Wet van 15 december 1995, houdende vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
- BWB-id
- BWBR0007746
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007746
- ELI
- /eli/nl/wet/1996/wet-vermindering-afdracht-loonbelasting-en-premie-voor-de-vo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1996/wet-vermindering-afdracht-loonbelasting-en-premie-voor-de-vo/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007746&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007746&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007746/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1996/wet-vermindering-afdracht-loonbelasting-en-premie-voor-de-vo
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. inhoudingsplichtige: hetgeen daaronder wordt verstaan voor de heffing van de loonbelasting; b. loontijdvak: hetgeen daaronder wordt verstaan voor de heffing van de loonbelasting; c. Wet op de loonbelasting 1964 loon: loon in de zin van de, verminderd met daarin begrepen: 1°. loon uit vroegere dienstbetrekking; 2°. artikel 31 van de Wet op de loonbelasting 1964 loon ter zake waarvan de belasting ingevolgewordt geheven van de inhoudingsplichtige; d. vervallen; e. artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aangiftetijdvak: het tijdvak waarover krachtensde loonbelasting moet worden betaald; f. vervallen; g. vervallen; ga. vervallen; h. Wet bemanning zeeschepen artikel 1, tweede lid, van de Schepenwet zeeschip: een schip ten aanzien waarvan devan toepassing is, dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren en dat in het kader van een onderneming grotendeels op zee wordt geëxploiteerd voor het vervoer van zaken of personen in het internationale verkeer over zee, het vervoer van zaken of personen over zee ten behoeve van de exploratie of exploitatie van natuurlijke rijkdommen op zee, het verrichten van sleep- en hulpverleningswerkzaamheden op zee aan schepen als bedoeld in, het verrichten van baggerwerkzaamheden of overige bij ministeriële regeling nader te bepalen activiteiten op zee, met uitzondering van: 1°. een schip dat wordt gebruikt voor de loodsdienst; 2°. een schip dat wordt gebruikt voor de zeilvaart, niet zijnde een schip dat voldoet aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden; 2bis°. een schip dat wordt gebruikt voor de sportvisserij; 3°. een schip in havensleepdienst als bedoeld in onderdeel ha; 4°. een schip dat wordt gebruikt voor baggerwerkzaamheden dat niet over eigen voortstuwing beschikt of dat niet is ingericht voor het vervoer van lading over zee, en 5°. een schip dat bestemd is of gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vangen van vis of van andere levende rijkdommen van de zee; ha. havensleepdienst: het geheel van werkzaamheden en activiteiten door een sleepboot als bedoeld in onderdeel hb grotendeels in en rond havens en op binnenwateren van de Europese Unie verricht, ten behoeve van het assisteren bij het meren, ontmeren en verhalen van zeeschepen die gebruik maken van eigen voortstuwing en die inkomen van of uitgaan naar zee; hb. Wet bemanning zeeschepen sleepboot: een schip ten aanzien waarvan devan toepassing is, dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren en is bestemd voor het verrichten van sleep- en hulpverleningswerkzaamheden op zee; i. zeevarende: degene die als kapitein, scheepsofficier of scheepsgezel werkzaam is op een zeeschip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren, tenzij hij werkzaam is op een schip dat een geregelde passagiersdienst onderhoudt tussen havens van de Europese Unie en hij niet de nationaliteit heeft van een van de lidstaten van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte; ia. zee: alle wateren die zich bevinden voorbij de laagwaterlijn van de kust. Indien een transport over zee plaatsvindt met inbegrip van transport door een waterweg van maritieme aard in de zin van Verordening (EG) nr. 13/2004 van de Commissie van 8 december 2003 tot vaststelling van de lijst van waterwegen van maritieme aard, bedoeld in artikel 3, onder d), van Verordening (EEG) nr. 1108/70 van de Raad (PbEU 2003, L 3), wordt het transport voor het gehele traject geacht transport over zee te zijn; ib. binnenwateren: wateren anders dan bedoeld in onderdeel ia; j. Wet inkomstenbelasting 2001 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 onderneming: een onderneming in de zin van deof de; k. artikelen 15 15a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 fiscale eenheid: een eenheid in de zin van deen; l. S&O-inhoudingsplichtige: een inhoudingsplichtige die tevens een onderneming drijft, tenzij deze inhoudingsplichtige een publieke kennisinstelling is; m. publieke kennisinstelling: 1°. bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de onderdelen a, b, c, g, h en i van deen een academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel j van die bijlage; 2°. een geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden; 3°. een geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde openbare instelling voor hoger onderwijs, ziekenhuis of onderzoeksorganisatie die gelijkwaardig is aan een publieke kennisinstelling als bedoeld onder 1° of 2°; n. onderzoeksorganisatie: een onderzoeksorganisatie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel ee, van de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2014, C198/7); o. artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 S&O-belastingplichtige: een natuurlijke persoon die voldoet aan het urencriterium, bedoeld in; p. speur- en ontwikkelingswerk: door een S&O-inhoudingsplichtige of een S&O-belastingplichtige systematisch georganiseerde en in een lidstaat van de Europese Unie verrichte werkzaamheden, direct en uitsluitend gericht op: 1°. technisch-wetenschappelijk onderzoek; 2°. de ontwikkeling van voor de S&O-inhoudingsplichtige, onderscheidenlijk de S&O-belastingplichtige, technisch nieuwe (onderdelen van) fysieke producten, (onderdelen van) fysieke productieprocessen, of (onderdelen van) programmatuur; q. programmatuur: het niet-fysieke, logische deelsysteem van een informatiesysteem dat de structuur van de gegevens en van de verwerkingsprocessen bepaalt voor zover dat