Wet van 18 mei 1995, houdende regeling van de vergoeding voor de werkzaamheden, de secundaire voorzieningen en de kostenvergoedingen van de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, alsmede van de toelage en de andere voorzieningen van de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
- BWB-id
- BWBR0007402
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007402
- ELI
- /eli/nl/wet/1995/wet-vergoedingen-leden-eerste-kamer
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1995/wet-vergoedingen-leden-eerste-kamer/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007402&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007402&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007402/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1995/wet-vergoedingen-leden-eerste-kamer
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. kamerlid: lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal; c. voorzitter: voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal; d. fractievoorzitter: kamerlid waarvan door de voorzitter is vastgesteld dat dat lid voorzitter is van een fractie, dan wel enig lid is van een fractie; e. griffier: de griffier van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. 2017 98 23-03-2017 08-03-2017 34626 2017 227 09-06-2017 29-05-2017 01-07-2017
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze wet is niet van toepassing op kamerleden die het ambt van minister of staatssecretaris bekleden. 1995 291 06-06-1995 18-05-1995 24089 1995 291 06-06-1995 18-05-1995 24089 13-06-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 hoofdstukken II III Deenzijn niet van toepassing op de voorzitter. 1995 291 06-06-1995 18-05-1995 24089 1995 291 06-06-1995 18-05-1995 24089 13-06-1995
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikelen 4 tot en met 6 artikel 10 artikel X 10 van de Kieswet Deenvan deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op het kamerlid aan wie ingevolgetijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte. 2006 418 21-09-2006 07-09-2006 30229 2006 449 10-10-2006 26-09-2006 11-10-2006
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b De kamerleden maken hun nevenfuncties openbaar door terinzagelegging van een opgave bij de griffie van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. 2010 122 23-03-2010 15-03-2010 30693 2010 122 23-03-2010 15-03-2010 30693 24-03-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De kamerleden ontvangen een vergoeding van € 2.867,80 per maand voor de werkzaamheden die voortvloeien uit de vervulling van het lidmaatschap van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. 2024 17611 05-06-2024 03-06-2024 2024-0000313310 2024 17611 05-06-2024 03-06-2024 2024-0000313310 01-07-2024
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 4 7, eerste lid 8 De kamerleden ontvangen een eindejaarsuitkering van 8,3 procent van de som van de vergoedingen, bedoeld in,, en. 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 10-07-2021 01-01-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Indien voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een eenmalige uitkering is overeengekomen en daarbij is bepaald dat deze uitkering een algemeen karakter draagt, ontvangen de kamerleden een uitkering op gelijke voet. 2 artikel 4 artikelen 7, eerste lid 8 Indien de hoogte van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, afhankelijk is van de hoogte van de vergoeding, bedoeld in, wordt bij de vaststelling hiervan rekening gehouden met een verhoging van de vergoedingen, bedoeld in de, en. 2019 177 16-05-2019 24-04-2019 35072 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet
normalisering rechtspositie ambtenaren in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 4 artikel 4 De fractievoorzitters ontvangen voor de duur van hun voorzitterschap per jaar een toelage gelijk aan 1,2% van de vergoeding, bedoeld in, en een toelage gelijk aan 0,4% van deze vergoeding voor elk lid dat de fractie buiten de fractievoorzitter telt. De toelagen tezamen bedragen ten hoogste 6,4% van de vergoeding, bedoeld in. 2 Voor de toepassing van het eerste lid stelt de voorzitter vast: a. het aantal leden van een fractie; b. de duur van het fractievoorzitterschap. 1997 250 26-06-1997 30-05-1997 25160 1997 250 26-06-1997 30-05-1997 25160 26-06-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 4 De eerste en tweede ondervoorzitter ontvangen een toelage gelijk aan 3,5% respectievelijk 2,4% van de vergoeding, bedoeld in, en de overige ondervoorzitters ontvangen een toelage gelijk aan 1,2% van deze vergoeding. 2 artikel 4 artikel 4 Voor de eerste ondervoorzitter die gedurende meer dan 60 dagen onafgebroken de functie van de voorzitter waarneemt, wordt de vergoeding, genoemd in, voor die tijd in plaats van het bedrag, genoemd in het eerste lid, verhoogd met 17,4% van de vergoeding, bedoeld in. 1997 250 26-06-1997 30-05-1997 25160 1997 250 26-06-1997 30-05-1997 25160 26-06-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 4 artikel 2, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer Staatscourant Het bedrag, genoemd in, wordt bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijzigingen die de schadeloosstelling, bedoeld in, ondergaat. Onze Minister maakt het nieuwe bedrag bekend in de. 2010 122 23-03-2010 15-03-2010 30693 2010 122 23-03-2010 15-03-2010 30693 24-03-2010
