Wet van 21 december 1995, houdende algemene regels ter verzekering van de beveiliging door waterkeringen tegen overstromingen door het buitenwater en regeling van enkele daarmee verband houdende aangelegenheden
- BWB-id
- BWBR0007801
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2008-07-01 t/m 2009-12-21
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007801
- ELI
- /eli/nl/wet/1996/wet-op-de-waterkering
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1996/wet-op-de-waterkering/2008-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007801&g=2008-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007801&z=2026-06-06&g=2008-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007801/2008-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1996/wet-op-de-waterkering
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In het gestelde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder: "Onze Minister": Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; "dijkringgebied": een gebied dat door een stelsel van waterkeringen beveiligd moet zijn tegen overstroming, in het bijzonder bij hoge stormvloed, bij hoog opperwater van een van de grote rivieren, bij hoog water van het IJsselmeer, bij hoog water van het Markermeer of bij een combinatie daarvan; "primaire waterkering": een waterkering, die beveiliging biedt tegen overstroming doordat deze ofwel behoort tot het stelsel dat een dijkringgebied - al dan niet met hoge gronden omsluit, ofwel vóór een dijkringgebied is gelegen; "buitenwater": het oppervlaktewater waarvan de waterstand direct invloed ondergaat bij hoge stormvloed, bij hoog opperwater van een van de grote rivieren, bij hoog water van het IJsselmeer, bij hoog water van het Markermeer of bij een combinatie daarvan; "beheerder": de overheid waarbij de primaire waterkering in beheer is. 2002 304 27-06-2002 18-04-2002 27799 2002 304 27-06-2002 18-04-2002 27799 01-09-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 bijlage I bijlage IA Deze wet is van toepassing op de dijkringgebieden en de primaire waterkeringen welke staan aangegeven op alsenbij deze wet behorende landkaarten. 2 De in het eerste lid bedoelde bijlagen kunnen worden gewijzigd bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister, gehoord de voor de betreffende dijkringgebieden en primaire waterkeringen bevoegde colleges van gedeputeerde staten en beheerders. 3 Een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in het tweede lid, treedt niet eerder in werking dan drie maanden na de datum waarop deze aan beide Kamers der Staten-Generaal is toegezonden. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 bijlage II bijlage IIA Op de bij deze wet behorendeenis voor elk dijkringgebied de veiligheidsnorm aangegeven als gemiddelde overschrijdingskans - per jaar - van de hoogste hoogwaterstand waarop de tot directe kering van het buitenwater bestemde primaire waterkering moet zijn berekend, mede gelet op overige het waterkerend vermogen bepalende factoren. 2 In overeenstemming met en ter vervanging van de overschrijdingskans in de zin van het eerste lid, wordt bij algemene maatregel van bestuur voor elk dijkringgebied de veiligheidsnorm nader aangegeven als de gemiddelde kans per jaar op een overstroming door het bezwijken van een primaire waterkering. 3 Primaire waterkeringen, niet bestemd tot directe kering van het buitenwater, moeten, zolang voor het dijkringgebied waartoe zij behoren geen veiligheidsnorm krachtens het tweede lid is vastgesteld, tenminste gelijke veiligheid bieden als op de datum van inwerkingtreding van deze wet. 4 Artikel 2, tweede en derde lid , is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van de in het eerste lid bedoelde bijlagen en op de vaststelling of wijziging van de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur. 5 bijlage II bijlage IIA Onze Minister zendt elke tien jaar aan de beide Kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de inenaangegeven veiligheidsnorm. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Indien bovenregionale belangen daartoe nopen, wijst Onze Minister waterkeringen, niet zijnde primaire waterkeringen, aan, waarvoor gedeputeerde staten met het oog op het voorkomen van onveilige situaties en ernstige schade binnen een door hem te bepalen termijn een veiligheidsnorm vaststellen. Deze vaststelling geschiedt bij verordening. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Bij ministeriële regeling wordt voor daarbij aan te geven plaatsen vastgesteld van welke relatie tussen hoogwaterstanden en overschrijdingskansen daarvan de beheerder van de betreffende primaire waterkering moet uitgaan bij de bepaling van het waterkerend vermogen daarvan. Bij die vaststelling kunnen tevens waarden worden vastgesteld van andere zodanige factoren. 2 De in het eerste lid bedoelde vaststelling geschiedt telkens voor vijf jaren, voor de eerste maal binnen één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet. 1996 8 09-01-1996 21-12-1995 21195 1996 20 11-01-1996 08-01-1996 15-01-1996
