Wet van 21 december 1994, tot vaststelling van de Wet arbeid vreemdelingen
- BWB-id
- BWBR0007149
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007149
- ELI
- /eli/nl/wet/1995/wet-arbeid-vreemdelingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1995/wet-arbeid-vreemdelingen/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007149&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007149&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007149/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1995/wet-arbeid-vreemdelingen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. werkgever: 1°. degene die in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf een ander arbeid laat verrichten; 2°. de natuurlijke persoon die een ander huishoudelijke of persoonlijke diensten laat verrichten; c. Vreemdelingenwet 2000 vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de; d. niet eerder toegelaten vreemdeling: een vreemdeling die niet eerder over een voor het verrichten van arbeid geldige vergunning tot verblijf heeft beschikt, dan wel een vreemdeling die, na over een zodanige vergunning te hebben beschikt, zijn hoofdverblijf weer buiten Nederland heeft gevestigd dan wel buiten Nederland heeft voortgezet; e. artikel 5, eerste lid artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 tewerkstellingsvergunning: vergunning voor een werkgever die wordt verleend door Onze Minister op grond van, ten behoeve van een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft of heeft aangevraagd, anders dan op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld indie is verleend onder de beperking «arbeid in loondienst» of «lerend werken»; f. hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in; g. artikelen 3, eerste lid, onder a 4, eerste lid prioriteitgenietend aanbod: aanbod van de zijde van Nederlanders en vreemdelingen als bedoeld in de, en; h. artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 gecombineerde vergunning: verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in, verleend door Onze Minister van Veiligheid en Justitie onder de beperking «arbeid in loondienst», «lerend werken» of «seizoenarbeid», tevens zijnde vergunning voor het verrichten van werkzaamheden bij een specifieke werkgever, met het aanvullend document; i. aanvullend document: document waarin de aanvullende informatie is opgenomen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, tweede alinea, van de Richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven (PbEU 2011, L343); j. Algemene wet bestuursrecht artikel 14, eerste lid toezichthouder: de toezichthouder, bedoeld in de, en als zodanig aangewezen op grond van. 2017 282 29-06-2017 07-06-2017 34590 2017 283 29-06-2017 16-06-2017 01-07-2017
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het is een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning of zonder dat een vreemdeling in het bezit is van een gecombineerde vergunning voor werkzaamheden bij die werkgever. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling ten aanzien van wie tevens een ander als werkgever optreedt, indien die ander beschikt over een voor de desbetreffende arbeid geldige tewerkstellingsvergunning of indien die vreemdeling beschikt over een gecombineerde vergunning voor werkzaamheden bij die werkgever. 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 01-04-2014 Artikel III van Stb. 2014/128 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 2 Een werkgever die een vreemdeling arbeid in Nederland laat verrichten, ten aanzien waarvan het verbod, bedoeld in, niet geldt en die niet behoort tot de categorie vreemdelingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, is verplicht dit gegeven schriftelijk te melden ten minste twee werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden aan een bij ministeriële regeling aan te wijzen instantie, onder overlegging van een verklaring en bewijsstukken. 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet, indien de werkgever reeds uit hoofde van andere, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, bepalingen een meldingsplicht heeft. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het model van de verklaring en de over te leggen bewijsstukken, bedoeld in het eerste lid. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 01-01-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, eerste lid Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing met betrekking tot: a. een vreemdeling ten aanzien van wie ingevolge bepalingen, vastgesteld bij overeenkomst met andere mogendheden dan wel bij een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning niet mag worden verlangd; b. artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld invoor het verrichten van arbeid als zelfstandige, voor zover deze vreemdeling arbeid verricht als zelfstandige; c. een vreemdeling die behoort tot een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, dan wel bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van werkzaamheden verricht. 