Wet van 7 juli 1993, houdende herziening van de Wet rijonderricht motorrijtuigen
- BWB-id
- BWBR0006073
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-04-24
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006073
- ELI
- /eli/nl/wet/1995/wet-rijonderricht-motorrijtuigen-1993
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1995/wet-rijonderricht-motorrijtuigen-1993/2021-04-24
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006073&g=2021-04-24
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006073&z=2026-06-06&g=2021-04-24
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006073/2021-04-24
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1995/wet-rijonderricht-motorrijtuigen-1993
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bromfiets: Wegenverkeerswet 1994 hetgeen daaronder wordt verstaan in de, niet zijnde een brommobiel; brommobiel: bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie; bijscholing: artikel 13, onderdeel b rijonderricht na de eerste afgifte van een certificaat als bedoeld in, gericht op het hernieuwd verkrijgen van een certificaat als in dat onderdeel bedoeld; instituut: artikel 2 instituut, bedoeld in; motorrijtuigcategorie: artikel 118, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 categorie van motorrijtuigen vastgesteld op grond van; motorrijtuigen: Wegenverkeerswet 1994 hetgeen daaronder wordt verstaan in de; Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; richtlijn vakbekwaamheid bestuurders: richtlijn nr. 2003/59/EG Richtlijn 91/439/EEG Richtlijn 76/914/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad envan de Raad en tot intrekking vanvan de Raad (PbEG 2003, L 226); rijbewijs: Wegenverkeerswet 1994 hetgeen daaronder wordt verstaan in de; rijonderricht: onderricht, gericht op het bijbrengen, behouden of verbeteren van de rijvaardigheid of geschiktheid om aan het verkeer deel te nemen als bestuurder van een motorrijtuig, waarvoor een rijbewijs is vereist; scholing educatieve maatregel: Wegenverkeerswet 1994 onderricht gericht op de bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid in het kader van een door het CBR krachtens deaan betrokkenen opgelegde verplichting zich te onderwerpen aan educatieve maatregelen; stage: artikel 13, onderdeel b na het examen te volgen rijonderricht gericht op het verkrijgen van een certificaat als bedoeld in. 2021 197 23-04-2021 07-04-2021 35293 2021 197 23-04-2021 07-04-2021 35293 24-04-2021 Artikel VII van Stb. 2021/197 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Onze Minister wijst een instituut aan dat is belast met: a. het afnemen van het examen rijinstructeur, met uitzondering van de examens, bedoeld in het zesde lid, b. artikel 9, vierde lid het afnemen van de geschiktheidstest, bedoeld in, c. de beoordeling van de stage en de aanwijzing van de stagebegeleiders, d. artikel 12b de praktijkbeoordeling in het kader van de praktische bijscholing, bedoeld in, e. de vaststelling van de leerdoelen en de inhoud van de theoretische bijscholing, f. de certificering van de cursussen die aan de leerdoelen en de inhoud, bedoeld in onderdeel e, voldoen, g. artikel 12b, vierde lid het verlenen van de ontheffing, bedoeld in, h. artikel 12c het afnemen van het examen in het kader van het herintrederstraject, bedoeld in, i. het afnemen van het examen docent scholing educatieve maatregel, j. artikel 4 het bijhouden van het register, bedoeld in, k. artikel 15, eerste lid de ongeldigverklaring van certificaten, bedoeld in, l. de vaststelling van de tarieven voor de activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, en f tot en met i. 2 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Op het instituut is devan toepassing. 3 Het instituut voert de taken, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, en f tot en met i, uit overeenkomstig het daarvoor geldende reglement. Het instituut stelt dit reglement vast met inachtneming van de regels, bedoeld in het vierde lid. 4 Onze Minister stelt, het instituut gehoord, regels met betrekking tot de uitvoering door het instituut van de taken, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, en f tot en met i. 5 Onze Minister kan rijksgecommitteerden aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de uitvoering door het instituut van de taken, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, h en i. Onze Minister kan een rijksgecommitteerde schorsen of ontslaan wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie, dan wel wegens andere zwaarwegende redenen. Onze Minister stelt regels voor het door de rijksgecommitteerden uitgeoefende toezicht. 6 Het examen militair rijinstructeur afgenomen door of vanwege Onze Minister van Defensie, alsmede het examen politierijinstructeur afgenomen door of vanwege Onze Minister van Veiligheid en Justitie, worden afgenomen overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurd examenreglement waarin tevens het namens Onze Minister te houden toezicht op de examens is geregeld. 