Wet van 3 juli 1996, houdende algemene regels over de advisering in zaken van algemeen verbindende voorschriften of te voeren beleid van het Rijk (Kaderwet adviescolleges)
- BWB-id
- BWBR0008159
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008159
- ELI
- /eli/nl/wet/1997/kaderwet-adviescolleges
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1997/kaderwet-adviescolleges/2022-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008159&g=2022-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008159&z=2026-06-06&g=2022-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008159/2022-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1997/kaderwet-adviescolleges
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. adviescollege: een college dat krachtens publiekrecht tot taak heeft de regering te adviseren over algemeen verbindende voorschriften of te voeren beleid van het Rijk; b. Onze Minister: Onze Minister wie het aangaat. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Geen adviescollege in de zin van deze wet is: a. artikel 1:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht een college als bedoeld in; b. een college dat voor meer dan de helft bestaat uit ambtenaren die werkzaam zijn bij een ministerie of een daaronder ressorterende instelling, dienst of bedrijf, en die in verband met hun werkzaamheden in dat college zitting hebben. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 hoofdstukken 3 5 artikel 28 artikel 1, onderdeel a Deenengelden niet ten aanzien van adviescolleges waarvan de adviestaak, bedoeld in, niet de hoofdtaak is. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Een adviescollege wordt bij wet ingesteld. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 In afwijking vankan een adviescollege voor de advisering over een in de tijd beperkt vraagstuk bij koninklijk besluit worden ingesteld voor de duur van ten hoogste vier jaar. Deze termijn kan bij koninklijk besluit eenmaal met ten hoogste twee jaar worden verlengd. 2 Een besluit op grond van het eerste lid wordt niet eerder genomen dan vier weken nadat het voornemen daartoe in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, aan de beide kamers der Staten-Generaal is meegedeeld. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4 In afwijking vankan een adviescollege voor de eenmalige advisering over een bepaald vraagstuk bij koninklijk besluit of bij ministeriële regeling, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, worden ingesteld voor de duur van de advisering. 2 Een besluit op grond van het eerste lid wordt onverwijld aan de beide kamers der Staten-Generaal meegedeeld. 3 artikelen 11 13 In afwijking van deenkunnen de leden van een college als bedoeld in het eerste lid worden benoemd en ontslagen door Onze Minister. 4 artikelen 17 18 hoofdstuk 5 artikelen 28 33 artikel 24 Op een college als bedoeld in het eerste lid zijn deen,en deenniet van toepassing. Op het advies van zo'n college isvan overeenkomstige toepassing. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Alle wetten, koninklijke besluiten en ministeriële regelingen tot instelling van adviescolleges worden mede door Onze Minister van Binnenlandse Zaken ondertekend. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Bij de instelling van een adviescollege wordt de adviestaak omschreven. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikelen 4 tot en met 8 artikel 1, onderdeel a Dezijn van overeenkomstige toepassing op het toekennen van een adviestaak als bedoeld in, aan een college dat krachtens publiekrecht een andere taak heeft. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Een adviescollege bestaat uit een voorzitter en ten hoogste veertien andere leden. Het adviescollege kan uit de leden ondervoorzitters aanwijzen. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De leden van een adviescollege worden bij koninklijk besluit benoemd. 2 De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 3 artikel 6 Onze Minister draagt zorg voor openbaarmaking van een vacature in een adviescollege, niet zijnde een college als bedoeld in. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De leden van een adviescollege worden benoemd op grond van de deskundigheid die nodig is voor de advisering op het beleidsterrein waarvoor het adviescollege is ingesteld alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 2 Ambtenaren die werkzaam zijn bij een ministerie of een daaronder ressorterende instelling, dienst of bedrijf, worden niet benoemd tot lid van een adviescollege dat tot taak heeft te adviseren over onderwerpen waarbij zij in verband met hun werkzaamheden betrokken zijn. 3 Bij de benoeming van de voorzitters en bij de benoeming van de andere leden van adviescolleges wordt gestreefd naar evenredige deelneming aan adviescolleges van vrouwen en personen behorende tot etnische of culturele minderheidsgroepen. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Leden van adviescolleges worden op eigen aanvraag door Onze Minister ontslagen. Zij kunnen voorts bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2008 495 04-12-2008 13-11-2008 31489 2009 51 12-02-2009 21-01-2009 13-02-2009
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Een adviescollege heeft een secretaris. 2 De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor het adviescollege uitsluitend verantwoording schuldig aan het adviescollege. 3 Aan de secretaris kunnen andere medewerkers worden toegevoegd. 4 De secretaris en de andere medewerkers zijn geen lid van het adviescollege. 5 Na overleg met de voorzitter van het adviescollege sluit, wijzigt en beëindigt Onze Minister namens de Staat een arbeidsovereenkomst met de secretaris en de andere medewerkers. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Een adviescollege kan ter voorbereiding van een of meer adviezen uit zijn midden commissies instellen. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a artikel 5, eerste lid artikel 6, eerste lid De archiefbescheiden van een adviescollege als bedoeld in, en, worden na zijn opheffing of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van Onze Minister. 2022 104 02-03-2022 16-02-2022 35890 2022 171 04-05-2022 21-03-2022 01-07-2022
