Wet van 7 oktober 1993, houdende regels met betrekking tot de verlening van voorzieningen aan gehandicapten
- BWB-id
- BWBR0006169
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2006-03-08 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006169
- ELI
- /eli/nl/wet/1994/wet-voorzieningen-gehandicapten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1994/wet-voorzieningen-gehandicapten/2006-03-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006169&g=2006-03-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006169&z=2026-06-06&g=2006-03-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006169/2006-03-08
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1994/wet-voorzieningen-gehandicapten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. een gehandicapte: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen ondervindt op het gebied van het wonen of van het zich binnen of buiten de woning verplaatsen; b. woonruimte: 1. een woning met uitzondering van kamers die zelfstandig verhuurd worden; 2. Woningwet een woonwagen als bedoeld in de; 3. Huisvestingswet een woonschip op een ligplaats, zijnde een woonschip en een ligplaats als bedoeld in de; 4. een verblijf van een binnenschip; c. woonvoorziening: elke voorziening die verband houdt met een maatregel die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een gehandicapte bij het normale gebruik van zijn woonruimte ondervindt, met dien verstande dat bij ingrepen van bouwkundige of woontechnische aard in of aan de woonruimte slechts dan een voorziening als woonvoorziening wordt aangemerkt indien de voorziening: 1. gericht is op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen; of 2. een uitraasruimte betreft. d. vervoersvoorziening: een voorziening die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een gehandicapte bij het vervoer buitenshuis ondervindt; e. uitraasruimte: een verblijfsruimte waarin een gehandicapte die vanwege een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont zich kan afzonderen of tot rust kan komen. 2 Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met: a. echtgenoot: geregistreerde partner; b. gehuwd: als partner geregistreerd. 3 Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt: a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 4 Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 5 Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld; b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid. 6 Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d. 7 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid. 2000 238 13-06-2000 25-05-2000 27059 2000 238 13-06-2000 25-05-2000 27059 14-06-2000 01-04-2000 Werkt terug tot en met 1 april 2000.
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 artikel 150 van de Gemeentewet De gemeenteraad stelt bij verordening regels vast, die zijn gericht op de realisatie en de vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de wet met inachtneming van. 2 In deze verordening worden ten minste geregeld: a. dat de reikwijdte van de cliëntenparticipatie betrekking heeft op het integrale gemeentelijke gehandicaptenbeleid; b. dat het college van burgemeester en wethouders tijdig advies vraagt aan de lokale platforms over wijziging in de verordening en uitvoeringsregelingen; c. welke faciliteiten het college van burgemeester en wethouders beschikbaar stelt aan de lokale platforms. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de verlening van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen ten behoeve van de deelneming aan het maatschappelijk verkeer van in de gemeente woonachtige gehandicapten. De gemeenteraad stelt met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet daartoe regels vast bij verordening. 2 artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Stb. Het eerste lid is niet van toepassing op gehandicapten die verblijven in een instelling die ingevolge(1992, 392) is toegelaten. 3 Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, met betrekking tot het tweede lid afwijkende regels stellen. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het college van burgemeester en wethouders biedt verantwoorde voorzieningen aan. Onder verantwoorde voorzieningen worden verstaan de voorzieningen die doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht worden verleend. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, eerste lid artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 Een vreemdeling kan voor de in, bedoelde voorzieningen slechts in aanmerking komen indien hij rechtmatig verblijf houdt in de zin van. 2 artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 2, eerste lid Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat hier te lande verblijvende vreemdelingen, anders dan die bedoeld in, in aanmerking kunnen komen voor voorzieningen als bedoeld in, onverminderd de overige vereisten voor de toekenning van een voorziening: a. ter uitvoering van een verdrag dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, of b. artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 8, onder g of h, van de Vreemdelingenwet 2000 vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in. 2000 496 07-12-2000 23-11-2000 26975 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking als de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2, eerste lid De verordening, bedoeld in, bevat in ieder geval regels met betrekking tot: a. de gevallen en de vorm waarin voorzieningen kunnen worden verleend, waarbij wordt bepaald dat woonvoorzieningen waarvan de kosten gelijk zijn aan of meer bedragen dan € 45 378 niet worden verleend, tenzij weigering van die voorziening gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard; b. de hoogte van de financiële tegemoetkomingen; c. de procedure met betrekking tot de toekenning, de herziening, de beëindiging en de terugvordering van voorzieningen, daaronder begrepen het inwinnen van deskundigenadvies; d. de gronden waarop voorzieningen kunnen worden beëindigd, dan wel teruggevorderd. 2 De hoogte van de financiële tegemoetkomingen kan worden afgestemd op het inkomen van de gehandicapte en zijn echtgenoot. Ten aanzien van de vaststelling van het inkomen van de gehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, kan in aanmerking worden genomen het gezamenlijk inkomen van de ouders van de gehandicapte, dan wel indien de gehandicapte een pleegkind is, het gezamenlijk inkomen van de pleegouders indien laatstgenoemden het pleegkind als een eigen kind opvoeden en onderhouden. 3 Een financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte wordt verleend aan de eigenaar van de woonruimte. 4 Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, regels stellen met betrekking tot de financiële tegemoetkomingen. 5 titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht Op de financiële tegemoetkomingen isniet van toepassing. 6 Het bedrag, genoemd in het eerste lid, onder a, kan door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, met ingang van een kalenderjaar worden gewijzigd, indien daartoe aanleiding bestaat als gevolg van de ontwikkeling van de prijzen van bouwkundige of woontechnische ingrepen in of aan de woning. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat de gehandicapte, voor zover de voorziening niet bestaat uit een aan hem verleende financiële tegemoetkoming, een eigen bijdrage is verschuldigd. 2 De hoogte van de eigen bijdrage kan worden afgestemd op het inkomen van de gehandicapte en zijn echtgenoot. Ten aanzien van de vaststelling van het inkomen van de gehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, kan in aanmerking worden genomen het gezamenlijk inkomen van de ouders van de gehandicapte, dan wel indien de gehandicapte een pleegkind is, het gezamenlijk inkomen van de pleegouders indien laatstgenoemden het pleegkind als een eigen kind opvoeden en onderhouden. 3 Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, regels stellen met betrekking tot de eigen bijdragen. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het college van burgemeester en wethouders kan de gehandicapte, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van de aanspraak op een voorziening, oproepen in persoon te verschijnen en zich door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen onderzoeken. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Alvorens op een aanvraag van een woonvoorziening waarvan de kosten gelijk zijn aan of meer bedragen dan € 20 420 te besluiten, wint het college van burgemeester en wethouders omtrent de noodzaak van deze voorziening advies in van het orgaan, bedoeld in. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het eerste lid van overeenkomstige toepassing is op in die maatregel aan te wijzen voorzieningen. 3 Een krachtens het tweede lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Roerende zaken, voor de aanschaf waarvan krachtens deze wet een financiële vergoeding is verleend, dan wel die krachtens deze wet in eigendom of bruikleen zijn verleend, zijn niet vatbaar voor vervreemding, verpanding, belening of beslag, zolang die roerende zaken geschikt zijn om de beperkingen van de gehandicapte op het gebied van het wonen of van het zich binnen of buiten de woning verplaatsen op te heffen of te verminderen. Elk beding strijdig met dit artikel is nietig. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Onze Minister van Defensie is bevoegd uit eigen beweging en desgevraagd verplicht, kosteloos, uit de door of namens hem gevoerde administratie, aan de colleges van burgemeesters en wethouders die gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan ten laste van 's Rijks kas aan de gemeente een uitkering verstrekken in de kosten van: a. artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten voorzieningen aan gehandicapten die verblijven in een instelling die ingevolgeis toegelaten; b. woonvoorzieningen waarvan de kosten gelijk zijn aan of meer bedragen dan € 20 420. 2 Met betrekking tot het eerste lid worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen categorieën gemeenten. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel 10b — Artikel 10b#
