Wet van 21 december 1995, houdende privatisering van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds
- BWB-id
- BWBR0007791
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007791
- ELI
- /eli/nl/wet/1995/wet-privatisering-abp
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1995/wet-privatisering-abp/2023-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007791&g=2023-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007791&z=2026-06-06&g=2023-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007791/2023-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1995/wet-privatisering-abp
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. AAW: de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet; b. ABP: het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, bedoeld in artikel L 1 van de Abp-wet; c. Abp-wet: de Algemene burgerlijke pensioenwet; d. ambtelijk inkomen: het ambtelijk inkomen, bedoeld in artikel C 1 van de Abp-wet; e. ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in de artikelen B 1, B 2 en B 3 van de Abp-wet, alsmede degene die ambtenaar is ingevolge de krachtens artikel B 7, onderdeel b, van de Abp-wet gestelde regels, zoals deze luidden op 31 december 1995; f. Amp-wet: de Algemene militaire pensioenwet; g. B 3-lichaam: een privaatrechtelijk lichaam dat op 31 december 1995, op grond van artikel B 3 van de Abp-wet, was aangewezen of op grond van artikel U 2 van de Abp-wet geacht werd te zijn aangewezen als lichaam waarvan het personeel geheel of ten dele ambtenaar in de zin van de Abp-wet is; h. artikel 105 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Centrale Commissie: de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken, bedoeld in; i. deeltijdfactor: de breuk, bedoeld in artikel A 1a, tweede lid, van de Abp-wet, zoals die bepaling luidde op 31 december 1995; j. artikel 1 van de Pensioenwet nettopensioen: het nettopensioen, bedoeld in; k. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; l. overheidspersoneel: de overheidswerknemers en de militairen, bedoeld in artikel A 1, eerste lid, van de Amp-wet, alsmede degenen die ingevolge het tweede lid van dat artikel daaronder worden begrepen, met inachtneming van artikel A 4 van die wet; m. paragrafen 4 9 10 overheidswerkgever: ieder gezag of bestuur dat bevoegd is tot aanstelling of indienstneming en ontslag van een overheidswerknemer en voor de toepassing van de,ende Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau; n. artikel 2 overheidswerknemer: de overheidswerknemer, bedoeld in; o. vervallen; p. de ROP: de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid; q. sectorwerkgever: 1°. van het personeel dat werkzaam is in de sector Rijk: Onze Minister; 2°. van het personeel dat werkzaam is in de sector Defensie: Onze Minister van Defensie; 3°. van het personeel dat werkzaam is in de sector Politie: Onze Minister van Veiligheid en Justitie; 4°. van het personeel dat werkzaam is in de sector Rechterlijke Macht: Onze Minister van Veiligheid en Justitie; 5°. van het personeel dat werkzaam is in de sector Gemeenten: de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; 6°. van het personeel dat werkzaam is in de sector Provincies: het Interprovinciaal Overleg; 7°. van het personeel dat werkzaam is in de sector Waterschappen: de Vereniging werken voor waterschappen; 8°. (a) (b) (c) van personeel dat niet werkzaam is in een van de onder 1° tot en met 7° genoemde sectoren:. de sectorwerkgever van de sector waartoe de instelling waarbij het desbetreffende personeel werkzaam is, wordt gerekend, gelet op de aard van de werkzaamheid van die instelling, de arbeidsvoorwaarden of de financiële verhouding met een of meer overheids- of onderwijsinstellingen, of. de sectorwerkgever van de door Onze Minister aangewezen sector, of. een door Onze Minister aangewezen, met de onder 1° tot en met 7° genoemde sectorwerkgevers gelijk te stellen, ander gezag of andere instantie; r. vervallen; s. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering WAO: de; t. artikel 32 WAO-conforme uitkering: de met overeenkomstige toepassing van de WAO toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in; u. Wet financiële voorzieningen privatisering ABP Wet FVP/ABP: de. 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 10-07-2021 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Overheidswerknemer in de zin van deze wet is degene die: a. bij een publiekrechtelijk lichaam is aangesteld of in dienst is genomen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en die deswege bezoldigd of beloond wordt rechtstreeks ten laste van een publiekrechtelijk lichaam; b. in dienst is van een privaatrechtelijk lichaam dat zich het geven van onderwijs aan instellingen als bedoeld in dit onderdeel ten doel stelt, bezoldigd of beloond wordt rechtstreeks ten laste van dat lichaam en uit dien hoofde werkzaam is aan: 1°. een Nederlandse bijzondere instelling van wetenschappelijk onderwijs, een bijzondere instelling voor hoger beroepsonderwijs, een school, cursus, opleiding of andere instelling voor bijzonder onderwijs, indien de personeelskosten hiervan voor ten minste 51 procent door de overheid worden vergoed ingevolge een regeling houdende voorwaarden voor bekostiging, toegepast of tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van Onze Minister onder wiens departement de instelling ressorteert; 2°. een Nederlandse bijzondere instelling voor hoger beroepsonderwijs, een school, cursus, opleiding of andere instelling voor bijzonder onderwijs, die ingevolge wettelijke bepaling door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zijn aangewezen als bevoegd om aan de studenten of leerlingen op grond van met gunstig gevolg afgelegde examens dezelfde diploma’s of getuigschriften uit te reiken als die uitgereikt worden door overeenkomstige door de overheid bekostigde instellingen; 3°. Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra een Nederlandse bijzondere basisschool of bijzondere speciale school voor basisonderwijs, een Nederlandse school voor bijzonder speciaal onderwijs of bijzonder voortgezet speciaal onderwijs, of een Nederlandse school of instelling voor bijzonder speciaal en voortgezet speciaal onderwijs - anders dan bedoeld onder 1° - waarvan het schoolwerkplan blijkens een door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen aan het privaatrechtelijk lichaam op verzoek afgegeven beschikking voldoet aan het bij of krachtens deof debepaalde omtrent onderwijsactiviteiten of vakken, en aantal lesuren, voor zo lang dat lichaam voldoet aan de in deze beschikking op te nemen voorwaarden en bedingen; c. in dienst is van een privaatrechtelijk lichaam dat zich het verlenen van ondersteuning van volwasseneneducatie ten doel stelt, bezoldigd of beloond wordt rechtstreeks ten laste van dat lichaam en uit dien hoofde werkzaam is aan een privaatrechtelijke ondersteuningsinstelling, waarvan de personeelskosten voor ten minste 51 procent door de overheid worden vergoed; d. artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs artikel 69 van de Wet op de expertisecentra artikel 3.34 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 in dienst is van een privaatrechtelijk lichaam als bedoeld in,en, waarvan de personeelskosten voor ten minste 51 procent ten laste van de overheidskassen door de scholen worden bekostigd; e. artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 in dienst van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en in dienst is van een samenwerkingsverband als bedoeld in; f. in dienst is van een B 3-lichaam; g. die op 31 december 1995 ambtenaar in de zin van de Abp-wet is ingevolge artikel U 1 van die wet, dan wel op grond van artikel 65 van de Organisatiewet sociale verzekeringen, zoals dat artikel luidde op 31 december 1994, en wiens dienstverband op 1 januari 1996 niet is beëindigd. 2 In afwijking van het eerste lid zijn geen overheidswerknemer: a. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet personen waarvan de dienstverhouding is ingegaan op of na het tijdstip waarop zij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld inhebben bereikt; b. ministers, staatssecretarissen, gedeputeerden, wethouders en de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; c. voorzitters en leden van besturen van waterschappen, tenzij de aan hun functie verbonden werkzaamheden een dagtaak vormen en zij deswege bezoldigd of beloond worden rechtstreeks ten laste van het waterschap; d. artikel 134 van de Grondwet voorzitters en leden van besturen van andere publiekrechtelijke lichamen dan in onderdeel c genoemd, wier functie overwegend een vertegenwoordigend karakter draagt, tenzij de aan hun functie verbonden werkzaamheden een dagtaak vormen en zij deswege bezoldigd of beloond worden rechtstreeks ten laste van een publiekrechtelijk lichaam, niet zijnde een openbaar lichaam voor beroep en bedrijf als bedoeld in; e. de gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten; f. vervallen; g. artikel 134 van de Grondwet personen in dienst van de openbare lichamen voor beroep en bedrijf bedoeld in; h. personen in dienst van de Nederlandse Organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek (T.N.O.); i. de Nationale ombudsman en substituut-ombudsmannen; j. de personen en groepen van personen die bij door Onze Minister te stellen regels, welke regels in overeenstemming met het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP worden vastgesteld, op grond van hun bijzondere arbeidsvoorwaarden of de bijzondere aard van hun werkzaamheden zijn aangewezen; k. personen in dienst van een B 3-instelling ten aanzien van wie bij de aanwijzing, bedoeld in artikel B 3 van de Abp-wet, is bepaald dat zij geen ambtenaar in de zin van die wet zijn; l. personen in dienst van een B 3-instelling waarvan de aanwijzing op of na 1 januari 1996 is of wordt ingetrokken, met ingang van de datum van die intrekking. 3 Tevens wordt als overheidswerknemer aangemerkt degene die in dienst is van: a. de Stichting Pensioenfonds ABP; b. Wet tot wijziging van de Wet privatisering ABP in verband met de wijziging van de aanwijzingsvoorwaarden voor deelneming in het ABP een privaatrechtelijk lichaam dat tussen 31 december 1995 en het tijdstip van inwerkingtreding van de(Stb. 2001, 537) door Onze Minister op grond van de doelstelling en financiële verhouding tot een of meer publiekrechtelijke lichamen is aangewezen als lichaam waarvan de werknemers deelnemen in de Stichting Pensioenfonds ABP of dat daartoe vóór het genoemde tijdstip van inwerkingtreding het verzoek had gedaan; c. een privaatrechtelijk lichaam, waarvan de arbeidsvoorwaarden van de werknemers van dat lichaam overeenkomen met de arbeidsvoorwaarden van het personeel dat werkzaam is in een van de sectoren genoemd in artikel 1, onder q, onderdeel 1 tot en met 8, dat tussen 16 november 2001 en het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van de Wet privatisering ABP in verband met het schrappen van de aanwijzingsbevoegdheid om een privaatrechtelijk lichaam als lichaam waarvan de werknemers deelnemen in de Stichting Pensioenfonds ABP (Stb. 2014, 143), door Onze Minister is aangewezen als lichaam waarvan de werknemers deelnemen in de Stichting Pensioenfonds ABP. 4 Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij ministeriële regeling bepalen dat onderdelen van de arbeidsvoorwaarden van de werknemers en onderdelen van de arbeidsvoorwaarden van een sector, voor de vergelijking die volgt uit de toepassing van het derde lid, onder c, buiten beschouwing blijven. 5 paragrafen 4 9 10 artikel 57 artikel 1, onderdeel b, van de Wet gevolgen privatisering ABP voor het personeel van de Koninklijke Hofhouding Voor de toepassing van de,en, alsmede vanwordt tevens als overheidswerknemer aangemerkt degene die behoort tot het personeel van de Koninklijke Hofhouding, bedoeld in. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, derde lid, onderdeel b Een aanwijzing op grond van artikel B 3 van de Abp-wet wordt aangemerkt als een aanwijzing ingevolge. 2 artikel 21, derde lid artikel 2, derde lid, onder b, onderscheidenlijk c Onze Minister kan, gehoord het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP en de Nederlandsche Bank N.V., een aanwijzing uiterlijk voor het tijdstip, bedoeld in, intrekken indien het lichaam niet meer voldoet aan een of meer van de gestelde voorwaarden of aan de eisen als bedoeld in. 3 artikel 22, derde lid Indien aan het vijfde lid toepassing wordt gegeven, is, van overeenkomstige toepassing. 2014 143 08-04-2014 01-03-2014 33658 2014 144 08-04-2014 24-03-2014 01-07-2014
