Wet van 24 juni 1993, houdende bepalingen inzake de rusttijden van bemanningsleden, de samenstelling van de bemanning en de vaartijden van schepen op binnenwateren
- BWB-id
- BWBR0006029
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2008-10-01 t/m 2009-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006029
- ELI
- /eli/nl/wet/1995/wet-vaartijden-en-bemanningssterkte-binnenvaart
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1995/wet-vaartijden-en-bemanningssterkte-binnenvaart/2008-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006029&g=2008-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006029&z=2026-06-06&g=2008-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006029/2008-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1995/wet-vaartijden-en-bemanningssterkte-binnenvaart
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: a. Onze Ministers: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; b. bemanningslid: een ieder, die zich als schipper, stuurman, machinist, volmatroos, matroos-motordrijver, matroos, of lichtmatroos aan boord van een schip bevindt; c. werkgever: 1°. degene jegens wie de gezagvoerend schipper krachtens arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van arbeid, behalve indien die gezagvoerend schipper aan een derde ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van arbeid, welke die derde gewoonlijk doet verrichten; 2°. degene aan wie de gezagvoerend schipper ter beschikking is gesteld voor het verrichten van arbeid, bedoeld onder 1°; 3°. degene die zonder werkgever in de zin van 1° of 2° te zijn, de gezagvoerend schipper onder zijn gezag arbeid doet verrichten; d. binnenwateren: de wateren die in Nederland zijn gelegen binnen een langs de Nederlandse kust gaande, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen lijn; e. d schip: een binnenschip of een ander vaartuig dat de onderbedoelde wateren bevaart, alsmede een drijvend werktuig; f. zeeschip: een schip dat voor de vaart op zee is toegelaten en daartoe over de geldige certificaten beschikt; g. d Arbeidstijdenbesluit drijvend werktuig: een drijvend bouwsel met mechanische installaties, dat is bestemd om op de onderbedoelde wateren te worden gebruikt, zoals een baggermolen, een elevator, een bok of een kraan, met uitzondering van baggerwerkzaamheden als bedoeld in het. h. Trb. Herziene Rijnvaartakte: de op 17 oktober 1868 te Mannheim tot stand gekomen Herziene Rijnvaartakte, met Bijlagen en slotprotocol, (1955, 161), zoals deze sedertdien is gewijzigd; i. havensleepboot: vaartuig met eigen mechanische aandrijving dat voor het slepen, het duwen of het assisteren van zeeschepen is gebouwd of uitgerust; j. Wet bescherming persoonsgegevens verwerken van persoonsgegevens, onderscheidenlijk verantwoordelijke: hetgeen daaronder wordt verstaan in de. 2001 180 19-04-2001 05-04-2001 26410 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001 Treedt in werking als de Wet bescherming persoonsgegevens in
werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het bij of krachtens deze wet bepaalde is van toepassing op schepen op binnenwateren. 1993 368 24-06-1993 22494 1994 897 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 1995 598 19-12-1995 23-11-1995 23646 1995 600 19-12-1995 04-12-1995 01-01-1996
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Deze wet is niet van toepassing met betrekking tot: a. vlotten; b. schepen, bestemd tot het redden van drenkelingen; c. schepen van de krijgsmacht; d. schepen, bestemd of gebezigd voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen, met een laadvermogen van minder dan 15 ton; e. 3 schepen, niet bestemd of gebezigd voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen, met een waterverplaatsing van minder dan 15 m, niet zijnde veren en niet zijnde schepen, bestemd of gebezigd voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan 12 personen, buiten de bemanning; f. schepen, bestemd of gebezigd voor het bedrijfsmatig vervoer van 12 of minder personen, buiten de bemanning, niet zijnde veren; g. schepen, waarmede uitsluitend niet-beroepsmatig wordt gevaren; h. zeevissersschepen; i. zeeschepen, niet zijnde havensleepboten, 1°. artikelen 10, eerste lid 11, van de Scheepvaartverkeerswet die gebruik dienen te maken van de diensten van een loods en zich bevinden op de scheepvaartwegen, bedoeld in de, en, op de Westerschelde, haar mondingen of op het Kanaal van Gent naar Terneuzen, met uitzondering van zeeschepen die zich bevinden op de scheepvaartweg van Rotterdam tot aan Gorinchem; 2°. artikel 10, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 10, derde lid, van die wet die van de loodsplicht zijn vrijgesteld op grond vanof artikel 9, tweede lid van het Scheldereglement, of waarvoor ontheffing is verleend op grond van, of artikel 9, vierde lid, van dat reglement en zich bevinden op de scheepvaartwegen, bedoeld onder 1°; 3°. die zich bevinden in de haven van Scheveningen. 