Wet van 12 oktober 1995, houdende regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen
- BWB-id
- BWBR0007606
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007606
- ELI
- /eli/nl/wet/1996/wet-vervoer-gevaarlijke-stoffen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1996/wet-vervoer-gevaarlijke-stoffen/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007606&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007606&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007606/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1996/wet-vervoer-gevaarlijke-stoffen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: binnenwateren: de wateren die in Nederland zijn gelegen binnen een langs de Nederlandse kust gaande, krachtens artikel 1, eerste lid, onderdeel a van de Schepenwet aangewezen lijn; EU-richtlijn vervoerbare drukapparatuur: Richtlijn (EU) nr. 2010/35 Richtlijnen 76/767/EEG 84/525/EEG 85/526/EEG 84/527/EEG 1999/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2010 betreffende vervoerbare drukapparatuur en houdende intrekking van,,,, envan de Raad (PbEU 2010, L 165); EU-verordening markttoezicht: Verordening (EU) nr. 2019/1020 Richtlijn 2004/42/EG Verordeningen (EG) nr. 765/2008 nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging vanenen (EU)(PbEU 2019 L169); gevaarlijke stoffen: a. ontplofbare stoffen en voorwerpen, b. samengeperste, vloeibaar gemaakte of onder druk opgeloste gassen, c. brandbare vloeistoffen, d. brandbare vaste stoffen, e. voor zelfontbranding vatbare stoffen, f. stoffen die bij aanraking met water brandbare gassen ontwikkelen, g. stoffen die de verbranding bevorderen, h. organische peroxiden, i. giftige stoffen, j. infectieuze stoffen, k. bijtende stoffen, of l. andere stoffen die voor de mens of het milieu gevaarlijk kunnen zijn, indien de stof krachtens artikel 3 is aangewezen; hoofdspoorweg: een krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorweg; internationaal vervoer: vervoer waarbij de Nederlandse grens wordt gepasseerd; Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; vervoermiddel: voertuig, vaartuig of wagen als bedoeld in richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land. 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen worden onder gevaarlijke stoffen mede verstaan: voorwerpen die zodanige stoffen met behoud van de gevaarlijke eigenschappen bevatten. 3 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder weg, binnenwater en hoofdspoorweg mede verstaan: een deel van die weg, dat binnenwater of die hoofdspoorweg. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Deze wet is van toepassing op: a. het vervoeren van gevaarlijke stoffen met een vervoermiddel over land, per spoor en over de binnenwateren; b. het ten behoeve van vervoer met een vervoermiddel over land, per spoor en over de binnenwateren aanbieden en aannemen van gevaarlijke stoffen; c. het laten staan en het laten liggen van een vervoermiddel, waarin of waarop zich gevaarlijke stoffen of resten daarvan bevinden; d. het ten behoeve van het vervoer beladen van een container of vervoermiddel met gevaarlijke stoffen en het lossen van die stoffen daaruit; e. het nederleggen van gevaarlijke stoffen tijdens het vervoer; f. het verpakken van gevaarlijke stoffen ten behoeve van het vervoer daarvan; g. het ten behoeve van het vervoer vullen van een daarvoor bestemde container, tank, verpakking of vervoermiddel met gevaarlijke stoffen en het lossen van die stoffen daaruit; h. het exploiteren van een container, tank, verpakking of vervoermiddel ten behoeve van het vervoer van gevaarlijke stoffen; i. het ontvangen van gevaarlijke stoffen tijdens of aansluitend op het vervoer; j. artikel 3 de overige met het vervoer van gevaarlijke stoffen rechtstreeks samenhangende handelingen, waaronder de beveiliging van de vervoersketen, voor zover daaromtrent bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in, regels zijn gesteld. 2 Deze wet is niet van toepassing op handelingen als bedoeld in het eerste lid voor zover deze betrekking hebben op het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen met vervoermiddelen die in eigendom toebehoren aan of zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van de krijgsmacht of van de krijgsmacht van een bondgenootschappelijke mogendheid. 3 artikel 1 van de Kernenergiewet Deze wet is niet van toepassing op handelingen als bedoeld in het eerste lid voor zover deze worden verricht met splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen als bedoeld in. 4 Deze wet is niet van toepassing op handelingen als bedoeld in het eerste lid voor zover deze betrekking hebben op het vervoer dat volledig binnen de begrenzing van een afgesloten gebied plaatsvindt, tenzij dit vervoer plaatsvindt over de openbare weg. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2, eerste lid Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden gevaarlijke stoffen of categorieën van gevaarlijke stoffen aangewezen, ten aanzien waarvan het verrichten van de handelingen, bedoeld in, en het verrichten van deze handelingen met bij of krachtens die maatregel aangewezen vervoermiddelen: a. niet is toegestaan; of b. is toegestaan mits de bij of krachtens die maatregel terzake gestelde regels in acht zijn genomen. 2006 217 09-05-2006 07-04-2006 30328 2006 217 09-05-2006 07-04-2006 30328 10-05-2006
