Wet van 16 december 1993, betreffende melding ongebruikelijke transacties bij financiële dienstverlening
- BWB-id
- BWBR0006331
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2008-02-01 t/m 2008-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006331
- ELI
- /eli/nl/wet/1994/wet-melding-ongebruikelijke-transacties
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1994/wet-melding-ongebruikelijke-transacties/2008-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006331&g=2008-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006331&z=2026-06-06&g=2008-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006331/2008-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1994/wet-melding-ongebruikelijke-transacties
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. dienst: het in of vanuit Nederland: 1°. in bewaring nemen van effecten, bankbiljetten, munten, muntbiljetten, edele metalen en andere waarden; 2°. openstellen van een rekening waarop een saldo in geld, effecten, edele metalen of andere waarden kan worden aangehouden; 3°. verhuren van een safe-loket; 4°. verrichten van een uitbetaling ter zake van het verzilveren van coupons of vergelijkbare stukken van obligaties of vergelijkbare waardepapieren; 5°. artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht sluiten van een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld in, alsmede het daarbij verlenen van bemiddeling; 6°. doen van een uitkering uit hoofde van een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld sub 5°; 7°. crediteren of debiteren dan wel doen crediteren of debiteren van een rekening waarop een saldo in geld, effecten, edele metalen of andere waarden kan worden aangehouden; 8°. wisselen van guldens, euro’s of vreemde valuta; 9°. verkopen, alsmede het verlenen van bemiddeling bij verkoop, van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden, juwelen dan wel andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen zaken van grote waarde. 10°. verlenen van andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen diensten; b. a cliënt: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan of ten behoeve van wie een dienst wordt verleend, alsmede in geval van een dienst als bedoeld in het eerste lid, onder, sub 5° en 6°, degene die de premie betaalt alsmede degene ten behoeve van wie de uitkering wordt gedaan; c. transactie: een handeling of samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt in verband met het afnemen of het verlenen van één of meer diensten; d. artikel 8 ongebruikelijke transactie: een transactie die aan de hand van de ingevolgebepaalde indicatoren als zodanig wordt aangemerkt; e. artikel 9 melding: een melding als bedoeld in; f. artikel 2 meldpunt: het meldpunt bedoeld in; g. artikel 14 commissie: de commissie bedoeld in; h. financieren van terrorisme: 1°. artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht het opzettelijk verwerven of voorhanden hebben van voorwerpen met geldswaarde, bestemd tot het begaan van een misdrijf als bedoeld in; 2°. artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht het opzettelijk verschaffen van middelen met geldswaarde tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in; of 3°. artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht het verlenen van geldelijke steun, alsmede het werven van geld ten behoeve van een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in. 2 De krachtens het eerste lid, onderdeel 10°, aan te wijzen diensten hebben geen betrekking op werkzaamheden van een advocaat of een notaris betreffende de bepaling van de rechtspositie van een cliënt, diens vertegenwoordiging en verdediging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding, of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding. 3 De voordracht voor een krachtens het eerste lid, onderdeel 9° of 10°, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Er is een Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het meldpunt heeft met het oog op de voorkoming en opsporing van witwassen, heling van geld en financieren van terrorisme tot taak: a. het verzamelen, registreren, bewerken en analyseren van de gegevens die het verkrijgt, teneinde te bezien of deze gegevens van belang kunnen zijn voor de voorkoming en opsporing van misdrijven; b. Wet politiegegevens het verstrekken van persoonsgegevens en andere gegevens in overeenstemming met deze wet en het bij of krachtens debepaalde; c. artikel 9 artikel 4, tweede lid degene die overeenkomstigeen melding heeft gedaan, in afwijking van, berichten over de afdoening van de melding. d. het verrichten van onderzoek naar ontwikkelingen op het gebied van witwassen, heling van geld en financieren van terrorisme en naar de verbetering van de methoden om witwassen, heling van geld en financieren van terrorisme te voorkomen en op te sporen; e. het geven van aanbevelingen voor de bedrijfstakken omtrent de invoering van passende procedures voor interne controle en communicatie en andere te treffen maatregelen tot voorkoming van het gebruik van die bedrijfstakken voor witwassen, heling van geld en financieren