Wet van 16 november 1995, houdende het opnieuw vaststellen van de Wet toezicht effectenverkeer in verband met de uitvoering van de richtlijn betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten en van de richtlijn betreffende de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen
- BWB-id
- BWBR0007657
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-10-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007657
- ELI
- /eli/nl/wet/1995/wet-toezicht-effectenverkeer-1995
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1995/wet-toezicht-effectenverkeer-1995/2022-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007657&g=2022-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007657&z=2026-06-06&g=2022-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007657/2022-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1995/wet-toezicht-effectenverkeer-1995
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt - voor zover niet anders is bepaald - verstaan onder: a. effecten: 1°. aandeelbewijzen, schuldbrieven, winst- en oprichtersbewijzen, optiebewijzen, warrants, en soortgelijke waardepapieren; 2°. rechten van deelgenootschap, opties, rechten op overdracht op termijn van goederen, inschrijvingen in aandelen- en schuldregisters, en soortgelijke, al dan niet voorwaardelijke, rechten; 3°. certificaten van waarden als hiervoor bedoeld; 4°. recepissen van waarden als hiervoor bedoeld; b. vervallen; c. vervallen; d. vervallen; e. effectenbeurs: een markt die aan regels is onderworpen en die bestemd is voor het bijeenbrengen van vraag en aanbod van effecten; f. vervallen; g. vervallen; h. vervallen; i. vervallen; j. vervallen; k. vervallen; l. vervallen; m. vervallen; n. Onze Minister: Onze Minister van Financiën; o. artikel 217, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek openbaar bod: een door middel van een openbare mededeling gedaan aanbod als bedoeld inbuiten een besloten kring, op effecten, dan wel een uitnodiging tot het doen van een aanbod, buiten een besloten kring, op effecten, waarbij de bieder het oogmerk heeft deze effecten te verwerven; p. bieder: een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap, dan wel enig naar buitenlands recht daarmee vergelijkbaar lichaam of samenwerkingsverband, door wie of namens wie al dan niet tezamen met een of meer andere natuurlijke personen, rechtspersonen, vennootschappen of daarmee vergelijkbare lichamen of samenwerkingsverbanden een openbaar bod wordt voorbereid of uitgebracht, dan wel is uitgebracht; q. vervallen. 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Geen effecten in de zin van deze wet zijn: a. waarden die uitsluitend het karakter van betaalmiddel dragen; b. appartementsrechten. 1995 574 05-12-1995 16-11-1995 23874 1995 646 28-12-1995 14-12-1995 31-12-1995
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a Vervallen 2006 15 12-01-2006 22-12-2005 30138 2006 16 12-01-2006 22-12-2005 20-01-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Vervallen 2008 476 20-11-2008 25-09-2008 31093 2008 579 24-12-2008 16-12-2008 01-01-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Vervallen 2007 202 12-06-2007 24-05-2007 30419 2007 390 23-10-2007 16-10-2007 28-10-2007
Artikel 6b — Artikel 6b#
Artikel 6b Vervallen 2007 202 12-06-2007 24-05-2007 30419 2007 390 23-10-2007 16-10-2007 28-10-2007
Artikel 6c — Artikel 6c#
Artikel 6c Vervallen 2007 202 12-06-2007 24-05-2007 30419 2007 390 23-10-2007 16-10-2007 28-10-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1998 483 06-08-1998 01-07-1998 25670 1999 31 28-01-1999 25-01-1999 01-02-1999
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 15b — Artikel 15b#
Artikel 15b Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 18b — Artikel 18b#
Artikel 18b Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 26A — Artikel 26A#
Artikel 26A Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 6a, derde lid artikel 7, tweede lid, onder h, i of j artikel 18a, eerste lid artikelen 3, eerste en vierde lid 4 5 eerste lid, tweede volzin, aanhef en onderdelen b en c, en derde lid 5a, eerste en vierde lid 6a, tweede en derde lid 6b 11, eerste lid 18a, eerste lid 18b, tweede lid hoofdstuk XII Indien Onze Minister vaststelt dat een instelling waarvan effecten zijn aangeboden of zullen worden aangeboden, degene die deze effecten aanbiedt, een bieder, bestuurder, commissaris of functionaris als bedoeld in, een effecteninstelling, niet zijnde een instelling als bedoeld in, of een instelling als bedoeld in, de bij of krachtens de,,,,,,,,, onderscheidenlijk de ingestelde regels niet naleeft, vestigt hij daarop de aandacht van de betrokkene. 2 Zonodig doet Onze Minister de mededeling, bedoeld in het eerste lid, vergezeld gaan van dan wel volgen door een aanwijzing om ten aanzien van met name aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten. 3 Degene tot wie de in het tweede lid bedoelde aanwijzing is gericht volgt deze aanwijzing op binnen een door Onze Minister te bepalen termijn. 4 Vervallen. 5 Vervallen. 6 Vervallen. 7 Vervallen. 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 28b — Artikel 28b#
