Wet van 10 juli 1995, houdende bepalingen ten aanzien van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
- BWB-id
- BWBR0007477
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2006-11-01 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007477
- ELI
- /eli/nl/wet/1996/wet-toezicht-natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1996/wet-toezicht-natura-uitvaartverzekeringsbedrijf/2006-11-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007477&g=2006-11-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007477&z=2026-06-06&g=2006-11-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007477/2006-11-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1996/wet-toezicht-natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt - voor zover niet anders blijkt - verstaan onder: a. overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering: overeenkomsten van verzekering in verband met de verzorging van de uitvaart van de mens die uitsluitend strekken tot het verrichten van andere dan geldelijke prestaties; b. natura-uitvaartverzekeringsbedrijf: het als bedrijf sluiten van overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering voor eigen rekening, met inbegrip van het afwikkelen van de in dat bedrijf gesloten overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, ook al wordt daarmee niet beoogd het maken van winst; c. g artikel 1, eerste lid, onderdeel, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 verzekeraar: ieder die het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefent, met uitzondering van levensverzekeraars als bedoeld in; d. vestiging: zetel of bijkantoor van een verzekeraar op het grondgebied van een staat; e. zetel: plaats waar de verzekeraar overeenkomstig zijn statuten zijn zetel heeft; f. bijkantoor: elke duurzame aanwezigheid, met uitzondering van de zetel, van een verzekeraar op het grondgebied van een staat, ook indien er slechts sprake is van een bureau, beheerd door eigen personeel van de verzekeraar of door een zelfstandig persoon die gemachtigd is duurzaam voor de verzekeraar op te treden; g. verrichten van diensten: het in de uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf sluiten van een overeenkomst van natura-uitvaartverzekering vanuit een vestiging, gelegen in een andere staat dan die waar de verzekeringnemer zijn gewone verblijfplaats heeft; h. premie: de in geld uitgedrukte prestatie, door de verzekeringnemer verschuldigd uit hoofde van een overeenkomst van natura-uitvaartverzekering; i. vertegenwoordiger: degene die door een verzekeraar met zetel buiten Nederland is aangesteld om hem in Nederland te vertegenwoordigen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de naleving van de voorschriften die ingevolge deze wet voor hem gelden; j. acquisitie: alle handelingen, strekkende tot het voorbereiden of tot stand brengen van overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering; k. Onze Minister: Onze Minister van Financiën; l. toezichthoudende autoriteit: de instantie die in enige staat bij of krachtens de wet met het toezicht op het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf is belast; m. artikel 13 van de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste 10 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste 10 procent van de stemrechten in een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming; bij het bepalen van het aantal stemrechten, dat iemand in een onderneming of instelling heeft, worden tot diens stemrechten mede gerekend de stemrechten waarover hij beschikt of geacht wordt te beschikken op grond van; n. artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 Pensioen- & Verzekeringskamer: de Pensioen- & Verzekeringskamer, bedoeld in; o. artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek groep: een groep als bedoeld in, met dien verstande dat indien een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap: die natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap tezamen met die andere natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen wordt aangemerkt als groep. 1°. via een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur invloed kan uitoefenen op een of meer andere natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen; of 2°. artikel 24c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in een of meer andere rechtspersonen of vennootschappen een deelneming heeft als bedoeld in, dan wel, voor zover het natuurlijke personen betreft, een met een deelneming overeenkomende positie, 2006 355 01-08-2006 05-07-2006 28985 2006 399 07-09-2006 25-08-2006 01-11-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het toezicht op de verzekeraars, zoals dit uit deze wet voortvloeit, berust bij de Pensioen- & Verzekeringskamer. 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer verstrekt Onze Minister desgevraagd de inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van voorgenomen wettelijke voorschriften en algemene beleidsvoornemens, voor zover deze betrekking hebben op het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 27, eerste lid artikel 33, vierde lid De Pensioen- & Verzekeringskamer brengt jaarlijks over haar werkzaamheden en bevindingen ingevolge deze wet aan Ons verslag uit. In het verslag worden niet opgenomen de door haar gegeven aanwijzingen, bedoeld in, waarvan geen mededeling is gedaan, noch wordt ten aanzien van afzonderlijke verzekeraars melding gemaakt van inlichtingen die niet in de openbaar te maken staten, bedoeld in, zijn opgenomen. Een oordeel over enige verzekeraar wordt in dit verslag niet kenbaar gemaakt. 2 Het verslag wordt door de zorg van de Pensioen- & Verzekeringskamer openbaar gemaakt. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De Pensioen- & Verzekeringskamer legt te haren kantore ten behoeve van een ieder een lijst ter inzage van de verzekeraars: a. artikel 11 die in het bezit zijn van een vergunning als bedoeld in; b. met zetel buiten Nederland die bevoegd zijn naar Nederland diensten te verrichten. 2 a Bij de verzekeraars als bedoeld in het eerste lid, onderdeel, met zetel buiten Nederland worden tevens de naam en de woonplaats van de vertegenwoordiger vermeld. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt het sluiten van overeenkomsten die strekken tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van de mens als uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf beschouwd indien deze overeenkomsten worden aangegaan door verzekeraars en voor deze verzekeraars geen beleggingsrisico inhouden. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 Wet toezicht beleggingsinstellingen Wet toezicht effectenverkeer 1995 Wet toezicht kredietwezen 1992 Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 De Pensioen- & Verzekeringskamer werkt samen met de autoriteiten die ingevolge de, de, deonderscheidenlijk de, belast zijn met het toezicht op beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, kredietinstellingen onderscheidenlijk verzekeraars, met het oog op het tot stand brengen van gelijkgerichte regelgeving en beleid ter zake van bij ministeriële regeling aan te wijzen onderwerpen die zowel het toezicht ingevolge deze wet als het toezicht ingevolge een van de eerdergenoemde wetten betreffen. 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer voert het toezicht ingevolge deze wet, voor zover het betrekking heeft op de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, uit met inachtneming van daartoe met de overige in het eerste lid bedoelde autoriteiten te sluiten overeenkomsten. Deze overeenkomsten bevatten afspraken over coördinatie en afstemming van regelgeving en beleid, en in voorkomende gevallen over uitvoering van toezicht. De Pensioen- & Verzekeringskamer draagt er zorg voor dat zij of een van de overige in het eerste lid bedoelde autoriteiten een afschrift van de gesloten overeenkomsten zendt aan Onze Minister. 3 Binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar draagt de Pensioen- & Verzekeringskamer in samenwerking met de overige in het eerste lid bedoelde autoriteiten zorg voor een gezamenlijk verslag dat openbaar wordt gemaakt en waarin melding wordt gemaakt van de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het eerste en tweede lid. 2001 596 13-12-2001 22-11-2001 27290 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 596 13-12-2001 22-11-2001 27290 14-12-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Wet toezicht kredietwezen 1992 Wet toezicht beleggingsinstellingen Wet toezicht effectenverkeer 1995 De Pensioen- & Verzekeringskamer werkt, voor zover noodzakelijk ten behoeve van de uitoefening van het toezicht op verzekeraars die deel uitmaken van een groep, samen met de autoriteiten die ingevolge de, deonderscheidenlijk debelast zijn met het toezicht op kredietinstellingen, beleggingsinstellingen onderscheidenlijk effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders die tot diezelfde groep behoren. 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer pleegt, in de gevallen bedoeld in het eerste lid, waar nodig overleg met een autoriteit als bedoeld in het eerste lid. 3 De Pensioen- & Verzekeringskamer werkt, in de gevallen bedoeld in het eerste lid, waar nodig samen op basis van een of meer daartoe met een autoriteit als bedoeld in het eerste lid overeen te komen regelingen. Deze regelingen betreffen in elk geval afspraken over het stellen van gemeenschappelijke eisen, het coördineren van werkzaamheden uit hoofde van ieders uitoefening van het toezicht en het uitwisselen van gegevens en inlichtingen. 4 Wet inzake de geldtransactiekantoren Wet toezicht trustkantoren artikel 18, eerste en derde lid artikel 18, tweede en vierde lid De Pensioen- & Verzekeringskamer verstrekt aan een autoriteit als bedoeld in het eerste lid dan wel de autoriteit die is belast met de uitvoering van deof dede gegevens of inlichtingen die zij verkregen heeft bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de deskundigheid van personen als bedoeld in, onderscheidenlijk de voornemens, de handelingen en de antecedenten van personen als bedoeld in, voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat deze gegevens of inlichtingen van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door die andere autoriteit wordt uitgeoefend. 5 artikel 88, eerste lid De verplichting als bedoeld in het vierde lid geldt niet in het geval de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van een buitenlandse instantie als bedoeld in. 2004 9 15-01-2004 17-12-2003 29041 2004 58 19-02-2004 07-02-2004 01-03-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze wet is, tenzij daaruit anders voortvloeit, van toepassing op: a. verzekeraars met zetel in Nederland; b. verzekeraars met zetel buiten Nederland voor wat betreft: 1°. een bijkantoor in Nederland; 2°. het verrichten van diensten naar Nederland. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De Pensioen- & Verzekeringskamer beslist voor de toepassing van deze wet of een handeling of een samenstel van handelingen al dan niet uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf of een andersoortig bedrijf vormt en of een handeling of een samenstel van handelingen al dan niet uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf vanuit een vestiging in Nederland vormt. 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer beslist ambtshalve dan wel op aanvraag van: a. hetzij degene die de handeling of het samenstel van handelingen verricht of voornemens is te verrichten onderscheidenlijk de verzekeraar die de overeenkomst van natura-uitvaartverzekering sluit of voornemens is te sluiten; b. artikel 92, tweede lid hetzij een representatieve organisatie van verzekeraars als bedoeld in. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Deze wet is niet van toepassing op verenigingen en onderlinge waarborgmaatschappijen met zetel in Nederland die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefenen en: a. naar Nederlands recht zijn opgericht voor 1 januari 1995; b. waarvan het aantal meerderjarige verzekerden minder dan 3000 bedraagt; en c. artikel 94 artikel 11 die niet binnen de ingenoemde termijn een vergunning als bedoeld inhebben aangevraagd. 2 a b artikel 95 Op verzekeraars die voldoen aan de onderdelenenvan het eerste lid, maar die voor 1 januari 1995 niet de rechtsvorm vereniging of onderlinge waarborgmaatschappij bezaten, isvan overeenkomstige toepassing met dien verstande dat deze verzekeraars zich slechts kunnen omzetten in een onderlinge waarborgmaatschappij. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op verzekeraars met zetel buiten Nederland voor wat betreft het verrichten van diensten naar Nederland. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Het is verboden het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uit te oefenen zonder een vergunning van de Pensioen- & Verzekeringskamer. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Bij de aanvraag van een vergunning legt de aanvrager aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over: a. een programma van werkzaamheden; b. een authentiek afschrift van de akte van oprichting; c. een exemplaar van zijn statuten; d. een lijst met namen en adressen van zijn bestuurders en commissarissen. e. artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 de voorgenomen maatregelen, gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering, met uitzondering van de maatregelen ter naleving van de effectentypische gedragsregels, bedoeld in. 2 a Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het programma van werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel. Deze regels kunnen verschillen naar gelang de zetel van de verzekeraar zich bevindt in of buiten Nederland. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003 2003 103 18-03-2003 30-01-2003 28361 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Indien de stukken die bij de aanvraag van een vergunning zijn overgelegd, de Pensioen- & Verzekeringskamer aanleiding geven tot het maken van opmerkingen, stelt zij de aanvrager in de gelegenheid op deze opmerkingen binnen een door haar te stellen termijn te antwoorden. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De Pensioen- & Verzekeringskamer verleent een vergunning aan ieder die te haren genoegen heeft aangetoond dat hij aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen voor het verkrijgen van de vergunning voldoet. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 13 De Pensioen- & Verzekeringskamer beslist binnen acht weken. Indien toepassing is gegeven aan, begint de in de eerste volzin genoemde termijn op het tijdstip waarop de inlichtingen door de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn ontvangen. 2 Staatscourant De Pensioen- & Verzekeringskamer doet van de verlening van een vergunning mededeling in de. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Bij de aanvraag van een vergunning legt de aanvrager tevens aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over: a. een lijst met namen en adressen van de personen die het dagelijks beleid bepalen van de groep waartoe de aanvrager behoort en tevens uit dien hoofde het dagelijks beleid van de aanvrager mede bepalen; b. een lijst met namen en adressen van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen van de groep waartoe de aanvrager behoort en tevens uit dien hoofde het beleid van de aanvrager mede bepalen; c. gegevens over de identiteit van degenen die een gekwalificeerde deelneming houden in de onderneming van de aanvrager alsmede over de omvang van die deelneming; d. gegevens over de formele en de feitelijke zeggenschapsstructuur van de groep waartoe de aanvrager behoort. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Verzekeraars met zetel in Nederland dienen de rechtsvorm van naamloze vennootschap of onderlinge waarborgmaatschappij te bezitten. Zij kunnen eveneens de rechtsvorm aannemen van een Europese vennootschap zodra deze bestaat. 2 Het dagelijks beleid van een verzekeraar wordt bepaald door ten minste twee personen. 3 Een verzekeraar die de rechtsvorm van naamloze vennootschap of Europese vennootschap bezit, heeft ten minste drie commissarissen als bedoeld in artikel 140 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 4 artikel 158 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De Pensioen- & Verzekeringskamer kan aan een verzekeraar van het bepaalde in het tweede of derde lid ontheffing verlenen en aan deze ontheffing beperkingen stellen of voorschriften verbinden, onverminderd het bepaalde in. Een ontheffing kan worden ingetrokken. 5 Een verzekeraar behoort niet tot een groep waarbinnen de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze, naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer, een belemmering vormt voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de verzekeraar. 6 Indien een verzekeraar in een groep is verbonden met een natuurlijke of rechtspersoon op wie, onderscheidenlijk waarop, het recht van een staat die geen lid is van de Europese Unie van toepassing is, mag het recht van die staat, naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer, niet een belemmering vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de verzekeraar. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid van een verzekeraar bepalen, dient naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer voldoende te zijn in verband met de uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. 2 De voornemens, de handelingen of de antecedenten van de personen die het beleid van de verzekeraar bepalen of mede bepalen, mogen de Pensioen- & Verzekeringskamer geen aanleiding geven tot het oordeel dat, met het oog op de belangen van degenen die als verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van verzekering, gesloten of te sluiten met de verzekeraar, de betrouwbaarheid van deze personen niet buiten twijfel staat. 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de personen die het dagelijks beleid bepalen van de groep waartoe de verzekeraar behoort, voor zover zij tevens uit dien hoofde het dagelijks beleid van de verzekeraar mede bepalen. 4 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de personen die het beleid bepalen of mede bepalen van de groep waartoe de verzekeraar behoort en tevens uit dien hoofde het beleid van de verzekeraar mede bepalen. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a De personen die het dagelijks beleid van een verzekeraar bepalen, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit Nederland. 1996 537 05-11-1996 25-09-1996 24600 1996 538 05-11-1996 21-10-1996 06-11-1996