van terrorisme; f. het geven van voorlichting omtrent de voorkoming en opsporing van witwassen, heling van geld en financieren van terrorisme aan: 1°. de bedrijfstakken en beroepsgroepen; 2°. artikel 17b artikelen 9 10, tweede lid 17u 19 de personen en instellingen die krachtensmet het toezicht op de naleving van de,,enzijn belast; 3°. het openbaar ministerie en de overige ambtenaren belast met de opsporing van strafbare feiten; 4°. het publiek; g. artikel 17b artikelen 9 10, tweede lid 17u 19 het geven van inlichtingen aangaande het meldgedrag van de meldende instellingen aan de personen en instellingen die krachtensmet het toezicht op de naleving van de,,enzijn belast; h. het onderhouden van contacten met buitenlandse van overheidswege aangewezen politiële- of niet-politiële instanties die een vergelijkbare taak hebben als het meldpunt; i. het jaarlijks uitbrengen van een verslag van zijn werkzaamheden en van zijn voornemens voor het komende jaar aan Onze Minister van Justitie, en het ter kennis brengen van dit verslag van Onze Minister van Financiën. 2007 300 04-09-2007 21-07-2007 30327 2007 549 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, onderdeel a Bij het meldpunt ongebruikelijke transacties kunnen persoonsgegevens worden verwerkt ten behoeve van de voorkoming en opsporing van de in, bedoelde misdrijven. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de categorieën van personen waarover het meldpunt gegevens verwerkt alsmede de soorten gegevens die het verwerkt, het coderen van gegevens door deze te voorzien van een indicatie over betrouwbaarheid, de gegevensverstrekking, de bewaring en vernietiging van gegevens en de protocolplicht. 3 artikelen 1 2 3, eerste en tweede lid 4 6 7 22 23 artikelen 25 tot en met 31 van de Wet politiegegevens artikel 1, onderdeel g Op de verwerking van persoonsgegevens door het meldpunt ongebruikelijke transacties zijn de,,,,,,enalsmede devan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het meldpunt als verantwoordelijke in de zin van, wordt aangemerkt Onze Minister van Justitie. 2007 300 04-09-2007 21-07-2007 30327 2007 549 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De algemene leiding, de organisatie en het beheer van het meldpunt berusten bij Onze Minister van Justitie. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Benoeming, schorsing en ontslag van het hoofd van het meldpunt geschiedt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Financiën. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Onze Minister van Justitie bepaalt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën het budget en de sterkte van het meldpunt. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Bij algemene maatregel van bestuur worden zo nodig per daarbij te onderscheiden categorieën transacties de indicatoren vastgesteld aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een transactie wordt aangemerkt als een ongebruikelijke transactie. 2 Indien het spoedeisend belang zulks vereist, kunnen Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk de indicatoren, bedoeld in het eerste lid, vaststellen voor een termijn van ten hoogste zes maanden. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een dienst verleent, meldt een daarbij verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie binnen veertien dagen nadat het ongebruikelijke karakter van de transactie bekend is geworden, aan het meldpunt. 2 Een melding bevat, voor zover mogelijk, de volgende gegevens: a. de identiteit van de cliënt; b. de aard en het nummer van het identiteitsbewijs van de cliënt; c. de aard, het tijdstip en de plaats van de transactie; d. artikel 1, eerste lid, onder a, sub 7° de omvang en bij een dienst bedoeld in, de bestemming en de herkomst van de bij de transactie betrokken gelden, effecten, edele metalen of andere waarden; e. de omstandigheden op grond waarvan de transactie als ongebruikelijk wordt aangemerkt; f. artikel 1, eerste lid, onder a, sub 9° bij een dienst als bedoeld in: een omschrijving van de desbetreffende zaken van grote waarde; g. aanvullende, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, gegevens. 3 Degene die een dienst, verleent is verplicht de gegevens, bedoeld in het tweede lid, op toegankelijke wijze te bewaren gedurende vijf jaar na het tijdstip van het doen van de melding. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 1, eerste lid, onder a, sub 7° b artikel 3, onder Het meldpunt is bevoegd bij degene die een melding heeft gedaan, alsmede bij degene die door het verlenen van een dienst als bedoeld in, bij een transactie is betrokken waarover het meldpunt gegevens heeft verzameld, nadere gegevens of inlichtingen te vragen, teneinde te kunnen beoordelen of verzamelde gegevens dienen te worden verstrekt op grond van zijn taak bedoeld in. 2 Degene aan wie overeenkomstig het eerste lid deze gegevens of inlichtingen zijn gevraagd, is verplicht deze aan het meldpunt schriftelijk, alsmede in spoedeisende gevallen mondeling, te verstrekken binnen de door het meldpunt gestelde termijn. 2001 665 27-12-2001 13-12-2001 28018 2001 665 27-12-2001 13-12-2001 28018 28-12-2001