7 Het instituut onthoudt zich van actieve deelname aan opleidingen gericht op het afleggen van de examens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, h en i. 8 Het voor het uitvoeren door het instituut van de taken, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, h en i, te betalen tarief bestaat mede uit een vergoeding van de kosten van de in het vijfde lid bedoelde rijksgecommitteerden. Het instituut draagt het in de eerste volzin bedoelde, vast te stellen deel van het tarief dat de vergoeding van de kosten van de rijksgecommitteerden betreft aan hen af overeenkomstig bij regeling van Onze Minister vast te stellen regels. 2021 197 23-04-2021 07-04-2021 35293 2021 197 23-04-2021 07-04-2021 35293 24-04-2021 Artikel VII van Stb. 2021/197 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2012 442 02-10-2012 13-09-2012 33250 2014 22 21-01-2014 09-01-2014 01-07-2014
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het instituut houdt een register betreffende de afgifte en de ongeldigverklaring van certificaten en is verwerkingsverantwoordelijke. 2 artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met d, f tot en met i artikel 12, derde lid paragraaf 3.1 paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming In het kader van het register verwerkt het instituut gegevens betreffende de afgifte en de ongeldigverklaring van certificaten, gegevens omtrent de door het instituut verrichte taken, bedoeld in, en de gegevens, bedoeld in, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van deze wet of de daarop berustende bepalingen. Onder gegevens als bedoeld in de eerste volzin worden mede begrepen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld inonderscheidenlijk. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Uit het register worden aan: paragraaf 3.1 paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming de gegevens waaronder mede begrepen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld inonderscheidenlijkverstrekt die zij voor de uitvoering van hun taak behoeven. a. de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren, die zijn belast met de uitvoering van deze wet, en b. artikel 24a artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering de inen de inbedoelde ambtenaren, 2 Aan andere personen dan de in het eerste lid bedoelde ambtenaren en degenen omtrent wie gegevens in het register zijn opgenomen, kunnen op aanvraag en tegen betaling van het door het instituut voor de behandeling van de aanvraag vastgestelde tarief, uit het register gegevens worden verstrekt. Verstrekt worden slechts gegevens omtrent de afgifte en de geldigheid van certificaten. 3 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn gehouden om in bij algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen mededeling te doen van feiten die van belang zijn voor het bijhouden van het register. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 2, eerste lid Indien het instituut is of wordt ontbonden dan wel indien zich andere omstandigheden voordoen ten gevolge waarvan het instituut naar het oordeel van Onze Minister niet in staat is de in, genoemde werkzaamheden te verrichten, draagt Onze Minister er zorg voor dat deze werkzaamheden naar behoren worden uitgevoerd. 1993 418 07-07-1993 22062 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Degene die rijonderricht geeft voor enige motorrijtuigcategorie is in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor motorrijtuigcategorie B. Daarnaast is degene die rijonderricht geeft voor enige motorrijtuigcategorieën in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor die motorrijtuigcategorie. 2 In afwijking van het eerste lid is geen certificaat vereist voor: a. de voertuigintroductie in een voor de bestuurder nieuw motorrijtuig van de motorrijtuigcategorieën C, C1, CE, C1E, D, D1, DE of D1E; b. artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs het theoretische rijonderricht, anders dan het vak verkeer, voor het rijbewijs voor de motorrijtuigcategorieën C, C1, D of D1 en de theoretische scholing en theoretische nascholing als bedoeld in de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, voor zover de betrokken docent voldoet aan de bekwaamheidseisen bedoeld in; c. het rijonderricht in het kader van een door het CBR opgelegde verplichting zich te onderwerpen aan een scholing educatieve maatregel, en d. het rijonderricht aan bestuurders als bedoeld in de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders in het kader van nascholing als bedoeld in artikel 7 van die richtlijn voor zover wordt voldaan aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen. 3 Het certificaat dient: a. geldig te zijn voor het rijonderricht dat wordt gegeven, b. te voldoen aan de bij regeling van Onze Minister vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering, en c. behoorlijk leesbaar te zijn. 4 In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, is degene die rijonderricht geeft voor het besturen van een bromfiets in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor de motorrijtuigcategorieën A1, A2 en A en is degene die rijonderricht geeft voor het besturen van een brommobiel in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor de motorrijtuigcategorie B. 5 In afwijking van het eerste lid is degene die rijonderricht geeft voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor de motorrijtuigcategorie T. 6 artikel 13, onderdeel a In afwijking van het derde lid, onderdeel a, is een certificaat als bedoeld in, alleen geldig voor het rijonderricht dat wordt gegeven onder directe begeleiding van de stagebegeleider. 2020 167 17-06-2020 20-05-2020 35188 2020 506 11-12-2020 04-12-2020 01-01-2021
