Wet van 21 oktober 1996, houdende regels inzake de financiële verhouding tussen het Rijk en de gemeenten (Financiële-verhoudingswet)
- BWB-id
- BWBR0008290
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008290
- ELI
- /eli/nl/wet/1997/financi-le-verhoudingswet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1997/financi-le-verhoudingswet/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008290&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008290&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008290/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1997/financi-le-verhoudingswet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Ministers: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Financiën; b. uitkeringsjaar: het kalenderjaar waarover het recht op uitkering ontstaat; c. Onze Minister wie het aangaat: Onze Minister die een specifieke uitkering heeft verstrekt. 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 01-08-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Indien beleidsvoornemens van het Rijk leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies of gemeenten, wordt in een afzonderlijk onderdeel van de bijbehorende toelichting met redenen omkleed en met kwantitatieve gegevens gestaafd, welke de financiële gevolgen van deze wijziging voor de provincies of gemeenten zijn. 2 In de toelichting wordt tevens aangegeven via welke bekostigingswijze de financiële gevolgen voor de provincies of gemeenten kunnen worden opgevangen. 3 Over de toepassing van het eerste en tweede lid vindt tijdig overleg plaats met Onze Ministers. 1997 526 20-11-1997 06-11-1997 25185 1997 695 23-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Er is een provinciefonds en een gemeentefonds. De fondsen zijn begrotingsfondsen. 2 Onze Ministers beheren de begroting van de fondsen. 1997 526 20-11-1997 06-11-1997 25185 1997 695 23-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Bij wet wordt ten aanzien van ieder uitkeringsjaar een bedrag aan middelen van het Rijk ten behoeve van elk van de fondsen afgezonderd. 2 De uitgaven en de ontvangsten van de fondsen zijn over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. 1997 526 20-11-1997 06-11-1997 25185 1997 695 23-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De begroting van het provinciefonds vermeldt het bedrag dat als verplichting geldt voor het totaal van de algemene uitkeringen. De begroting van het gemeentefonds vermeldt het bedrag dat als verplichting geldt voor het totaal van de algemene uitkeringen en de aanvullende uitkeringen. 2 In de begroting van elk van de fondsen kunnen decentralisatie-uitkeringen en integratie-uitkeringen als verplichting worden opgenomen, om aan provincies of gemeenten te worden uitgekeerd op een andere wijze dan door middel van de algemene uitkering. 3 In de begroting van elk van de fondsen kan een voorziening worden getroffen voor de uitbetaling van specifieke uitkeringen aan provincies of gemeenten waarbij meer dan één departement financieel is betrokken. 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 01-08-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een provincie heeft over ieder uitkeringsjaar recht op een algemene uitkering uit het provinciefonds. Een gemeente heeft over ieder uitkeringsjaar recht op een algemene uitkering uit het gemeentefonds. 2 De uitkering komt ten goede aan de algemene middelen van de provincie of van de gemeente. 3 artikel 5, eerste lid De provincies hebben gezamenlijk over een uitkeringsjaar recht op het in de begroting van het provinciefonds vermelde bedrag, bedoeld in, voor dat jaar. 4 artikel 5, eerste lid De gemeenten hebben gezamenlijk over een uitkeringsjaar recht op het in de begroting van het gemeentefonds vermelde bedrag, bedoeld in, voor dat jaar, verminderd met het totaal aan verplichtingen voor aanvullende uitkeringen die over het uitkeringsjaar worden aangegaan. 1997 526 20-11-1997 06-11-1997 25185 1997 695 23-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De verdeling over de provincies en gemeenten van het voor de algemene uitkeringen beschikbare bedrag houdt rekening met de verschillen tussen de provincies onderling en de gemeenten onderling in het vermogen tot het voorzien in eigen inkomsten en met de verschillen in noodzakelijke uitgaven. 