Wet van 29 oktober 1992, houdende regels betreffende bevolkingsonderzoek
- BWB-id
- BWBR0005699
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005699
- ELI
- /eli/nl/wet/1996/wet-op-het-bevolkingsonderzoek
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1996/wet-op-het-bevolkingsonderzoek/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005699&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005699&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005699/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1996/wet-op-het-bevolkingsonderzoek
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur; b. artikel 21 van de Gezondheidswet Stb. de Gezondheidsraad: de Gezondheidsraad, bedoeld in(1956, 51); c. bevolkingsonderzoek: geneeskundig onderzoek van personen dat wordt verricht ter uitvoering van een aan de gehele bevolking of aan een categorie daarvan gedaan aanbod dat gericht is op het ten behoeve of mede ten behoeve van de te onderzoeken personen opsporen van ziekten van een bepaalde aard of van bepaalde risico-indicatoren. 1992 611 29-10-1992 21264 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 3 Bevolkingsonderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van ioniserende straling, bevolkingsonderzoek naar kanker en bevolkingsonderzoek naar ernstige ziekten of afwijkingen waarvoor geen behandeling of preventie mogelijk is, moeten met de waarborgen bedoeld inworden omgeven. 2 artikel 3 Indien vanwege de aard van de toe te passen onderzoeksmethode of vanwege de aard van de op te sporen ziekte of risico-indicator naar het oordeel van Onze Minister het belang van de volksgezondheid een onverwijlde voorziening vordert, kan hij bevolkingsonderzoek aanwijzen dat met de waarborgen, bedoeld in, moet worden omgeven. 3 Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van een besluit als bedoeld in het tweede lid, wordt bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal een voorstel van wet tot regeling van het onderwerp van dat besluit ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of door een der Kamers der Staten-Generaal wordt verworpen, wordt het besluit onverwijld ingetrokken. 1992 611 29-10-1992 21264 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996 1994 461 01-06-1994 23469 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996 Treedt in werking als artikel 2 van de wet in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, eerste lid artikel 2, tweede lid Het is verboden een bevolkingsonderzoek als bedoeld in, of dat krachtens, is aangewezen, te verrichten zonder vergunning van Onze Minister. 2 artikel 2, eerste lid artikel 2, tweede lid Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de te onderzoeken personen tegen de risico's van bevolkingsonderzoek als bedoeld in, dan wel bevolkingsonderzoek dat krachtens, is aangewezen. Deze regels kunnen verschillen voor de onderscheidene categorieën van bevolkingsonderzoek. 3 artikel 2, eerste lid artikel 2, tweede lid Met betrekking tot bevolkingsonderzoek als bedoeld in, dan wel bevolkingsonderzoek dat krachtens, is aangewezen, en dat tevens wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de geneeskunst is, kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop toestemming wordt gegeven en betrokkenen worden ingelicht over het doel, de aard en de gevolgen van het onderzoek en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van te onderzoeken personen. 4 Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend en aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden; een en ander ter bescherming van de te onderzoeken personen tegen de risico's of ter verzekering van een voldoende nut van het desbetreffende bevolkingsonderzoek, en uitsluitend voor zover noodzakelijk in verband met de aard van het bevolkingsonderzoek waarvoor de vergunning wordt verleend. 5 artikel 2, tweede lid Bij een aanwijzing als bedoeld in, kan Onze Minister regels stellen als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid; die regels vervallen, behoudens eerdere intrekking, twaalf maanden na hun inwerkingtreding. 1992 611 29-10-1992 21264 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, eerste lid Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in, bevat een nauwkeurige beschrijving van: a. de toe te passen onderzoeksmethoden; b. de op te sporen ziekten of risico-indicatoren; c. de te onderzoeken categorie van de bevolking; d. de organisatie van het bevolkingsonderzoek; e. de maatregelen die genomen worden om de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek te waarborgen. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende andere gegevens die bij een aanvraag worden overgelegd. Deze regels kunnen verschillen voor de onderscheidene categorieën van bevolkingsonderzoek. 1992 611 29-10-1992 21264 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996 1993 690 23-12-1993 23258 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996 Treedt in werking als de artikelen 4, 5, 8 en 12 van de wet in