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 10, eerste lid Het meldpunt kan nadere regels stellen omtrent de wijze waarop een melding moet worden gedaan, respectievelijk gegevens en inlichtingen, gevraagd krachtens, moeten worden verstrekt. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikelen 9 10 Gegevens of inlichtingen die in overeenstemming met deofzijn verstrekt, kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een telastelegging wegens witwassen, heling van geld en financieren van terrorisme door degene die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt. 2 artikelen 9 10 artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht Gegevens of inlichtingen die zijn verstrekt in de redelijke veronderstelling dat uitvoering wordt gegeven aan deof, kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens, overtreding vandoor degene die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de persoon die werkzaam is voor degene die gegevens of inlichtingen heeft verstrekt als omschreven in het eerste of tweede lid en die daaraan heeft meegewerkt. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 9 Degene die tot een melding op de voet vanis overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Er is een Begeleidingscommissie voor het meldpunt. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De commissie heeft tot taak: a. het meldpunt in zijn functioneren te begeleiden; b. het ter beschikking stellen aan het meldpunt van haar kennis en deskundigheid; c. het desgevraagd of uit eigen beweging adviseren van Onze Minister van Justitie of Onze Minister van Financiën over onder meer: 1°. de wijze waarop het meldpunt zijn taak verricht; 2°. artikel 8 de vaststelling van de indicatoren bedoeld in; 3°. de effectiviteit van de meldingsplicht. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van: a. Onze Minister van Justitie; b. Onze Minister van Financiën; c. de bedrijfstakken en beroepsgroepen die onder de werking van deze wet vallen; d. de toezichthoudende autoriteiten voor de bedrijfstakken die onder de werking van deze wet vallen; e. de Economische Controledienst; f. het openbaar ministerie; g. de politie. 2 De leden van de commissie worden op voordracht van de in het eerste lid bedoelde instanties door Onze Minister van Justitie benoemd voor drie jaren. Zij kunnen éénmaal worden herbenoemd. Bij de samenstelling van de commissie streeft Onze Minister van Justitie naar een evenwichtige verdeling van de vertegenwoordigde instanties. 3 Een vertegenwoordiger van Onze Minister van Justitie bekleedt het voorzitterschap van de commissie. 4 De commissie bepaalt haar eigen werkwijze. 2001 665 27-12-2001 13-12-2001 28018 2001 665 27-12-2001 13-12-2001 28018 28-12-2001
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De instellingen die met het toezicht op financiële instellingen zijn belast, lichten, in afwijking van eventuele geheimhoudingsbepalingen in de op die instellingen toepasbare andere wetten, het meldpunt in, indien zij bij de uitoefening van hun taak feiten ontdekken die duiden op witwassen, heling van geld of financieren van terrorisme. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a artikel 8 van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 De Nederlandsche Bank N.V. licht, in afwijking van, het meldpunt in indien zij bij de uitoefening van haar taak op grond van die wet feiten ontdekt die duiden op witwassen, heling van geld of financieren van terrorisme. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17b — Artikel 17b#
Artikel 17b 1 artikelen 9 10, tweede lid 17u 19 Bij besluit van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk kunnen een of meer rechtspersonen worden aangewezen, die belast zijn met het toezicht op de naleving van de,,endoor degene die beroeps- of bedrijfsmatig een dienst verleent. 2 hoofdstuk 5, afdeling 5.2, van de Algemene wet bestuursrecht Ten aanzien van personen die door een op grond van het eerste lid aangewezen rechtspersoon belast zijn met het toezicht op de naleving van de artikelen, genoemd in het eerste lid, zijn de bepalingen vanvan overeenkomstige toepassing. 3 Van een besluit tot aanwijzing op grond van het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17c — Artikel 17c#
Artikel 17c 1 artikelen 9 10, tweede lid 17u 19 artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister van Financiën kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de,,envan deze wet en van. 2 artikel 5:32, tweede tot en met vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Ten aanzien van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, isvan toepassing. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op degene die, in geval van bezwaren tegen diens handelen of nalaten in de beroepsuitoefening, onderworpen is aan tuchtrechtspraak. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17d — Artikel 17d#