2008 313 31-07-2008 10-07-2008 30867 2008 366 23-09-2008 04-09-2008 01-10-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 In het belang van de arbeidsbescherming en de veiligheid van de vaart kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld inzake: a. de toestand waarin bemanningsleden geen arbeid mogen verrichten; b. de naleving van de rusttijden van bemanningsleden. c. de vaartijden van schepen; d. de samenstelling van de minimumbemanning op de onderscheiden scheepstypen en bij de onderscheiden exploitatiewijzen, alsmede de aan bemanningsleden te stellen eisen; e. c de bevoegdheid van ambtenaren tot het stellen van eisen met betrekking tot het bepaalde in onderdeel; f. verplichtingen omtrent het registreren of doen registreren van gegevens ten behoeve van het toezicht dan wel de douanecontrole op de naleving van krachtens deze wet gegeven voorschriften. 2 De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid, wordt niet gedaan dan nadat de beide kamers der Staten-Generaal hiervan kennis hebben genomen. 3 Ter uitvoering van bij of krachtens de maatregel, bedoeld in het eerste lid, gestelde regels worden persoonsgegevens betreffende de gezondheid verwerkt. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde te kunnen beoordelen of een bemanningslid voldoet of niet meer voldoet aan de bij of krachtens de maatregel gestelde vereisten betreffende de lichamelijke geschiktheid. Onze Minister is verantwoordelijke voor deze verwerking. 2008 112 15-04-2008 03-04-2008 30979 2008 287 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Artikel XLVII van Stb. 2008/112 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ter uitvoering van de Herziene Rijnvaartakte regels gesteld betreffende: a. de vaartijden en bemanningssterkte en de hiermee verband houdende eisen voor schepen en voor uitrustingsstukken van schepen die de Rijn in Nederland, met inbegrip van de Waal en de Lek, bevaren; b. de afgifte van de met de in onderdeel a bedoelde regels samenhangende documenten; c. de procedure van typegoedkeuring van uitrustingsstukken van schepen die de in onderdeel a genoemde scheepvaartwegen bevaren; d. de instellingen en bedrijven en de erkenning daarvan, die de installatie of reparatie verrichten van uitrustingsstukken van schepen die de in onderdeel a genoemde scheepvaartwegen bevaren; e. de instellingen en de autoriteiten in Nederland die belast zijn met de uitvoering van deze regels. 2002 19 17-01-2002 20-12-2001 27886 2002 19 17-01-2002 20-12-2001 27886 01-04-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, eerste lid Onze Minister kan ten aanzien van bepaalde groepen van bemanningsleden dan wel van bepaalde categorieën schepen, vrijstelling verlenen van het krachtens, bepaalde. 2 Staatscourant Een vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden. Een vrijstelling wordt in debekend gemaakt. 3 Een vrijstelling kan worden ingetrokken wanneer: a. een of meer der redenen waarom zij is verleend is of zijn vervallen en b. zich na de verlening zodanige feiten of omstandigheden voordoen dat, indien deze ten tijde van de verlening bekend waren geweest, de vrijstelling niet of niet in die vorm zou zijn verleend. 4 De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geldt niet met betrekking tot schepen en de zich aan boord daarvan bevindende bemanningsleden waarop de bij of krachtens de Herziene Rijnvaartakte gegeven regelen van toepassing zijn. 1995 598 19-12-1995 23-11-1995 23646 1995 600 19-12-1995 04-12-1995 01-01-1996