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Onze Minister draagt zorg voor de totstandkoming en verkrijgbaarstelling van technische leidraden voor het ontwerp, het beheer en het onderhoud van primaire waterkeringen. Zij strekken tot aanbeveling ten behoeve van degenen die met het beheer onderscheidenlijk het toezicht zijn belast. 2 Onze Minister kan de vervulling van de in het eerste lid omschreven taak bij in de Staatscourant bekend te maken besluit opdragen aan een door hem ingestelde technische adviescommissie voor de waterkeringen. 3 De verkrijgbaarstelling van leidraden als bedoeld in het eerste lid, wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de door de beheerder te verrichten beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Gedeputeerde staten hebben het toezicht op alle primaire waterkeringen in hun provincie. 2 Indien een primaire waterkering is gelegen in meerdere provincies, kunnen gedeputeerde staten van die provincies bij overeenstemmende besluiten bepalen dat het toezicht op die primaire waterkering wordt uitgeoefend door gedeputeerde staten van de provincie waarin de primaire waterkering in hoofdzaak is gelegen. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 3, eerste of tweede lid artikel 4, eerste lid artikel 4, eerste lid artikel 5a Indien de in, bedoelde veiligheidsnormen, de in, bedoelde hoogwaterstanden, de krachtens, vastgestelde waarden of de krachtensvastgestelde regels wijziging ondergaan, kan bij besluit van Onze Minister worden bepaald door welk bestuursorgaan, op welke wijze en binnen welk tijdsbestek maatregelen met betrekking tot de beveiliging tegen overstroming worden getroffen. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid, isvan toepassing. 3 Het eerste lid wordt niet toegepast dan nadat overleg is gevoerd met het betrokken bestuursorgaan en niet eerder dan vier weken nadat de beide Kamers der Staten-Generaal in kennis zijn gesteld van het voornemen tot het nemen van het besluit. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De aanleg, versterking of verlegging van een primaire waterkering geschiedt overeenkomstig een door de beheerder vastgesteld plan. 2 Het plan bevat: a. de te treffen voorzieningen, gericht op de uitvoering van het werk ten aanzien van een primaire waterkering; b. de te treffen voorzieningen, gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk, voor zover die voorzieningen rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het werk; c. de te treffen voorzieningen ter bevordering van het belang van landschap, natuur of cultuurhistorie, voor zover zij rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het werk. 3 In geval het plan een verlegging van de primaire waterkering inhoudt, kan het de te treffen voorzieningen bevatten met betrekking tot de inpassing in de omgeving van het gebied tussen de plaats waar de oorspronkelijke primaire waterkering is gelegen en de plaats waar de nieuwe primaire waterkering komt te liggen. 4 In de toelichting op het plan wordt aangegeven welke gevolgen aan de uitvoering van het plan zijn verbonden en op welke wijze met de daarbij betrokken belangen rekening is gehouden. 5 afdeling 3.5 artikel 3.33, eerste lid artikel 3.35, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening Het eerste lid is niet van toepassing indien ten aanzien van een in dat lid bedoelde werkzaamheid toepassing wordt gegeven aandan wel, of. 2008 180 03-06-2008 22-05-2008 30938 2008 227 26-06-2008 16-06-2008 01-07-2008
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van het plan isvan toepassing. 2 De terinzagelegging geschiedt tevens ten kantore van de betrokken bestuursorganen. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 7b — Artikel 7b#