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 De geschiktheid van de houders van een gekwalificeerde deelneming in de onderneming van de aanvrager dient naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer voldoende te zijn met het oog op een gezonde, prudente en integere bedrijfsvoering van de verzekeraar. Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit artikel verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003 2003 103 18-03-2003 30-01-2003 28361 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De aanvrager van een vergunning dient te beschikken over: a. artikel 40, tweede lid het minimum bedrag van het garantiefonds bedoeld in; b. financiële middelen tot dekking van de te verwachten kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 23, vijfde lid Bij de aanvraag van een vergunning legt de verzekeraar met zetel buiten Nederland tevens aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over de akte van aanstelling van de vertegenwoordiger alsook, indien de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de statuten van deze rechtspersoon, een uittreksel uit diens inschrijving in het handelsregister en de akte van aanstelling van de natuurlijke persoon, bedoeld in. 2 De modellen van de akten van aanstelling worden door de Pensioen- & Verzekeringskamer vastgesteld. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Een verzekeraar die een vergunning aanvraagt dient: artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit lid verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in. a. naar het recht van de staat van zijn zetel rechtspersoon te zijn; b. in de staat van zijn zetel bevoegd te zijn tot uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, dit bedrijf vanuit een vestiging in die staat daadwerkelijk uit te oefenen en bevoegd te zijn een bijkantoor in Nederland te openen; c. artikel 40 met betrekking tot zijn gehele in en buiten Nederland uitgeoefende natura-uitvaartverzekeringsbedrijf over een solvabiliteitsmarge te beschikken, die ten minste overeenkomt met de ingevolgevereiste solvabiliteitsmarge; d. artikel 47, tweede lid artikel 40, tweede lid met inachtneming van, te beschikken over het minimum bedrag van het garantiefonds bedoeld in; e. d het in onderdeelbedoelde minimum bedrag van het garantiefonds aan te houden in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen waarden volgens de daarbij te stellen regels; f. te beschikken over financiële middelen tot dekking van de te verwachten kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet in Nederland; g. zowel in zijn bijkantoor als in de staat van zijn zetel te beschikken over een goede administratieve organisatie en adequate interne controleprocedures; en h. zowel in zijn bijkantoor als in de staat van zijn zetel te beschikken over adequate maatregelen, gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering. 2 In de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, kan worden voorgeschreven dat de verzekeraar voor bepaalde handelingen toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer behoeft. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003 2003 103 18-03-2003 30-01-2003 28361 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De verzekeraar stelt als zijn vertegenwoordiger een natuurlijk persoon of een rechtspersoon aan, die zijn woonplaats in Nederland heeft. 2 De vertegenwoordiger heeft ten aanzien van de uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf vanuit de bijkantoren in Nederland van rechtswege alle bevoegdheden die de verzekeraar bezit. Hij maakt daarvan gebruik voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer zulks verlangt. 3 De vertegenwoordiger is gehouden namens de verzekeraar te voldoen aan de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften. Het ontbreken van de vertegenwoordiger of zijn in gebreke zijn ontslaat de verzekeraar niet van de verplichting te voldoen aan deze voorschriften. 4 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan ambtshalve of op aanvraag van de verzekeraar ontheffing verlenen van het bepaalde in de eerste volzin van het derde lid. Aan een ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld of voorschriften worden verbonden en zij kan worden ingetrokken. 5 Is de vertegenwoordiger rechtspersoon, dan wijst hij op zijn beurt een natuurlijk persoon aan die in Nederland zijn woonplaats heeft en die hem bij uitsluiting van ieder ander vertegenwoordigt bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de nakoming van zijn uit deze wet voortvloeiende verplichtingen. 6 Als woonplaats van de verzekeraar in Nederland geldt de woonplaats van zijn vertegenwoordiger, met dien verstande dat, indien de vertegenwoordiger een natuurlijk persoon is die een kantoor houdt, dit kantoor als woonplaats van de verzekeraar wordt aangemerkt. 7 Artikel 18, eerste en tweede lid , is van overeenkomstige toepassing op de natuurlijke persoon die als vertegenwoordiger is aangesteld en op de natuurlijke persoon, bedoeld in het vijfde lid. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 de artikelen 25 26 28 30 Dit hoofdstuk is, behoudens,entot en met, niet van toepassing op verzekeraars met zetel buiten Nederland voor wat betreft het verrichten van diensten naar Nederland. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot aan het publiek te verstrekken informatie door verzekeraars. 2 Onze Minister kan, op aanvraag, bepalen dat een verzekeraar niet behoeft te voldoen aan alle in het eerste lid bedoelde regels, indien de verzekeraar aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet volledig kan worden voldaan en dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken anderszins voldoende zijn bereikt. Onze Minister kan een besluit als bedoeld in de vorige volzin wijzigen of intrekken, indien naar zijn oordeel de omstandigheden waaronder het besluit is genomen zodanig zijn gewijzigd, dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken niet langer worden bereikt. 3 De artikelen 27, eerste en tweede lid 28 enzijn van overeenkomstige toepassing. 4 Taken en bevoegdheden die Onze Minister op grond van dit artikel heeft, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit artikel jegens Onze Minister als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon of rechtspersonen. 5 Een overdracht als bedoeld in het vierde lid vindt slechts plaats indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende vereisten voldoet: a. hij dient in staat te zijn de in het vierde lid bedoelde taken en bevoegdheden naar behoren te vervullen; b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binnen de rechtspersoon, dat een onafhankelijke vervulling van de in het vierde lid bedoelde taken en bevoegdheden zo veel mogelijk is gewaarborgd. 6 Aan de overdracht, bedoeld in het vierde lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. 2001 669 27-12-2001 20-12-2001 27869 2002 123 07-03-2002 28-02-2002 27869 08-03-2002
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Een verzekeraar draagt er zorg voor dat in overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering uitdrukkelijk wordt bepaald dat de verzekeringnemer beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen, gerekend vanaf het tijdstip waarop de verzekeringnemer ervan in kennis wordt gesteld dat de overeenkomst is gesloten, om de overeenkomst met onmiddellijke ingang schriftelijk op te zeggen. De kennisgeving van de verzekeraar geschiedt schriftelijk binnen vier weken na het sluiten van de overeenkomst. De opzegging door de verzekeringnemer heeft ten gevolge dat hij en de verzekeraar met ingang van het tijdstip waarop de verzekeraar deze opzegging heeft ontvangen, worden ontheven van alle uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op overeenkomsten die strekken tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van de mens. 2005 339 05-07-2005 12-05-2005 29507 2005 677 29-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer zulks noodzakelijk acht in het belang van degenen die als verzekeringnemers of verzekerden betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten of te sluiten door een verzekeraar, kan zij die verzekeraar een aanwijzing geven. 2 De verzekeraar volgt een aanwijzing binnen de door de Pensioen- & Verzekeringskamer gestelde termijn op. 3 Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer niet binnen twee weken na de bekendmaking van de aanwijzing een haar bevredigend antwoord van de verzekeraar heeft ontvangen of naar haar oordeel niet of onvoldoende aan haar aanwijzing is gevolg gegeven, kan zij: a. de verzekeraar aanzeggen, dat vanaf een bepaald tijdstip alle of bepaalde organen van de verzekeraar, daaronder voor de toepassing van dit artikel de vertegenwoordiger begrepen, hun bevoegdheden slechts mogen uitoefenen na toestemming door een of meer door de Pensioen- & Verzekeringskamer aangewezen personen en met inachtneming van de opdrachten van deze personen, welke aanzegging terstond van kracht wordt; b. Staatscourant de verzekeraar aanzeggen, dat de Pensioen- & Verzekeringskamer van de aanwijzing mededeling zal doen in deen in een of meer dagbladen te harer keuze, bij welke mededeling, indien de verzekeraar dit verlangt, tevens de correspondentie wordt gepubliceerd, die naar aanleiding van de aanwijzing tussen de Pensioen- & Verzekeringskamer en de verzekeraar is gevoerd. 4 a Indien het in het eerste lid bedoelde belang onverwijld ingrijpen noodzakelijk maakt, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer zonder toepassing van het eerste lid onmiddellijk uitvoering geven aan het derde lid, onderdeel, nadat zij de verzekeraar in de gelegenheid heeft gesteld zijn mening over de onmiddellijke uitvoering te geven. 5 De organen van de verzekeraar verlenen de door de Pensioen- & Verzekeringskamer aangewezen personen alle medewerking. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan de betrokken organen van de verzekeraar toestaan bepaalde handelingen zonder machtiging te verrichten. 6 a De door de Pensioen- & Verzekeringskamer aangewezen personen oefenen hun bevoegdheden uit gedurende ten hoogste twee jaren na de bekendmaking van de aanzegging, bedoeld in het derde lid, onderdeel, behoudens de bevoegdheid van de Pensioen- & Verzekeringskamer om deze termijn te verlengen telkens voor ten hoogste een jaar. Een zodanige verlenging maakt de Pensioen- & Verzekeringskamer aan de verzekeraar bekend. De verlenging wordt terstond van kracht. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan te allen tijde de door haar aangewezen personen door anderen vervangen. 7 a Voor schade ten gevolge van handelingen, welke zijn verricht in strijd met een aanzegging als bedoeld in het derde lid, onderdeel, zijn degenen, die deze handelingen als orgaan van de verzekeraar verrichten, persoonlijk aansprakelijk tegenover de verzekeraar. De verzekeraar kan de ongeldigheid van deze handelingen inroepen, indien de wederpartij wist, dat de vereiste toestemming ontbrak of daarvan niet onkundig kon zijn. 8 a De Pensioen- & Verzekeringskamer trekt in elk geval de maatregel, bedoeld in het derde lid, onderdeel, in zodra zij van oordeel is, dat het in het eerste lid bedoelde belang deze maatregel niet langer noodzakelijk maakt. 9 b De werking van het besluit tot publikatie van een aanwijzing, bedoeld in het derde lid, onderdeel, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Indien de verzekeraar na de publikatie alsnog voldoet aan de aanwijzing doet de Pensioen- & Verzekeringskamer hiervan op dezelfde wijze mededeling als bij de voorafgaande publikatie. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a 1 artikel 18, derde en vierde lid Indien een verzekeraar tot een groep behoort en de deskundigheid of betrouwbaarheid van de in, bedoelde personen naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer niet langer buiten twijfel staat, kan deze aan de personen of instellingen die via een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur het beleid bepalen van de groep waartoe de verzekeraar behoort, de aanwijzing geven dat de eerstgenoemde personen het beleid van die verzekeraar niet meer kunnen bepalen of mede bepalen. 2 De personen en instellingen tot wie de aanwijzing is gericht, volgen deze binnen de door de Pensioen- & Verzekeringskamer gestelde termijn op. 3 De personen en instellingen tot wie de aanwijzing is gericht, informeren de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen de door haar gestelde termijn over de maatregelen die zijn getroffen om aan de aanwijzing gevolg te geven. 4 De verzekeraar geeft geen gevolg aan algemene of bijzondere instructies van personen op wie een aanwijzing van de Pensioen- & Verzekeringskamer als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan bij: alle inlichtingen inwinnen of doen inwinnen, die redelijkerwijs nodig zijn voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden die zij op grond van deze wet heeft en teneinde na te gaan of de bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen worden nageleefd. verzekeraars; vertegenwoordigers; ondernemingen of instellingen die met een verzekeraar met zetel in Nederland in een groep zijn verbonden; ondernemingen of instellingen die een gekwalificeerde deelneming houden in een verzekeraar met zetel in Nederland; ondernemingen of instellingen waarop onderdeel c niet van toepassing is en waarin door een verzekeraar met zetel in Nederland of door een lid of meer leden te zamen van een in onderdeel c bedoelde groep voor meer dan vijftig procent rechtstreeks of middellijk wordt deelgenomen; pools waarin verzekeraars ter egalisering van risico's samenwerken en daarmee vergelijkbare vormen van samenwerking tussen verzekeraars op verzekeringstechnisch gebied; een ieder die zich naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer voordoet als verzekeraar, 2 Degene van wie de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, worden verlangd, verstrekt deze binnen de door de Pensioen- & Verzekeringskamer te stellen termijn. 3 artikelen 5:12 5:13 5:15 5:16 5:17 5:20 van de Algemene wet bestuursrech artikel 89, eerste lid Ten aanzien van personen die door de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn belast met het inwinnen van inlichtingen of met de uitoefening van andere taken en bevoegdheden die de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde, zijn de,,,,ent van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien een onderzoek als bedoeld in, wordt ingesteld, degene bij wie het onderzoek wordt ingesteld en die niet ingevolge deze wet onder toezicht staat, slechts is gehouden tot het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 28, eerste lid De Pensioen- & Verzekeringskamer kan getuigen en deskundigen alsmede bestuurders en commissarissen van een verzekeraar en van een in, bedoelde onderneming, instelling of pool en de betrokken vertegenwoordiger oproepen. Indien deze vertegenwoordiger rechtspersoon is, geldt deze bevoegdheid ten aanzien van de bestuurders en commissarissen van de vertegenwoordiger en ten aanzien van de door hem aangewezen natuurlijke persoon die hem vertegenwoordigt bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de nakoming van zijn verplichtingen. 2 Deze personen zijn verplicht op die oproeping te verschijnen. 3 De oproeping geschiedt op de wijze door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen. 4 Bij oproeping door middel van dagvaarding wordt de tussenkomst van het Openbaar Ministerie ingeroepen en vinden de bepalingen aangaande het dagvaarden van getuigen en deskundigen in strafzaken overeenkomstige toepassing. 5 Indien de opgeroepene niet op de dagvaarding verschijnt, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer daarvan proces-verbaal opmaken. Zij kan hem andermaal doen dagvaarden en daarbij een bevel tot medebrenging voegen of zodanig bevel laten uitvaardigen. Tot het ten uitvoer leggen van zodanig bevel verleent het Openbaar Ministerie zijn tussenkomst; de Pensioen- & Verzekeringskamer richt het verzoek daartoe tot de officier van justitie, hoofd van het parket bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de Pensioen- & Verzekeringskamer is gevestigd. 6 De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen, behoudens verschoning wegens ambts- of beroepsgeheim. De deskundigen zijn verplicht hun taak onpartijdig en naar beste weten te verrichten. De overige in het eerste lid bedoelde personen zijn verplicht alle gevraagde inlichtingen te verschaffen. 7 Artikel 177 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De Pensioen- & Verzekeringskamer kan de getuige de eed afnemen.is van toepassing. 8 artikelen 17 23, eerste lid, van de Wet op de Parlementaire Enquête Deen, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deskundigen niet worden gegijzeld. 9 Het afnemen van verhoren van getuigen en deskundigen alsook van de overige in het eerste lid bedoelde personen geschiedt op een plaats, door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen. Zij kan een of meer van de leden van haar bestuur dan wel een of meer van haar medewerkers machtigen een verhoor als in de eerste volzin bedoeld af te nemen. Het afnemen van de eed geschiedt echter steeds door een lid van haar bestuur. 10 Wet tarieven in burgerlijke zaken De Pensioen- & Verzekeringskamer kent aan getuigen en deskundigen op hun verlangen een vergoeding toe overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de. 2004 556 29-10-2004 13-10-2004 29411 2004 556 29-10-2004 13-10-2004 29411 30-10-2004 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist. De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 31a artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 Bij of krachtens de inbedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden voorgeschreven dat verzekeraars bepaalde gegevens ter zake van de integere bedrijfsvoering aan de Pensioen- & Verzekeringskamers melden. Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit artikel verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003 2003 103 18-03-2003 30-01-2003 28361 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Een verzekeraar draagt zorg voor een goede administratieve organisatie en adequate interne controleprocedures. 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan aan verzekeraars regels stellen voor hun bedrijfsvoering met betrekking tot de administratieve organisatie – met inbegrip van de financiële administratie – en de interne controle. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 31a — Artikel 31a#
Artikel 31a 1 Een verzekeraar draagt zorg voor adequate maatregelen, gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering. 2 Met het oog op een integere bedrijfsvoering worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan verzekeraars regels gesteld ter zake van: a. het tegengaan van verstrengeling van tegenstrijdige belangen; b. het voorkomen van betrokkenheid van de verzekeraar en van zijn werknemers bij strafbare feiten die het vertrouwen in de verzekeraar of in de financiële markten in het algemeen schaden; c. het voorkomen van betrokkenheid van de verzekeraar en van zijn werknemers bij handelingen die anderszins in het maatschappelijk verkeer zodanig onaanvaardbaar zijn, dat deze het vertrouwen in de verzekeraar of in de financiële markten in het algemeen schaden; d. het vaststellen van de identiteit, de aard en de achtergrond van de cliënten van de verzekeraar; e. andere bij algemene maatregel van bestuur te noemen onderwerpen. 3 artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit artikel verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003 2003 103 18-03-2003 30-01-2003 28361 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Een verzekeraar doet het boekjaar gelijk lopen met het kalenderjaar. 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld of voorschriften worden verbonden en zij kan worden ingetrokken. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Een verzekeraar dient binnen vier maanden na afloop van elk boekjaar bij de Pensioen- & Verzekeringskamer staten in, die te zamen een duidelijk beeld geven van het door de verzekeraar gevoerde beheer en van zijn financiële toestand. De indiening geschiedt in tweevoud en voor wat betreft de staten die ingevolge het zesde lid openbaar worden gemaakt, in drievoud, tenzij de Pensioen- & Verzekeringskamer andere aantallen vaststelt. 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een verzekeraar, categorieën van verzekeraars of alle verzekeraars voorschrijven dat een of meer van deze staten met een hogere frequentie of binnen een kortere termijn worden ingediend of dat staten vergezeld worden van een toelichting. 3 Een van de staten behelst het actuarieel verslag dat wordt voorzien van een verklaring van de actuaris. Met zijn verklaring bevestigt de actuaris dat hij zich ervan heeft overtuigd dat de in het actuarieel verslag genoemde voorzieningen prudent zijn vastgesteld en de in een staat opgenomen sterftevergelijking juist is weergegeven. Ten bewijze van een en ander waarmerkt de actuaris de betrokken staten. Hij is bevoegd zijn verklaring nader toe te lichten of op enig punt een voorbehoud te maken. De verzekeraar machtigt bij de opdracht tot het onderzoek de actuaris schriftelijk om desgevraagd of ingevolge een daartoe strekkende overeenkomst tussen de verzekeraar, de actuaris en de Pensioen- & Verzekeringskamer, aan de Pensioen- & Verzekeringskamer alle inlichtingen te verstrekken, die redelijkerwijze geacht kunnen worden nodig te zijn voor de vervulling van de haar bij of krachtens deze wet opgelegde taak. De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt de verzekeraar in de gelegenheid aanwezig te zijn bij het verstrekken van inlichtingen door de actuaris. 4 Indien de actuaris naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot de verzekeraar naar behoren zal vervullen, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is een verklaring als bedoeld in het derde lid met betrekking tot die verzekeraar af te leggen. 5 De modellen van de staten worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld. In de algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke staten openbaar moeten worden gemaakt. 6 De verzekeraar legt de openbaar te maken staten op al zijn kantoren in Nederland ter inzage van een ieder tot achttien maanden na afloop van het boekjaar. Tot zolang verstrekt hij ieder op verzoek een afschrift tegen ten hoogste de kostprijs. 7 Een verzekeraar met zetel buiten Nederland dient zijn jaarrekening in drievoud bij de Pensioen- & Verzekeringskamer in zodra hij deze openbaar heeft gemaakt of krachtens het recht van de staat van zijn zetel openbaar moet hebben gemaakt. Op deze jaarrekening is het vijfde lid van overeenkomstige toepassing. 8 artikel 33a, eerste lid De Pensioen- & Verzekeringskamer kan bepalen dat de staten, bedoeld in het tweede lid, niet vergezeld gaan van een verklaring als bedoeld in het derde lid of van een verklaring als bedoeld in. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 33a — Artikel 33a#
