Wet van 22 mei 1997, houdende nieuwe regels omtrent de economische mededinging (Mededingingswet)
- BWB-id
- BWBR0008691
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-09-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008691
- ELI
- /eli/nl/wet/1997/mededingingswet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1997/mededingingswet/2025-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008691&g=2025-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008691&z=2026-06-06&g=2025-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008691/2025-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1997/mededingingswet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat; b. artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt Autoriteit Consument en Markt: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in; c. vervallen; d. Verdrag: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; e. overeenkomst: een overeenkomst in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag; f. onderneming: een onderneming in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag; g. ondernemersvereniging: een ondernemersvereniging in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag; h. onderling afgestemde feitelijke gedragingen: onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag; i. economische machtspositie: positie van een of meer ondernemingen die hen in staat stelt de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan te verhinderen door hun de mogelijkheid te geven zich in belangrijke mate onafhankelijk van hun concurrenten, hun leveranciers, hun afnemers of de eindgebruikers te gedragen; j. vervallen; k. verordening 1/2003 verordening (EG) nr. 1/2003 :van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003, L 1); l. verordening 139/2004 verordening (EG) nr. 139/2004 :van de Raad van de Europese Unie van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG L 24); m. mededingingsverordening: verordening genoemd in de onderdelen k en l; n. consumentenorganisaties: stichtingen of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die krachtens hun statuten tot taak hebben het behartigen van de collectieve belangen van consumenten; o. richtlijn (EU) 2019/1: richtlijn (EU) 2019/1 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot toekenning van bevoegdheden aan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten voor een doeltreffendere handhaving en ter waarborging van de goede werking van de interne markt (PbEU 2019, L 11). 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Onze Minister kan de Autoriteit Consument en Markt opdragen werkzaamheden te verrichten in het kader van de uitvoering van regelgeving op het gebied van de mededinging op grond van het Verdrag, voor zover daarin niet reeds bij of krachtens de wet is voorzien, alsmede werkzaamheden op het gebied van de mededinging in verband met andere verdragen of internationale afspraken. 2 Onze Minister kan de Autoriteit Consument en Markt instructies geven met betrekking tot het verrichten van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden, alsmede met betrekking tot het door de Autoriteit Consument en Markt in te nemen standpunt in een adviescomité als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van verordening 1/2003 en artikel 19, vierde lid, van verordening 139/2004, met dien verstande dat een instructie inzake een standpunt in een adviescomité geen betrekking heeft op de mededingingsaspecten van een individueel geval. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Onze Minister kan, al dan niet op verzoek van een van Onze andere Ministers, de Autoriteit Consument en Markt opdragen een rapportage uit te brengen inzake de effecten voor de mededinging van voorgenomen of geldende regelgeving of van een voorgenomen of een geldend besluit. 2 Het uitbrengen van een rapportage aan een van Onze andere Ministers geschiedt door tussenkomst van Onze Minister. 3 Op verzoek van een of beide Kamers van de Staten-Generaal brengt de Autoriteit Consument en Markt met tussenkomst van Onze Minister een rapportage uit aan de beide Kamers der Staten-Generaal. Onze Minister zendt de rapportage onverwijld naar de beide Kamers der Staten-Generaal. Onze Minister kan de rapportage doen vergezellen van zijn bevindingen. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 6, derde lid Beleidsregels met betrekking tot de uitoefening van de in deze wet aan de Autoriteit Consument en Markt toegekende bevoegdheden kunnen betrekking hebben of mede betrekking hebben op de wijze waarop de Autoriteit Consument en Markt bij toepassing van, andere belangen dan economische belangen in zijn afweging moet betrekken. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Vervallen 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Verboden zijn overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen, die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst. 2 De krachtens het eerste lid verboden overeenkomsten en besluiten zijn van rechtswege nietig. 3 Het eerste lid geldt niet voor overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die bijdragen tot verbetering van de productie of van de distributie of tot bevordering van de technische of economische vooruitgang, mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt, en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen a. beperkingen op te leggen die voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn, of b. de mogelijkheid te geven, voor een wezenlijk deel van de betrokken goederen en diensten de mededinging uit te schakelen. 