Wet van 21 december 1995, tot vaststelling van een kader voor regeling van rechten en verplichtingen van overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel ter zake van vrijwillig vervroegd uittreden
- BWB-id
- BWBR0007792
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007792
- ELI
- /eli/nl/wet/1995/wet-kaderregeling-vut-overheidspersoneel
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1995/wet-kaderregeling-vut-overheidspersoneel/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007792&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007792&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007792/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1995/wet-kaderregeling-vut-overheidspersoneel
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Deze wet verstaat onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken; b. sectorwerkgever: Onze Minister, Onze Minister van Defensie, Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Onze Minister van Veiligheid en Justitie, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en de Unie van Waterschappen, respectievelijk voor de sector Rijk, de sector Defensie, de sector Onderwijs en Wetenschappen, de sectoren Rechterlijke Macht en Politie, de sector Gemeenten, de sector Provincies en de sector Waterschappen; c. artikel 1 van de Regeling overleg Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid centrale: een centrale van overheidspersoneel als bedoeld in. d. partijen: sectorwerkgevers, gezamenlijk of afzonderlijk, ter ene zijde en centrales ter andere zijde; e. b vut-overeenkomst: een schriftelijke overeenkomst, waarmee partijen beogen een regeling te treffen inzake geldelijke aanspraken en daarmee verband houdende verplichtingen bij vrijwillig vervroegd uittreden van personeel dat behoort tot de in onderdeelbedoelde sectoren en voorts verplichtingen in het leven te roepen ter zake van de financiering van de vorenbedoelde aanspraken; f. artikel 11 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP Vut-fonds: de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel, bedoeld in. 2 e Bij ministeriële regeling wordt zonodig vastgesteld tot welke sector groepen van het personeel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel, behoren. 3 d Een organisatie die ten doel heeft of mede ten doel heeft het behartigen van arbeidsvoorwaardelijke belangen van overheidspersoneel, treedt op als partij ter andere zijde, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel, ter zake van een vut-overeenkomst waarbij een sectorwerkgever afzonderlijk partij is te ener zijde, indien die organisatie op grond van een wettelijke bepaling in het bijzonder representatief moet worden geacht voor het personeel, werkzaam in een sector. 4 d Een organisatie die ten doel heeft of mede ten doel heeft het behartigen van arbeidsvoorwaardelijke belangen van overheids- en onderwijspersoneel kan optreden als partij ter andere zijde, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel, indien die organisatie door een sectorwerkgever als representatief wordt beschouwd voor het personeel, werkzaam in de desbetreffende sector. 2012 316 16-07-2012 12-07-2012 32822 2012 317 16-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Partijen kunnen een vut-overeenkomst aangaan. 2 artikel 1 Een sectorwerkgever kan in overeenstemming met centrales en indien aanwezig organisaties als bedoeld in, derde dan wel vierde lid, zijn in het eerste lid vervatte bevoegdheid geheel of ten dele overdragen aan een gezag of bestuur dan wel een verband van meer dan één gezag of bestuur, ten aanzien van door hem aan te geven groepen van personeel, werkzaam in de desbetreffende sector. 3 Staatscourant Staatscourant De tekst van een vut-overeenkomst wordt door Onze Minister in degeplaatst. Een vut-overeenkomst treedt niet eerder in werking dan met ingang van de tweede dag na de dagtekening van dewaarin zij wordt geplaatst. 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 28-12-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel b Overheids- en onderwijsinstellingen die behoren tot een sector als bedoeld in, zijn gebonden aan de verplichtingen die partijen bij een vut-overeenkomst voor hen zijn overeengekomen. 2 Degene die behoort tot het personeel van een instelling, bedoeld in het eerste lid, kan aan een vut-overeenkomst die dat personeel betreft, rechten ontlenen en is gebonden aan verplichtingen die partijen daarbij voor dat personeel zijn overeengekomen. 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 28-12-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel b Wet privatisering ABP De werking van een door de gezamenlijke sectorwerkgevers en centrales gesloten vut-overeenkomst strekt zich mede uit tot een instelling die niet behoort tot een sector als bedoeld in, indien en voor zover personeel van die instelling ambtenaar in de zin van de Algemene burgerlijke pensioenwet dan wel overheidswerknemer in de zin van deis, alsmede tot dat personeel. 2 De werking van een door een sectorwerkgever afzonderlijk en partijen of een partij ter andere zijde gesloten vut-overeenkomst strekt zich mede uit tot een instelling als bedoeld in het eerste lid, onder de in dat lid genoemde voorwaarde en beperking, die op grond van de aard van haar werkzaamheid of haar financiële verhouding tot een of meer overheids- of onderwijsinstellingen geacht moet worden te zijn verbonden met de desbetreffende sector, alsmede tot het personeel van die instelling dat de in het eerste lid genoemde hoedanigheid heeft. Onze Minister beslist zonodig, op grond van de in de eerste volzin gegeven maatstaven, met welke sector een instelling geacht wordt te zijn verbonden. 