Wet van 10 mei 1994, houdende regeling inzake de adeldom
- BWB-id
- BWBR0006667
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2002-06-12
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006667
- ELI
- /eli/nl/wet/1994/wet-op-de-adeldom
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1994/wet-op-de-adeldom/2002-06-12
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006667&g=2002-06-12
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006667&z=2026-06-06&g=2002-06-12
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006667/2002-06-12
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1994/wet-op-de-adeldom
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Adeldom wordt verleend bij koninklijk besluit. De verlening kan uitsluitend geschieden aan Nederlanders. 1994 360 10-05-1994 21485 1994 360 10-05-1994 21485 01-08-1994
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De verlening van adeldom geschiedt door verheffing, inlijving of erkenning. 2 Verheffing in de adel bij koninklijk besluit kan uitsluitend plaatsvinden ten aanzien van leden van het koninklijk huis en van voormalige leden daarvan binnen drie maanden na verlies van het lidmaatschap van het koninklijk huis. Wet lidmaatschap koninklijk huis De verlening van de titels «Prins (Prinses) der Nederlanden» en «Prins (Prinses) van Oranje-Nassau» wordt bij of krachtens debepaald. 3 Inlijving in de Nederlandse adel kan slechts plaatsvinden ten aanzien van personen wier geslacht behoort tot de wettelijk erkende adel van een staat met een vergelijkbaar adelsstatuut en die het verzoek tot inlijving hebben gedaan. a. te zamen met het verzoek tot verlening van het Nederlanderschap; b. te zamen met het afleggen van de verklaring ter verkrijging van het Nederlanderschap door optie; c. te zamen met het bereiken van de meerderjarigheid bij de verkrijging van het Nederlanderschap van rechtswege indien de vader van de verzoeker het Nederlanderschap niet van rechtswege heeft verkregen. 4 Erkenning te behoren tot de Nederlandse adel kan uitsluitend plaatsvinden ten aanzien van personen die behoren tot een geslacht dat voor 1795 reeds tot de inheemse adel behoorde. 2002 275 11-06-2002 30-05-2002 28223 2002 276 11-06-2002 30-05-2002 28223 12-06-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Adeldom gaat ook volgens de bestaande regelingen met betrekking tot adeldom over op buiten het huwelijk geboren kinderen. 1994 360 10-05-1994 21485 1994 360 10-05-1994 21485 01-08-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Bij de verlening van adeldom zijn taxa verschuldigd. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels omtrent de taxa gesteld. 1994 360 10-05-1994 21485 1994 360 10-05-1994 21485 01-08-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Adeldom wordt vermeld op officiële documenten waar dit vereist is, tenzij de betrokken persoon verzoekt, de vermelding achterwege te laten of te verwijderen. 1994 360 10-05-1994 21485 1994 360 10-05-1994 21485 01-08-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Er is een Hoge Raad van Adel. 2 De Raad heeft tot taak Onze Minister van Binnenlandse Zaken te adviseren over verzoeken tot verlening van adeldom. 3 De Raad is samengesteld uit vijf leden, die bij koninklijk besluit worden benoemd en ontslagen. 1994 360 10-05-1994 21485 1994 360 10-05-1994 21485 01-08-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 2 De bestaande regelingen met betrekking tot adeldom en de Hoge Raad van Adel kunnen worden gewijzigd bij algemene maatregel van bestuur. 1994 360 10-05-1994 21485 1994 360 10-05-1994 21485 01-08-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Inlijving in de Nederlandse adel kan plaatsvinden ten aanzien van personen wier geslacht behoort tot de wettelijk erkende adel van een staat met een vergelijkbaar adelsstatuut en daartoe een verzoek om inlijving hebben gedaan binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet. 1994 360 10-05-1994 21485 1994 360 10-05-1994 21485 01-08-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze wet kan worden aangehaald als Wet op de adeldom. 1994 360 10-05-1994 21485 1994 360 10-05-1994 21485 01-08-1994