deelsysteem is vastgelegd in een formele programmeertaal; r. S&O-referentiejaar: het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de S&O-afdrachtvermindering betrekking heeft; s. artikel 23 artikel 27 S&O-verklaring: de door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat op de voet vanaan een S&O-inhoudingsplichtige ofaan een S&O-belastingplichtige afgegeven verklaring betreffende speur- en ontwikkelingswerk; t. kosten: al hetgeen voor de realisatie van speur- en ontwikkelingswerk van de S&O-inhoudingsplichtige is betaald door de S&O-inhoudingsplichtige of door een lichaam dat deel uitmaakt van dezelfde fiscale eenheid als de S&O-inhoudingsplichtige voor zover deze betalingen: 1°. niet eerder in aanmerking zijn genomen voor een S&O-verklaring; 2°. uitsluitend dienstbaar en direct toerekenbaar zijn aan het uitvoeren van speur- en ontwikkelingswerk; 3°. drukken op de S&O-inhoudingsplichtige of op een lichaam dat deel uitmaakt van dezelfde fiscale eenheid als de S&O-inhoudingsplichtige; en 4°. geen uitgaven zijn als bedoeld in onderdeel u; u. uitgaven: al hetgeen is betaald voor de verwerving van nieuw vervaardigde bedrijfsmiddelen voor zover deze betalingen drukken op de S&O-inhoudingsplichtige of op een lichaam dat deel uitmaakt van dezelfde fiscale eenheid als de S&O-inhoudingsplichtige en deze bedrijfsmiddelen: 1°. niet eerder in aanmerking zijn genomen voor een S&O-verklaring; 2°. niet eerder zijn gebruikt; en 3°. dienstbaar en direct toerekenbaar zijn aan de realisatie van speur- en ontwikkelingswerk van de S&O-inhoudingsplichtige; v. bedrijfsmiddel: goed dat voor het drijven van een onderneming wordt gebruikt; w. uitbesteed onderzoek: werkzaamheden die voor de S&O-inhoudingsplichtige als speur- en ontwikkelingswerk kunnen worden aangemerkt en door deze S&O-inhoudingsplichtige worden uitbesteed aan een derde. 2 Voor toepassing van het eerste lid, onderdeel h, onder 2°, dient: a. door of namens de Nederlandse Inspectie Verkeer en Waterstaat voor het schip een veiligheidscertificaat met onbeperkt vaargebied te zijn afgegeven, welk certificaat vermeldt dat het schip voldoet aan: 1°. artikel 5, tweede lid, van de Schepenwet de krachtensuitgevaardigde voorschriften voor Commercial Cruising Vessels; 2°. de voorschriften van het SOLAS-verdrag; 3°. de voorschriften van de Special Purpose Ship (SPS) Code, of 4°. de voorschriften van de Special Purpose Ship Code 2008; b. het schip een lengte te hebben van ten minste 24 meter, bepaald op basis van de International Convention on Load Lines. 3 Werkloosheidswet Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering In afwijking van het eerste lid, onderdeel i, wordt onder zeevarende mede verstaan: werknemer in de zin van de, de, deof dedie als kapitein, scheepsofficier of scheepsgezel werkzaam is op een schip als bedoeld in het tweede lid dat is geregistreerd in een van de lidstaten van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en de vlag voert van een van die lidstaten of staten, tenzij: a. het loon van de werknemer op grond van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting of op grond van enige andere regel van interregionaal of internationaal recht in feite niet in Nederland aan een belasting naar het inkomen is onderworpen; of b. de werknemer werkzaam is op een schip dat een geregelde passagiersdienst onderhoudt tussen havens van de Europese Unie en hij niet de nationaliteit heeft van een van de lidstaten van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. 4 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel p, wordt niet tot speur- en ontwikkelingswerk gerekend: a. marktonderzoek; b. organisatorische en administratieve werkzaamheden; c. door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat bij ministeriële regeling aangewezen andere werkzaamheden. 5 artikelen 17 18 20 De ministeriële regelingen, bedoeld in deze wet, worden, voor zover niet anders is bepaald, uitgevaardigd door Onze Minister, wat betreft de regelingen, bedoeld in de,en, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2025 9 17-01-2025 11-12-2024 36440 2025 145 28-05-2025 06-05-2025 01-07-2025 2023 156 10-05-2023 08-06-2022 34836 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Werknemer is de natuurlijke persoon die tot een inhoudingsplichtige in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat. 2 Artikel 2, derde, vierde en vijfde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 is van overeenkomstige toepassing. 3 artikelen 3, eerste lid, onderdelen f en g 4, onderdeel e, van de Wet op de loonbelasting 1964 Als dienstbetrekking worden mede beschouwd de arbeidsverhoudingen, bedoeld in de, en. 2016 546 29-12-2016 21-12-2016 34554 2016 546 29-12-2016 21-12-2016 34554 01-01-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De inhoudingsplichtige kan de over een tijdvak af te dragen loonbelasting, dan wel af te dragen loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen verminderen, doch niet verder dan tot nihil, met: a. de afdrachtvermindering zeevaart; b. de S&O-afdrachtvermindering. 2 De S&O-afdrachtvermindering komt in mindering op de af te dragen loonbelasting. Uitsluitend voor de toepassing van de vorige volzin door de inhoudingsplichtige wordt af te dragen premie voor de volksverzekeringen gelijkgesteld met af te dragen loonbelasting. 3 De afdrachtvermindering zeevaart komt in mindering op de af te dragen loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen. 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2014
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Voor zover loon in aanmerking is genomen voor de toepassing van de S&O-afdrachtvermindering vindt de afdrachtvermindering zeevaart geen toepassing. 1999 579 28-12-1999 22-12-1999 26820 1999 579 28-12-1999 22-12-1999 26820 01-01-2000
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 hoofdstuk VII De afdrachtvermindering zeevaart beloopt een bedrag te bepalen op de voet van. 2 hoofdstuk VIII De S&O-afdrachtvermindering beloopt een bedrag te bepalen op de voet van. 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2014
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 01-01-2006