4 Een onderneming of ondernemersvereniging die zich op het derde lid beroept, bewijst dat aan dat lid is voldaan. 2007 284 16-08-2007 28-06-2007 30071 2007 291 28-08-2007 21-07-2007 01-10-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Artikel 6, eerste lid , geldt niet voor overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen als bedoeld in dat artikel indien: a. bij de desbetreffende overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging niet meer dan acht ondernemingen betrokken zijn, dan wel bij de desbetreffende ondernemersvereniging niet meer dan acht ondernemingen betrokken zijn, en b. de gezamenlijke omzet in het voorafgaande kalenderjaar van de bij de desbetreffende overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging betrokken ondernemingen dan wel de gezamenlijke omzet van de bij de desbetreffende ondernemersvereniging betrokken ondernemingen niet hoger is dan: 1°. € 5 500 000, indien daarbij uitsluitend ondernemingen zijn betrokken wier activiteiten zich in hoofdzaak richten op het leveren van goederen; 2°. € 1 100 000, in alle andere gevallen. 2 artikel 6, eerste lid Onverminderd het eerste lid, geldt, voorts niet voor overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen als bedoeld in dat artikel voor zover daarbij ondernemingen of ondernemersverenigingen betrokken zijn die daadwerkelijke of potentiële concurrenten zijn op een of meer van de relevante markten, indien: a. het gezamenlijke marktaandeel van de bij de overeenkomst, het besluit of de onderling afgestemde feitelijke gedraging betrokken ondernemingen of ondernemersverenigingen op geen van de relevante markten waarop de overeenkomst, het besluit of de onderling afgestemde feitelijke gedraging van invloed is, groter is dan 10%, en b. de overeenkomst, het besluit of de onderling afgestemde feitelijke gedraging de handel tussen lidstaten niet op merkbare wijze ongunstig kan beïnvloeden. 3 In geval van afzonderlijke overeenkomsten tussen een onderneming of een ondernemersvereniging en twee of meer andere ondernemingen, die dezelfde strekking hebben, worden voor de toepassing van het eerste lid die overeenkomsten tezamen beschouwd als één overeenkomst. 4 artikel 6, eerste lid Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, zo nodig onder voorschriften en beperkingen, dat, niet van toepassing is op in die maatregel omschreven categorieën van overeenkomsten, besluiten of gedragingen als bedoeld in dat artikel, die in het algemeen vanuit een oogpunt van mededinging van duidelijk ondergeschikte betekenis zijn. 5 Het in het eerste lid, onder a, genoemde aantal en de in het eerste lid, onder b, genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd. 2011 569 02-12-2011 24-11-2011 31531 2011 570 02-12-2011 24-11-2011 32664 2011 569 02-12-2011 24-11-2011 31531 03-12-2011
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7, eerste lid, onder b artikel 377, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De berekening van de omzet, bedoeld in, geschiedt op de voet van het bepaalde invoor de netto-omzet. 2 artikel 24b van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indien een onderneming behoort tot een groep als bedoeld inworden voor de berekening van de omzet van die onderneming de omzetten van alle tot die groep behorende ondernemingen opgeteld. Bij deze berekening worden transacties tussen de tot die groep behorende ondernemingen buiten beschouwing gelaten. 3 artikel 7, eerste lid, onder b Voor de berekening van de gezamenlijke omzet van de betrokken ondernemingen, bedoeld in, worden de transacties tussen die ondernemingen buiten beschouwing gelaten. 2011 569 02-12-2011 24-11-2011 31531 2011 569 02-12-2011 24-11-2011 31531 03-12-2011
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 7, eerste, tweede of vierde lid artikel 6, eerste lid artikel 6, eerste lid De Autoriteit Consument en Markt kan op een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemersvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging van ondernemingen waarop krachtens,, niet van toepassing is, bij beschikking alsnog, van toepassing verklaren, indien die overeenkomst, dat besluit of die gedraging gezien de marktverhoudingen op de relevante markt in aanzienlijke mate afbreuk doet aan de mededinging. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van de beschikking isvan toepassing. 3 artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht De beschikking treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar terinzagelegging overeenkomstig. 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Artikel 6 artikel 27 geldt niet voor overeenkomsten, besluiten en gedragingen als bedoeld in dat artikel die rechtstreeks verbonden zijn aan een concentratie als bedoeld in, en noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de desbetreffende concentratie. 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 1997 540 25-11-1997 14-11-1997 01-01-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 6, eerste lid artikel 6, eerste lid Voor overeenkomsten, besluiten en gedragingen als bedoeld in, waarbij ten minste een onderneming of ondernemersvereniging betrokken is die bij wettelijk voorschrift of door een bestuursorgaan is belast met het beheer van diensten van algemeen economisch belang, geldt, voor zover de toepassing van dat artikel de vervulling van de aan die onderneming of ondernemersvereniging toevertrouwde bijzondere taak niet verhindert. 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 1997 540 25-11-1997 14-11-1997 01-01-1998
