Wet van 27 mei 1993, houdende regels inzake een Infrastructuurfonds
- BWB-id
- BWBR0006001
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2018-01-01 t/m 2021-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006001
- ELI
- /eli/nl/wet/1994/wet-infrastructuurfonds
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1994/wet-infrastructuurfonds/2018-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006001&g=2018-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006001&z=2026-06-06&g=2018-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006001/2018-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1994/wet-infrastructuurfonds
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; b. artikel 2 fonds: Infrastructuurfonds, bedoeld in; c. artikel 4 meerjarenprogramma: het inbedoelde Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport; d. infrastructuur: alle onroerende voorzieningen ten behoeve van het verkeer en vervoer van personen en goederen, met inbegrip van de daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van de verkeersveiligheid en de bescherming van het milieu; e. aanleg: aanleg van infrastructuur en verbetering van bestaande infrastructuur voor zover daardoor de effectieve capaciteit of de verkeersveiligheid wordt vergroot of wordt bijgedragen aan de bescherming van het milieu; f. beheer en onderhoud: instandhouding van de gebruiksfunctie van de infrastructuur, met uitzondering van bediening; g. bediening: handelingen nodig voor het gebruik van de infrastructuur en voor het begeleiden van het verkeer; h. basisinformatie: het inwinnen, bewerken en verspreiden van gegevens nodig voor het beschrijven, van het verkeer te water, van het wegverkeer en van het verkeer over spoorwegen, met het oog op aanleg en gebruik van infrastructuur; i. artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 regionaal openbaar lichaam: een openbaar lichaam als bedoeld in; j. intermodaal vervoer: vervoer van goederen in de aangeboden laadeenheid door middel van twee of meer vervoersmodaliteiten. 2014 557 24-12-2014 17-12-2014 33659 2014 558 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een Infrastructuurfonds. 2 Het fonds heeft ten doel: a. de financiering en bekostiging van aanleg, beheer en onderhoud en bediening van infrastructuur, welke door het Rijk wordt of zal worden beheerd, alsmede de financiering en bekostiging van daarmee samenhangende basisinformatie en b. de financiering en bekostiging van aanleg, beheer en onderhoud en bediening van infrastructuur, welke niet door het Rijk wordt of zal worden beheerd. 2005 28 25-01-2005 23-12-2004 29469 2005 122 15-03-2005 24-02-2005 16-03-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2.11, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 Het fonds is een begrotingsfonds als bedoeld in. 2 Onze Minister beheert het fonds. 3 De raming van de verplichtingen, de uitgaven en de ontvangsten van het fonds wordt jaarlijks bij afzonderlijke begroting vastgesteld. 2017 139 07-04-2017 22-03-2017 34426 2017 253 19-06-2017 29-05-2017 01-01-2018
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Jaarlijks biedt Onze Minister gelijktijdig met de begroting voor het nieuwe jaar een Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport aan de Staten-Generaal aan. 2 De verdeling van de middelen van het fonds ten behoeve van het verkeer en vervoer over afzonderlijke projecten, projectpakketten of beleidsterreinen wordt, zo gedetailleerd als redelijkerwijze mogelijk is, aangegeven in het meerjarenprogramma voor een periode van vijf jaar. Tevens wordt indicatief en geaggregeerd aangegeven welke groepen van projecten of beleidsterreinen in welke mate in de daaropvolgende tien jaar voor financiering en bekostiging uit het fonds in aanmerking komen en welke middelen daarvoor vermoedelijk beschikbaar zijn bij ongewijzigd beleid. 3 Het meerjarenprogramma maakt zichtbaar in welke mate in ieder geval de infrastructurele doelstellingen van het vigerende Structuurschema Verkeer en Vervoer naderbij worden gebracht. 4 Het meerjarenprogramma verschaft informatie over de uitgaven via de rijksbegroting die worden gedaan om de infrastructuur ten behoeve van het verkeer en vervoer zijn functie te kunnen laten vervullen. Het maakt tevens zichtbaar welk verband er ten dienste van een doelmatige benutting van infrastructuur ten behoeve van het verkeer en vervoer bestaat tussen de via het fonds gefinancierde en bekostigde uitgaven en de daaruit voortvloeiende uitgaven via andere hoofdstukken van de rijksbegroting, waaronder de exploitatiesubsidies openbaar vervoer. 5 Het meerjarenprogramma bevat een verslag van de werking van het fonds in het voorafgaande jaar, voor zover het betreft infrastructuur ten behoeve van het verkeer en vervoer. 