Wet van 25 maart 1994, houdende regels ten behoeve van de openluchtrecreatie
- BWB-id
- BWBR0006548
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2006-03-08 t/m 2007-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006548
- ELI
- /eli/nl/wet/1994/wet-op-de-openluchtrecreatie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1994/wet-op-de-openluchtrecreatie/2006-03-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006548&g=2006-03-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006548&z=2026-06-06&g=2006-03-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006548/2006-03-08
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1994/wet-op-de-openluchtrecreatie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; b. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf; c. artikel 40 van de Woningwet kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolgeeen bouwvergunning vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; d. kampeerovereenkomst: overeenkomst tussen de houder van een kampeerterrein en degene die een kampeermiddel plaatst of geplaatst houdt betreffende het plaatsen of geplaatst houden daarvan. 2 Woningwet In afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden niet als kampeermiddelen beschouwd vaartuigen, woonwagens in de zin van de, tenten in gebruik voor het houden van bijeenkomsten, tentoonstellingen of voorstellingen, en voertuigen in gebruik als direktiekeet. 3 artikel 40, eerste lid, van de Woningwet Ingeval een caravan is aan te merken als een bouwwerk en het plaatsen geschiedt in overeenstemming met de bepalingen van deze wet is voor het plaatsen geen bouwvergunning als bedoeld invereist. 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 21-02-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 21-02-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 21-02-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 21-02-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 21-02-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 21-02-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een kampeerterrein te houden. 2 Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling of ontheffing verlenen voor: a. het houden van de kampeerterrein voor ten hoogste tien kampeermiddelen; b. het houden van een kampeerterrein door een organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard ten behoeve van eigen doeleinden of c. het houden van een natuurkampeerterrein dat voldoet aan door Onze Minister gestelde regelen. 3 a In afwijking van het tweede lid, onderdeel, kunnen burgemeester en wethouders voor ten hoogste de periode van 15 maart tot en met 31 oktober in elk kalenderjaar, het aantal toe te laten kampeermiddelen verhogen tot ten hoogste vijftien. 4 c De regelen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel, hebben in ieder geval betrekking op het soort en het aantal toe te laten kampeermiddelen, de periode gedurende welke deze kampeermiddelen op het terrein aanwezig mogen zijn, alsmede op de inrichting en het gebruik van het kampeerterrein. 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8, eerste lid Een aanvraag tot een vergunning als bedoeld in, dient vergezeld te gaan van een reglement. 2 Een reglement bevat voorwaarden met betrekking tot het gebruik van het kampeerterrein en het verblijf daarop. Hiertoe behoren in elk geval: a. bepalingen die een inzicht geven in de opbouw van het tarief; b. bepalingen over de wijze van bekendmaking van de geldende prijzen; c. artikel 21, eerste lid de vergoeding onderscheidenlijk de berekeningswijze van de vergoeding die de houder van de vergunning berekent onderscheidenlijk hanteert bij de in, bedoelde bemiddeling; d. de regelen, die de houder van de vergunning in acht neemt bij het aangaan van kampeerovereenkomsten en die in elk geval betrekking hebben op: 1°. de duur van de overeenkomst; 2°. de wijze, de termijn en de gronden van opzegging; 3°. de gevallen waarin degene die het kampeermiddel plaatst aanspraak op verlenging van de overeenkomst kan maken en 4°. de verplichtingen die voor degene die het kampeermiddel plaatst geldelijke gevolgen met zich meebrengen; e. de kampeerregels en f. bepalingen over de wijze van bekendmaking van het reglement. 3 Wijzigingen in een reglement worden toegezonden aan burgemeester en wethouders. 1994 300 25-03-1994 21447 1995 513 27-10-1995 20-10-1995 01-11-1995
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 8, eerste lid Een vergunning als bedoeld in, kan slechts worden verleend indien: a. is voldaan of op redelijke wijze zal worden voldaan aan de regelen gesteld bij of krachtens deze wet en b. de aanvraag betrekking heeft op een terrein dat bij bestemmingsplan uitsluitend of mede als kampeerterrein is aangewezen. 2 artikel 8, tweede lid Een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in, kan slechts worden verleend: a. indien is voldaan of op redelijke wijze zal worden voldaan aan de regelen gesteld bij of krachtens deze wet en b. voor zover het bestemmingsplan zich er niet tegen verzet. 1994 300 25-03-1994 21447 1995 513 27-10-1995 20-10-1995 01-11-1995
