Wet van 2 maart 1994, houdende algemene regels ter bescherming tegen discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat
- BWB-id
- BWBR0006502
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006502
- ELI
- /eli/nl/wet/1994/algemene-wet-gelijke-behandeling
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1994/algemene-wet-gelijke-behandeling/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006502&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006502&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006502/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1994/algemene-wet-gelijke-behandeling
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. onderscheid: direct en indirect onderscheid, alsmede de opdracht daartoe; b. direct onderscheid: indien een persoon op een andere wijze wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld, op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat; c. indirect onderscheid: indien een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze personen met een bepaalde godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat in vergelijking met andere personen bijzonder treft. 2 Onder onderscheid op grond van geslacht wordt mede verstaan onderscheid op grond van geslachtskenmerken, genderidentiteit en genderexpressie. 3 Onder direct onderscheid op grond van geslacht wordt mede verstaan onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap. 2019 302 25-09-2019 30-08-2019 34650 2019 379 31-10-2019 24-10-2019 01-11-2019
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid houdt mede in een verbod van intimidatie en een verbod van seksuele intimidatie. 2 artikel 1, eerste lid, onderdeel b Onder intimidatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: gedrag dat met de hoedanigheden of gedragingen, bedoeld in, verband houdt en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd. 3 Onder seksuele intimidatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd. 4 artikelen 2 5, tweede tot en met zesde lid 6a, tweede lid 7, tweede en derde lid Op het in deze wet neergelegde verbod van intimidatie en van seksuele intimidatie zijn niet van toepassing de,,, en. 2007 321 13-09-2007 21-07-2007 30967 2007 321 13-09-2007 21-07-2007 30967 14-09-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid geldt niet ten aanzien van indirect onderscheid indien dat onderscheid objectief gerechtvaardigd wordt door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. 2 Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid op grond van geslacht geldt niet: a. in gevallen waarin het geslacht bepalend is; b. in gevallen waarin het de bescherming van de vrouw betreft, en c. in verband met zwangerschap en moederschap. 3 Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid geldt niet, indien het onderscheid een specifieke maatregel betreft die tot doel heeft vrouwen of personen behorende tot een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep een bevoorrechte positie toe te kennen ten einde feitelijke nadelen verband houdende met de gronden ras of geslacht op te heffen of te verminderen en het onderscheid in een redelijke verhouding staat tot dat doel. 4 Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid op grond van ras geldt niet: a. in gevallen waarin uiterlijke kenmerken die samenhangen met het ras van een persoon bepalend zijn, mits het doel legitiem en het vereiste evenredig aan dat doel is; b. indien het onderscheid betrekking heeft op uiterlijke kenmerken die samenhangen met het ras van een persoon en vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteit of de context waarin deze wordt uitgeoefend, een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste vormt, mits het doel legitiem is en het vereiste evenredig aan dat doel is. 5 Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid op grond van nationaliteit geldt niet: a. indien het onderscheid is gebaseerd op algemeen verbindende voorschriften of geschreven of ongeschreven regels van internationaal recht en b. in gevallen waarin de nationaliteit bepalend is. 6 b Bij algemene maatregel van bestuur worden de in het tweede, vierde en vijfde lid, onderdeel, bedoelde gevallen nader omschreven. 2019 302 25-09-2019 30-08-2019 34650 2019 379 31-10-2019 24-10-2019 01-11-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Deze wet is niet van toepassing op: a. rechtsverhoudingen binnen kerkgenootschappen alsmede hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd, alsmede binnen andere genootschappen op geestelijke grondslag; b. het geestelijk ambt. 1995 227 04-05-1995 12-04-1995 23855 1995 227 04-05-1995 12-04-1995 23855 05-05-1995 01-09-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Deze wet laat onverlet: a. Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen de; b. artikelen 646 667 670 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek de,en. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Onderscheid is verboden bij: a. de aanbieding van een betrekking en de behandeling bij de vervulling van een openstaande betrekking; b arbeidsbemiddeling; c. het aangaan en het beëindigen van een arbeidsverhouding; d. artikel 3 van de Ambtenarenwet 2017 Ambtenarenwet BES het aanstellen of ontslaan van personen, op wievan toepassing is en het aanstellen of ontslaan van ambtenaren als bedoeld in de; e. arbeidsvoorwaarden; f. het laten volgen van onderwijs, scholing en vorming tijdens of voorafgaand aan een arbeidsverhouding; g. bevordering; h. arbeidsomstandigheden. 