Artikel 28b Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 28c — Artikel 28c#
Artikel 28c Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Onze Minister kan bij: a. vervallen; b. vervallen; c. vervallen; d. vervallen; e. vervallen; f. vervallen; g. vervallen; h. vervallen; i. vervallen; j. vervallen; k. vervallen; l. vervallen; m. vervallen; n. vervallen. o. artikel 25, eerste lid aanvragers van een ontheffing als bedoeld in; p. vervallen; q. vervallen; 2 Degene van wie de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, worden verlangd, verstrekt deze binnen de door Onze Minister te stellen termijn. 3 artikelen 5:12 5:13 5:15 5:16 5:17 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 36, eerste lid Ten aanzien van de personen die door Onze Minister zijn belast met het inwinnen van inlichtingen of met de uitoefening van andere taken en bevoegdheden die Onze Minister heeft op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde, zijn de,,,,envan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien een onderzoek als bedoeld in, wordt ingesteld, degene bij wie het onderzoek wordt ingesteld en die niet ingevolge deze wet onder toezicht staat, slechts is gehouden tot het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden. 4 artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister is bevoegd tot overeenkomstige toepassing vanten aanzien van de in het derde lid bedoelde personen. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 de artikelen 33, eerste lid a 33, eerste lid Gegevens en inlichtingen die ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde omtrent afzonderlijke ondernemingen of instellingen zijn verstrekt of zijn verkregen en gegevens en inlichtingen die van een instantie als bedoeld in, of, zijn ontvangen, worden niet gepubliceerd en zijn geheim. 2 de artikelen 33, eerste lid a 33, eerste lid Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge deze wet verstrekt of van een instantie als bedoeld in, of, ontvangen, of van gegevens of inlichtingen, bij het onderzoek van zakelijke gegevens en bescheiden verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist. 3 Wetboek van Strafvordering Het eerste en tweede lid laten, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het. 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 66 van de Faillissementswet Het eerste en tweede lid laten evenzo, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van heten vandie betrekking hebben op het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen omtrent een effecteninstelling die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden. De vorige volzin is niet van toepassing in geval van gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op ondernemingen of instellingen die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging de desbetreffende effecteninstelling in staat te stellen haar bedrijf voort te zetten. 5 In afwijking van het eerste en tweede lid kan Onze Minister met gebruikmaking van gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem ingevolge deze wet opgedragen taak, mededelingen doen mits deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke ondernemingen of instellingen. 6 artikel 22 In afwijking van het eerste, tweede en vijfde lid kan Onze Minister gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem ingevolge deze wet opgedragen taak verstrekken aan de houder van een op grond vanerkende effectenbeurs met het oog op de controle op de naleving van de voor die effectenbeurs te hanteren regels. Op de aldus verstrekte gegevens of inlichtingen zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 33a — Artikel 33a#
Artikel 33a Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 33b — Artikel 33b#
Artikel 33b Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 33c — Artikel 33c#