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 2, eerste lid Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van de openbare veiligheid regels worden gesteld met betrekking tot de handelingen, bedoeld in, voor zover die worden verricht op of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met bij of krachtens die maatregel aangewezen gevaarlijke stoffen. De regels kunnen voor elk van de openbare lichamen verschillend zijn. 2 De in het eerste lid bedoelde regels hebben in elk geval betrekking op de vervoermiddelen waarmee de handelingen, bedoeld in het eerste lid, worden verricht. 3 Het is verboden de handelingen, bedoeld in het eerste lid, te verrichten anders dan met inachtneming van de krachtens het eerste lid gestelde regels. 4 artikelen 9, eerste tot en met vierde lid 10 10a 34 49 De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2, eerste lid a artikel 3, onderdeel Het is verboden de handelingen, bedoeld in, te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en met vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 2, eerste lid b artikel 3, onderdeel Het is verboden de handelingen, bedoeld in, te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en met vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge, anders dan met inachtneming van de in dat onderdeel bedoelde regels. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 b artikel 3, onderdeel De regels, bedoeld in, kunnen onder meer betrekking hebben op: a. eisen ten aanzien van constructie, inrichting en uitrusting van vervoermiddelen, waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd; b. a keuring van vervoermiddelen als bedoeld in onderdeel; c. aanduidingen die de vervoermiddelen bij het vervoeren van daartoe bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevaarlijke stoffen, zowel in beladen als in lege, ongereinigde toestand, dienen te voeren; d. c het verwijderen of bedekken van aanduidingen als bedoeld in onderdeel, na het lossen en reinigen of ontgassen van het vervoermiddel; e. reinigen van vervoermiddelen waarmee gevaarlijke stoffen zijn vervoerd; f. onderzoek van gevaarlijke stoffen naar hun eigenschappen; g. eisen ten aanzien van de verpakking van gevaarlijke stoffen, met inbegrip van de daarbij behorende inrichting of uitrusting, en het testen of keuren daarvan; h. g aanduidingen of aanwijzingen op de verpakking, bedoeld in onderdeel; i. artikel 2, eerste lid deskundigheid van personen die handelingen met gevaarlijke stoffen als bedoeld in, verrichten, afgifte van vakbekwaamheidscertificaten en erkenning van vakbekwaamheidscertificaten afgegeven in andere landen; j. vervoeren van gevaarlijke stoffen onder bepaalde meteorologische omstandigheden; k. vervoeren van gevaarlijke stoffen door tunnels; l. eisen ten aanzien van constructie, inrichting en uitrusting van inrichtingen of werktuigen met behulp waarvan gevaarlijke stoffen worden geladen of gelost; m. l keuring van de inrichtingen of werktuigen, bedoeld in onderdeel; n. artikel 2, eerste lid melding voorafgaande aan het verrichten van een handeling als bedoeld in. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 k artikel 6, onderdeel Wegenverkeerswet 1994 Tunnels als bedoeld in, die zijn bestemd voor het wegverkeer, worden aangeduid door borden overeenkomstig het daartoe krachtens deaangewezen model. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 b artikel 3, onderdeel a b g h l m artikel 6, onderdelen,,,,en artikel 2, eerste lid De regels, bedoeld in, kunnen worden gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Defensie, voor zover het betreft de onderwerpen, bedoeld inen voor zover het tevens betreft de handelingen, bedoeld in, met ontplofbare stoffen en voorwerpen, verricht met of ten aanzien van vervoermiddelen die in eigendom toebehoren aan of zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van de krijgsmacht of van de krijgsmacht van een andere mogendheid. 2 Onze Minister van Defensie kan in bijzondere gevallen ontheffing of vrijstelling verlenen van het bepaalde krachtens het eerste lid. Artikel 9 tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikelen 3 4 5 Onze Minister kan in bijzondere gevallen ontheffing of vrijstelling verlenen van het bepaalde bij of krachtens de,of. 2 Onze Minister kan een ontheffing weigeren op gronden aan de openbare veiligheid ontleend. 3 Onze Minister kan een ontheffing of vrijstelling onder beperkingen verlenen of daaraan voorschriften verbinden. 4 Onze Minister kan een ontheffing wijzigen of intrekken: a. op verzoek van de aanvrager, b. indien blijkt dat de in verband met de aanvraag daarvan verstrekte gegevens in strijd met de waarheid zijn, c. indien de daarin opgenomen beperkingen of voorschriften niet of niet volledig in acht worden genomen, d. op gronden aan de openbare veiligheid ontleend. 5 artikel 8, eerste lid Het eerste lid is niet van toepassing op regels gesteld krachtens. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikelen 8, tweede lid 9 Het is verboden te handelen in strijd met een beperking waaronder een ontheffing of een vrijstelling als bedoeld in de, enis verleend of met een voorschrift dat aan een zodanige ontheffing of vrijstelling is verbonden. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 artikel 3, onderdeel b artikel 3 Onze Minister kan instanties erkennen die belast zijn met de door hem aan te geven, in het kader van de krachtens, vastgestelde regels te verrichten taken. De taken kunnen mede betrekking hebben op het afgeven van certificaten of het erkennen van andere documenten dan wel voorschriften alsmede op het verlenen van de op grond van de regels bij of krachtensbenodigde goedkeuring. 2 Onze Minister stelt regels met betrekking tot de voorwaarden om voor erkenning in aanmerking te komen, de werkwijze van de erkende instanties, de periodieke verslaglegging over de verrichte werkzaamheden, alsmede de uitoefening van het toezicht op de erkende instanties. 3 Onze Minister kan aan de erkenning voorschriften verbinden betreffende de uit te voeren taken, welke voorschriften mede betrekking kunnen hebben op de door de erkende instantie in rekening te brengen tarieven. 4 Onze Minister kan de erkenning schorsen dan wel intrekken indien de betrokken instantie niet meer voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels. De betrokken instantie verstrekt desgevraagd de inlichtingen en verleent inzage in de zakelijke gegevens en bescheiden aan onze Minister die deze ten behoeve van zijn taakuitoefening nodig oordeelt. 