Wet van 19 mei 1994, houdende regels betreffende de instelling van een zelfstandig bestuursorgaan, belast met de materiële en immateriële opvang van asielzoekers
- BWB-id
- BWBR0006685
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006685
- ELI
- /eli/nl/wet/1994/wet-centraal-orgaan-opvang-asielzoekers
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1994/wet-centraal-orgaan-opvang-asielzoekers/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006685&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006685&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006685/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1994/wet-centraal-orgaan-opvang-asielzoekers
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Asiel en Migratie; b. artikel 2 COA: het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, bedoeld in; c. Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Kaderwet: de; d. opvangcentrum: opvangvoorziening, niet zijnde een woning, hotel of pension, waarin door het COA aan asielzoekers opvang wordt geboden; e. opvangvoorziening: een accommodatie waarin door of onder verantwoordelijkheid van het COA onderscheidenlijk door of onder verantwoordelijkheid van het college opvang wordt geboden aan asielzoekers; f. artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000 Richtlijn 2001/55/EG ontheemde: de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet als bedoeld in, omdat hij onder de reikwijdte valt van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan, of een verlenging daarvan. 2025 124 14-05-2025 23-04-2025 36638 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een Centraal Orgaan opvang asielzoekers, dat rechtspersoonlijkheid bezit. 2 Het COA heeft zijn zetel ter plaatse door Onze Minister te bepalen. 3 Kaderwet Deis van toepassing op het COA. 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het COA is belast met: a. de materiële en immateriële opvang van asielzoekers; b. het plaatsen van asielzoekers in een opvangvoorziening; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Huisvestingswet 2014 werkzaamheden met betrekking tot de bemiddeling bij de uitstroom van verblijfsgerechtigden als bedoeld innaar door burgemeester en wethouders beschikbaar gestelde huisvesting; d. door Onze Minister aan het COA op te dragen andere taken die samenhangen met de opvang van asielzoekers. 2 Onze minister kan het COA taken als bedoeld in het eerste lid opdragen met betrekking tot andere categorieën vreemdelingen. 3 Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot verstrekkingen aan asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen als bedoeld in het tweede lid. 4 Dit artikel is niet van toepassing op ontheemden. 2024 190 27-06-2024 19-06-2024 36394 2024 157 27-06-2024 21-06-2024 27-06-2024 Treedt volgens Stb. 2024/158 in werking op het tijdstip waarop de
artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking buiten werking
worden gesteld.
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 Het COA bepaalt in welke opvangvoorziening een asielzoeker wordt geplaatst en is bevoegd een asielzoeker naar een andere voorziening over te plaatsen. 2 Overplaatsing is in ieder geval noodzakelijk indien: a. de opvangvoorziening waarin de asielzoeker verblijft, wordt gesloten; b. een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de asielprocedure daarmee is gediend. 3 Na overplaatsing van een asielzoeker naar een andere opvangvoorziening worden de verstrekkingen in deze andere opvangvoorziening aangeboden. 4 Bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, zorgt het COA er voor dat de eenheid van het gezin in de mate van het mogelijke en met instemming van de asielzoekers bewaard wordt. 2024 12 30-01-2024 24-01-2024 36333 2024 13 30-01-2024 26-01-2024 31-01-2024
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b 1 Het COA kan met het college van burgemeester en wethouders overeenkomen dat het college verantwoordelijk is voor de exploitatie van een opvangvoorziening. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over exploitatie door het college. 2024 12 30-01-2024 24-01-2024 36333 2024 13 30-01-2024 26-01-2024 31-01-2024
Artikel 3c — Artikel 3c#
Artikel 3c Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de eisen waaraan opvangvoorzieningen moeten voldoen. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen reguliere opvang, opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen en andere opvang van bijzondere aard. 2024 12 30-01-2024 24-01-2024 36333 2024 13 30-01-2024 26-01-2024 31-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3, tweede en derde lid Bij de toepassing van, doet Onze Minister, voor zover dat gevolgen heeft voor de uitoefening van openbaar gezag door het COA, daarvan mededeling aan beide Kamers der Staten-Generaal. 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 afdelingen 1 3 4 van hoofdstuk 7 van de Vreemdelingenwet 2000 In afwijking vanzijn de,envan toepassing op besluiten in het kader van het onthouden dan wel de beëindiging van verstrekkingen bij of krachtens deze wet. 2 artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 afdelingen 1 3 4 van hoofdstuk 7 van de Vreemdelingenwet 2000 In afwijking vanworden handelingen van het COA ten aanzien van een vreemdeling als zodanig die worden verricht in het kader van de beëindiging van verstrekkingen bij of krachtens deze wet, voor de toepassing van deze wet met een beschikking gelijkgesteld. De,enzijn op die beschikking van toepassing. 3 artikel 82 van de Vreemdelingenwet 2000 In afwijking van het eerste en tweede lid isniet van toepassing. 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Voorheen art. 3a.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over een specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van kosten verband houdende met de opvang van asielzoekers. 2025 124 14-05-2025 23-04-2025 36638 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het COA heeft een bestuur. 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-07-2015
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het bestuur bestaat uit ten hoogste drie leden, waaronder de voorzitter. Het bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 2 De leden van het bestuur worden benoemd voor vier jaren. De aftredende leden kunnen ten hoogste tweemaal worden herbenoemd. 3 Het bestuur stelt een reglement vast, dat in ieder geval voorziet in: a. de vervanging van de voorzitter bij diens schorsing of ontstentenis; b. delegatie en mandaat van bevoegdheden van het bestuur; c. de wijze van besluitvorming van het bestuur. 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-07-2015