Artikel 33c Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikelen 8 10 18 22 25 26 26a 27 28a, vierde lid 41 42 45 46b, derde lid, onder c, en vijfde lid 46d 48a 48b, derde lid 48c, derde lid 48m, tweede lid artikelen 4 5 5a 6c 18b Taken en bevoegdheden die Onze Minister op grond van deze wet heeft, kunnen, met uitzondering van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,,,,, en, en met uitzondering van het verlenen van een vrijstelling als bedoeld in de,,,en, bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van deze wet jegens Onze Minister als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon of rechtspersonen. 2 Een overdracht als bedoeld in het eerste lid vindt slechts plaats indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende vereisten voldoet: a. hij dient in staat te zijn de in het eerste lid bedoelde taken en bevoegdheden naar behoren te vervullen; b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon dat een onafhankelijke vervulling van de in het eerste lid bedoelde taken en bevoegdheden zoveel mogelijk is gewaarborgd; c. de statuten van de rechtspersoon dienen te bepalen dat de benoeming, de schorsing en het ontslag van de bestuurders van de rechtspersoon geschiedt door Onze Minister. 3 Aan de overdracht, bedoeld in het eerste lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. 4 Onze Minister kan aan een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid voorschriften geven ter uitvoering van richtlijnen inzake het effectenverkeer van de Raad van de Europese Unie dan wel van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk. 5 De rechtspersoon of rechtspersonen brengt onderscheidenlijk brengen eenmaal per jaar, uiterlijk op 1 mei, verslag uit aan Onze Minister over de uitoefening van de overgedragen taken en bevoegdheden in het voorgaande kalenderjaar. Dit verslag wordt door de zorg van Onze Minister openbaar gemaakt, met dien verstande dat gegevens met betrekking tot afzonderlijke ondernemingen en instellingen niet openbaar worden gemaakt zonder hun schriftelijke toestemming. 6 Indien ingevolge het eerste lid taken en bevoegdheden zijn overgedragen aan een of meer rechtspersonen, kan of kunnen deze worden gehoord alvorens: a. artikel 22 een erkenning als bedoeld inwordt verleend of ingetrokken; b. de artikelen 24, tweede lid 27, tweede lid voorschriften als bedoeld in, en, worden gegeven; c. artikel 25 een ontheffing als bedoeld inwordt verleend of ingetrokken; d. artikel 26a een verklaring van geen bezwaar als bedoeld inwordt verleend, gewijzigd of ingetrokken; e. artikel 45, vierde lid een termijn als bedoeld in, wordt bepaald. 7 De rechtspersoon aan wie een advies als bedoeld in het zesde lid wordt gevraagd, is verplicht dit advies uit te brengen. 8 De rechtspersoon of rechtspersonen verstrekt onderscheidenlijk verstrekken Onze Minister desgevraagd de inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van voorgenomen wettelijke voorschriften en algemene beleidsvoornemens, voor zover deze betrekking hebben op het effectenverkeer. 2006 569 23-11-2006 28-09-2006 30336 2006 571 23-11-2006 31-10-2006 31-12-2006
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 40, eerste lid Het is een rechtspersoon als bedoeld in, verboden zijn statuten te wijzigen zonder voorafgaande toestemming van Onze Minister. De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 40 Onze Minister kan een toestemming als bedoeld in het eerste lid weigeren indien de statuten na de wijziging onvoldoende zouden zijn afgestemd op het bepaalde in. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2012 250 14-06-2012 24-05-2012 33057 2012 263 19-06-2012 05-06-2012 01-01-2013
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanis voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank Rotterdam bevoegd. 2 artikelen 3 tot en met 4 hoofdstuk II A artikel 48c artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht Op een besluit op grond van deze wet terzake van de regels, gesteld bij of krachtens deof, met uitzondering van een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in, isniet van toepassing. 3 artikelen 3 tot en met 4 Hoofdstuk IIA artikel 48c In afwijking van het eerste lid is voor beroepen tegen besluiten terzake van de regels, gesteld bij of krachtens deof, met uitzondering van besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in, het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevoegd. 2022 345 07-09-2022 22-08-2022 36003 2022 364 21-09-2022 16-09-2022 01-10-2022
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 45a — Artikel 45a#
Artikel 45a Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 45b — Artikel 45b#
Artikel 45b Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 45c — Artikel 45c#
Artikel 45c Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 45d — Artikel 45d#
Artikel 45d Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 46a — Artikel 46a#
Artikel 46a Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 46b — Artikel 46b#
Artikel 46b Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 47a — Artikel 47a#
Artikel 47a Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 47b — Artikel 47b#
Artikel 47b Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 47c — Artikel 47c#
Artikel 47c Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 47d — Artikel 47d#
Artikel 47d Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 47e — Artikel 47e#
Artikel 47e Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 47f — Artikel 47f#