Artikel 17d 1 artikelen 9 10, tweede lid 17u 19 artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister van Financiën kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de,,envan deze wet en van. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op degene die, in geval van bezwaren tegen diens handelen of nalaten in de beroepsuitoefening, onderworpen is aan tuchtrechtspraak. 3 De bestuurlijke boete komt toe aan de Staat. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17e — Artikel 17e#
Artikel 17e 1 bijlage Het bedrag van de bestuurlijke boete wordt bepaald door vermenigvuldiging van het bedrag van € 5445 met de factor die van toepassing is op grond van de categorie-indeling in de. 2 bijlage Dekan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd. 3 bijlage Onze Minister van Financiën kan het bedrag van de bestuurlijke boete lager stellen dan in deis bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval onevenredig hoog is. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17f — Artikel 17f#
Artikel 17f Degene jegens wie Onze Minister van Financiën een handeling heeft verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat deze hem wegens een overtreding een bestuurlijke boete zal opleggen, is niet verplicht ter zake daarvan enige inlichting te verstrekken. Hij wordt hiervan door Onze Minister van Financiën in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie met betrekking tot de desbetreffende overtreding wordt gevraagd. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17g — Artikel 17g#
Artikel 17g 1 Indien Onze Minister van Financiën voornemens is een bestuurlijke boete op te leggen, geeft hij de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. 2 afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking van, stelt Onze Minister van Financiën de betrokkene in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de bestuurlijke boete wordt opgelegd. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17h — Artikel 17h#
Artikel 17h 1 Onze Minister van Financiën legt de bestuurlijke boete op bij beschikking. 2 De beschikking vermeldt in ieder geval: a. het feit ter zake waarvan de bestuurlijke boete wordt opgelegd, alsmede het overtreden voorschrift; b. het bedrag van de bestuurlijke boete en de gegevens op basis waarvan dit bedrag is bepaald; en c. artikel 17i, eerste lid de termijn, bedoeld in, waarbinnen de bestuurlijke boete moet worden betaald. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17i — Artikel 17i#
Artikel 17i 1 De bestuurlijke boete wordt betaald binnen zes weken na de inwerkingtreding van de beschikking waarbij zij is opgelegd. 2 De bestuurlijke boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop sedert de bekendmaking van de beschikking zes weken zijn verstreken. 3 Indien de bestuurlijke boete niet tijdig is betaald, stuurt Onze Minister van Financiën schriftelijk een aanmaning om binnen twee weken de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, alsnog te betalen. De aanmaning bevat de aanzegging dat de bestuurlijke boete, voor zover deze niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, overeenkomstig het vierde lid zal worden ingevorderd. 4 Bij gebreke van tijdige betaling kan Onze Minister van Financiën de bestuurlijke boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning en van de invordering, bij dwangbevel invorderen. 5 Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het. 6 Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de Staat. 7 Het verzet schorst de tenuitvoerlegging niet, tenzij de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding desgevraagd anders beslist. 8 Het verzet kan niet worden gegrond op de stelling dat de bestuurlijke boete ten onrechte of op een te hoog bedrag is vastgesteld. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17j — Artikel 17j#
Artikel 17j 1 De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt indien ter zake van de overtreding op grond waarvan de boete kan worden opgelegd, tegen de overtreder een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd. 2 artikel 17d Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een overtreding van de artikelen genoemd invervalt, indien Onze Minister van Financiën ter zake van die overtreding reeds een boete heeft opgelegd. 2006 330 18-07-2006 07-07-2006 29849 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2008 4 10-01-2008 21-12-2007 01-02-2008
Artikel 17k — Artikel 17k#
Artikel 17k 1 De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan. 2 De termijn bedoeld in het eerste lid wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij een bestuurlijke boete wordt opgelegd. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17l — Artikel 17l#
Artikel 17l De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een bestuurlijke boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgegane onderzoek. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17m — Artikel 17m#
Artikel 17m artikel 18 Onze Minister van Financiën kan, in afwijking van, het feit ter zake waarvan een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete is opgelegd, het overtreden voorschrift, alsmede de naam, het adres en de woonplaats van degene aan wie de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd, ter openbare kennis brengen, zonodig onder vermelding van de overwegingen die tot de kennisgeving hebben geleid. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17n — Artikel 17n#