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a 1 artikel 6, eerste lid Voor overeenkomsten, besluiten en gedragingen als bedoeld in, die betrekking hebben op de voortbrenging van en de handel in landbouwproducten, bedoeld in artikel 42 van het Verdrag, geldt artikel 6, eerste lid, uitsluitend in de gevallen ten aanzien waarvan bij of krachtens een verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie is bepaald dat artikel 101 van het Verdrag van toepassing is op die overeenkomsten, besluiten en gedragingen. 2 Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit doet mededeling in de Staatscourant van de gevallen, bedoeld in het eerste lid. 2022 159 26-04-2022 06-04-2022 35770 2022 354 13-09-2022 22-08-2022 01-01-2023
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Artikel 6, eerste lid , geldt niet voor overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen waarvoor krachtens een verordening van de Raad van de Europese Unie of een verordening van de Europese Commissie artikel 101, eerste lid, van het Verdrag buiten toepassing is verklaard. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Artikel 6, eerste lid artikel 12 , geldt niet voor overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die de handel tussen de lid-staten van de Europese Unie niet ongunstig kunnen beïnvloeden of waardoor de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt niet wordt verhinderd, beperkt of vervalst doch die, indien dat wel het geval zou zijn, zouden zijn vrijgesteld krachtens een verordening als bedoeld in. 2 artikel 6, eerste lid artikel 6, eerste lid De Autoriteit Consument en Markt kan op een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemersvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging van ondernemingen waarop krachtens het eerste lid, niet van toepassing is, bij beschikking alsnog, van toepassing verklaren, indien zich omstandigheden voordoen als die welke krachtens de desbetreffende verordening kunnen leiden tot de buitentoepassingverklaring van die verordening. 3 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van de beschikking isvan toepassing. 4 artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht De beschikking treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar terinzagelegging overeenkomstig. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Artikel 6, eerste lid , geldt niet voor overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen waarvoor een op grond van artikel 101, derde lid, van het Verdrag verleende ontheffing geldt. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 6, eerste lid Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, zo nodig onder voorschriften en beperkingen, dat, niet geldt voor in die maatregel omschreven categorieën van overeenkomsten, besluiten en gedragingen als bedoeld in dat artikel, die bijdragen tot verbetering van de produktie of van de distributie of tot bevordering van de technische of economische vooruitgang, mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt, en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen a. beperkingen op te leggen die voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn, of b. de mogelijkheid te geven, voor een wezenlijk deel van de betrokken goederen en diensten de mededinging uit te schakelen. 2 artikel 6, eerste lid In een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat de Autoriteit Consument en Markt op een overeenkomst, besluit of gedraging waarvoor krachtens die maatregel, niet geldt, bij beschikking alsnog artikel 6, eerste lid, van toepassing kan verklaren, indien wordt voldaan aan de in die algemene maatregel van bestuur genoemde vereisten. 3 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van de beschikking isvan toepassing. 4 artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht De beschikking treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar terinzagelegging overeenkomstig. 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Artikel 6, eerste lid , geldt niet voor: a. artikel 1, eerste lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst een collectieve arbeidsovereenkomst als bedoeld in, b. artikel 1 van de Pensioenwet een overeenkomst in een bedrijfstak tussen een of meer werkgeversorganisaties en een of meer werknemersorganisaties uitsluitend met betrekking tot pensioen als bedoeld in, c. artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 5 van die wet een overeenkomst of besluit van een organisatie van beoefenaren van een vrij beroep houdende uitsluitend de deelname aan een beroepspensioenregeling als bedoeld in, indien overeenkomstig, met betrekking tot een zodanige regeling een verzoek is ingediend tot verplichtstelling door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het verzoek niet is afgewezen. 