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 3 Het bestuur is belast met de dagelijkse leiding van het COA en draagt zorg voor een goede uitvoering van de taken, bedoeld in. 2 artikel 3 Een besluit van het bestuur om werkzaamheden, die de uitvoering van taken als bedoeld inbetreffen, door derden te laten uitvoeren, behoeft voor zover het door Onze Minister aangegeven werkzaamheden betreft zijn goedkeuring. 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-07-2015
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 Het bestuur stelt voor het personeel een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden. 2 artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Onder huiselijk geweld wordt verstaan: huiselijk geweld als bedoeld in. 3 artikel 1.1 van de Jeugdwet Onder kindermishandeling wordt verstaan: kindermishandeling als bedoeld in. 4 Het bestuur bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld uit welke elementen een meldcode in ieder geval bestaat. 2014 442 21-11-2014 05-11-2014 33983 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 2014 280 18-07-2014 09-07-2014 33841 2014 281 18-07-2014 09-07-2014 01-01-2015
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-07-2015
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-07-2015
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 2 van de Wet privatisering ABP Artikel 15 van de Kaderwet In afwijking vanzijn de bij het COA werkzame personen geen overheidswerknemer in de zin van die wet.is niet van toepassing. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Het COA wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter van het bestuur. 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Onze Minister en het bestuur verstrekken elkaar tijdig alle voor de uitoefening van hun taken benodigde inlichtingen. 2 Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de verstrekking aan en door hem van inlichtingen als bedoeld in het eerste lid. 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-07-2015
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 4:80 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 18 van de Kaderwet Het activiteitenverslag, bedoeld in, wordt opgenomen in het jaarverslag, bedoeld in. 2 Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de inrichting van het activiteitenverslag van het COA. 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Onze Minister verstrekt het COA een subsidie voor de uitvoering van de opgedragen taken ten laste van de begroting van het Ministerie van Asiel en Migratie. 2 artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht titel 4.2 van die wet In afwijking vanisop de subsidie van toepassing. 3 De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. 4 Afdeling 4.2.8 artikelen 4:71 4:72, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht , met uitzondering van deenis van toepassing. 2025 124 14-05-2025 23-04-2025 36638 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht Het activiteitenplan behoeft de instemming van Onze Minister. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2 Indien door bijzondere omstandigheden voor het COA kosten ontstaan die niet zijn voorzien bij de indiening van de begroting wordt ter zake van die kosten een aanvullend activiteitenplan en een aanvullende begroting ingediend. Ook het aanvullend activiteitenplan en de aanvullende begroting behoeven de instemming van Onze Minister. 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent: a. de gegevens die Onze Minister met het oog op het opstellen van de begroting verstrekt aan het COA, alsmede op welk tijdstip deze gegevens uiterlijk worden verstrekt; b. de termijn waarbinnen Onze Minister op het verzoek tot verlening onderscheidenlijk tot vaststelling van de subsidie beslist; c. de wijze waarop de subsidie wordt bepaald; d. artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht de gevallen waarin het COA een vergoeding voor vermogensvorming als bedoeld inverschuldigd is, alsmede hoe deze vergoeding wordt berekend; e. de omvang en aanvulling van de egalisatiereserve en de aanwending van overschotten; f. de overige aan de subsidie verbonden verplichtingen; g. het verlenen van voorschotten. 2 De voordracht voor een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Voorheen art. 17a.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Bij het onderzoek, bedoeld in, onderzoekt de accountant tevens de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Onze Minister stelt een aanwijzing over de reikwijdte en de intensiteit van de controle vast. 2 De accountant geeft binnen dertien weken na afloop van het boekjaar een schriftelijke verklaring af over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 3 Het bestuur werkt mee aan door Onze Minister in te stellen onderzoeken, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak van het ministerie. 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-07-2015
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de inrichting van het activiteitenplan en de begroting. 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Voorheen art. 19. 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Voorheen art. 27. 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a 1 Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne artikel 1, onderdeel e artikel 3 Met ingang van het tijdstip waarop devervalt, vervalt onder vervanging van de puntkomma aan het slot van, door een punt, onderdeel f, en vervalt inhet vierde lid. 2 Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2024 190 27-06-2024 19-06-2024 36394 2024 157 27-06-2024 21-06-2024 27-06-2024 Treedt volgens Stb. 2024/158 in werking op het tijdstip waarop de
artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking buiten werking
worden gesteld.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Deze wet wordt aangehaald als: Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Voorheen art. 28. 2010 203 10-06-2010 20-05-2010 32205 2010 886 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011