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a Vervallen 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 01-01-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 01-01-2003
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 01-01-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 01-01-2003
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 01-01-2003
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 01-01-2003
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 01-01-2003
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a Vervallen 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2014
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2014
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a Vervallen 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2014
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2014
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a Vervallen 2003 526 29-12-2003 18-12-2003 29210 2003 526 29-12-2003 18-12-2003 29210 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2004 455 21-09-2004 09-07-2004 28447 2004 555 29-10-2004 25-10-2004 01-01-2005 2003 526 29-12-2003 18-12-2003 29210 2003 526 29-12-2003 18-12-2003 29210 01-01-2005
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a Vervallen 2004 455 21-09-2004 09-07-2004 28447 2004 555 29-10-2004 25-10-2004 01-01-2005
Artikel 16b — Artikel 16b#
Artikel 16b Vervallen 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 01-01-2006
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De afdrachtvermindering zeevaart is van toepassing met betrekking tot zeevarenden. De afdrachtvermindering beloopt een bedrag ter grootte van het in het tweede lid genoemde percentage van het loon van de zeevarenden in het loontijdvak. Bij zeevarenden op schepen bestemd voor baggerwerkzaamheden, onderscheidenlijk schepen bestemd voor sleep- en hulpverleningswerkzaamheden wordt als loon niet in aanmerking genomen het gedeelte van het loon dat toerekenbaar is aan andere werkzaamheden dan vervoer van opgebaggerd materiaal over zee, onderscheidenlijk andere werkzaamheden dan sleep- en hulpverleningswerkzaamheden op zee. 2 Het in het eerste lid bedoelde percentage bedraagt: a. met betrekking tot de in Nederland, een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte wonende zeevarende: 40 percent; b. met betrekking tot de niet in Nederland, een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Europese Economische Ruimte wonende zeevarende die aan de loonbelasting is onderworpen of premieplichtig is voor de volksverzekeringen: 10 percent. 3 De in het tweede lid vermelde percentages kunnen bij ministeriële regeling met ingang van een kalenderkwartaal worden vervangen door andere. 4 Uiterlijk binnen drie maanden na het tijdstip waarop de krachtens het derde lid vastgestelde ministeriële regeling in werking treedt, wordt een voorstel van wet tot goedkeuring van die regeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de Kamers der Staten-Generaal besluit tot het niet aannemen van het voorstel, worden bij ministeriële regeling de krachtens het derde lid vervangen percentages met ingang van het eerstvolgende kalenderkwartaal vervangen door de percentages zoals die golden onmiddellijk vóór het in de eerste volzin bedoelde tijdstip. 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2014 2013 413 25-10-2013 16-10-2013 33637 2013 413 25-10-2013 16-10-2013 33637 01-01-2014
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 17, eerste lid Volgens bij ministeriële regeling te stellen regels maakt de inhoudingsplichtige per loontijdvak een berekening van het in, bedoelde loon alsmede het gedeelte van dat loon dat niet in aanmerking is genomen en van het bedrag van de afdrachtvermindering zeevaart. 2 De inhoudingsplichtige bewaart en registreert met betrekking tot het schip of de schepen waarop een of meer zeevarenden werkzaam zijn met betrekking tot wie de afdrachtvermindering zeevaart wordt toegepast: a. artikel 18 van de Wet bemanning zeeschepen afschriften van een bemanningslijst als bedoeld in; b. artikel 17 van de Rijkswet nationaliteit zeeschepen afschriften van zeebrieven als bedoeld in. 3 De inhoudingsplichtige legt vast met betrekking tot welke zeevarenden hij in het kalenderjaar de afdrachtvermindering zeevaart heeft toegepast, alsmede het schip of de schepen waarop die zeevarenden werkzaam zijn geweest onder vermelding van de periode waarin dit plaatsvond. 4 De inhoudingsplichtige legt met betrekking tot zeeschepen die zijn bestemd voor sleep-en hulpverleningswerkzaamheden op zee en die tevens, in en rond havens gelegen op het grondgebied van de Europese Unie en op binnenwateren van de Europese Unie, worden ingezet voor het assisteren bij het meren, ontmeren en verhalen van zeeschepen die inkomen van of uitgaan naar zee en gebruik maken van eigen voortstuwing, de bedrijfstijd vast die is gemoeid met de onderscheidene werkzaamheden. De wachttijd mag evenredig worden toegedeeld aan de bedrijfstijd van de onderscheidene werkzaamheden. 5 De inhoudingsplichtige bewaart de in het tweede lid bedoelde gegevens, alsmede de in het tweede lid bedoelde afschriften en de in het derde en vierde lid bedoelde vastleggingen, bij de loonadministratie. 6 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de in dit artikel genoemde verplichtingen. 2025 9 17-01-2025 11-12-2024 36440 2025 145 28-05-2025 06-05-2025 01-07-2025 2023 156 10-05-2023 08-06-2022 34836 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 18 Indien de inhoudingsplichtige niet voldoet aan de inbedoelde verplichtingen, wordt de afdrachtvermindering zeevaart geacht ten onrechte te hebben plaatsgevonden. 1998 726 29-12-1998 17-12-1998 26249 1998 726 29-12-1998 17-12-1998 26249 01-01-1999 Artikel 40 werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter bevordering van een goede uitvoering van dit hoofdstuk. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De S&O-afdrachtvermindering is met betrekking tot een aangiftetijdvak van toepassing indien de S&O-inhoudingsplichtige beschikt over een of meerdere ten name van hem afgegeven S&O-verklaringen die betrekking hebben op dit aangiftetijdvak. Het totaal van de S&O-afdrachtvermindering beloopt de bij die S&O-verklaringen ter zake vastgestelde bedragen. 