Wet van 26 april 1995, houdende wijziging van de Grondwaterwet met betrekking tot voor het onttrekken van grondwater te stellen algemene regels en enige andere onderwerpen
- BWB-id
- BWBR0007366
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1995-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007366
- ELI
- /eli/nl/wet/1995/wijzigingswet-grondwaterwet-algemene-regels-voor-het-onttrek
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1995/wijzigingswet-grondwaterwet-algemene-regels-voor-het-onttrek/1995-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007366&g=1995-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007366&z=2026-06-06&g=1995-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007366/1995-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1995/wijzigingswet-grondwaterwet-algemene-regels-voor-het-onttrek
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 268 18-05-1995 26-04-1995 23233 1995 329 27-06-1995 14-06-1995 01-07-1995
Artikel II — Artikel II#
Artikel II 1 artikel 15, eerste lid, van de Grondwaterwet Bepalingen in provinciale verordeningen die op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, in strijd zijn met, blijven gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet van kracht, tenzij zij eerder met die bepaling in overeenstemming zijn gebracht. 2 artikel 15, eerste lid, van de Grondwaterwet a a, c d artikel 15, tweede lid, onderen, van de Grondwaterwet Bepalingen in provinciale verordeningen die op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, in strijd zijn met, blijven buiten toepassing voor onttrekkingen als bedoeld in, die de in die onderdelen genoemde grenzen overschrijden en die na de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn aangevangen. 3 artikel 15 a artikel 15, tweede lid, van de Grondwaterwet artikel 15, eerste lid, van de Grondwaterwet Indien als gevolg van het in overeenstemming brengen van bepalingen in provinciale verordeningen met, eerste lid, enop het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende verordening een vergunning als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van die wet wordt vereist voor een onttrekking die voordien geregeld heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van een vrijstelling ingevolge, kan binnen een bij die verordening te bepalen termijn een vergunning worden aangevraagd overeenkomstig artikel 16 van die wet. Een zodanige onttrekking kan, op dezelfde wijze en in dezelfde mate, worden voortgezet gedurende een bij de verordening te bepalen termijn dan wel, indien een vergunning is aangevraagd, tot het tijdstip waarop de op de aanvraag gegeven beschikking onherroepelijk wordt. De in dit lid bedoelde termijnen kunnen verschillen naar gelang de omvang van de onttrekkingen. 4 b c Artikel 14, eerste lid, onder, van de Grondwaterwet Wet verontreiniging oppervlaktewateren Grondwaterwet Stb. blijft buiten toepassing ten aanzien van een beschikking op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 14 van die wet, welke wordt gegeven met toepassing van artikel II, onder B, van de wet van 23 december 1988, houdende enige wijzigingen van deen de(658). 1995 268 18-05-1995 26-04-1995 23233 1995 329 27-06-1995 14-06-1995 01-07-1995
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1995 268 18-05-1995 26-04-1995 23233 1995 329 27-06-1995 14-06-1995 01-07-1995