2008 95 31-03-2008 06-03-2008 31120 2008 96 31-03-2008 20-03-2008 01-04-2008 Abusievelijk is op de onderdelen b en c een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2004 345 20-07-2004 30-06-2004 29276 2004 346 20-07-2004 06-07-2004 01-08-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2004 345 20-07-2004 30-06-2004 29276 2004 346 20-07-2004 06-07-2004 01-08-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2004 345 20-07-2004 30-06-2004 29276 2004 346 20-07-2004 06-07-2004 01-08-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2004 345 20-07-2004 30-06-2004 29276 2004 346 20-07-2004 06-07-2004 01-08-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2004 345 20-07-2004 30-06-2004 29276 2004 346 20-07-2004 06-07-2004 01-08-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2004 345 20-07-2004 30-06-2004 29276 2004 346 20-07-2004 06-07-2004 01-08-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2004 345 20-07-2004 30-06-2004 29276 2004 346 20-07-2004 06-07-2004 01-08-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Het is ondernemingen verboden misbruik te maken van een economische machtspositie. 2025 200 23-07-2025 11-06-2025 36588 2025 208 20-08-2025 15-08-2025 01-09-2025
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 24, eerste lid artikel 24, eerste lid Voor zover de toepassing van, de vervulling van bij wettelijk voorschrift of door een bestuursorgaan aan een onderneming opgedragen beheer van een dienst van algemeen economisch belang verhindert, kan de Autoriteit Consument en Markt op aanvraag verklaren dat, niet van toepassing is op een daarbij aangewezen gedraging. 2 Een beschikking als bedoeld in het eerste lid kan onder beperkingen worden gegeven; aan een beschikking kunnen voorschriften worden verbonden. 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013
Artikel 25a — Artikel 25a#
Artikel 25a In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. richtlijn: richtlijn nr. 2006/111/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 16 november 2006 (PbEG L 318) betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven en de financiële doorzichtigheid binnen bepaalde ondernemingen; b. uitsluitend recht: een recht dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van een bestuursorgaan aan een onderneming wordt verleend, waarbij voor die onderneming het recht wordt voorbehouden om binnen een bepaald geografisch gebied een dienst te verrichten of een activiteit uit te oefenen; c. bijzonder recht: een recht dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van een bestuursorgaan aan een beperkt aantal ondernemingen wordt verleend en waarbij binnen een bepaald geografisch gebied: 1°. het aantal van deze ondernemingen die een dienst mogen verrichten of een activiteit mogen uitoefenen op een andere wijze dan volgens objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria tot twee of meer wordt beperkt, 2°. verscheidene concurrerende ondernemingen die een dienst mogen verrichten of een activiteit mogen uitoefenen op een andere wijze dan volgens deze criteria worden aangewezen, of 3°. aan een of meer ondernemingen op een andere wijze dan volgens deze criteria voordelen worden toegekend waardoor enige andere onderneming aanzienlijk wordt belemmerd in de mogelijkheid om dezelfde activiteiten binnen hetzelfde geografische gebied onder in wezen gelijkwaardige voorwaarden uit te oefenen; d. verschillende activiteiten: enerzijds producten of diensten met betrekking tot welke aan een onderneming een bijzonder of uitsluitend recht is verleend, of alle diensten van algemeen economisch belang waarmee een onderneming is belast en, anderzijds, elk ander afzonderlijk product met betrekking tot hetwelk of elke andere afzonderlijke dienst met betrekking tot welke de onderneming werkzaam is. 2008 95 31-03-2008 06-03-2008 31120 2008 96 31-03-2008 20-03-2008 01-04-2008
Artikel 25b — Artikel 25b#
Artikel 25b 1 Ondernemingen waaraan overeenkomstig artikel 106, eerste lid, van het Verdrag een bijzonder of uitsluitend recht is verleend of die overeenkomstig artikel 106, tweede lid, van het Verdrag met het beheer van een dienst van algemeen economisch belang zijn belast en met betrekking tot deze dienst in enigerlei vorm compensatie ontvangen, en die verschillende activiteiten uitvoeren, houden een zodanige administratie bij dat: a. de registratie van de lasten en baten van de verschillende activiteiten gescheiden zijn; b. alle lasten en baten, op grond van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen inzake kostprijsadministratie, correct worden toegerekend; c. de beginselen inzake kostprijsadministratie volgens welke de administratie wordt gevoerd, duidelijk zijn vastgelegd. 2 De onderneming bewaart de in het eerste lid, onderdelen a, b en c, bedoelde gegevens gedurende vijf jaar, gerekend vanaf het einde van het boekjaar waarop de gegevens betrekking hebben. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 25c — Artikel 25c#
Artikel 25c Artikel 25b, eerste lid , is niet van toepassing op activiteiten die onder de toepassing vallen van specifieke door de Europese Unie vastgestelde bepalingen inzake een gescheiden administratie, andere dan die van de richtlijn. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 25d — Artikel 25d#