2 Per aangiftetijdvak wordt van het totaal van de bij de S&O-verklaringen die betrekking hebben op dit tijdvak vastgestelde bedragen aan S&O-afdrachtvermindering maximaal het niet in een eerder aangiftetijdvak verrekende bedrag aan S&O-afdrachtvermindering in aanmerking genomen. 3 artikel 28a van de Wet op de loonbelasting 1964 Ingeval na afloop van het kalenderjaar waarop een of meerdere S&O-verklaringen betrekking hebben een nog niet verrekend bedrag aan S&O-afdrachtvermindering resteert, wordt dit bedrag verrekend met de loonbelasting en de premie voor de volksverzekeringen die zijn verschuldigd over een aangiftetijdvak binnen het kalenderjaar waarop die S&O-verklaringen betrekking hebben. De aangifte over dat aangiftetijdvak wordt voor de toepassing vanaangemerkt als een onjuiste of onvolledige aangifte. 2021 652 27-12-2021 22-12-2021 35928 2021 652 27-12-2021 22-12-2021 35928 01-01-2022
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De S&O-inhoudingsplichtige mag voor een aaneengesloten periode van ten minste drie kalendermaanden binnen een kalenderjaar, die loopt tot en met 31 december van dat kalenderjaar, een S&O-verklaring aanvragen en in totaal voor niet meer dan vier perioden per kalenderjaar. 2 artikel 24, tweede lid artikelen 2:7, tweede lid 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, een opgave als bedoeld in het vierde lid en een mededeling als bedoeld in, geschieden uitsluitend langs elektronische weg met gebruikmaking van de hiervoor door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat beschikbaar gestelde voorziening en door opvolging van de daarbij opgenomen aanwijzingen. Daarbij kan worden afgeweken van de, en. 3 De aanvraag wordt uiterlijk ingediend op de laatste dag van de kalendermaand voorafgaande aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Indien de aanvraag betrekking heeft op een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar, wordt de aanvraag uiterlijk ingediend op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. De beslissing op de aanvraag wordt gegeven binnen drie kalendermaanden na de aanvang van de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat kan bij ministeriële regeling in het algemeen of voor groepen van gevallen, een latere datum vaststellen waarop de beslissing op de aanvraag uiterlijk moet zijn gegeven. 4 De aanvraag wordt in de situatie waarin de S&O-inhoudingsplichtige in het S&O-referentiejaar speur- en ontwikkelingswerk heeft verricht waarvoor een S&O-verklaring is verstrekt, slechts in behandeling genomen indien hij uiterlijk bij de indiening van de aanvraag opgave heeft gedaan van de burgerservicenummers van zijn werknemers die dat speur- en ontwikkelingswerk hebben verricht. 2023 183 07-06-2023 10-05-2023 35261 2023 501 27-12-2023 20-12-2023 36420 2024 321 05-11-2024 22-10-2024 01-01-2026
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 22 Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat verstrekt aan een S&O-inhoudingsplichtige die voornemens is in een periode van een kalenderjaar speur- en ontwikkelingswerk te verrichten, op zijn aanvraag op de voet vaneen S&O-verklaring. 2 De S&O-verklaring bevat: a. een omschrijving van het werk dat wordt aangemerkt als speur- en ontwikkelingswerk; b. de periode waarvoor de S&O-verklaring wordt verstrekt; c. het aantal uren dat werknemers van de S&O-inhoudingsplichtige in die periode aan het werk, bedoeld in onderdeel a, naar verwachting zullen besteden; d. het bedrag aan kosten en uitgaven dat naar verwachting betrekking heeft op die periode en het werk, bedoeld in onderdeel a, alsmede een omschrijving van die kosten en uitgaven, of het bedrag dat voor die periode naar verwachting volgt uit de toepassing van het vierde lid, onderdeel b; e. het bedrag aan S&O-afdrachtvermindering met een berekening van dat bedrag. 3 Het bedrag aan S&O-afdrachtvermindering beloopt 16 percent van: vermeerderd met 20 percent van de som van de bedragen, bedoeld in de onderdelen a en b, voor zover de som van die bedragen in het kalenderjaar niet uitgaat boven € 391.020 bedoeld in het tweede lid, onderdeel d. De vermeerdering, bedoeld in de eerste zin, blijft achterwege voor zover die vermeerdering reeds toepassing heeft gevonden bij een S&O-verklaring betreffende een eerdere periode van het kalenderjaar. a. het bedrag dat volgt uit het product van het aantal uren, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, en het gemiddelde uurloon, bedoeld in het vijfde lid; en b. het bedrag aan kosten en uitgaven; 4 Indien de S&O-inhoudingsplichtige in de aanvraag van de S&O-verklaring die betrekking heeft op de eerste periode van een kalenderjaar waarvoor de S&O-inhoudingsplichtige een aanvraag doet, gekozen heeft voor het op forfaitaire wijze berekenen van het bedrag aan kosten en uitgaven voor speur- en ontwikkelingswerk, beloopt het bedrag aan S&O-afdrachtvermindering, in afwijking van het derde lid, 16 percent van: vermeerderd met 20 percent van de som van de bedragen, bedoeld in de onderdelen a en b, voor zover de som van die bedragen in het kalenderjaar niet uitgaat boven € 391.020. De vermeerdering, bedoeld in de eerste zin, blijft achterwege voor zover die vermeerdering reeds toepassing heeft gevonden bij een S&O-verklaring betreffende een eerdere periode van het kalenderjaar. a. het bedrag dat volgt uit het product van het aantal uren, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, en het gemiddelde uurloon, bedoeld in het vijfde lid; en b. het bedrag dat volgt uit het product van € 10 en het aantal uren, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, voor zover dit aantal uren in het kalenderjaar niet hoger is dan 1800 en het bedrag dat volgt uit het product van € 4 en het aantal uren, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, voor zover dit aantal uren in het kalenderjaar hoger is dan 1.800; 5 Het gemiddelde uurloon wordt gesteld op het uurloon dat de S&O-inhoudingsplichtige in het S&O-referentiejaar gemiddeld heeft betaald aan zijn werknemers die in dat jaar speur- en ontwikkelingswerk hebben verricht waarvoor een S&O-verklaring is verstrekt. Het