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De aanspraken van overheidswerknemers, gewezen overheidswerknemers en hun nagelaten betrekkingen ter zake van pensioenen, alsmede hun daarmee samenhangende verplichtingen, worden neergelegd in een overeenkomst naar burgerlijk recht. 2 Onze Minister en de meerderheid van de centrales van overheidspersoneel die in de Centrale Commissie vertegenwoordigd zijn, zijn bevoegd tot het sluiten van de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, die op 1 januari 1996 in werking treedt. 3 De meerderheid van de sectorwerkgevers en de meerderheid van de centrales van overheidspersoneel, verenigd in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid, zijn na 1 januari 1997 bevoegd tot het wijzigen of vervangen van de in het eerste lid bedoelde overeenkomst. 4 De in het tweede en derde lid bedoelde bevoegdheid geldt niet ten aanzien van het B 3-lichaam dat met ingang van 1 januari 1996 of een latere datum niet langer deelneemt in de Stichting Pensioenfonds ABP. 5 Pensioenwet De overheidswerkgevers en overheidswerknemers zijn gebonden aan de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, en verplicht tot naleving van hetgeen te hunnen aanzien is bepaald in de statuten en reglementen van het pensioenfonds of in een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in de, gesloten met een verzekeraar. 6 Van de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, alsmede van een wijziging of vervanging daarvan, bedoeld in het derde lid, wordt door Onze Minister in de Staatscourant mededeling gedaan. De overeenkomst, een wijziging en een vervanging daarvan treden niet eerder in werking dan met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin daarvan mededeling is gedaan. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 21, derde lid artikel 4, eerste lid Indien de sectorwerkgever en de meerderheid van de binnen de desbetreffende sector representatieve verenigingen van overheidspersoneel of centrales van overheidspersoneel gezamenlijk daartoe besluiten, kan, na intrekking van de verplichte deelneming overeenkomstig, de overeenkomst, bedoeld in, voor zover deze de eigen sector betreft, worden gesloten door die sectorwerkgever en de meerderheid van die verenigingen van overheidspersoneel of centrales van overheidspersoneel. 2 In overeenstemming met de desbetreffende sectorwerkgever en na het advies van de ROP hieromtrent te hebben ontvangen, bepaalt Onze Minister of een vereniging van overheidspersoneel die niet is aangesloten bij een centrale van overheidspersoneel, representatief is in een of meerdere sectoren. 3 artikel 21, derde lid artikel 4, eerste lid artikel 2, derde lid, onderdeel b Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de bevoegdheid met ingang van het tijdstip, bedoeld in, tot het sluiten van de in, bedoelde overeenkomst ten aanzien van B 3-lichamen en privaatrechtelijke lichamen als bedoeld in, die met ingang van 1 januari 1996 of een latere datum tot de Stichting Pensioenfonds ABP zijn toegetreden. 2000 628 28-12-2000 21-12-2000 27073 2000 629 28-12-2000 21-12-2000 27073 01-01-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Onze Minister is gemachtigd om namens de Staat der Nederlanden deel te nemen aan de oprichting van de Stichting Pensioenfonds ABP. 2 Pensioenwet De Stichting Pensioenfonds ABP heeft tot doel om als bedrijfstakpensioenfonds als bedoeld in dewerkzaam te zijn ten behoeve van overheid, onderwijs en daarmee gelieerde privaatrechtelijke lichamen. 3 In de statuten van de Stichting Pensioenfonds ABP kan worden bepaald dat de stichting een ruimere doelstelling heeft dan die, bedoeld in het tweede lid. 2006 706 22-12-2006 07-12-2006 30655 2006 707 22-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 paragraaf 3 De belanghebbende verkrijgt met ingang van 1 januari 1996 aanspraken op ouderdoms- en nabestaandenpensioen jegens de Stichting Pensioenfonds ABP die in totaliteit gelijkwaardig zijn aan het uitzicht of het recht dat hij op 31 december 1995 ter zake ontleent aan de Abp-wet en de wijzigingswetten van die wet, met inachtneming van hetgeen ter zake inis bepaald. 2 paragraaf 4 artikel 32, eerste lid artikel 37 De belanghebbende verkrijgt met inachtneming vanmet ingang van 1 januari 1996 aanspraken op invaliditeitspensioen of herplaatsingstoelage jegens de Stichting Pensioenfonds ABP, die tezamen met de aanspraken jegens het FAOP op een WAO-conforme uitkering ingevolge, junctoin totaliteit gelijkwaardig zijn aan de overeenkomstige aanspraken ingevolge de Abp-wet en de wijzigingswetten van die wet. 3 artikel 27 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van het personeelslid van het ABP waaropvan toepassing is, behoudens het vierde lid van dat artikel. 4 Het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP verstrekt aan degene die op 31 december 1995 ambtenaar is of recht op invaliditeitspensioen heeft, alsmede voor zover mogelijk aan de gewezen ambtenaar aan wie nog geen pensioen is toegekend, een schriftelijke opgave van het uit hoofde van zijn dienstbetrekking opgebouwde uitzicht op pensioen ingevolge de Abp-wet. Deze opgave bevat ten minste de voor pensioen geldende diensttijd, alsmede de twee berekeningsgrondslagen die zouden zijn gehanteerd indien aan hem pensioen ingevolge de Abp-wet zou zijn verleend met ingang van 1 januari 1996. 5 artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht De opgave, bedoeld in het vierde lid, wordt aangemerkt als een besluit als bedoeld in. Ten aanzien van deze opgave is hoofdstuk S van de Abp-wet, zoals dat luidde op 31 december 1995, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wordt begrepen onder: a. bestuur: het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP; b. directieraad: de directieraad van de Stichting Pensioenfonds ABP. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Voor de belanghebbende die op 31 december 1995 ingevolge: zoals die artikelen luidden op 31 december 1995, tijd die niet als ambtenaar in de zin van de Abp-wet is doorgebracht (externe diensttijd) mede als diensttijd in de zin van de Abp-wet in aanmerking zou kunnen doen brengen, geldt die diensttijd met ingang van 1 januari 1996 als diensttijd jegens de Stichting Pensioenfonds ABP, tenzij belanghebbende voor 1 januari 1998 te kennen heeft gegeven dat hij die overname niet wenst. a. de artikelen D 1, tweede lid, en D 2 van de Abp-wet; b. a artikel T 4 of U 8van de Abp-wet; c. Stb. artikel V van de wet van 28 april 1976 tot wijziging van de Algemene burgerlijke pensioenwet en andere overheidspensioenwetten in verband met uittreding van Suriname uit het Koninkrijk (323); d. Stb. artikel IX, de onderdelen C en X, van de wet van 7 mei 1986 tot wijziging van de Algemene burgerlijke pensioenwet en andere overheidspensioenwetten (303); e. Stb. artikel III, onderdeel B, van de wet van 3 juli 1986 tot wijziging van de Algemene burgerlijke pensioenwet en de Spoorwegpensioenwet met betrekking tot deelgerechtigden die de leeftijd van 25 jaar nog niet hebben bereikt (393); f. artikel 33 van de Wet privatisering Spoorwegpensioenfonds ; g. artikel 76 van de Wet FVP/ABP; 2 a Ten aanzien van de in het eerste lid, onderdeel, bedoelde externe diensttijd blijft artikel 75 van de Wet FVP/ABP, zoals dat artikel luidde op 31 december 1995, van toepassing. 