Artikel 25d 1 Artikel 25b, eerste lid , is voorts niet van toepassing op: a. ondernemingen die diensten verrichten welke de handel tussen lidstaten niet op merkbare wijze ongunstig kunnen beïnvloeden; b. ondernemingen waarvan de totale nettojaaromzet minder dan € 40 miljoen heeft bedragen gedurende de twee boekjaren voorafgaande aan het boekjaar waarin de onderneming een bijzonder of uitsluitend recht heeft genoten dat overeenkomstig artikel 106, eerste lid, van het Verdrag is verleend of waarin zij is belast met het beheer van een dienst van algemeen economisch belang overeenkomstig artikel 106, tweede lid, van het Verdrag; c. ondernemingen die voor een redelijke periode met het beheer van een dienst van algemeen economisch belang belast zijn overeenkomstig artikel 106, tweede lid, van het Verdrag, indien de overheidssteun in enigerlei vorm, waaronder een subsidie, ondersteuning of compensatie, die zij ontvangen, was vastgesteld ingevolge een open, doorzichtige en niet-discriminerende procedure. 2 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt ten aanzien van openbare banken de nettojaaromzet vervangen door een balanstotaal van minder dan € 800 miljoen. 3 Het in het eerste lid, onderdeel b, en het in het tweede lid genoemde bedrag kunnen bij regeling van Onze Minister worden gewijzigd indien de wijziging voortvloeit uit een bindend besluit van een orgaan van de Europese Unie. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 25e — Artikel 25e#
Artikel 25e artikel 25b, eerste lid Indien de Europese Commissie verzoekt om terbeschikkingstelling van gegevens als bedoeld in, verstrekt de onderneming die dit aangaat, de Autoriteit Consument en Markt op diens verzoek binnen de door haar gestelde termijn de desbetreffende gegevens. De Autoriteit Consument en Markt doet de gegevens toekomen aan de Europese Commissie. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 25f — Artikel 25f#
Artikel 25f Indien de goede uitvoering van de richtlijn dat vereist, kunnen bij regeling van Onze Minister nadere regels worden gesteld inzake de toepassing van dit hoofdstuk. 2002 71 14-02-2002 28-01-2002 27870 2002 72 14-02-2002 28-01-2002 27870 15-02-2002
Artikel 25g — Artikel 25g#
Artikel 25g 1 In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder overheidsbedrijf: a. een onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen; b. een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt. 2 Een publiekrechtelijke rechtspersoon is alleen in staat in een onderneming het beleid te bepalen in de zin van het eerste lid, onder a: a. indien hij, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, beschikt over de meerderheid van de stemrechten, verbonden aan de door de rechtspersoon van de onderneming uitgegeven aandelen; b. indien meer dan de helft van de leden van het bestuur of het toezichthoudend orgaan wordt benoemd door een of meer publiekrechtelijke rechtspersonen of door leden of aandeelhouders die een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn; c. artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek indien de onderneming een dochtermaatschappij in de zin vanis van een rechtspersoon waarvoor onderdeel a of b van toepassing is; of d. in andere gevallen, voor zover bij algemene maatregel van bestuur bepaald. 2011 162 08-04-2011 24-03-2011 31354 2012 254 14-06-2012 06-06-2012 01-07-2012
Artikel 25h — Artikel 25h#
Artikel 25h 1 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op: a. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 openbare scholen als bedoeld in,, en; b. artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs openbare instellingen als bedoeld in; c. artikel 1.1, onder h, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek openbare instellingen als bedoeld in; d. artikel 1.5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek artikel 3 van de TNO-wet artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek de instellingen, bedoeld in, en de organisaties, bedoeld inen in; e. artikel 1.1 van de Mediawet 2008 publieke media-instellingen als bedoeld in. 2 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het aanbieden van goederen of diensten door bestuursorganen aan andere bestuursorganen of aan overheidsbedrijven voor zover deze goederen of diensten zijn bestemd voor de uitvoering van een publiekrechtelijke taak. 3 artikel 1.1, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 134 van de Grondwet Dit hoofdstuk is niet van toepassing op bestuursorganen als bedoeld inen op bestuursorganen van openbare lichamen van beroep en bedrijf die zijn ingesteld op grond van. 4 Dit hoofdstuk is niet van toepassing indien het economische activiteiten van een bestuursorgaan betreft ten aanzien waarvan een maatregel is getroffen die naar het oordeel van het bestuursorgaan kan worden aangemerkt als een steunmaatregel die voldoet aan de criteria van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag. 5 artikel 25j Dit hoofdstuk is niet van toepassing op economische activiteiten en op een bevoordeling als bedoeld in, welke plaatsvinden respectievelijk plaatsvindt in het algemeen belang. 6 artikel 1, onderdeel a, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen De vaststelling of economische activiteiten of een bevoordeling plaatsvinden respectievelijk plaatsvindt in het algemeen belang geschiedt voor provincies, gemeenten en waterschappen door provinciale staten, de gemeenteraad respectievelijk het algemeen bestuur en voor het Rijk en voor zelfstandige bestuursorganen als bedoeld indoor de minister die het aangaat. 2022 116 21-03-2022 23-02-2022 35946 2022 117 22-03-2022 11-03-2022 01-08-2022 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 25i — Artikel 25i#