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Artikel 7 is niet van toepassing op militaire rijinstructeurs en politierijinstructeurs voor zover zij werkzaam zijn binnen hun dienstverband en zij in het bezit zijn van een door Onze Minister aangewezen diploma. 2 artikel 7 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden worden bepaald dat in bepaalde uitzonderingsgevallen, welke verband houden met het verkrijgen van de bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, tijdelijk wordt of kan worden afgeweken van het bepaalde in. Een beschikking waarbij toepassing wordt gegeven aan de eerste volzin, wordt tegen betaling van het daarvoor door Onze Minister vastgestelde tarief gegeven door het instituut. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 artikelen 7, eerste lid 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden b artikel 8 Onverminderd de, enkan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President,in werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepaling. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan wordt bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepaling die ingevolge het eerste lid in werking is gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, wordt de bepaling die ingevolge het eerste lid in werking is gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Staatsblad Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Artikel 7 is niet van toepassing op militaire rij-instructeurs voor zover zij werkzaam zijn binnen hun dienstverband.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het instituut geeft een certificaat voor het geven van rijonderricht slechts af: a. artikel 12a indien het de afgifte betreft aansluitend aan het examen ten behoeve van de stage als bedoeld in, aan degene die blijkens een door het instituut afgenomen examen voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, b. artikel 13, onderdeel b indien het de afgifte betreft van een certificaat als bedoeld in, aan degene die blijkens een door het instituut afgenomen examen en een door het instituut vastgestelde positieve beoordeling van de stage voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, c. artikel 12b, eerste lid 12c, eerste lid indien het de afgifte betreft van een certificaat als bedoeld in, of, aan degene die voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, d. artikelen 12a, derde lid, onderdeel a 12b, derde lid, onderdeel b aan degene aan wie op grond van de krachtens de, en, vastgestelde regels door het instituut een verlenging van de stage of de bijscholing is toegestaan, e. aan degene die in het bezit is van een niet langer dan zes maanden voor de afgifte afgegeven diploma als bedoeld in artikel 8, eerste lid, dat nog geldig is, f. artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 5 van die wet aan de migrerende beroepsbeoefenaar, bedoeld in, die voldoet aan de vereisten voor de erkenning van beroepskwalificaties, bedoeld in. 2 De in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde eisen van vakbekwaamheid kunnen verschillen naar gelang het betreft de verschillende motorrijtuigcategorieën. 3 Een certificaat, afgegeven in het in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde geval, kan alleen bevoegdheden verlenen die overeenkomen met die welke voortvloeien uit het desbetreffende diploma. 4 Bij de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt bepaald dat voor het deelnemen aan het examen rijinstructeur een in die maatregel aangegeven niveau van vooropleiding is vereist. Personen die niet voldoen aan dit niveau van vooropleiding kunnen bij het instituut een geschiktheidstest afleggen. Bij een positief resultaat van die geschiktheidstest kan worden deelgenomen aan het examen rijinstructeur. 5 Bij of krachtens de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot: a. de inrichting en de inhoud van de geschiktheidstest; b. de beoordeling van de competenties van de betrokkene en de wijze waarop die beoordeling plaatsvindt. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 artikel 9 artikel 7, eerste lid artikel 13, onderdeel a, subonderdeel 3 In afwijking vanvoldoet de aanvrager die beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in, voor alleen de motorrijtuigcategorie B, ten behoeve van het verkrijgen van het certificaat voor de motorrijtuigcategorie T, bedoeld in, aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen. 2 artikel 9 artikel 7, eerste lid artikel 13, onderdeel b In afwijking vanvoldoet de aanvrager die beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in, voor alleen de motorrijtuigcategorie B, ten behoeve van het verkrijgen van het certificaat, bedoeld in, voor de motorrijtuigcategorie T, aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b artikel 9 artikel 7, eerste lid, tweede volzin artikel 13, onderdeel b In afwijking vanvoldoet de aanvrager die mede beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in, voor de categorie E bij C, ten behoeve van het verkrijgen van het certificaat, bedoeld in, voor de categorie T, aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Een certificaat voor het geven van rijonderricht vermeldt overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels de motorrijtuigcategorie of motorrijtuigcategorieën waarvoor het is afgegeven. 2 Het instituut kan de uit het certificaat voortvloeiende bevoegdheden beperken op grond van de bekwaamheid van de aanvrager tot het geven van rijonderricht, door het stellen van eisen aan betrokkene of aan het motorrijtuig waarin hij rijonderricht geeft. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het instituut geeft bij wijziging van de omvang van de uit het certificaat voortvloeiende bevoegdheden een nieuw certificaat af waarop de geldigheidsduur van het eerder afgegeven certificaat wordt geplaatst. 2 Afgifte van het nieuwe certificaat geschiedt slechts tegen inlevering van het eerder afgegeven certificaat waarop de wijziging betrekking heeft. 2002 250 30-05-2002 18-04-2002 27840 2002 376 18-07-2002 01-08-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Het instituut geeft voor certificaten die versleten of geheel of gedeeltelijk onleesbaar zijn, dan wel verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief, vervangende certificaten af. Het instituut geeft voorts bij wijziging van de personalia van de houder van een certificaat een vervangend certificaat af. 2 Afgifte van een vervangend certificaat geschiedt slechts tegen inlevering van het eerder afgegeven versleten of geheel of ten dele onleesbaar geworden certificaat. 3 Indien het te vervangen certificaat verloren is geraakt of teniet is gegaan, dient een door de aanvrager ondertekende verklaring te worden overgelegd, dat het certificaat verloren is geraakt of teniet is gegaan. In de verklaring dienen de omstandigheden waaronder het certificaat verloren geraakt of teniet gegaan is, te worden omschreven. 4 Op het vervangende certificaat wordt door het instituut de geldigheidsduur van het vervangen certificaat geplaatst. 2010 259 06-07-2010 04-06-2010 31896 2011 527 18-11-2011 07-11-2011 01-12-2011
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 artikel 9, eerste lid, onderdeel a Degene die blijkens een door het instituut afgegeven certificaat voldoet aan de in, bedoelde eisen van vakbekwaamheid, doorloopt na de afgifte van dat certificaat een stage door middel van het geven van rijonderricht in die motorrijtuigcategorie. Het voldoen aan de regels voor de stage in de motorrijtuigcategorieën B, C1, C, D1 of D wordt gelijkgesteld met het voldoen aan de regels voor de stage in de motorrijtuigcategorieën BE, C1E, CE, D1E of DE. 2 Het instituut kan stagebegeleiders aanwijzen. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot: a. de inhoud, de duur en de mogelijke verlenging van de stage in verband met bijzondere omstandigheden, en de wijze waarop die wordt doorlopen, b. de beoordeling van de stagiair en de wijze waarop de beoordeling plaatsvindt, c. de aanwijzing van stagebegeleiders. 2012 39 10-02-2012 26-01-2012 32830 2012 161 18-04-2012 03-04-2012 19-01-2013 Artikel VI van Stb. 2012/39 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12b — Artikel 12b#
Artikel 12b 1 artikel 13, onderdeel b Degene die rijonderricht geeft en in het bezit is van een certificaat als bedoeld in, volgt theoretische en praktische bijscholing voor het rijonderricht in de motorrijtuigcategorie waarvoor hij het certificaat bezit. Indien degene die rijonderricht geeft in het bezit is van een certificaat voor verschillende motorrijtuigcategorieën, volgt hij voor één van die categorieën theoretische en praktische bijscholing. Degene die rijonderricht geeft, in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, en binnen de geldigheidsduur van dat certificaat een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, voor de motorrijtuigcategorie A, C, D of T behaalt, heeft daarmee voldaan aan de verplichting om praktische bijscholing te volgen. 2 Het instituut stelt de leerdoelen, de inhoud en de voorgeschreven werkwijze van de theoretische en praktische bijscholing vast, en kan de cursussen certificeren die aan de leerdoelen, de inhoud en de voorgeschreven werkwijze voldoen. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot: a. de omvang en de inhoud van de gecertificeerde cursussen, de verplichtingen van degenen die de gecertificeerde cursussen verzorgen, en de mogelijke verlenging van de theoretische bijscholing in verband met bijzondere omstandigheden, b. artikel 13, onderdeel b, derde zin de omvang, de inhoud, de duur en de mogelijke verlenging van de praktische bijscholing in verband met bijzondere omstandigheden, waarbij verschillende regels worden gesteld indien er sprake is van een verlenging als bedoeld in, c. de beoordeling van de competenties van degene die rijonderricht geeft en de wijze waarop die beoordeling plaatsvindt. 4 Het instituut kan degene die rijonderricht geeft ontheffing verlenen van de verplichting praktische bijscholing te volgen. Aan de ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 12c — Artikel 12c#
Artikel 12c 1 artikel 4, eerste lid Degene die blijkens het register, bedoeld in, minder dan vijf jaar geleden beschikte over een geldig certificaat kan een herintrederstraject volgen. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot: a. de omvang en de inhoud van het herintrederstraject, b. de beoordeling van de competenties van de herintreder en de wijze waarop die beoordeling plaatsvindt. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Een certificaat is geldig: a. 1. indien het wordt afgegeven aansluitend op het behalen van het examen voor de motorrijtuigcategorie B, voor de duur van twaalf achtereenvolgende maanden; 2. indien het wordt afgegeven aansluitend op het behalen van het examen voor de motorrijtuigcategorie A1, A2, A, C1, C, D1 of D, voor de duur van tien achtereenvolgende maanden; 3. indien het wordt afgegeven aansluitend op het behalen van het examen voor de motorrijtuigcategorie T, voor de duur van twaalf achtereenvolgende maanden. In bijzondere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen, kan de geldigheidsduur door het instituut eenmalig met ten hoogste vier achtereenvolgende maanden worden verlengd, b. in de overige gevallen: voor de duur van vijf achtereenvolgende jaren. In bijzondere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen, kan de geldigheidsduur door het instituut eenmalig met ten hoogste twaalf achtereenvolgende maanden worden verlengd. De geldigheidsduur wordt door het instituut na de geldigheidsduur, bedoeld in de eerste zin, met zes maanden verlengd indien het instituut voor het einde van de geldigheidsduur de beoordeling van de laatste toegestane en gevolgde praktische bijscholing als onvoldoende vaststelt. Na de verlenging wordt de geldigheidsduur telkens verlengd met zes maanden gerekend vanaf de dag waarop praktische bijscholing is gevolgd waarvan de beoordeling als onvoldoende is vastgesteld. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 13 Onverminderd het bepaalde inverliest een certificaat zijn geldigheid door: a. afgifte van een nieuw certificaat, b. afgifte van een vervangend certificaat, c. het onbevoegd aanbrengen van wijzigingen in het certificaat, of d. artikelen 15 22, tweede lid 23, derde lid ongeldigverklaring als bedoeld in de,, of. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het instituut verklaart een certificaat ongeldig indien: a. het certificaat is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de afgifte bekend zou zijn geweest, b. na afgifte van het certificaat blijkt dat het kennelijk abusievelijk aan de houder is afgegeven, c. het instituut de beoordeling van de stage als onvoldoende vaststelt. 2 artikel 13 De ongeldigverklaring is van kracht met ingang van de zevende dag na de dag waarop de beschikking tot ongeldigverklaring is bekendgemaakt, tenzij de termijn, bedoeld in, eerder is geëindigd. 3 Zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden, zendt de houder van het ongeldig verklaarde certificaat dat certificaat aangetekend aan het instituut of levert dat certificaat in bij het instituut. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a 1 Degene die bij het instituut een aanvraag indient voor: a. artikel 9, eerste lid, onderdeel a een certificaat als bedoeld in, b. artikel 13, onderdeel b, derde zin een verlenging als bedoeld in, c. artikel 9, eerste lid, onderdeel c een certificaat als bedoeld in, of d. artikel 9, eerste lid, onderdeel f een certificaat op grond van, artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens overlegt bij die aanvraag een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld inwelke niet ouder is dan zes maanden. 2 Met een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een verklaring omtrent het gedrag welke niet ouder is dan zes maanden en is afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden. 3 Indien de aanvrager niet voldoet aan het eerste lid kan de aanvrager niet deelnemen aan het examen respectievelijk geeft het instituut het gevraagde certificaat niet af. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 15b — Artikel 15b#