werking treden.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 1992 611 29-10-1992 21264 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996 1993 690 23-12-1993 23258 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996 Treedt in werking als de artikelen 4, 5, 8 en 12 van de wet in
werking treden.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Alvorens op een aanvraag te beslissen, hoort Onze Minister de Gezondheidsraad. 1992 611 29-10-1992 21264 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Een vergunning wordt geweigerd indien: a. het bevolkingsonderzoek naar wetenschappelijke maatstaven ondeugdelijk is; b. het bevolkingsonderzoek niet in overeenstemming is met wettelijke regels voor medisch handelen; c. het te verwachten nut van het bevolkingsonderzoek niet opweegt tegen de risico's daarvan voor de gezondheid van de te onderzoeken personen. 2 artikel 3, derde lid Bij bevolkingsonderzoek als bedoeld in, kan een vergunning worden geweigerd indien het belang van de volksgezondheid een dergelijk onderzoek niet vordert. 3 Voor bevolkingsonderzoek naar ernstige ziekten of afwijkingen waarvoor geen behandeling of preventie mogelijk is, wordt een vergunning slechts verleend indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. 1992 611 29-10-1992 21264 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 10 Van de beschikking op de aanvraag wordt mededeling gedaan aan de inbedoelde inspecteurs voor zover zij ter plaatse bevoegd zijn. 2 Van de beschikking wordt voorts mededeling gedaan in de Staatscourant. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Een vergunning kan slechts worden ingetrokken indien: a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvoldoende blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend zouden zijn geweest; b. een beperking waaronder de vergunning is verleend, wordt overschreden; c. een aan de vergunning verbonden voorschrift niet wordt nageleefd; d. op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan nadien bekend geworden wetenschappelijke kennis met betrekking tot het bevolkingsonderzoek waarvoor een vergunning is verleend, bekend zou zijn geweest; e. aan het bevolkingsonderzoek na de vergunningverlening een wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de geneeskunst wordt toegevoegd en op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien dit bij de beoordeling van de aanvraag bekend zou zijn geweest. 2 In gevallen waarin de vergunning kan worden ingetrokken, kunnen in plaats daarvan beperkingen of voorschriften aan de vergunning worden toegevoegd dan wel aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften worden gewijzigd. 3 Alvorens toepassing te geven aan het eerste lid of het tweede lid, hoort Onze Minister de Gezondheidsraad. 1992 611 29-10-1992 21264 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikelen 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De toezichthouders beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in deen. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Met een geldboete van de vierde categorie wordt gestraft, degene die handelt in strijd met: a. artikel 3, eerste lid het bij, bepaalde; b. artikel 3, tweede, derde of vijfde lid het krachtens, bepaalde; c. artikel 3, vierde lid een krachtens, aan een vergunning verbonden voorschrift. 2 De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 2013 560 20-12-2013 04-12-2013 33507 2014 62 13-02-2014 03-02-2014 15-02-2014
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 2, tweede lid artikel 3, eerste lid artikel 3, tweede, derde of vijfde lid Voor degene die op het tijdstip waarop deze wet of krachtens, genomen besluit in werking treedt, reeds een bevolkingsonderzoek verricht, waarvoor op grond van, een vergunning is vereist, blijft die bepaling alsmede het krachtens, bepaalde buiten toepassing gedurende dertien weken na dat tijdstip en indien binnen die termijn een aanvraag om de vereiste vergunning is ingediend, ook nadien tot vier weken nadat de beschikking waarbij op die aanvraag wordt beslist, van kracht is geworden. 2 Indien naar zijn oordeel het belang van de volksgezondheid een onverwijlde voorziening vordert, kan Onze Minister ten aanzien van degene die onderzoek verricht als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat de termijn als bedoeld in het eerste lid, buiten toepassing blijft. 1992 611 29-10-1992 21264 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996 1995 250 16-05-1995 26-04-1995 23780 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996 Treedt in werking als artikel 14 van de wet in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Onze Minister zendt binnen vijf jaren na de inwerkingtreding van deze wet aan de beide Kamers der Staten-Generaal een verslag over de wijze waarop deze is toegepast. 1992 611 29-10-1992 21264 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Stb. De Wet bevolkingsonderzoek op tuberculose (1951, 288) wordt ingetrokken. 1992 611 29-10-1992 21264 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1992 611 29-10-1992 21264 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Deze wet kan worden aangehaald als Wet op het bevolkingsonderzoek. 1992 611 29-10-1992 21264 1996 335 28-06-1996 05-06-1996 01-07-1996