Wet van 2 december 1993, houdende regelen inzake het verplaatsen van de productie van dierlijke meststoffen
- BWB-id
- BWBR0006285
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2005-11-16 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006285
- ELI
- /eli/nl/wet/1994/wet-verplaatsing-mestproductie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1994/wet-verplaatsing-mestproductie/2005-11-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006285&g=2005-11-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006285&z=2026-06-06&g=2005-11-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006285/2005-11-16
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1994/wet-verplaatsing-mestproductie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: artikel 1 van de Meststoffenwet artikel 55, eerste, vijfde, zesde, zevende en achtste lid, van de Meststoffenwet Meststoffenwet mestproductierecht: hoeveelheid dierlijke meststoffen uitgedrukt in onderscheidenlijk kilogrammen fosfaat varkens- en kippenmest, in kilogrammen fosfaat rundvee- en kalkoenenmest en in kilogrammen fosfaat afkomstig van de mest van één of meer andere krachtensaangewezen diersoorten, die ingevolgeop een bedrijf gedurende een kalenderjaar ten hoogste mag worden geproduceerd, zoals deze hoeveelheid in voorkomend geval is gewijzigd door toepassing van het bepaalde bij of krachtens deen bij deze wet; niet-gebonden mestproductierecht: deel van het mestproductierecht dat de hoeveelheid overeenkomend met 125 kg fosfaat per jaar per hectare tot een bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond te boven gaat; artikel 55, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, van de Meststoffenwet verplaatsing: het, met benutting van een overeenkomstig deze wet geregistreerd niet-gebonden mestproductierecht en in afwijking in zoverre van, gaan produceren van dierlijke meststoffen op een andere locatie of een ander bedrijf; bedrijf: geheel van productie-eenheden bestaande uit één of meer gebouwen of gedeelten daarvan en de daarbij behorende landbouwgrond, uitsluitend of onder meer dienende tot de uitoefening van de landbouw, zulks beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden; Bureau Heffingen: Bureau Heffingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te Assen; artikel 1 van de Meststoffenwet dierlijke meststoffen: dierlijke meststoffen als bedoeld in; artikel 1 van de Meststoffenwet landbouwgrond: landbouwgrond, bedoeld in; artikel 1 van de Meststoffenwet tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond: tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond als bedoeld in; Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 2 artikel 7 van de Meststoffenwet artikel 58 van de Meststoffenwet Voor de toepassing van deze wet wordt onder bedrijf mede verstaan dat geheel van productie-eenheden dat als één bedrijf is opgegeven op grond van de krachtensgestelde regelen inzake de registratie van de productie van dierlijke meststoffen, voor zover zodanig bedrijf niet reeds is gesplitst of samengevoegd op grond van de krachtensgestelde regelen, alsmede elk afzonderlijk geheel van productie-eenheden dat na inwerkingtreding van deze wet is ontstaan door splitsing van een oorspronkelijk bedrijf. 3 artikel 1 van de Meststoffenwet Indien op een bedrijf mestproductierechten zijn geregistreerd betreffende meer dan een van de krachtensaangewezen diersoorten wordt, voor de bepaling van de omvang van het desbetreffende niet-gebonden mestproductierecht, de bij het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond aan een mestproductierecht toegedeeld overeenkomstig door Onze Minister vast te stellen regelen. 4 Voor de toepassing van het begrip bedrijf wordt geen rekening gehouden met handelingen waarvan, op grond van de omstandigheid dat zij geen wezenlijke verandering van feitelijke verhoudingen hebben ten doel gehad of waarvan op grond van andere bepaalde feiten en omstandigheden, moet worden aangenomen dat zij achterwege gebleven zouden zijn indien daarmede niet de toepassing van deze wet voor het vervolg geheel of ten dele onmogelijk zou worden gemaakt. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Verplaatsing is slechts toegestaan overeenkomstig de regels van deze wet. 1993 686 02-12-1993 21114 1993 771 30-12-1993 25-03-1987 01-01-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 55 van de Meststoffenwet Het is verboden na verplaatsing een grotere hoeveelheid dierlijke meststoffen te produceren dan voortvloeit uit het bepaalde in deze wet, een en ander onverminderd de hoeveelheid die op grond vanmag worden geproduceerd. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het is verboden te verplaatsen van een locatie of bedrijf, geheel of gedeeltelijk gelegen buiten de in de bij deze wet behorende bijlage aangegeven gebieden, naar een locatie of bedrijf geheel of gedeeltelijk gelegen binnen deze gebieden. Het is op overeenkomstige wijze verboden om tussen de aangewezen gebieden onderling, te verplaatsen. 1993 686 02-12-1993 21114 1993 771 30-12-1993 25-03-1987 01-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 9 Bij de inbedoelde kennisgeving en daaropvolgende registratie neemt het niet-gebonden mestproductierecht: a. artikel 9 af op het bedrijf waarvandaan de voorgenomen verplaatsing plaatsvindt met de desbetreffende overeenkomstiggeregistreerde hoeveelheid; b. artikel 9 toe op het bedrijf waarheen verplaatst gaat worden met een hoeveelheid gelijk aan de desbetreffende overeenkomstiggeregistreerde hoeveelheid. 2 artikel 1 artikel 9 De hoeveelheid mestproductierechten welke overeenkomstig het bepaalde inbepalend is voor de vaststelling van de hoeveelheid niet-gebonden mestproductierechten varkens- en kippenmest en rundvee- en kalkoenenmest welke na één of meer kennisgevingen als bedoeld inin totaal kan worden geregistreerd, is ten hoogste gelijk aan de desbetreffende gerealiseerde mestproductie in 1988, 1989 of 1990. 3 artikelen 8 13 van de Meststoffenwet De in het tweede lid bedoelde gerealiseerde mestproductie wordt bepaald aan de hand van de krachtens deen, zoals deze vóór 1 januari 1998 luidden deze inzake de aangiften voor de overschotheffing voor die jaren opgegeven aantallen dieren of toegepaste correcties. 4 Bij de bepaling van de in het tweede en derde lid bedoelde gerealiseerde mestproductie kan de belanghebbende uit een van de aldaar bedoelde jaren het jaar kiezen waarin deze mestproductie het grootst was. 5 artikel 55, eerste, vijfde, zesde en zevende lid, van de Meststoffenwet De in het tweede lid bedoelde gerealiseerde mestproductie wordt slechts in aanmerking genomen voor zover deze gelijk is aan of lager is dan de invastgelegde maximaal toegestane mestproductie. 6 De in het tweede lid bedoelde vaststelling heeft geen betrekking op kennisgevingen en registraties betreffende de hoeveelheden die overeenkomstig deze wet zijn geregistreerd. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 Bij de bepaling en de berekening van de inbedoelde hoeveelheid niet-gebonden mestproductierechten welke overeenkomstig deze wet ten hoogste kan worden geregistreerd, kunnen door Onze Minister nadere regelen worden gesteld welke onder meer betrekking kunnen hebben op: - het voor de toepassing van deze wet ambtshalve vaststellen van de in dat artikel bedoelde hoeveelheden; - de gevallen waarin en de wijze waarop van de in dat artikel bedoelde bepaling en berekening kan of moet worden afgeweken. 2 artikelen 9 10 Door Onze Minister kunnen regelen worden gesteld omtrent de wijze waarop en de gevallen waarin de overeenkomstig deenaan te melden en te registreren niet-gebonden mestproductierechten met een bij die regelen te bepalen percentage worden gekort, welk kortingspercentage echter niet groter kan zijn dan 25%. 3 artikel 9, tweede lid, van de Meststoffenwet De krachtens, gestelde regelen zijn van overeenkomstige toepassing op de bepaling van de omvang van de mestproductie van de in deze wet bedoelde diersoorten. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 55 van de Meststoffenwet Bij de gevolgen van grondtransacties op de omvang van het mestproductierecht en het niet-gebonden mestproductierecht blijftonverkort van toepassing. 2 Onder grondtransacties worden in dit artikel verstaan, eigendomsovergangen, het tot stand komen of eindigen van pachtovereenkomsten en het vestigen, overdragen of tenietgaan van zakelijke gebruiksrechten. 3 artikel 12, eerste lid, van de Pachtwet artikel 36, tweede lid, van de Pachtwet artikel 36, derde lid, van de Pachtwet Stb. Onder het tot stand komen en eindigen van pachtovereenkomsten wordt in dit artikel verstaan, het aangaan van een pachtovereenkomst voor tenminste de duur als bedoeld in(1958, 37), welke vervolgens is goedgekeurd door de grondkamer, een door de grondkamer goedgekeurde beëindiging van een zodanige pachtovereenkomst, een door de rechter uitgesproken ontbinding van een zodanige pachtovereenkomst, een afwijzing door de rechter van een verzoek tot verlenging van een zodanige pachtovereenkomst, of het eindigen van een zodanige overeenkomst als gevolg van een kennisgeving als bedoeld in, waarna niet overeenkomstigverlenging is verzocht. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7, tweede lid Meststoffenwet Meststoffenwet Indien sprake is van een in, bedoelde beëindiging van een pachtovereenkomst welke, ongeacht de overeengekomen duur van zodanige overeenkomst, is aangegaan op een tijdstip gelegen in de periode vanaf 1 januari 1987 tot de dag van inwerkingtreding van deze wet, gaat een mestproductierecht over, overeenkomstig de hoeveelheid die ingevolge het bepaalde bij of krachtens debij het aangaan van de pachtovereenkomst naar de pachter overging, met inachtneming evenwel van het bepaalde in de overige bepalingen van deze wet en de. 2 artikel 7, tweede lid Meststoffenwet Indien sprake is van een in, bedoelde beëindiging van een pachtovereenkomst welke, ongeacht de overeengekomen duur van zodanige overeenkomst, is aangegaan op een tijdstip gelegen vóór 1 januari 1987, gaat een mestproductierecht over op basis van de door partijen aan de verpachte lokatie toe te rekenen mestproductiecapaciteit, met inachtneming evenwel van het bepaalde in de overige bepalingen van deze wet en de. 3 Meststoffenwet De betrokken partijen kunnen een andere hoeveelheid overeenkomen dan volgt uit het bepaalde in het eerste en tweede lid, met inachtneming evenwel van het bepaalde in de overige bepalingen van deze wet en de. 4 artikel 9, eerste lid De in het eerste tot en met derde lid bedoelde hoeveelheid dient door de betrokken partijen gezamenlijk te worden aangegeven op het in, bedoelde formulier. 1997 360 19-08-1997 02-05-1997 24782 1997 677 23-12-1997 15-12-1997 01-01-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Degene die voornemens is te verplaatsen en degene van wiens bedrijf het desbetreffende niet-gebonden mestproductierecht afkomstig is geven van de verplaatsing gezamenlijk kennis aan het Bureau Heffingen met gebruikmaking van het daartoe bestemde, door Onze Minister vastgestelde formulier. 2 Het formulier dient overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en naar waarheid te worden ingevuld. 3 Er kan eerst aanspraak op het in het eerste lid bedoelde mestproductierecht worden gemaakt vanaf het moment van de registratie van de kennisgeving door het Bureau Heffingen. 4 Registratie vindt niet plaats indien: - artikelen 5 6 een grotere hoeveelheid niet-gebonden mestproductierechten ter registratie wordt aangeboden dan volgt uit deen; - Meststoffenwet Stb. blijkens de toepassing van paragraaf 3 van het Besluit mestbank en mestboekhouding () (1987, 170) noch in het eerste jaar noch in het tweede jaar volgend op de inwerkingtreding van deze wet een productie van dierlijke meststoffen heeft plaatsgevonden op het bedrijf waarvan het niet-gebonden mestproductierecht afkomstig is; - het in het eerste lid bedoelde formulier niet of niet volledig is ingevuld of indien uit aan het Bureau Heffingen ter beschikking staande andere gegevens blijkt dat de verplaatsing geen doorgang kan vinden. 5 artikelen 5 6 Voor het lopende kalenderjaar waarin de registratie plaatsvindt, kan degene op wiens naam de registratie plaatsvindt het niet-gebonden mestproductierecht nog slechts benutten in de mate waarin het niet-gebonden mestproductierecht in dat kalenderjaar niet werd benut op het bedrijf waarvan dit afkomstig is, één en ander met inachtneming van deen. 1997 360 19-08-1997 02-05-1997 24782 1997 677 23-12-1997 15-12-1997 01-01-1998 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Degene die voornemens is te verplaatsen naar een ander aan hem toebehorend bedrijf of een andere aan hem toebehorende locatie die op 31 december 1986, indien het betreft de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van varkens, kippen, rundvee of kalkoenen, dan wel op 31 december 1991, indien het betreft de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van eenden, vossen, nertsen, konijnen, geiten of schapen, nog niet tot zijn bedrijf behoorde geeft daarvan kennis aan het Bureau Heffingen met gebruikmaking van het daartoe bestemde, door Onze Minister vastgestelde formulier. 2 Artikel 9, tweede tot en met zesde lid , is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde kennisgeving. 1997 360 19-08-1997 02-05-1997 24782 1997 677 23-12-1997 15-12-1997 01-01-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1997 360 19-08-1997 02-05-1997 24782 1997 677 23-12-1997 15-12-1997 01-01-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 In afwijking van artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek kan op mestproductierechten geen pandrecht worden gevestigd. 