2 a Van de bepalingen, bedoeld in het eerste lid, onder, wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant. 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 01-04-2014 Artikel III van Stb. 2014/128 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, eerste lid Vreemdelingenwet 2000 Het verbod, bedoeld in, is evenmin van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die beschikt over een krachtens deafgegeven verblijfsvergunning, welke is voorzien van een aantekening van Onze Minister van Veiligheid en Justitie waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid. 2 Een zodanige aantekening wordt uitsluitend afgegeven aan een vreemdeling: a. artikel 8, onder b of d, van de Vreemdelingenwet 2000 die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van; b. artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 die gedurende een ononderbroken tijdvak van vijf jaar heeft beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld inen die nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd; of c. die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie. 2021 505 27-10-2021 29-09-2021 35680 2021 609 16-12-2021 29-11-2021 01-01-2022
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Onze Minister is bevoegd tot het afgeven en intrekken van tewerkstellingsvergunningen. 2 Onze Minister wijst een instantie aan die Onze Minister van Veiligheid en Justitie adviseert inzake het verlenen, verlengen of intrekken van een gecombineerde vergunning. 3 Het advies, bedoeld in het tweede lid, wordt binnen een termijn van vijf weken na ontvangst van het verzoek om advies uitgebracht. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de advisering, bedoeld in het tweede lid. 5 De werkgever verstrekt op verzoek van de aangewezen instantie, bedoeld in het tweede lid, kosteloos alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor het uitbrengen van het in dat lid bedoelde advies. 6 artikel 107, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 Bestuursorganen zijn bevoegd uit eigen beweging en desgevraagd verplicht aan Onze Minister, dan wel aan de aangewezen instantie, bedoeld in het tweede lid, of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, kosteloos de gegevens en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze wet. Bestuursorganen kunnen daarbij gebruikmaken van het vreemdelingennummer, bedoeld in, of het burgerservicenummer. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent deze gegevensverstrekking. 7 De in het zesde lid bedoelde gegevensverstrekking vindt niet plaats indien de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene daardoor onevenredig wordt geschaad. 8 Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden delegeren aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2017 282 29-06-2017 07-06-2017 34590 2017 283 29-06-2017 16-06-2017 01-07-2017
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat voor bepaalde categorieën van werkzaamheden of, indien daarvoor een volkenrechtelijke verplichting bestaat, voor bepaalde categorieën van vreemdelingen een limiet aan het aantal te verlenen tewerkstellingsvergunningen of gecombineerde vergunningen wordt ingesteld. 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 01-04-2014 Artikel III van Stb. 2014/128 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een tewerkstellingsvergunning wordt aangevraagd door de werkgever. 2 Op een aanvraag wordt binnen vijf weken na ontvangst beslist. 1994 959 21-12-1994 23574 1995 405 31-08-1995 23-08-1995 01-09-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De tewerkstellingsvergunning en het aanvullend document als onderdeel van de gecombineerde vergunning vermelden de naam en de plaats van vestiging van de werkgever en andere identificerende gegevens van de werkgever, het loon van de vreemdeling, de persoonsgegevens van de vreemdeling, de geldigheidsduur van de tewerkstellingsvergunning of de gecombineerde vergunning, alsmede een omschrijving van de aard en de plaats van de door de vreemdeling te verrichten arbeid. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de identificerende gegevens, bedoeld in het eerste lid. 