3 artikel 7, vijfde lid Het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP doet aan de belanghebbende opgave van de externe diensttijd, bedoeld in het eerste lid. Op deze opgave is, van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 33 van de Wet privatisering Spoorwegpensioenfonds Tenzij belanghebbende tijdig te kennen heeft gegeven geen overname van externe diensttijd te wensen, wordt door het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP mededeling van de overname gedaan aan de betrokken pensioeninstantie, voor zover dit noodzakelijk is in verband met het voorkomen van een dubbele pensioentoekenning over de door de Stichting Pensioenfonds ABP overgenomen externe diensttijd dan wel de toepassing vanof artikel 76 van de Wet FVP/ABP. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2001 37 30-01-2001 13-12-2000 26686 2001 260 12-06-2001 29-05-2001 01-06-2001
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De op 31 december 1995 reeds ingegane pensioenen en reeds bestaande uitzichten op pensioen worden door het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP aangepast aan algemene bezoldigingswijzigingen en eenmalige uitkeringen, overeenkomstig artikel A 8 van de Abp-wet, zoals dat artikel op genoemde datum luidde, tenzij de financiële positie van het pensioenfonds zich dwingend tegen die aanpassing verzet. In het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP wordt bepaald wanneer sprake is van de in de vorige volzin bedoelde financiële positie. 2 artikel 4, eerste lid In afwijking van het eerste lid worden de reeds ingegane pensioenen en reeds bestaande uitzichten op pensioen, in alle gevallen aangepast aan een wijziging of vervanging van de indexatiewijze in de overeenkomst, bedoeld in, waartoe de sectorwerkgevers en centrales van overheidspersoneel, bedoeld in artikel 4, derde lid, besluiten op de wijze, bedoeld in artikel 4. 3 In het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP kan worden bepaald dat de in het eerste lid bedoelde aanpassing in beginsel op een of meer vaste tijdstippen in het jaar plaatsvindt en is gebaseerd op de algemene bezoldigingswijzigingen en eenmalige aanpassingen die zich gedurende een bepaalde periode voorafgaand aan de genoemde data hebben voorgedaan. 2015 553 30-12-2015 23-12-2015 34321 2016 46 11-02-2016 29-01-2016 01-03-2016 01-01-2016
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 In het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP kan worden bepaald dat de op 31 december 1995 bestaande pensioenaanspraken nader worden vastgesteld met inachtneming van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel F 4 van de Abp-wet, voor het jaar 1995, onderscheidenlijk de op 31 december 1995 geldende middelsom of aangepaste middelsom, bedoeld in artikel F 6 van de Abp-wet, en de uniforme franchise, bedoeld in artikel F 7aa van de Abp-wet. Een en ander op zodanige wijze dat een correctiefactor wordt vastgesteld ten aanzien van de berekeningsgrondslag, onderscheidenlijk de franchise, met welke correctiefactoren de voor pensioen geldende diensttijd voor zover gelegen voor 1 januari 1996 wordt vermenigvuldigd. 2 Indien het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP bepalingen inhoudt overeenkomstig het eerste lid, wordt daarin tevens bepaald dat aan de belanghebbende mededeling wordt gedaan van de in dat lid bedoelde correctiefactoren, welke mededeling is voorzien van een toereikende toelichting. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 28-12-1995 01-08-1995
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 In het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP kan worden bepaald dat het pensioen over diensttijd voor 1 januari 1996 van degene die na 31 december 1995 overheidswerknemer is in de zin van deze wet, wordt berekend op basis van het tot een jaarbedrag herleide inkomen dat de belanghebbende ontving in de maand januari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar van ontslag en van de vaste toeslagen die behoren tot het ambtelijk inkomen in de zin van artikel C 1 van de Abp-wet, zoals dat luidde op 31 december 1995, welke belanghebbende ontving in het kalenderjaar voorafgaande aan vorenbedoelde maand januari. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 28-12-1995 01-08-1995
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Algemene Ouderdomswet In het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP kan ten aanzien van de inbouw van het pensioen ingevolge dein het pensioen dat wordt berekend over diensttijd voor 1 januari 1986, worden bepaald dat deze geschiedt met inachtneming van twee procent per dienstjaar van: Een en ander met dien verstande dat, indien bij toepassing van de Abp-wet, zoals die luidde op 31 december 1995, toepassing zou zijn gegeven aan artikel J 12, het inbouwbedrag wordt vermenigvuldigd met de in dat artikel bedoelde breuk. a. Algemene Ouderdomswet het tot een jaarbedrag herleide bedrag aan pensioen ingevolge dewaarop de belanghebbende die voor de toepassing van die wet als ongehuwd wordt aangemerkt, recht heeft dan wel recht zou hebben gehad indien hij op grond van die wet verzekerd zou zijn geweest, ten aanzien van de genoemde belanghebbende; b. Algemene Ouderdomswet twee maal het tot een jaarbedrag herleide bedrag aan pensioen ingevolge dewaarop de belanghebbende die voor de toepassing van die wet als gehuwd wordt aangemerkt, recht heeft dan wel recht zou hebben gehad indien hij op grond van die wet verzekerd zou zijn geweest, ten aanzien van de genoemde belanghebbende. 2 Indien het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP bepalingen inhoudt overeenkomstig het eerste lid, wordt daarin tevens bepaald dat aan de belanghebbende een toeslag wordt verleend: a. Algemene Ouderdomswet voor de tijd waarover de voor pensioen geldende diensttijd samenvalt met tijd gedurende welke de belanghebbende of diens echtgenoot dan wel degene die ingevolge demede als echtgenoot wordt aangemerkt, niet verzekerd dan wel vrijwillig verzekerd is geweest ingevolge die wet; b. Algemene Ouderdomswet artikel 8 in het geval de echtgenoot van de belanghebbende dan wel degene die ingevolge demede als echtgenoot wordt aangemerkt, de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt en belanghebbende geen recht heeft op de volledige toeslag, bedoeld invan genoemde wet. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van: a. een pensioen, een tijdelijke uitkering en een wezenpensioen als bedoeld in de Algemene Weduwen- en Wezenwet; b. Algemene Ouderdomswet een pensioen of uitkering toegekend krachtens een wettelijke regeling van de Nederlandse Antillen, van Aruba of van een vreemde mogendheid voor zover naar aard en strekking overeenkomend met een pensioen ingevolge dedan wel een pensioen of uitkering ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 28-12-1995 01-08-1995