Artikel 17n artikel 17m Degene jegens wie door Onze Minister van Financiën een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat deze zijn handelen of nalaten op grond vanter openbare kennis zal brengen, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17o — Artikel 17o#
Artikel 17o 1 artikel 17m Onze Minister van Financiën geeft, indien hij voornemens is op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen, de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. 2 artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht In aanvulling opis Onze Minister van Financiën niet gehouden de betrokkene in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen. 3 artikel 17m De beschikking om op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen vermeldt in ieder geval: a. het feit dat ter openbare kennis wordt gebracht; b. de wijze waarop het feit ter openbare kennis wordt gebracht; en c. de termijn waarna het feit ter openbare kennis wordt gebracht. 4 artikel 17m Tenzij de bevordering van de naleving van deze wet geen uitstel toelaat, wordt de werking van de beschikking om op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. 5 artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vantreedt de beschikking in werking op de dag waarop het feit ter openbare kennis is gebracht zonder dat de werking voor de duur van de beroepstermijn of, indien beroep is ingesteld, van het beroep wordt opgeschort, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17p — Artikel 17p#
Artikel 17p 1 artikel 17m De bevoegdheid om op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen vervalt indien ter zake van het feit een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd. 2 artikel 17m Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een feit als bedoeld invervalt, indien Onze Minister van Financiën het feit reeds ter openbare kennis heeft gebracht. 2006 330 18-07-2006 07-07-2006 29849 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2008 4 10-01-2008 21-12-2007 01-02-2008
Artikel 17q — Artikel 17q#
Artikel 17q 1 artikel 17m De bevoegdheid om op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen vervalt drie jaren na de dag waarop het feit heeft plaats gehad. 2 De termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij het feit ter openbare kennis wordt gebracht. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17r — Artikel 17r#
Artikel 17r artikel 17m De werkzaamheden in verband met het op grond vanter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van het feit of het daaraan voorafgegane onderzoek. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17s — Artikel 17s#
Artikel 17s artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanis voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17t — Artikel 17t#
Artikel 17t 1 artikel 17b, eerste lid De bevoegdheden die Onze Minister van Financiën op grond van dit hoofdstuk heeft, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen die ingevolge, zijn aangewezen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit hoofdstuk jegens Onze Minister van Financiën als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon. 2 Aan de overdracht, bedoeld in het eerste lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 17u — Artikel 17u#
Artikel 17u artikelen 9 10, tweede lid 19 artikel 17b, eerste lid Indien een instelling of persoon niet voldoet aan zijn verplichtingen voortvloeiend uit de,, enkunnen de op grond van, aangewezen rechtspersonen aanwijzingen geven aangaande: a. de ontwikkeling van interne procedures en controles ter voorkoming van witwassen; en b. de training van werknemers teneinde hen te informeren over witwassen en de daarbij gebruikte methodes. 2006 187 20-04-2006 02-02-2006 29990 2006 211 27-04-2006 13-04-2006 01-05-2006
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld verboden van gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 9 artikel 10 Degene die ingevolgeeen melding doet of die ingevolgenadere gegevens of inlichtingen verstrekt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover uit de doelstelling van deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. 2 c artikel 3, onder Degene die ingevolge, gegevens of inlichtingen verkrijgt, is verplicht tot geheimhouding daarvan. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 8, eerste lid c d artikel 16, onderen Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet worden, in afwijking van het bepaalde in, door Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk, gehoord de instanties bedoeld in, zo nodig per daarbij te onderscheiden categorieën transacties, voor een termijn van ten hoogste zes maanden, de indicatoren vastgesteld aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een transactie moet worden aangemerkt als een ongebruikelijke transactie. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet melding ongebruikelijke transacties. 1993 705 16-12-1993 23009 1994 49 18-01-1994 01-02-1994
Artikel 17e#
artikel 17e