van ten minste drie jaren, na een in een derde land met goed gevolg afgesloten hoger-onderwijsopleiding, 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 3 — Artikel 3 Diploma op grond van een beroepsvoorbereidende opleiding#
Artikel 3 Diploma op grond van een beroepsvoorbereidende opleiding artikel 2 Indien in de Lid-Staat waar betrokkene een beroep uitoefent dan wel heeft uitgeoefend, voor de toelating tot dat beroep geen diploma als bedoeld inis vereist, geldt als diploma in de zin van deze wet een bewijsstuk, dan wel een geheel van bewijsstukken, die hem op de betrokken beroepsuitoefening heeft voorbereid, en a. afgegeven door het daartoe bij of krachtens wet in die Lid-Staat bevoegde gezag, b. met betrekking tot 1. een in een Lid-Staat anders dan Nederland met goed gevolg afgesloten hoger-onderwijsopleiding, dan wel 2. een in een Lid-Staat anders dan Nederland met goed gevolg afgesloten opleiding die door de Lid-Staat, bedoeld in de aanhef, als gelijkwaardig met een opleiding als bedoeld onder 1 wordt aangemerkt, mits de andere Lid-Staten en de Commissie van de Europese Gemeenschappen van deze gelijkwaardigheid in kennis zijn gesteld, c. artikel 8, eerste lid waaruit blijkt dat betrokkene in de tien jaren voorafgaand aan een aanvraag als bedoeld in, in de in de aanhef bedoelde Lid-Staat gedurende ten minste twee jaren voltijds of gedurende een gelijkwaardige periode deeltijds het betrokken beroep heeft uitgeoefend; geen beroepservaring is vereist indien betrokkene met goed gevolg een gereglementeerde opleiding heeft afgesloten. 2002 526 05-11-2002 26-09-2002 28335 2002 526 05-11-2002 26-09-2002 28335 06-11-2002
Artikel 4 — Artikel 4 Reikwijdte wet#
Artikel 4 Reikwijdte wet 1 artikel 1, onder d Deze wet is van toepassing op beroepen als bedoeld in, tenzij bij of krachtens wet ten aanzien van een beroep is geïmplementeerd: a. de richtlijn, dan wel b. een separate Richtlijn inzake de onderlinge erkenning van de diploma’s, certificaten en andere titels die de Raad van de Europese Gemeenschappen ten aanzien van het betrokken beroep heeft vastgesteld. 2 Staatscourant Onze minister doet mededeling in deop welke beroepen deze wet in ieder geval van toepassing is. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5 Principe toelating EG-onderdanen#
Artikel 5 Principe toelating EG-onderdanen Een onderdaan van een Lid-Staat die ten aanzien van een beroep in het bezit is van een EG-verklaring, voldoet aan de in Nederland bij of krachtens wet voor de toelating tot het betreffende beroep gestelde opleidingsvereisten. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 6 — Artikel 6 Bevoegde autoriteit#
Artikel 6 Bevoegde autoriteit 1 Onze minister die het aangaat, is bevoegd tot afgifte van een EG-verklaring aan een onderdaan van een Lid-Staat die toelating tot een beroep in Nederland verlangt. 2 Bij algemene maatregel van bestuur, op de voordracht van Onze minister, mede namens Onze minister die het aangaat, kan ten aanzien van een beroep, in afwijking van het in het eerste lid bepaalde, een andere bevoegde autoriteit worden aangewezen. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 7 — Artikel 7 Bepalingen inzake enige mogelijke overige toelatingsvereisten#
Artikel 7 Bepalingen inzake enige mogelijke overige toelatingsvereisten 1 Indien de toelating tot een beroep mede afhankelijk is gesteld van: geldt als zodanig een met die verklaring of dat document overeenkomend document, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in de Lid-Staat van oorsprong of herkomst. a. Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de, b. een document waaruit blijkt dat betrokkene niet in staat van faillissement heeft verkeerd, noch ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is geweest, dan wel c. een document betreffende de lichamelijke of geestelijke gezondheid, 2 Indien in de Lid-Staat van oorsprong of herkomst een met de in het eerste lid bedoelde: niet wordt afgegeven, kan betrokkene volstaan met het afleggen van een verklaring onder ede dan wel een plechtige verklaring ten overstaan van een daartoe bij of krachtens wet in die Lid-Staat bevoegde instantie dan wel ten overstaan van een notaris of een in die Lid-Staat bevoegde beroepsorganisatie, welke een attest afgeeft dat deze eed of plechtige verklaring bewijskracht heeft. a. verklaring omtrent het gedrag, b. document waaruit blijkt dat betrokkene in het kader van de uitoefening van zijn beroep niet tuchtrechtelijk is veroordeeld, dan wel c. een document waaruit blijkt dat betrokkene niet in staat van faillissement heeft verkeerd, noch ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is geweest, 3 Indien in de Lid-Staat van oorsprong of herkomst een met de in het eerste lid bedoelde verklaring betreffende de lichamelijke of geestelijke gezondheid overeenkomend document niet wordt verlangd, kan betrokkene volstaan met een in die Lid-Staat door een bevoegde instantie afgegeven verklaring, die overeenstemt met de in Nederland gebruikelijke verklaring. 