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 01-04-2014 Artikel III van Stb. 2014/128 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Onze Minister weigert een tewerkstellingsvergunning of Onze Minister van Veiligheid en Justitie weigert een gecombineerde vergunning: a. indien voor de desbetreffende arbeidsplaats prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is; b. indien het een arbeidsplaats betreft waarvan de beschikbaarheid niet ten minste vijf weken voor het indienen van de aanvraag aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is gemeld; c. indien de werkgever niet kan aantonen voldoende inspanningen te hebben gepleegd de arbeidsplaats door prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt te vervullen: d. indien van de te vervullen arbeidsplaats de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden beneden het niveau liggen dat wettelijk is vereist of in de desbetreffende bedrijfstak gebruikelijk is; e. indien het een vreemdeling betreft: 1°. die niet beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning, noch een zodanige vergunning heeft aangevraagd, noch, voor zover ter verkrijging van een dergelijke vergunning vereist, een machtiging tot voorlopig verblijf heeft aangevraagd, dan wel 2°. aan wie een verblijfsvergunning is geweigerd of wiens verblijfsvergunning is ingetrokken; f. artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag indien het een vreemdeling betreft, die met de desbetreffende arbeid over een periode van een maand niet ten minste een bedrag verdient gelijk aan het minimumloon, bedoeld in; g. indien het een arbeidsplaats betreft die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van werkzaamheden, waarvan het niet in het Nederlands belang is deze door vreemdelingen te laten verrichten; of h. artikel 5a indien het een categorie van werkzaamheden of van vreemdelingen betreft waarvoor overeenkomstigeen limiet aan het aantal te verlenen tewerkstellingsvergunningen of gecombineerde vergunningen is gesteld, welke limiet is bereikt. 2 artikel 4, eerste lid Onder bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden is het eerste lid, onder a, b, c, f en h niet van toepassing op de vreemdeling die de toegang tot Nederland niet is geweigerd en door wie of ten behoeve van wie een asielaanvraag is ingediend en die ten bewijze daarvan door Onze Minister van Veiligheid en Justitie in het bezit is gesteld van een daartoe aangewezen document, en niet beschikt over een aantekening als bedoeld in, van de wet, en die gelet op de verbetering van de kwaliteit van het verblijf van die vreemdeling arbeid mag verrichten. 3 In door Onze Minister te bepalen gevallen kan: a. in buitengewone omstandigheden worden afgeweken van het eerste lid, onder b; b. ten behoeve van de bevordering van internationale handelscontacten of in het kader van de uitoefening van een geestelijke, godsdienstige of levensbeschouwelijke functie worden afgeweken van het eerste lid, onder a, b, c en f; c. in het kader van scholing, opleiding, vrijwilligerswerk, internationale uitwisseling en andere internationale culturele contacten alsmede ten behoeve van vreemdelingen die beschikken over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning, worden afgeweken van het eerste lid, onder a, b, c, d en f; of d. in afwijking van het eerste lid, onder b, een kortere termijn dan vijf weken gelden indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor ommekomst van die termijn heeft vastgesteld dat er voor de desbetreffende arbeidsplaats geen prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is. 4 De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2023 168 23-05-2023 12-05-2023 35335 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Onze Minister kan een tewerkstellingsvergunning weigeren of Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan een gecombineerde vergunning weigeren: a. indien voorzienbaar is dat binnen een redelijke termijn voor de desbetreffende arbeidsplaats prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt beschikbaar zal komen; b. indien het een niet eerder toegelaten vreemdeling betreft, wiens leeftijd niet valt binnen bij ministeriële regeling gestelde leeftijdsgrenzen; c. ingevolge het niet in acht nemen van een beperking waaronder een eerdere vergunning is verleend of wegens het niet naleven van een daaraan verbonden voorschrift; d. indien geen passende huisvesting voor de vreemdeling beschikbaar is; e. indien de werving niet heeft plaatsgevonden op een wijze die voor de desbetreffende sector is overeengekomen bij een convenant dat voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde eisen; f. indien door de werkgever anderszins belemmeringen zijn opgeworpen waardoor de arbeidsplaats niet overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde door aanbod op de arbeidsmarkt vervuld kon worden; g. artikel 7 indien de werkgever bij een eerder verleende vergunning het loon, bedoeld in, niet over een periode van ten hoogste een maand aan de vreemdeling heeft uitbetaald; h. indien bij de werkgever geen economische activiteit plaatsvindt; i. artikel 10, tweede lid indien binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning is ingetrokken wegens het niet naleven van het voorschrift, bedoeld