Artikel 10b 1 Het college van burgemeester en wethouders verstrekt desgevraagd kosteloos aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de gegevens die hij met betrekking tot deze wet nodig heeft. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde gegevens. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 1, derde tot en met zevende lid Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van, en de daarop berustende bepalingen. 2 Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen de uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof. 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 02-01-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens binnen drie jaar daarna, aan de Staten-Generaal een verslag over de verlening van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen krachtens deze wet. 1999 598 30-12-1999 22-12-1999 26435 2000 52 08-02-2000 26-01-2000 01-04-2000
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 12 Indien in het kader van de uitvoering van artikel 57, tweede lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, of artikel P 9, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet, dan wel artikel P 8, tweede lid, van de Spoorwegpensioenwet terzake van de verstrekking van een hulpmiddel een overeenkomst van bruikleen is gesloten, wordt de verstrekking van dat hulpmiddel, gedurende de nog resterende looptijd van de overeenkomst, dan wel, indien de gebruiksduur van het hulpmiddel korter is dan de resterende looptijd van de overeenkomst, tot het einde van die gebruiksduur, beheerst door de regels zoals die luidden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding vanvan deze wet. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de periodieke vergoeding die op grond van artikel P 9, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet aan de gehandicapte wordt verleend voor de kosten van aanschaf en onderhoud van een vervoermiddel. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel X5, eerste en tweede lid, van de Algemene militaire pensioenwet artikel 5, eerste lid Aan de gehandicapte aan wie over de periode onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, krachtens artikel 57, tweede lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, of krachtens artikel P 9, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet, of krachtens artikel P 8, tweede lid, van de Spoorwegpensioenwet, dan wel krachtenseen financiële tegemoetkoming is verleend in de kosten van het gebruik van een vervoermiddel, wordt desgevraagd door het gemeentebestuur ook over de jaren 1994 en 1995 een financiële tegemoetkoming verleend, tenzij in de verordening als bedoeld in, anders wordt bepaald. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 7 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Stb. De bepalingen bij of krachtens, zoals die bepalingen luidden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet blijven van toepassing op de beroepsmilitair die is ontslagen, anders dan uit hoofde van invaliditeit met dienstverband, en die op grond van de regeling geneeskundige verzorging gepensioneerde militairen KL/Klu (1962, 241), dan wel op de voet van die regeling, in aanmerking is gebracht voor genees- en heelkundige voorzieningen. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel X5, eerste en tweede lid, van de Algemene militaire pensioenwet Voor de datum van inwerkingtreding van deze wet ingediende aanvragen voor een voorziening als bedoeld in artikel 57, tweede lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, of artikel P 9, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet, of artikel P 8, tweede lid, van de Spoorwegpensioenwet, dan welworden afgehandeld op basis van de regels zoals die luidden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, met dien verstande dat geen financiële tegemoetkoming wordt verleend over een periode gelegen na de datum van inwerkingtreding van deze wet. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 2 tweede lid Indien het bij koninklijke boodschap van 6 november 1992 ingediende voorstel van Wet, houdende wettelijke regeling van aanspraak op zorg in deen wijziging van enige andere wetten tot wet wordt verheven en in werking treedt, komt, als volgt te luiden: 2 a Stb. k n artikelen 6tot en met 6van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het eerste lid is niet van toepassing op gehandicapten die verblijven in een instelling, die een of meer vormen van zorg omschreven krachtens artikel 6en in de(1992, 392), verlenen. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 690 23-12-1993 23258 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet voorzieningen gehandicapten. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen, onderdelen daarvan of voor de verlening van onderscheidenlijk de woonvoorzieningen, de vervoersvoorzieningen of de rolstoelen verschillend kan worden vastgesteld. 1993 545 07-10-1993 22815 1993 657 25-11-1993 01-04-1994