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 De Kamerleden die uit hoofde van hun lidmaatschap van de Eerste Kamer der Staten-Generaal een functie vervullen in een internationale parlementaire assemblee, deelnemen aan vergaderingen die voortvloeien uit voor nationale parlementen geldende verplichtingen uit hoofde van Europese of internationale verdragen dan wel anderszins uit hoofde van een uit het lidmaatschap van de Eerste Kamer der Staten-Generaal voortvloeiende verplichting deel te nemen aan vergaderingen met leden van andere nationale parlementen en voor deelname aan deze vergaderingen geen honorering ontvangen, ontvangen daarvoor een vergoeding op grond van dit artikel. 2 artikel 4 De vergoeding bedraagt per vergaderdag 25% van de vergoeding berekend op grond van. 2011 531 18-11-2011 27-10-2011 32581 2011 531 18-11-2011 27-10-2011 32581 19-11-2011
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Kamerleden ontvangen een bedrag van € 5.005,58 per jaar waarmee zij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 2 artikel 9 artikel 106, eerste lid, van de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd met inachtneming van de procentuele wijzigingen, bedoeld in, in het voorafgaande jaar en van wijzigingen in dat jaar van berekeningselementen van de bedragen, die op grond vanworden ingehouden, ter zake van aanspraken bij arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden, op de schadeloosstelling van een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 01-01-2026
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 2 van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer artikel 11, eerste lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer De voorzitter ontvangt een toelage die gelijk is aan de helft van de schadeloosstelling, bedoeld in, vermeerderd met de helft van de toelage, genoemd in. 2 a Artikel 3van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer is van overeenkomstige toepassing. 1997 250 26-06-1997 30-05-1997 25160 1997 250 26-06-1997 30-05-1997 25160 26-06-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11, eerste lid artikel 2, eerste lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer De voorzitter ontvangt een eindejaarsuitkering van 8,3 procent, berekend over de toelage, bedoeld in, verminderd met het ingenoemde percentage. 2 Artikel 2a, eerste lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer is van overeenkomstige toepassing. 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 10-07-2021 01-01-2020
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 17, eerste lid Ten behoeve van het woon-werkverkeer en dienstreizen van de voorzitter kan in plaats van de voorziening, bedoeld in, een dienstauto ter beschikking worden gesteld. 2 artikel 17, eerste lid Op een daartoe strekkend advies van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid kan aan de voorzitter in plaats van de voorziening, bedoeld in, voor de duur van het voorzitterschap een dienstauto met chauffeur ter beschikking worden gesteld voor zowel zakelijk als privégebruik. 3 De prijs per kilometer van de dienstauto, bedoeld in het eerste of tweede lid, bedraagt niet meer dan € 0,82 exclusief BTW, berekend op de grondslag van een gebruiksduur van twee jaar en 60 000 gereden kilometers per jaar. 4 Het bedrag, genoemd in het derde lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het prijsindexcijfer jaargemiddelde operationele autolease inclusief brandstof, zoals door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerd, over het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemde datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer over het jaar daaraan voorafgaand. 5 De prijs per kilometer wordt berekend aan de hand van de formule (((n / (l/12)) + o + f + g + h + p) / m) + i, waarin: n = (((a-c)/1,19) + (b/1,19) + c) – (d/1,19) afschrijving over looptijd (inclusief belasting van personenauto's en motorrijwielen en exclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting)); o = ((d/1,19) x e) + ((n/2) x e) rente per jaar; p = ((k/1,19) x (m/100) x j) brandstofkosten per jaar; en: a = consumentenprijs inclusief accessoires af fabriek (inclusief belasting van personenauto's en motorrijwielen en belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting)); b = consumentenprijs van accessoires achteraf en/of door derden (inclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting)); c = totale belasting van personenauto's en motorrijwielen; d = totale marktconforme restwaarde inclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting) en belasting van personenauto's en motorrijwielen; e = rentetarief in procenten; f = administratiekosten inclusief management fee per jaar doch exclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting) (of interne kosten ingeval niet wordt uitbesteed); g = houderschapsbelasting per jaar; h = het in het kader van het omslagstelsel door het Bureau Schade Afwikkeling vastgestelde bedrag; i = prijs van reparatie, onderhoud en banden exclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting); j = brandstofverbruik in liters per 100 kilometer; k = tarief bij brandstofsoort inclusief belasting over de toegevoegde waarde (omzetbelasting); l = looptijd in maanden; m = jaarkilometrage. 