Artikel 7b 1 De beheerder stelt het plan vast binnen twaalf weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken. 2 Het plan behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten van de provincie op wier grondgebied het plan wordt uitgevoerd. De beheerder zendt na de vaststelling het plan onverwijld aan gedeputeerde staten. 3 Indien het een primaire waterkering betreft die in meer dan één provincie is gelegen, kunnen gedeputeerde staten van de desbetreffende provincies bij overeenstemmende besluiten bepalen dat gedeputeerde staten van de provincie waarin de primaire waterkering in hoofdzaak is gelegen, belast is met de goedkeuring van het plan. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 7c — Artikel 7c#
Artikel 7c artikel 10:31, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vankan het nemen van een besluit omtrent goedkeuring niet worden verdaagd. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 7d — Artikel 7d#
Artikel 7d 1 Gedeputeerde staten bevorderen een gecoördineerde voorbereiding van de besluiten die nodig zijn ter uitvoering van het plan. 2 Indien het een primaire waterkering betreft die in meer dan één provincie is gelegen, kunnen gedeputeerde staten van de desbetreffende provincies bij overeenstemmende besluiten bepalen dat gedeputeerde staten van een van die provincies de coördinatie van de voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten bevorderen. 3 Gedeputeerde staten kunnen van de andere betrokken bestuursorganen de medewerking vorderen, die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Die bestuursorganen verlenen de van hen gevorderde medewerking. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 7e — Artikel 7e#
Artikel 7e artikel 7d, eerste lid afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van de in, bedoelde besluiten isvan toepassing, met dien verstande dat: a. artikel 3:13, eerste lid, van die wet de ontwerpen van de besluiten binnen een door gedeputeerde staten te bepalen termijn worden toegezonden aan gedeputeerde staten, die zorg dragen voor de inbedoelde toezending; b. artikelen 3:11, eerste lid 3:12 van die wet gedeputeerde staten ten aanzien van de ontwerpen van de besluiten gezamenlijk toepassing kunnen geven aan de, en; c. zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder; d. artikel 3:18 van die wet in afwijking vande besluiten worden genomen binnen een door gedeputeerde staten te bepalen termijn; e. de besluiten onverwijld worden gezonden aan gedeputeerde staten; f. artikel 3:18, tweede lid, van die wet gedeputeerde staten beslissen over de toepassing van. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 7f — Artikel 7f#
Artikel 7f 1 artikel 3.3, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening artikel 7, eerste lid Voor zover een bestemmingsplan voor de uitvoering van werken en werkzaamheden of het treffen van voorzieningen een aanlegvergunning als bedoeld invereist, geldt zodanige eis niet in het gebied dat is begrepen in een vastgesteld plan als bedoeld in. 2 artikel 7d, eerste lid Ten aanzien van de aanvragen tot het nemen van de in, bedoelde besluiten is de beheerder mede bevoegd deze in te dienen bij de bevoegde bestuursorganen. 2008 180 03-06-2008 22-05-2008 30938 2008 227 26-06-2008 16-06-2008 01-07-2008
Artikel 7g — Artikel 7g#
Artikel 7g 1 Indien een bestuursorgaan, uitgezonderd een bestuursorgaan van het Rijk, dat in eerste aanleg bevoegd is te beslissen op een aanvraag tot het nemen van een besluit tot uitvoering van het plan, niet of niet tijdig een ontwerp-besluit op de aanvraag aan gedeputeerde staten zendt, dan wel niet, niet tijdig of niet in overeenstemming met het plan beslist, dan wel een beslissing neemt die naar het oordeel van gedeputeerde staten wijziging behoeft, kunnen gedeputeerde staten een beslissing op de aanvraag nemen. In het laatste geval treedt hun besluit in de plaats van het besluit van het in eerste aanleg bevoegde bestuursorgaan. Indien gedeputeerde staten voornemens zijn zelf een beslissing op de aanvraag te nemen, plegen zij overleg met het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd is te beslissen. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtshalve te nemen besluiten ter uitvoering van het plan en andere besluiten dan die ter uitvoering van het plan, welke zijn gericht op de realisering van de in het plan opgenomen voorzieningen. 3 Indien bij de toepassing van het eerste lid de beslissing op een aanvraag tot het nemen van een besluit als in dat lid bedoeld, wordt genomen door gedeputeerde staten, draagt het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd was te beslissen op de aanvraag de ter zake ontvangen leges over aan gedeputeerde staten. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 7h — Artikel 7h#
