Wet van 25 maart 1994, houdende nieuwe regels inzake de financiële betrekkingen met het buitenland
- BWB-id
- BWBR0006547
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006547
- ELI
- /eli/nl/wet/1994/wet-financi-le-betrekkingen-buitenland-1994
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1994/wet-financi-le-betrekkingen-buitenland-1994/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006547&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006547&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006547/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1994/wet-financi-le-betrekkingen-buitenland-1994
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. ingezetenen: 1. natuurlijke personen, die hun woonplaats in Nederland hebben en in de bevolkingsregisters zijn opgenomen; 2. rechtspersonen, vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen die in Nederland zijn gevestigd of kantoor houden, alsmede rechtspersonen, vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen die niet in Nederland zijn gevestigd doch wel vanuit Nederland worden bestuurd, voor zover de Bank zulks bepaalt; 3. in Nederland gevestigde filialen, bijkantoren en agentschappen, voor zover niet reeds vallende onder 2; 4. natuurlijke personen van Nederlandse nationaliteit, voor zover niet vallende onder 1, die op hun verzoek door Onze Minister als ingezetene zijn aangewezen; b. niet-ingezetenen: natuurlijke personen, rechtspersonen, vennootschappen, filialen, bijkantoren, agentschappen en bedrijven, niet vallende onder de omschrijving "ingezetenen"; c. Gemeenschap: de Europese Gemeenschap; d. lid-staat: een staat die lid is van de Gemeenschap; e. derde land: een staat die geen lid is van de Gemeenschap; f. Verdrag: het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; g. de ECB: de Europese Centrale Bank bedoeld in artikel 4a van het Verdrag; h. Onze Minister: Onze Minister van Financiën; i. de Bank: De Nederlandsche Bank N.V.. 1998 201 09-04-1998 26-03-1998 25679 1998 311 02-06-1998 26-05-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Onze Minister kan aan de Bank algemene richtlijnen geven, die deze in acht neemt bij de uitoefening van de haar bij of krachtens deze wet toegekende bevoegdheden; voor zover het Verdrag zich daartegen niet verzet. 2 De Bank verschaft aan Onze Minister de inlichtingen die deze nodig acht voor de bepaling van het algemeen beleid betrefende de financiële betrekkingen met de andere lidstaten en met derde landen; voor zover het Verdrag zich daartegen niet verzet. 1998 201 09-04-1998 26-03-1998 25679 1998 311 02-06-1998 26-05-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Onze Minister kan ter uitvoering van een besluit dat is genomen op grond van artikel 73 C, tweede lid, van het Verdrag voorschriften geven betreffende het kapitaalverkeer naar of uit derde landen in verband met directe investeringen - met inbegrip van investeringen in onroerende goederen -, vestiging, het verrichten van financiële diensten of de toelating van waardepapieren tot de kapitaalmarkten. 1994 258 25-03-1994 23484 1994 298 19-04-1994 01-05-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Onze Minister kan ter uitvoering van een besluit dat is genomen op grond van artikel 73 F van het Verdrag voorschriften geven betreffende het kapitaalverkeer naar of uit derde landen. Deze voorschriften gelden voor een duur van ten hoogste zes maanden. 1994 258 25-03-1994 23484 1994 298 19-04-1994 01-05-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 1:4, eerste of tweede lid artikel 3:1 van de Algemene douanewet Indien ten aanzien van goederen regels gelden die bij of krachtens, ofin het belang van de internationale rechtsorde, dan wel op grond van een daarop betrekking hebbende internationale afspraak, zijn gesteld, kunnen voor zover dat belang of die internationale afspraak zulks vereist, bij algemene maatregel van bestuur tevens regels worden gesteld ten aanzien van het financiële verkeer met betrekking tot zodanige goederen. 2 Een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, geschiedt door Onze Minister en Onze Minister van Buitenlandse Zaken tezamen in overeenstemming met Onze Ministers van Economische Zaken en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 2008 112 15-04-2008 03-04-2008 30979 2008 287 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Artikel XLVII van Stb. 2008/112 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 3 4 artikel 5 De voorschriften, bedoeld in deen, en de regels, bedoeld in, kunnen mede een verbod inhouden tot het verrichten van daarbij aangeduide handelingen zonder vergunning. Een verbod als in de eerste zin bedoeld tast niet de geldigheid van daarmee strijdige meerzijdige rechtshandelingen aan. 2 In voorschriften waarbij verplichtingen worden opgelegd, kunnen regels worden gesteld inzake het verlenen van vrijstelling of ontheffing van die verplichting. 3 Aan een vergunning, vrijstelling of ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. 4 Een vergunning, vrijstelling of ontheffing kan worden ingetrokken en de daaraan gestelde beperkingen en verbonden voorschriften kunnen worden gewijzigd, indien een gewichtige reden dit noodzakelijk maakt. 5 Een vergunning of ontheffing als bedoeld in dit artikel wordt verleend of ingetrokken door of namens Onze Minister en, in door Onze Minister te bepalen gevallen, namens hem door de Bank. 1994 258 25-03-1994 23484 1994 298 19-04-1994 01-05-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Een ieder is verplicht overeenkomstig de voorschriften die hieromtrent door de Bank worden gegeven, aan de Bank inlichtingen en gegevens te verstrekken die van belang zijn voor: a. de samenstelling van de betalingsbalans van Nederland; b. artikelen 3 4 6 artikel 5 de vaststelling en de uitvoering van de voorschriften, bedoeld in de,, enen de regels, bedoeld in. 2 De in het eerste lid bedoelde inlichtingen en gegevens moeten tijdig, naar waarheid en op niet misleidende wijze worden verstrekt. 3 Een ieder die inlichtingen en gegevens als in het eerste lid bedoeld behoort te verstrekken, is verplicht de Bank desgevorderd in de gelegenheid te stellen zich van de juistheid der verstrekte inlichtingen en gegevens te overtuigen aan de hand van zijn boeken, bescheiden en andere gegevensdragers. 