Wet van 29 mei 1995, houdende regels ter zake van de behandeling van klachten van cliënten van zorgaanbieders op het terrein van de maatschappelijke zorg en gezondheidszorg
- BWB-id
- BWBR0007414
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2015-01-01 t/m 2015-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007414
- ELI
- /eli/nl/wet/1995/wet-klachtrecht-cli-nten-zorgsector
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1995/wet-klachtrecht-cli-nten-zorgsector/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007414&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007414&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007414/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1995/wet-klachtrecht-cli-nten-zorgsector
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. instelling: 1°. Zorgverzekeringswet Wet langdurige zorg elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin zorg wordt verleend als omschreven bij of krachtens deof de; 2°. artikel 14 van de Wet publieke gezondheid een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in; 3°. artikel 1.1, eerste lid artikel 2.1, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen een kindercentrum als bedoeld in, een gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, en een peuterspeelzaal als bedoeld in. c. zorgaanbieder: 1°. een rechtspersoon of natuurlijk persoon, die een instelling in stand houdt; 2°. de rechtspersonen of natuurlijke personen, die gezamenlijk een instelling in stand houden; 3°. Zorgverzekeringswet Wet langdurige zorg een natuurlijk persoon die anders dan in het kader van een dienstverband met een instelling, zorg als omschreven bij of krachtens deen deverleent; d. cliënt: een natuurlijk persoon aan wie de zorgaanbieder gezondheidszorg verleent of heeft verleend; e. gedraging: enig handelen of nalaten alsmede het nemen van een besluit dat gevolgen heeft voor een cliënt. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredende organisatorische verbanden, waarin gezondheidszorg wordt verleend, worden aangemerkt als instelling in de zin van deze wet. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere natuurlijke personen, die gezondheidszorg verlenen, worden aangemerkt als zorgaanbieder in de zin van deze wet. 4 Deze wet is niet van toepassing op klachten van onvrijwillig in een inrichting opgenomen cliënten, voor zover deze overeenkomstig een bijzondere wettelijke regeling door een klachtencommissie kunnen worden behandeld. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015 2014 280 18-07-2014 09-07-2014 33841 2014 281 18-07-2014 09-07-2014 01-01-2015 Artikel 7.4 van Stb. 2014/280 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Elke zorgaanbieder treft een regeling voor de behandeling van klachten over een gedraging van hem of van voor hem werkzame personen jegens een cliënt. Hij brengt de getroffen regeling op passende wijze onder de aandacht van zijn cliënten. 2 De in het eerste lid bedoelde regeling: a. voorziet erin dat de klachten van cliënten worden behandeld door een klachtencommissie die bestaat uit ten minste drie leden, waaronder een voorzitter die niet werkzaam is voor of bij de zorgaanbieder; b. waarborgt dat aan de behandeling van een klacht niet wordt deelgenomen door een persoon op wiens gedraging de klacht rechtstreeks betrekking heeft; c. waarborgt dat de klachtencommissie binnen een in de regeling vastgelegde termijn na indiening van de klacht de klager, degene over wie is geklaagd en, indien dit niet dezelfde persoon is, de zorgaanbieder, schriftelijk en met redenen omkleed in kennis stelt van haar oordeel over de gegrondheid van de klacht, al dan niet vergezeld van aanbevelingen; d. c waarborgt dat bij afwijking van de onderbedoelde termijn de klachtencommissie daarvan met redenen omkleed mededeling doet aan de klager, degene over wie is geklaagd en, indien dit niet dezelfde persoon is, de zorgaanbieder, onder vermelding van de termijn waarbinnen de klachtencommissie haar oordeel over de klacht zal uitbrengen; e. waarborgt dat de klager en degene over wie is geklaagd, door de klachtencommissie in de gelegenheid worden gesteld mondeling of schriftelijk een toelichting te geven op de gedraging waarover is geklaagd; f. waarborgt dat de klager en degene over wie is geklaagd, zich bij de behandeling van de klacht kunnen laten bijstaan. 3 a De zorgaanbieder ziet erop toe dat de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onder, haar werkzaamheden verricht volgens een door deze commissie op te stellen reglement. 4 a Door of namens een cliënt kan bij de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onder, een klacht tegen een zorgaanbieder worden ingediend over een gedraging van hem of van voor hem werkzame personen jegens de cliënt. 5 a c De zorgaanbieder deelt de klager en de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onder, binnen een maand na ontvangst van het in het tweede lid, onder, bedoelde oordeel van de klachtencommissie schriftelijk mede of hij naar aanleiding van dat oordeel maatregelen zal nemen en zo ja welke. Bij afwijking van de in de eerste volzin genoemde termijn, doet de zorgaanbieder daarvan met redenen omkleed mededeling aan de klager en de klachtencommissie, onder vermelding van de termijn waarbinnen de zorgaanbieder zijn standpunt aan hen kenbaar zal maken. 6 a In afwijking van het vierde lid kan bij de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onder, eveneens een klacht tegen een zorgaanbieder worden ingediend over een gedraging van hem of van voor hem werkzame personen jegens een cliënt die inmiddels is overleden. 