Artikel 33a 1 artikel 33, eerste lid artikel 33, tweede lid artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Een verzekeraar doet de staten, bedoeld in, vergezeld gaan van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in. Ten bewijze dat de staten door hem zijn onderzocht of, indien het staten betreft als bedoeld in, in zijn onderzoek zijn betrokken, waarmerkt de accountant de staten. De verzekeraar machtigt bij de opdracht tot het onderzoek de accountant schriftelijk desgevraagd of ingevolge een daartoe strekkende overeenkomst tussen de verzekeraar, de accountant en de Pensioen- & Verzekeringskamer, aan de Pensioen- & Verzekeringskamer alle inlichtingen te verstrekken, die redelijkerwijze geacht kunnen worden nodig te zijn voor de vervulling van de haar bij of krachtens deze wet opgelegde taak. De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt de verzekeraar in de gelegenheid aanwezig te zijn bij het verstrekken van inlichtingen door de accountant. 2 De accountant, bedoeld in het eerste lid, meldt de Pensioen- & Verzekeringskamer zo spoedig mogelijk elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van zijn werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid kennis heeft gekregen en die: a. in strijd is met de eisen die voor het verkrijgen van de vergunning zijn gesteld; b. in strijd is met de bij of krachtens deze wet opgelegde verplichtingen; c. het voortbestaan van de verzekeraar bedreigt; of d. leidt tot weigering van het afgeven van een verklaring omtrent de getrouwheid of tot het maken van voorbehouden. 3 artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Op de accountant die naast zijn werkzaamheden voor de verzekeraar ook werkzaamheden uitvoert voor een andere onderneming of instelling, is de meldingsplicht, bedoeld in het tweede lid, van overeenkomstige toepassing indien de verzekeraar dochtermaatschappij is van de andere onderneming of instelling, dan wel indien de andere onderneming of instelling dochtermaatschappij is van de verzekeraar. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt onder dochtermaatschappij verstaan een dochtermaatschappij als bedoeld in, met dien verstande dat een verzekeraar tevens dochtermaatschappij kan zijn van een natuurlijk persoon of vennootschap. 4 De accountant die op grond van het tweede of derde lid tot een melding aan de Pensioen- & Verzekeringskamer is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat, gelet op alle feiten en omstandigheden, in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan. 5 Indien de accountant naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot de verzekeraar naar behoren zal vervullen, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is een verklaring als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot die verzekeraar af te leggen. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 33b — Artikel 33b#
Artikel 33b artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 33a, tweede tot en met vierde lid Op een accountant als bedoeld in, die de jaarrekening van een verzekeraar controleert, is, van overeenkomstige toepassing. 1996 537 05-11-1996 25-09-1996 24600 1996 538 05-11-1996 21-10-1996 06-11-1996
Artikel 33c — Artikel 33c#
Artikel 33c 1 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een verzekeraar, categorieën van verzekeraars of alle verzekeraars voorschrijven dat bijzondere opgaven met een door de Pensioen- & Verzekeringskamer bepaalde frequentie en binnen een door haar bepaalde termijn worden ingediend. 2 De modellen van de bijzondere opgaven worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Deze opgaven worden niet openbaar gemaakt. 3 artikel 33, derde lid artikel 33a, eerste lid De Pensioen- & Verzekeringskamer kan bepalen dat de bijzondere opgaven vergezeld gaan van een verklaring als bedoeld inof van een verklaring als bedoeld in. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 403 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 403, eerste lid, onderdeel e, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Een verzekeraar met zetel in Nederland dient binnen zes maanden na afloop van het boekjaar zijn jaarverslag in drievoud bij de Pensioen- & Verzekeringskamer in, tenzij de Pensioen- & Verzekeringskamer een ander aantal vaststelt. Een verzekeraar dietoepast, dient het jaarverslag, bedoeld in, onverwijld na de neerlegging daarvan ten kantore van het handelsregister bij de Pensioen- & Verzekeringskamer in. 2 Een verzekeraar met zetel buiten Nederland dient, tenzij de Pensioen- & Verzekeringskamer een ander aantal vaststelt, zijn jaarverslag in drievoud bij haar in zodra hij het openbaar heeft gemaakt of krachtens het recht van de staat van zijn zetel openbaar moet hebben gemaakt. 3 Artikel 33, vijfde lid , geldt ook voor het ingediende jaarverslag. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Een verzekeraar: a. artikel 23, eerste lid artikel 23, vijfde lid legt een authentiek afschrift van elke wijziging in zijn statuten aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over en brengt elke wijziging in de akte van aanstelling van zijn vertegenwoordiger, bedoeld in, ter kennis van de Pensioen- & Verzekeringskamer, een en ander binnen twee weken na de totstandkoming van de desbetreffende wijziging. Dezelfde verplichting rust op de vertegenwoordiger die rechtspersoon is met betrekking tot elke wijziging in zijn statuten en in de akte van aanstelling van de door hem overeenkomstig, aangewezen natuurlijke persoon; b. artikel 42, eerste lid brengt elke wijziging in de samenstelling van zijn bestuur en raad van commissarissen en elke aanstelling van een vertegenwoordiger als bedoeld in, en 44, tweede lid, vooraf ter kennis van de Pensioen- & Verzekeringskamer; c. brengt elke wijziging in de samenstelling van de personen die het dagelijks beleid bepalen van de groep waartoe de verzekeraar behoort en uit dien hoofde het dagelijks beleid van de verzekeraar mede bepalen vooraf ter kennis van de Pensioen- & Verzekeringskamer; d. brengt elke wijziging in de samenstelling van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen van de groep waartoe de verzekeraar behoort en uit dien hoofde het beleid van de verzekeraar mede bepalen vooraf ter kennis van de Pensioen- & Verzekeringskamer. 2 Een wijziging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c of d, wordt niet doorgevoerd indien de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen zes weken na ontvangst van de melding of, indien de Pensioen- & Verzekeringskamer om nadere gegevens of inlichtingen heeft verzocht, binnen zes weken na de ontvangst van die gegevens of inlichtingen aan de verzekeraar bekend maakt dat zij niet met de voorgenomen wijziging instemt. 3 artikel 18, tweede of vierde lid Indien zich een wijziging voordoet van de antecedenten, bedoeld in, stelt de verzekeraar de Pensioen- & Verzekeringskamer daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 4 Een verzekeraar doet binnen twee weken na het voor de eerste maal sluiten van een nieuw type overeenkomst van natura-uitvaartverzekering aan de Pensioen- & Verzekeringskamer opgave van de technische grondslagen voor de berekening van het desbetreffende tarief en van de desbetreffende technische voorzieningen. 5 Een verzekeraar doet binnen twee weken aan de Pensioen- & Verzekeringskamer opgave van de wijzigingen in de technische grondslagen voor de berekening van zijn tarieven en van de technische voorzieningen. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Het is een verzekeraar verboden overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten vanuit een vestiging in Nederland, zonder toestemming van degenen die aan die overeenkomsten rechten kunnen ontlenen, over te boeken naar een vestiging van deze verzekeraar buiten Nederland. 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gegeven verbod indien de verzekeraar aannemelijk maakt dat de belangen van degenen die aan de betrokken overeenkomsten rechten kunnen ontlenen, zich tegen de overboeking niet verzetten. Aan een ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld of voorschriften worden verbonden. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Een verzekeraar met zetel in Nederland mag geen ander bedrijf dan het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefenen. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 Een verzekeraar houdt toereikende technische voorzieningen aan. Rekening houdend met alle financiële aspecten van zijn onderneming stelt hij de premies voor te sluiten overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering op adequate wijze vast. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake van het bepaalde in dit lid nadere regels worden gesteld. 2 De technische voorzieningen worden volledig door waarden gedekt. Ten aanzien van deze waarden kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen de aard en de waardering van deze waarden bedenkingen naar voren brengen, aan welke bedenkingen de verzekeraar dient tegemoet te komen. 3 De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen moeten in toereikende mate kunnen worden geïnd of te gelde gemaakt in de muntsoort van de staat waarin de verzekerde ten tijde van het sluiten van de overeenkomst zijn woonplaats heeft. Voor zover deze waarden dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen moeten zij in Nederland aanwezig zijn. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het bepaalde in het derde lid. Daarbij kan tevens worden bepaald dat en in hoeverre de Pensioen- & Verzekeringskamer vrijstelling of ontheffing kan verlenen van gegeven voorschriften. Aan een vrijstelling en een ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld of voorschriften worden verbonden en zij kunnen worden ingetrokken. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat en in hoeverre vorderingen op herverzekeraars als de waarden, bedoeld in het tweede lid, in aanmerking kunnen worden genomen. Ten aanzien van deze waarden is het derde lid, laatste volzin, niet van toepassing. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, worden als zodanig door de verzekeraar geadministreerd. 2 artikel 33 In een der staten, bedoeld in, vermeldt de verzekeraar de bedragen die de in het eerste lid bedoelde waarden per categorie, als aangegeven in de desbetreffende staat, in totaal belopen. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Een verzekeraar dient te beschikken over een solvabiliteitsmarge die ten minste een bedrag beloopt dat wordt berekend op de wijze, voorgeschreven bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. 2 Een derde gedeelte van de overeenkomstig het eerste lid berekende solvabiliteitsmarge vormt het garantiefonds. Het garantiefonds beloopt evenwel ten minste € 45 378,02. 3 In afwijking van het eerste lid beloopt de solvabiliteitsmarge ten minste het minimum bedrag van het garantiefonds. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke vermogensbestanddelen de solvabiliteitsmarge en het garantiefonds kunnen vormen en welke vermogensbestanddelen daarbij een aftrek dienen te vormen. Voorts wordt vermeld de mate waarin en de voorwaarden waaronder het in de eerste volzin bepaalde geschiedt. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen de waardering van de vermogensbestanddelen bedenkingen naar voren brengen. 5 Indien een verzekeraar weet of redelijkerwijze kan voorzien dat zijn solvabiliteitsmarge niet voldoet of zal voldoen aan de eisen die daaraan krachtens het eerste of derde lid zijn gesteld, doet hij hiervan terstond aan de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel 40a — Artikel 40a#
Artikel 40a 1 Een verzekeraar die voornemens is een bijkantoor te openen buiten Nederland, stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer daarvan schriftelijk in kennis. 2 De kennisgeving geschiedt onder opgave van: a. de staat waarin de verzekeraar voornemens is het bijkantoor te openen; b. een programma van werkzaamheden, met betrekking waartoe bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld en waarin met name de aard van de overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering die door het bijkantoor zullen worden gesloten en de voorziene organisatiestructuur – met inbegrip van de financiële administratie en de interne controle – ten behoeve van het bijkantoor zijn vermeld; c. het adres van het bijkantoor; en d. artikel 40c, tweede lid de naam en het adres van de vertegenwoordiger en, zo de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de naam en het adres van de natuurlijke persoon, bedoeld in. 3 De verzekeraar doet de in het tweede lid bedoelde gegevens vergezeld gaan van een vertaling voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer zulks verlangt. 4 Indien de verzekeraar, gezien de werkzaamheden die hij vanuit het bijkantoor voornemens is te verrichten, niet voldoet of naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer niet zal kunnen voldoen aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen ten aanzien van: artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 geeft de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming voor opening van het bijkantoor. Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit lid verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in. a. artikel 40c, tweede lid de deskundigheid, de voornemens, de handelingen of de antecedenten van de personen die het dagelijks beleid van de verzekeraar bepalen of van de vertegenwoordiger en, zo de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de deskundigheid, de voornemens, de handelingen of de antecedenten van de natuurlijke persoon, bedoeld in; b. de technische voorzieningen; c. de solvabiliteitsmarge; d. de administratieve organisatie; en e. de maatregelen, gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering, 5 De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, haar beslissing over het verlenen van toestemming voor het openen van het bijkantoor bekend aan de verzekeraar. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003 2003 103 18-03-2003 30-01-2003 28361 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 40b — Artikel 40b#
Artikel 40b 1 artikel 40a, tweede lid, onderdelen b tot en met d Een verzekeraar meldt een wijziging van de gegevens, bedoeld in, ten minste een maand tevoren schriftelijk aan de Pensioen- & Verzekeringskamer. 2 De verzekeraar doet de in het eerste lid bedoelde gegevens vergezeld gaan van een vertaling voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer zulks verlangt. 3 artikel 40 Indien de verzekeraar beschikt over de ingevolgevereiste solvabiliteitsmarge en de Pensioen- & Verzekeringskamer geen bedenkingen heeft tegen de wijziging maakt zij dit aan de verzekeraar bekend. 4 Indien het voornemen bestaat om de bedrijfsuitoefening vanuit het bijkantoor te staken, stelt de verzekeraar de Pensioen- & Verzekeringskamer daarvan ten minste een maand tevoren schriftelijk in kennis. Zodra de verzekeraar zijn voornemen uitvoert, meldt hij dit onverwijld aan de Pensioen- & Verzekeringskamer. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 40c — Artikel 40c#
Artikel 40c 1 artikel 40a De vertegenwoordiger, bedoeld in, heeft ten aanzien van de uitoefening van het verzekeringsbedrijf vanuit het bijkantoor van rechtswege alle bevoegdheden die de verzekeraar bezit, tenzij het recht van de staat waar het bijkantoor is gevestigd zich daartegen verzet. Hij maakt daarvan gebruik voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer zulks verlangt. 2 Is de vertegenwoordiger een rechtspersoon, dan wijst hij op zijn beurt een natuurlijk persoon aan die hem bij uitsluiting van ieder ander vertegenwoordigt bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de nakoming van zijn verplichtingen. 3 Artikel 18, eerste en tweede lid , is van overeenkomstige toepassing op de natuurlijke persoon die als vertegenwoordiger is aangesteld en op de natuurlijke persoon, bedoeld in het tweede lid. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Een verzekeraar met zetel buiten Nederland mag vanuit de bijkantoren in Nederland geen ander bedrijf dan het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefenen. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 21, tweede lid artikel 23, vijfde lid artikel 21, tweede lid Ontslag van de vertegenwoordiger is niet geldig tenzij het gepaard gaat met de aanstelling van een opvolger met gebruikmaking van het model, bedoeld in. Het ontslag gaat niet in voordat een akte van ontslag en de akte van aanstelling van de opvolger aan de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn overgelegd en zij aan het bestuur van de verzekeraar heeft meegedeeld dat zij tegen het ontslag geen bedenkingen heeft. Is de opvolger rechtspersoon, dan doet de verzekeraar de akte van aanstelling vergezeld gaan van de statuten van deze rechtspersoon, een uittreksel uit diens inschrijving in het handelsregister en de akte van aanstelling van de natuurlijke persoon, bedoeld in, opgemaakt overeenkomstig. 2 De vertegenwoordiger die heeft bedankt, behoudt zijn hoedanigheid totdat hij van zijn bedanken kennis heeft gegeven aan de Pensioen- & Verzekeringskamer en zij aan het bestuur van de verzekeraar heeft meegedeeld dat zij daartegen geen bedenkingen heeft. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 De vertegenwoordiger houdt van rechtswege op vertegenwoordiger te zijn vanaf de dag van het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de verlening van surséance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de onderbewindstelling van één of meer van de goederen, bedoeld in titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of de ondercuratelestelling. 2 artikel 23, vijfde lid artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek De aanwijzing, bedoeld in, vervalt van rechtswege vanaf de dag van het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de verlening van surséance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in, de onderbewindstelling van één of meer van de goederen, bedoeld in, of de ondercuratelestelling van de aangewezen natuurlijke persoon alsmede vanaf de dag van verlening van surséance van betaling of faillietverklaring van de vertegenwoordiger. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 23, vijfde lid Van het overlijden, het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de surséance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de onderbewindstelling van één of meer van de goederen, bedoeld in titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of de ondercuratelestelling van de vertegenwoordiger of de natuurlijke persoon, bedoeld in, alsmede van het ontslag van deze natuurlijke persoon geeft de verzekeraar onderscheidenlijk de vertegenwoordiger binnen een week aan de Pensioen- & Verzekeringskamer kennis. 