gemiddelde uurloon wordt daarbij gesteld op de som van de door de S&O-inhoudingsplichtige aan deze werknemers in het S&O-referentiejaar betaalde lonen gedeeld door de som van de in het S&O-referentiejaar door de S&O-inhoudingsplichtige aan deze werknemers verloonde uren nadat de som van de verloonde uren is vermenigvuldigd met 0,85; de uitkomst van deze deling wordt naar boven afgerond op een bedrag in hele euro’s. Het gemiddelde uurloon wordt aldus bepaald aan de hand van de gegevens zoals die blijken uit de polisadministratie van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen op een bij ministeriële regeling van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat vast te stellen peildatum gelegen in het kalenderjaar volgende op het S&O-referentiejaar. Indien de berekening aan de hand van de gegevens op de peildatum leidt tot een evident onjuist gemiddeld uurloon, wordt het gemiddelde uurloon bepaald aan de hand van de juiste gegevens zoals die blijken na uitvraag daarvan bij de S&O-inhoudingsplichtige door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat. Ingeval de S&O-inhoudingsplichtige in het S&O-referentiejaar geen speur- en ontwikkelingswerk heeft verricht waarvoor hij over een S&O-verklaring beschikt, geldt een gemiddeld uurloon van € 29. 6 De inhoudingsplichtige die deel uitmaakt van een fiscale eenheid en voor speur- en ontwikkelingswerk werknemers ter beschikking stelt aan een onderneming binnen die fiscale eenheid, wordt geacht dat speur- en ontwikkelingswerk zelf te verrichten. Op deze inhoudingsplichtige is het bij of krachtens deze wet bepaalde zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de inhoudingsplichtige de verplichtingen in voorkomende gevallen zal doen uitvoeren door de onderneming die het speur- en ontwikkelingswerk uitvoert. 7 artikel 10a, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 Het in het derde en vierde lid laatstvermelde percentage wordt vervangen door 34 indien de S&O-inhoudingsplichtige in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen inhoudingsplichtige was en voor die periode met betrekking tot ten hoogste twee kalenderjaren een S&O-verklaring is afgegeven. Indien de voor rekening van de inhoudingsplichtige gedreven onderneming een voortzetting is van een onderneming die, of een gedeelte van een onderneming dat direct of indirect is gedreven door een met hem verbonden vennootschap in de zin van, dan wel voor rekening van een natuurlijk persoon die op het moment van aanvraag een aanmerkelijk belang in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 heeft in de inhoudingsplichtige, wordt voor de toepassing van de eerste zin een ten aanzien van de verbonden vennootschap, onderscheidenlijk natuurlijk persoon, reeds voor de voortzetting afgegeven S&O-verklaring aangemerkt als een ten aanzien van de inhoudingsplichtige afgegeven verklaring. Een S&O-verklaring die is afgegeven voor een deel van een kalenderjaar wordt aangemerkt als een S&O-verklaring afgegeven met betrekking tot een heel kalenderjaar. 8 artikel 1, eerste lid, onderdeel c Wet op de loonbelasting 1964 artikel 31 van die wet In afwijking van, is het loon, bedoeld in het vijfde lid, het loon in de zin van de, met uitzondering van eindheffingsbestanddelen als bedoeld in. 9 Kosten en uitgaven kunnen slechts bij één S&O-inhoudingsplichtige tot het bedrag, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, gerekend worden. 2025 40487 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000608432 2025 40487 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000608432 01-01-2026
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a 1 artikel 23, derde lid, onderdeel b Uitgaven die gedeeltelijk direct toerekenbaar zijn aan door de S&O-inhoudingsplichtige verricht speur- en ontwikkelingswerk, komen slechts voor dat deel als uitgaven als bedoeld in, in aanmerking. 2 Een uitgave kan slechts in één S&O-verklaring worden opgenomen. 3 artikel 23, derde lid, onderdeel b Uitgaven van € 1.000.000 of meer per bedrijfsmiddel komen in enig kalenderjaar voor 20 percent als uitgaven als bedoeld in, in aanmerking. 4 In afwijking van het tweede lid kunnen uitgaven als bedoeld in het derde lid gedurende 5 jaar maximaal eenmaal per kalenderjaar in een S&O-verklaring worden opgenomen. 2015 538 30-12-2015 23-12-2015 34302 2015 538 30-12-2015 23-12-2015 34302 01-01-2016
Artikel 23b — Artikel 23b#
Artikel 23b 1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden niet tot de kosten gerekend: a. kosten van uitbesteed onderzoek; b. kosten van inhuur van arbeid; c. financieringskosten; d. kosten van grondverwerving of grondverbetering; e. kosten die een vergoeding vormen voor het ter beschikking stellen van een bedrijfsmiddel waarvoor de S&O-inhoudingsplichtige of een ander lichaam eerder een S&O-verklaring heeft ontvangen, mits: 1°. de S&O-inhoudingsplichtige of het lichaam dat de kosten maakt onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van of het toezicht op, dan wel in het kapitaal van het lichaam dat het bedrijfsmiddel ter beschikking stelt; 2°. het lichaam dat het bedrijfsmiddel ter beschikking stelt onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van of het toezicht op, dan wel in het kapitaal van de S&O-inhoudingsplichtige of het lichaam dat de kosten maakt; of 3°. een derde zowel onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van of het toezicht op, dan wel in het kapitaal van de S&O-inhoudingsplichtige of het lichaam dat de kosten maakt als onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van of het toezicht op, dan wel in het kapitaal van het lichaam dat het bedrijfsmiddel ter beschikking stelt; f. loonkosten. 2 artikel 3.42 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.42a van die wet Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden niet tot de uitgaven gerekend investeringen die in aanmerking komen voor energie-investeringsaftrek als bedoeld inof voor milieu-investeringsaftrek als bedoeld in. 2015 538 30-12-2015 23-12-2015 34302 2015 538 30-12-2015 23-12-2015 34302 01-01-2016
Artikel 23c — Artikel 23c#