2006 217 09-05-2006 07-04-2006 30328 2006 217 09-05-2006 07-04-2006 30328 10-05-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: basisnet: artikel 13, eerste lid de krachtens, aangewezen wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen; groepsrisico: cumulatieve kansen per jaar per kilometer basisnet dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op het basisnet waarbij één of meer gevaarlijke stoffen zijn betrokken; plaatsgebonden risico: risico op een plaats op of langs het basisnet, uitgedrukt in een waarde voor de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op het basisnet waarbij één of meer gevaarlijke stoffen zijn betrokken; risicoplafond: artikel 14, eerste of tweede lid het maximaal toegestane plaatsgebonden risico op de krachtens, aangewezen plaatsen; vervoer van gevaarlijke stoffen: artikel 2, eerste lid, onder a handeling als bedoeld in; wegen: Wegenverkeerswet 1994 voor het openbaar verkeer openstaande wegen in de zin van de. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De toepassing van de bevoegdheden genoemd in dit hoofdstuk is gericht op het tot stand brengen en in stand houden van een duurzaam evenwicht tussen de belangen van: a. het vervoer van gevaarlijke stoffen over het basisnet; b. het gebruik van de ruimte langs dat basisnet; en c. een maatschappelijk aanvaardbaar veiligheidsniveau in de nabijheid van dat basisnet. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Bij regeling van Onze Minister worden de wegen, hoofdspoorwegen en binnenwateren aangewezen die van belang worden geacht voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. 2 Dit hoofdstuk is van toepassing op het binnenwatervervoer van gevaarlijke stoffen in tankschepen, op het weg- en spoorvervoer van gevaarlijke stoffen in transporttanks, reservoirwagens, tankwagens, afneembare tanks, tankcontainers en druk- of vacuümtanks en op daarmee vergelijkbare manieren van vervoer, voor zover dat vervoer plaatsvindt op het basisnet. 3 In afwijking van het tweede lid, is dit hoofdstuk niet van toepassing op het vervoer in ongereinigde lege tanks. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 -6 Bij regeling van Onze Minister worden voor het gehele basisnet de plaatsen aangewezen waar het plaatsgebonden risico niet hoger is dan 10. 2 Bij ministeriële regeling kan Onze Minister, indien dit in aanvulling op de krachtens het eerste lid vastgestelde risicoplafonds naar zijn oordeel noodzakelijk is ter beheersing van het aandeel van het vervoer van gevaarlijke stoffen in het groepsrisico: a. -7 op of langs wegen en hoofdspoorwegen de plaats of plaatsen aanwijzen, waar het plaatsgebonden risico niet hoger is dan 10; of, b. -8 op of langs een hoofdspoorweg de plaats of plaatsen aanwijzen waar het plaatsgebonden risico niet hoger is dan 10. 3 artikel 12, onder b en c artikel 15, eerste of tweede lid Bij ministeriële regeling kan Onze Minister één of meer krachtens het eerste of tweede lid vastgestelde risicoplafonds verlagen, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is om structurele aanvullende maatregelen die ter reductie van het risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen worden genomen ten goede te laten komen aan de belangen, bedoeld in. Een deel van de veiligheidswinst voortvloeiend uit de maatregelen genoemd in de vorige volzin dient daarbij ook ten goede te komen aan het belang, bedoeld in artikel 12, onder a. Tot een verlaging van een risicoplafond als bedoeld in de eerste volzin, wordt niet overgegaan indien blijkens het onderzoek, bedoeld in, het betrokken risicoplafond wordt of dreigt te worden overschreden. 4 Bij de vaststelling van de plaatsen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden de bij ministeriële regeling vast te stellen referentiepunten als uitgangspunt gehanteerd. Deze referentiepunten zijn op de middenberm van de weg, het hart van de spoorbundel of het midden van het binnenwater gelegen, tenzij een andere locatie op het basisnet ten behoeve van de risicobeheersing meer aangewezen is. 5 artikel 5.1 van de Omgevingswet De krachtens het eerste en tweede lid voor hoofdspoorwegen vastgestelde risicoplafonds hebben geen betrekking op het risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen dat op een spoorwegemplacement plaatsvindt, voor zoverop dat risico van toepassing is. 6 De vaststelling van een ministeriële regeling krachtens het eerste lid, vindt niet eerder plaats dan nadat het ontwerp in de Staatscourant bekend is gemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. 2020 172 17-06-2020 12-02-2020 34986 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit artikel heeft Onze Minister onderzocht in hoeverre vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen één of meer risicoplafonds worden overschreden of binnen tien jaar na het jaar dat het onderzoek plaatsvindt, dreigen te worden overschreden. 2 Na afronding van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, draagt Onze Minister er zorg voor dat zo vaak als nodig is, doch ten minste elke vijf jaar, onderzocht is in hoeverre vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen één of meer risicoplafonds worden overschreden of binnen tien jaar na het jaar dat het onderzoek plaatsvindt, dreigen te worden overschreden. 3 In geval van een geconstateerde of dreigende overschrijding als bedoeld in het eerste en tweede lid, onderzoekt Onze Minister de maatregelen om die overschrijding teniet te doen of te voorkomen. 4 artikel 13, eerste lid Op verzoek van Onze Minister verstrekt de beheerder van een krachtens, aangewezen weg, binnenwater of hoofdspoorweg de hem beschikbare gegevens over het vervoer van gevaarlijke stoffen of verleent medewerking aan het verkrijgen van die gegevens, voor zover deze gegevens naar het oordeel van Onze Minister nodig zijn voor de onderzoeken. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 15 Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de onderzoeken, bedoeld in, worden verricht. 2 De regels, bedoeld in het eerste lid, hebben in elk geval betrekking op de gegevens die naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk zijn voor die onderzoeken en op het rekenmodel waarmee wordt berekend in hoeverre de risicoplafonds worden of dreigen te worden overschreden. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015 Artikel II, eerste en derde lid, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 15 Onze Minister brengt telkens na de onderzoeken, bedoeld inverslag uit aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de resultaten daarvan. 2 artikel 14, eerste lid In geval van een overschrijding of dreigende overschrijding van één of meer krachtens, vastgestelde risicoplafonds vermeldt Onze Minister in het verslag de maatregel of de maatregelen die hij reeds heeft getroffen of naar zijn oordeel getroffen dienen te worden om een overschrijding teniet te doen of te voorkomen. 3 artikel 14, tweede lid In geval van een overschrijding of dreigende overschrijding van één of meer krachtens, vastgestelde risicoplafonds vermeldt Onze Minister in het verslag: a. de maatregelen die hij reeds heeft getroffen of naar zijn oordeel getroffen dienen te worden om de overschrijding van die risicoplafonds teniet te doen of te voorkomen; b. artikel 12 in hoeverre en voor welke periode hij de overschrijding accepteert na afweging van de belangen, bedoeld in, of, c. artikel 12 in hoeverre hij, na afweging van de belangen, bedoeld in, dat risicoplafond of die risicoplafonds heeft aangepast of voornemens is aan te passen. 4 artikel 20, eerste lid Onze Minister vermeldt tevens in het verslag in hoeverre hij gebruik heeft gemaakt of gaat maken van zijn bevoegdheid, bedoeld in. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 14, eerste lid Een verschuiving van een plaats als bedoeld in, vindt niet eerder plaats dan vier weken nadat het voornemen daartoe is gemeld aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 2 artikel 14, eerste lid Het eerste lid is niet van toepassing in geval de verschuiving van de plaats niet leidt tot een verhoging of verlaging van het risicoplafond, bedoeld in. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015 Artikel II, tweede en vierde lid, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Wegenverkeerswet 1994 Degene die met een voertuig over de weg gevaarlijke stoffen vervoert, is verplicht de krachtens deals zodanig aangeduide bebouwde kommen van gemeenten te vermijden. 2 Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het vervoer binnen de bebouwde kom noodzakelijk is: a. ten behoeve van het laden of lossen, of b. omdat er redelijkerwijs geen route buiten de bebouwde kom beschikbaar is. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Onze Minister kan besluiten in het belang van de openbare veiligheid een weg, binnenwater of hoofdspoorweg aan te wijzen waarover het wegvervoer, het binnenwatervervoer onderscheidenlijk het spoorvervoer van bij dat besluit te bepalen gevaarlijke stoffen niet is toegestaan. 2 Bij een besluit als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister bepalen dat het verbod uitsluitend geldt voor een bij dat besluit te bepalen periode van het jaar of van de dag. 3 artikel 15, eerste of tweede lid Onze Minister maakt in elk geval gebruik van zijn bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, indien de risicoplafonds blijkens het onderzoek, bedoeld in, worden of dreigen te worden overschreden en andere maatregelen naar zijn oordeel niet of niet tijdig kunnen worden getroffen. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20, eerste lid Onze Minister maakt ten aanzien van het spoorvervoer van chloor en ammoniak gebruik van de bevoegdheid, bedoeld in, voor zover dat vervoer plaatsvindt in een ketelwagen, tank of tankcontainer. 2 Het besluit, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op spoorvervoer van chloor en ammoniak van rechtspersonen ten aanzien waarvan mede door Onze Minister met die rechtspersonen voor inwerkingtreding van dit artikel afspraken zijn gemaakt en voor zover dat vervoer gelet op die afspraken resteert of kan resteren. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 20 Bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in, voor zover dat betrekking heeft op wegen of binnenwateren, betrekt Onze Minister de beheerder van de wegen respectievelijk binnenwateren, die in de nabijheid zijn gelegen van de bij dat besluit aan te wijzen wegen onderscheidenlijk binnenwateren. 2 artikel 20 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld inisvan toepassing. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015 Artikel II, vijfde lid, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 13, eerste lid Provinciale staten wijzen ten behoeve van het doorgaande vervoer van gevaarlijke stoffen een netwerk aan dat bestaat uit bij de provincie of bij waterschappen in beheer zijnde wegen of weggedeelten, niet zijnde de krachtens, vastgestelde wegen. 2 artikel 13, eerste lid Provinciale staten dragen er zorg voor dat het provinciaal netwerk, bedoeld in het eerste lid, aansluit op de krachtens, aangewezen wegen. 3 artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s Met het oog op de afstemming met het crisisplan, bedoeld in, zenden provinciale staten een ontwerp van hun besluit aan de besturen van veiligheidsregio’s. 4 Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid. 5 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015 Artikel II, eerste en derde lid, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Bij regeling van Onze Minister worden de gevaarlijke stoffen aangewezen, voor zover de gevaarzetting daartoe aanleiding geeft, waar een besluit als bedoeld in het tweede lid op van toepassing is. De aanwijzing van de gevaarlijke stoffen kan in nader te bepalen hoeveelheden geschieden. 