Wet van 18 januari 1996, betreffende de kwaliteit van zorginstellingen
- BWB-id
- BWBR0007850
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2015-01-01 t/m 2015-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007850
- ELI
- /eli/nl/wet/1996/kwaliteitswet-zorginstellingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1996/kwaliteitswet-zorginstellingen/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007850&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007850&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007850/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1996/kwaliteitswet-zorginstellingen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. zorg: een en ander met uitzondering van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zorg; 1°. Zorgverzekeringswet Wet langdurige zorg zorg als omschreven bij of krachtens deen de; 2°. artikel 36 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg hulp waarbij handelingen worden verricht als bedoeld in, die niet vallen onder zorg als bedoeld onder 1°; b. instelling: het organisatorisch verband dat strekt tot de verlening van zorg; c. zorgaanbieder: 1°. de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, die een instelling in stand houdt; 2°. de natuurlijke personen of rechtspersonen, die gezamenlijk een instelling vormen; d. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Bij algemene maatregel van bestuur kan, indien het belang van de bevordering van de kwaliteit van zorg dit vereist, een vorm van hulp worden aangewezen als zorg in de zin van deze wet, met uitzondering van voorzieningen waarop devan toepassing is. 3 Niet als instelling wordt beschouwd het organisatorisch verband waarbinnen in het kader van de binnen een ander organisatorisch verband verleende zorg, een deel van die zorg wordt verleend. 4 c Indien het betreft een zorgaanbieder als bedoeld in het eerste lid, onder, 2°, richten de uit deze wet voortvloeiende verplichtingen zich tot ieder van de in dat onderdeel bedoelde personen. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015 2014 280 18-07-2014 09-07-2014 33841 2014 281 18-07-2014 09-07-2014 01-01-2015 Artikel 7.6 van Stb. 2014/280 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De zorgaanbieder biedt verantwoorde zorg aan. Onder verantwoorde zorg wordt verstaan zorg van goed niveau, die in ieder geval doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht wordt verleend en die afgestemd is op de reële behoefte van de patiënt. 2 artikel 66b van de Zorgverzekeringswet Personen die de zorg verlenen handelen in overeenstemming met de op hen rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hen geldende professionele standaard, waaronder de overeenkomstigin het openbaar register opgenomen voor hen geldende professionele standaard. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De zorgaanbieder organiseert de zorgverlening op zodanige wijze, voorziet de instelling zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van personeel en materieel, en draagt zorg voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling, dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot een verantwoorde zorg. Hierbij betrekt hij de resultaten van overleg tussen zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiënten/consumentenorganisaties. Voor zover het betreft zorgverlening die verblijf van de patiënt of cliënt in de instelling gedurende tenminste het etmaal met zich brengt, draagt de zorgaanbieder er tevens zorg voor dat in de instelling geestelijke verzorging beschikbaar is, die zoveel mogelijk aansluit bij de godsdienst of levensovertuiging van de patiënten of cliënten. 1996 80 13-02-1996 18-01-1996 23633 1996 185 28-03-1996 08-03-1996 01-04-1996
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 De zorgaanbieder stelt voor zijn medewerkers een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden. 2 artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Onder huiselijk geweld wordt verstaan: huiselijk geweld als bedoeld in. 3 artikel 1.1 van de Jeugdwet Onder kindermishandeling wordt verstaan: kindermishandeling als bedoeld in. 4 De zorgaanbieder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld uit welke elementen een meldcode in ieder geval bestaat. 2014 442 21-11-2014 05-11-2014 33983 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 2014 280 18-07-2014 09-07-2014 33841 2014 281 18-07-2014 09-07-2014 01-01-2015 Artikel 7.6 van Stb. 2014/280 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 Het uitvoeren vanomvat mede de systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van de zorg. 2 Ter uitvoering van het eerste lid draagt de zorgaanbieder, afgestemd op de aard en omvang van de instelling, zorg voor: a. het op systematische wijze verzamelen en registreren van gegevens betreffende de kwaliteit van de zorg; b. het op een zodanige wijze registeren en verzamelen van de gegevens, bedoeld onder a, dat de gegevens voor eenieder vergelijkbaar zijn met gegevens van andere zorgaanbieders van dezelfde categorie; c. a artikel 3 het aan de hand van de gegevens, bedoeld onder, op systematische wijze toetsen in hoeverre de wijze van uitvoering vanleidt tot een verantwoorde zorgverlening; d. artikel 3 het op basis van de uitkomst van de toetsing, bedoeld onder c, zonodig veranderen van de wijze waaropwordt uitgevoerd. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 artikel 8 De zorgaanbieder meldt aan de ingevolgemet het toezicht belaste ambtenaar onverwijld: a. iedere calamiteit die in de instelling heeft plaatsgevonden; b. seksueel misbruik waarbij een patiënt of cliënt dan wel hulpverlener van de instelling is betrokken, uitgezonderd seksueel misbruik van hulpverleners onderling. 2 Onder calamiteit wordt verstaan een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor een patiënt of cliënt van de instelling heeft geleid. 3 Onder seksueel misbruik wordt verstaan grensoverschrijdend seksueel gedrag waarbij sprake is van lichamelijk, geestelijk of relationeel overwicht. 4 Onder hulpverlener wordt verstaan iedere medewerker van een instelling. 2005 216 03-05-2005 07-04-2005 28489 2005 297 16-06-2005 02-06-2005 17-06-2005
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b 1 Onze Minister houdt een openbaar register bij van: Wet toelating zorginstellingen een en ander voor zover zij niet zijn toegelaten ingevolge de. a. artikel 1, eerste lid, onder a, 2° instellingen waarin zorg wordt verleend als bedoeld in, en b. verpleeghuizen en verzorgingshuizen, 2 Een zorgaanbieder die een instelling exploiteert als bedoeld in het eerste lid, dient zich als zodanig te hebben gemeld bij Onze Minister voor inschrijving in het register. Onze Minister stelt regels over de wijze van melding. 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 29-05-2010 Op gedragingen, gepleegd voor 29 mei 2010, blijft deze wet van toepassing zoals deze luidde onmiddellijk voor die datum.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 2 3 4 De zorgaanbieder legt jaarlijks vóór 1 juni per instelling een verslag ter openbare inzage, waarin hij verantwoording aflegt van het beleid dat hij in het afgelopen kalenderjaar heeft gevoerd ter uitvoering van de,enen van de kwaliteit van de zorg die hij in dat jaar heeft verleend. 2 In dat verslag geeft de zorgaanbieder daartoe onder meer aan: a. of en, zo ja, op welke wijze hij patiënten of consumenten bij zijn kwaliteitsbeleid heeft betrokken; b. de frequentie waarmee en de wijze waarop binnen de instelling kwaliteitsbeoordeling plaatsvond en het resultaat daarvan; c. welk gevolg hij heeft gegeven aan klachten en meldingen over de kwaliteit van de verleende zorg. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het verslag. 4 De zorgaanbieder zendt een afschrift van het verslag aan Onze Minister en aan de regionale inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid, alsmede aan de organisatie die in de regio de belangen van de patiënten in algemene zin behartigt. 2005 216 03-05-2005 07-04-2005 28489 2005 297 16-06-2005 02-06-2005 17-06-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 3 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien het niveau van de zorg, verleend in een bij de maatregel aangewezen categorie van instellingen, dit vereist, regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van deen. 2 artikelen 3 4 artikel 2 Indien uitvoering van deenovereenkomstig de op grond van het eerste lid gestelde regels niet blijkt te leiden tot verantwoorde zorg, kunnen bij algemene maatregel van bestuur tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot. 1996 80 13-02-1996 18-01-1996 23633 1996 185 28-03-1996 08-03-1996 01-04-1996
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 2 3 3a 4 4a 4b, tweede lid 5 artikel 8 Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de,,,,,, engestelde eisen en een krachtensgegeven aanwijzing of bevel zijn belast de ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid. 2 De met het toezicht belaste ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner, voor zover de woning deel uitmaakt van een instelling. 3 artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht De met het toezicht belaste ambtenaren zijn, voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is en in afwijking van, bevoegd tot inzage van de patiëntendossiers. Voor zover de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding van het dossier verplicht is, geldt gelijke verplichting voor de betrokken ambtenaar. 2013 142 19-04-2013 14-03-2013 33062 2013 247 28-06-2013 19-06-2013 01-07-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 2 3 3a 4 Indien Onze Minister van oordeel is dat,,ofniet of in onvoldoende mate of op onjuiste wijze wordt nageleefd, kan hij de zorgaanbieder een schriftelijke aanwijzing geven. 2 artikel 2 3 3a 4 In de aanwijzing geeft Onze Minister met redenen omkleed aan welke maatregelen de zorgaanbieder moet nemen met het oog op de naleving van,,of. 3 De aanwijzing bevat de termijn waarbinnen de zorgaanbieder eraan moet voldoen. 4 artikel 7 Indien het nemen van maatregelen in verband met gevaar voor de veiligheid of de gezondheid redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de ingevolgemet het toezicht belaste ambtenaar een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, welke door Onze Minister kan worden verlengd. 5 De zorgaanbieder is verplicht binnen de daarbij gestelde termijn aan de aanwijzing onderscheidenlijk onmiddellijk aan het bevel te voldoen. 6 Mandaat tot het verlengen van de geldigheidsduur van een bevel wordt niet verleend aan een ambtenaar van het Staatstoezicht op de volksgezondheid. 2013 560 20-12-2013 04-12-2013 33507 2014 62 13-02-2014 03-02-2014 15-02-2014