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Een adviescollege adviseert op schriftelijk verzoek van Onze Minister of van een van beide kamers der Staten-Generaal. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Een adviescollege kan Onze Minister uit eigen beweging adviseren. Van een voornemen daartoe stelt het adviescollege Onze Minister en de beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Een adviescollege kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 Een adviescollege kan zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak nodig is. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Een adviescollege beraadslaagt en besluit in vergadering over de uit te brengen adviezen. 2 Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste de helft van de leden. 3 De adviezen worden uitgebracht overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van de ter vergadering aanwezige leden, waarbij elk lid één stem heeft. 4 Indien het nodig is over het besluit tot vaststelling van het advies bij wijze van stemming te beslissen, wordt dat besluit bij meerderheid van stemmen opgemaakt. 5 Indien de stemmen staken, wordt de besluitvorming aangehouden tot de volgende vergadering, tenzij de advisering niet uitgesteld kan worden of de vergadering voltallig is. In deze gevallen beslist de stem van de voorzitter. Van die omstandigheid wordt in het advies melding gemaakt. 6 Een lid dat ter vergadering een standpunt heeft ingebracht dat afwijkt van het gevoelen van de meerderheid, kan over dat standpunt een afzonderlijke nota bij het advies voegen. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Een adviescollege kan zijn werkwijze nader vaststellen in een reglement van orde. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Indien een advies wordt uitgebracht aan één van de kamers der Staten-Generaal, zendt het adviescollege een afschrift van het advies aan Onze Minister. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Adviescolleges kunnen gezamenlijk advies uitbrengen en zijn daartoe verplicht, indien dat bij het adviesverzoek is verzocht. 2 De betrokken colleges regelen in onderling overleg hun werkwijze bij gezamenlijke advisering. 3 De betrokken colleges zijn gezamenlijk bevoegd voor het voorbereiden van een gezamenlijk advies een gemengde commissie uit hun midden in te stellen. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Onze Minister stelt de beide kamers der Staten-Generaal binnen drie maanden na ontvangst in kennis van zijn standpunt over: a. een door hem gevraagd en tijdig uitgebracht advies over een vast te stellen ministeriële regeling of over te voeren beleid; b. een uit eigen beweging uitgebracht advies over hoofdlijnen van beleid. 2 Indien de vaststelling van het standpunt niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt, stelt Onze Minister de beide kamers der Staten-Generaal hiervan gemotiveerd in kennis. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Een adviescollege zendt jaarlijks voor 1 april aan Onze Minister een ontwerp voor de begroting voor het daaropvolgende kalenderjaar van de aan de taakvervulling door het adviescollege verbonden uitgaven. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Een adviescollege zendt Onze Minister jaarlijks voor 1 september een ontwerp voor een werkprogramma voor het volgende kalenderjaar. Onze Minister verstrekt het adviescollege daartoe tijdig een overzicht van de voornemens om advies te vragen. 2 In het werkprogramma wordt rekening gehouden met onvoorziene adviesverzoeken en met de bevoegdheid tot advisering uit eigen beweging. 3 Onze Minister stelt het werkprogramma vast en zendt dit jaarlijks op de derde dinsdag van september aan de beide kamers der Staten-Generaal. 4 Onze Minister kan het werkprogramma wijzigen. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Comptabiliteitswet 2016 Een adviescollege houdt bij het vervullen van zijn taak zoveel mogelijk rekening met het werkprogramma. Onverminderd devervult het zijn taak met de middelen die ingevolge de desbetreffende begrotingswet ter beschikking zijn gesteld. 2017 139 07-04-2017 22-03-2017 34426 2017 253 19-06-2017 29-05-2017 01-01-2018
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Een adviescollege brengt jaarlijks voor 1 april verslag uit van zijn werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2 Op verzoek van Onze Minister, maar ten minste elk vierde jaar, stelt het adviescollege een evaluatieverslag op waarin het aandacht besteedt aan zijn taakvervulling. 3 Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden gezonden aan Onze Minister. Het evaluatieverslag wordt tevens gezonden aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en aan de beide kamers der Staten-Generaal. 4 Artikel 24 Onze Minister stelt de beide kamers der Staten-Generaal in kennis van zijn standpunt over het evaluatieverslag.is daarbij van overeenkomstige toepassing. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Een adviescollege verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Onze Minister van Binnenlandse Zaken zendt elke vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Wijzigt de Ambtenarenwet. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Wijzigt de Comptabiliteitswet. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Artikel 26 Na de instelling van een adviescollege stelt Onze Minister voor dat college een werkprogramma vast voor het resterende deel van het kalenderjaar waarin het is ingesteld en, indien de instelling heeft plaatsgevonden na 31 augustus, tevens voor het daaropvolgende kalenderjaar.is daarbij zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Artikel 4 geldt tot en met 31 december 1997 niet ten aanzien van een adviescollege dat in 1996 voor bepaalde tijd is ingesteld. 2 artikel 6, eerste lid Voor de toepassing van deze wet wordt een college als bedoeld in het eerste lid aangemerkt als een college als bedoeld in. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1997. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Deze wet wordt aangehaald als: Kaderwet adviescolleges. 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 1996 378 11-07-1996 03-07-1996 24503 01-01-1997