Artikel 7h artikel 7d, eerste lid, De inbedoelde besluiten worden, voor zover zij gecoördineerd zijn voorbereid, gelijktijdig door gedeputeerde staten bekendgemaakt. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 7i — Artikel 7i#
Artikel 7i 1 artikelen 6a, eerste lid 7b, tweede lid 7d, eerste lid Tegen een besluit als bedoeld in de,, en, kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 2 artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 7d, eerste lid artikel 7h In afwijking vanvangt de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen de besluiten, bedoeld in, aan met ingang van de dag na die waarop de inbedoelde bekendmaking is geschied. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 7j — Artikel 7j#
Artikel 7j titel II titel II titel IIa van de onteigeningswet artikel 7, tweede lid, onder b en c, en derde lid Onteigening ingevolgedan welin samenhang metkan mede geschieden ter uitvoering van de ingevolge het plan te treffen voorzieningen, bedoeld in. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 7k — Artikel 7k#
Artikel 7k 1 artikel 18, eerste lid, van de onteigeningswet De inbedoelde dagvaarding kan geschieden nadat het plan door gedeputeerde staten is goedgekeurd. 2 De rechtbank spreekt de onteigening niet uit dan nadat het plan onherroepelijk is geworden. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De beheerder betrekt bij de voorbereiding van het plan in ieder geval gedeputeerde staten van de provincie en burgemeester en wethouders van de gemeenten op wier grondgebied het plan wordt uitgevoerd. 1996 8 09-01-1996 21-12-1995 21195 1996 20 11-01-1996 08-01-1996 15-01-1996
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 3 Iedere vijf jaren brengt de beheerder, in het bijzonder vanwege de zorg die op hem rust voor de handhaving van de veiligheidsnorm in de zin van, verslag uit aan gedeputeerde staten over de algemene waterstaatkundige toestand van de primaire waterkering. Gedeputeerde staten brengen over dezelfde periode verslag uit aan Onze Minister over elk van de dijkringgebieden in hun gebied, met dien verstande dat ten aanzien van een dijkringgebied dat in meer dan één provincie is gelegen gedeputeerde staten van de betreffende provincies gezamenlijk verslag uitbrengen aan Onze Minister. Onze Minister zendt de verslagen van gedeputeerde staten met zijn bevindingen daaromtrent aan de beide Kamers der Staten-Generaal. 2 artikel 3, eerste of tweede lid artikel 4, eerste lid artikel 5, eerste lid artikel 13, onder b De in het eerste lid bedoelde verslagen bevatten een beoordeling van de veiligheid. Die beoordeling geschiedt onder meer in het licht van de ingevolge, vastgestelde veiligheidsnorm, de ingevolge, vastgestelde factoren, de in, bedoelde technische leidraden en de in, bedoelde legger. 3 Indien de beoordeling van de veiligheid daartoe aanleiding geeft, bevatten de in het eerste lid bedoelde verslagen een omschrijving van de voorzieningen die - op een daarbij aan te geven termijn - nodig worden geacht. 4 Gedeputeerde staten zenden hun verslag de eerste maal toe vóór het daartoe door Onze Minister voor de desbetreffende dijkringgebied of dijkringgebieden vastgestelde tijdstip, dat niet eerder wordt gesteld dan twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet. 1996 8 09-01-1996 21-12-1995 21195 1996 20 11-01-1996 08-01-1996 15-01-1996
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Door en op kosten van het Rijk worden tot het voorkomen of tegengaan van een landwaartse verplaatsing van de kustlijn de werken uitgevoerd die naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk zijn vanwege de ingevolge deze wet te handhaven veiligheidsnorm. Onze Minister stelt de noodzaak, de plaats en het doel van de werken, alsmede de termijn van uitvoering vast. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van werken waarvan naar het oordeel van Onze Minister de uitvoering anderszins door het algemeen belang wordt gevorderd. 