Artikel 25i 1 Een bestuursorgaan dat economische activiteiten verricht, brengt de afnemers van een product of dienst ten minste de integrale kosten van dat product of die dienst in rekening. 2 Het eerste lid is niet van toepassing: a. artikel 25a, onder c, respectievelijk b indien de economische activiteiten strekken ter uitoefening van een bijzonder of uitsluitend recht in de zin van, en reeds voorschriften gelden omtrent de voor de desbetreffende activiteiten in rekening te brengen prijzen; b. indien de economische activiteiten inhouden het verstrekken van gegevens die het bestuursorgaan heeft verkregen in het kader van de uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheden of het verstrekken van gegevensbestanden die uit de genoemde gegevens zijn samengesteld; c. Wet sociale werkvoorziening artikel 5 van die wet op economische activiteiten die worden verricht door een onderneming die belast is met de uitvoering van de, voor zover op deze activiteitenvan toepassing is. 3 Bij de vaststelling van de integrale kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de financiering met vreemd vermogen en met eigen vermogen voor zover dat redelijkerwijs aan de economische activiteiten kan worden toegerekend, een bedrag in aanmerking genomen dat niet lager is dan de lasten die in het normale handelsverkeer gebruikelijk zijn voor de financiering van ondernemingen. 4 Op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt toont een bestuursorgaan aan dat het heeft voldaan aan de in het eerste lid bedoelde verplichting. 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013
Artikel 25j — Artikel 25j#
Artikel 25j 1 artikel 25g, eerste lid Een bestuursorgaan bevoordeelt niet een overheidsbedrijf, waarbij hij in de zin van, is betrokken, boven andere ondernemingen waarmee dat overheidsbedrijf in concurrentie treedt en kent evenmin een dergelijk overheidsbedrijf anderszins voordelen toe die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is. 2 Als bevoordeling als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval ook aangemerkt: a. het toestaan van het gebruik door het overheidsbedrijf van de naam en het beeldmerk van de publiekrechtelijke rechtspersoon van het bestuursorgaan op een wijze waardoor verwarring bij het publiek is te duchten over de herkomst van goederen en diensten; b. het leveren van goederen aan, het verrichten van diensten voor en het ter beschikking stellen van middelen aan het overheidsbedrijf tegen een vergoeding die lager is dan de integrale kosten. 3 Het eerste lid is niet van toepassing: a. artikel 25a, onder c, respectievelijk b indien de bevoordeling verband houdt met economische activiteiten ter uitoefening van een bijzonder of uitsluitend recht in de zin van, en reeds voorschriften gelden omtrent de voor de desbetreffende activiteiten in rekening te brengen prijzen; b. indien naar het oordeel van het bestuursorgaan de bevoordeling kan worden aangemerkt als een steunmaatregel die voldoet aan de criteria van artikel 87, eerste lid, van het Verdrag; c. Wet sociale werkvoorziening artikel 5 van die wet op economische activiteiten die worden verricht door een onderneming die belast is met de uitvoering van de, voor zover op deze activiteitenvan toepassing is. 2011 162 08-04-2011 24-03-2011 31354 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2012 254 14-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Artikel II, tweede lid, van Stb. 2011/162 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25k — Artikel 25k#
Artikel 25k Een bestuursorgaan gebruikt gegevens die hij heeft verkregen in het kader van de uitvoering van zijn publiekrechtelijke bevoegdheden alleen voor economische activiteiten die niet dienen ter uitvoering van de publiekrechtelijke bevoegdheden, indien deze gegevens ook aan derden beschikbaar kunnen worden gesteld. 2011 162 08-04-2011 24-03-2011 31354 2012 254 14-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Artikel II, derde lid, van Stb. 2011/162 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25l — Artikel 25l#
Artikel 25l Indien een bestuursorgaan een publiekrechtelijke bevoegdheid uitoefent ten aanzien van economische activiteiten die door hetzelfde of een ander bestuursorgaan van de desbetreffende publiekrechtelijke rechtspersoon worden verricht, wordt voorkomen dat dezelfde personen betrokken kunnen zijn bij zowel de uitoefening van de bevoegdheid als bij het verrichten van de economische activiteiten. 2011 162 08-04-2011 24-03-2011 31354 2012 254 14-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Artikel II, vierde lid, van Stb. 2011/162 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25m — Artikel 25m#
Artikel 25m 1 artikelen 25i 25j Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld inzake de toepassing van deen. 2 artikel 25i, eerste lid De in het eerste lid bedoelde nadere regels hebben in elk geval betrekking op de kosten die bij de in, bedoelde kostendoorberekening in aanmerking worden genomen en op beginselen voor de toerekening van indirecte kosten. 3 De nadere regels op grond van het eerste lid worden gesteld na overleg met: a. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor zover de regels betrekking hebben op gemeenten of provincies, en b. de Minister van Infrastructuur en Milieu voor zover de regels betrekking hebben op waterschappen. 2011 162 08-04-2011 24-03-2011 31354 2012 254 14-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 2012 19 26-01-2012 22-12-2011 32871 2012 254 14-06-2012 06-06-2012 01-07-2012 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. De wijziging is in werking getreden op 8 februari 2012 (Stb. 2012/31).