1997 662 18-12-1997 19-11-1997 25329 1997 689 23-12-1997 16-12-1997 01-01-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Onze Minister houdt bij de opstelling van het meerjarenprogramma rekening met het geldende Structuurschema Verkeer en Vervoer, de geldende Nota op de Ruimtelijke Ordening en het geldende nationale milieubeleidsplan. 2 Onze Minister stelt de Staten-Generaal schriftelijk op de hoogte van de gevolgtrekkingen die hij aan de beraadslagingen in de Staten-Generaal over het meerjarenprogramma verbindt voor de uitvoering van dat meerjarenprogramma. 3 Voor de toepassing van deze wet worden gevolgtrekkingen overeenkomstig het tweede lid aangemerkt als onderdeel van het meerjarenprogramma. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De ontvangsten van het fonds zijn: a. bijdragen ten laste van andere begrotingen van het Rijk; b. gelden, verkregen uit de verkoop van onroerende zaken; c. garantieprovisies; d. andere ontvangsten in het kader van het realiseren van de doelen van het fonds. 2017 139 07-04-2017 22-03-2017 34426 2017 253 19-06-2017 29-05-2017 01-01-2018
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 1995 637 28-12-1995 21-12-1995 24476 1995 637 28-12-1995 21-12-1995 24476 01-01-1996
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Ten laste van het fonds komen de uitgaven ten behoeve van aanleg, beheer en onderhoud en bediening van infrastructuur, welke door het Rijk wordt of zal worden beheerd alsmede de uitgaven ten behoeve van daarmee samenhangende basisinformatie. 2 Uit het fonds kunnen subsidies worden verstrekt aan: ten behoeve van aanleg, beheer en onderhoud en bediening van infrastructuur, welke door hen wordt of zal worden beheerd. a. provincies, b. gemeenten, c. regionale openbare lichamen, d. waterschappen, e. andere publiekrechtelijke rechtspersonen, of f. privaatrechtelijke rechtspersonen, 3 Ten laste van het fonds kunnen uitgaven en subsidies worden gebracht ten behoeve van aanleg en beheer en onderhoud van infrastructurele werken buiten Nederland doch binnen Europa. 4 Bij algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven voor welke categorieën of onderdelen van infrastructuur in ieder geval een uitgave kan worden gedaan of een subsidie kan worden verstrekt. 5 Uit het fonds kunnen voorts subsidies worden verstrekt op grond van bij algemene maatregel van bestuur aan te geven andere wetten of ministeriële regelingen. 6 Ten laste van het fonds komen voorts andere uitgaven in het kader van het bereiken van de doelen van het fonds. 7 Vervallen. 8 e f Ten laste van het fonds kunnen subsidies in de vorm van garanties worden verstrekt ten behoeve van leningen, aan te gaan door in het tweede lid, onderdelenenbedoelde rechtspersonen. 8 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat uit het fonds geen uitgaven kunnen worden gedaan of subsidies worden verstrekt met betrekking tot bepaalde categorieën of onderdelen van infrastructuur of met betrekking tot bepaalde soorten kosten van categorieën of onderdelen van infrastructuur. 9 Uit het fonds worden geen uitgaven gedaan of subsidies verstrekt ten behoeve van: a. pijpleidingen; b. militaire doeleinden; c. culturele doeleinden, behoudens het algemene rijksbeleid om een bepaald promillage van het bedrag gemoeid met aanleg te besteden aan kunstwerken. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het negende lid, worden terzake nadere regels gesteld. 10 Uit het fonds worden voorts geen uitgaven gedaan of subsidies verstrekt ten behoeve van: a. aanleg en beheer en onderhoud van zeehavens en luchthavens; b. zeehaveninfrastructuur, anders dan met het oog op stimulering van kustvaart, binnenvaart, spoorvervoer of intermodaal vervoer voor zover tenminste één van de in dit onderdeel genoemde vervoersmodaliteiten is betrokken; c. b luchthaveninfrastructuur anders dan met het oog op stimulering van intermodaal vervoer voor zover tenminste één van de in onderdeelgenoemde vervoersmodaliteiten is betrokken. 2017 139 07-04-2017 22-03-2017 34426 2017 253 19-06-2017 29-05-2017 01-01-2018