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Algemene Ouderdomswet In het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP kan ten aanzien van de vermindering van de inbouw van het pensioen ingevolge dein het pensioen dat wordt berekend over diensttijd voor 1 januari 1986, bedoeld in de artikelen J 14 en J 15 van de Abp-wet, zoals deze luidden op 31 december 1995, worden bepaald dat in plaats van die vermindering een toeslag wordt toegekend. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van: a. een pensioen, een tijdelijke uitkering en een wezenpensioen als bedoeld in de Algemene Weduwen- en Wezenwet; b. Algemene Ouderdomswet een pensioen of uitkering toegekend krachtens een wettelijke regeling van de Nederlandse Antillen, van Aruba of van een vreemde mogendheid voor zover naar aard en strekking overeenkomend met een pensioen ingevolge dedan wel een pensioen of uitkering ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 28-12-1995 01-08-1995
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 In het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP kan worden bepaald dat de aanspraken op bijzonder nabestaandenpensioen van de gewezen echtgenoot van degene die op 31 december 1995 ambtenaar is en na die datum overheidswerknemer in de zin van deze wet, wiens echtscheiding voor of uiterlijk op de genoemde datum tot stand is gekomen, worden vastgesteld met inachtneming van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel F 4 van de Abp-wet, voor het jaar 1995. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 28-12-1995 01-08-1995
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2001 37 30-01-2001 13-12-2000 26686 2001 260 12-06-2001 29-05-2001 01-06-2001
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 7, tweede lid artikel 32, eerste lid artikel 37 De belanghebbende die op 31 december 1995 recht heeft op een of meer invaliditeitspensioenen of herplaatsingstoelagen ingevolge de Abp-wet waarvan de duur niet met ingang van 1 januari 1996 is verstreken, verkrijgt met ingang van laatstgenoemde datum jegens de Stichting Pensioenfonds ABP uitsluitend een aanspraak op een invaliditeitspensioen of een herplaatsingstoelage als bedoeld in, voor zover de op 31 december 1995 geldende aanspraak op invaliditeitspensioen, onderscheidenlijk herplaatsingstoelage wat hoogte en duur betreft, uitgaat boven de aanspraak op een WAO-conforme uitkering ingevolge, juncto. 2 Het bestuur van het FAOP maakt de vastgestelde aanspraak op een WAO-conforme uitkering kenbaar aan het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 17, eerste lid artikel 32, eerste lid artikel 37 In het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP kan worden bepaald dat het invaliditeitspensioen of de herplaatsingstoelage, bedoeld in, waarop belanghebbende met ingang van 1 januari 1996 aanspraak heeft, wordt aangepast overeenkomstig wijzigingen in het recht op de WAO-conforme uitkering, bedoeld in, juncto. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 17, eerste lid De in, bedoelde belanghebbende die op 1 januari 1996 de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, heeft tot de eerste dag van de maand waarin hij die leeftijd bereikt ten minste aanspraak op het diensttijdpensioen verminderd met de aanspraak op een WAO-conforme uitkering. 2 Het diensttijdpensioen, bedoeld in het eerste lid, is het uitsluitend naar de diensttijd ten tijde van het ontslag berekende ouderdomspensioen, zonder toepassing van de inbouw van algemeen pensioen of aftrek van een franchise. 3 artikel 11 artikel 11, eerste lid Ten aanzien van het diensttijdpensioen isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP kan worden bepaald dat de aanspraak op diensttijdpensioen kan worden uitgedrukt in een percentage van de aangepaste middelsom, bedoeld in. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikelen 17 tot en met 19 artikel 59, eerste lid artikel 18, eerste lid artikel 32, eerste lid artikel 37 artikel 32, eerste lid artikel 42 Dezijn van overeenkomstige toepassing op het invaliditeitspensioen van de betrokkene, bedoeld in, na het einde van het recht op diens naar aard en strekking met herplaatsingswachtgeld overeenkomende uitkering, dan wel diens herplaatsingswachtgeld, met dien verstande dat in, voor ", juncto" dient te worden gelezen:, juncto. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 18ga, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 De overheidswerknemers zijn verplicht deel te nemen in de Stichting Pensioenfonds ABP tot het bedrag dat op grond vantot het pensioengevend loon behoort. 2 De Stichting Pensioenfonds ABP heeft tot taak op verzoek van: De onder a en b genoemde werkgevers zijn zonder vrijstelling verplicht de nettopensioenregeling van de Stichting Pensioenfonds ABP aan de overheidswerknemers aan te bieden. a. de sectorwerkgever, of b. artikel 2, eerste lid, onder f, en derde lid, onder b, en c de overheidswerkgever, die overheidswerknemers in dienst heeft als bedoeld in, vrijstelling voor het nettopensioen te verlenen van de nettopensioenregeling van de Stichting Pensioenfonds ABP of de verleende vrijstelling in te trekken. De Stichting Pensioenfonds ABP stelt de voorwaarden waaronder de vrijstelling wordt verleend of wordt ingetrokken vast, met dien verstande dat de aanspraken op een niet bij de Stichting Pensioenfonds ABP afgesloten regeling voor het nettopensioen ten minste gelijkwaardig zijn aan die van de Stichting Pensioenfonds ABP. 3 Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 artikel 22, derde lid artikel 23, tweede lid Op een bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nader te bepalen tijdstip is devan toepassing. De verplichte deelneming in de Stichting Pensioenfonds ABP ingevolge het eerste lid wordt met ingang van die datum aangemerkt als een verplichte deelneming ingevolge de in de eerste volzin genoemde wet, welke deelneming alsdan met inachtneming van de in, geregelde voorwaarden of van, overeenkomstig laatstbedoelde wet en de op basis daarvan gestelde regels kan worden gewijzigd of ingetrokken. 4 artikelen 5 6 7 14 17 18 19 20 39, zesde lid 39a van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 In afwijking van het derde lid zijn de,,,en de daarop berustende ministeriële regeling,,,,,envan overeenkomstige toepassing met ingang van de datum waarop die wet in werking treedt tot het tijdstip bedoeld in het derde lid. 2023 216 30-06-2023 03-06-2023 36067 2023 218 30-06-2023 22-06-2023 01-07-2023