2 De gemeenteraad kan met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen op zijn grondgebied gelegen wegen aanwijzen waarover de krachtens het eerste lid aangewezen gevaarlijke stoffen uitsluitend mogen worden vervoerd. 3 artikel 23, eerste lid Wegen die in het beheer zijn bij de provincies of het waterschap kunnen slechts worden aangewezen, voor zover deze deel uit maken van het provinciaal netwerk, bedoeld in. 4 Bij een besluit als bedoeld in het tweede lid, draagt de gemeenteraad er zorg voor dat de aangewezen wegen aansluiten op: a. artikel 13, eerste lid de krachtens, aangewezen wegen, voor zover gelegen op het grondgebied van de gemeente of op dat grondgebied aansluiten; b. artikel 23 het provinciaal netwerk, bedoeld in, voor zover gelegen op het grondgebied van de gemeente of op dat grondgebied aansluiten; c. wegen of weggedeelten in de aangrenzende gemeente voor zover ten aanzien daarvan toepassing is gegeven aan het tweede lid. 5 artikel 13, eerste lid Een besluit als bedoeld in het tweede lid is niet van toepassing op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de krachtens, aangewezen wegen. 6 artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s Met het oog op de afstemming met het crisisplan, bedoeld in, zendt de gemeenteraad een ontwerp van zijn besluit aan de besturen van veiligheidsregio’s. 7 Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het tweede lid. 8 Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 9 artikel 23 Binnen een jaar nadat het provinciaal netwerk, bedoeld in, is aangewezen of is gewijzigd wordt een reeds van kracht zijnde gemeentelijke aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, zo nodig in overeenstemming gebracht met het derde en vierde lid. 10 artikel 13, eerste lid Het negende lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de krachtens, aangewezen wegen. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015 Artikel II, tweede en vierde lid, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 24 artikel 20 Wegenverkeerswet 1994 De door de gemeenteraad op grond vanonderscheidenlijk door Onze Minister op grond vanaangewezen wegen of weggedeelten worden aangeduid door borden overeenkomstig de daarvoor op grond van deaangewezen modellen. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 20, eerste lid Het is verboden de bij een op grond van, genomen besluit aangewezen stoffen te vervoeren over de bij dat besluit aangewezen wegen, binnenwateren, of hoofdspoorwegen. Voor zover van de in artikel 20, tweede lid bedoelde bevoegdheid gebruik is gemaakt, is het verbod, bedoeld in de eerste volzin, uitsluitend in de bij dat besluit bepaalde periode van toepassing. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien redelijkerwijs geen alternatieve route beschikbaar is voor het vervoer van de bij het besluit aangewezen stoffen, vanwege incidenten of onvoorziene omstandigheden op of nabij die alternatieve route of routes. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26 Onze Minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in: a. indien dit noodzakelijk is voor het laden en lossen; b. ten behoeve van vervoer waarvoor aanvullende maatregelen zijn getroffen, waarvan naar het oordeel van Onze Minister redelijkerwijs een beperking van de kans op of de effecten van een ongeval gedurende dat vervoer is te verwachten. 2 artikel 26 Voor zover het verbod, bedoeld in, betrekking heeft op het spoorvervoer van chloor en ammoniak, kan Onze Minister, in afwijking van het eerste lid, daarvan uitsluitend ontheffing verlenen indien redelijkerwijs geen andere wijze van vervoer van die stoffen beschikbaar is en het vervoer naar het oordeel van Onze Minister vanwege maatschappelijk belang noodzakelijk is. 3 artikel 26 Onze Minister kan op verzoek van Onze Minister van Defensie ontheffing verlenen van, indien dat noodzakelijk is ten behoeve van militaire oefeningen. 4 Onze Minister kan een ontheffing weigeren op gronden aan de openbare veiligheid ontleend. 5 artikel 26 Op verzoek van Onze Minister van Defensie verleent Onze Minister ontheffing vanvoor het vervoer met vervoermiddelen die in eigendom toebehoren aan of zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van de krijgsmacht of van de krijgsmacht van een andere mogendheid: a. ten behoeve van het laden en lossen op militaire locaties; b. ten behoeve van het ruimen van ontploffingsgevaarlijke stoffen door onder Onze Minister van Defensie ressorterende opruimingsdiensten van explosieven. 6 Artikel 9, derde en vierde lid artikel 10 enzijn van overeenkomstige toepassing op krachtens het eerste, tweede, derde en vijfde lid verleende ontheffingen. 7 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld: a. ter nadere invulling van de gronden aan de openbare veiligheid ontleend, bedoeld in het vierde lid; b. met betrekking tot de gegevens die bij een aanvraag om een ontheffing worden verstrekt, en c. ten aanzien van de beperkingen die aan een ontheffing kunnen worden verbonden. 8 Bij het stellen van de regels, bedoeld in het zevende lid, kan Onze Minister onderscheid maken in het wegvervoer, het binnenwatervervoer en het spoorvervoer. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 24, vijfde lid Onverminderd, is het verboden de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 24, eerste lid, te vervoeren over andere wegen dan de bij een besluit als bedoeld in artikel 24, tweede lid, aangewezen wegen. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 28 Vankunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen, indien dit noodzakelijk is voor het laden en lossen. 