in; j. artikel 1, onderdeel t, van de Vreemdelingenwet 2000 indien de werkgever geen erkende referent is als bedoeld inomdat zijn erkenning is ingetrokken of geschorst of omdat zijn aanvraag tot erkenning is afgewezen; k. artikel 1, onderdeel s, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 55a van die wet artikel 108 van die wet indien de werkgever een referent is als bedoeld inof een erkende referent als bedoeld in artikel 1, onderdeel t, van die wet en hem op grond vanbinnen een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning een bestuurlijke boete is opgelegd of indien hij in die periode is gestraft op grond van; l. indien de werkgever binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning een bestuurlijke boete is opgelegd wegens het niet of onvoldoende afdragen van loonbelasting, premies voor de werknemersverzekeringen of premies voor de volksverzekeringen of inkomensafhankelijke bijdrage, dan wel een bestuurlijke boete is opgelegd op grond van een overtreding als bedoeld in: 1°. artikel 10:1 van de Arbeidstijdenwet ; 2°. artikel 33 van de Arbeidsomstandighedenwet ; 3°. artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag ; 4°. artikel 18 ; of 5°. artikel 16 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs ; m. indien de werkgever binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning is gestraft op grond van: 1°. artikel 273f, van het Wetboek van Strafrecht ; 2°. artikel 11:3 van de Arbeidstijdenwet ; of 3°. artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet . 2 In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt met betrekking tot de eisen waaraan de convenanten moeten voldoen, in ieder geval opgenomen dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: a. partij is bij het convenant; b. Onze Minister in kennis stelt van het voornemen inzake het tot stand brengen van een convenant; c. het convenant in de Staatscourant publiceert. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid. 2022 543 27-12-2022 21-12-2022 36216 2022 544 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Onze Minister kan voorschriften verbinden aan een tewerkstellingsvergunning of Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan voorschriften verbinden aan een gecombineerde vergunning, die ertoe strekken: a. dat de werkgever inspanningen pleegt arbeidsplaatsen door prioriteitgenietend op de arbeidsmarkt beschikbaar aanbod te doen vervullen; b. dat in de onderneming in de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden voor de vervulling van arbeidsplaatsen door prioriteitgenietend aanbod gelegen beletselen, worden opgeheven; c. dat de overeenkomst tot het verrichten van arbeid schriftelijk wordt aangegaan en dat daarvan een afschrift ter beschikking wordt gesteld aan de vergunningverlenende instantie; d. dat de werkgever geheel of gedeeltelijk door opleiding of scholing voorziet in het in de toekomst aanwezig zijn van een voor zijn arbeidsorganisatie geschikt aanbod; e. dat de werkgever economische activiteiten gaat verrichten en stukken van de start van de activiteiten ter beschikking stelt aan de vergunningverlenende instantie. 2 Dit lid is nog niet in werking getreden. 2021 505 27-10-2021 29-09-2021 35680 2021 609 16-12-2021 29-11-2021 01-01-2022
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Een tewerkstellingsvergunning wordt voor ten hoogste drie jaar verleend. 2 artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 Ten behoeve van tijdelijk werk wordt een tewerkstellingsvergunning voor ten hoogste vier en twintig weken verleend, indien de desbetreffende arbeid wordt verricht door een niet eerder toegelaten vreemdeling. Deze vreemdeling mag gedurende een periode van veertien weken direct voorafgaande aan de tewerkstellingsvergunning niet over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld inhebben beschikt. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een tewerkstellingsvergunning voor bepaalde categorieën van werkzaamheden voor een kortere periode dan drie jaar wordt verleend. 2021 505 27-10-2021 29-09-2021 35680 2021 609 16-12-2021 29-11-2021 01-01-2022
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a artikel 7 Het loon, bedoeld in, wordt door de werkgever over een periode van ten hoogste een maand, bijgeschreven op een bankrekening, bestemd voor girale betaling, op naam van de vreemdeling. 2021 505 27-10-2021 29-09-2021 35680 2021 609 16-12-2021 29-11-2021 01-01-2022