Artikel 47f Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 48a — Artikel 48a#
Artikel 48a 1 artikel 40, eerste lid Onze Minister is bevoegd aan een rechtspersoon waaraan ingevolge, taken en bevoegdheden zijn overgedragen de gegevens of inlichtingen te vragen die naar zijn oordeel nodig zijn voor een onderzoek naar de toereikendheid van deze wet of de wijze waarop de rechtspersoon deze wet uitvoert of heeft uitgevoerd, indien dat ter wille van het bedrijfseconomisch toezicht nodig blijkt. 2 artikel 31, eerste en tweede lid De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, is verplicht aan Onze Minister de in het eerste lid bedoelde gegevens of inlichtingen te verstrekken. Indien Onze Minister de rechtspersoon vraagt bepaalde gegevens of inlichtingen te verstrekken die onder, vallen, is de rechtspersoon niet verplicht deze gegevens of inlichtingen te verstrekken, indien: a. artikel 7, eerste lid deze betrekking hebben op of herleidbaar zijn tot een afzonderlijke rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon, met uitzondering van gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op of herleidbaar zijn tot een afzonderlijke effecteninstelling waaraan een vergunning als bedoeld in, is verleend of waarvan die vergunning is ingetrokken of vervallen, en waaraan surséance van betaling is verleend of die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden; b. deze betrekking hebben op ondernemingen of instellingen die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging een effecteninstelling in staat te stellen haar bedrijf voort te zetten; of c. artikel 33, eerste lid deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in, of zijn verkregen naar aanleiding van een verificatie bij een in een andere staat gelegen bijkantoor van een in Nederland gevestigde effecteninstelling, tenzij de uitdrukkelijke instemming is verkregen van die instantie onderscheidenlijk van de toezichthoudende autoriteit van de staat waar de verificatie ter plaatse is verricht. 3 Onze Minister is bevoegd een derde op te dragen de gegevens of inlichtingen die hem ingevolge het tweede lid zijn verstrekt te onderzoeken en aan hem verslag uit te brengen. Tevens kan Onze Minister de derde die in zijn opdracht handelt, machtigen namens hem gegevens of inlichtingen in te winnen, in welk geval het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing zijn. 4 Onze Minister mag de gegevens of inlichtingen die hij ingevolge het tweede of derde lid heeft verkregen uitsluitend gebruiken voor het vormen van zijn oordeel over de toereikendheid van deze wet of de wijze waarop de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, deze wet uitvoert of heeft uitgevoerd. 5 Onze Minister en degenen die in zijn opdracht handelen zijn verplicht tot geheimhouding van de op grond van het tweede lid, tweede volzin, ontvangen gegevens of inlichtingen. Artikel 31, eerste en tweede lid, is van toepassing. 6 Niettegenstaande het vierde en vijfde lid kan Onze Minister de aan de gegevens of inlichtingen ontleende bevindingen en de daaruit getrokken conclusies aan de Staten-Generaal mededelen en de conclusies in algemene zin uit het onderzoek openbaar maken. 7 Wet open overheid Wet Nationale ombudsman titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht De, deenzijn niet van toepassing met betrekking tot de in dit artikel bedoelde gegevens of inlichtingen die Onze Minister of de in zijn opdracht werkende derde onder zich heeft. 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 01-05-2022
Artikel 48b — Artikel 48b#
Artikel 48b 1 artikelen 3, eerste en vierde lid, 4, tweede lid 5, derde lid 5a, vierde lid 6, tweede lid 6a, eerste en derde lid 6b 6c, tweede lid 7, eerste, derde, vierde en zevende lid 10, tweede lid 11, eerste en tweede lid 11a, eerste en tweede lid 12, tweede en vierde lid 13, eerste lid, tweede volzin, vijfde, zesde, zevende en negende lid 15, tweede lid 16, eerste, zevende, achtste en tiende lid 17, eerste lid 18, tweede lid 18a, eerste lid 18b, tweede lid 19, derde lid 21, zesde lid 22, eerste en derde lid 23 24, eerste en derde lid 26a, eerste, vijfde, zesde en negende lid 28, derde en zesde lid, onder a 28c, tweede, derde en vierde lid 28a, tweede en vierde lid 29a, tweede en vierde volzin 36, tweede lid 37, tweede lid 46, negende lid 46b, eerste lid, onder d 47, eerste tot en met vijfde, zevende en achtste lid 47a, eerste tot en met derde lid 47c, eerste en derde lid 47e 47f 48, eerste en tweede lid Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en. 2 artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid 5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht De, enzijn van toepassing. 3 Onze Minister kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 48c — Artikel 48c#