2 artikel 28 Op verzoek van Onze Minister van Defensie verlenen burgemeester en wethouders ontheffing vanvoor het vervoer met vervoermiddelen die in eigendom toebehoren aan of zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van de krijgsmacht of van de krijgsmacht van een andere mogendheid: a. ten behoeve van het laden en lossen op militaire locaties; b. ten behoeve van het ruimen van ontploffingsgevaarlijke stoffen door onder Onze Minister van Defensie ressorterende opruimingsdiensten van explosieven. 3 artikel 28 Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek van Onze Minister van Defensie ontheffing verlenen van, indien dat noodzakelijk is ten behoeve van militaire oefeningen. 4 Artikel 9, tweede tot en met vierde lid artikel 10 , enzijn van overeenkomstige toepassing. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015 Artikel II, vijfde lid, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. 2 artikel 2, eerste lid Met het toezicht op de naleving van de handelingen bedoeld in, verricht met of ten aanzien van vervoermiddelen die in eigendom toebehoren aan, of zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van de krijgsmacht of van de krijgsmacht van een andere mogendheid zijn belast de bij besluit van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, aangewezen ambtenaren. 3 Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, bij besluit andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde ambtenaren aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet. 4 artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht De toezichthouders, bedoeld in het tweede en derde lid, beschikken niet over de bevoegdheid, genoemd in. 5 Onze Minister kan met het oog op de coördinatie van het beleid ten aanzien van het toezicht op de naleving beleidsregels stellen. 6 Staatscourant Van een besluit als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 2002 244 30-05-2002 18-04-2002 28061 2002 329 27-06-2002 13-06-2002 28061 01-07-2002
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 34 artikel 5:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De ingevolgeaangewezen ambtenaren, zijn in afwijking van, bevoegd voor de bij of krachtens deze wet in verband met de EU-richtlijn vervoerbare drukapparatuur gestelde verplichtingen, met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdelen a, d en e, van EU-verordening markttoezicht. 2 Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering Voor het uitoefenen van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen.is van overeenkomstige toepassing. 3 Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het tweede lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht. 4 artikelen 2 3 van de Algemene wet op het binnentreden Deenzijn niet van toepassing. 2023 66 01-03-2023 02-11-2022 36093 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 34 Artikel 5:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht De ingevolgeaangewezen ambtenaren zijn bevoegd om, ter uitvoering van de EU-verordening markttoezicht en voor de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen in verband met de EU-richtlijn vervoerbare drukapparatuur, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit en hoedanigheid, producten waarvoor krachtens artikel 10a verplichtingen zijn gesteld, te verkrijgen ten behoeve van het controleren van de kenmerken van deze producten en de verificatie van de documenten en de hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is.is niet van toepassing. 2 De ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt: a. zijn naam of nummer en hoedanigheid; b. de motivering van de noodzaak tot uitoefening van de bevoegdheid; c. de voorschriften op de naleving waarvan wordt toegezien; d. het adres, waaronder indien van toepassing, het elektronische adres waar het product, bedoeld in het eerste lid, is verkregen en, voor zover bekend, de omschrijving van de betrokken marktdeelnemer, bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van EU-verordening markttoezicht; e. de onjuiste of onvolledige gegevens die zijn verstrekt bij de verkrijging van het product; f. de wijze waarop en het tijdvak waarin de handelingen hebben plaatsgevonden; g. wat de uitkomst is van het onderzoek van het verkregen product. 2023 66 01-03-2023 02-11-2022 36093 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Ter uitvoering van de EU-verordening markttoezicht kan Onze Minister, voor de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen in verband met de EU-richtlijn vervoerbare drukapparatuur, en indien er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om een ernstig risico als bedoeld in artikel 3, onderdeel 20, van de EU-verordening markttoezicht, gevormd door het product, weg te nemen, een zelfstandige last opleggen aan degene die in staat is, om inhoud te verwijderen van of de toegang te beperken tot een online interface als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15, van EU-verordening markttoezicht of opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een waarschuwing voor eindgebruikers wanneer zij zich toegang verschaffen tot een online interface. 2 Indien niet binnen de daarvoor gestelde termijn aan een last als bedoeld in het eerste lid is voldaan, kan Onze Minister een zelfstandige last opleggen aan een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij, als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van de EU-verordening markttoezicht om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de toegang tot een online interface te beperken, onder meer door een daarvoor in aanmerking komende derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren. 3 Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of het tweede lid is gericht, handelt overeenkomstig die last. 4 Op grond van het eerste of tweede lid kan geen zelfstandige last worden opgelegd die leidt tot het blokkeren of filteren van internetverkeer. 5 Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering Voor een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of tweede lid is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen.is van overeenkomstige toepassing. 