2 artikel 23, vijfde lid In de gevallen, genoemd in het eerste lid, alsook in het geval dat de vertegenwoordiger of de natuurlijke persoon, bedoeld in, heeft bedankt, stelt de verzekeraar of wijst de vertegenwoordiger binnen een door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen termijn een nieuwe vertegenwoordiger onderscheidenlijk een ander natuurlijk persoon aan. Artikel 21, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 23, zesde lid Zolang de vertegenwoordiger ontbreekt, wordt de verzekeraar geacht zijn woonplaats te hebben ten parkette van de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de verzekeraar volgens, het laatst zijn woonplaats had, of anders ten parkette van de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de Pensioen- & Verzekeringskamer is gevestigd. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 Een verzekeraar houdt voor zijn vanuit de bijkantoren in Nederland aangegane verplichtingen uit overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering toereikende technische voorzieningen aan. Rekening houdend met alle financiële aspecten van zijn onderneming stelt hij de premies voor te sluiten overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering op adequate wijze vast. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake van het bepaalde in dit lid nadere regels worden gesteld. 2 De technische voorzieningen worden volledig door waarden gedekt. Ten aanzien van deze waarden kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen de aard en de waardering van deze waarden bedenkingen naar voren brengen, aan welke bedenkingen de verzekeraar dient tegemoet te komen. 3 De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen moeten in toereikende mate kunnen worden geïnd of te gelde gemaakt in de muntsoort van de staat waarin de verzekerde ten tijde van het sluiten van de overeenkomst zijn woonplaats heeft. Deze waarden moeten in Nederland aanwezig zijn. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het bepaalde in het derde lid. Daarbij kan tevens worden bepaald dat en in hoeverre de Pensioen- & Verzekeringskamer vrijstelling of ontheffing kan verlenen van gegeven voorschriften. Aan een vrijstelling en een ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld of voorschriften worden verbonden en zij kunnen worden ingetrokken. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat en in hoeverre vorderingen op herverzekeraars als de waarden, bedoeld in het tweede lid, in aanmerking kunnen worden genomen. Deze waarden behoeven niet in Nederland aanwezig te zijn. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 artikel 39 Ten aanzien van de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen isvan toepassing. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 40 Een verzekeraar dient voor het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf dat hij vanuit de bijkantoren in Nederland uitoefent, te beschikken over een solvabiliteitsmarge ten aanzien waarvanvan overeenkomstige toepassing is. 2 De waarden die de solvabiliteitsmarge vertegenwoordigen, dienen in Nederland aanwezig te zijn. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Een verzekeraar voert hier te lande de administratie met betrekking tot de bijkantoren in Nederland en bewaart hier te lande de desbetreffende zakelijke gegevens en bescheiden. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 Een verzekeraar met zetel buiten Nederland, die diensten verricht naar Nederland, dient: a. naar het recht van de staat van zijn zetel rechtspersoon te zijn; b. in de staat van zijn zetel bevoegd te zijn tot uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en dit bedrijf vanuit een vestiging in die staat daadwerkelijk uit te oefenen; en c. artikel 40 met betrekking tot het gehele door hem uitgeoefende natura-uitvaartverzekeringsbedrijf te beschikken over een solvabiliteitsmarge, die ten minste overeenkomt met de ingevolgevereiste solvabiliteitsmarge. 2 De verzekeraar die voornemens is voor de eerste maal diensten te verrichten naar Nederland, legt, onder vermelding van de adressen van zijn zetel en van de vestiging van waaruit hij de diensten wenst te verrichten, aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over: a. een authentiek afschrift van de akte van oprichting, een exemplaar van zijn statuten alsmede een lijst met namen en adressen van zijn bestuurders en commissarissen; en b. bescheiden waaruit blijkt dat de verzekeraar voldoet aan de in het eerste lid gestelde eisen. 3 De verzekeraar kan het verrichten van diensten aanvangen vanaf de officieel bevestigde datum van ontvangst door de Pensioen- & Verzekeringskamer van de in het tweede lid bedoelde bescheiden. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Een verzekeraar die diensten verricht naar Nederland, dient binnen zes maanden na afloop van het boekjaar bij de Pensioen- & Verzekeringskamer een opgave in van de in dat boekjaar uit hoofde van het verrichten van diensten naar Nederland geboekte premies, zonder aftrek van herverzekering. Het model van de opgave wordt door de Pensioen- & Verzekeringskamer vastgesteld. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 Een verzekeraar die bij het verrichten van diensten naar Nederland in strijd handelt met de belangen van degenen die als verzekeringnemers of verzekerden zullen worden betrokken bij overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering of inbreuk maakt op hier te lande geldende voorschriften maakt daaraan op verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer een einde. 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan aan een verzekeraar voorschriften of een verbod opleggen ter zake van acquisitie met betrekking tot overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, door de verzekeraar te sluiten bij het verrichten van diensten naar Nederland. De voorschriften en het verbod kunnen slechts worden opgelegd in het belang van degenen die als verzekeringnemers of verzekerden zullen worden betrokken bij deze overeenkomsten of indien de verzekeraar inbreuk maakt op hier te lande geldende voorschriften. 3 Staatscourant Van het besluit van de Pensioen- & Verzekeringskamer, houdende voorschriften of een verbod ter zake van acquisitie, en de intrekking daarvan, wordt in demededeling gedaan zodra de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, zodra op het beroep is beslist. 4 Het is verboden in Nederland te bemiddelen bij of op andere soortgelijke wijze mee te werken aan de voorbereiding of de totstandkoming van overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering met betrekking waartoe aan een verzekeraar een verbod van acquisitie is opgelegd, dan wel te handelen in strijd met de voorschriften of het verbod, opgelegd ingevolge het tweede lid. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 Een verzekeraar met zetel in Nederland kan slechts met schriftelijke toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer en bij akte zijn rechten en verplichtingen uit een of meer overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering: a. gesloten vanuit een vestiging in Nederland overdragen aan een andere verzekeraar of aan een levensverzekeraar met vestiging in Nederland in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een vestiging in Nederland; b. gesloten vanuit een bijkantoor in een andere staat overdragen aan een andere verzekeraar of levensverzekeraar in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een vestiging in Nederland indien de wetgeving van de staat van het bijkantoor voorziet in een dergelijke overdracht en de toezichthoudende autoriteit in die staat, voor zover aanwezig, daarmee instemt. 2 Een verzekeraar met zetel buiten Nederland kan slechts met schriftelijke toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer en bij akte zijn rechten en verplichtingen uit een of meer overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten vanuit een bijkantoor in Nederland, overdragen aan een andere verzekeraar of levensverzekeraar in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een vestiging in Nederland. 3 Indien de wetgeving van een andere staat niet voorziet in een toestemmingsprocedure voor een verzekeraar met zetel aldaar tot overdracht van zijn rechten en verplichtingen uit een of meer overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten vanuit een bijkantoor in Nederland, aan een andere verzekeraar of aan een levensverzekeraar met zetel buiten Nederland, in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een bijkantoor in Nederland kan de overdracht bij akte plaatsvinden met schriftelijke toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer. De Pensioen- & Verzekeringskamer verleent geen toestemming alvorens de toezichthoudende autoriteit, voor zover aanwezig, van de staat van de zetel van de overdragende verzekeraar heeft verklaard met die overdracht in te stemmen. 4 In afwijking van het eerste tot en met het derde lid kan een verzekeraar zijn rechten en verplichtingen uit een overeenkomst van natura-uitvaartverzekering op schriftelijk verzoek van de verzekeringnemer overdragen. 5 artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Met overdracht van de rechten en verplichtingen uit alle overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering wordt gelijkgesteld de overgang van deze rechten en verplichtingen bij een fusie als bedoeld inof bij een splitsing als bedoeld in. 6 g artikel 1, onderdeel, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 In dit hoofdstuk wordt onder levensverzekeraar verstaan een levensverzekeraar als bedoeld in. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 Een aanvraag ter verkrijging van toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer tot overdracht van rechten en verplichtingen gaat vergezeld van een ontwerp-overeenkomst met alle ter toelichting dienende stukken. 2 Voor een overdracht aan een verzekeraar of levensverzekeraar met zetel in Nederland verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming indien deze verzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, niet beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge. 3 Voor een overdracht aan een verzekeraar met zetel buiten Nederland in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een bijkantoor in Nederland verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming indien het betrokken bijkantoor, mede gelet op de voorgenomen overdracht, niet beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge. 4 Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer aanvankelijk al dan niet bedenkingen heeft tegen het ontwerp van de tot de overdracht strekkende overeenkomst, maakt zij dit aan de verzekeraar bekend. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 Staatscourant Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer tegen het ontwerp aanvankelijk geen bedenkingen heeft of nadat aan deze bedenkingen is tegemoetgekomen, doet de verzekeraar van zijn voornemen tot overdracht van rechten en verplichtingen mededeling in deen op andere door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen wijze. Daarbij wordt mededeling gedaan van een door de Pensioen- & Verzekeringskamer vast te stellen termijn, binnen welke de betrokken polishouders zich bij de Pensioen- & Verzekeringskamer schriftelijk tegen de overdracht kunnen verzetten. 2 Indien een vierde of meer van de polishouders zich binnen de gestelde termijn tegen de overdracht hebben verzet, kan een overdracht niet volgen, ook niet ten aanzien van hen die zich tegen de overdracht niet hebben verzet. De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt dit aan de verzekeraar bekend. 3 Heeft de Pensioen- & Verzekeringskamer alsnog bedenkingen tegen de overdracht, dan maakt zij deze bedenkingen na afloop van de gestelde termijn aan de verzekeraar bekend. 4 Indien zich niet binnen de gestelde termijn een vierde of meer van de polishouders tegen de overdracht hebben verzet en tegen de overdracht ook bij de Pensioen- & Verzekeringskamer geen bedenkingen bestaan of aan deze bedenkingen is tegemoetgekomen, verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer de verzekeraar toestemming tot de overdracht. De overdracht kan dan volgen en is van kracht ten aanzien van alle belanghebbenden. 5 Staatscourant De verzekeraar die zijn rechten en verplichtingen met toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft overgedragen, doet van de overdracht mededeling in demet vermelding van de datum waarop zij is geschied. De inhoud van deze publikatie behoeft de voorafgaande toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer. 6 Staatscourant Indien een verzekeringnemer die lid is van een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland of van een onderneming dan wel instelling op onderlinge grondslag met zetel buiten Nederland, ingevolge de overdracht geen overeenkomst van natura-uitvaartverzekering meer bij deze verzekeraar heeft lopen, eindigt zijn lidmaatschap uit dien hoofde van rechtswege met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van dewaarin de publikatie is geplaatst. 7 Voor de toepassing van het eerste, tweede of vierde lid wordt onder polishouder verstaan de verzekeringnemer of zijn rechtsopvolger. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 Een verzekeraar met zetel in Nederland kan zich zonder schriftelijke toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer niet omzetten in een andere rechtsvorm. 2 Een aanvraag ter verkrijging van toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer tot omzetting gaat vergezeld van een ontwerp van een notariële akte van omzetting die de nieuwe statuten bevat met alle ter toelichting dienende stukken. 3 Staatscourant Indien met toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer omzetting heeft plaatsgevonden, doet de verzekeraar van de omzetting mededeling in deen op andere door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen wijze. Voor zover door de verzekeraar in dienstverrichting naar een andere staat overeenkomsten in de uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf zijn gesloten, doet de verzekeraar van de omzetting tevens mededeling in die staat. De inhoud van deze publikaties behoeft de voorafgaande toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 artikel 38 Indien een verzekeraar met zetel in Nederland niet voldoet aan de bij of krachtensgestelde eisen met betrekking tot de technische voorzieningen, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer de vrije beschikking door de verzekeraar over zijn waarden, waar zij zich ook bevinden, beperken of hem verbieden om anders dan met schriftelijke machtiging van de Pensioen- & Verzekeringskamer te beschikken over deze waarden. 2 artikel 45 Indien een verzekeraar met zetel buiten Nederland niet voldoet aan de bij of krachtensgestelde eisen met betrekking tot de technische voorzieningen, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer de vrije beschikking door de verzekeraar over zijn waarden, die betrekking hebben op zijn vanuit Nederland uitgeoefende verzekeringsbedrijf, beperken of hem verbieden om anders dan met schriftelijke machtiging van de Pensioen- & Verzekeringskamer te beschikken over deze waarden. 3 De beperking of het verbod wordt door de Pensioen- & Verzekeringskamer door middel van een deurwaardersexploot aan de verzekeraar bekendgemaakt. 4 De verzekeraar kan de ongeldigheid van een rechtshandeling, verricht in strijd met de beperking of het verbod, inroepen indien de wederpartij de maatregel kende of daarvan niet onkundig kon zijn. 5 De Pensioen- & Verzekeringskamer heft de beperking of het verbod op zodra de verzekeraar weer voldoet aan de in het eerste lid bedoelde eisen. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 Indien een verzekeraar niet meer beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge, dient hij - tenzij het tweede lid van toepassing is - binnen acht weken of zoveel eerder als de Pensioen- & Verzekeringskamer bepaalt, bij de Pensioen- & Verzekeringskamer een saneringsplan ter toestemming in, dat aangeeft op welke wijze en binnen welke termijn de solvabiliteitsmarge weer op de vereiste omvang zal worden gebracht. 2 Indien de solvabiliteitsmarge is gedaald of naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer zal dalen beneden het garantiefonds, dient de verzekeraar bij de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen een door haar te bepalen termijn een financieringsplan ter toestemming in, dat aangeeft hoe op korte termijn de solvabiliteitsmarge weer op de vereiste omvang zal worden gebracht. 3 Ingeval het eerste lid reeds toepassing vond, geeft het financieringsplan tevens aan hoe het saneringsplan waarvoor reeds toestemming is verleend, daarin wordt verwerkt. 4 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan op aanvraag van de verzekeraar wijzigingen in een plan waarvoor toestemming is verleend toestaan dan wel, bij gewijzigde omstandigheden, wijzigingen in het plan eisen of de toestemming intrekken. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 artikel 39 artikel 46 Een verzekeraar wiens solvabiliteitsmarge niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen, doet aan de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen de door haar te bepalen termijn en op de door haar te bepalen wijze opgave van de inonderscheidenlijkbedoelde waarden en van de wijzigingen die daarin vervolgens optreden. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 artikel 57, eerste lid artikel 57, tweede lid De Pensioen- & Verzekeringskamer kan in het geval, bedoeld in, in uitzonderlijke omstandigheden, waarbij zij van oordeel is dat de financiële positie van de verzekeraar nog verder zal verslechteren, alsook in het geval, bedoeld in, de vrije beschikking door de verzekeraar over zijn waarden, waar zij zich ook bevinden, beperken of hem verbieden om anders dan met schriftelijke machtiging van de Pensioen- & Verzekeringskamer te beschikken over deze waarden. 2 De beslissing waarbij de beperking of het verbod wordt opgelegd, wordt door de Pensioen- & Verzekeringskamer door middel van een deurwaardersexploot aan de verzekeraar bekendgemaakt. 3 De verzekeraar kan de ongeldigheid van een rechtshandeling, verricht in strijd met de beperking of het verbod, inroepen indien de wederpartij de maatregel kende of daarvan niet onkundig kon zijn. 4 De Pensioen- & Verzekeringskamer heft de beperking of het verbod op, zodra de verzekeraar weer voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen met betrekking tot de solvabiliteitsmarge. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een vergunning intrekken indien de verzekeraar: a. daarom verzoekt; b. niet meer voldoet aan de eisen die voor het verkrijgen van de vergunning zijn gesteld; c. artikel 57 niet binnen de ingevolgedoor de Pensioen- & Verzekeringskamer goedgekeurde termijn de solvabiliteitsmarge op de vereiste omvang heeft gebracht; d. ernstig in gebreke blijft aan verplichtingen, hem bij of krachtens de wet in of buiten Nederland opgelegd, te voldoen; e. met zetel in Nederland dan wel, vanuit zijn bijkantoren in Nederland, indien hij zijn zetel buiten Nederland heeft, de bedrijfsuitoefening gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt; of f. binnen twaalf maanden na de verlening van de vergunning daarvan geen gebruik heeft gemaakt. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 De werking van het besluit tot intrekking van een vergunning wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien de verzekeraar de voorzitter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft verzocht een voorlopige voorziening te treffen, op dat verzoek is beslist. 2 Staatscourant De Pensioen- & Verzekeringskamer doet van het besluit in demededeling, zodra de intrekking van kracht is geworden. Zij kan, indien zij dit in het belang van verzekeringnemers of verzekerden acht, het besluit eveneens op andere door haar te bepalen wijze publiceren. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 Houdt de verzekeraar op te bestaan, dan vervallen de aan hem verleende vergunningen. Artikel 61, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 63 Herleeft de rechtspersoon vervolgens, dan isvan overeenkomstige toepassing. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 artikel 24, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 De intrekking van de vergunning verplicht de verzekeraar zijn bedrijf af te wikkelen, tenzij de intrekking gepaard gaat met de verlening van een vergunning als bedoeld in. De verzekeraar die verplicht is zijn bedrijf af te wikkelen, blijft onderworpen aan de bepalingen van deze wet. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikel 60, onderdelen b, c of d Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer de vergunning intrekt op grond van, beperkt zij de uitoefening van de beschikkingsbevoegdheid door de verzekeraar over zijn waarden of verbiedt zij hem om anders dan met haar schriftelijke machtiging over deze waarden te beschikken, voor zover zulks niet reeds is geschied. 2 artikel 61, tweede lid de artikelen 56, eerste en tweede lid 59, eerste lid Bij de publikatie, bedoeld in, wordt tevens mededeling gedaan van de beperking of het verbod, opgelegd ingevolge het eerste lid of, en. 3 De verzekeraar kan niet op grond van de beperking of het verbod, opgelegd ingevolge het eerste lid, een beroep doen op de ongeldigheid van een rechtshandeling die voor de openbaarmaking is verricht, tenzij de wederpartij de beperking onderscheidenlijk het verbod kende of daarvan niet onkundig kon zijn. 4 Indien het besluit tot intrekking wordt vernietigd, heft de Pensioen- & Verzekeringskamer de beperking of het verbod, opgelegd ingevolge het eerste lid, op. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 artikel 11 Een verzoek tot faillietverklaring van een verzekeraar - eigen aangifte daaronder begrepen - wordt niet in behandeling genomen zolang de verzekeraar in het bezit is van een vergunning als bedoeld in. 2 Op een verzoek tot faillietverklaring van een verzekeraar wordt niet beslist dan nadat de rechter de Pensioen- & Verzekeringskamer in de gelegenheid heeft gesteld haar gevoelen daaromtrent kenbaar te maken en nadat de vergunning is ingetrokken. 3 De wettelijke bepalingen inzake surséance van betaling zijn op verzekeraars niet van toepassing. 2005 455 20-09-2005 08-09-2005 28863 2005 484 13-10-2005 29-09-2005 15-10-2005 Artikel XIII van Stb. 2005/455 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 Wanneer het belang der gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van een verzekeraar een bijzondere voorziening vordert, kan de rechtbank binnen welker rechtsgebied de verzekeraar zijn woonplaats heeft, op verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer de noodregeling uitspreken, ongeacht of de verzekeraar over een vergunning beschikt of heeft beschikt. 2 Bij het uitspreken van de noodregeling benoemt de rechtbank één of meer bewindvoerders. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan voor de benoeming voordrachten doen. 3 De rechtbank verleent aan de bewindvoerders een machtiging. De machtiging strekt zowel tot vereffening van het geheel of van een gedeelte van de portefeuille van de verzekeraar als tot overdracht van alle of van een deel van zijn rechten en verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering. Zolang nog niet blijkt dat de verzekeraar een negatief eigen vermogen heeft, strekt de machtiging mede tot vereffening van het vermogen van de onderneming van de verzekeraar. 4 Ten aanzien van een verzekeraar met zetel buiten Nederland heeft de machtiging betrekking op het vanuit zijn bijkantoren in Nederland uitgeoefende verzekeringsbedrijf. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke activa en passiva tot dat bedrijf moeten worden gerekend. 5 De Pensioen- & Verzekeringskamer zendt een afschrift van haar verzoekschrift aan de verzekeraar. 6 De rechtbank behandelt het verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer tot het uitspreken van de noodregeling met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken. 7 Artikel 30 De rechtbank kan inzage nemen of doen nemen van de zakelijke gegevens en bescheiden van de verzekeraar.is daarbij van overeenkomstige toepassing. 8 De rechtbank geeft geen beschikking dan nadat de verzekeraar en de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn gehoord althans behoorlijk zijn opgeroepen. 9 Staatscourant De beschikking van de rechtbank wordt met redenen omkleed en wordt, indien de noodregeling wordt uitgesproken, op een openbare terechtzitting uitgesproken. De griffier doet van de zakelijke inhoud van de beschikking mededeling in de. 10 De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, terugwerkend tot aan het begin van de dag waarop zij is uitgesproken, niettegenstaande enige daartegen gerichte voorziening. 11 Bij de beschikking bepaalt de rechtbank de duur van de machtiging op ten hoogste anderhalf jaar. Voor het verstrijken van de gestelde termijn kunnen de bewindvoerders eenmaal of meermalen verlenging van de geldigheidsduur voor ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Het verzoek wordt behandeld op dezelfde wijze als een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling. Zolang bij de afloop van de geldigheidsduur van de machtiging op een verzoek tot verlenging niet is beschikt, blijft de machtiging gehandhaafd. 12 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling bij de rechtbank indienen zonder tussenkomst van een procureur. 13 artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek In afwijking van het tiende lid werkt de beschikking niet terug ten aanzien van een door een verzekeraar voor het tijdstip waarop de rechtbank de beschikking heeft gegeven gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld inof een overdracht of vestiging van een pandrecht op grond daarvan, of enige uit een dergelijke overeenkomst voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om die overeenkomst volledig uit te voeren. 14 artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Het tiende lid kan niet aan derden worden tegengeworpen ten aanzien van een door een verzekeraar, na het tijdstip waarop de rechtbank de in het eerste of het tweede lid genoemde beschikking heeft gegeven, gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in, of enige uit een dergelijke overeenkomst voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om die overeenkomst volledig uit te voeren, indien de zekerheidsnemer kan aantonen dat deze niet op de hoogte was of behoorde te zijn van de door de rechtbank gegeven beschikking. 2006 15 12-01-2006 22-12-2005 30138 2006 16 12-01-2006 22-12-2005 20-01-2006
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 Wanneer een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling aanhangig is tegelijk met een verzoek tot faillietverklaring, wordt de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring geschorst totdat op het verzoek tot het uitspreken van de noodregeling is beschikt. Indien de rechtbank de noodregeling uitspreekt, vervalt het verzoek tot faillietverklaring van rechtswege. 2 artikel 78 Het uitspreken van de noodregeling heeft mede tot gevolg dat de verzekeraar slechts in staat van faillissement kan worden verklaard overeenkomstig. 3 Staatscourant De rechtbank kan op verzoek van de bewindvoerders of ambtshalve de noodregeling beëindigen. De griffier doet van de intrekking mededeling in de. 4 De bewindvoerders kunnen een verzoek tot het beëindigen van de noodregeling bij de rechtbank indienen zonder tussenkomst van een procureur. 5 artikel 74, vierde lid artikel 66 artikel 74, eerste lid Door de beschikking, bedoeld in het derde lid of de mededeling, bedoeld in, vervallen van rechtswege de bevoegdheden, welke de bewindvoerders ingevolge de machtiging, bedoeld inof de bijzondere machtiging, bedoeld in, hadden verkregen. 2005 455 20-09-2005 08-09-2005 28863 2005 484 13-10-2005 29-09-2005 15-10-2005 Artikel XIII van Stb. 2005/455 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 artikel 72a artikel 72a artikelen 66 67, eerste lid, van de Faillissementswet tweede lid van artikel 67 van die wet Op verzoek van de bewindvoerders benoemt de rechtbank een van haar leden tot rechter-commissaris die toezicht houdt op de vereffening welke plaats heeft ingevolge. Met betrekking tot de beschikkingen van de rechter-commissaris, gegeven ter uitvoering van het in de eerste volzin bepaalde, zijn deenvan overeenkomstige toepassing. Hetis van overeenkomstige toepassing voor zover de daarin opgesomde artikelen invan overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Hetgeen in de genoemde artikelen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde is van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar dan wel het bijkantoor. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 de artikelen 39 46 Vanaf het begin van de dag van de uitspraak waarbij de rechtbank de machtiging verleent, mogen aan de inenbedoelde waarden geen andere waarden worden toegevoegd dan de sindsdien ontvangen premies of de met die premies verkregen waarden, voor zover deze dienen tot dekking van de technische voorzieningen. Indien faillissement wordt uitgesproken zonder voorafgaande machtiging of later dan vier weken na de beëindiging van de machtiging, geldt hetzelfde verbod vanaf de dag van de faillietverklaring. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 Indien de rechtbank de machtiging verleent, oefenen de bewindvoerders bij uitsluiting alle bevoegdheden van de bestuurders, de commissarissen of de vertegenwoordiger van de verzekeraar uit. 2 De bewindvoerders waken voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers. 3 De bestuurders, de commissarissen of de vertegenwoordiger van de verzekeraar verlenen bij de uitoefening door de bewindvoerders van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden alle door hen gevraagde medewerking. 4 artikel 66, derde lid Indien meer dan één bewindvoerder is benoemd, is voor de geldigheid van hun handelingen toestemming van de meerderheid of bij staking van stemmen een beslissing van de voorzieningenrechter van de rechtbank vereist. De bewindvoerder aan wie bij de machtiging, bedoeld in, een bepaalde werkkring is aangewezen, is binnen de grenzen daarvan zelfstandig tot handelen bevoegd. 5 De rechtbank kan te allen tijde een bewindvoerder, na deze en de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, althans behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, of aan de bewindvoerder één of meer bewindvoerders toevoegen, een en ander op verzoek van de bewindvoerder, de andere bewindvoerders, de Pensioen- & Verzekeringskamer of één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve. 6 De bewindvoerders kunnen de bestuurders of de vertegenwoordiger van de verzekeraar machtigen bepaalde handelingen te verrichten. 7 Een besluit van aandeelhouders of leden van een verzekeraar met zetel in Nederland behoeft, om van kracht te zijn, de toestemming van de bewindvoerders. 8 Wordt een besluit van aandeelhouders of leden dat ingevolge de statuten of reglementen van een verzekeraar met zetel in Nederland voor een handeling is vereist, niet genomen of verkrijgt dit besluit niet de volgens de statuten of reglementen vereiste toestemming, dan kunnen de bewindvoerders dit besluit nemen. 9 De bewindvoerders kunnen personen machtigen alle of een deel van de bevoegdheden uit te oefenen die zij ingevolge het eerste lid hebben. De bewindvoerders kunnen de rechtbank verzoeken een beloning voor de gemachtigden vast te stellen. De bewindvoerders doen van de naam en woonplaats van een door hen gemachtigde alsook van de intrekking van een machtiging mededeling in de Staatscourant. 10 artikel 66, zevende lid Het loon van de personen, aangewezen ingevolge, het loon en de verschotten van de bewindvoerders, alsmede de overige kosten van de noodregeling worden bepaald door de rechtbank en vormen een boedelschuld. 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Ingevolge de hun verleende machtiging kunnen de bewindvoerders, ongeacht hetgeen daaromtrent bij de statuten van de verzekeraar is bepaald: a. alle nog niet gedane stortingen op de aandelen in het geplaatste kapitaal onderscheidenlijk het waarborgkapitaal van een verzekeraar uitschrijven en innen; b. naheffingen opleggen en innen tot het in de statuten van een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland of van een onderneming dan wel instelling op onderlinge grondslag met zetel buiten Nederland bepaalde maximum. 1999 470 16-11-1999 06-10-1999 26075 1999 470 16-11-1999 06-10-1999 26075 17-11-1999
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 Artikel 36 van de Faillissementswet Het uitspreken van de noodregeling heeft tot gevolg dat de verzekeraar niet kan worden genoodzaakt tot betaling van zijn schulden die voor het uitspreken van de noodregeling zijn ontstaan. Alle uit dien hoofde aangevangen executies worden geschorst en gelegde beslagen vervallen.is van overeenkomstige toepassing op de in de eerste zin bedoelde schulden. 2 artikel 80, derde lid Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op vorderingen als bedoeld in. 3 artikel 72a Onverminderd het bepaalde in, geldt het in het eerste lid bepaalde niet voor: a. vorderingen die door pand of hypotheek op goederen van de verzekeraar zijn gedekt; b. termijnen van huurkoop; c. artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek vorderingen voortvloeiend uit een financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in. 4 Voor zover vorderingen die door pand of hypotheek zijn gedekt, niet op de daaraan onderworpen goederen kunnen worden verhaald, werkt de uitspraak wel ten aanzien van deze vorderingen. 5 Het uitspreken van de noodregeling werkt niet ten voordele van de borgen en andere medeschuldenaren van de verzekeraar. 2006 15 12-01-2006 22-12-2005 30138 2006 16 12-01-2006 22-12-2005 20-01-2006
Artikel 72a — Artikel 72a#
Artikel 72a 1 De bewindvoerders kunnen uitkeringen doen op vorderingen die niet voortvloeien uit handelingen met de verzekeraar na het uitspreken van de noodregeling verricht, voor zover dit gelet op de liquiditeitspositie van de verzekeraar verantwoord is te achten en indien is voldaan aan de volgende leden. 2 De bewindvoerders maken een staat op waaruit blijken de aard en het bedrag van de baten en schulden van de verzekeraar, de namen en woonplaatsen van de schuldeisers alsmede het bedrag der vorderingen van iedere schuldeiser. Een door de bewindvoerders gewaarmerkt afschrift van deze staat wordt ter kosteloze inzage van een ieder ter griffie van de rechtbank neergelegd. 3 artikelen 110 tot en met 113 van de Faillissementswet Artikel 78, vierde lid, onderdeel e Op verzoek van de bewindvoerders bepaalt de rechter-commissaris de dag waarop uiterlijk de vorderingen moeten worden ingediend, en voorts dag, uur en plaats, waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. De bewindvoerders geven van deze beschikkingen onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis en doen daarvan aankondiging in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen. Dezijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing is op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar dan wel het bijkantoor., is van overeenkomstige toepassing. 4 Een afschrift van de lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen en van de lijst van betwiste vorderingen wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen voorafgaande aan de verificatievergadering kosteloos voor een ieder ter inzage te liggen. De bewindvoerders geven alle bekende schuldeisers voor het begin van deze periode schriftelijk van de nederlegging bericht waarbij zij een nadere oproeping tot de verificatievergadering voegen. Voorts doen de bewindvoerders van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen. 5 artikelen 119 tot en met 122 123 tot en met 127 129 132 tot en met 137 260, eerste lid 261 262, eerste en derde lid, van de Faillissementswet Artikel 59 van de Faillissementswet artikel 63b, vierde lid, van de Faillissementswet artikel 127, eerste lid, van de Faillissementswet artikel 66, eerste lid artikel 74, eerste lid Met betrekking tot de verificatie zijn de,,,,,envan overeenkomstige toepassing. Daarbij zijn de bepalingen met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar.is van overeenkomstige toepassing met uitzondering van het aldaar bepaalde ten aanzien van de vergoeding bedoeld in artikel 63a, derde lid, en de vergoeding voor het gebruik, bedoeld in. In afwijking van de ingenoemde termijn geldt de termijn die ingevolge het derde lid van dit artikel voor de indiening van vorderingen is bepaald. De vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking, bedoeld in, worden geverifieerd voor de waarde welke zij hebben op het tijdstip waarop deze vorderingen opeisbaar worden, met dien verstande dat dit ten aanzien van vorderingen welke vallen onder de werking van, slechts geldt voor zover deze bepaling niet reeds op deze vorderingen is toegepast. 6 artikel 66, eerste lid artikel 74, eerste lid artikel 121, vierde lid, van de Faillissementswet De bestuurders van de verzekeraar dan wel de vertegenwoordigers van het bijkantoor wonen de verificatievergadering bij teneinde aldaar alle inlichtingen over de oorzaken van de in, bedoelde toestand en de staat van de boedel te geven die hen door de rechter-commissaris worden gevraagd. De schuldeisers kunnen de rechter-commissaris verzoeken omtrent bepaalde door hen op te geven punten inlichtingen aan de bestuurders dan wel aan de vertegenwoordigers van het bijkantoor te vragen. De vragen aan de bestuurders dan wel aan de vertegenwoordigers van het bijkantoor gesteld en de door hen gegeven antwoorden worden in het proces-verbaal opgetekend. In afwijking van het bepaalde inlevert het proces-verbaal van de verificatievergadering ten aanzien van de verbintenissen van de verzekeraar welke ingevolge, worden overgedragen slechts kracht van gewijsde op voor zover de desbetreffende bedingen niet worden gewijzigd. 7 artikelen 180, tweede lid 181 182, eerste lid, van de Faillissementswet artikel 233 van die wet Na de verificatie van de schuldvorderingen maken de bewindvoerders een uitdelingslijst op. Zij onderwerpen die aan de goedkeuring van de rechter-commissaris. De lijst houdt in een staat van ontvangsten en uitgaven, daaronder begrepen het loon van de bewindvoerders, de namen van de schuldeisers, en voorts het geverifieerde bedrag van ieders vordering en de daarop te ontvangen uitkering. De,enzijn van overeenkomstige toepassing. Onverminderd het bepaalde in het tiende lid iseveneens van overeenkomstige toepassing. 8 Bij het opmaken van de uitdelingslijst wordt met betrekking tot de vorderingen die zijn betwist of waarvan de voorrang is betwist of die voorwaardelijk zijn toegelaten een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot tenminste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld. 9 artikelen 184 tot en met 186 187, eerste, tweede en derde lid 189 191 van de Faillissementswet artikel 184 van de Faillissementswet artikel 184 artikel 186 van de Faillissementswet De door de rechter-commissaris goedgekeurde uitdelingslijst wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen kosteloos voor de schuldeisers ter inzage te liggen. De bewindvoerders doen van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen. Voorts geven de bewindvoerders aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers schriftelijk van de nederlegging kennis, onder vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag. De,,enzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen daarin is bepaald met betrekking tot de curator van toepassing is op de bewindvoerders en dat in afwijking van de inbedoelde termijn geldt de in de eerste zin van dit lid genoemde termijn. Indien ten gevolge van het krachtensdan welgedane verzet een verificatiegeschil ontstaat, wordt ten aanzien van de vorderingen waarop dit verzet betrekking heeft, het achtste lid van dit artikel overeenkomstig toegepast, en kan vervolgens, nadat voor zoveel nodig tevens dienovereenkomstig wijziging van de overige in de ter inzage neergelegde lijst opgenomen uitkeringsbedragen heeft plaats gehad, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde, tot uitkering worden overgegaan. Indien het gedane verzet niet tot een verificatiegeschil leidt, kan met inachtneming van het bij de beschikking op het verzet bepaalde tot uitkering worden overgegaan zodra die beschikking in kracht van gewijsde is gegaan. 10 artikel 66, eerste lid artikel 74, eerste lid In afwijking van de laatste zin van het zevende lid kan op geverifieerde vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking als bedoeld in, voor zover, niet reeds op deze vorderingen werd toegepast, een uitkering eerst worden gedaan zodra deze vorderingen opeisbaar zijn geworden. Tot dat tijdstip wordt een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot ten minste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2005 10 11-01-2005 30-12-2004 15-01-2005