4 Indien een bewijs van financiële draagkracht is vereist voor de toegang tot of de uitoefening van een gereglementeerd beroep, zijn attesten die zijn afgegeven door een financiële instelling in de lidstaat van oorsprong of herkomst gelijkwaardig aan die welke in Nederland worden afgegeven. 5 Indien Onze Minister die het aangaat, van een eigen onderdaan die toelating verlangt tot een gereglementeerd beroep, eist dat deze verzekerd is tegen de financiële risico's van zijn beroepsaansprakelijkheid, aanvaardt hij een attest van een verzekeraar in een andere lidstaat als gelijkwaardig aan een attest dat in Nederland wordt afgegeven. Het attest vermeldt dat de verzekeraar de in Nederland van kracht zijnde bepalingen heeft nageleefd voor wat betreft de voorwaarden en de reikwijdte van de dekking. 6 artikel 8, eerste lid De in het eerste, tweede, derde en vijfde lid bedoelde verklaringen, documenten of attesten mogen bij indiening van een aanvraag als bedoeld in, niet ouder zijn dan drie maanden. 2004 315 08-07-2004 30-06-2004 28886 2004 390 19-08-2004 03-08-2004 01-09-2004
Artikel 8 — Artikel 8 EG-verklaring#
Artikel 8 EG-verklaring 1 Een onderdaan van een Lid-Staat die in Nederland wil worden toegelaten tot een beroep, kan bij de bevoegde autoriteit een aanvraag indienen tot het verkrijgen van een EG-verklaring. 2 artikel 2 artikel 3 De bevoegde autoriteit geeft een EG-verklaring af aan aanvrager indien betrokkene in het bezit is van een diploma als bedoeld indan wel, en tevens: a. artikel 9 artikel 10 aan betrokkene geen aanvullende vereisten worden gesteld op grond vanof op grond van, dan wel b. a binnen vier weken nadat betrokkene ten genoegen van de bevoegde autoriteit heeft aangetoond dat hij aan de hiervoor onderbedoelde aanvullende vereisten heeft voldaan. 3 artikel 12 Aan aanvrager wordt binnen de inbedoelde termijn bekendgemaakt of de beschikking van de bevoegde autoriteit betreft: Daarbij wordt aangegeven op welke praktische dan wel theoretische kennis de aanvullende vereisten betrekking hebben. a. een afwijzing van de aanvraag, b. een toewijzing van de aanvraag, dan wel c. het stellen van aanvullende vereisten als bedoeld in het tweede lid. 1993 690 23-12-1993 23258 1993 690 23-12-1993 23258 19-01-1994
Artikel 9 — Artikel 9 Kortere opleiding#
Artikel 9 Kortere opleiding 1 artikel 2, onder b artikel 2, onder a Indien de duur van de door aanvrager gevolgde hoger-onderwijsopleiding ten minste een jaar korter is dan de in Nederland bij of krachtens wet voor de toelating tot het betrokken beroep vereiste opleiding, kan de bevoegde autoriteit van aanvrager eisen dat hij aantoont te beschikken over beroepservaring. Bij een aanvrager die een deeltijdse opleiding dan wel een opleiding als bedoeld in, heeft gevolgd, wordt in afwijking van het bepaalde in de eerste volzin niet uitgegaan van de duur van de door hem gevolgde opleiding, maar van de voltijdse duur van de opleiding als bedoeld in. 2 Op grond van het eerste lid kan ten hoogste vier jaren beroepservaring worden verlangd, met dien verstande dat geëist mag worden: a. een beroepservaring gedurende een periode die het dubbele bedraagt van de ontbrekende periode, wanneer deze periode betrekking heeft op een opleiding op het niveau van het hoger onderwijs dan wel op een met een examen af te sluiten stage onder toezicht; b. een beroepservaring gedurende een periode die gelijk is aan de ontbrekende periode, wanneer deze periode betrekking heeft op praktijkervaring opgedaan onder begeleiding van een geschoolde beroepsbeoefenaar. 3 artikel 3, onder c De beroepservaring, bedoeld in, geldt als beroepservaring als bedoeld in dit artikel. 4 artikel 10 Dit artikel vindt geen toepassing indien ten aanzien van aanvrager met het oog op de toelating tot het desbetreffende beroep toepassing is gegeven aan. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 10 — Artikel 10 Wezenlijke verschillen#