Artikel 23c Indien tussen twee lichamen waarvan een van de lichamen onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van of toezicht op, dan wel in het kapitaal van het andere lichaam ter zake van hun onderlinge rechtsverhoudingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van voorwaarden die in het economische verkeer door onafhankelijke partijen zouden zijn overeengekomen, worden de kosten en uitgaven van deze lichamen voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen bepaald alsof die laatstbedoelde voorwaarden zijn overeengekomen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing indien een derde onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van of het toezicht op, dan wel in het kapitaal van twee lichamen. 2015 538 30-12-2015 23-12-2015 34302 2015 538 30-12-2015 23-12-2015 34302 01-01-2016
Artikel 23d — Artikel 23d#
Artikel 23d 1 artikel 24, tweede lid Kosten die in enig kalenderjaar in een S&O-verklaring zijn opgenomen worden betaald voordat de mededeling, bedoeld in, voor deze S&O-verklaring wordt gedaan. 2 Uitgaven worden niet eerder in aanmerking genomen dan in het kalenderjaar waarin het bedrijfsmiddel waarop zij betrekking hebben in gebruik is genomen. 2015 538 30-12-2015 23-12-2015 34302 2015 538 30-12-2015 23-12-2015 34302 01-01-2016
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 23, tweede lid, onderdeel d De S&O-inhoudingsplichtige aan wie een S&O-verklaring is afgegeven, houdt een overeenkomstig bij regeling van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat vast te stellen regels ingerichte administratie bij omtrent de aard, de inhoud, de omvang en de voortgang van het werk dat in de verklaring is aangemerkt als speur- en ontwikkelingswerk. Ingeval aan de S&O-inhoudingsplichtige een S&O-verklaring is afgegeven die ook een bedrag aan kosten en uitgaven als bedoeld in, bevat, houdt de S&O-inhoudingsplichtige ook een overeenkomstig bij regeling van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat vast te stellen regels ingerichte administratie bij omtrent de in de verklaring omschreven kosten en uitgaven die zijn gemaakt voor het speur- en ontwikkelingswerk waarvoor hij de verklaring heeft ontvangen. 2 artikel 23, tweede lid, onderdeel d De S&O-inhoudingsplichtige doet mededeling aan Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat over de in dat kalenderjaar aan speur- en ontwikkelingswerk bestede uren waarvoor een S&O-verklaring is afgegeven en, ingeval een S&O-verklaring ook een bedrag aan kosten en uitgaven als bedoeld in, bevat, van de in dat kalenderjaar gerealiseerde kosten en uitgaven waarvoor een S&O-verklaring is afgegeven. 3 De S&O-inhoudingsplichtige doet de mededeling, bedoeld in het tweede lid, binnen drie kalendermaanden na afloop van het kalenderjaar waarop de in dat lid bedoelde S&O-verklaringen betrekking hebben of, indien dat later is, binnen drie kalendermaanden na de afgifte van de laatste S&O-verklaring die betrekking heeft op dat kalenderjaar. 4 Bij het eindigen van de inhoudingsplicht vóór het tijdstip, bedoeld in het derde lid, wordt in afwijking van dat lid de mededeling gedaan binnen één kalendermaand nadat de inhoudingsplicht is geëindigd. 2021 652 27-12-2021 22-12-2021 35928 2021 652 27-12-2021 22-12-2021 35928 01-01-2022
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 24, tweede lid Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat geeft aan de S&O-inhoudingsplichtige die de mededeling, bedoeld in, heeft gedaan, zo nodig een correctie-S&O-verklaring af voor alle op het kalenderjaar betrekking hebbende S&O-verklaringen gezamenlijk, waarbij hij het bedrag van de correctie-S&O-verklaring vaststelt op basis van de voor dat kalenderjaar toegekende uren, kosten en uitgaven, maar volgens die mededeling niet-bestede uren en niet-gerealiseerde kosten en uitgaven. 2 Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat geeft aan de S&O-inhoudingsplichtige een correctie-S&O-verklaring af met het bedrag dat op de S&O-verklaring ten onrechte is vermeld als bedrag aan S&O-afdrachtvermindering, indien: a. aannemelijk is dat ter verkrijging van de S&O-verklaring of bij het doen van de mededeling, bedoeld in artikel 24, tweede lid, gegevens of bescheiden zijn verstrekt die zodanig onjuist of onvolledig zijn dat een andere beslissing zou zijn genomen indien de juiste en volledige gegevens zouden zijn verstrekt; b. artikel 24, tweede, derde of vierde lid aannemelijk is geworden, dat de S&O-inhoudingsplichtige de verplichtingen, bedoeld in, niet is nagekomen, met dien verstande dat het bedrag van de correctie-S&O-verklaring wordt vastgesteld op 100% van het bedrag aan S&O-afdrachtvermindering waarvoor de mededeling, bedoeld in artikel 24, tweede lid, niet is gedaan. 3 artikel 24, eerste lid Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat kan, indien blijkt dat de in, bedoelde administratie niet voldoet aan het bij of krachtens dat artikel bepaalde aan de S&O-inhoudingsplichtige een correctie-S&O-verklaring afgeven tot een omvang waarvan onvoldoende aannemelijk is dat speur- en ontwikkelingswerk zoals opgenomen in de S&O-verklaring is verricht of kosten en uitgaven zoals opgenomen in de S&O-verklaring zijn gerealiseerd. 4 Een bedrag vastgesteld bij een correctie-S&O-verklaring komt zoveel mogelijk in mindering op het bij één of meer S&O-verklaringen waarop de correctie-S&O-verklaring betrekking heeft, vastgestelde bedrag aan S&O-afdrachtvermindering dat nog niet in mindering is gebracht op de af te dragen belasting en premie. Voorzover dat niet mogelijk is, is sprake van een negatieve S&O-afdrachtvermindering welke er toe leidt dat de over het aangiftetijdvak waarin de correctie-S&O-verklaring is gedagtekend of het daaropvolgende aangiftetijdvak af te dragen loonbelasting, dan wel af te dragen loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, wordt vermeerderd met dat bedrag aan negatieve S&O-afdrachtvermindering. 2018 507 28-12-2018 19-12-2018 35027 2018 507 28-12-2018 19-12-2018 35027 01-01-2019