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 5, eerste lid Onze Minister kan ontheffing verlenen van het krachtens, bepaalde. 2 Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 3 Artikel 6, derde en vierde lid , zijn van overeenkomstige toepassing. Een ontheffing kan voorts worden ingetrokken indien een of meer van de daaraan verbonden voorschriften niet wordt of worden nageleefd. 1995 598 19-12-1995 23-11-1995 23646 1995 600 19-12-1995 04-12-1995 01-01-1996
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 5, eerste lid, onderdeel d Tegen een eis als bedoeld in, kan een belanghebbende administratief beroep instellen bij Onze Minister. 1995 598 19-12-1995 23-11-1995 23646 1995 600 19-12-1995 04-12-1995 01-01-1996
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Onze Minister stelt de vergoeding vast die verschuldigd is voor de kosten van de stukken, bij of krachtens deze wet opgemaakt alsmede de vergoeding, verschuldigd voor de kosten van de behandeling van een ontheffingsaanvraag. 1995 598 19-12-1995 23-11-1995 23646 1995 600 19-12-1995 04-12-1995 01-01-1996
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Onze Minister pleegt overleg over de hoofdlijnen van het beleid inzake de onderwerpen de uitvoering van deze wet betreffende met de naar zijn oordeel representatieve organisaties van ondernemers en werknemers in de binnenvaart. 1995 598 19-12-1995 23-11-1995 23646 1995 600 19-12-1995 04-12-1995 01-01-1996
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet en de Herziene Rijnvaartakte bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen onder hem ressorterende ambtenaren. 2 Indien andere dan de in het eerste lid bedoelde ambtenaren worden aangewezen, die ressorteren onder een andere minister, wordt het besluit tot aanwijzing van die ambtenaren genomen door Onze Minister, in overeenstemming met die andere minister. 2008 112 15-04-2008 03-04-2008 30979 2008 287 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Artikel XLVII van Stb. 2008/112 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1993 690 23-12-1993 23258 1994 897 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 5, eerste lid, onderdelen a tot en met d artikel 5, eerste lid, onderdeel f artikelen 6, tweede lid 7, tweede lid De gezagvoerend schipper en diens werkgever zijn verplicht tot naleving van de krachtens, gestelde regels en onderdeel e, gestelde eisen alsmede van de tot de gezagvoerend schipper en diens werkgever gerichte, krachtens, gestelde regels en de krachtens de, en, aan een vrijstelling onderscheidenlijk ontheffing verbonden voorschriften. 2 artikel 5, eerste lid, onderdelen a en f artikelen 6, tweede lid 7, tweede lid Een bemanningslid is verplicht tot naleving van de tot hem gerichte krachtens, gestelde regels en de tot hem gerichte krachtens de, en, aan een vrijstelling onderscheidenlijk ontheffing verbonden voorschriften. 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 31-12-1997
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 16 Handelen of nalaten in strijd met een verplichting voortvloeiend uitwordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. 2 De feiten, strafbaar gesteld in het eerste lid, zijn overtredingen. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikelen 179 tot en met 182 184 van het Wetboek van Strafrecht artikel 11 Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet en de bij de Herziene Rijnvaartakte strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd, belast de inbedoelde ambtenaren, voor zover zij in door Onze Minister aangewezen gevallen, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, zijn aangewezen. Met de opsporing van de bij de Herziene Rijnvaartakte strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd, voorts belast de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in deen, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2002 19 17-01-2002 20-12-2001 27886 2002 19 17-01-2002 20-12-2001 27886 01-04-2002
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikelen 5:13 5:15 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 18 Deentot en metzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de inbedoelde ambtenaren. 2 artikel 18 De inbedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1993 368 24-06-1993 22494 1994 897 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Deze wet kan worden aangehaald als Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart. 1993 368 24-06-1993 22494 1994 897 15-12-1994 01-01-1995