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Onze Minister kan een tewerkstellingsvergunning intrekken of Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan een gecombineerde vergunning intrekken: a. indien de voor verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn geweest, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; b. indien gebleken is dat aan de vreemdeling verblijf in Nederland is geweigerd; c. indien van de tewerkstellingsvergunning geen gebruik wordt gemaakt. 2 artikel 8, onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister van Justitie, ten aanzien van een vreemdeling als bedoeld inafwijken van het eerste lid onder b. 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 01-04-2014 Artikel III van Stb. 2014/128 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a Onze Minister kan een tewerkstellingsvergunning intrekken of Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan een gecombineerde vergunning intrekken indien: a. artikel 1, onderdeel t, van de Vreemdelingenwet 2000 indien de werkgever geen erkende referent is als bedoeld inomdat zijn erkenning is ingetrokken of geschorst of omdat zijn aanvraag tot erkenning is afgewezen, of b. artikel 1, onderdeel s, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 55a van die wet artikel 108 van die wet indien de werkgever een referent is als bedoeld inof een erkende referent als bedoeld in artikel 1, onderdeel t, van die wet en hem op grond vanbinnen een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning een bestuurlijke boete is opgelegd of indien hij in die periode is gestraft op grond van; c. artikel 19 van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 het een gecombineerde vergunning betreft, eveneens met toepassing van de inbedoelde intrekkingsgronden voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in. 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 01-04-2014 Artikel III van Stb. 2014/128 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 12b — Artikel 12b#
Artikel 12b Onze Minister kan voorts een tewerkstellingsvergunning intrekken of Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan voorts een gecombineerde vergunning intrekken indien de werkgever binnen een periode van vijf jaar voorafgaand aan het moment waarop de vergunning wordt ingetrokken: a. een bestuurlijke boete is opgelegd op grond van: 1°. artikel 10:1 van de Arbeidstijdenwet ; 2°. artikel 33 van de Arbeidsomstandighedenwet ; 3°. artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag ; 4°. artikel 18 van de Wet arbeid vreemdelingen; of 5°. artikel 16 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs ; b. gestraft is op grond van: 1°. artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht ; 2°. artikel 11:3 van de Arbeidstijdenwet ; of 3°. artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet . 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 01-04-2014 Artikel III van Stb. 2014/128 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikelen 12, eerste lid 12a 12b artikel 19 van de Vreemdelingenwet 2000 Onverminderd de,en, en onverminderdkan Onze Minister een tewerkstellingsvergunning slechts intrekken of kan Onze Minister van Veiligheid en Justitie een gecombineerde vergunning slechts intrekken ingevolge: a. het niet in acht nemen van een beperking waaronder de tewerkstellingsvergunning is verleend, of b. het niet naleven van een aan de tewerkstellingsvergunning verbonden voorschrift. 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 2014 128 31-03-2014 11-12-2013 33749 01-04-2014 Artikel III van Stb. 2014/128 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 1994 959 21-12-1994 23574 1995 405 31-08-1995 23-08-1995 01-09-1995
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht Indien de werkgever door een vreemdeling arbeid laat verrichten waarbij die arbeid feitelijk wordt verricht bij een andere werkgever, draagt de eerstgenoemde werkgever er bij aanvang van de arbeid door de vreemdeling onverwijld zorg voor dat de andere werkgever een afschrift van het document, bedoeld in, van de vreemdeling ontvangt. 2 De werkgever die het afschrift van het document, bedoeld in het eerste lid, ontvangt, stelt de identiteit van de vreemdeling vast aan de hand van het genoemde document en neemt het afschrift op in de administratie. 3 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, om een afschrift van het document te verstrekken, aan de andere werkgever is niet van toepassing, indien de vreemdeling die onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie, dan wel de Europese Economische Ruimte dan wel van Zwitserland, tenzij ten aanzien van de vreemdeling de artikelen 1 tot en met 5 van Verordening (EU) Nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie (PbEU 2011, L 141) niet van toepassing zijn. 4 De werkgever, bedoeld in het tweede lid, bewaart het afschrift tot tenminste vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de arbeid door de vreemdeling is beëindigd. 5 artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht De vreemdeling verstrekt een op hem betrekking hebbend document als bedoeld inaan de werkgever, die het afschrift van het document, bedoeld in het eerste lid, ontvangt, en stelt die werkgever in de gelegenheid een afschrift van dit document te maken. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht De werkgever is verplicht om binnen 48 uren na een daartoe strekkende vordering van de toezichthouder de identiteit vast te stellen van een persoon van wie op grond van feiten en omstandigheden het vermoeden bestaat dat hij arbeid voor hem verricht of heeft verricht, aan de hand van een document als bedoeld inen de toezichthouder te informeren door een afschrift van dit document te verstrekken. 2015 233 22-06-2015 04-06-2015 34108 2015 234 22-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De toezichthouder is bevoegd bij het verwerken van persoonsgegevens gebruik te maken van het burgerservicenummer. 2 artikel 107, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 Bestuursorganen zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd aan de toezichthouder kosteloos alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet. Bestuursorganen kunnen daarbij gebruik maken van het burgerservicenummer of het vreemdelingennummer, bedoeld in, voor zover zij daartoe gerechtigd zijn. 3 De toezichthouder verstrekt andere bestuursorganen kosteloos gegevens welke zij behoeven ter uitvoering van hun taak. De laatste volzin van het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 4 De in het tweede en derde lid bedoelde gegevensverstrekking vindt niet plaats indien de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene daardoor onevenredig wordt geschaad. 5 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de wijze waarop in ieder geval gegevens dienen te worden verstrekt. 6 Voor de toepassing van dit artikel worden met bestuursorganen gelijkgesteld instellingsbesturen van uit de openbare kas bekostigde instellingen en bevoegde gezagsorganen van uit de openbare kas bekostigde scholen en instellingen. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 01-01-2017
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 18 De toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner indien sprake is van een redelijk vermoeden van een overtreding als bedoeld in. 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a De toezichthouder is te allen tijde bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Hij kan daartoe de uitlevering vorderen tegen een door hem afgegeven schriftelijk bewijs. Zodra het belang van onderzoek omtrent de overtreding zulks toelaat wordt het in beslag genomen voorwerp teruggegeven aan degene bij wie het in beslag is genomen. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 17b — Artikel 17b#
Artikel 17b 1 Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar kan, nadat een overtreding van een voorschrift of verbod bij of krachtens deze wet is geconstateerd die bestuurlijk beboetbaar is gesteld, aan de werkgever een schriftelijke waarschuwing geven dat bij herhaling van de overtreding of bij een latere overtreding van eenzelfde in de waarschuwing aangegeven wettelijke verplichting of verbod of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen of verboden, door hem een bevel kan worden opgelegd dat door hem aangewezen werkzaamheden voor ten hoogste drie maanden worden gestaakt dan wel niet mogen worden aangevangen. 2 Indien een waarschuwing als bedoeld in het eerste lid is gegeven en herhaling van de overtreding of een latere overtreding als bedoeld in het eerste lid is geconstateerd, kan door de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, aan de werkgever bij beschikking een bevel als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd dat wordt opgevolgd met ingang van het in de beschikking aangeven tijdstip. Deze beschikking wordt niet gegeven zolang wegens de eerste overtreding, bedoeld in het eerste lid, nog niet een bestuurlijke boete is opgelegd. 3 De constatering van de overtreding, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt vastgelegd in een boeterapport. 4 De waarschuwing, bedoeld in het eerste lid, vervalt indien na de dagtekening van de waarschuwing vijf jaren zijn verstreken. 5 De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd met betrekking tot het bevel, bedoeld in het tweede lid, met inbegrip van de oplegging van een last onder bestuursdwang, de nodige maatregelen te treffen, de nodige aanwijzingen te geven en de hulp van de sterke arm in te roepen. 6 Ieder wie zulks aangaat is verplicht zich te gedragen overeenkomstig een bevel als bedoeld in het tweede lid en een maatregel of aanwijzing als bedoeld in het vijfde lid. 7 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 17d — Artikel 17d#
Artikel 17d artikelen 17b, eerste lid 19g, eerste lid Een beschikking op grond van deze wet van een ambtenaar als bedoeld in de, en, wordt genomen namens Onze Minister. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 11-12-2015 01-07-2015