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 21, derde lid artikel 2, derde lid, onderdeel b Tot het tijdstip, bedoeld in, kan, op het gezamenlijk verzoek van het bestuur van een B 3-lichaam of een privaatrechtelijk lichaam dat ingevolge, is aangewezen als lichaam waarvan de werknemers deelnemen in de Stichting Pensioenfonds ABP, en het personeel van dat lichaam, die aanwijzing door Onze Minister worden ingetrokken. 2 Het verzoek tot intrekking, bedoeld in het eerste lid, kan namens het personeel worden gedaan door de organisaties die het betrokken personeel vertegenwoordigen in het arbeidsvoorwaardenoverleg. 3 artikel 2, derde lid, onderdeel b Intrekking van de aanwijzing, bedoeld in, vindt slechts plaats indien de pensioenaanspraken van: Pensioenwet door middel van collectieve waardeoverdracht worden ondergebracht bij een andere pensioenuitvoerder als bedoeld in de, op zodanige wijze dat wordt voldaan aan de in die wet aan de collectieve waardeoverdracht gestelde eisen. a. de werknemers van het betrokken lichaam; b. artikel 2 de gewezen werknemers van het betrokken lichaam, voor zover zij na hun ontslag niet in dienst zijn getreden van een ander lichaam als bedoeld inof van een lichaam dat op basis van vrijwilligheid is aangesloten bij de Stichting Pensioenfonds ABP, dan wel hun pensioenaanspraken tegenover het ABP of de Stichting Pensioenfonds ABP geheel teniet zijn gegaan ten gevolge van waarde-overdracht; c. de gepensioneerde, gewezen werknemers van het betrokken lichaam; d. a b c de nabestaanden van de in de onderdelen,enbedoelde werknemers; 2006 706 22-12-2006 07-12-2006 30655 2006 707 22-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 21, derde lid Op het gezamenlijke verzoek van de sectorwerkgever en de meerderheid van de binnen de desbetreffende sector representatieve verenigingen van overheidspersoneel of centrales van overheidspersoneel kan de verplichte deelneming van de desbetreffende sector in de Stichting Pensioenfonds ABP door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden ingetrokken met ingang van een datum die niet voor het tijdstip, bedoeld in, is gelegen. 2 derde lid van artikel 22 Hetis van overeenkomstige toepassing. 2000 628 28-12-2000 21-12-2000 27073 2000 629 28-12-2000 21-12-2000 27073 01-01-2001
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 76, tweede lid Met inachtneming van het tweede lid en behoudens, gaan op 1 januari 1996 alle vermogensbestanddelen van het ABP onder algemene titel over op de Stichting Pensioenfonds ABP. 2 Ter zake van de overgang van vermogensbestanddelen, bedoeld in het eerste lid, blijft de heffing van overdrachtsbelasting achterwege. 3 Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen welke in openbare registers te boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden. De daartoe vereiste opgaven worden door het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP aan de beheerders van de desbetreffende registers gedaan. 1997 162 24-04-1997 10-04-1997 24441 1997 162 24-04-1997 10-04-1997 24441 25-04-1997 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996. Artikel 32 werkt terug
tot en met 1 augustus 1996.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Het bestuur van het ABP doet van alle vermogensbestanddelen die ingevolge artikel 24 op de Stichting Pensioenfonds ABP overgaan, per 31 december 1995 een verklaring opstellen door de accountant, bedoeld in artikel L 10 van de Abp-wet, en de actuariële deskundige, bedoeld in artikel L 11 van die wet, in overleg met een door Onze Minister aangewezen registeraccountant. 2 De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt door het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP neergelegd ten kantore van het handelsregister waar hij volgens de statuten zijn zetel heeft. 3 De waardering van de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen geschiedt volgens de door het bestuur van het ABP vast te stellen regels, die de goedkeuring behoeven van Onze Minister. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 28-12-1995 01-08-1995
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Ieder personeelslid van het ABP, wiens werkzaamheden liggen op het werkterrein van de Stichting Pensioenfonds ABP en ten aanzien van wie het bestuur van het ABP niet anders heeft beslist, gaat over in dienst van die stichting op een overeenkomst naar burgerlijk recht ingaande op 1 januari 1996. 2 De arbeidsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd, tenzij het personeelslid is aangesteld in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd of werkzaam is op arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. In de laatstgenoemde gevallen geldt de arbeidsovereenkomst voor de periode dat de aanstelling of arbeidsovereenkomst bij het ABP zou hebben voortgeduurd. 3 De arbeidsovereenkomst betreft een functie die zoveel mogelijk overeenkomt met de functie die het personeelslid laatstelijk vervult in dienst van het ABP dan wel passend voor hem is te achten. 4 De arbeidsvoorwaarden dienen in totaliteit gelijkwaardig te zijn aan die welke voor het personeelslid laatstelijk gelden uit hoofde van zijn dienstverhouding bij het ABP. Het bestuur van het ABP stelt nadere regels ter zake. 5 De inhoud van de arbeidsovereenkomst bedoeld in het eerste lid, wordt door het bestuur van het ABP uiterlijk 1 september 1995 aan het personeelslid voorgelegd. 6 Binnen zes weken na de datum waarop het personeelslid redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van de inhoud van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, kan hij het bestuur van het ABP mededelen dat hij bezwaren heeft tegen de overgang in dienst van de Stichting Pensioenfonds ABP. Door het bestuur van het ABP worden regels gesteld met betrekking tot het onderzoek van de bezwaren. Het bestuur van het ABP beslist voor 21 december 1995 op de bezwaren. 7 Indien het bestuur van het ABP de bezwaren geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart, kan hij in afwijking van het eerste lid beslissen dat het personeelslid niet overgaat in dienst van de Stichting Pensioenfonds ABP dan wel het personeelslid een arbeidsovereenkomst met de Stichting Pensioenfonds ABP aanbieden waarvan de inhoud in overeenstemming is met zijn beslissing op de bezwaren. 