2 artikel 9, eerste lid Bij door Onze Minister te stellen regelen kan worden bepaald dat alvorens het Bureau Heffingen de in, bedoelde kennisgeving in behandeling neemt, van deze kennisgeving mededeling wordt gedaan aan in die regelen aan te geven derde-belanghebbenden. 3 artikel 9, eerste lid Onze Minister kan nadere regelen stellen omtrent de uitvoering van het tweede lid, waarbij in elk geval kan worden bepaald welke gegevens door het Bureau Heffingen aan de derde-belanghebbende kenbaar worden gemaakt, binnen welke termijn zulks door het Bureau Heffingen dient te geschieden, de periode waarin het Bureau Heffingen de in, bedoelde kennisgeving niet in behandeling neemt, alsmede de wijze waarop en de termijn waarbinnen de in die regeling bedoelde derde-belanghebbende zich bij het Bureau Heffingen dient aan te melden en de bescheiden die deze derde-belanghebbende aan het Bureau Heffingen dient te overleggen. 1997 360 19-08-1997 02-05-1997 24782 1997 677 23-12-1997 15-12-1997 01-01-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Met betrekking tot de toepassing van de bepalingen van deze wet dienen gegevens te worden bijgehouden overeenkomstig de door Onze Minister gestelde regelen. 2 Bij de in het eerste lid bedoelde regelen kan tevens worden bepaald dat de gegevens dienen te worden verstrekt op de daarbij aangegeven wijze aan daartoe aan te wijzen organen. 1993 686 02-12-1993 21114 1993 771 30-12-1993 25-03-1987 01-01-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 13 Het is verboden onjuiste gegevens als bedoeld in, op te maken, over te leggen en af te dragen. 1997 360 19-08-1997 02-05-1997 24782 1997 677 23-12-1997 15-12-1997 01-01-1998
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Onze Minister doet over de werking van de eerste twee jaren van deze wet aan de beide Kamers der Staten-Generaal een verslag toekomen. 1993 686 02-12-1993 21114 1993 771 30-12-1993 25-03-1987 01-01-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan de belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. 1995 250 16-05-1995 26-04-1995 23780 1995 250 16-05-1995 26-04-1995 23780 17-05-1995
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur. 1993 686 02-12-1993 21114 1993 771 30-12-1993 25-03-1987 01-01-1994
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 9 Bij door Onze Minister te stellen regelen kan worden bepaald dat een verzoek om registratie of kennisgeving als bedoeld in, 10 of 12, eerst in behandeling wordt genomen nadat een daarvoor vastgesteld bedrag is voldaan. 2 artikel 9 Al naar gelang sprake is van een registratiehandeling krachtens, 10 of 12 kan het in het eerste lid bedoelde bedrag verschillend worden vastgesteld. 1993 686 02-12-1993 21114 1993 771 30-12-1993 25-03-1987 01-01-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikelen 69 70 van de Meststoffenwet Het bepaalde bij of krachtens deenis van toepassing op het bepaalde bij of krachtens deze wet. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikelen 2 3 4 9, tweede en zesde lid 10 13 14 17 19 Handelen in strijd met de,,,,,,,enis een strafbaar feit. 1997 360 19-08-1997 02-05-1997 24782 1997 677 23-12-1997 15-12-1997 01-01-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Stb. Het Verplaatsingsbesluit Meststoffenwet (1987, 171) wordt ingetrokken op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 2 In het belang van een goede invoering van deze wet kan Onze Minister regelen stellen omtrent de gevallen waarin en de wijze waarop één of meer onderdelen van het Verplaatsingsbesluit Meststoffenwet nog kunnen of moeten worden toegepast. 1993 686 02-12-1993 21114 1993 771 30-12-1993 25-03-1987 01-01-1994
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 De verschillende artikelen van deze wet of onderdelen daarvan, komen te vervallen op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 3 De verschillende artikelen van deze wet of onderdelen daarvan kunnen op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen verschillend kan worden vastgesteld, voor een bij de maatregel te bepalen gebied buiten werking worden gesteld. 4 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet verplaatsing mestproductie. 1997 360 19-08-1997 02-05-1997 24782 1997 677 23-12-1997 15-12-1997 01-01-1998
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a Vervallen 2005 481 11-10-2005 15-09-2005 29930 2005 562 15-11-2005 19-10-2005 16-11-2005 Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2001/312 gesteld op 01-01-2005. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2004/246 gesteld op 01-01-2007.