Wet van 21 oktober 1996, houdende regels inzake de invoering van de Financiële-verhoudingswet (Invoeringswet Financiële-verhoudingswet)
- BWB-id
- BWBR0008291
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2005-12-29 t/m 2011-02-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008291
- ELI
- /eli/nl/wet/1997/invoeringswet-financi-le-verhoudingswet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1997/invoeringswet-financi-le-verhoudingswet/2005-12-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008291&g=2005-12-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008291&z=2026-06-06&g=2005-12-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008291/2005-12-29
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1997/invoeringswet-financi-le-verhoudingswet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder «Onze Ministers» verstaan: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Financiën. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Financiële-verhoudingswet bijlage 1 De algemene uitkering over de jaren 1997 tot en met 2000, zoals deze voor een gemeente wordt vastgesteld overeenkomstig de, wordt vermeerderd of verminderd met een bedrag overeenkomstig de tabel die alsbij deze wet is gevoegd. Deze vermeerdering of vermindering komt ten laste van of ten goede aan het gemeentefonds. 2 bijlage 1 artikel 44, eerste lid, van de Wet algemene regels herindeling Indien een gemeente die is vermeld inis opgeheven, vindt de vermeerdering of de vermindering plaats ten aanzien van de algemene uitkering van de inbedoelde gemeente waar alle rechten en verplichtingen naar overgaan. 3 bijlage 1 bijlage 2 Onze Ministers passenaan, zodra de gegevens over 1997 bekend zijn met betrekking tot de gecorrigeerde totalen, bedoeld in de maatstaf, vermeld in, onder nummer 1. De aanpassing betreft uitsluitend wijzigingen die direct voortvloeien uit deze gegevens over de gecorrigeerde totalen. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het doorlopen en beëindigen na de inwerkingtreding van deze wet van verplichtingen op grond van de Financiële-Verhoudingswet 1984. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Hoofdstuk 1 deze wet op artikel 3 Besluit verfijningen algemene uitkering 1984 en de paragrafen 2.1, 2.7, 3.3 en 3.15 van hetberusten na de inwerkingtreding van. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 2.1.1 2.7.3 van het Besluit verfijningen algemene uitkering 1984 Dit artikel is van toepassing op de verfijningsuitkeringen, bedoeld in deen. 2 Het bij de berekening van het bedrag van een verfijningsuitkering te hanteren bedrag per eenheid bedraagt één euro per eenheid. 3 Het bedrag van een verfijningsuitkering is gelijk aan nul voor de gemeenten waarop de verfijningsuitkering niet van toepassing is. 4 Het bedrag van een verfijningsuitkering strekt niet tot uitbetaling aan een gemeente. 5 hoofdstuk 4 artikel 8 van de Financiële-verhoudingswet Bij de verdeling van het voor de algemene uitkeringen beschikbare bedrag voor een uitkeringsjaar, wordt naast de verdeelmaatstaven die zijn bepaald invan deze wet of op grond van, het bedrag van een verfijningsuitkering voor het uitkeringsjaar als verdeelmaatstaf gehanteerd. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Dit artikel artikelen 2.7.1 2.7.4 3.3.1 3.15.1 van het Besluit verfijningen algemene uitkering 1984 is van toepassing op de verfijningsuitkeringen, bedoeld in de,,en. 2 Een gemeente heeft over een uitkeringsjaar recht op een bedrag uit het gemeentefonds ter grootte van het bedrag van de verfijningsuitkering voor die gemeente. 3 Voor zover voor de berekening van een verfijningsuitkering een bedrag per eenheid moet worden vastgesteld, wordt dit bedrag vastgesteld door Onze Ministers. 4 artikel 5, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet De verplichtingen met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde bedragen worden opgenomen in de vermelding, bedoeld in. Bij de bepaling van het recht, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van die wet, worden deze verplichtingen in mindering gebracht. 1997 526 20-11-1997 06-11-1997 25185 1997 695 23-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 13 van de Financiële-verhoudingswet Een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 38 van de Financiële-Verhoudingswet 1984 berust na de inwerkingtreding van deze wet op. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Een beschikking waarbij een aanvullende uitkering is verleend als bedoeld in artikel 12, zesde lid, van de Financiële-Verhoudingswet 1984, blijft van kracht. 2 Financiële-verhoudingswet Een aanvullende uitkering als bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van debeschouwd als een aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 12 van die wet. 3 artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet Een verzoek van een gemeenteraad als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Financiële-Verhoudingswet 1984, voor de uitkeringsjaren na de inwerkingtreding van deze wet, wordt beschouwd als een aanvraag als bedoeld in. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De vaststelling van een uitkering uit het Gemeentefonds over de uitkeringsjaren voor de inwerkingtreding van deze wet en de rechtsgedingen die daarop betrekking hebben, geschieden volgens de bij of krachtens de Financiële-Verhoudingswet 1984 gestelde regels. 2 Indien de over de uitkeringsjaren vóór de inwerkingtreding van deze wet verrichte betalingen aan een gemeente hoger of lager zijn dan de voor die uitkeringsjaren vastgestelde uitkeringen wordt het verschil teruggevorderd of uitbetaald. Het verschil komt ten goede aan of ten laste van het gemeentefonds. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Bij de vaststelling van de algemene uitkeringen uit het gemeentefonds over het uitkeringsjaar 1997 wordt op deze uitkeringen een bedrag van f 35 miljoen in mindering gebracht. 2 u artikel 76van de Wet op het voortgezet onderwijs De verdeling over de gemeenten van het in het eerste lid genoemde bedrag wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald. De verdeling wordt gebaseerd op de overdracht of de toekomstige overdracht op grond van, van bij een school behorende sportterreinen. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. het CBS: het Centraal bureau voor de statistiek; b. rastervierkanten: vierkanten van 500 bij 500 meter, zoals deze worden gebruikt in het geografisch basisregister van het CBS; c. de uitkeringsfactor: het quotiënt van het voor de algemene uitkeringen beschikbare bedrag en de som van de uitkeringsbases. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 24 van de Financiële-verhoudingswet Dit hoofdstuk bevat de bepaling en de vaststelling, bedoeld in. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Bij de verdeling van het voor de algemene uitkeringen beschikbare bedrag worden de verdeelmaatstaven gehanteerd die zijn omschreven in bijlage 2 bij deze wet. 2 Bij de vaststelling van de algemene uitkering aan een gemeente stellen Onze Ministers zo nodig het aantal eenheden per verdeelmaatstaf voor de gemeente vast. Voor zover in bijlage 2 bij een verdeelmaatstaf een bron is vermeld, kunnen Onze Ministers het aantal eenheden ontlenen aan een opgave van het vermelde orgaan of de vermelde instantie. 3 De vaststelling van het aantal eenheden per verdeelmaatstaf voor een gemeente geschiedt naar de toestand op 1 januari van het uitkeringsjaar waarover het aantal wordt vastgesteld, tenzij in bijlage 2 een peildatum bij een verdeelmaatstaf is vermeld. In dat geval geschiedt de vaststelling naar de toestand op deze datum. 4 Indien op grond van het derde lid een peildatum moet worden gehanteerd die ligt vóór de datum van instelling van de gemeente of vóór de datum waarop de grenzen van de gemeente zijn gewijzigd, stellen Onze Ministers het aantal eenheden vast op basis van een redelijke schatting van de toestand zoals die op de peildatum zou zijn geweest als de instelling of de wijziging op die datum reeds was ingegaan. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Onze Ministers kunnen nadere regels stellen omtrent: a. paragraaf 4.3 de toepassing van de in bijlage 2 en ingehanteerde begrippen; b. de wijze van telling van het aantal eenheden per verdeelmaatstaf per gemeente. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 41 van de Wet waardering onroerende zaken Bij de bepaling van het gecorrigeerde totaal, bedoeld in de maatstaf die in bijlage 2, onder nummer 1, is vermeld, worden de waarden die op grond vangeacht worden de waarden per 1 januari 1995 te zijn en waarvan de peildatum ligt op 1 januari 1992 of op 1 januari 1993, vermenigvuldigd met respectievelijk 1,16 en 1,1. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De maatstaf vermeld in bijlage 2, onder nummer 8, vervalt met ingang van het uitkeringsjaar 1999. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Het gecorrigeerde aantal inwoners van een woonkern wordt toegedeeld aan die kern zelf en aan de kernen in de lokale omgeving van die kern. De aan een kern toegedeelde inwoners worden aangeduid als potentiële lokale klanten van de kern. 2 Een woonkern bestaat uit de verzameling rastervierkanten die 25 of meer adressen omvatten en een zo groot mogelijk aaneengesloten gebied binnen een gemeente vormen. 3 De woonkernen in de lokale omgeving van een kern zijn de kernen die liggen binnen een afstand van 20 kilometer tot de kern. 4 Het gecorrigeerde aantal inwoners van een woonkern bestaat uit het aantal inwoners van de kern, vermeerderd met een aandeel van de in de gemeente waarbinnen de kern is gelegen, niet in enige kern wonende inwoners. Het aandeel is gelijk aan het aandeel van de inwoners van de kern in het totaal aantal in een kern binnen de gemeente wonende inwoners. 5 De toedeling aan de woonkernen geschiedt evenredig aan het gecorrigeerde aantal inwoners van die kernen en omgekeerd evenredig aan het kwadraat van de afstand tot die kernen. Daarbij wordt de afstand van de kern tot zichzelf op 1 kilometer vastgesteld. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Het gecorrigeerde aantal inwoners van een woonkern wordt toegedeeld aan die kern zelf en aan de kernen in de regionale omgeving van die kern. De aan een kern toegedeelde inwoners worden aangeduid als potentiële regionale klanten van de kern. 2 Artikel 17 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. de woonkernen in de regionale omgeving van een kern, de kernen zijn die liggen binnen een afstand van 60 kilometer tot de kern; b. de toedeling aan de woonkernen evenredig geschiedt aan het kwadraat van het gecorrigeerde aantal inwoners van die kernen en omgekeerd evenredig aan het kwadraat van de afstand tot die kernen. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Onze Ministers dragen zorg voor een kaart, waarop de ligging in de gemeenten is bepaald van: a. de in bijlage 3 aangeduide historische kernen; b. de in artikel 21 bedoelde bewoonde oorden en historische aantallen woningen in die oorden. 2 Onze Ministers leggen de kaart ter inzage. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De lengte van de historische waterwegen in of rondom een historische kern wordt bepaald door het aantal meters historische waterweg in de kern te vermenigvuldigen met twee, dit produkt te vermeerderen met het aantal meters historische waterweg rondom de kern en deze som te verminderen met 1000. Een negatief aantal wordt op nul vastgesteld. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Bewoonde oorden zijn die oorden, welke in de in 1930 gehouden volkstelling zijn geregistreerd als een bewoond oord met 500 of meer woningen. 2 Het historisch aantal woningen in een bewoond oord is het aantal woningen dat het oord omvatte overeenkomstig de gegevens van de in het eerste lid bedoelde volkstelling. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 paragraaf 2.6 van het Besluit verfijningen algemene uitkering 1984 Onze Ministers stellen de omvang van een historische kern of van de lengte van de waterwegen in of rondom een historische kern over het uitkeringsjaar 1997 vast overeenkomstig de waarden zoals die bij de inwerkingtreding van deze wet golden op grond van. 2 Onze Ministers wijzigen de vaststelling van de omvang van een historische kern of van de lengte van de waterwegen in of rondom een historische kern slechts indien zij dit wenselijk achten in verband met een aanmerkelijk verschil tussen de vastgestelde en de werkelijke waarden. 3 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van een wijziging als bedoeld in het tweede lid, isvan toepassing. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De omgevingsadressendichtheid van een adres is het aantal adressen in de omgeving van het adres, gedeeld door het oppervlak in vierkante kilometers van de omgeving. 2 De omgeving van een adres wordt gevormd door het rastervierkant, waarin het adres is gelegen en de twaalf meest nabij gelegen rastervierkanten. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 2.7.1 2.7.3 2.7.4 van het Besluit verfijningen algemene uitkering 1984 De gecorrigeerde daling van de algemene uitkering van de gemeente waarvan de grenzen zijn gewijzigd wordt slechts bepaald indien,ofniet op de gemeente van toepassing is. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 5 bijlage 4 De bedragen per eenheid over het uitkeringsjaar 1997, die behoren bij de verdeelmaatstaven, bedoeld inen in dit hoofdstuk, zijn vermeld inbij deze wet. 2 bijlage 4 Onze Ministers kunnenaanpassen in verband met wijzigingen ten aanzien van het fonds over de jaren 1996 en 1997, die door middel van wijzigingen in de bedragen per eenheid over de gemeenten verdeeld behoren te worden. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Wijzigt de Gemeentewet. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Wijzigt de Wet Bodembescherming. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Wijzigt de Wet herverdeling wegenbeheer. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 De Financiële-Verhoudingswet 1984 wordt ingetrokken. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Wijzigt de Wet van 15 december 1993, houdende wijziging van het stelsel van stichtingsnormen en opheffingsnormen in de Wet op het basisonderwijs en van het huisvestingsstelsel in de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs (Stb. 1993, 716). 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Wijzigt de Wet op het specifiek cultuurbeleid. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Staatsblad Financiële-verhoudingswet Voor de plaatsing in hetbrengt Onze Minister van Binnenlandse Zaken de in deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen uit demet de nieuwe nummering van die wet in overeenstemming. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Financiële-verhoudingswet. 1996 577 05-12-1996 21-10-1996 24553 1996 579 05-12-1996 22-11-1996 01-01-1997
Artikel 2#
artikel 2