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikelen 2, eerste lid 15 15a artikel 2a Als overtreding wordt aangemerkt het niet naleven van de,,en het bepaalde bij of krachtens. 2015 233 22-06-2015 04-06-2015 34108 2015 234 22-06-2015 16-06-2015 01-07-2015
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 18b — Artikel 18b#
Artikel 18b 1 artikel 5:48, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderdvermeldt het rapport in ieder geval: a. de bij de overtreding betrokken persoon of personen; b. het officiële nummer waaronder het betreffende vervoermiddel is geregistreerd, voor zover in verband met de overtreding van belang. 2 artikel 19a, eerste lid Het rapport wordt toegezonden aan de op grond van, aangewezen ambtenaar. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a 1 Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar legt namens hem de bestuurlijke boete op aan degene op wie de verplichtingen rusten welke voortvloeien uit deze wet, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als een overtreding. 2 De terzake van deze wet gestelde overtredingen, gelden ten opzichte van elk persoon, met of ten aanzien van wie een overtreding is begaan. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 19b — Artikel 19b#
Artikel 19b Vervallen 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013
Artikel 19c — Artikel 19c#
Artikel 19c Vervallen 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013
Artikel 19d — Artikel 19d#
Artikel 19d 1 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht De bestuurlijke boete die voor een overtreding kan worden opgelegd bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in. 2 artikel 19a, eerste lid Onverminderd het eerste lid verhoogt de op grond van, aangewezen ambtenaar de op te leggen bestuurlijke boete met 100 procent van het boetebedrag, vastgesteld op grond van het zesde lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting of verbod of het niet naleven van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen en verboden, is geconstateerd en de bestuurlijke boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden. 3 De verhoging van de bestuurlijke boete, bedoeld in het tweede lid, bedraagt 200 procent indien zowel de overtreding als de eerdere overtreding, bedoeld in dat lid, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen als ernstige overtredingen. 4 artikel 19a, eerste lid Onverminderd het eerste lid verhoogt de op grond van, aangewezen ambtenaar de op te leggen bestuurlijke boete met 200 procent van het boetebedrag, vastgesteld op grond van het zesde lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding twee maal een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting of verbod of het niet naleven van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen en verboden, is geconstateerd en de bestuurlijke boeten wegens de eerdere overtredingen onherroepelijk zijn geworden. 5 In afwijking van het tweede en vierde lid is het tijdvak van vijf jaar in die leden tien jaar indien de onherroepelijke boetes, bedoeld in die leden, zijn opgelegd wegens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen ernstige overtredingen. 6 Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor de overtredingen worden vastgesteld.is van toepassing indien een artikel gesteld bij of krachtens deze wet op grond waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, niet is nageleefd. 7 artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vankan de rechter in beroep of hoger beroep de hoogte van de bestuurlijke boete ook ten nadele van de belanghebbende wijzigen. 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013 Artikel XXV van Stb. 2012/462 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19e — Artikel 19e#
Artikel 19e Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 19f — Artikel 19f#
Artikel 19f Indien een bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd, wordt deze binnen zes weken nadat is vastgesteld dat de bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd, aan de rechthebbende terugbetaald. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 19g — Artikel 19g#