6 Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het vijfde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister, binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht. 7 Onze Minister maakt de machtiging van de rechter-commissaris gelijktijdig met de zelfstandige last, bedoeld in het eerste of tweede lid, bekend. 2023 66 01-03-2023 02-11-2022 36093 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 34 is van overeenkomstige toepassing voor zover de krachtensaangewezen toezichthouders bijstand verlenen aan een markttoezichtautoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van de EU-verordening markttoezicht, uit een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van artikel 22 of artikel 23 van die verordening. 2023 66 01-03-2023 02-11-2022 36093 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering Met de opsporing van overtredingen van bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften zijn, onverminderd het bepaalde bij of krachtens, belast: a. artikel 34, eerste lid de ambtenaren, bedoeld in, voor zover daartoe bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie aangewezen; b. artikel 34, tweede lid voor zover het betreft de handelingen bedoeld in: de bij besluit van Onze Minister en Onze Ministers van Defensie en van Justitie aangewezen ambtenaren; c. de bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie, en waar nodig Onze Ministers wie het mede aangaat, aangewezen ambtenaren. 2 c Onze Minister kan de bevoegdheid tot opsporing van de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onderbij de aldaar bedoelde aanwijzing beperken. 3 artikelen 179 182 184 van het Wetboek van Strafrecht De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in detot en meten, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. 4 Staatscourant Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 44a — Artikel 44a#
Artikel 44a 1 artikel 3a, tweede en derde lid Handelingen in strijd met, voor zover opzettelijk begaan, zijn misdrijven en worden gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van ten hoogste de vijfde categorie. 2 Handelingen, als bedoeld in het eerste lid, die geen misdrijven zijn, zijn overtredingen en worden gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie. 3 Als bijkomende straf kan worden opgelegd: a. gehele of gedeeltelijke stillegging van de onderneming van de veroordeelde, waarin de overtreding is begaan voor een tijd van ten hoogste een jaar; of, b. verbeurdverklaring van de voorwerpen, genoemd in artikel 35 van het Wetboek van Strafvordering BES. 4 Met het opsporen van de in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd de bij of krachtens artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen ambtenaren, de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister, aangewezen ambtenaren belast. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 44b — Artikel 44b#
Artikel 44b 1 artikel 44a, eerste en tweede lid Indien tegen de verdachte ernstige bezwaren zijn gerezen en tevens de belangen, welke door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden beschermd, een onmiddellijk ingrijpen vereisen, is de officier van justitie in alle zaken als bedoeld in, bevoegd zolang de behandeling ter terechtzitting nog niet is aangevangen, de verdachte bij te betekenen kennisgeving als voorlopige maatregel te bevelen: a. zich te onthouden van bepaalde handelingen; b. zorg te dragen, dat in het bevel aangeduide voorwerpen, welke vatbaar zijn voor inbeslagneming, opgeslagen en bewaard worden ter plaatse, in het bevel aangegeven. 2 De voorgenoemde bevelen zijn dadelijk uitvoerbaar en worden onverwijld aan de verdachte betekend. 3 De voorgenoemde bevelen verliezen hun kracht door een tijdsverloop van zes maanden en blijven uiterlijk van kracht totdat de rechterlijke einduitspraak in de zaak, waarin zij zijn gegeven, onherroepelijk is geworden. Zij kunnen tussentijds door de officier van justitie bij aan de verdachte te betekenen kennisgeving worden gewijzigd of ingetrokken of door het gerecht, waarvoor de zaak wordt vervolgd, worden gewijzigd of opgeheven. Het gerecht kan dit doen ambtshalve, op de voordracht van de rechter-commissaris, met het gerechtelijk vooronderzoek belast, of op het verzoek van de verdachte; deze wordt steeds gehoord, althans behoorlijk opgeroepen, tenzij: Het gerecht beslist op een verzoek van de verdachte binnen vijf dagen nadat het ter griffie is ingediend. a. het gerecht reeds aanstonds tot wijziging overeenkomstig het verzoek van de verdachte dan wel tot opheffing besluit; b. nog geen twee maanden zijn verstreken sedert op een vorig verzoek van de verdachte van gelijke strekking is beslist. 4 artikel 14, eerste lid, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie Tegen voorgenoemde rechterlijke beschikkingen kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen en de verdachte binnen veertien dagen na de betekening in hoger beroep komen bij het Gemeenschappelijk Hof, bedoeld in. 5 De artikelen 43, tiende en elfde lid, van het Wetboek van Strafvordering BES zijn van overeenkomstige toepassing. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 44c — Artikel 44c#
Artikel 44c 1 Indien de zaak eindigt hetzij zonder oplegging van straf of maatregel, hetzij met oplegging van een zodanige straf of maatregel dat de opgelegde voorlopige maatregel als onevenredig hard moet worden beschouwd, kan het gerecht, op verzoek van de gewezen verdachte hem een geldelijke tegemoetkoming ten laste van de Staat toekennen voor de schade, welke hij ten gevolge van de opgelegde voorlopige maatregel werkelijk heeft geleden. 2 De artikelen 179 tot en met 181 van het Wetboek van Strafvordering BES zijn van overeenkomstige toepassing. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 De uitreiking van gerechtelijke mededelingen in zaken betreffende overtredingen van het bepaalde bij of krachtens deze wet, begaan door een niet in Nederland gevestigde onderneming, kan eveneens geschieden aan de bestuurder van het betrokken voertuig of aan de schipper van het betrokken vaartuig die zich bereid verklaart de mededeling onverwijld te doen toekomen aan degene voor wie zij is bestemd. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 45a — Artikel 45a#