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 24, eerste lid artikel 25, tweede lid, onderdeel a Bij overtreding van het bij of krachtens, bepaalde of indien sprake is van het geval, bedoeld in, kan Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat aan de S&O-inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete opleggen ter hoogte van maximaal € 100 000, of, wanneer dat meer is, 20% van het in de S&O-verklaring als afdrachtvermindering vastgestelde bedrag. 2 krachtens artikel 24, tweede, derde of vierde lid Bij overtreding van het bij of, bepaalde, legt Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat aan de S&O-inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete op ter hoogte van maximaal € 2500. 3 Artikel 25, vierde lid Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat brengt opgelegde boeten tot uitdrukking door deze op te nemen in een correctie-S&O-verklaring., is van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht Bij het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid vindtgeen toepassing. 2018 507 28-12-2018 19-12-2018 35027 2018 507 28-12-2018 19-12-2018 35027 01-01-2019
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Aan een S&O-belastingplichtige die voornemens is in een kalenderjaar ten minste 500 uren van zijn voor werkzaamheden beschikbare tijd te besteden aan speur- en ontwikkelingswerk geeft Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat op aanvraag een S&O-verklaring af. 2 Aanvragen kunnen voor het laatst worden ingediend drie kalendermaanden voor het einde van het kalenderjaar. De beslissing op de aanvraag wordt gegeven binnen drie kalendermaanden na indiening van de aanvraag. 3 De S&O-verklaring die ten name van een S&O-belastingplichtige wordt afgegeven, bevat: a. een omschrijving van het werk dat wordt aangemerkt als speur- en ontwikkelingswerk; b. het kalenderjaar waarvoor de S&O-verklaring wordt verstrekt. 4 De S&O-belastingplichtige aan wie een S&O-verklaring is afgegeven en die in het kalenderjaar minder dan 500 uren van zijn voor werkzaamheden beschikbare tijd heeft besteed aan het speur- en ontwikkelingswerk waarop de S&O-verklaring betrekking heeft, doet daarvan binnen drie kalendermaanden na afloop van het kalenderjaar waarop de S&O-verklaring betrekking heeft mededeling aan Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat. 5 Artikel 3.6, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is van overeenkomstige toepassing. 6 Artikel 24, eerste lid , is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de S&O-belastingplichtige aan wie een S&O-verklaring is afgegeven. 7 Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat trekt de S&O-verklaring in indien: a. artikel 24, eerste lid blijkt dat de in, bedoelde administratie niet voldoet aan het bij of krachtens dat artikel bepaalde; b. de S&O-belastingplichtige de mededeling, bedoeld in het vierde lid, deed, of aannemelijk is dat hij dat had behoren te doen; c. aannemelijk is dat ter verkrijging van de S&O-verklaring gegevens of bescheiden zijn verstrekt die zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend zouden zijn geweest. 8 artikelen 2:7, tweede lid 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid en een mededeling als bedoeld in het vierde lid geschieden uitsluitend langs elektronische weg met gebruikmaking van de hiervoor door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat beschikbaar gestelde voorziening en door opvolging van de daarbij opgenomen aanwijzingen. Daarbij kan worden afgeweken van de, en. 2023 183 07-06-2023 10-05-2023 35261 2023 501 27-12-2023 20-12-2023 36420 2024 321 05-11-2024 22-10-2024 01-01-2026
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a artikel 22, tweede lid artikel 27, achtste lid Bij regeling van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat kunnen regels worden gesteld op grond waarvan wordt vastgesteld in hoeverre bij een verstoring van de voorziening, bedoeld in, of, sprake is van verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding ter zake van: a. artikel 22, eerste lid artikel 27, eerste lid een aanvraag als bedoeld in, of; b. artikel 22, vierde lid een opgave als bedoeld in; of c. artikel 24, tweede lid artikel 27, vierde lid een mededeling als bedoeld in, of. 2019 512 27-12-2019 18-12-2019 35303 2019 512 27-12-2019 18-12-2019 35303 01-01-2020
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikelen 47 tot en met 51 53, eerste en vierde lid, tot en met 56 van Algemene wet inzake rijksbelastingen De in deenjegens de inspecteur opgelegde verplichtingen gelden mede jegens de door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat met betrekking tot de toepassing van in dit hoofdstuk aangewezen ambtenaren. 2 artikelen 68 69 72 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2018 507 28-12-2018 19-12-2018 35027 2018 507 28-12-2018 19-12-2018 35027 01-01-2019
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Teneinde zo veel mogelijk evenwicht te bereiken tussen de S&O-afdrachtverminderingen en het hiervoor in de rijksbegroting opgenomen bedrag, kan bij regeling van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, onder overeenkomstige aanpassing van dit artikel, met ingang van 1 januari van enig jaar: a. artikel 23, derde en vierde lid het in, eerstvermelde percentage worden verhoogd tot ten hoogste 25, worden verlaagd, dan wel op nihil worden gesteld; b. artikel 23, derde en vierde lid het in, laatstvermelde percentage worden verhoogd tot ten hoogste 33,5, worden verlaagd, dan wel op nihil worden gesteld; c. artikel 23, zevende lid het in, vermelde percentage worden verhoogd tot ten hoogste 46, worden verlaagd, dan wel op nihil worden gesteld; d. artikel 23, derde en vierde lid het in, vermelde bedrag, onderscheidenlijk laatst vermelde bedrag, worden verhoogd of verlaagd. 2024 440 23-12-2024 18-12-2024 36605 2024 440 23-12-2024 18-12-2024 36605 01-01-2025
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a Vervallen 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 28-12-2021 01-01-2021
Artikel 29b — Artikel 29b#
Artikel 29b Vervallen 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 28-12-2021 01-01-2021
Artikel 29c — Artikel 29c#
Artikel 29c Vervallen 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 28-12-2021 01-01-2021
Artikel 29d — Artikel 29d#
Artikel 29d Vervallen 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 28-12-2021 01-01-2021
Artikel 29e — Artikel 29e#