3 Het eerste en het tweede lid gelden voor een overeenkomst als daarin bedoeld, voor zover daarbij rechten en verplichtingen zijn overeengekomen die gelijk zijn voor het gehele personeel van overheids- en onderwijsinstellingen, respectievelijk van de instellingen die behoren tot de desbetreffende sector, en tevens financiering in omslag over die instellingen en hun personeel is overeengekomen. 4 Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing op een instelling en personeel tot welke de werking van een vut-overeenkomst zich ingevolge dit artikel mede uitstrekt. 5 artikel 3, eerste lid artikel 3 Onze Minister kan regels stellen voor de dekking van financiële lasten wegens beëindiging van de gebondenheid aan een vut-overeenkomst van een instelling als bedoeld in, dan wel van een instelling waaropvan overeenkomstige toepassing is, voor het geval zo'n instelling of onderdeel daarvan ophoudt te bestaan of ophoudt als zodanig te bestaan. 2006 643 19-12-2006 22-11-2006 30602 2006 643 19-12-2006 22-11-2006 30602 20-12-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 4, eerste lid artikel 1, eerste lid, onderdeel e Artikel 2, derde lid Een gezag of bestuur van een instelling als bedoeld in, die publiekrechtelijk van aard is, kan een vut-overeenkomst aangaan, met dien verstande dat, in afwijking van, de regeling die dat bestuur en zijn wederpartij of wederpartijen daarmee beogen te treffen uitsluitend de desbetreffende instelling en haar personeel aangaat., is niet van toepassing. 1997 274 03-07-1997 12-06-1997 25183 1997 274 03-07-1997 12-06-1997 25183 04-07-1997
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Tot een door Onze Minister vast te stellen tijdstip doen partijen een door hen aangegane vut-overeenkomst uitvoeren door het Vut-fonds en is dit fonds gehouden die uitvoering op zich te nemen mits een solide dekking van de lasten die daardoor voor het fonds ontstaan bij zulk een overeenkomst genoegzaam is verzekerd. 2 Het bestuur van het Vut-fonds verstrekt aan Onze Minister statistische informatie, welke deze behoeft in het kader van zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het overheidspersoneelsbeleid. Over deze informatieverstrekking worden door Onze Minister en het bestuur van het Vut-fonds nadere afspraken gemaakt. 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 28-12-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 28-12-1995
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden wordt met ingang van een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip, dat niet later is dan 1 januari 1996, ingetrokken. 2 Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel II Op de dag vóór het in het eerste lid bedoelde tijdstip bestaande rechten en verplichtingen van belanghebbenden, lichamen en het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, op grond van de in het eerste lid genoemde wet, de bepalingen van de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel en van de, blijven, mits zij niet op dat tijdstip volgens de bepalingen van die wetten eindigen, met ingang van dat tijdstip op de voet van die bepalingen bestaan maar worden beschouwd als uit een vut-overeenkomst ontstane rechten en verplichtingen. 3 Stb. De Wet van 28 september 1989, houdende bijzondere regelen met betrekking tot het recht op uitkering als bedoeld in de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden (1989, 478), wordt ingetrokken met ingang van het in het eerste lid bedoelde tijdstip. 4 Rechten en verplichtingen van belanghebbenden, lichamen en het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, die op of na het in het eerste lid bedoelde tijdstip zouden ontstaan uit hoofde van de in het derde lid genoemde wet ontstaan dienovereenkomstig, met dien verstande dat te dien aanzien een vut-overeenkomst waaraan de belanghebbende rechten zou hebben kunnen ontlenen indien hij niet met recht op wachtgeld zou zijn ontslagen, in de plaats treedt van de in het eerste lid genoemde wet. 5 In afwijking van het eerste lid blijft artikel 24 van de in dat lid genoemde wet van toepassing op een beslissing als bedoeld in dat artikel, genomen voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip en is dat artikel van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een beslissing die op of na dat tijdstip is genomen naar aanleiding van een verzoek of een aanvraag, gedaan voor dat tijdstip, op basis van die wet. 6 Voor de toepassing van het tweede, vierde en vijfde lid treedt het Vut-fonds in de plaats van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds. 7 Indien en voor zover op het in het eerste lid bedoelde tijdstip niet is voorzien in bepalingen, als bedoeld in artikel 3, achtste tot en met elfde lid, artikel 6, achtste lid, en artikel 7, achtste lid, van de in het eerste lid genoemde wet, wordt daarin voorzien door Onze Minister. De vorige volzin is van toepassing ten aanzien van: a. toekenningen aan belanghebbenden van uitkeringen; b. vaststellingen van het bedrag van uitkeringen (uitkeringspercentage); en c. verrekeningen van uitkeringen met andere inkomsten, door het bestuur van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, voorzover die toekenningen, vaststellingen en verrekeningen hebben plaatsgevonden in de naar het oordeel van Onze Minister gerechtvaardigde verwachting dat met terugwerkende kracht bepalingen als bedoeld in de vorige volzin zouden gaan gelden op grond waarvan die toekenningen, vaststellingen en verrekeningen konden plaatsvinden. Op de door Onze Minister te treffen voorziening is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 28-12-1995