Artikel 48c 1 de artikelen 3, eerste en vierde lid, 4, tweede lid 5, eerste lid, tweede volzin, aanhef en onderdelen b en c, en derde lid 5a, eerste en vierde lid 6, tweede lid 6a, eerste en derde lid 6b 6c, tweede lid 7, eerste, derde, vierde en zevende lid 10, tweede lid 11, eerste en tweede lid 11a, eerste tot en met vijfde lid 12, tweede en vierde lid 13, eerste lid, tweede volzin, vijfde lid, zesde lid, eerste volzin, zevende en negende lid 14, eerste en vierde lid 15, tweede lid 15a, eerste, tweede en derde lid 15b, eerste en tweede lid 16, eerste, zevende, achtste en tiende tot en met twaalfde lid 17, eerste lid 18, tweede lid 18a, eerste lid 18b, tweede lid 19, derde lid 21, zesde lid 22, eerste, derde en vijfde lid 23 24, eerste en derde lid 26a, eerste, vijfde, zesde en negende lid 28, derde en zesde lid, onder a 28c, tweede, derde en vierde lid 28a, tweede en vierde lid 29, tweede en derde lid 29a, tweede en vierde volzin 36, tweede lid 37, tweede lid 39, derde lid 46, eerste, derde en negende lid 46a, eerste en tweede lid 46b, eerste lid 47, eerste, tweede, vijfde, zevende en achtste lid 47a, eerste tot en met derde lid 47c, eerste en derde lid 47d, derde lid 47e 47f 48, eerste en tweede lid artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, voor zover het betreft het voorschrift vanen het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden,,,,, voor zover het betreft het voorschrift op grond vaninzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden,,,,,,,,,enen de artikelen 26, vijfde lid, 30 en 34 van de prospectusverordening. 2 artikel 40, eerste lid De bestuurlijke boete komt toe aan de staat. Voor zover Onze Minister met toepassing van, de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete heeft overgedragen aan een rechtspersoon, komt de boete toe aan die rechtspersoon. 3 Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid. 2006 569 23-11-2006 28-09-2006 30336 2006 571 23-11-2006 31-10-2006 31-12-2006
Artikel 48d — Artikel 48d#
Artikel 48d 1 bijlage Het bedrag van de boete wordt bepaald op de wijze, voorzien in de, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt. 2 bijlage Debepaalt bij elke daarin omschreven overtreding het bedrag van de deswege op te leggen boete. 3 bijlage Dekan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd. 4 bijlage Onze Minister kan het bedrag van de boete lager stellen dan in deis bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is. 5 artikelen 3, eerste en vierde lid 5, eerste lid, tweede volzin, aanhef en onderdelen b en c 6a, derde lid 7, vierde lid 11, eerste lid en tweede lid 11a, vijfde lid 17, eerste lid 18a, eerste lid Voor overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van de,,,,,,, of, wordt het bedrag van de boete bepaald op de wijze als voorzien in die algemene maatregel van bestuur. Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing. 2006 569 23-11-2006 28-09-2006 30336 2006 571 23-11-2006 31-10-2006 31-12-2006
Artikel 48e — Artikel 48e#
Artikel 48e Degene jegens wie door Onze Minister een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem wegens een overtreding een boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd. 1999 509 09-12-1999 28-10-1999 25821 1999 588 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 48f — Artikel 48f#
Artikel 48f 1 Indien Onze Minister voornemens is een boete op te leggen, geeft hij de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. 2 afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht bijlage artikel 48d In afwijking van, stelt Onze Minister de betrokkene in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, tenzij het een overtreding betreft die in deof de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in, is aangewezen. 1999 509 09-12-1999 28-10-1999 25821 1999 588 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 48g — Artikel 48g#
Artikel 48g 1 Onze Minister legt de boete op bij beschikking. 2 De beschikking vermeldt in ieder geval: a. het feit terzake waarvan de boete wordt opgelegd, alsmede het overtreden voorschrift; b. het bedrag van de boete en de gegevens op basis waarvan dit bedrag is bepaald; en c. artikel 48i, eerste lid de termijn, bedoeld in, waarbinnen de boete moet worden betaald. 1999 509 09-12-1999 28-10-1999 25821 1999 588 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 48h — Artikel 48h#
Artikel 48h 1 De werking van de beschikking tot oplegging van een boete wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. 2 artikel 48f, tweede lid In afwijking van het eerste lid wordt de werking van de beschikking tot oplegging van een boete voor een overtreding die op grond van, is aangewezen, opgeschort totdat de bezwaartermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt, op het bezwaar is beslist. 1999 509 09-12-1999 28-10-1999 25821 1999 588 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 48i — Artikel 48i#