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 artikel 2 artikel 8, eerste lid Indien Onze Minister van oordeel is dat de organisatiestructuur van de zorgaanbieder in ernstige mate afbreuk doet aan het verlenen van verantwoorde zorg als bedoeld in, kan hij de aanwijzing, bedoeld in, in de vorm van een structurele maatregel aan de zorgaanbieder opleggen ten einde voortgaande inbreuk op de kwaliteit van de zorgverlening te voorkomen. 2 Onze Minister geeft een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, niet: a. artikel 21, eerste lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg dan nadat op diens verzoek over de bedrijfskundige gevolgen van de voorgenomen aanwijzing voor de desbetreffende zorgaanbieder een rapport als bedoeld inis uitgebracht door de in dat artikel bedoelde zorgautoriteit, en b. indien het doel om voortgaande inbreuk op de kwaliteit van zorgverlening te voorkomen middels een even effectieve, voor de desbetreffende zorgaanbieder minder belastende maatregel kan worden bereikt. 2013 522 12-12-2013 27-11-2013 33253 2013 592 24-12-2013 17-12-2013 01-01-2014
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 4a 4b, tweede lid 5 Onze Minister is bevoegd een bestuurlijke boete van ten hoogste € 33 500,– op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens,, of. 2 artikel 4a Een gedraging in strijd metis een strafbaar feit indien: a. in de daaraan voorafgaande 24 maanden tweemaal een bestuurlijke boete ter zake van een zelfde gedraging onherroepelijk is opgelegd; of b. de opzettelijke of roekeloze gedraging een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft. 3 Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft degene die een strafbaar feit pleegt als bedoeld in het tweede lid. 4 Een strafbaar feit als bedoeld in het tweede lid is een overtreding. 5 artikel 7, derde lid Onze Minister is bevoegd een last onder dwangsom op te leggen aan de betrokken beroepsbeoefenaar die geen medewerking verleent aan de inzage van patiëntendossiers, bedoeld in. 2010 269 13-07-2010 04-06-2010 32364 2010 269 13-07-2010 04-06-2010 32364 14-07-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikelen 8 8a Onze Minister is bevoegd een last onder bestuursdwang op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is met een krachtens deofgegeven aanwijzing of bevel. 2013 522 12-12-2013 27-11-2013 33253 2013 592 24-12-2013 17-12-2013 01-01-2014
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 29-05-2010 Op gedragingen, gepleegd voor 29 mei 2010, blijft deze wet van toepassing zoals deze luidde onmiddellijk voor die datum.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 29-05-2010 Op gedragingen, gepleegd voor 29 mei 2010, blijft deze wet van toepassing zoals deze luidde onmiddellijk voor die datum.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 29-05-2010 Op gedragingen, gepleegd voor 29 mei 2010, blijft deze wet van toepassing zoals deze luidde onmiddellijk voor die datum.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 29-05-2010 Op gedragingen, gepleegd voor 29 mei 2010, blijft deze wet van toepassing zoals deze luidde onmiddellijk voor die datum.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 29-05-2010 Op gedragingen, gepleegd voor 29 mei 2010, blijft deze wet van toepassing zoals deze luidde onmiddellijk voor die datum.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 29-05-2010 Op gedragingen, gepleegd voor 29 mei 2010, blijft deze wet van toepassing zoals deze luidde onmiddellijk voor die datum.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 29-05-2010 Op gedragingen, gepleegd voor 29 mei 2010, blijft deze wet van toepassing zoals deze luidde onmiddellijk voor die datum.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 29-05-2010 Op gedragingen, gepleegd voor 29 mei 2010, blijft deze wet van toepassing zoals deze luidde onmiddellijk voor die datum.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 29-05-2010 Op gedragingen, gepleegd voor 29 mei 2010, blijft deze wet van toepassing zoals deze luidde onmiddellijk voor die datum.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 29-05-2010 Op gedragingen, gepleegd voor 29 mei 2010, blijft deze wet van toepassing zoals deze luidde onmiddellijk voor die datum.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 2010 191 28-05-2010 15-04-2010 31122 29-05-2010 Op gedragingen, gepleegd voor 29 mei 2010, blijft deze wet van toepassing zoals deze luidde onmiddellijk voor die datum.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 1996 80 13-02-1996 18-01-1996 23633 1996 185 28-03-1996 08-03-1996 01-04-1996
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 1996 80 13-02-1996 18-01-1996 23633 1996 185 28-03-1996 08-03-1996 01-04-1996
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Deze wet wordt aangehaald als: Kwaliteitswet zorginstellingen. 1996 80 13-02-1996 18-01-1996 23633 1996 185 28-03-1996 08-03-1996 01-04-1996