2 Het eerste lid laat onverlet dat: artikel 1 artikel 2, eerste lid ten aanzien van personen die voor haar werkzaam zijn onderscheid mag maken op grond van godsdienst, levensovertuiging of politieke gezindheid, voor zover deze kenmerken vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteit of de context waarin deze wordt uitgeoefend een wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd beroepsvereiste vormen, gezien de grondslag van de instelling. Een zodanig onderscheid mag niet verder gaan dan passend is, gelet op de houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag van de instelling die van de voor haar werkzame personen mag worden verlangd, en mag niet leiden tot onderscheid op een andere ingenoemde grond, onverminderd. a. een instelling op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag, b. een instelling van bijzonder onderwijs, of c. een instelling op politieke grondslag, 2a Het eerste lid laat tevens onverlet de vrijheid van gemeenten om onderscheid te maken op grond van godsdienst of levensovertuiging ten aanzien van een ambtenaar of buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand die in de uitoefening van zijn ambt onderscheid maakt, tenzij het door hem gemaakte onderscheid is gebaseerd op een algemeen verbindend voorschrift. 3 Het eerste lid is niet van toepassing indien: a. de werkverhouding een privékarakter heeft, b. het verschil in behandeling berust op een kenmerk dat verband houdt met godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat, en c. dat kenmerk vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteit of de context waarin deze wordt uitgeoefend, een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste vormt, mits het doel legitiem is en het vereiste evenredig is aan dat doel. 4 Het eerste lid is niet van toepassing op eisen met betrekking tot de politieke gezindheid die in redelijkheid kunnen worden gesteld in verband met de vervulling van functies in bestuursorganen en adviesorganen. 5 Het eerste lid is niet van toepassing op eisen met betrekking tot de politieke gezindheid die in redelijkheid kunnen worden gesteld in verband met de vervulling van vertrouwensfuncties. 6 artikel I, onderdeel B, van de wet van 21 december 2000, houdende wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten in verband met het recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen Het eerste lid, onderdeel e, is niet van toepassing op onderscheid op grond van burgerlijke staat met betrekking tot nabestaandenpensioen-voorzieningen en met betrekking tot aanspraken op pensioen die vóór de datum van inwerkingtreding van(Stb. 625), zijn opgebouwd. 2025 389 25-11-2025 08-10-2025 36551 2025 433 15-12-2025 08-12-2025 01-01-2026
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Onderscheid is verboden met betrekking tot de voorwaarden voor en de toegang tot het vrije beroep en de mogelijkheden tot uitoefening van en ontplooiing binnen het vrije beroep. 1994 230 02-03-1994 22014 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 Onderscheid is verboden bij het lidmaatschap van of de betrokkenheid bij een werkgevers- of werknemersorganisatie of een vereniging van beroepsgenoten, alsmede bij de voordelen die uit dat lidmaatschap of uit die betrokkenheid voortvloeien. 2 Het eerste lid laat onverlet dat: artikel 1 artikel 2, eerste lid ten aanzien van personen die door een lidmaatschap of anderszins bij haar betrokken zijn onderscheid mag maken op grond van godsdienst, levensovertuiging of politieke gezindheid, voor zover deze kenmerken vanwege de aard van de betrokkenheid of de context waarin specifieke activiteiten worden uitgeoefend een wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd vereiste vormen, gezien de grondslag van de organisatie of vereniging. Een zodanig onderscheid mag niet verder gaan dan passend is, gelet op de houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag van de organisatie of vereniging die van de daarbij betrokkenen mag worden verlangd, en mag niet leiden tot onderscheid op een andere ingenoemde grond, onverminderd. a. een op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag gebaseerde organisatie of vereniging, of b. een op politieke grondslag gebaseerde organisatie of vereniging, 2015 200 10-06-2015 21-05-2015 32476 2015 243 24-06-2015 15-06-2015 01-07-2015
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Onderscheid is verboden bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen of diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake, alsmede bij het geven van loopbaanoriëntatie en advies of voorlichting over school- of beroepskeuze, indien dit geschiedt: a. in de uitoefening van een beroep of bedrijf; b. door de openbare dienst; c. door instellingen die werkzaam zijn op het gebied van volkshuisvesting, welzijn, gezondheidszorg, cultuur of onderwijs of d. door natuurlijke personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf, voor zover het aanbod in het openbaar geschiedt. 