4 Hij die de in het derde lid bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers onder zich heeft, is desgevorderd verplicht deze daartoe over te leggen. 5 Onze Minister kan diensten aanwijzen die voor de toepassing van dit artikel met de Bank worden gelijkgesteld. 1994 258 25-03-1994 23484 1994 298 19-04-1994 01-05-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 40 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek Het is aan een ieder die uit hoofde van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge deze wet verstrekt dan wel ingevolgeverkregen of van gegevens of inlichtingen, bij het onderzoek van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist. 2 artikel 40 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek In afwijking van het eerste lid en met inachtneming van de richtsnoeren, instructies en andere verbindende bepalingen van de ECB is de Bank bevoegd gegevens die ingevolge deze wet zijn verkregen uit te wisselen met andere centrale banken van de lid-staten of met de ECB voor zover de taken van de ECB zulks vereisen indien de geheimhouding van die gegevens in voldoende mate is gewaarborgd. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gegevens die ingevolgezijn verkregen. Uitwisseling van tot individuele ingezetenen herleidbare gegevens voor ander dan statistische doeleinden is slechts mogelijk na schriftelijke instemming van de directeur-generaal. 3 artikel 3 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek In afwijking van het eerste lid en met inachtneming van de richtsnoeren, instructies en andere verbindende bepalingen van de ECB is de Bank bevoegd gegevens die ingevolge deze wet zijn verkregen, te verstrekken aan het Centraal bureau voor de statistiek ten behoeve van de uitoefening van zijn inbedoelde taak. 2003 516 18-12-2003 20-11-2003 28277 2003 551 23-12-2003 10-12-2003 03-01-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 artikel 7, eerste tot en met vierde lid De Bank kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften gesteld, bij of krachtens. 2 Onze Minister kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b 1 artikel 7, eerste tot en met vierde lid De Bank kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften gesteld bij of krachtens. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. 2009 327 31-07-2009 18-07-2009 31458 2009 328 31-07-2009 18-07-2009 01-08-2009 Artikel XII van Stb. 2009/327 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9c — Artikel 9c#
Artikel 9c 1 Het bedrag van de bestuurlijke boete wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 4 000 000 bedraagt. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding, wordt het bedrag van de bestuurlijke boete, bedoeld in de eerste volzin, voor een afzonderlijke overtreding verdubbeld. 2 De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, bepaalt bij elke daarin omschreven overtreding het bedrag van de deswege op te leggen bestuurlijke boete. De overtredingen worden gerangschikt in categorieën naar zwaarte van de overtreding met de daarbij behorende basisbedragen, minimumbedragen en maximumbedragen. Daarbij wordt de volgende indeling gebruikt: Categorie Basisbedrag Minimumbedrag Maximumbedrag 1 € 10 000,– € 0,– € 10 000,– 2 € 500 000,– € 0,– € 1 000 000,– 3 € 2 000 000,– € 0,– € 4 000 000,– 3 In afwijking van het eerste en tweede lid kan de toezichthouder de hoogte van de bestuurlijke boete vaststellen op ten hoogste twee keer het bedrag van het voordeel dat de overtreder door de overtreding heeft verkregen indien diens voordeel groter is dan € 2 000 000. 2009 327 31-07-2009 18-07-2009 31458 2009 328 31-07-2009 18-07-2009 01-08-2009 Artikel XII van Stb. 2009/327 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9d — Artikel 9d#
Artikel 9d Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 9e — Artikel 9e#
Artikel 9e Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 9f — Artikel 9f#
Artikel 9f Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 9g — Artikel 9g#
Artikel 9g Vervallen 2009 327 31-07-2009 18-07-2009 31458 2009 328 31-07-2009 18-07-2009 01-08-2009 Artikel XII van Stb. 2009/327 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9h — Artikel 9h#
Artikel 9h Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 9i — Artikel 9i#
Artikel 9i Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 9j — Artikel 9j#
Artikel 9j Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 9k — Artikel 9k#
Artikel 9k 1 Met het oog op de effectiviteit van deze wet, kan de Bank het feit ter zake waarvan de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd, het overtreden voorschrift, alsmede de naam, het adres en de woonplaats van degene aan wie de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd, ter openbare kennis brengen. 2 Onze Minister kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid. 1999 509 09-12-1999 28-10-1999 25821 1999 588 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Beperkende bepalingen, vervat in op grond van deze wet gegeven voorschriften en regels, zijn niet van toepassing op de Staat en de Bank. 1994 258 25-03-1994 23484 1994 298 19-04-1994 01-05-1994
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 258 25-03-1994 23484 1994 298 19-04-1994 01-05-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De Nederlandse strafwet is ook van toepassing op overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens deze wet, voor zover zij opzettelijk en buiten Nederland zijn begaan. 1994 258 25-03-1994 23484 1994 298 19-04-1994 01-05-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 5, eerste lid artikel 6, eerste lid Na de inwerkingtreding van deze wet berust het Besluit financieel verkeer strategische goederen op, en, van deze wet. 1994 258 25-03-1994 23484 1994 298 19-04-1994 01-05-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De Wet financiële betrekkingen buitenland wordt ingetrokken. 1994 258 25-03-1994 23484 1994 298 19-04-1994 01-05-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1994 258 25-03-1994 23484 1994 298 19-04-1994 01-05-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet financiële betrekkingen buitenland 1994. 1994 258 25-03-1994 23484 1994 298 19-04-1994 01-05-1994