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 artikelen 234 235 van de Faillissementswet Met betrekking tot verrekening en schuldoverneming vinden deenovereenkomstige toepassing, met dien verstande dat de schuldenaar van de verzekeraar die zijn schuld wil verrekenen met een vordering aan order of toonder, gehouden is te bewijzen dat hij het papier reeds op het ogenblik der uitspraak, waarbij het verzoek werd toegewezen, te goeder trouw had verkregen. 2 artikelen 236 237 a 237 238 239 van de Faillissementswet Met betrekking tot wederkerige overeenkomsten in het algemeen en tot termijnzaken, overeenkomsten van huurkoop, huurovereenkomsten en arbeidsovereenkomsten in het bijzonder, waarbij de verzekeraar ten aanzien waarvan de noodregeling is uitgesproken, partij is, vinden de,,,enovereenkomstige toepassing. 3 De bewindvoerders kunnen bestuurders, commissarissen en de vertegenwoordiger namens de verzekeraar ontslaan. Bij dit ontslag worden de overeengekomen of wettelijke termijnen in acht genomen, met dien verstande echter dat een termijn van zes weken in elk geval voldoende is. 4 artikel 240 van de Faillissementswet Met betrekking tot de voldoening van een schuld aan de verzekeraar nadat de noodregeling is uitgesproken, vindtovereenkomstige toepassing. 1999 470 16-11-1999 06-10-1999 26075 1999 470 16-11-1999 06-10-1999 26075 17-11-1999
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikel 66 De rechtbank kan tegelijk met de inbedoelde machtiging of daarna de bewindvoerders op hun verzoek een bijzondere machtiging verlenen die strekt tot een of meer van de volgende handelingen: a. wijziging, bij de overdracht van rechten en verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, van die overeenkomsten; b. verkorting van de duur van overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering. 2 a Wijzigingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel, kunnen niet tot gevolg hebben dat aan verzekeringnemers meer verplichtingen worden opgelegd. 3 de artikelen 66, vierde tot en met achtste lid, negende lid, eerste volzin, tiende en elfde lid Ten aanzien van de bijzondere machtiging zijn, van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 66 Staatscourant Zodra overdracht van rechten en verplichtingen krachtens de inbedoelde machtiging heeft plaatsgevonden, doen de bewindvoerders van deze overdracht en, zo handelingen door hen zijn verricht krachtens de in het eerste lid bedoelde bijzondere machtiging, van deze handelingen mededeling in deen in ten minste drie door de rechtbank aan te wijzen dagbladen. De bewindvoerders kunnen, indien zij dit in het belang van verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen achten, de bedoelde overdracht en handelingen tevens op andere wijze publiceren 5 a Staatscourant de artikelen 52, eerste, tweede, vierde en vijfde lid 53, eerste, tweede en vierde lid 54 De overdracht en de wijziging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel, worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de betrokken verzekeraars van kracht met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van dewaarin de publikatie is geplaatst. Op de overdracht zijn,, enniet van toepassing. 6 artikel 72a Wijzigingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, laten onverlet de uitkeringen die overeenkomstigzijn gedaan voor de dag van de indiening van het verzoek om de machtiging als bedoeld in het eerste lid. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 74a — Artikel 74a#
Artikel 74a 1 Een vereniging waarvan ten minste 35% van de verzekeringnemers van de verzekeraar ten aanzien waarvan de noodregeling is uitgesproken lid is, kan zich aanmelden bij de bewindvoerders. 2 artikel 74, eerste lid De bewindvoerders horen de vereniging alvorens zij de bevoegdheden, bedoeld in, uitoefenen, indien deze op een door de bewindvoerders te bepalen moment ten genoegen van de bewindvoerders heeft aangetoond dat zij aan de in het eerste lid gestelde vereisten voldoet. 1999 470 16-11-1999 06-10-1999 26075 1999 470 16-11-1999 06-10-1999 26075 17-11-1999
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Een overdracht van rechten en verplichtingen ingevolge dit hoofdstuk mag geen nadeel toebrengen aan de rechten van de overblijvende schuldeisers. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Vervallen 1999 470 16-11-1999 06-10-1999 26075 1999 470 16-11-1999 06-10-1999 26075 17-11-1999
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 artikelen 194 342 343 van het Wetboek van Strafrecht artikel 66 Voor de toepassing van de,enwordt met faillissement gelijkgesteld de rechtstoestand waarin een verzekeraar verkeert zolang te zijnen aanzien de noodregeling als bedoeld invan kracht is. 1999 470 16-11-1999 06-10-1999 26075 1999 470 16-11-1999 06-10-1999 26075 17-11-1999
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 De bewindvoerders dienen, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, een verzoek tot faillietverklaring in, indien blijkt dat de verzekeraar een negatief eigen vermogen heeft en het met de verleende machtiging te bereiken doel is verwezenlijkt of niet meer kan worden verwezenlijkt. De Pensioen- & Verzekeringskamer dient een verzoek tot faillietverklaring in indien geen machtiging werd verleend en geen redelijk vooruitzicht meer bestaat dat het met een machtiging te bereiken doel alsnog kan worden verwezenlijkt. 2 Bij de beoordeling van de omvang van het eigen vermogen van een verzekeraar met zetel buiten Nederland worden uitsluitend de activa en passiva in aanmerking genomen die moeten worden gerekend tot het vanuit zijn bijkantoren in Nederland uitgeoefende verzekeringsbedrijf. 3 artikel 284 van de Faillissementswet De bewindvoerders onderscheidenlijk de Pensioen- & Verzekeringskamer kunnen een verzoek als bedoeld in de eerste volzin onderscheidenlijk de tweede volzin van het eerste lid zonder tussenkomst van een procureur indienen. De faillietverklaring wordt uitgesproken ongeacht of de verzekeraar verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen. Het bepaalde in de eerste titel en inis overigens van toepassing. 4 De noodregeling en de machtiging houden van rechtswege op van kracht te zijn ingeval de verzekeraar in staat van faillissement wordt verklaard. Alsdan, zomede indien de faillietverklaring wordt uitgesproken binnen vier weken na de beëindiging van de noodregeling, gelden de volgende bepalingen: a. artikelen 43 45 van de Faillissementswet het tijdstip waarop de termijnen, in deenvermeld, aanvangen, wordt berekend vanaf het tijdstip waarop de beschikking houdende machtiging uitvoerbaar is geworden; b. artikel 53 van de Faillissementswet een beroep op verrekening kan in afwijking vanslechts worden gedaan indien de vordering en de schuldplichtigheid beide zijn ontstaan voor het tijdstip waarop de beschikking, houdende machtiging, uitvoerbaar is geworden, of voortvloeien uit een handeling voor dat tijdstip met de gefailleerde verricht; c. artikel 70 handelingen, ingevolgedoor of namens de bewindvoerders verricht gedurende de tijd dat de machtiging van kracht was, worden beschouwd als handelingen van de curator, terwijl boedelschulden, gedurende die tijd ontstaan, ook in het faillissement als boedelschulden zullen gelden; d. artikel 70, eerste en zesde lid de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van de verzekeraar die in strijd met, zijn aangegaan gedurende de tijd dat de machtiging van kracht was, dan voor zover deze daardoor is gebaat; e. artikel 110, eerste lid, van de Faillissementswet vorderingen uit overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering kunnen in afwijking vanworden ingediend door overlegging van de polis of een afschrift daarvan, zonder dat de waarde van de vordering behoeft te worden vermeld. Voor zover de curator de vordering erkent, stelt hij de omvang daarvan vast; e. artikel 72a titel I van de Faillissementswet overigens is, voor zover niet reeds ingevolgetot volledige uitvoering gekomen, het bepaalde invan toepassing. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003 Abusievelijk is in het vierde lid een tweede onderdeel e toegevoegd.
Artikel 78a — Artikel 78a#
Artikel 78a artikelen 43 45 van de Faillissementswet artikel 138, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indien een faillietverklaring wordt uitgesproken op verzoek van de bewindvoerders dan wel binnen vier weken na het einde van de noodregeling, geldt dat het tijdstip waarop de termijnen vermeld in deenen inaanvangen, wordt berekend vanaf het tijdstip waarop de noodregeling is uitgesproken. 1999 470 16-11-1999 06-10-1999 26075 1999 470 16-11-1999 06-10-1999 26075 17-11-1999
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 De bewindvoerders brengen tijdens de noodregeling telkens na verloop van drie maanden, alsmede na beëindiging van de noodregeling zo spoedig mogelijk verslag omtrent hun werkzaamheden uit aan de rechtbank. Een afschrift van dit verslag zenden de bewindvoerders aan Onze Minister en aan de Pensioen- & Verzekeringskamer. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 Faillissementswet de artikelen 39 46 In geval van noodregeling overeenkomstig dit hoofdstuk of van faillissement van een verzekeraar worden de boedelschulden, overeenkomstig de bepalingen van de, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij mede over de inenbedoelde waarden omgeslagen, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken. 2 de artikelen 39 46 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid dienen in geval van noodregeling of van faillissement van een verzekeraar de waarden, ingevolgeengeadministreerd voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, uitsluitend tot voldoening van de volgende vorderingen en wel in de hierna vermelde volgorde: a. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen, voor zover de vordering niet ouder is dan een jaar; b. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar waarbij zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen; c. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar verschuldigd is, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd; d. de vorderingen en rechten betreffende prestaties, die zijn ontstaan of nog zullen ontstaan uit overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten vanuit een vestiging in Nederland. 3 d artikel 66 Onder de in het tweede lid, onderdeel, bedoelde vorderingen worden mede begrepen de vorderingen ter zake van prestaties krachtens lopende overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, ontstaan op of na de dag waarop de machtiging, bedoeld in, is verleend dan wel, indien een faillissement wordt uitgesproken zonder voorafgaande machtiging of later dan vier weken na de beëindiging van de machtiging, op of na de dag waarop het faillissement is uitgesproken. 4 de artikelen 39 46 Op de ingevolgeengeadministreerde waarden voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering zijn, behoudens vorderingen die door pand of hypotheek op deze waarden zijn gedekt, geen andere vorderingen verhaalbaar, tenzij vaststaat dat alle vorderingen, genoemd in het tweede lid, zullen kunnen worden voldaan en dat in de toekomst zodanige vorderingen niet meer zullen ontstaan. 5 de artikelen 39 46 Ingeval de in het tweede lid bedoelde vorderingen niet volledig uit de ingevolgeengeadministreerde waarden voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering zijn voldaan, hebben de betrokken schuldeisers voor het overblijvende deel van hun vorderingen te zamen met de overige schuldeisers een gelijk recht om naar evenredigheid van ieders vordering uit de overige goederen te worden voldaan, behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang. 1996 562 26-11-1996 14-11-1996 24770 1997 37 06-02-1997 10-01-1997 01-04-1997
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Vervallen 2004 441 09-09-2004 30-06-2004 29348 2004 449 14-09-2004 01-09-2004 15-09-2004
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 1 Het is iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar, een gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar met zetel in Nederland te houden, te verwerven of te vergroten dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar met zetel in Nederland uit te oefenen. 2 Een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid wordt verleend, tenzij: a. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een invloed op de betrokken verzekeraar die in strijd is met het belang van degenen die als verzekeringnemers of verzekerden betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar; b. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling ertoe zou leiden of zou kunnen leiden dat de betrokken verzekeraar behoort of zou gaan behoren tot een groep waarbinnen de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering zou vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de verzekeraar; c. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector; d. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat een integere bedrijfsvoering onvoldoende is gewaarborgd; of e. Onze Minister van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector. 3 Aan een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid kunnen op grond van de overwegingen als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b, c en d, onderscheidenlijk het tweede lid, onderdeel e, beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. 4 Ingeval het houden, het verwerven of het vergroten van een gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid is verricht, zonder dat voor die handeling een verklaring van geen bezwaar is verkregen of de bij de verklaring van geen bezwaar gestelde beperkingen in acht zijn genomen, is de in overtreding zijnde natuurlijke persoon of rechtspersoon gehouden binnen een door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen termijn de verrichte handeling ongedaan te maken dan wel de beperkingen alsnog in acht te nemen. Deze verplichting vervalt op het tijdstip waarop en voor zover voor de desbetreffende handeling alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt verleend dan wel de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken. 5 Ingeval het uitoefenen van enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid geschiedt, zonder dat voor het houden, het verwerven of het vergroten van de gekwalificeerde deelneming dan wel voor het uitoefenen van enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid een verklaring van geen bezwaar is verkregen of de bij de verklaring van geen bezwaar gestelde beperkingen in acht zijn genomen, is een mede door de uitgeoefende zeggenschap tot stand gekomen besluit vernietigbaar. Het besluit kan worden vernietigd op vordering van Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister van de Pensioen- & Verzekeringskamer. Het besluit wordt in dat geval door de rechtbank, binnen welker rechtsgebied de verzekeraar gevestigd is, vernietigd indien het besluit zonder dat de desbetreffende zeggenschap zou zijn uitgeoefend, anders zou hebben geluid dan wel niet zou zijn genomen, tenzij voor het tijdstip van de uitspraak alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt verleend dan wel de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken. De rechtbank regelt voor zover nodig de gevolgen van de vernietiging. 6 Ingeval aan de verklaring van geen bezwaar als bedoeld in het eerste lid verbonden voorschriften niet worden nagekomen, kan Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister de Pensioen- & Verzekeringskamer een termijn vaststellen waarbinnen de in overtreding zijnde natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon de niet nagekomen voorschriften alsnog moet vervullen. 2004 441 09-09-2004 30-06-2004 29348 2004 449 14-09-2004 01-09-2004 15-09-2004
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 artikel 82, eerste lid c artikel 1, onderdeel artikel 11 a b artikel 82, tweede lid, onderdelenen a artikel 1, eerste lid, onderdeel, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 Wet toezicht kredietwezen 1992 Voor het geval van een houder van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, die aan het hoofd staat van een groep waartoe een of meer verzekeraars als bedoeld in, en een of meer kredietinstellingen als bedoeld inbehoren en waartoe ten minste één verzekeraar met zetel in Nederland behoort die een vergunning als bedoeld inheeft verkregen, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer, in overeenstemming met de autoriteit die ingevolge debelast is met het toezicht op kredietinstellingen, op grond van de overwegingen als bedoeld in, voorschriften formuleren. 2 artikel 82, derde lid artikel 82, eerste lid De voorschriften worden overeenkomstig, door Onze Minister aan een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, verbonden. 3 Indien de voorschriften worden gewijzigd, kan Onze Minister, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, dan wel in door Onze Minister bepaalde gevallen vanwege Onze Minister de Pensioen- & Verzekeringskamer, de gewijzigde voorschriften verbinden aan de verklaring van geen bezwaar die aan een houder als bedoeld in het eerste lid is verleend. 4 Staatscourant De voorschriften worden bekendgemaakt door plaatsing in de. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 artikel 82, eerste lid Op een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, wordt beslist door Onze Minister, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, dan wel in door Onze Minister bepaalde gevallen vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer. 2 artikel 23 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend, kan de aanvrager tevens toestemming worden verleend tot het vergroten van de gekwalificeerde deelneming, waarbij als bovengrens 20, 33, 50 of 100 procent kan gelden. Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend voor een deelneming in een verzekeraar, kan op verzoek van de aanvrager worden bepaald dat de verleende verklaring van geen bezwaar geldt voor alle groepsmaatschappijen gezamenlijk, onverminderd. 3 De aanvraag wordt ingediend bij de Pensioen- & Verzekeringskamer. De Pensioen- & Verzekeringskamer zendt de aanvraag, vergezeld van haar advies, aan Onze Minister behoudens in de gevallen waarin zij vanwege Onze Minister beslist. 4 Op de aanvraag wordt binnen dertien weken beslist. 5 artikel 82, eerste lid De verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer aan de betrokken verzekeraar bekendgemaakt. 6 Staatscourant Van de afgifte van een verklaring van geen bezwaar wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling gedaan in de, behoudens voor zover Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is, dat publikatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de beslissing betrokkenen of derden. 7 Een verklaring van geen bezwaar kan door Onze Minister, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, dan wel in door Onze Minister bepaalde gevallen vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer worden gewijzigd of ingetrokken: a. op aanvraag van de houder; b. indien de gegevens of bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de verklaring van geen bezwaar zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van de aanvraag de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; c. artikel 82, zesde lid indien niet alsnog binnen de termijn, bedoeld in, aan alle bij de verklaring van geen bezwaar gestelde voorschriften wordt voldaan. 8 Indien zich met betrekking tot een verleende verklaring van geen bezwaar omstandigheden voordoen of feiten bekend worden welke: en derhalve zo zij voor het tijdstip waarop de verklaring van geen bezwaar werd verleend zich hadden voorgedaan, of bekend waren geweest, een verklaring van geen bezwaar zou zijn geweigerd dan wel de verklaring van geen bezwaar onder het stellen van beperkingen of het verbinden van voorschriften zou zijn verleend, kan Onze Minister, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, dan wel in door Onze Minister bepaalde gevallen vanwege Onze Minister de Pensioen- & Verzekeringskamer, aan de verklaring van geen bezwaar nadere beperkingen stellen of nadere voorschriften verbinden of de verklaring van geen bezwaar intrekken. a. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer tot strijd met het belang leiden of zouden kunnen leiden van degenen die als verzekeringnemers of verzekerden betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar onderscheidenlijk tot een invloed op de betrokken verzekeraar die in strijd is met het belang van degenen die als verzekeringnemers of verzekerden betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar; b. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer ertoe leiden of zouden kunnen leiden dat de betrokken verzekeraar zou gaan behoren tot een groep waarbinnen de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering zou vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de verzekeraar; c. artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer ertoe leiden of zouden kunnen leiden dat een integere bedrijfsvoering onvoldoende is gewaarborgd, waarbij onder integere bedrijfsvoering wordt verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in; of d. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer of Onze Minister leiden of zouden kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector; 9 artikel 82, eerste lid De wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer aan de betrokken verzekeraar bekendgemaakt. 10 Indien de omvang van een deelneming waarvoor een verklaring van geen bezwaar is afgegeven onder de 10 procent daalt, vervalt de afgegeven verklaring van geen bezwaar van rechtswege. 11 Staatscourant Van de wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar wordt door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling gedaan in de, behoudens voor zover Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is, dat publikatie zou leiden of zou kunnen leiden tot onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de beslissing betrokkenen of derden. 2004 441 09-09-2004 30-06-2004 29348 2004 449 14-09-2004 01-09-2004 15-09-2004
