Wet van 30 september 1993, tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de advisering over en inning van kinderalimentaties
- BWB-id
- BWBR0006164
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1994-03-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006164
- ELI
- /eli/nl/wet/1994/wijzigingswet-boek-1-van-het-burgerlijk-wetboek-en-van-het-w
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1994/wijzigingswet-boek-1-van-het-burgerlijk-wetboek-en-van-het-w/1994-03-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006164&g=1994-03-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006164&z=2026-06-06&g=1994-03-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006164/1994-03-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1994/wijzigingswet-boek-1-van-het-burgerlijk-wetboek-en-van-het-w
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 539 30-09-1993 23038 1993 605 15-11-1993 01-03-1994
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 539 30-09-1993 23038 1993 605 15-11-1993 01-03-1994
Artikel III — Artikel III#
Artikel III onderdeel B van artikel II eerste lid van artikel 810 van de Zesde Titel van het Derde Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Indien het bij koninklijke boodschap van 8 januari 1992 ingediende voorstel van wet tot herziening van het procesrecht in zaken van personen- en familierecht tot wet is verheven en in werking is getreden, vervalt, zodra het tot wet is verheven; In hetwordt alsdan na "minderjarigen" ingevoegd: , uitgezonderd die welke zijn levensonderhoud betreffen. 1993 539 30-09-1993 23038 1993 605 15-11-1993 01-03-1994
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV 1 artikel 408 artikel 408 zesde lid van artikel 408 De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet ingevolge het tot dan toe geldendebestaande betaalbaarstellingen aan de raad voor de kinderbescherming die op dat tijdstip achterstallig zijn, gelden als invorderingen op verzoek van een onderhoudsgerechtigde, waaropvan toepassing is. In afwijking van het, wordt deze invordering op verzoek van de onderhoudsplichtige beëindigd, nadat gedurende ten minste drie maanden is betaald aan de raad voor de kinderbescherming. 2 artikel 408 De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet ingevolge het tot dan toe geldendebestaande betaalbaarstellingen aan de raad voor de kinderbescherming die op dat tijdstip niet achterstallig zijn, worden binnen drie maanden na dat tijdstip beëindigd. Van deze beëindigingen worden de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige in kennis gesteld. 3 Gedurende drie maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijven de tot dat tijdstip tot inning bevoegde raden voor de kinderbescherming bevoegd met de inning verband houdende werkzaamheden te verrichten voor zover noodzakelijk op grond van het eerste en tweede lid. 4 artikel 408, tweede lid artikel 408 Ter gelegenheid van de eerste aanwijzing op grond van, wijst Onze Minister van Justitie eveneens aan op welke raad voor de kinderbescherming alle bevoegdheden overgaan ter zake van de inning van kinderalimentaties, welke toekomen aan de raad voor de kinderbescherming waarvoor de inning op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet eindigt. In procedures op grond van het tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldendewaarin een tot dat tijdstip bevoegde raad voor de kinderbescherming eisende of verwerende optreedt, treedt de door Onze Minister van Justitie aangewezen raad in zijn plaats. 1993 539 30-09-1993 23038 1993 605 15-11-1993 01-03-1994
Artikel V — Artikel V#
Artikel V Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1993 539 30-09-1993 23038 1993 605 15-11-1993 01-03-1994