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 8, eerste lid artikel 8, tweede lid Burgemeester en wethouders verbinden aan een vergunning als bedoeld in, of aan een vrijstelling of een ontheffing als bedoeld in, voorschriften over de soort en het aantal van de op het kampeerterrein toe te laten kampeermiddelen. Burgemeester en wethouders kunnen deze voorschriften wijzigen of intrekken. 2 artikel 8, eerste lid artikel 8, tweede lid Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de orde, de rust, de veiligheid, de natuur- en landschapsbescherming, de bescherming van het milieu, de hygiëne en de gezondheid, alsmede overige onderwerpen betreffende het kamperen aan een vergunning als bedoeld in, of aan een vrijstelling of een ontheffing als bedoeld in, beperkingen of voorschriften verbinden, dan wel deze beperkingen of voorschriften wijzigen of intrekken. 1994 300 25-03-1994 21447 1995 513 27-10-1995 20-10-1995 01-11-1995
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 8, eerste lid artikel 8, tweede lid Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in, of een ontheffing als bedoeld in, intrekken indien: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken dat, waren de juiste gegevens verstrekt, een andere beslissing zou zijn genomen of b. artikel 11 blijkt dat de beperkingen of de voorschriften gesteld krachtensniet of niet behoorlijk worden nageleefd. 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 14 artikel 8, eerste lid artikel 8, eerste of tweede lid Onverminderd het bepaalde krachtenskunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in, voor het gelegenheid geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen buiten de in, bedoelde kampeerterreinen, door groepen uitgaande van een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard, gedurende een in de ontheffing aangegeven korte, aaneengesloten periode. 2 de artikelen 11 12 Het bepaalde inenis van overeenkomstige toepassing. 1994 300 25-03-1994 21447 1995 513 27-10-1995 20-10-1995 01-11-1995
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 13 artikel 13 Gedeputeerde staten kunnen in het belang van de natuur- en landschapsbescherming een of meer gebieden aanwijzen waarvoor geen ontheffing als bedoeld inkan worden verleend gedurende een daarbij te bepalen periode of waarvoor een aantal kampeermiddelen ten aanzien waarvan een ontheffing als bedoeld inkan worden verleend op een daarbij te bepalen maximum aantal wordt gesteld gedurende een daarbij te bepalen periode. 2005 532 01-11-2005 06-10-2005 29316 2005 533 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 8, eerste onderscheidenlijk tweede lid artikel 13 Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten kampeerterreinen waarvoor een vergunning, vrijstelling of ontheffing als bedoeld in, of een ontheffing als bedoeld inis verleend, behoudens voor zover bij verordening door de gemeenteraad afwijking van dit verbod is toegestaan voor het plaatsen of geplaatst houden van ten hoogste vijf kampeermiddelen gedurende korte perioden. 2 In afwijking van het eerste lid kan bij verordening het plaatsen van één kampeermiddel voor eigen gebruik door de eigenaar van een terrein voor langere perioden dan bedoeld in het eerste lid, worden toegestaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat het is toegestaan tijdelijk bij dat kampeermiddel ten hoogste twee andere kampeermiddelen voor eigen gebruik te plaatsen. 3 Bij verordening als bedoeld in het eerste lid, kan niet worden toegestaan het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf op terreinen aansluitend aan of behorende bij kampeerterreinen als bedoeld in het eerste lid. 1994 300 25-03-1994 21447 1995 513 27-10-1995 20-10-1995 01-11-1995
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 15 dat artikel Gedeputeerde staten kunnen in het belang van de natuur- en landschapsbescherming een of meer gebieden aanwijzen waarvoor het verbod vanonverkort geldt of waarvoor het aantal kampeermiddelen, bedoeld in, op een daarbij te bepalen lager aantal wordt gesteld gedurende een daarbij te bepalen periode. 2005 532 01-11-2005 06-10-2005 29316 2005 533 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Elke overeenkomst ter zake van een bemiddeling bij koop of verkoop van een kampeermiddel tussen de houder van een kampeerterrein of een door hem aangewezen derde en de koper of verkoper van een kampeermiddel moet schriftelijk worden aangegaan en betreft in ieder geval: a. de aard en de omvang van de bemiddeling. b. het tijdvak waarover de bemiddeling zich uitstrekt en c. de vergoeding welke in rekening wordt gebracht voor de bemiddeling dan wel de wijze waarop deze vergoeding wordt berekend. 2 De houder van een kampeerterrein of een door hem aangewezen derde mag ter zake van een bemiddeling bij koop of verkoop van een kampeermiddel slechts aan hetzij de koper hetzij de verkoper een vergoeding als bedoeld in het eerste lid, in rekening brengen. 3 Leidt de bemiddeling niet tot koop of verkoop van een kampeermiddel dan kunnen de ter zake van de bemiddeling werkelijk gemaakte kosten in rekening worden gebracht, indien dat tevoren schriftelijk is overeengekomen. 4 Elke overeenkomst of elk beding in strijd met het bepaalde in de voorafgaande leden is nietig. 5 De houder van een kampeerterrein dient degene die met hem een kampeerovereenkomst voor onbepaalde tijd of voor een tijdvak van ten minste zeven maanden wenst aan te gaan, bij het sluiten van die overeenkomst in de gelegenheid te stellen kennis te nemen van de voorwaarden die hij hanteert bij een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid. 1994 300 25-03-1994 21447 1995 513 27-10-1995 20-10-1995 01-11-1995