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 1 Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer vooraf in kennis van een zodanige wijziging van diens gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar met zetel in Nederland: a. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de verzekeraar een dochtermaatschappij wordt; b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de verzekeraar ophoudt een dochtermaatschappij te zijn. 2 Een verzekeraar met zetel in Nederland stelt, voor zover hem bekend, de Pensioen- & Verzekeringskamer in de maand juli van elk jaar in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gekwalificeerde deelneming in deze verzekeraar houdt. Tevens stelt de verzekeraar met zetel in Nederland, zodra zulks hem bekend wordt, de Pensioen- & Verzekeringskamer in kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze verzekeraar: a. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de verzekeraar een dochtermaatschappij wordt; of b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de verzekeraar ophoudt een dochtermaatschappij te zijn. 3 De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt Onze Minister eens per jaar in kennis van de gegevens waarover zij ingevolge het eerste en het tweede lid beschikt. 2004 441 09-09-2004 30-06-2004 29348 2004 449 14-09-2004 01-09-2004 15-09-2004
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 artikel 11 Het is verboden in Nederland te bemiddelen bij of op andere soortgelijke wijze mee te werken aan de voorbereiding of de totstandkoming van overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering met een verzekeraar die het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefent zonder in het bezit te zijn van de ingevolgevereiste vergunning dan wel die diensten verricht naar Nederland zonder te hebben voldaan aan de procedure die ingevolge deze wet is vereist voor verzekeraars met zetel buiten Nederland. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 de artikelen 88, eerste lid a 88, eerste lid Gegevens en inlichtingen die ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde omtrent afzonderlijke verzekeraars zijn verstrekt of zijn verkregen en gegevens en inlichtingen die van een instantie als bedoeld in, of, zijn ontvangen, worden niet gepubliceerd en zijn geheim. 2 de artikelen 88, eerste lid a 88, eerste lid Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge deze wet verstrekt of van een instantie als bedoeld in, of, ontvangen, of van gegevens of inlichtingen, bij het onderzoek van zakelijke gegevens en bescheiden verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist. 3 Wetboek van Strafvordering Het eerste en tweede lid laten, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het. 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 66 van de Faillissementswet Het eerste en tweede lid laten evenzo, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van heten vanwelke betrekking hebben op het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen omtrent een verzekeraar die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op verzekeraars die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging de desbetreffende verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten. 5 De Pensioen- & Verzekeringskamer is, in afwijking van het eerste en tweede lid, bevoegd met gebruikmaking van gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, mededelingen te doen mits deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke verzekeraars. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 artikel 87, eerste en tweede lid De Pensioen- & Verzekeringskamer kan, in afwijking van, gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel aan Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn, tenzij: a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is; b. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn; c. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet of de openbare orde; d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd; e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; of f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt. 2 Voor zover de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn verkregen van een buitenlandse overheidsinstantie dan wel van een buitenlandse van overheidswege aangewezen instantie, die is belast met het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn, verstrekt de Pensioen- & Verzekeringskamer deze niet aan een Nederlandse of buitenlandse instantie als bedoeld in het eerste lid, tenzij de buitenlandse instantie waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen uitdrukkelijk heeft ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlichtingen en in voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt. 3 Indien een buitenlandse instantie als bedoeld in het eerste lid aan degene die de gegevens of inlichtingen op grond van dat lid heeft verstrekt, verzoekt om die gegevens of inlichtingen te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, mag dat verzoek slechts worden ingewilligd: a. voor zover het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste of tweede lid; dan wel b. voor zover die buitenlandse instantie op een andere wijze dan in deze wet voorzien vanuit Nederland met inachtneming van de daarvoor geldende procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen; alsmede c. pas na overleg met Onze Minister van Justitie indien het in de aanhef bedoelde verzoek betrekking heeft op een onderzoek naar strafbare feiten. 2002 654 30-12-2002 11-12-2002 28497 2003 12 14-01-2003 19-12-2002 15-01-2003
Artikel 88a — Artikel 88a#
Artikel 88a 1 artikel 87, eerste en tweede lid artikel 64 van de Faillissementswet De Pensioen- & Verzekeringskamer kan, in afwijking van, gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan een rechter-commissaris voor zover die belast is met het toezicht uit hoofde vanop de curator die betrokken is bij het beheer en de vereffening van de failliete boedel van een verzekeraar. 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer verstrekt geen gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste lid: a. indien de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; b. indien de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn, en deze instanties niet instemmen met het verstrekken van de gegevens of inlichtingen. 3 Artikel 87, eerste tot en met vierde lid , is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de op grond van het eerste lid verstrekte gegevens. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 1 Ter uitvoering van verdragen tot uitwisseling van gegevens of inlichtingen dan wel ter uitvoering van bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties met betrekking tot het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer ten behoeve van een instantie die werkzaam is in een staat die met Nederland partij is bij een verdrag of die met Nederland valt onder eenzelfde bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, en die in die staat belast is met de uitvoering van wettelijke regelingen inzake het toezicht op het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, inlichtingen vragen aan of een onderzoek instellen of doen instellen bij een ieder die ingevolge deze wet onder haar toezicht valt dan wel bij een ieder waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij over gegevens of inlichtingen beschikt die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de wettelijke regelingen als hiervoor bedoeld. 2 Degene aan wie gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste lid worden gevraagd, verstrekt deze gegevens of inlichtingen binnen een door de Pensioen- & Verzekeringskamer te stellen termijn. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 1 artikel 89, eerste lid De Pensioen- & Verzekeringskamer kan toestaan dat een functionaris van een buitenlandse instantie als bedoeld in, deelneemt aan de uitvoering van een verzoek als bedoeld in dat lid. 2 artikel 89, eerste lid Degene bij wie een onderzoek als bedoeld in, wordt ingesteld, verleent aan de in het eerste lid bedoelde functionaris alle medewerking die nodig is voor een goede uitvoering van dat onderzoek, met dien verstande dat degene bij wie het onderzoek wordt ingesteld en die niet ingevolge deze wet onder toezicht staat, slechts is gehouden tot het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden. 3 De in het eerste lid bedoelde functionaris volgt de aanwijzingen op van de persoon die met de uitvoering van het verzoek is belast. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 1 Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 artikel 186, eerste, derde en vierde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 De kosten van de Pensioen- & Verzekeringskamer, verbonden aan de uitoefening van deze wet en van de, worden verhaald op de wijze, bedoeld in. 2 a artikel 27, derde lid, onderdeel b artikel 27, derde lid, onderdeel, en negende lid De kosten en beloning van door de Pensioen- & Verzekeringskamer aangewezen personen, bedoeld in, en de kosten van de publikaties, bedoeld in, komen ten laste van de betrokken verzekeraar, die daartoe van de Pensioen- & Verzekeringskamer een aanslag ontvangt. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 Voor de uitvoering van deze wet kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld. 2 Onze Minister kan representatieve organisaties van verzekeraars aanwijzen. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 1 artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanis voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd. 2 artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht Ten aanzien van een besluit tot intrekking van een vergunning blijftbuiten toepassing. 3 de artikelen 27 53 54 55 56 57 59 61 84 93a, eerste lid Ingeval beroep wordt ingesteld tegen besluiten als bedoeld in,,,,,,,,en, zal de terechtzitting worden gehouden met gesloten deuren. De uitspraak wordt alsdan niet in het openbaar uitgesproken. 1999 509 09-12-1999 28-10-1999 25821 1999 588 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 93a — Artikel 93a#
Artikel 93a 1 Onze Minister is bevoegd aan de Pensioen- & Verzekeringskamer de gegevens of inlichtingen te vragen die naar zijn oordeel nodig zijn voor een onderzoek naar de toereikendheid van deze wet of de wijze waarop de Pensioen- & Verzekeringskamer deze wet uitvoert of heeft uitgevoerd, indien dat ter wille van het bedrijfseconomisch toezicht nodig blijkt. 2 artikel 87, eerste en tweede lid De Pensioen- & Verzekeringskamer is verplicht aan Onze Minister de in het eerste lid bedoelde gegevens of inlichtingen te verstrekken. Indien Onze Minister de Pensioen- & Verzekeringskamer vraagt bepaalde gegevens of inlichtingen te verstrekken die onder, vallen, is de Pensioen- & Verzekeringskamer niet verplicht deze gegevens of inlichtingen te verstrekken, indien: a. artikel 11 artikel 66 deze betrekking hebben op of herleidbaar zijn tot een afzonderlijke rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon, met uitzondering van gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op of herleidbaar zijn tot een afzonderlijke verzekeraar die in het bezit is van een vergunning als bedoeld inof waarvan die vergunning is ingetrokken of vervallen, en ten aanzien waarvan overeenkomstigde noodregeling is uitgesproken of die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden; b. deze betrekking hebben op ondernemingen of instellingen die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging een verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten; of c. artikel 88, eerste lid deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in, tenzij de uitdrukkelijke instemming is verkregen van die instantie. 3 Onze Minister is bevoegd een derde op te dragen de gegevens of inlichtingen die hem ingevolge het tweede lid zijn verstrekt te onderzoeken en aan hem verslag uit te brengen. Tevens kan Onze Minister de derde die in zijn opdracht handelt, machtigen namens hem gegevens of inlichtingen in te winnen, in welk geval het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing zijn. 4 Onze Minister mag de gegevens of inlichtingen die hij ingevolge het tweede of derde lid heeft verkregen uitsluitend gebruiken voor het vormen van zijn oordeel over de toereikendheid van deze wet of de wijze waarop de Pensioen- & Verzekeringskamer deze wet uitvoert of heeft uitgevoerd. 5 Onze Minister en degenen die in zijn opdracht handelen zijn verplicht tot geheimhouding van de op grond van het tweede lid, tweede volzin, ontvangen gegevens of inlichtingen. Artikel 87 is van toepassing. 6 Niettegenstaande het vierde en vijfde lid kan Onze Minister de aan de gegevens of inlichtingen ontleende bevindingen en de daaruit getrokken conclusies aan de Staten-Generaal mededelen en de conclusies in algemene zin uit het onderzoek openbaar maken. 7 Wet openbaarheid van bestuur Wet Nationale ombudsman titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht De, deenzijn niet van toepassing met betrekking tot de in dit artikel bedoelde gegevens of inlichtingen die Onze Minister of de in zijn opdracht werkende derde onder zich heeft. 2005 71 22-02-2005 03-02-2005 28747 2005 116 08-03-2005 28-02-2005 15-03-2005
Artikel 93b — Artikel 93b#
Artikel 93b 1 artikelen 11 17, eerste tot en met derde lid 17, vierde lid, eerste volzin 17, vijfde lid 18, eerste tot en met vierde lid 18a 22, eerste lid, onderdeel e 22, tweede lid 23, tweede lid, laatste volzin 23, derde lid, eerste volzin 23, derde lid, laatste volzin 23, vierde lid, tweede volzin 23, vijfde lid 25 27, tweede lid 27, derde lid, onderdeel a 27, vijfde lid, eerste volzin 27a, tweede tot en met vierde lid 28, tweede en derde lid 29, zesde lid, laatste volzin 30 31, eerste en tweede lid 31a, eerste en tweede lid 32, eerste lid 32, tweede lid, tweede volzin 33, eerste tot en met derde lid, vijfde volzin 33, vijfde en zesde lid 33, zevende lid, eerste volzin 33a, eerste lid, eerste en derde volzin 33c, eerste lid 34, eerste en tweede lid 35, eerste, vierde en vijfde lid 36, eerste lid 36, tweede lid, tweede volzin 37 38, eerste tot en met vijfde lid 39, eerste en tweede lid 40, eerste, derde en vierde lid 40c, eerste lid, laatste volzin 40c, tweede lid 41 44, tweede lid 45, eerste tot en met vierde lid 46 47, eerste en tweede lid 48 49, eerste tot en met derde lid 50 51, eerste lid 51, tweede lid, eerste volzin 51, vierde lid 54, eerste en vijfde lid 55, derde lid 56, eerste en tweede lid 57, eerste, tweede en vierde lid 58 59, eerste lid 63 64, eerste lid 82, eerste, vierde en zesde lid 84, achtste lid 86 89, tweede lid 90, tweede lid 92, eerste lid artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister en de Pensioen- & Verzekeringskamer kunnen een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften gesteld, bij of krachtens de,,,,,,,,,,,,,,,,,,, voor zover het betreft het voorschrift vanen het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen. 2 artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid 5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht De, enzijn van toepassing. 3 Onze Minister kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid. 2004 441 09-09-2004 30-06-2004 29348 2004 449 14-09-2004 01-09-2004 15-09-2004
Artikel 93c — Artikel 93c#
Artikel 93c 1 artikelen 11 17, eerste tot en met derde lid 17, vierde lid, eerste volzin 17, vijfde lid 18, eerste tot en met vierde lid 18a 22, eerste lid, onderdeel e 22, tweede lid 23, tweede lid, laatste volzin 23, derde lid, eerste volzin 23, derde lid, laatste volzin 23, vierde lid, tweede volzin 23, vijfde lid 25 26, eerste lid, eerste en tweede volzin, 26, tweede lid 27, tweede lid, 27, derde lid, onderdeel a, 27, vijfde lid, eerste volzin, 27a, tweede tot en met vierde lid 28, tweede en derde lid 29, zesde lid, laatste volzin 30 31, eerste en tweede lid 31a, eerste en tweede lid 32, eerste lid, 32, tweede lid, tweede volzin 33, eerste tot en met derde lid, vijfde volzin, 33, vijfde en zesde lid, 33, zevende lid, eerste volzin 33a, eerste lid, eerste en derde volzin, 33a, tweede en derde lid 33b 33c, eerste lid 34, eerste en tweede lid 35, eerste tot en met vijfde lid 36, eerste lid, 36, tweede lid, tweede volzin 37 38, eerste tot en met vijfde lid 39, eerste en tweede lid, 40, eerste en derde tot en met vijfde lid 40a, eerste tot en met derde lid 40b, eerste, tweede en vierde lid 40c, eerste lid, laatste volzin 40c, tweede lid 41 44, eerste en tweede lid 45, eerste tot en met vierde lid 46 47, eerste en tweede lid 48 49, eerste tot en met derde lid 50 51, eerste lid, 51, tweede lid, eerste volzin, 51, vierde lid 54, eerste en vijfde lid 55, derde lid 56, eerste en tweede lid 57, eerste, tweede en vierde lid 58 59, eerste lid 63 64, eerste lid 82, eerste, vierde en zesde lid 84, achtste lid 85, eerste en tweede lid 86 89, tweede lid 90, tweede lid 92, eerste lid artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister en de Pensioen- & Verzekeringskamer kunnen een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften gesteld, bij of krachtens de,,,,,,,,,,,,,,,,, voor zover het betreft het voorschrift vanen het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen. 2 De bestuurlijke boete komt toe aan de staat indien deze door de Minister van Financiën is opgelegd, of aan de Pensioen- & Verzekeringskamer indien deze door haar is opgelegd. 3 Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid. 2004 441 09-09-2004 30-06-2004 29348 2004 449 14-09-2004 01-09-2004 15-09-2004
Artikel 93d — Artikel 93d#