Artikel 10 Wezenlijke verschillen 1 Indien de door aanvrager gevolgde hoger-onderwijsopleiding betrekking heeft op vakgebieden die wezenlijk verschillen van die welke worden bestreken door de in Nederland voor de toelating tot het betreffende beroep bij of krachtens wet vereiste opleiding, kan de bevoegde autoriteit van aanvrager verlangen dat hij een aanpassingsstage van ten hoogste drie jaren volgt dan wel een proeve van bekwaamheid aflegt. Indien de bevoegde autoriteit van aanvrager verlangt een aanpassingsstage te doorlopen of een proeve van bekwaamheid af te leggen, gaat de bevoegde autoriteit eerst na of de kennis die aanvrager tijdens zijn beroepservaring heeft verworven, van dien aard is dat het wezenlijke verschil, bedoeld in de eerste volzin, daardoor geheel of ten dele wordt ondervangen. 2 Onder een aanpassingsstage wordt verstaan de uitoefening in Nederland van een beroep onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerde beoefenaar van het betrokken beroep, met in voorkomende gevallen een aanvullende opleiding, teneinde te kunnen beoordelen of aanvrager voldoende bekwaamheid bezit om het desbetreffende beroep uit te oefenen. 3 Onder een proeve van bekwaamheid wordt verstaan een toets inzake de beroepskennis van aanvrager met betrekking tot vakgebieden die niet worden bestreken door de door aanvrager gevolgde opleiding en die wezenlijk zijn voor de uitoefening van het beroep in Nederland, teneinde te kunnen beoordelen of aanvrager voldoende bekwaamheid bezit om het desbetreffende beroep uit te oefenen. 4 Aanvrager wordt de keuze gelaten of hij een aanpassingsstage doorloopt dan wel een proeve van bekwaamheid aflegt. 5 Indien voor het uitoefenen van het beroep waarvoor een EG-verklaring wordt gevraagd, precieze kennis van onderdelen van het Nederlands recht is vereist en het verstrekken van adviezen of het verlenen van bijstand op het gebied van het Nederlands recht een wezenlijk en vast onderdeel van de uitoefening van het beroep vormt, wordt in afwijking van het vierde lid het afleggen van een proeve van bekwaamheid met betrekking tot die kennis als aanvullend vereiste gesteld. 6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere dan de in het vijfde lid bedoelde beroepen worden aangewezen waarvoor de bevoegde autoriteit een uitzondering kan maken op het in het vierde lid bedoelde keuzerecht van de aanvrager. 2002 526 05-11-2002 26-09-2002 28335 2002 526 05-11-2002 26-09-2002 28335 06-11-2002
Artikel 11 — Artikel 11 Regels aanvraag, stage en proeve#
Artikel 11 Regels aanvraag, stage en proeve Onze minister die het aangaat geeft per beroep regels ten aanzien van de aanvraag tot het verkrijgen van een EG-verklaring, de aanpassingsstage en de proeve van bekwaamheid. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de documenten die bij de aanvraag moeten worden gevoegd alsmede op de beoordeling van de aanpassingsstage en de proeve van bekwaamheid. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 12 — Artikel 12 Termijn#
Artikel 12 Termijn De bevoegde autoriteit beslist over de aanvraag binnen vier maanden nadat zij de aanvraag heeft ontvangen. 1993 690 23-12-1993 23258 1993 690 23-12-1993 23258 19-01-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 1994 640 29-06-1994 23169 1994 641 29-07-1994 31-08-1994
Artikel 32 — Artikel 32 Beroepswet Wet op de Raad van State Intrekking wijzigingen Wet op de administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie,en#
Artikel 32 Beroepswet Wet op de Raad van State Intrekking wijzigingen Wet op de administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie,en wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet op de Raad van State, de Beroepswet, de Ambtenarenwet 1929 en andere wetten, alsmede intrekking van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie) artikel 15 artikel 16 artikel 19, onderdeel B Indien het bij koninklijke boodschap van 23 januari 1992 ingediende voorstel van wet tot(22 495), nadat het tot wet is verheven, in werking treedt op een eerder tijdstip dan of op hetzelfde tijdstip als deze wet, vervallen,en. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 33 — Artikel 33 Inwerkingtreding#
Artikel 33 Inwerkingtreding Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994
Artikel 34 — Artikel 34 Citeertitel#
Artikel 34 Citeertitel Deze wet kan worden aangehaald als: Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s. 1994 29 15-12-1993 22543 1994 30 29-12-1993 19-01-1994