Artikel 48i 1 De boete wordt betaald binnen zes weken na de inwerkingtreding van de beschikking waarbij zij is opgelegd. 2 artikel 48f, tweede lid De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop sedert de bekendmaking van de beschikking zes weken zijn verstreken, tenzij het een overtreding betreft die op grond van, is aangewezen. 3 Indien de boete niet tijdig is betaald, stuurt Onze Minister schriftelijk een aanmaning om binnen twee weken de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, alsnog te betalen. De aanmaning bevat de aanzegging, dat de boete, voor zover deze niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, overeenkomstig het derde lid zal worden ingevorderd. 4 Bij gebreke van tijdige betaling kan Onze Minister de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning en van de invordering, bij dwangbevel invorderen. 5 Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het. 6 Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door het instellen van een vordering tegen de rechtspersoon die de boete heeft opgelegd bij de burgerlijke rechter. 7 Het verzet schorst de tenuitvoerlegging niet, tenzij de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding desgevraagd anders beslist. 8 Het verzet kan niet worden gegrond op de stelling dat de boete ten onrechte of op een te hoog bedrag is vastgesteld. 2016 290 21-07-2016 13-07-2016 34212 2017 174 04-05-2017 01-05-2017 01-09-2017 Artikel CIX van Stb. 2016/290 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 48j — Artikel 48j#
Artikel 48j 1 artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht De bevoegdheid een boete op te leggen vervalt indien ter zake van de overtreding een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge. 2 artikel 48c Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een overtreding als bedoeld invervalt, indien Onze Minister ter zake van die overtreding reeds een boete heeft opgelegd. 1999 509 09-12-1999 28-10-1999 25821 1999 588 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 48k — Artikel 48k#
Artikel 48k 1 De bevoegdheid een boete op te leggen vervalt drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan. 2 De termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij een boete wordt opgelegd. 1999 509 09-12-1999 28-10-1999 25821 1999 588 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 48l — Artikel 48l#
Artikel 48l De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgaande onderzoek. 1999 509 09-12-1999 28-10-1999 25821 1999 588 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 48m — Artikel 48m#
Artikel 48m 1 artikel 31, eerste en tweede lid Met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten, kan Onze Minister, onverminderd, het feit ter zake waarvan de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd, het overtreden voorschrift, alsmede de naam, het adres en de woonplaats van degene aan wie de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd, ter openbare kennis brengen. 2 Onze Minister kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. 1999 509 09-12-1999 28-10-1999 25821 1999 588 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 48n — Artikel 48n#
Artikel 48n 1 artikel 31 Onze Minister kan, in afwijking van, teneinde de naleving van deze wet te bevorderen ter openbare kennis brengen: a. zijn weigering om een aangevraagde vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar te verlenen, wanneer deze weigering niet meer in beroep kan worden getroffen en de aanvrager handelt als was hem de vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar verleend; b. artikel 3, eerste of vierde lid het feit dat degene die effecten aanbiedt en op wie naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in, van toepassing is, in strijd handelt met dat verbod; c. artikel 7, eerste lid het feit dat een effecteninstelling waarop naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in, van toepassing is, niet over een vergunning beschikt; d. artikel 10 het feit dat degene waarop een vrijstelling als bedoeld invan toepassing is, zich niet houdt aan de voorschriften die aan die vrijstelling zijn verbonden; e. artikel 22, eerste lid het feit dat de houder van een effectenbeurs waarop naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in, van toepassing is, niet over een erkenning of ontheffing beschikt; of f. artikel 25 het feit dat de houder van een effectenbeurs waarop een vrijstelling als bedoeld invan toepassing is, zich niet houdt aan de voorschriften die aan die vrijstelling zijn verbonden; g. artikel 28, tweede lid artikelen 6a, tweede of derde lid 6b 18a, eerste lid 18b, tweede lid artikel 47, eerste lid, eerste volzin, en vijfde lid zijn aanwijzing als bedoeld in, ter zake van het niet naleven van de regels gesteld bij of krachtens de,,,of. 2005 346 12-07-2005 23-06-2005 29827 2005 466 22-09-2005 14-09-2005 01-10-2005