Artikel 15b 1 Indien de verklaring omtrent het gedrag is geweigerd en na het einde van de geldigheidsduur van het certificaat alsnog wordt afgegeven, geeft het instituut het gevraagde certificaat alsnog af als aan de overige voorwaarden daarvoor is voldaan. 2 artikel 13, onderdeel b In afwijking van, is in een geval als bedoeld in het eerste lid, de geldigheid van het laatstbedoelde certificaat beperkt tot vijf jaren gerekend vanaf de datum waarop de geldigheid van het eerstbedoelde certificaat is verstreken. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Degene die scholing educatieve maatregel geeft dient in het bezit te zijn van een door het instituut afgegeven certificaat. 2 Het certificaat dient: a. geldig te zijn voor de scholing die wordt gegeven; b. te voldoen aan de door Onze Minister vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering; c. behoorlijk leesbaar te zijn. 2021 197 23-04-2021 07-04-2021 35293 2021 197 23-04-2021 07-04-2021 35293 24-04-2021 Artikel VII van Stb. 2021/197 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Een certificaat voor het geven van scholing educatieve maatregel wordt tegen betaling van het daarvoor door het instituut vastgestelde tarief afgegeven door het instituut. 2 Een certificaat voor het geven van scholing educatieve maatregel wordt slechts afgegeven aan degene die: a. een geldig diploma bezit van een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven hoofdopleiding, die naar gelang van de te geven scholing educatieve maatregel kan verschillen, b. een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven aantal jaren beroepservaring heeft die direct verband houdt met het diploma, bedoeld in onderdeel a, en c. blijkens een door het instituut afgenomen examen voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde aanvullende eisen van bekwaamheid voor het geven van scholing educatieve maatregel, die naar gelang van de te geven scholing educatieve maatregel kunnen verschillen. 2021 197 23-04-2021 07-04-2021 35293 2021 197 23-04-2021 07-04-2021 35293 24-04-2021 Artikel VII van Stb. 2021/197 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2002 250 30-05-2002 18-04-2002 27840 2002 376 18-07-2002 01-08-2002
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikelen 12 14, onderdelen b, c en d 15, eerste lid, onderdelen a en b, tweede en derde lid Ten aanzien van certificaten ten behoeve van het geven van scholing educatieve maatregel zijn de,, en, van overeenkomstige toepassing. 2021 197 23-04-2021 07-04-2021 35293 2021 197 23-04-2021 07-04-2021 35293 24-04-2021 Artikel VII van Stb. 2021/197 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 17, tweede lid, onderdeel a Een certificaat voor het geven van scholing educatieve maatregel verliest zijn geldigheid met ingang van de datum waarop het diploma, bedoeld in, zijn geldigheid verliest. 2021 197 23-04-2021 07-04-2021 35293 2021 197 23-04-2021 07-04-2021 35293 24-04-2021 Artikel VII van Stb. 2021/197 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 24a artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering Indien bij de inof de inbedoelde ambtenaren een ernstig vermoeden bestaat dat de houder van een certificaat voor het geven van rijonderricht niet langer voldoet aan de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen van bekwaamheid doen zij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het instituut onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen. 2 Het instituut besluit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde schriftelijke mededeling, of betrokkene zich al dan niet dient te onderwerpen aan een onderzoek dat erop is gericht na te gaan of hij voldoet aan de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen van bekwaamheid. 3 Voor zover het besluit, bedoeld in het tweede lid, inhoudt dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek wordt daarbij bepaald door welke deskundige of door welke deskundigen het onderzoek zal worden verricht. 4 Het instituut deelt het besluit, bedoeld in het tweede lid, mede aan degene die de schriftelijke mededeling, bedoeld in het eerste lid, heeft gedaan. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 21, tweede lid Degene die zich ingevolge het in, bedoelde besluit dient te onderwerpen aan een onderzoek is, behoudens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde uitzonderingen, verplicht de daartoe vereiste medewerking te verlenen. 2 Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde medewerking besluit het instituut onverwijld tot ongeldigverklaring van het certificaat van de houder. Het instituut bepaalt daarbij op welke in het certificaat aangeduide motorrijtuigcategorie of motorrijtuigcategorieën de ongeldigverklaring betrekking heeft. 3 artikel 24a artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering Het instituut deelt het besluit mede aan de inen de inbedoelde ambtenaren. 4 De ongeldigverklaring is van kracht met ingang van de dag na de dag waarop de beschikking tot ongeldigverklaring is bekendgemaakt. 5 Zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden, zendt de houder van het ongeldig verklaarde certificaat dat certificaat aangetekend aan het instituut of levert dat certificaat in bij het instituut. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020 Abusievelijk is voor het tweede lid, tweede volzin, een
wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 21, tweede lid Het onderzoek vindt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na de datum van bekendmaking van het in, bedoelde besluit plaats. 2 De deskundige deelt de uitslag van het onderzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken nadat het onderzoek is voltooid, schriftelijk mede aan het instituut, alsmede aan betrokkene. 3 Het instituut besluit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van de uitslag van het onderzoek, of hij het certificaat op grond van de uitslag al dan niet ongeldig verklaart. 4 Artikel 22, derde, vierde en vijfde lid Voor zover het besluit bedoeld in het derde lid, inhoudt dat het certificaat ongeldig wordt verklaard, wordt daarbij bepaald op welke in het certificaat aangeduide motorrijtuigcategorie of motorrijtuigcategorieën de ongeldigverklaring betrekking heeft., is van toepassing. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 24a artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering Degene die rijonderricht dan wel scholing educatieve maatregel geeft is verplicht het hem afgegeven certificaat op eerste vordering van de inof de inbedoelde ambtenaren aan die ambtenaren behoorlijk ter inzage af te geven. 2 artikel 24a artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering Indien rijonderricht dan wel scholing educatieve maatregel wordt gegeven in een motorrijtuig is degene die rijonderricht geeft onderscheidenlijk de docent educatieve maatregel verplicht dit motorrijtuig op eerste vordering van de inof de inbedoelde ambtenaren te doen stilhouden en het hem afgegeven certificaat aan die ambtenaren behoorlijk ter inzage af te geven. 3 artikel 24a artikel 141 van het Wetboek van strafvordering De ambtenaren, bedoeld inen de ambtenaren, bedoeld in, die de beschikking krijgen over een certificaat dat zijn geldigheid heeft verloren, nemen dat certificaat in en: a. artikelen 15, eerste lid 22, tweede lid 23, derde lid geleiden het certificaat indien dat op grond van de,, of, ongeldig is verklaard door naar het instituut, en b. vernietigen het certificaat in de overige gevallen. 2021 197 23-04-2021 07-04-2021 35293 2021 197 23-04-2021 07-04-2021 35293 24-04-2021 Artikel VII van Stb. 2021/197 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de door Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 24b — Artikel 24b#
Artikel 24b Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 7 Overtreding vanwordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie. 2 Het in het eerste lid strafbaar gestelde feit is een overtreding. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 7 Bij veroordeling wegens overtreding vankan de rechter de openbaarmaking van zijn uitspraak gelasten. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen wegens overtreding van: a. artikel 16 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht , van ten hoogste het bedrag dat is bepaald voor de tweede categorie, bedoeld in; b. artikelen 15, derde lid 22, vijfde lid artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht de, en, van ten hoogste het bedrag dat is bepaald voor de eerste categorie, bedoeld in. 2019 6 18-01-2019 19-12-2018 34182 2020 38 07-02-2020 29-01-2020 01-04-2020
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2008 432 11-11-2008 24-10-2008 31278 2009 217 26-05-2009 06-05-2009 01-06-2009 Door vernummering vervallen. Door Stb. 2008/432 vernummerd tot art. 27.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2008 432 11-11-2008 24-10-2008 31278 2009 217 26-05-2009 06-05-2009 01-06-2009
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2008 432 11-11-2008 24-10-2008 31278 2009 217 26-05-2009 06-05-2009 01-06-2009 Artikel II van Stb. 2008/432 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30a — Artikel 30a#
Artikel 30a Vervallen 2008 432 11-11-2008 24-10-2008 31278 2009 217 26-05-2009 06-05-2009 01-06-2009
Artikel 30b — Artikel 30b#
Artikel 30b Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur. 1996 276 31-05-1996 24-05-1996 24496 1996 279 31-05-1996 30-05-1996 01-06-1996 Artikel 8b kan volgens artikel 7, eerste lid en artikel 8,
eerste lid van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden in
beperkte en in algemene noodtoestand in werking worden gesteld.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2008 432 11-11-2008 24-10-2008 31278 2009 217 26-05-2009 06-05-2009 01-06-2009
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 1993 418 07-07-1993 22062 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Staatsblad Deze wet kan worden aangehaald als "Wet rijonderricht motorrijtuigen" met vermelding van het jaartal van hetwaarin zij zal worden geplaatst. 1993 418 07-07-1993 22062 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995