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Elk in verband met het tot stand komen van een kampeerovereenkomst gemaakt beding waarbij ten behoeve van een der partijen dan wel door of tegenover een derde enig niet redelijk voordeel wordt overeengekomen, is nietig. 2 Is het voordeel slechts voor een deel onredelijk, dan blijft het beding voor het overige in stand, voor zover dit, gelet op de inhoud en strekking van het beding, niet in onverbrekelijk verband met het nietige deel staat. 1994 300 25-03-1994 21447 1995 513 27-10-1995 20-10-1995 01-11-1995
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 9 Voor zover een kampeerovereenkomst afwijkt van het reglement als bedoeld in, ten nadele van degene die het kampeermiddel plaatst of geplaatst houdt, kan deze laatste zich rechtstreeks beroepen op het reglement. 1994 300 25-03-1994 21447 1995 513 27-10-1995 20-10-1995 01-11-1995
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 1997 710 23-12-1997 17-12-1997 25265 1997 751 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 1997 710 23-12-1997 17-12-1997 25265 1997 751 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 1997 710 23-12-1997 17-12-1997 25265 1997 751 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Burgemeester en wethouders kennen een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe aan en op verzoek van: a. de houder van een kampeerterrein, indien deze schade lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit tot wijziging of intrekking van een vrijstelling, vergunning of ontheffing of de aan een vrijstelling, vergunning of ontheffing verbonden voorschriften; b. de aanvrager van een vergunning of ontheffing indien deze schade lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit tot weigering van de vergunning of ontheffing of de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften. 2 Een schadevergoeding als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend, indien de schade redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste behoort te blijven van degene die de schade lijdt of zal lijden en de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders daartoe aangewezen ambtenaren. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen terzake van de uitoefening van dit toezicht regelen worden gesteld. 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikelen 179 tot en met 182 184 van het Wetboek van Strafrecht Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd, belast de daartoe aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in deen, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. 2 Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn tevens belast: a. artikel 33 de in, bedoelde ambtenaren, voor zover deze zijn aangewezen bij besluit van Onze Minister van Justitie en b. de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie. 3 Staatscourant Van een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikelen 33 34 De in deenbedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikelen 5:13 5:15 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 34 Deenzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de inbedoelde ambtenaren. 2 artikelen 33 34 De in deenbedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het onderzoeken van stoffen die een bedreiging kunnen vormen voor de hygiëne, gezondheid en veiligheid van een kampeerterrein en het verrichten van opmetingen. 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 33 34 Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een krachtensofaangewezen ambtenaar. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikelen 8 artikel 8, eerste lid artikel 8, tweede lid Gedragingen in strijd met het verbod, gesteld in de, met voorschriften of beperkingen verbonden aan een vergunning als bedoeld in, aan een vrijstelling of een ontheffing als bedoeld in, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of met een geldboete van de tweede categorie. 2 artikel 15 artikel 13 Gedragingen in strijd met het verbod, gesteld bijof met voorschriften of beperkingen verbonden aan een ontheffing als bedoeld inworden gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de eerste categorie. 3 De strafbare feiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn overtredingen. 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Deze wet vervalt op 1 januari 2008. 2005 308 23-06-2005 12-05-2005 29829 2005 465 27-09-2005 07-09-2005 01-11-2005
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet op de openluchtrecreatie. 1994 300 25-03-1994 21447 1995 513 27-10-1995 20-10-1995 01-11-1995