1997 526 20-11-1997 06-11-1997 25185 1997 695 23-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Ten behoeve van de verdeling van het provinciefonds en het gemeentefonds worden verdeelmaatstaven gehanteerd. De maatstaven hebben slechts betrekking op de kenmerken die zijn vermeld in de navolgende tabellen A en B. Bij een kenmerk worden ten minste de in de tabellen vermelde onderscheidingen aangebracht. Tabel A Kenmerken en onderscheidingen van de verdeelmaatstaven voor het provinciefonds Kenmerk Onderscheidingen a Belastingcapaciteit van de provincies ter zake van de motorrijtuigenbelasting b Inkomsten uit eigen vermogen van de provincies c De inwoners van de provincies Bevolkingsdichtheid d Het grondgebied van de provincies Oppervlakte Bodemgebruik e Vaste bedragen voor de provincies Tabel B Kenmerken en onderscheidingen van de verdeelmaatstaven voor het gemeentefonds Kenmerk Onderscheidingen a Belastingcapaciteit van de gemeenten ter zake van de onroerende-zaakbelastingen Belastingcapaciteit ter zake van woningen Belastingcapaciteit ter zake van niet-woningen b De inwoners van de gemeenten Leeftijd Woonplaats Inkomen Recht op uitkering Behoren tot een minderheidsgroep Beroep op voorzieningen in de gemeenten c Het grondgebied van de gemeenten Oppervlakte Bodemgesteldheid Historische kern d De bebouwing in de gemeenten Grondoppervlak bebouwing Woonruimten Historisch aantal woonruimten Noodzaak voor vernieuwing van de bebouwing Dichtheid van de bebouwing e Vaste bedragen voor gemeenten Vaste bedragen voor de vier grootste steden Vast bedrag voor de waddengemeenten Vast bedrag voor alle gemeenten f Tijdelijke ondersteuning van gemeenten in verband met herindeling 2 De belastingcapaciteit ter zake van woningen, bedoeld in tabel B onder a, wordt slechts voor 80% in de verdeelmaatstaf betrokken. De belastingcapaciteit ter zake van niet-woningen wordt slechts voor 70% in de verdeelmaatstaf betrokken. 3 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke verdeelmaatstaven worden gehanteerd en hoe deze worden gehanteerd. Krachtens de maatregel kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de toepassing van de bij de bepaling gebruikte begrippen en omtrent de wijze van telling van het aantal eenheden per verdeelmaatstaf. 4 Staatsblad Een krachtens het derde lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van hetwaarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. 2017 238 15-06-2017 29-05-2017 34568 2018 78 21-03-2018 22-02-2018 22-03-2018 01-01-2017
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Ten behoeve van de verdeling stellen Onze Ministers over ieder uitkeringsjaar bedragen per eenheid vast die behoren bij de verdeelmaatstaven. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van de vaststelling isvan toepassing. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Onze Ministers stellen over ieder uitkeringsjaar de algemene uitkeringen aan de provincies en de gemeenten vast. Zij verdelen daartoe het voor de algemene uitkeringen in het provinciefonds beschikbare bedrag onder de provincies en het voor de algemene uitkeringen in het gemeentefonds beschikbare bedrag onder de gemeenten naar rato van de uitkeringsbases. 1997 526 20-11-1997 06-11-1997 25185 1997 695 23-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 10 De inbedoelde uitkeringsbasis voor een provincie of gemeente is de som van de produkten die worden verkregen door voor iedere verdeelmaatstaf het aantal eenheden van die maatstaf te vermenigvuldigen met het bij de maatstaf behorende bedrag per eenheid. 1997 526 20-11-1997 06-11-1997 25185 1997 695 23-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Onze Ministers kunnen op verzoek van de gemeenteraad de gemeente over een uitkeringsjaar een aanvullende uitkering verlenen. 2 Een aanvullende uitkering wordt slechts verleend indien de algemene middelen van de gemeente aanmerkelijk en structureel tekort zullen schieten om in de noodzakelijke behoeften te voorzien, terwijl de eigen inkomsten van de gemeente zich op een redelijk peil bevinden. 3 Onze Ministers kunnen voorschriften verbinden aan het besluit tot verlening van een aanvullende uitkering. 4 Onze Ministers kunnen een verleende aanvullende uitkering verminderen of intrekken indien: a. de financiële positie van de gemeente verbetert; b. de gemeente in strijd handelt met een wettelijk voorschrift dat betrekking heeft op de aanvullende uitkering, of met een voorschrift dat aan het besluit tot verlening van de aanvullende uitkering is verbonden. 5 De gemeente die een aanvullende uitkering heeft aangevraagd, of waaraan een aanvullende uitkering is verleend, neemt maatregelen ter verbetering van haar financiële positie. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 5, tweede lid De verdeling van de in, bedoelde uitkeringen wordt bij algemene maatregel van bestuur geregeld. Krachtens de maatregel kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze van verdeling en de wijze van vaststellen van het volume. 2 De uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, komen ten goede aan de algemene middelen van de provincie of gemeente. 3 Integratie-uitkeringen worden binnen een bij de maatregel te bepalen termijn in de algemene uitkering opgenomen. 4 Een decentralisatie-uitkering is een uitkering waarbij geen termijn van de overgang van de uitkering naar de algemene uitkering is vastgesteld. 5 Jaarlijks bezien Onze Ministers na overleg met Onze Ministers wie het aangaat of een decentralisatie-uitkering kan worden gewijzigd in een integratie-uitkering of een algemene uitkering en doen daarvan verslag in de toelichting op de begrotingen van het provinciefonds en van het gemeentefonds. 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 01-08-2008