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8, tweede en derde lid Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het verstrekken van subsidies als bedoeld in. 2 Deze regels omvatten in elk geval bepalingen over: a. de gegevens, die bij een aanvraag moeten worden verstrekt; b. de criteria op grond waarvan subsidies worden verstrekt; c. de vaststelling van de subsidieplafonds per eventueel onderdeel van de subsidieregeling en de wijze van verdeling daarvan; d. aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend; e. de verplichtingen van de subsidie-ontvanger; f. de wijze waarop het bedrag van de subsidie wordt bepaald; g. de vaststelling van de subsidie; h. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten; i. de wijziging van de subsidie; j. de tijdsduur van de geldigheid van de eventuele onderdelen van de subsidieregeling. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld in het belang van een doelmatige uitvoering van dit artikel. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Onze Minister beslist over het doen van een uitgave of het verstrekken van een subsidie ten behoeve van het verkeer of vervoer onder inachtneming van het geldende meerjarenprogramma. 2 artikel 8, tweede lid artikel 9 Verplichtingen ten laste van het fonds voor projecten ten behoeve van het verkeer en vervoer die niet als zodanig voor het kalenderjaar zijn voorzien in het meerjarenprogramma, niet zijnde een krachtens, junctoverstrekte subsidie worden niet eerder aangegaan dan nadat de Staten-Generaal van zodanig voornemen op de hoogte zijn gebracht, voorzover het gaat om verplichtingen groter dan € 4 500 000, inclusief de onvermijdelijke doorwerking van die verplichting naar latere jaren. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Stb. De Wet op het Rijkswegenfonds (1965, 30) wordt ingetrokken. 2 Verzoeken om teruggaaf van op de voet van de Wet op het Rijkswegenfonds betaalde toeslag op de motorrijtuigenbelasting alsmede belastbare feiten, die hebben plaatsgevonden voor het in werking treden van deze wet, worden behandeld overeenkomstig de regelen, die tot op dat tijdstip van kracht waren. 3 Het Rijk treedt in de rechten en verplichtingen van het Rijkswegenfonds; de daaruit voortvloeiende vorderingen en verplichtingen komen ten goede aan onderscheidenlijk ten laste van het fonds; het Rijk is belast met de liquidatie van het Rijkswegenfonds. 4 Het nadelige of batige saldo van het Rijkswegenfonds wordt geboekt ten laste van de begroting van uitgaven onderscheidenlijk ten gunste van de begroting van ontvangsten van het fonds. 1993 319 27-05-1993 21912 1993 319 27-05-1993 21912 01-01-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Stb. artikel 11, tweede lid De Wet op het Mobiliteitsfonds (1988, 657) wordt ingetrokken;is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 11, vierde lid De vorderingen ten gunste onderscheidenlijk de verplichtingen ten laste van het Mobiliteitsfonds komen ten goede aan onderscheidenlijk ten laste van het fonds;, is van overeenkomstige toepassing. 3 Op aanvragen om een bijdrage als bedoeld in artikel 5 van de Wet op het Mobiliteitsfonds, waarop bij het in werking treden van deze wet nog niet is beslist, wordt beslist overeenkomstig de regelen, die tot op dat tijdstip van kracht waren. 4 Beroepen tegen beslissingen op aanvragen waarop bij het in werking treden van deze wet nog niet is beslist, alsmede beroepen tegen beslissingen als bedoeld in het derde lid, worden behandeld overeenkomstig de regelen, die tot op dat tijdstip van kracht waren. 1993 319 27-05-1993 21912 1993 319 27-05-1993 21912 01-01-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Stb. artikel 12, tweede lid De artikelen 48 en 49 van de Wet personenvervoer (1987, 175) vervallen;is van overeenkomstige toepassing. 2 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 3 Op aanvragen om een bijdrage als bedoeld in artikel 48 van de Wet personenvervoer, waarop bij het in werking treden van deze wet nog niet is beslist, wordt beslist overeenkomstig de regelen, die tot op dat tijdstip van kracht waren. 4 Beroepen tegen beslissingen op aanvragen waarop bij het in werking treden van deze wet nog niet is beslist, alsmede beroepen tegen beslissingen als bedoeld in het tweede lid, worden behandeld overeenkomstig de regelen, die tot op dat tijdstip van kracht waren. 1993 319 27-05-1993 21912 1993 319 27-05-1993 21912 01-01-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 319 27-05-1993 21912 1993 319 27-05-1993 21912 01-01-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 8 Staatsblad Een krachtensof 9 vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van hetwaarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. 2 artikel 9 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op ministeriële regelingen vastgesteld krachtens. 3 Het eerste en tweede lid vindt geen toepassing voor de algemene maatregel van bestuur en de ministeriële regelingen, die tegelijk met deze wet in werking treden. 1993 319 27-05-1993 21912 1993 319 27-05-1993 21912 01-01-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1994. 1995 637 28-12-1995 21-12-1995 24476 1995 637 28-12-1995 21-12-1995 24476 01-01-1996
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze wet kan worden aangehaald als Wet Infrastructuurfonds. 1993 319 27-05-1993 21912 1993 319 27-05-1993 21912 01-01-1994