6 artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet De dienstauto, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt slechts in gebruik genomen nadat is vastgesteld dat aan de voorschriften van het tweede tot en met vierde lid is voldaan, tenzij afwijking van deze voorschriften noodzakelijk is om redenen van veiligheid of wegens een individuele werkplekanalyse, verricht of getoetst door een deskundige persoon als bedoeld in. Artikel 14, tweede lid, onderdelen b en c, van de Arbeidsomstandighedenwet is in het tweede geval van overeenkomstige toepassing. 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 01-01-2026
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a 1 artikel 13, tweede lid Indien aan de voorzitter op grond van, een dienstauto ter beschikking is gesteld, ontvangt hij een maandelijkse vergoeding voor de door hem verschuldigde loonbelasting over het privégebruik van de dienstauto. De vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule: waarin: M = het bedrag van de vergoeding; CAT = de catalogusprijs van de dienstauto, met inbegrip van BTW en BPM, verminderd met het deel van de catalogusprijs, met inbegrip van BTW en BPM, dat toerekenbaar is aan buitengewone beveiligingsmaatregelen; artikel 13bis, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 P = het toepasselijke percentage, genoemd in; artikel 20a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 T = het hoogste van de in de tarieftabel vanopgenomen percentages. 2 artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 Aangewezen als een eindheffingsbestanddeel als bedoeld inwordt: a. de maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid; b. Wet op de loonbelasting 1964 het tot het belastbare loon in de zin van devan de voorzitter behorend voordeel ter zake van de dienstauto toerekenbaar aan buitengewone beveiligingsmaatregelen. 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 10-07-2021
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2007 149 26-04-2007 08-03-2007 30903 2007 149 26-04-2007 08-03-2007 30903 27-04-2007
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers In dit artikel wordt onder wet verstaan:. 2 De wet is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter met inachtneming van het derde tot en met het zesde lid. 3 De voorzitter wordt voor de overeenkomstige toepassing van de wet gelijkgesteld met een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 4 artikel 134 van de wet In afwijking van het derde lid vindt verrekening van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf met de uitkering als afgetreden voorzitter plaats overeenkomstig. 5 artikel 130, derde lid, van de wet In afwijking van het derde lid geldt ten aanzien van de voorzitter een deeltijdfactor als bedoeld invan één tweede. 6 artikel 11, eerste lid artikel 160 van de wet Op de toelage, bedoeld in, en op de uitkering overeenkomstig de wet als afgetreden voorzitter worden bedragen ingehouden overeenkomstig de regelen, te stellen bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in. 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 10-07-2021
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De kamerleden ontvangen een vergoeding voor aan de uitoefening van het kamerlidmaatschap verbonden kosten die € 3.364,33 per jaar bedraagt. 2 artikel X 10 van de Kieswet Het kamerlid aan wie ingevolgetijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt een onkostenvergoeding ter hoogte van de helft van het in het eerste lid genoemde bedrag. 3 Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande jaar. 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 01-01-2026
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De kamerleden ontvangen ter vergoeding van reiskosten een bedrag van € 3640 per jaar. 2 Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt aangepast bij ministeriële regeling overeenkomstig de wijziging in de vergoeding die voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor dienstreizen in een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen voor het gebruik van een eigen motorvoertuig indien openbaar vervoer niet mogelijk of niet doelmatig is. 3 De griffier stelt ten laste van de Eerste Kamer op aanvraag de noodzakelijke faciliteiten ten behoeve van vervoer en verblijf ter beschikking in verband met buitenlandse dienstreizen die een kamerlid in het kader van de uitoefening van het kamerlidmaatschap maakt. 2019 177 16-05-2019 24-04-2019 35072 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet
normalisering rechtspositie ambtenaren in werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De kamerleden ontvangen ter vergoeding van verblijfkosten een bedrag waarvan de hoogte afhankelijk is van de afstand van de woonplaats van het kamerlid of het door het kamerlid bewoonde deel van de woonplaats tot het gebouw van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. 2 Het in het eerste lid bedoelde bedrag bedraagt bij: 0 km: € 565,01 per jaar; 10 km: € 5.625,74 per jaar; 75 km: € 11.253,74 per jaar; 150 km en meer: € 18.287,61 per jaar. Het bedrag behorende bij de afstanden, afgerond op hele kilometers, tussen de in bovenstaand schema genoemde afstanden, wordt berekend naar evenredigheid met het verschil tussen de in het schema aangegeven bedragen bij de naasthogere en naastlagere afstand. 3 De bedragen, genoemd in het tweede lid, worden jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst overeengekomen vergoeding van verblijfkosten van dienstreizen. 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 2025 40678 17-12-2025 12-12-2025 2025-0000660061 01-01-2026
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a 1 artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen De griffier kent een kamerlid dat naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, ten laste van de Eerste Kamer op aanvraag een voorziening toe als bedoeld indan wel een financiële vergoeding daarvoor. 2 artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Het gestelde bij of krachtensis van overeenkomstige toepassing. 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 10-07-2021
Artikel 18b — Artikel 18b#
Artikel 18b De griffier stelt ten laste van de Eerste Kamer aan een kamerlid voor de duur van diens kamerlidmaatschap informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking, daarbij inbegrepen de abonnementen, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het kamerlidmaatschap. 2017 98 23-03-2017 08-03-2017 34626 2017 227 09-06-2017 29-05-2017 01-07-2017
Artikel 18c — Artikel 18c#
Artikel 18c De voorzitter treft voor de kamerleden een voorziening voor bedrijfsgeneeskundige zorg. 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 10-07-2021
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 Ten aanzien van een kamerlid van wie de arbeidsverhouding ingevolgevoor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, worden als eindheffingsbestanddeel als bedoeld inaangewezen: a. artikel 16, eerste lid de vergoeding, bedoeld in; b. artikel 17, eerste lid het bedrag, bedoeld in; c. artikel 18, eerste lid het bedrag, bedoeld in; d. artikel 18b de verstrekkingen, bedoeld in; e. artikel 18a, eerste lid een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in. 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 10-07-2021 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a Vervallen 2012 551 13-11-2012 01-11-2012 33224 2011 611 20-12-2011 01-12-2011 32783 01-01-2015 2013 566 23-12-2013 18-12-2013 33753 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 39c van de Wet op
de loonbelasting 1964 vervalt. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2009/611 gesteld op 1 januari 2014.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikelen 4 7, eerste lid 8 10, eerste lid 11, eerste lid 16, eerste lid 17 18, tweede lid De bedragen, bedoeld in de,,,,,,en, worden voor 1995 naar evenredigheid aangepast, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet. 1995 291 06-06-1995 18-05-1995 24089 1995 291 06-06-1995 18-05-1995 24089 13-06-1995
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Stb. Stb. De wet van 25 juni 1969 tot regeling van de vergoeding van de kosten, welke uit de vervulling van het lidmaatschap van de Eerste Kamer der Staten-Generaal voortvloeien (1969, 300) en de wet van 12 november 1975 tot nadere vaststelling toelage Voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal (1975, 657), worden ingetrokken. 1995 291 06-06-1995 18-05-1995 24089 1995 291 06-06-1995 18-05-1995 24089 13-06-1995
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 a artikel 2 van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer Artikel 4van de wet van 25 juni 1969 tot regeling van de vergoeding van de kosten, welke uit de vervulling van het lidmaatschap van de Eerste Kamer der Staten-Generaal voortvloeien, blijft van kracht ten aanzien van wijzigingen welke vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet in de hoogte van de schadeloosstelling, bedoeld in, worden aangebracht. 1995 291 06-06-1995 18-05-1995 24089 1995 291 06-06-1995 18-05-1995 24089 13-06-1995
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Deze wet treedt in werking met ingang van 13 juni 1995. 1995 291 06-06-1995 18-05-1995 24089 1995 291 06-06-1995 18-05-1995 24089 13-06-1995
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Deze wet wordt aangehaald als: Wet vergoedingen leden Eerste Kamer. 1995 291 06-06-1995 18-05-1995 24089 1995 291 06-06-1995 18-05-1995 24089 13-06-1995