8 uitkeringsregeling Het personeelslid ten aanzien van wie het bestuur heeft beslist dat hij niet overgaat in dienst van de Stichting Pensioenfonds ABP, is met ingang van 1 januari 1996 van rechtswege eervol ontslagen uit de dienst van het ABP. Hij heeft met ingang van die datum gedurende drie maanden ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP aanspraak op doorbetaling van zijn laatstgenoten bezoldiging. Tevens is op hem met ingang van die datum de ontslagvan toepassing die op 31 december 1995 voor hem gold, met dien verstande dat de uitbetaling van de uitkering op grond van die regeling wordt opgeschort tot 1 april 1996 en voor de bepaling van de duur van die uitkering 1 april 1996 wordt aangemerkt als datum van ontslag. 9 In afwijking van het eerste lid komt geen arbeidsovereenkomst tot stand met het personeelslid dat binnen een week na de beslissing van het bestuur van het ABP op de bezwaren kenbaar maakt dat de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst tegen zijn wil is. Het in dit lid bedoelde personeelslid is met ingang van 1 januari 1996 van rechtswege eervol ontslagen. Hij heeft per die datum ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP aanspraak op een bedrag ter grootte van drie maal zijn laatstelijk genoten maandelijkse bezoldiging. 10 Door het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst met de Stichting Pensioenfonds ABP is het personeelslid van rechtswege eervol ontslagen uit de dienst van het ABP. Aan een zodanig ontslag wordt geen recht ontleend op een ontslaguitkering. 1995 641 27-12-1995 21-12-1995 24222 1995 641 27-12-1995 21-12-1995 24222 01-01-1996
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1995 641 27-12-1995 21-12-1995 24222 1995 641 27-12-1995 21-12-1995 24222 01-01-1996
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2001 37 30-01-2001 13-12-2000 26686 2001 260 12-06-2001 29-05-2001 01-06-2001
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2001 37 30-01-2001 13-12-2000 26686 2001 260 12-06-2001 29-05-2001 01-06-2001
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2000 625 28-12-2000 21-12-2000 26711 2001 608 13-12-2001 03-12-2001 01-01-2002 De wijziging kan niet worden doorgevoerd.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2001 37 30-01-2001 13-12-2000 26686 2001 260 12-06-2001 29-05-2001 01-06-2001
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 1997 178 29-04-1997 24-04-1997 24776 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 794 30-12-1997 24-12-1997 25415 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a Vervallen 1997 178 29-04-1997 24-04-1997 24776 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 1997 178 29-04-1997 24-04-1997 24776 1997 794 30-12-1997 24-12-1997 25415 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 1997 178 29-04-1997 24-04-1997 24776 1997 794 30-12-1997 24-12-1997 25415 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Vervallen 1997 178 29-04-1997 24-04-1997 24776 1997 794 30-12-1997 24-12-1997 25415 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 44a — Artikel 44a#
Artikel 44a Vervallen 1997 178 29-04-1997 24-04-1997 24776 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 1997 178 29-04-1997 24-04-1997 24776 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 794 30-12-1997 24-12-1997 25415 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Vervallen 1995 641 27-12-1995 21-12-1995 24222 1995 641 27-12-1995 21-12-1995 24222 01-01-1996
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 artikelen 28 31, tweede lid artikel 31, eerste lid artikel 77, de onderdelen b tot en met m paragraaf 8 Indien op 1 januari 1996 geen overeenkomst als bedoeld in deen, en geen algemene maatregel van bestuur als bedoeld in, tot stand zijn gebracht, treden de bepalingen, bedoeld in, zoals deze luidden op 31 december 1995, voor die overeenkomsten en algemene maatregel van bestuur in de plaats, tot het tijdstip waarop het in debedoelde stelsel in totaliteit in werking kan treden. 2 Voor zolang toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, treden het bestuur, onderscheidenlijk de directieraad van de Stichting Pensioenfonds ABP in de plaats van het bestuur, onderscheidenlijk de directieraad van het ABP. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Pensioenwet Voor de toepassing van dewordt de Stichting Verbond Sectorwerkgevers Overheid aangemerkt als werkgeversvereniging. 2006 706 22-12-2006 07-12-2006 30655 2006 707 22-12-2006 18-12-2006 01-01-2007 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 i Degene die op 31 december 1995 recht heeft op een wachtgeld als bedoeld in artikel A 1, onderdeel, van de Abp-wet of een daarmee gelijkgestelde uitkering als bedoeld in artikel A 4 van die wet, en op grond daarvan ambtenaar was in de zin van die wet, is verplicht deel te nemen in de Stichting Pensioenfonds ABP zolang zijn recht op wachtgeld voortduurt. 2 Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde wachtgelder zijn de bepalingen in de statuten en reglementen van de Stichting Pensioenfonds ABP van toepassing die gelden ten aanzien van gewezen overheidswerknemers. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 artikel 77, onderdeel a In afwijking van, blijft hoofdstuk S van de Abp-wet van toepassing ten aanzien van besluiten als bedoeld in het genoemde hoofdstuk die voor 1 januari 1996 genomen zijn. 2 Ten aanzien van besluiten van het bestuur of de directieraad van de Stichting Pensioenfonds ABP die genomen zijn naar aanleiding van verzoeken of aanvragen die voor 1 januari 1996 op basis van de Abp-wet zijn gedaan, is hoofdstuk S van de Abp-wet van overeenkomstige toepassing. 3 Voor de toepassing van het eerste en tweede lid geldt dat met ingang van 1 januari 1996 wordt begrepen onder: a. bestuur: het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP; b. directieraad: de directieraad van de Stichting Pensioenfonds ABP. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 artikel 77, de onderdelen b tot en met m In afwijking van, blijven de artikelen W 2 en W 3 van de Amp-wet van toepassing ten aanzien van besluiten die voor 1 januari 1996 zijn genomen. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 1997 178 29-04-1997 24-04-1997 24776 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 794 30-12-1997 24-12-1997 25415 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 66a — Artikel 66a#