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 5, derde lid De uitkeringen, bedoeld in, worden vastgesteld door Onze Ministers wie het aangaat. 1996 576 05-12-1996 21-10-1996 24552 1996 576 05-12-1996 21-10-1996 24552 01-01-1997
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Onze Ministers doen betalingen uit de fondsen aan de provincies en de gemeenten, zo nodig vooruitlopend op de vaststelling van de uitkeringen over het uitkeringsjaar. 2 Indien de over enig uitkeringsjaar verrichte betalingen aan een provincie of gemeente hoger of lager zijn dan de over dat jaar voor de provincie of gemeente vastgestelde uitkeringen, wordt het verschil teruggevorderd of uitbetaald. 1997 526 20-11-1997 06-11-1997 25185 1997 695 23-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a 1 Elke bijdrage uit ‘s Rijks kas die door of vanwege Onze Minister wie het aangaat onder voorwaarden ten behoeve van een bepaald openbaar belang aan provincies en gemeenten wordt verstrekt, is een specifieke uitkering. 2 Indien provincies of gemeenten optreden als marktpartij of werkgever, of als eigenaar of huurder van een roerende of onroerende zaak, en onder dezelfde voorwaarden als andere natuurlijke personen en rechtspersonen, niet zijnde medeoverheden, voor een bijdrage uit ‘s Rijks kas in aanmerking komen, is die bijdrage geen specifieke uitkering. 3 Bijdragen uit ‘s Rijks kas aan provincies en gemeenten ten behoeve van een bepaald openbaar belang waarvoor een bedrag beschikbaar is, dat lager is dan een bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld bedrag, kunnen slechts worden verstrekt als onderdeel van een verzameluitkering. 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 01-08-2008
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Specifieke uitkeringen kunnen worden verstrekt voor de bestrijding van in de regeling van de uitkering aangeduide kosten van de ontvangers. 2 Specifieke uitkeringen worden slechts verstrekt als deze wijze van bekostiging van provinciale of gemeentelijke taken bijzonder aangewezen moet worden geacht. 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 01-08-2008
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a 1 Een verzameluitkering is een specifieke uitkering aan provincies en gemeenten per ministerie waarin bedragen voor beleidsthema’s zijn opgenomen. 2 artikel 2.5 van de Comptabiliteitswet 2016 Bedragen ten behoeve van een verzameluitkering worden opgenomen in een begrotingsartikel als bedoeld in. 3 artikel 2.1, zesde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 Een departementale begroting als bedoeld inbevat niet meer dan één verzameluitkering. 4 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de verstrekking, de verlening, de vaststelling en de terugvordering van de verzameluitkeringen. Bij de verstrekking van een verzameluitkering wordt vermeld ter zake van welke beleidsthema’s de uitkering wordt verstrekt, en wat de verdeling is per beleidsthema. 5 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen over de verstrekking, de verlening, waaronder de bevoorschotting, de vaststelling en de terugvordering van de verzameluitkeringen. 6 artikel 2.1, zesde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 De verzameluitkering wordt besteed binnen de doelstellingen van het ministerie, bedoeld in. De informatie ten behoeve van de verantwoording betreft het totaal bestede bedrag per verzameluitkering. 2017 139 07-04-2017 22-03-2017 34426 2017 253 19-06-2017 29-05-2017 01-01-2018
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Specifieke uitkeringen worden geregeld bij of krachtens de wet. 2 artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 4:23, derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht Het eerste lid is niet van toepassing in de gevallen, bedoeld in, met dien verstande dat in de gevallen, bedoeld inde specifieke uitkering wordt geregeld bij ministeriële regeling. 3 Tijdelijke specifieke uitkeringen kunnen worden geregeld bij algemene maatregel van bestuur. Krachtens de maatregel kan de verdeling van de uitkering nader worden bepaald. 4 Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid vervalt vier jaren nadat hij in werking is getreden, tenzij voor dat tijdstip een voorstel van wet bij de Staten-Generaal is ingediend waarin de specifieke uitkering wordt geregeld. 5 Eenmalige specifieke uitkeringen kunnen worden geregeld bij ministeriële regeling. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a 1 Gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders zenden de informatie ten behoeve van de verantwoording over de uitvoering van de regeling van een specifieke uitkering uiterlijk 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in de vorm van: a. artikel 202, eerste lid, van de Provinciewet artikel 198, eerste lid, van de Gemeentewet de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in, onderscheidenlijk, en b. artikel 217, derde en vierde lid, van de Provinciewet artikel 213, derde en vierde lid, van de Gemeentewet de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen, bedoeld in, onderscheidenlijk. 2 Indien provincies en gemeenten van elkaar middelen ontvangen die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, verstrekken zij de informatie, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 3 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt bij ministeriële regeling nadere regels over het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde informatie. 4 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties brengt de informatie betreffende de specifieke uitkeringen onverwijld ter kennis van Onze Ministers en de bestuursorganen wie het aangaat. 5 artikel 217, tweede lid, van de Provinciewet artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet Gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders verstrekken desgevraagd inlichtingen over de besteding van een specifieke uitkering aan de accountant die in opdracht van Onze Minister die het aangaat met de controle hiernaar is belast. De accountant kan tevens informatie inwinnen bij de in, onderscheidenlijk, bedoelde accountants. 6 Dit artikel is niet van toepassing: a. artikel 1, onderdeel f, van de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten indien de voorwaarden inzake het verstrekken van een Europese subsidie als bedoeld inanders verplichten, voor zover die subsidies worden verstrekt door tussenkomst van ’s Rijks kas; b. indien de specifieke uitkering is verstrekt aan een gemeente in de hoedanigheid van bevoegd gezag van een openbare school; c. artikel 1, onderdeel g, van de Uitvoeringswet EFRO op cofinanciering door het Rijk als bedoeld in. 2020 112 09-04-2020 14-03-2020 35133 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 17b — Artikel 17b#
Artikel 17b 1 artikel 17a, eerste lid derde lid van artikel 17a Indien Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vaststelt dat de informatie, bedoeld in, niet is verstrekt op de wijze zoals voorgeschreven op grond van het, doet hij daarvan mededeling aan gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders. 2 artikel 17a, eerste lid Gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders kunnen voor 1 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar, schriftelijk en met redenen omkleed aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzoeken om uitstel van de toezending van de in, bedoelde informatie. Hij beslist binnen twee weken op dat verzoek, na overleg met Onze Ministers wie het aangaat. 3 artikel 15, eerste lid Onze Ministers kunnen de betalingen op grond van, aan de betreffende provincie of gemeente geheel of gedeeltelijk opschorten gedurende ten hoogste zesentwintig weken indien: a. artikel 17a, eerste lid gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders nalaten de informatie, bedoeld in, aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te zenden binnen de in dat artikellid genoemde termijn, dan wel, als uitstel is verleend, binnen de termijn waarvoor uitstel is verleend, of b. artikel 17a, eerste lid de informatie, bedoeld in, na het verstrijken van de voorgeschreven termijn, niet is verstrekt op de wijze zoals voorgeschreven krachtens het derde lid van dat artikel. 4 derde lid van artikel 17a Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties doet terstond mededeling aan het desbetreffende bestuursorgaan van een besluit als bedoeld in het derde lid, met vermelding van de mate waarin en de periode waarvoor de betalingen ten hoogste geschorst worden. De betalingen worden hervat in de week nadat de informatie is verstrekt op de wijze zoals voorgeschreven krachtens het. 5 Gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders kunnen na een besluit als bedoeld in het derde lid, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, schriftelijk en met redenen omkleed aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzoeken om de opschorting ongedaan te maken. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beslist binnen twee weken op dat verzoek, na overleg met Onze Ministers wie het aangaat. 6 derde lid van artikel 17a Als gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders de gevraagde informatie binnen de in het vierde lid bedoelde periode niet hebben verstrekt of niet op de wijze zoals voorgeschreven krachtens het, doet Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarvan mededeling aan Onze Minister wie het aangaat. 2011 4 11-01-2011 13-12-2010 32456 2011 79 22-02-2011 11-02-2011 23-02-2011
