Wet van 28 april 1994, tot wijziging van bepalingen in het Burgerlijk Wetboek in verband met de regeling van de limitering van alimentatie na scheiding
- BWB-id
- BWBR0006640
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1994-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006640
- ELI
- /eli/nl/wet/1994/wijzigingswet-boek-1-van-het-burgerlijk-wetboek-limitering-v
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1994/wijzigingswet-boek-1-van-het-burgerlijk-wetboek-limitering-v/1994-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006640&g=1994-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006640&z=2026-06-06&g=1994-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006640/1994-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1994/wijzigingswet-boek-1-van-het-burgerlijk-wetboek-limitering-v
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 324 28-04-1994 19295 1994 365 19-05-1994 01-07-1994
Artikel Ia — Artikel Ia#
Artikel Ia Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 325 28-04-1994 1994 365 19-05-1994 01-07-1994
Artikel II — Artikel II#
Artikel II 1 Deze wet is alléén van toepassing op de uitkeringen tot levensonderhoud die na de inwerkingtreding van deze wet door de rechter zijn toegekend of tussen partijen zijn overeengekomen. 2 Op verzoek van degene, die op grond van een vóór de inwerkingtreding van deze wet gewezen rechterlijke uitspraak verplicht is een uitkering tot levensonderhoud te verstrekken, beëindigt de rechter de verplichting, indien deze op of na dat tijdstip vijftien of meer jaren heeft geduurd, tenzij hij van oordeel is dat de beëindiging van de uitkering van zo ingrijpende aard is dat deze naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van degene die tot de uitkering gerechtigd is kan worden gevergd. In dat geval stelt de rechter op verzoek van de tot uitkering gerechtigde alsnog een termijn vast. Bij de beoordeling hiervan houdt de rechter in ieder geval rekening met: De rechter bepaalt bij de uitspraak of verlenging van de vastgestelde termijn na ommekomst daarvan al dan niet mogelijk is. Het bepaalde in de eerste volzin kan niet tot gevolg hebben dat de uitkering eindigt binnen drie jaren na inwerkingtreding van deze wet. a. de leeftijd van degene die tot de uitkering gerechtigd is; b. de omstandigheid dat uit het huwelijk kinderen zijn geboren; c. de datum en de duur van het huwelijk en de mate waarin zulks de verdiencapaciteit van de betrokkenen heeft beïnvloed; d. de omstandigheid dat de tot de uitkering gerechtigde geen recht heeft op uitbetaling van een deel van het ouderdomspensioen van degene die tot de uitkering is gehouden. 3 Een rechterlijke uitspraak betreffende de beëindiging van de uitkering tot levensonderhoud als bedoeld in het tweede lid kan niet bij latere rechterlijke uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken. 4 Het in het tweede en derde lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die op grond van een vóór de inwerkingtreding van deze wet tot stand gekomen overeenkomst verplicht is een uitkering tot levensonderhoud te verstrekken, indien deze verplichting op of na dat tijdstip vijftien of meer jaren heeft geduurd. 1994 325 28-04-1994 1994 365 19-05-1994 01-07-1994
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1994 325 28-04-1994 1994 365 19-05-1994 01-07-1994