Artikel 25ma — Artikel 25ma#
Artikel 25ma Hoofdstuk 3 van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt § 2 artikelen 12j 12k 12l 12m, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid 12o 12v van dat hoofdstuk is van toepassing op de handhaving van de bepalingen in dit hoofdstuk, met uitzondering van. en de,,,,en. 2016 22 14-01-2016 23-12-2015 34190 2016 123 31-03-2016 23-03-2016 01-07-2016 Artikel XIV van Stb. 2016/22 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder zeggenschap verstaan de mogelijkheid om op grond van feitelijke of juridische omstandigheden een beslissende invloed uit te oefenen op de activiteiten van een onderneming. 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 1997 540 25-11-1997 14-11-1997 01-01-1998
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Onder een concentratie wordt verstaan: a. het fuseren van twee of meer voorheen van elkaar onafhankelijke ondernemingen; b. het direct of indirect verkrijgen van zeggenschap over één of meer ondernemingen of delen daarvan door middel van de verwerving van participaties in het kapitaal of van vermogensbestanddelen, uit hoofde van een overeenkomst of op enige andere wijze, door: 1°. één of meer natuurlijke personen of rechtspersonen die reeds zeggenschap over ten minste één andere onderneming hebben; of 2°. één of meer andere ondernemingen. 2 De totstandbrenging van een gemeenschappelijke onderneming die duurzaam alle functies van een zelfstandige economische eenheid vervult, is een concentratie in de zin van het eerste lid, onder b. 2022 159 26-04-2022 06-04-2022 35770 2022 354 13-09-2022 22-08-2022 01-01-2023
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 27 In afwijking vanwordt niet als concentratie beschouwd: a. artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht het door banken, financiële instellingen of verzekeraars als bedoeld in, tot wier normale werkzaamheden de verhandeling van effecten voor eigen rekening of voor rekening van derden behoort, tijdelijk houden van deelnemingen die zij in een onderneming hebben verworven ten einde deze deelnemingen weer te verkopen, mits zij de aan deze deelnemingen verbonden stemrechten niet uitoefenen om het marktgedrag van deze onderneming te bepalen, of zij deze stemrechten slechts uitoefenen om de verkoop van deze deelnemingen voor te bereiden, en deze verkoop plaatsvindt binnen een jaar na de verwerving; b. het verkrijgen van zeggenschap door: 1°. vervallen; 2°. vervallen; 3°. artikel 1:76, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht personen als bedoeld in; 4°. artikel 3:162d van de Wet op het financieel toezicht bewindvoerders als bedoeld in; 5°. artikel 3:175, negende lid, van de Wet op het financieel toezicht personen als bedoeld in; c. artikel 27, eerste lid, onder b het verwerven van participaties in het kapitaal als bedoeld in, met inbegrip van participaties in een gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in artikel 27, tweede lid, door participatiemaatschappijen mits de aan de deelname verbonden stemrechten slechts worden uitgeoefend om de volle waarde van deze beleggingen veilig te stellen. 2 De in het eerste lid, onder a, genoemde termijn kan op verzoek door de Autoriteit Consument en Markt worden verlengd wanneer de desbetreffende instellingen of verzekeraars aantonen dat de verkoop binnen de gestelde termijn redelijkerwijs niet mogelijk was. 2022 159 26-04-2022 06-04-2022 35770 2022 354 13-09-2022 22-08-2022 01-01-2023
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op concentraties waarbij de gezamenlijke omzet van de betrokken ondernemingen in het voorafgaande kalenderjaar meer bedroeg dan € 150.000.000, waarvan door ten minste twee van de betrokken ondernemingen ieder ten minste € 30 000 000 in Nederland is behaald. 2 De in het eerste lid genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden verhoogd. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de in het eerste lid bedoelde bedragen voor een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen categorie van ondernemingen voor een periode van ten hoogste vijf jaar worden verlaagd. Deze periode kan telkens bij algemene maatregel van bestuur worden verlengd. 4 Pensioenwet In afwijking van het eerste lid zijn voor pensioenfondsen in de zin van dede bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op concentraties waarbij de gezamenlijke waarde van de bruto geboekte premies van de betrokken ondernemingen in het voorafgaande kalenderjaar meer bedroeg dan € 500.000.000 en daarvan door ten minste twee van de betrokken ondernemingen ieder ten minste € 100.000.000 is ontvangen van Nederlandse ingezetenen. 2016 22 14-01-2016 23-12-2015 34190 2016 123 31-03-2016 23-03-2016 01-07-2016 Artikel XIV van Stb. 2016/22 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 29, eerste lid artikel 377, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De berekening van de omzet, bedoeld in, geschiedt op de voet van het bepaalde invoor de netto-omzet. 2 artikel 29, eerste lid Wanneer de concentratie tot stand wordt gebracht door middel van de verwerving van de zeggenschap over delen van een of meer ondernemingen, welke delen al dan niet eigen rechtspersoonlijkheid bezitten, wordt bij de berekening van de omzet, bedoeld in, ten aanzien van de vervreemder of de vervreemders uitsluitend rekening gehouden met de omzet van de te vervreemden delen die voorwerp zijn van de transactie. Twee of meer verwervingen als bedoeld in de eerste volzin die binnen een periode van twee jaar plaatsvinden tussen dezelfde personen of ondernemingen, worden beschouwd als één concentratie die tot stand gebracht wordt op de dag van de laatste transactie. 