3 De in het eerste lid bedoelde kustlijn wordt aangegeven op een door Onze Minister kosteloos verkrijgbaar gestelde kaart, die telkens na vijf jaren wordt herzien. De verkrijgbaarstelling wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 4 Onze Minister geeft toepassing aan het eerste en het tweede lid uit eigen beweging dan wel op een hem schriftelijk gedaan verzoek van de beheerder of van gedeputeerde staten. Dit geschiedt niet dan nadat het desbetreffend voornemen of verlangen is behandeld in een overlegorgaan, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de provincie, de beheerders en het Rijk en dat in ieder der provincies Fryslân, Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland door gedeputeerde staten wordt ingesteld. 5 Onze Minister beslist binnen zes maanden op een ingevolge het vierde lid gedaan verzoek. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 3, eerste of tweede lid artikel 4, eerste lid artikel 5a Onze Minister verleent op aanvraag een subsidie aan het overheidslichaam dat vanwege wijziging van de in, bedoelde veiligheidsnorm, de in, bedoelde hoogwaterstanden of andere zodanige factoren, of de inbedoelde voorschriften, maatregelen dient te treffen, indien de desbetreffende maatregelen zijn opgenomen in het jaarlijks door Onze Minister vast te stellen programma. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de aanvraag, verlening, vaststelling, intrekking, wijziging, weigering, betaling en terugvordering van de subsidie en de verplichtingen van de subsidie-ontvanger. 3 Een subsidie wordt verleend voor 100 procent van de kosten van uitvoering, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Artikel XI van de Wijzigingswet Wet op de waterkering en
intrekking Deltawet grote rivieren, etc. (Stb. 2005/275) bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De beheerder draagt zorg voor de vaststelling van: a. een overzichtskaart waarop de ligging van de primaire waterkering staat aangegeven; b. een legger waarin is omschreven waaraan die waterkering moet voldoen naar richting, vorm, afmeting en constructie; c. een technisch beheersregister waarin de voor het behoud van het waterkerend vermogen kenmerkende gegevens van de constructie en de feitelijke toestand nader zijn omschreven. 1996 8 09-01-1996 21-12-1995 21195 1996 20 11-01-1996 08-01-1996 15-01-1996
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 Provinciale staten der provincies waarin een of meer dijkringgebieden zijn gelegen stellen met betrekking tot het onderwerp van deze wet een verordening vast, waarin in elk geval de inomschreven verplichting van de beheerder - en de termijn waarop daaraan moet zijn voldaan nader worden geregeld. 2 Voor een dijkringgebied dat in meer dan één provincie is gelegen wordt de in het eerste lid bedoelde verordening vastgesteld bij gemeenschappelijk besluit van provinciale staten van de betreffende provincies. 1996 8 09-01-1996 21-12-1995 21195 1996 20 11-01-1996 08-01-1996 15-01-1996
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 In het belang van het tijdig nemen van maatregelen bij hoog water dat gevaar voor een tot directe kering van het buitenwater bestemde primaire waterkering kan opleveren, draagt Onze Minister zorg dat: a. informatie beschikbaar is over de verwachte afwijkingen van de daartoe door Onze Minister gepubliceerde hoogwaterstanden; b. waarschuwingen en verdere inlichtingen worden verschaft aan de beheerders van primaire waterkeringen en colleges van gedeputeerde staten die het betreft, zodra te verwachten is dat bij hoge stormvloed, hoog opperwater van een van de grote rivieren, hoog water van het IJsselmeer of het Markermeer - of tengevolge van een combinatie daarvan - de hoogwaterstand het alarmeringspeil overschrijdt. 2 b Staatscourant Alarmeringspeilen, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel, worden door Onze Minister telkens voor vijf jaren vastgesteld bij in debekend te maken besluit. 2002 304 27-06-2002 18-04-2002 27799 2002 304 27-06-2002 18-04-2002 27799 01-09-2002
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2002 292 18-06-2002 16-05-2002 27922 2002 292 18-06-2002 16-05-2002 27922 01-09-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005 Blijft van toepassing met betrekking tot plannen en daarmee
verband houdende besluiten ten aanzien van primaire waterkeringen
als bedoeld in artikel 17 (Stb. 2005/275, artikel XII).
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2005 275 16-06-2005 28-04-2005 29747 2005 461 27-09-2005 16-07-2005 28-09-2005
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Deze wet kan worden aangehaald als Wet op de waterkering. 1996 8 09-01-1996 21-12-1995 21195 1996 20 11-01-1996 08-01-1996 15-01-1996
Artikel 3#
artikel 3
Artikel 3#
artikel 3, eerste lid
Artikel 3#
artikel 3, eerste lid