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikelen 1 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 38 40 41 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP o artikel 8, eerste lid De, onderdeel,,,,,,,,,,,,envervallen met ingang van het in, bedoelde tijdstip. 2 In afwijking van het eerste lid blijft het Algemeen burgerlijk pensioenfonds aan het Vut-fonds de jaarlijkse bijdrage verschuldigd, bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de in het eerste lid genoemde wet, met dien verstande dat, in afwijking van het tweede en derde lid van dat artikel: a. deze bijdrage het hierna aangegeven percentage bedraagt van de loonsom in het desbetreffende jaar: 1996: 1,17 procent; 1997: 0,94 procent; 1998: 0,71 procent; 1999: 0,47 procent; 2000: 0,24 procent, waarbij, b. onder loonsom wordt verstaan: het totaal in enig jaar van de inkomens bedoeld in artikel 3.1, eerste tot en met het vijfde lid, van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP. 3 artikel 8, tweede lid artikel 3, eerste lid artikel 4, eerste lid De lasten die voor het Vut-fonds ontstaan door, worden gedekt door bijdragen van de overheids- en onderwijsinstellingen, bedoeld in, en van de instellingen, bedoeld in, met verhaal op het personeel van die instellingen. 4 artikel 8, vierde lid artikel 8, vierde lid De lasten die voor het Vut-fonds ontstaan door, worden gedekt overeenkomstig de dekking van de lasten, bedoeld in het derde lid. Het bestuur van het Vut-fonds bepaalt evenwel op verzoek van de gezamenlijke sectorwerkgevers en centrales dat vanaf een bij dat verzoek aan te geven tijdstip de bijdragen worden verstrekt door de instellingen die behoren tot de sector waaruit de belanghebbenden, bedoeld in, afkomstig zijn. 5 De in het tweede lid bedoelde bijdrage wordt aangewend ter vermindering van het verhaal op het personeel, bedoeld in het derde lid, en overigens ter verlichting van geldelijke verplichtingen die uit een vut-overeenkomst voor dat personeel zullen kunnen ontstaan. 6 artikel 4, vijfde lid Het bestuur van het Vut-fonds stelt voor de toepassing van het derde, vierde en vijfde lid regels vast ter zake van de onderwerpen, geregeld in de artikelen 12, 13, eerste en tweede lid, 15, eerste tot en met derde lid, 16, 17, 18, 19 en 20 van de in het eerste lid genoemde wet. De in de eerste volzin bedoelde regels kunnen voorts overeenkomstig omvatten het geval, bedoeld in, terzake van de lasten bedoeld in het derde en vierde lid. 7 De ingevolge het zesde lid vast te stellen regels worden door het bestuur van het Vut-fonds vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister en de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid. Zodanige overeenstemming is eveneens vereist ten aanzien van de in het vierde lid bedoelde bevoegdheid. 8 artikel 8, eerste lid artikel 8, eerste lid Het bestuur van het Vut-fonds kan bepalen dat ingaande een tijdstip dat is gelegen vijf jaren na het in, bedoelde tijdstip, de alsdan resterende lasten ter zake van belanghebbenden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, vierde volzin, van de in, genoemde wet (vut bij veertig dienstjaren) worden gedekt door specifieke door het bestuur van het Vut-fonds aangewezen groepen instellingen. 9 artikel 8, zevende lid Onze Minister stelt regels omtrent de vergoeding door lichamen van bedragen ter zake van uitkeringen als bedoeld in. 1998 85 24-02-1998 05-02-1998 25469 1998 85 24-02-1998 05-02-1998 25469 25-02-1998 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 8, eerste lid De werking van een vut-overeenkomst vangt niet eerder aan dan met ingang van het in, bedoelde tijdstip. 2 artikel 9 De door het bestuur van het Vut-fonds ingevolgete stellen regelen treden in werking op het in het eerste lid bedoelde tijdstip. 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 28-12-1995
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 28-12-1995
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Staatsblad artikelen 8, zevende lid 9, negende lid Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin zij wordt geplaatst. De, en, werken terug tot en met 1 maart 1987. Artikel 11, eerste en tweede lid , werkt terug tot en met 1 januari 1995. Artikel 11, derde lid , werkt terug tot en met 1 mei 1993. 2 Staatsblad artikel 8, eerste lid Indien hetwaarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 1995, wordt de in, genoemde datum vervangen door de dag van inwerkingtreding van deze wet. 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 28-12-1995
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze wet wordt aangehaald als: Wet kaderregeling vut overheidspersoneel. 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 1995 640 27-12-1995 21-12-1995 24217 28-12-1995