2 artikel 1 artikel 2, eerste lid Het eerste lid, onderdeel c, laat onverlet dat een instelling van bijzonder onderwijs bij de toelating en ten aanzien van de deelname aan het onderwijs onderscheid mag maken op grond van godsdienst, levensovertuiging of geslacht, voor zover deze kenmerken vanwege de aard van het onderwijs een wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd vereiste vormen, gezien de grondslag van de instelling. Onderscheid op grond van geslacht is slechts toegestaan, indien voor alle leerlingen, ongeacht hun geslacht, gelijkwaardige voorzieningen aanwezig zijn. Een zodanig onderscheid mag niet verder gaan dan passend is, gelet op de houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag van de instelling die van leerlingen mag worden verlangd en mag niet leiden tot onderscheid op een andere ingenoemde grond, onverminderd. 3 Het eerste lid, onderdelen a en d, is niet van toepassing indien: a. de rechtsverhouding een privékarakter heeft, b. het verschil in behandeling berust op een kenmerk dat verband houdt met godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat, en c. het verschil in behandeling door een legitiem doel wordt gerechtvaardigd en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. 2019 302 25-09-2019 30-08-2019 34650 2019 379 31-10-2019 24-10-2019 01-11-2019
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 artikel 7 Onverminderdis onderscheid op grond van ras verboden bij sociale bescherming, daaronder begrepen sociale zekerheid, en sociale voordelen. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de begrippen sociale bescherming, sociale zekerheid en sociale voordelen, bedoeld in het eerste lid, worden omschreven. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2004 119 30-03-2004 21-02-2004 28770 2004 120 30-03-2004 11-03-2004 01-04-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 5 artikel 681 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 1615s van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek BES In geval van een beëindiging van de arbeidsverhouding door de werkgever in strijd met, of wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op artikel 5 of ter zake bijstand heeft verleend, isofvan overeenkomstige toepassing. 2025 389 25-11-2025 08-10-2025 36551 2025 433 15-12-2025 08-12-2025 01-01-2026
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 Het is verboden personen te benadelen wegens het feit dat zij in of buiten rechte een beroep hebben gedaan op deze wet of ter zake bijstand hebben verleend. 2 artikel 1a, tweede en derde lid Het feit dat een persoon het in, bedoelde gedrag afwijst of lijdzaam ondergaat, mag niet ten grondslag liggen aan een beslissing die die persoon treft. 2007 321 13-09-2007 21-07-2007 30967 2007 321 13-09-2007 21-07-2007 30967 14-09-2007
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Bedingen in strijd met deze wet zijn nietig. 1994 230 02-03-1994 22014 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Indien degene die meent dat in zijn nadeel een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in deze wet, in rechte feiten aanvoert die dat onderscheid kunnen doen vermoeden, dient de wederpartij te bewijzen dat niet in strijd met deze wet is gehandeld. 2 artikel 305a van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek artikel 305a van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 7, eerste lid, derde zin, van de Wet administratieve rechtspraak BES Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op vorderingen als bedoeld inofen op beroepen ingesteld in bestuursrechtelijke procedures door belanghebbenden in de zin vanof. 2025 389 25-11-2025 08-10-2025 36551 2025 433 15-12-2025 08-12-2025 01-01-2026
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikelen 1 tot en met 10 Devan deze wet zijn mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2025 389 25-11-2025 08-10-2025 36551 2025 433 15-12-2025 08-12-2025 01-01-2026
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1993 690 23-12-1993 23258 1993 690 23-12-1993 23258 01-09-1994
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1993 690 23-12-1993 23258 1993 690 23-12-1993 23258 01-09-1994
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 01-01-2005
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 1996 562 26-11-1996 14-11-1996 24770 1997 37 06-02-1997 10-01-1997 01-04-1997
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 01-01-2005
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 01-01-2005
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 01-01-2005
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 01-01-2005
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 1995 227 04-05-1995 12-04-1995 23855 1995 227 04-05-1995 12-04-1995 23855 05-05-1995 01-09-1994
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 01-01-2005
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 01-01-2005
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2011 573 06-12-2011 24-11-2011 32467 2012 414 20-09-2012 06-09-2012 01-10-2012
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Staatsblad Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de zesde kalendermaand na de datum van uitgifte van hetwaarin zij wordt geplaatst. Bij koninklijk besluit kan een eerder tijdstip van inwerkingtreding worden vastgesteld. 1994 230 02-03-1994 22014 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Deze wet wordt aangehaald als: Algemene wet gelijke behandeling. 1994 230 02-03-1994 22014 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994