Artikel 93d 1 bijlage Het bedrag van de boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt. 2 bijlage Debepaalt bij elke daarin omschreven overtreding het bedrag van de deswege op te leggen boete. 3 bijlage Dekan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd. 4 bijlage Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, kan het bedrag van de boete lager stellen dan in deis bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is. 5 artikelen 22, eerste lid, onderdeel e 25, eerste lid 31a, tweede lid 33, vijfde lid 38, eerste lid, laatste volzin 38, tweede lid, tweede volzin 38, vierde lid, eerste volzin 38, vijfde lid 40, eerste en vierde lid 45, eerste lid, laatste volzin, 45, tweede lid, tweede volzin, 45, vierde en vijfde lid 92, eerste lid bijlage Voor overtreding van voorschriften gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van de,,,,,,,,,, en, wordt het bedrag van de boete bepaald op de wijze als voorzien in debehorend bij die algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 93e — Artikel 93e#
Artikel 93e Degene jegens wie door Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem wegens een overtreding een boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 93f — Artikel 93f#
Artikel 93f 1 Indien Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, voornemens is een boete op te leggen, geeft hij dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. 2 afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht bijlage artikel 93d In afwijking van, stelt Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, de betrokkene in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, tenzij het een overtreding betreft die in de, of de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in, is aangewezen. 2001 669 27-12-2001 20-12-2001 27869 2002 123 07-03-2002 28-02-2002 27869 08-03-2002
Artikel 93g — Artikel 93g#
Artikel 93g 1 Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, legt de boete op bij beschikking. 2 De beschikking vermeldt in ieder geval: a. het feit ter zake waarvan de boete wordt opgelegd, alsmede het overtreden voorschrift; b. het bedrag van de boete en de gegevens op basis waarvan dit bedrag is bepaald; en c. artikel 93i, eerste lid de termijn, bedoeld in, waarbinnen de boete moet worden betaald. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 93h — Artikel 93h#
Artikel 93h 1 De werking van de beschikking tot oplegging van een boete wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. 2 artikel 93f, tweede lid In afwijking van het eerste lid wordt de werking van de beschikking tot oplegging van een boete voor een overtreding die op grond van, is aangewezen, opgeschort totdat de bezwaartermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt, op het bezwaar is beslist. 1999 509 09-12-1999 28-10-1999 25821 1999 588 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 93i — Artikel 93i#
Artikel 93i 1 De boete wordt betaald binnen zes weken na de inwerkingtreding van de beschikking waarbij zij is opgelegd. 2 artikel 93f, tweede lid De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop sedert de bekendmaking van de beschikking zes weken zijn verstreken, tenzij het een overtreding betreft die op grond van, is aangewezen. 3 Indien de boete niet tijdig is betaald, stuurt Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer indien zij de boete heeft opgelegd, schriftelijk een aanmaning om binnen twee weken de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, alsnog te betalen. De aanmaning bevat de aanzegging, dat de boete, voor zover deze niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, overeenkomstig het vierde lid zal worden ingevorderd. 4 Bij gebreke van tijdige betaling kan Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer indien zij de boete heeft opgelegd, de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning en van de invordering, bij dwangbevel invorderen. 5 Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het. 6 Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de staat, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer indien zij de boete heeft opgelegd. 7 Het verzet schorst de tenuitvoerlegging niet, tenzij de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding desgevraagd anders beslist. 8 Het verzet kan niet worden gegrond op de stelling dat de boete ten onrechte of op een te hoog bedrag is vastgesteld. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 93j — Artikel 93j#
Artikel 93j 1 artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht De bevoegdheid een boete op te leggen vervalt indien ter zake van de overtreding een strafvordering is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge. 2 artikel 93c Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een overtreding als bedoeld invervalt, indien Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, ter zake van die overtreding reeds een boete heeft opgelegd. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 93k — Artikel 93k#
Artikel 93k 1 De bevoegdheid een boete op te leggen vervalt drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan. 2 De termijn bedoeld in het eerste lid wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij een boete wordt opgelegd. 1999 509 09-12-1999 28-10-1999 25821 1999 588 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 93l — Artikel 93l#
Artikel 93l De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgaande onderzoek. 1999 509 09-12-1999 28-10-1999 25821 1999 588 30-12-1999 21-12-1999 01-01-2000
Artikel 93m — Artikel 93m#
Artikel 93m 1 artikel 87, eerste en tweede lid Met het oog op de belangen van degenen die als verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van verzekering, gesloten of te sluiten met de verzekeraar, kunnen Onze Minister en de Pensioen- & Verzekeringskamer, onverminderd, het feit ter zake waarvan de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd, het overtreden voorschrift, alsmede de naam, het adres en de woonplaats van degene aan wie de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd, ter openbare kennis brengen. 2 Onze Minister kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid. 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 93n — Artikel 93n#
Artikel 93n 1 artikel 87 De Pensioen- & Verzekeringskamer kan, in afwijking van, teneinde de naleving van deze wet te bevorderen ter openbare kennis brengen: haar weigering om een aangevraagde vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar te verlenen, wanneer deze weigering niet meer in beroep kan worden getroffen en de aanvrager handelt als was hem de vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar verleend; artikel 11 het feit dat een verzekeraar het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefent zonder in het bezit te zijn van de ingevolgevereiste vergunning; artikel 49 het feit dat een verzekeraar diensten verricht naar Nederland zonder te hebben voldaan aan de procedure die ingevolgeis vereist voor verzekeraars met zetel buiten Nederland. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 93o — Artikel 93o#
Artikel 93o artikel 93n Degene jegens wie door de Pensioen- & Verzekeringskamer een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn handelen of nalaten op grond vanter openbare kennis zal brengen, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 93p — Artikel 93p#
Artikel 93p 1 artikel 93n De Pensioen- & Verzekeringskamer geeft, indien zij voornemens is op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen, de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. 2 artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht In aanvulling op, is de Pensioen- & Verzekeringskamer niet gehouden de betrokkene in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 93q — Artikel 93q#
Artikel 93q artikel 93n De beschikking om op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen vermeldt in ieder geval: het feit dat ter openbare kennis wordt gebracht; de wijze waarop het feit ter openbare kennis wordt gebracht; en de termijn waarna het feit ter openbare kennis wordt gebracht. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 93r — Artikel 93r#
Artikel 93r artikel 93n Tenzij de bevordering van de naleving van deze wet geen uitstel toelaat, wordt de werking van de beschikking om op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 93s — Artikel 93s#
Artikel 93s artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vantreedt de beschikking in werking op de dag waarop het feit ter openbare kennis is gebracht zonder dat de werking voor de duur van de beroepstermijn of, indien beroep is ingesteld, van het beroep wordt opgeschort, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 93t — Artikel 93t#
Artikel 93t 1 artikel 93n artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht De bevoegdheid om op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen vervalt indien ter zake van het feit een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge. 2 artikel 93n Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een feit als bedoeld invervalt, indien de Pensioen- & Verzekeringskamer het feit reeds ter openbare kennis heeft gebracht. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 93u — Artikel 93u#
Artikel 93u 1 artikel 93n De bevoegdheid om op grond vaneen feit ter openbare kennis te brengen vervalt drie jaren na de dag waarop het feit heeft plaats gehad. 2 De termijn bedoeld in het eerste lid wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij het feit ter openbare kennis wordt gebracht. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 93v — Artikel 93v#
Artikel 93v artikel 93n De werkzaamheden in verband met het op grond vanter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van het feit en het daaraan voorafgaande onderzoek. 2003 55 20-02-2003 14-11-2002 28373 2003 482 27-11-2003 18-11-2003 01-12-2003
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 1 artikel 11 artikel 24, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 Verzekeraars die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefenen, vragen binnen zes maanden na dit tijdstip bij de Verzekeringskamer de vergunning aan, die zij ingevolgevan deze wet ofbehoeven voor de uitoefening van hun bedrijf op genoemd tijdstip. 2 a de artikelen 12, onderdeel b 20, onderdeel f 22, eerste lid, onderdeel Met betrekking tot de aanvraag zijn,, en, niet van toepassing, met dien verstande dat de polisvoorwaarden en de jaarstukken over het laatstverstreken jaar wel overgelegd worden. 3 artikel 15, eerste lid In afwijking van, maakt de Verzekeringskamer haar beslissing op de aanvraag binnen vijftien maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet aan de aanvrager bekend. De Verzekeringskamer kan deze termijn verlengen. Een afwijzende beslissing staat wat haar gevolgen betreft gelijk met een besluit van de Verzekeringskamer tot intrekking van een vergunning. 4 Zolang een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid de beslissing van de Verzekeringskamer nog niet heeft ontvangen, wordt hij gelijkgesteld met een verzekeraar die de aangevraagde vergunning bezit. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 1 artikel 94, eerste lid artikel 17, eerste lid artikel 28, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 Een verzekeraar als bedoeld in, met zetel in Nederland, mag het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf voortzetten zonder te voldoen aan, van deze wet of aanzulks evenwel gedurende ten hoogste twaalf maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. 2 De in het eerste lid bedoelde verzekeraar kan zich gedurende twaalf maanden na het in werking treden van deze wet zonder machtiging van de rechter omzetten in een naamloze vennootschap of onderlinge waarborgmaatschappij. Hiertoe is een besluit vereist waarop de bepalingen van de wet en de statuten of reglementen over statutenwijziging van toepassing zijn. De omzetting geschiedt bij notariële akte die de nieuwe statuten bevat. De verzekeraar doet opgave van de omzetting ter inschrijving in de openbare registers waarin hij moet zijn of moet worden ingeschreven. 3 Indien de verzekeraar die de rechtsvorm van stichting bezit, zich omzet in een onderlinge waarborgmaatschappij, dient in de statuten iedere verplichting van de leden of oud-leden om in een tekort bij te dragen te worden uitgesloten. 4 Indien en voor zover statutaire bepalingen de omzetting niet toestaan of een ander orgaan van de verzekeraar dan het bestuur zijn medewerking tot omzetting niet verleent, kan niettemin tot omzetting worden besloten door het bestuur van de verzekeraar met machtiging van de rechtbank binnen welker rechtsgebied hij statutair is gevestigd, gegeven op een daartoe strekkend verzoek van het bestuur van de verzekeraar. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 1 artikel 94, eerste lid artikel 40, eerste lid artikel 40, tweede lid Een verzekeraar als bedoeld in, wiens solvabiliteitsmarge, zonder dat rekening wordt gehouden met de herverzekering van zijn verplichtingen, lager is dan het overeenkomstig, voorgeschreven bedrag, of wiens solvabiliteitsmarge lager is dan het minimum bedrag van het garantiefonds, bedoeld in, is ontheven van de verplichting over de vereiste solvabiliteitsmarge onderscheidenlijk over het minimum bedrag van het garantiefonds te beschikken. Deze ontheffing geldt tot het einde van het boekjaar waarin aan de vereisten wordt voldaan, doch uiterlijk tot vier jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. 2 Een verzekeraar kan slechts een beroep doen op de ontheffing indien hij beschikt over een door de Verzekeringskamer goedgekeurd plan dat aangeeft op welke wijze en binnen welke termijn de solvabiliteitsmarge op de vereiste omvang zal worden gebracht. De verzekeraar dient dit plan binnen acht weken na de inwerkingtreding van deze wet bij de Verzekeringskamer ter goedkeuring in. 3 De Verzekeringskamer is bevoegd op verzoek van de verzekeraar wijzigingen in een goedgekeurd plan toe te staan dan wel, bij gewijzigde omstandigheden, wijzigingen in het plan te eisen of de goedkeuring in te trekken. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 a artikel 47, tweede lid, van de Overgangswet Ten aanzien van overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering die met een onderlinge waarborgmaatschappij zijn gesloten voor 26 juli 1976 en waaruit de rechten en verplichtingen na het in werking treden van deze wet worden overgedragen, geldt artikel 62, aanhef en onderdeel, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van de overdracht af, zulks in afwijking vanvoor het nieuwe Burgerlijk Wetboek. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 Ingeval voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de faillietverklaring van een verzekeraar is uitgesproken, blijven op het faillissement en op de vereffening of de overdracht van verbintenissen de bepalingen van toepassing die voor dat tijdstip golden. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 Onze Minister van Financiën zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. 1995 368 01-08-1995 10-07-1995 23688 1995 532 16-11-1995 25-10-1995 01-01-1996
Artikel 93d#
artikel 93d, eerste lid
Artikel Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Hoofdstuk 10 B Voor de overtredingen genoemd in tabel 1 en tabel 2, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding vanvan deze wet, zijn de boetebedragen vastgesteld als volgt: Tariefnummer: Bedrag (vast tarief): 1. € 453 2. € 907 3. € 5 445 4. € 21 781 5. € 87 125
Artikel Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 In tabel 1 zijn die bepalingen opgesomd die zich uitsluitend richten tot de natura-uitvaartverzekeraars. In tabel 2 zijn de bepalingen opgesomd die zich in beginsel tot een ieder (inclusief natura-uitvaartverzekeraars) richten. 1. Indien een boete wordt opgelegd voor het overtreden van een bepaling als genoemd in tabel 1, is bij de vaststelling van de hoogte van deze boete de volgende categorie-indeling naar balanstotaal van toepassing met de daarbij behorende factor: Categorie-indeling normgeadresseerden Categorie I: natura-uitvaartverzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 4 538 000; factor: 1; Categorie II: natura-uitvaartverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 4 538 000 maar minder dan € 22 689 000; factor: 2; Categorie III: natura-uitvaartverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 22 689 000 maar minder dan € 113 445 000; factor: 3; Categorie IV: natura-uitvaartverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 113 445 000 maar minder dan € 453 780 000; factor: 4; Categorie V: natura-uitvaartverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 453 780 000; factor: 6. artikel 1 2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, bedoeld in, te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de categorie naar balanstotaal, bedoeld in het eerste lid. 3. Indien de gegevens omtrent het balanstotaal niet aan Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer beschikbaar zijn gesteld, kan Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer aan degene aan wie de boete wordt opgelegd, verzoeken deze gegevens binnen een door hem onderscheidenlijk haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.
Artikel Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 93f, tweede lid Indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 is vastgesteld en waarop de tabellen 1 of 2 van toepassing zijn of waarvoor tariefnummer 2 is vastgesteld indien tabel 2 van toepassing is, behoeft op grond van, de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd. Tabel 1 Tabel 2 Overtreding van voorschriften, gesteld bij artikel: Tariefnummer: 17, eerste lid 3 17, tweede lid 3 17, derde lid 3 17, vierde lid, eerste volzin 3 17, vijfde lid 3 18, eerste lid 4 18, tweede lid 4 22, tweede lid 3 23, derde lid, laatste volzin 3 23, vierde lid, tweede volzin 3 26, eerste lid, eerste en tweede volzin 3 26, tweede lid 3 27, tweede lid 4 27, derde lid, onderdeel a 4 27a, vierde lid 3 28, tweede lid 3 artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht 28, derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van 3 31, eerste lid 3 31a, eerste lid 3 32, eerste lid 2 32, tweede lid, tweede volzin 2 33, eerste lid 3 33, tweede lid 4 33, derde lid, vijfde volzin 1 33, zesde lid 1 33, zevende lid, eerste volzin 1 33a, eerste lid, eerste en derde volzin 1 33c, eerste lid 4 34, eerste lid 1 34, tweede lid 1 35, eerste lid, onderdeel a, eerste volzin 2 35, eerste lid, onderdelen b tot en met d 2 35, tweede lid 3 35, derde lid 3 35, vierde lid 2 35, vijfde lid 2 36, eerste lid 3 36, tweede lid, tweede volzin 3 37 3 38, eerste lid, eerste en tweede volzin 4 38, tweede lid, eerste en laatste volzin 4 38, derde lid 4 39, eerste lid 4 39, tweede lid 4 40, derde lid 4 40, vijfde lid 4 40a, eerste lid 1 40a, tweede lid 1 40a, derde lid 1 40b, eerste lid 1 40b, tweede lid 1 40b, vierde lid 1 41 3 44, eerste lid 3 44, tweede lid 3 45, eerste lid, eerste en tweede volzin 4 45, tweede lid, eerste en laatste volzin 4 45, derde lid 4 46 4 47, eerste lid 4 47, tweede lid 4 48 3 49, eerste lid 1 49, tweede lid 1 49, derde lid 1 50 1 51, eerste lid 4 51, tweede lid, eerste volzin 4 54, eerste lid 2 54, vijfde lid 2 55, derde lid 2 56, eerste lid 4 56, tweede lid 4 57, eerste lid 3 57, tweede lid 3 57, vierde lid 3 58 3 59, eerste lid 4 63 4 64, eerste lid 4 84, achtste lid 3 85, tweede lid 2 Overtreding van voorschriften, gesteld bij artikel: Tariefnummer: 11 5 18, derde lid 4 18, vierde lid 4 18a 3 23, tweede lid, laatste volzin 3 23, derde lid, eerste volzin 3 23, vierde lid, tweede volzin 3 23, vijfde lid 3 27, vijfde lid, eerste volzin 3 27a, tweede lid 3 27a, derde lid 3 28, tweede lid 3 artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht 28, derde lid, voor zover het betreft het voorschrift vanen het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden 3 29, zesde lid, laatste volzin 3 33a, tweede lid 3 33a, derde lid 3 33b 3 35, eerste lid, onderdeel a, laatste volzin 2 40c, eerste lid, laatste volzin 3 40c, tweede lid 3 44, eerste lid 3 44, tweede lid 3 51, vierde lid 4 63 3 82, eerste lid 3 82, vierde lid 3 82, zesde lid 3 84, achtste lid 3 85, eerste lid 2 86 3 89, tweede lid 3 90, tweede lid 3