Artikel 29e Vervallen 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 28-12-2021 01-01-2021
Artikel 29f — Artikel 29f#
Artikel 29f Vervallen 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 28-12-2021 01-01-2021
Artikel 29g — Artikel 29g#
Artikel 29g Vervallen 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 28-12-2021 01-01-2021
Artikel 29h — Artikel 29h#
Artikel 29h Vervallen 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 28-12-2021 01-01-2021
Artikel 29i — Artikel 29i#
Artikel 29i Vervallen 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 28-12-2021 01-01-2021
Artikel 29j — Artikel 29j#
Artikel 29j Vervallen 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 28-12-2021 01-01-2021
Artikel 29k — Artikel 29k#
Artikel 29k Vervallen 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 28-12-2021 01-01-2021
Artikel 29l — Artikel 29l#
Artikel 29l Vervallen 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 28-12-2021 01-01-2021
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen artikelen 63 67 artikel 2, derde lid, onderdelen a en b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen De, met uitzondering van deen, is niet van toepassing met betrekking tot de uitvoering van deze wet door andere dan de ingenoemde bestuursorganen. 2 artikelen 63 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Voor de toepassing van deenbetreffende de uitvoering van deze wet door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat of de door hem aangewezen ambtenaren, treedt Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat in de plaats van Onze Minister. 3 artikelen 1 2 Tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan beroep in cassatie instellen ter zake van schending van deenmet betrekking tot het bepaalde omtrent de begrippen 'inhoudingsplichtige', 'aangiftetijdvak', 'loon', 'onderneming', 'fiscale eenheid' en 'werknemer'. 4 Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij het College van Beroep voor het bedrijfsleven de plaats inneemt van een gerechtshof. 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 2021 655 27-12-2021 22-12-2021 35873 28-12-2021 01-01-2021
Artikel 30a — Artikel 30a#
Artikel 30a Vervallen 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2014
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2014
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Ter bevordering van een goede uitvoering van deze wet kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld. 2008 567 29-12-2008 18-12-2008 31717 2008 567 29-12-2008 18-12-2008 31717 30-12-2008
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2014
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 2002 615 19-12-2002 12-12-2002 28607 01-01-2003
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2010 873 29-12-2010 23-12-2010 32505 2010 874 29-12-2010 23-12-2010 30-12-2010
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2010 873 29-12-2010 23-12-2010 32505 2010 874 29-12-2010 23-12-2010 30-12-2010
Artikel 41a — Artikel 41a#
Artikel 41a Vervallen 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 2013 565 23-12-2013 18-12-2013 33752 01-01-2014
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 De Wet belasting- en premiefaciliteit voor de zeevaart 1995 wordt ingetrokken. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 Met betrekking tot gevallen waarin een verrekeningsbijdrage zeevaart als bedoeld in artikel III van de Wet faciliteit voor de zeevaart zoals deze luidde op 31 december 1994, is ingehouden, blijven de bepalingen welke ingevolge de Wet belasting- en premiefaciliteit voor de zeevaart 1995 zijn vervallen, ingetrokken of gewijzigd, van kracht zoals deze luidden op 31 december 1994. 2 Met betrekking tot gevallen waarin artikel 2 van de Wet belasting- en premiefaciliteit voor de zeevaart 1995 toepassing heeft gevonden, blijven de bepalingen van die wet van kracht naar de tekst zoals die luidde op 31 december 1995. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 De Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk wordt ingetrokken. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel t, onder 1°, en onderdeel u, onder 1° artikel 3.52a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Voor de toepassing van, worden onder kosten en uitgaven die eerder in aanmerking zijn genomen voor een S&O-verklaring mede verstaan: kosten en uitgaven die eerder in aanmerking zijn genomen voor een beschikking als bedoeld inzoals deze luidde tot en met 31 december 2015. 2 artikel 1, eerste lid, onderdeel u artikel 3.52a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 In afwijking van het eerste lid en, wordt onder uitgaven mede verstaan 20% van de uitgaven van € 1.000.000 of meer per bedrijfsmiddel die in aanmerking zijn genomen voor een beschikking als bedoeld inzoals deze luidde tot en met 31 december 2015, voor zover deze uitgaven: a. zijn betaald door de S&O-inhoudingsplichtige of door een lichaam dat deel uitmaakt van dezelfde fiscale eenheid als de S&O-inhoudingsplichtige; b. dienstbaar zijn aan speur- en ontwikkelingswerk van de S&O-inhoudingsplichtige; en c. artikel 3.52a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet in meer dan vier voorgaande kalenderjaren in een beschikking als bedoeld inzoals deze luidde tot en met 31 december 2015 of in een S&O-verklaring zijn opgenomen. 3 hoofdstukken I VIII XII Belastingplan 2016 Met betrekking tot de toepassing van deze wet ter zake van speur- en ontwikkelingswerk dat is verricht voor 1 januari 2016, blijven de bepalingen bij of krachtens de,enzoals deze luidden voor de wijzigingen ingevolge hetvan toepassing. 2015 538 30-12-2015 23-12-2015 34302 2015 538 30-12-2015 23-12-2015 34302 01-01-2016
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 2007 503 18-12-2007 06-12-2007 30943 2007 503 18-12-2007 06-12-2007 30943 01-01-2008
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 2004 653 23-12-2004 16-12-2004 29767 2004 653 23-12-2004 16-12-2004 29767 01-01-2005 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996. 2 Deze wet wordt aangehaald als: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen. 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1996