Artikel 66a 1 artikel 46, eerste lid Besluiten van het FAOP uit hoofde van zijn taak ingevolge, die genomen zijn voor 1 januari 1996, worden tot de datum waarop het College van toezicht sociale verzekeringen, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet sociale verzekeringen, deze zal hebben goedgekeurd, doch uiterlijk tot 1 januari 1997, aangemerkt als te zijn goedgekeurd door dat college, voor zover het betreft besluiten die: a. a betrekking hebben op het in artikel 49, tweede juncto eerste lid, van de Wet FVP/ABP bedoelde onderdeel van de begroting betreffende de in artikel 21van die wet bedoelde uitvoeringskosten; b. de goedkeuring behoeven van het vorengenoemde college op grond van artikel 15, eerste lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen; of c. artikel II van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen artikelen 27 28 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overeenkomstig artikel 18 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die wet luidde op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van, en deenzijn vastgesteld. 2 Ingeval het college, bedoeld in het eerste lid, zijn goedkeuring onthoudt aan een besluit van het FAOP als bedoeld in het eerste lid, behoudt het bedoelde besluit zijn gelding gedurende de periode tot aan de datum van de bedoelde beslissing van het College. 1997 178 29-04-1997 24-04-1997 24776 1997 794 30-12-1997 24-12-1997 25415 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 1998 290 26-05-1998 23-04-1998 25478 1998 369 30-06-1998 19-06-1998 01-07-1998
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Wijzigt deze wet. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 Het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP verstrekt aan Onze Minister de statistische informatie die deze nodig heeft in verband met zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het overheidspersoneelsbeleid. 2 Over deze informatieverstrekking worden door Onze Minister en het bestuur nadere afspraken gemaakt. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 artikel 17 De Stichting Pensioenfonds ABP heeft voor de kosten van de op 31 december 1995 reeds ingegane pensioenen ingevolge de Abp-wet, alsmede voor de kosten van de aanspraken bedoeld in, welke ten gevolge van een ongeval veroorzaakt zijn, verhaal op degene die, bij het ontbreken van die voorziening, in verband met het veroorzaken van het ongeval jegens een overheidswerknemer dan wel diens nagelaten betrekkingen naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn voor de alsdan door dezen geleden schade. 2 Voor zover het bestuur van het ABP ingevolge artikel P 1 van de Amp-wet op 31 december 1995 belast was met de uitvoering van op die datum reeds ingegane pensioenen van nagelaten betrekkingen van militairen in de zin van die wet, is het eerste lid ten aanzien van de kosten van die pensioenen van overeenkomstige toepassing, indien die pensioenen zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds ABP. 3 De Stichting Pensioenfonds ABP heeft voorts verhaal voor de kosten van de tussen 31 december 1995 en 1 januari 2001 toegekende pensioenen die ten gevolge van een ongeval zijn toegekend aan een overheidswerknemer of zijn nagelaten betrekkingen, op degene die, bij het ontbreken van die voorziening, in verband met het veroorzaken van het ongeval jegens een overheidswerknemer dan wel diens nagelaten betrekkingen naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn voor de alsdan door dezen geleden schade. 4 Het derde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de kosten van de tussen 31 december 1995 en 1 januari 2001 toegekende pensioenen van nagelaten betrekkingen van militairen in de zin van de Amp-wet, indien die pensioenen zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds ABP. 5 artikelen 2 3 van de Verhaalswet ongevallen ambtenaren Deenzijn ten aanzien van het verhaal, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, van overeenkomstige toepassing. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Vervallen 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1997 769 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Ingetrokken worden: a. de Abp-wet; b. de Hoofdstukken G en H van de Amp-wet; c. Militaire Weduwenwet 1922 de; d. tweede hoofdstuk van de Pensioenwet voor de landmacht 1922 het, alsmede artikel 76 van die wet, voor zover dat betrekking heeft op het pensioen voor nagelaten betrekkingen; e. tweede hoofdstuk van de Pensioenwet voor de zeemacht 1922 artikel 77 het, alsmedevan die wet, voor zover dat betrekking heeft op het pensioen voor nagelaten betrekkingen; f. tweede hoofdstuk van de Pensioenwet voor het reserve-personeel der landmacht 1923 het, alsmede artikel 55 van die wet, voor zover dat betrekking heeft op het pensioen voor nagelaten betrekkingen; g. tweede hoofdstuk van de Pensioenwet voor het personeel der Koninklijke marine-reserve 1923 het, alsmede artikel 55 van die wet, voor zover dat betrekking heeft op het pensioen voor nagelaten betrekkingen; h. Stb. artikel 8 van de Bijzondere pensioenwet reserve-personeel landmacht (1949, J 344); i. artikel 4 van de Pensioenwet voor de vrijwilligers bij de landstorm 1925; j. Stb. artikel 11 van de Wet buitengewoon pensioen 1914-1918 (1948, I 496); k. Stb. het tweede lid van artikel 2 van de Wet van 4 november 1950 tot nadere vaststelling van de regelingen op het gebied van militaire pensioenen, welke gedurende de vijandelijke bezetting zijn uitgevaardigd, zomede nadere wijziging van verschillende wetten, welke regelen geven inzake militair pensioen (1950, K 479); l. de artikelen 7 en 8 van de Pensioenwet bijzondere groepen reserve-personeel 1956; m. Stb. artikel 5 van de wet van 22 december 1938, tot wijziging en aanvulling van de Pensioenwet voor officieren der Koninklijke marine-reserve, die zich - ter aanvulling van een bij de Koninklijke Marine bestaand tekort aan beroepsofficieren - krachtens een daartoe door hen gesloten vrijwillige verbintenis voor onbepaalde tijd in actieven dienst bevinden, alsmede voor hunne weduwen en weezen (1938, 504). 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 artikelen 4, tweede en zesde lid 6 10 tot en met 16 17, derde lid 24, derde lid 25 tot en met 31 46 48 53 Staatsblad Deze wet treedt wat betreft de,,,,,,,enin werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin zij wordt geplaatst en werkt wat deze artikelen betreft terug tot en met 1 augustus 1995. 2 De overige artikelen van deze wet treden in werking met ingang van 1 januari 1996. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Deze wet wordt aangehaald als: Wet privatisering ABP. 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 1995 639 27-12-1995 21-12-1995 24205 01-01-1996