Artikel 48o — Artikel 48o#
Artikel 48o artikel 48n Degene jegens wie door Onze Minister een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat Onze Minister zijn handelen of nalaten op grond vanter openbare kennis zal brengen, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 48p — Artikel 48p#
Artikel 48p 1 artikel 48n Onze Minister geeft, indien hij voornemens is op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen, de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. 2 artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht In aanvulling op, is Onze Minister niet gehouden de betrokkene in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 48q — Artikel 48q#
Artikel 48q artikel 48n De beschikking om op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen vermeldt in ieder geval: het feit dat ter openbare kennis wordt gebracht; de wijze waarop het feit ter openbare kennis wordt gebracht; en de termijn waarna het feit ter openbare kennis wordt gebracht. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 48r — Artikel 48r#
Artikel 48r artikel 48n Tenzij de bevordering van de naleving van deze wet geen uitstel toelaat, wordt de werking van de beschikking om op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 48s — Artikel 48s#
Artikel 48s artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vantreedt de beschikking in werking op de dag waarop het feit ter openbare kennis is gebracht zonder dat de werking voor de duur van de beroepstermijn of, indien beroep is ingesteld, van het beroep wordt opgeschort, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 48t — Artikel 48t#
Artikel 48t 1 artikel 48n artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht De bevoegdheid om op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen vervalt indien ter zake van het feit een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge. 2 artikel 48m Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een feit als bedoeld invervalt, indien Onze Minister het feit reeds ter openbare kennis heeft gebracht. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 48u — Artikel 48u#
Artikel 48u 1 artikel 48n De bevoegdheid om op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen vervalt drie jaren na de dag waarop het feit heeft plaats gehad. 2 De termijn bedoeld in het eerste lid wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij het feit ter openbare kennis wordt gebracht. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 48v — Artikel 48v#
Artikel 48v artikel 48n De werkzaamheden in verband met het op grond vanter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van het feit en het daaraan voorafgaande onderzoek. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht effectenverkeer 1995. 1995 574 05-12-1995 16-11-1995 23874 1995 646 28-12-1995 14-12-1995 31-12-1995
Artikel 48d#
artikel 48d, eerste lid
Artikel Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Hoofdstuk XII B Voor de overtredingen genoemd in tabel 1 en tabel 2, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet, zijn de boetebedragen vastgesteld als volgt: Tariefnummer: Bedrag (vast tarief): 1. € 453 2. € 907 2a. € 1 815 3. € 5 445 4. € 21 781 5. € 87 125
Artikel Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 In tabel 1 zijn die bepalingen genoemd die zich uitsluitend richten tot vergunninghoudende effecteninstellingen c.q. erkende effectenbeurzen (natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen). In tabel 2 zijn die bepalingen opgesomd die zich in beginsel tot een ieder (al dan niet instellingen/beurzen) richten. 2 Onder eigen vermogen wordt in dit verband verstaan: – ingeval van rechtspersonen en vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid, voor zover dezen een jaarrekening opstellen: het eigen vermogen zoals dat blijkt uit de jaarrekening; – in geval van vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid, voor zover dezen geen jaarrekening opstellen: het privévermogen van de gezamenlijke vennoten, zoals dat blijkt uit hun laatste aangifte voor de vermogensbelasting; en – in geval van natuurlijke personen (eenmanszaken): het privévermogen zoals dat blijkt uit zijn laatste aangifte voor de vermogensbelasting. 