Artikel 45a Ingeval bij of krachtens deze wet wordt verwezen naar in het kader van de Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties tot stand gekomen besluiten die betrekking hebben op het vervoer van gevaarlijke stoffen met zeeschepen, kan overtreding van deze besluiten ook als strafbaar feit worden aangemerkt indien deze besluiten in de Engelse taal zijn gesteld en bekend gemaakt. 2013 415 25-10-2013 16-10-2013 33427 2013 475 03-12-2013 25-11-2013 01-01-2014
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 2, eerste lid Degene die een handeling als bedoeld in, verricht, is verplicht Onze Minister daarvan onverwijld in kennis te stellen indien zich daarbij ongevallen voordoen of voorvallen, waardoor gevaar voor de openbare veiligheid is of kan ontstaan. 2 Degene, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister in de gelegenheid de situatie van het ongeval of het voorval te beoordelen en laat handelingen met betrekking tot de betrokken gevaarlijke stoffen in elk geval achterwege totdat Onze Minister van deze gelegenheid gebruik heeft gemaakt of heeft laten weten van die gelegenheid geen gebruik te maken. 3 In afwijking van het tweede lid zijn handelingen toegestaan die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om verdere gevaarzetting of schade te voorkomen. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 2, eerste lid artikel 47 Onze Minister kan van degenen die handelingen als bedoeld in, verrichten, alle inlichtingen vragen die naar zijn redelijk oordeel nodig zijn ten behoeve van het analyseren van voorvallen en ongevallen als bedoeld in. 2 De betrokkenen zijn verplicht de gevraagde inlichtingen volledig en naar waarheid te verstrekken binnen een door Onze Minister in redelijkheid te stellen termijn. 3 Zij die uit hoofde van hun beroep of ambt tot geheimhouding verplicht zijn, kunnen zich verschonen van het verschaffen van inlichtingen, doch uitsluitend voor zover het betreft hetgeen hun in die hoedanigheid is toevertrouwd. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 Degene die een verzoek doet aan de rijksoverheid tot: a. het verlenen of wijzigen van een ontheffing ingevolge deze wet; b. het verrichten van een keuring ingevolge deze wet; of c. het afgeven of wijzigen van ingevolge deze wet vereiste documenten; is voor de behandeling van dat verzoek een vergoeding van de kosten verschuldigd. 2 Bij ministeriële regeling: a. worden de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld, met dien verstande, dat per soort van handeling de geraamde opbrengst van de vergoedingen de geraamde uitgaven terzake niet te boven gaat; b. kan worden bepaald dat, indien anderen dan Onze Minister de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden verrichten, zij zelf daarvoor de vergoedingen alsmede de wijze van betaling van deze vergoedingen vaststellen met inachtneming van de bij ministeriële regeling gegeven voorschriften; c. wordt bepaald aan wie de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, verschuldigd zijn. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996 1996 257 14-05-1996 29-03-1996 22961 1996 276 31-05-1996 24-05-1996 24496 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996 Treedt in werking als artikel 49 van de wet in werking treedt.
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 artikelen 20, eerste lid 23, eerste lid 24, tweede lid Hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht Tegen een besluit als bedoeld in de,en, staat beroep open als bedoeld in. 2013 307 25-07-2013 10-07-2013 32862 2015 92 03-03-2015 20-02-2015 01-04-2015
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 De Wet Gevaarlijke Stoffen wordt ingetrokken. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet geldende besluiten die zijn vastgesteld krachtens de Wet Gevaarlijke Stoffen, worden geacht te zijn vastgesteld krachtens deze wet. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Bevat wijzingingen in andere regelgeving. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 2000 313 27-07-2000 05-07-2000 26992 2002 81 19-02-2002 29-01-2002 01-03-2002
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden artikel 60 Onverminderd dekan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk beluit, op voordracht van Onze Minister-President,in werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij het in het eerste lid bedoelde besluit in werking gestelde bepaling. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan wordt bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepaling die ingevolge het eerste lid in werking is gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, wordt de bepaling die ingevolge het eerste lid in werking is gesteld, buiten werking gesteld zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het in het eerste, derde en vierde lid bedoelde besluit wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Staatsblad Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1996 . 1997/142 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister van Defensie is bevoegd, voor zover militaire belangen zulks vorderen, van de krachtens deze wet uitgevaardigde regelen en voorschriften af te wijken, dan wel deze voor zolang dat nodig is buiten werking te stellen en zelf ter zake een tijdelijke regeling te geven.
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende hoofdstukken, paragrafen, artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet vervoer gevaarlijke stoffen. 1995 525 09-11-1995 12-10-1995 23250 1996 297 20-06-1996 05-06-1996 01-08-1996