Artikel 19g 1 artikel 19a, eerste lid artikel 18 artikel 17b, tweede lid De toezichthouder of de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in, maken het feit dat een bestuurlijke boete is opgelegd wegens overtreding van deze wet als bedoeld in, dat een besluit is genomen als bedoeld in, of dat na een afgerond onderzoek geen overtreding is geconstateerd openbaar teneinde de naleving van deze wet te bevorderen en inzicht te geven in het uitvoeren van toezicht op grond van deze wet. 2 artikel 5.1, eerste lid, onderdelen c, d en e, en tweede lid, onderdeel f, van de Wet open overheid Bij de openbaarmaking, bedoeld in het eerste lid, isvan overeenkomstige toepassing. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de openbaar te maken gegevens, waaronder de mogelijke reactie van een belanghebbende in verband met de openbaarmaking van zijn gegevens, de termijn waarop deze gegevens beschikbaar worden gesteld en de wijze waarop de openbaarmaking plaatsvindt. 4 artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht Indien geen overtreding is geconstateerd als bedoeld in het eerste lid, is op dat besluit tot openbaarmakingniet van toepassing. 5 De openbaarmaking, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet eerder dan nadat tien werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit aan belanghebbende bekend is gemaakt. 6 artikel 17b, tweede lid Bij de openbaarmaking wordt vermeld of tegen een besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete of een besluit als bedoeld in, een rechtsmiddel is ingesteld dan wel of daartoe de mogelijkheid bestaat. 7 artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter een uitspraak heeft gedaan. 8 Indien de openbaarmaking, bedoeld in het eerste lid, in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het toezicht op de naleving van deze wet dat door de toezichthouders wordt uitgeoefend, blijft openbaarmaking achterwege. 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 2021 500 27-10-2021 25-10-2021 35112 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 01-05-2022
Artikel 19h — Artikel 19h#
Artikel 19h Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 19i — Artikel 19i#
Artikel 19i Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 19j — Artikel 19j#
Artikel 19j Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2013 499 09-12-2013 25-11-2013 33475 2013 556 19-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Onze Minister stelt nadere regels ter bevordering van een goede uitvoering van deze wet. 1994 959 21-12-1994 23574 1995 405 31-08-1995 23-08-1995 01-09-1995
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a artikelen 5, vierde lid 22 Richtlijn 2014/36 Het ontwerp voor een krachtens de, envast te stellen ministeriële regeling wordt, voor zover deze betrekking heeft op wijziging van de lijst van sectoren, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider (PbEU 2014, L 94), aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging van het ontwerp. 2017 282 29-06-2017 07-06-2017 34590 2017 283 29-06-2017 16-06-2017 01-07-2017
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De werkgever is verplicht de vreemdeling die arbeid heeft verricht zijn loon als bedoeld in artikel 2, onderdeel j, van de Richtlijn nr. 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (PbEU 2009 L 168) te voldoen. 2 artikel 2 Indien een werkgever een vreemdeling arbeid doet verrichten in strijd met, wordt de vreemdeling vermoed gedurende ten minste zes maanden werkzaam te zijn voor die werkgever tegen het loon, bedoeld in het eerste lid, en voor de duur van het verrichten van de arbeid die in de desbetreffende bedrijfstak gebruikelijk is. 3 De vreemdeling kan tevens elke naast hogere werkgever aansprakelijk stellen voor de nakoming van het eerste lid. 4 Een vordering uit hoofde van het derde lid is slechts mogelijk indien een vordering op de naast lagere werkgever niet is geslaagd. 5 De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen op grond van het eerste tot en met derde lid. 2012 143 05-04-2012 23-03-2012 32843 2012 170 26-04-2012 23-04-2012 01-05-2012
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 De artikelen van deze wet zijn slechts op vreemdelingen die rechten ontlenen aan het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand gebracht wordt tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije of het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije van toepassing, voor zover ze geen nieuwe beperkingen als bedoeld in artikel 41 van dat protocol en artikel 13 van dat besluit opleveren. 2013 499 09-12-2013 25-11-2013 33475 2013 556 19-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 959 21-12-1994 23574 1995 405 31-08-1995 23-08-1995 01-09-1995
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 959 21-12-1994 23574 1995 405 31-08-1995 23-08-1995 01-09-1995
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 959 21-12-1994 23574 1995 405 31-08-1995 23-08-1995 01-09-1995
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 De Wet arbeid buitenlandse werknemers wordt ingetrokken. 1994 959 21-12-1994 23574 1995 405 31-08-1995 23-08-1995 01-09-1995
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1994 959 21-12-1994 23574 1995 405 31-08-1995 23-08-1995 01-09-1995
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Deze wet wordt aangehaald als: Wet arbeid vreemdelingen. 1994 959 21-12-1994 23574 1995 405 31-08-1995 23-08-1995 01-09-1995