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 16a Over een voorstel tot regeling van een specifieke uitkering, niet zijnde een verzameluitkering als bedoeld in, vindt tijdig overleg plaats met Onze Ministers. 2 artikel 2.23, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 artikelen 2.26, eerste lid, van die wet Onze Ministers die het aangaan melden zo nodig ter voorbereiding van de indiening van de ontwerp-begrotingen, bedoeld in, en de wijzigingen van de ontwerp-begrotingen, bedoeld in, aan Onze Ministers welke beleidsthema’s door middel van een verzameluitkering worden bekostigd. 2017 139 07-04-2017 22-03-2017 34426 2017 253 19-06-2017 29-05-2017 01-01-2018
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikelen 117, eerste lid, van de Provinciewet 119, eerste lid, van de Gemeentewet artikel 17, derde en vijfde lid Deenzijn niet van toepassing op de regeling van de informatievoorziening ten aanzien van een specifieke uitkering als bedoeld in. 2 Onze Minister wie het aangaat kan ten behoeve van de uitvoering van zijn beleid beleidsinformatie aan de ontvangers van bijdragen uit een verzameluitkering vragen: a. voor een meerjarige periode, van alle ontvangers of een selectie van de ontvangers; b. jaarlijks van een selectie van de ontvangers of c. na afloop van de looptijd van de regeling op grond waarvan de bijdrage voor het betreffende beleidsthema in de verzameluitkering is opgenomen van alle ontvangers of een selectie van de ontvangers. 3 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Over de beleidsinformatie, bedoeld in het tweede lid, wordt geen verklaring of verslag van bevindingen van een accountant als bedoeld inovergelegd. 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 01-08-2008
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Uiterlijk op de derde woensdag van mei publiceren Onze Ministers een onderhoudsrapport over de specifieke uitkeringen over het voorafgaande jaar. 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 01-08-2008
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikelen 16 18 tot en met 20 Deenzijn van overeenkomstige toepassing op uitkeringen uit ’s Rijks kas aan derden, ter bekostiging van activiteiten van die derden, waarbij de verstrekking afhankelijk is van de verstrekking van een uitkering door provincies of gemeenten aan die derden. 1997 526 20-11-1997 06-11-1997 25185 1997 695 23-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent: a. de toepassing van de in deze wet gehanteerde begrippen; b. de procedure tot vaststelling en verstrekking van uitkeringen als bedoeld in deze wet; c. artikel 15 artikel 17b, derde, vierde en vijfde lid de betalingen, bedoeld inen de opschorting daarvan, bedoeld in; d. het verzamelen en vaststellen van gegevens ten behoeve van uitkeringen; e. het doen van mededelingen en het verschaffen van inlichtingen in verband met de vaststelling en verstrekking van uitkeringen. 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 01-08-2008
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Op een uitkering als bedoeld in deze wet kan geen beslag onder de Staat worden gelegd. 1996 576 05-12-1996 21-10-1996 24552 1996 576 05-12-1996 21-10-1996 24552 01-01-1997
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 8, derde lid In afwijking van, wordt voor de eerste maal bij wet bepaald welke verdeelmaatstaven worden gehanteerd en hoe deze worden gehanteerd. Krachtens die wet, bij regeling van Onze Ministers, kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de toepassing van de bij de bepaling gebruikte begrippen en omtrent de wijze van telling van het aantal eenheden per verdeelmaatstaf. 2 artikel 9, eerste lid In afwijking van, worden de bedragen per eenheid behorend bij de in het eerste lid bedoelde maatstaven, over het eerste uitkeringsjaar bij wet vastgesteld. Daarbij kan worden bepaald dat Onze Ministers deze bedragen aan kunnen passen in verband met wijzigingen ten aanzien van het fonds over de jaren 1996 en 1997, die door middel van wijzigingen in de bedragen per eenheid over de gemeenten verdeeld behoren te worden. Artikel 9, tweede lid, blijft buiten toepassing bij de vaststelling van de bedragen per eenheid over het eerste uitkeringsjaar. 1996 576 05-12-1996 21-10-1996 24552 1996 576 05-12-1996 21-10-1996 24552 01-01-1997
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a Wijzigt deze wet. 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 2008 312 31-07-2008 03-07-2008 31327 01-08-2008
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1996 576 05-12-1996 21-10-1996 24552 1996 576 05-12-1996 21-10-1996 24552 01-01-1997
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Deze wet wordt aangehaald als: Financiële-verhoudingswet. 1996 576 05-12-1996 21-10-1996 24552 1996 576 05-12-1996 21-10-1996 24552 01-01-1997