1. Indien een boete wordt opgelegd voor het overtreden van een bepaling als genoemd in tabel 1, is bij de vaststelling van de hoogte van deze boete de volgende categorie-indeling naar eigen vermogen van toepassing met de daarbij behorende factor: Categorie-indeling normgeadresseerden Categorie I: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van minder dan € 136 100; Factor: 1; Categorie II: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 136 100 maar minder dan € 272 300; Factor: 2; Categorie III: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 272 300 maar minder dan € 453 800; Factor: 3; Categorie IV: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 453 800 maar minder dan € 4 538 000; Factor: 4; Categorie V: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschapppen met een eigen vermogen van ten minste € 4 538 000; Factor: 5. artikel 1 2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, bedoeld in, te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de categorie naar eigen vermogen, bedoeld in het eerste lid. 3. Indien de gegevens omtrent het eigen vermogen niet aan Onze Minister beschikbaar zijn gesteld, kan Onze Minister aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door hem te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing. artikel 18b, tweede lid 4. Indien een boete wordt opgelegd voor het overtreden van, is in afwijking van het eerste lid de volgende categorie-indeling met de daarbij behorende factoren van toepassing: 5. Voor de toepassing van het tweede en derde lid wordt voor instellingen als bedoeld in het vierde lid, onder a, c en d, onder «eigen vermogen» verstaan «balanstotaal». artikel 7, tweede lid, onder a artikel 188d, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 artikel 93d, eerste lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf voor instellingen als bedoeld in: de categorie-indeling van artikel 2 van de bijlage, bedoeld inonderscheidenlijk de categorie-indeling van artikel 2 van de bijlage, bedoeld in; in artikel 7, tweede lid, onder f artikel 33d, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen voor instellingen als bedoeld: de categorie-indeling van artikel 2 van de bijlage, bedoeld in; artikel 7, tweede lid, onder k artikel 23c, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet artikel 21c, eerste lid, van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling voor instellingen als bedoeld in: de categorie-indeling van artikel 2 van de bijlage, bedoeld inonderscheidenlijk de categorie-indeling van artikel 2 van de bijlage, bedoeld in; artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, onderscheidenlijk onderdeel c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 artikel 90d, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 artikel 7, tweede lid, onder h voor kredietinstellingen of financiële instellingen als bedoeld in, niet zijnde een instelling als bedoeld in: de categorie-indeling van artikel 2 van de bijlage, bedoeld in.
Artikel Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 48f, tweede lid Op grond van, behoeft de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 of 2 is vastgesteld. Tabel 1 Tabel 2 Tabel 1 Overtreding van voorschriften, gesteld bij artikel: Tariefnummer: 6, tweede lid 3 7, derde lid 4 7, zevende lid 3 11a, eerste lid 1 11a, tweede lid 1 12, tweede lid 4 12, vierde lid 4 13, eerste lid, tweede volzin 1 13, vijfde lid 1 13, zesde lid, eerste volzin 1 13, zevende lid 4 13, negende lid 1 14, eerste lid 1 14, vierde lid 4 15, tweede lid 2 15a, eerste lid 1 15a, tweede lid 1 15b, eerste lid 1 15b, tweede lid 1 15b, vierde lid 1 16, twaalfde lid 2 18b, tweede lid 3 19, derde lid 3 21, zesde lid 1 22, derde lid 3 23 3 24, eerste lid 3 24, derde lid 3 28, derde lid 4 28a, tweede lid 4 28a, vierde lid 4 28c, vierde lid 3 29, tweede lid 3 artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht 29, derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van 3 36, tweede lid 3 37, tweede lid 3 39, derde lid 3 46a, eerste lid 5 47, eerste lid, eerste volzin 5 47, eerste lid, tweede volzin 3 47, tweede lid 3 47, vijfde lid 5 47, zevende lid 2a 47a, eerste lid 4 47c, eerste lid 4 47d, derde lid 3 47e, eerste lid 4 47e, derde lid 3 47e, vierde lid 3 47e, vijfde lid 4 47f 2a 48, eerste lid 3 48, tweede lid, tweede volzin 3 Tabel 2 Overtreding van voorschriften, gesteld bij artikel: Tariefnummer: 3, eerste lid 5 3, vierde lid 5 4, tweede lid 3 5, eerste lid, tweede volzin, aanhef en onderdelen b en c 4 5, derde lid 3 5a, eerste lid 4 5a, vierde lid 3 6a, eerste lid 5 6b 5 6c, tweede lid 4 7, eerste lid 5 10, tweede lid 3 11a, derde lid 3 11a, vierde lid 3 11a, vijfde lid 3 16, eerste lid 3 16, zevende lid 3 16, achtste lid 3 16, tiende lid 3 16, elfde lid 3 18, tweede lid 3 22, eerste lid 4 22, vijfde lid 3 26a, eerste lid 3 26a, vijfde lid 3 26a, zesde lid 3 26a, negende lid 3 28, zesde lid, onder a 3 28c, tweede lid 3 28c, derde lid 3 29, tweede lid 3 artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht 29, derde lid, voor zover het betreft het voorschrift vanen het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden 3 29a, tweede en vierde volzin 3 36, tweede lid 3 37, tweede lid 3 46, eerste lid 5 46, derde lid 5 46, negende lid 4 46a, tweede lid 5 46b, eerste lid 5 47e, zesde lid 4 26, vijfde lid, prospectusverordening 4 30 prospectusverordening 4 34 prospectusverordening 4