7 De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld waarin worden aangegeven: a. een beknopte beschrijving van de regeling, bedoeld in het eerste lid; b. de wijze waarop de zorgaanbieder die regeling onder de aandacht van zijn cliënten heeft gebracht; c. de samenstelling van de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onder a; d. in welke mate die klachtencommissie haar werkzaamheden heeft kunnen verrichten met inachtneming van de waarborgen, bedoeld in het tweede lid; e. het aantal en de aard van de door die klachtencommissie behandelde klachten; f. de strekking van de oordelen en aanbevelingen van die klachtencommissie; g. de aard van de maatregelen, bedoeld in het vijfde lid. 8 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verslag. 9 artikel 1, onder b, onder 3° artikelen 1.61, eerste lid 2.19, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen De zorgaanbieder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan Onze Minister en aan de bevoegde regionale inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid, alsmede aan de organisatie die in de regio de belangen van de patiënten in algemene zin behartigt. In het geval van een zorgaanbieder van een instelling als bedoeld in, zendt hij het verslag, in afwijking van de eerste zin, aan de toezichthouder, genoemd in de, en. 2010 296 22-07-2010 07-07-2010 31989 2010 297 22-07-2010 07-07-2010 01-08-2010
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 3a Indien een klacht zich richt op een ernstige situatie met een structureel karakter, stelt de klachtencommissie de zorgaanbieder daarvan in kennis. Indien de klachtencommissie niet is gebleken dat de zorgaanbieder ter zake maatregelen heeft getroffen, meldt de klachtencommissie deze klacht aan de ingevolgemet het toezicht op de naleving van deze wet belaste ambtenaar. Onder een klacht over een ernstige situatie wordt verstaan een klacht over een situatie waarbij sprake is van onverantwoorde zorg. 2 artikel 1, onder b, onder 3° artikelen 1.61 2.19 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen die wet In afwijking van het eerste lid worden klachten ten aanzien van een instelling als bedoeld in, die naar het oordeel van de klachtencommissie ernstig van aard zijn, door haar gemeld aan de ingevolge deenmet het toezicht op de naleving vanbelaste ambtenaren. 2010 296 22-07-2010 07-07-2010 31989 2010 297 22-07-2010 07-07-2010 01-08-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Indien Onze Minister van oordeel is dat het bepaalde bij of krachtens deze wet niet of in onvoldoende mate of op onjuiste wijze wordt nageleefd, kan hij de zorgaanbieder een schriftelijke aanwijzing geven. 2 In de aanwijzing geeft Onze Minister met redenen omkleed aan op welke punten het bepaalde bij of krachtens deze wet niet of in onvoldoende mate of op onjuiste wijze wordt nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen. 3 Een aanwijzing bevat de termijn waarbinnen de zorgaanbieder er aan moet voldoen. 4 De zorgaanbieder is verplicht binnen de daarbij gestelde termijn aan de aanwijzing te voldoen. 2005 216 03-05-2005 07-04-2005 28489 2005 297 16-06-2005 02-06-2005 17-06-2005 Artikel IV van de Wijzigingswet Kwaliteitswet zorginstellingen en
Wet klachtrecht cliënten zorgsector bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de hoofdinspecteurs, de inspecteurs en de onder hun bevelen werkzame ambtenaren van het staatstoezicht op de volksgezondheid. 2 artikelen 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De toezichthouders, genoemd in het eerste lid, beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in deen. 2005 216 03-05-2005 07-04-2005 28489 2005 297 16-06-2005 02-06-2005 17-06-2005
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b 1 artikel 3 artikel 2, zevende lid Onze Minister is bevoegd een bestuurlijke boete van ten hoogste € 6 700,– op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is met een krachtensgegeven aanwijzing, voor zover deze betreft het niet of in onvoldoende mate of op onjuiste wijze naleven van. 2 artikel 3 artikel 2, eerste tot en met derde en vijfde lid Onze Minister is bevoegd een last onder dwangsom op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is met een krachtensgegeven aanwijzing, voor zover deze betreft het niet of in onvoldoende mate of op onjuiste wijze naleven van. 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 29-05-2010 Op gedragingen, gepleegd voor 29 mei 2010, blijft dit artikel van toepassing zoals het luidde onmiddellijk voor die datum.
Artikel 3c — Artikel 3c#
Artikel 3c 1 artikelen 3 3a 3b artikel 1, onder b, onder 3° De,enzijn niet van toepassing ten aanzien van een instelling als bedoeld in. 2 artikel 1, onder b, onder 3° artikelen 1.61, eerste lid 2.19, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen hoofdstuk 1, afdelingen 4 5 hoofdstuk 2, afdelingen 3 4, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Met het toezicht op de naleving van deze wet ten aanzien van een instelling als bedoeld in, zijn belast de op grond van de, endoor het college van burgemeester en wethouders bij besluit aangewezen ambtenaren. Het bepaalde bij of krachtensenenenis van overeenkomstige toepassing. 2010 296 22-07-2010 07-07-2010 31989 2010 297 22-07-2010 07-07-2010 01-08-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze wet en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. 2006 644 19-12-2006 30-11-2006 30831 2006 701 22-12-2006 11-12-2006 01-01-2007 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2005 216 03-05-2005 07-04-2005 28489 2005 297 16-06-2005 02-06-2005 17-06-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2005 216 03-05-2005 07-04-2005 28489 2005 297 16-06-2005 02-06-2005 17-06-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 Artikel 6 Staatsblad Deze wet, met uitzondering van, treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede maand na de datum van uitgifte van het, waarin zij wordt geplaatst.treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2 artikel 2 De zorgaanbieder treft de inbedoelde regeling binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze wet. 2005 617 13-12-2005 17-11-2005 28999 2006 47 07-02-2006 03-01-2006 01-03-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet klachtrecht cliënten zorgsector. 1995 308 22-06-1995 29-05-1995 23040 1995 308 22-06-1995 29-05-1995 23040 01-08-1995