3 artikel 29, eerste lid Onverminderd het bepaalde in het tweede lid worden voor de berekening van de omzet van een betrokken onderneming als bedoeld in, de omzetten van de volgende ondernemingen opgeteld: a. de betrokken onderneming; b. de ondernemingen waarin de betrokken onderneming rechtstreeks of middellijk: 1°. meer dan de helft van het kapitaal of de bedrijfsactiva bezit, dan wel 2°. de bevoegdheid heeft meer dan de helft van de stemrechten uit te oefenen, dan wel 3°. de bevoegdheid heeft meer dan de helft van de leden van de raad van toezicht of van bestuur, of van de krachtens de wet tot vertegenwoordiging bevoegde organen te benoemen, dan wel 4°. het recht heeft de onderneming te leiden; c. ondernemingen die in een betrokken onderneming over de in onderdeel b genoemde rechten of bevoegdheden beschikken; d. ondernemingen waarin een in onderdeel c bedoelde onderneming over de in onderdeel b genoemde rechten of bevoegdheden beschikt; e. ondernemingen waarbij ten minste twee ondernemingen als bedoeld in de onderdelen a tot en met d gezamenlijk over de in onderdeel b genoemde rechten of bevoegdheden beschikken. 4 artikel 29, eerste lid Indien bij de concentratie betrokken ondernemingen gezamenlijk beschikken over de in het derde lid, onderdeel b, genoemde rechten of bevoegdheden, wordt voor de berekening van de omzet van de betrokken ondernemingen als bedoeld in: a. geen rekening gehouden met de omzet, die het resultaat is van de verkoop van produkten en het leveren van diensten tussen de gemeenschappelijke onderneming en elk van de betrokken ondernemingen of van enige andere met de betrokken onderneming verbonden onderneming als bedoeld in het derde lid, onderdelen b tot en met e; b. rekening gehouden met de omzet die het resultaat is van de verkoop van produkten en het verlenen van diensten tussen de gemeenschappelijke onderneming en derde ondernemingen. Deze omzet wordt aan de ondernemingen toegerekend in verhouding tot hun deelnemingen in de gemeenschappelijke onderneming. 5 artikel 29, eerste lid Voor de berekening van de gezamenlijke omzet van de betrokken ondernemingen, bedoeld in, worden transacties tussen de in het derde lid bedoelde ondernemingen buiten beschouwing gelaten. 2022 159 26-04-2022 06-04-2022 35770 2022 354 13-09-2022 22-08-2022 01-01-2023
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 29, eerste lid artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht artikel 417 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Voor de toepassing van, wordt ten aanzien van banken en financiële instellingen als bedoeld inde omzet vervangen door de som van de volgende, overeenkomstig de regels op grond van, op de winst- en verliesrekening over het voorafgaande boekjaar opgenomen baten: na aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde en andere rechtstreeks met de betrokken baten samenhangende belastingen. a. rentebaten en soortgelijke baten; b. opbrengsten uit waardepapieren; c. ontvangen provisie; d. resultaat uit financiële transacties; e. overige bedrijfsopbrengsten; 2 Wet op het financieel toezicht artikel 29, eerste lid Voor verzekeraars in de zin van deen premiepensioeninstellingen in de zin van de Wet op het financieel toezicht wordt voor de toepassing van, de omzet vervangen door de waarde van de bruto geboekte premies. De in artikel 29, eerste lid, omschreven omzet behaald in Nederland dient berekend te worden op basis van de bruto geboekte premies die zijn ontvangen van Nederlandse ingezetenen. 2016 22 14-01-2016 23-12-2015 34190 2016 123 31-03-2016 23-03-2016 01-07-2016 Artikel XIV van Stb. 2016/22 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 01-01-2000
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2004 345 20-07-2004 30-06-2004 29276 2004 346 20-07-2004 06-07-2004 01-08-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Het is verboden een concentratie tot stand te brengen voordat het voornemen daartoe aan de Autoriteit Consument en Markt is gemeld en vervolgens vier weken zijn verstreken. 2 artikel 49a, eerste lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg Geen melding kan worden gedaan indien een goedkeuring voor een concentratie als bedoeld in, dan wel een ontheffing als bedoeld in artikel 49d van die wet, ontbreekt. 2013 522 12-12-2013 27-11-2013 33253 2013 592 24-12-2013 17-12-2013 01-01-2014
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Artikel 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht Bij een melding worden de bij ministeriële regeling aangewezen gegevens verstrekt.is van overeenkomstige toepassing. 2 Indien niet is voldaan aan het eerste lid of indien de verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van een melding, kan de Autoriteit Consument en Markt van de bij de concentratie betrokken partijen, aanvulling van de melding verlangen. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Staatscourant Van een ontvangen melding wordt door de Autoriteit Consument en Markt zo spoedig mogelijk mededeling gedaan in de. 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 De Autoriteit Consument en Markt deelt binnen vier weken na het ontvangen van een melding mede of voor het tot stand brengen van de concentratie, waarop die melding betrekking heeft, een vergunning is vereist. 2 De Autoriteit Consument en Markt kan bepalen dat een vergunning is vereist voor een concentratie waarvan zij reden heeft om aan te nemen dat die de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze zou kunnen belemmeren, met name als het resultaat van het in het leven roepen of het versterken van een economische machtspositie. 3 artikel 27, tweede lid artikel 6, eerste en derde lid Indien de melding betrekking heeft op een concentratie als bedoeld in, waarmee de coördinatie van het concurrentiegedrag van de totstandbrengende ondernemingen wordt beoogd of totstandgebracht, betrekt de Autoriteit Consument en Markt bij haar besluit of een vergunning is vereist, tevens de criteria van. 4 De mededeling dat voor het totstandbrengen van de concentratie geen vergunning is vereist, kan onder voorwaarden worden gedaan, indien uit de terzake van de melding verstrekte gegevens en voorstellen zonder meer blijkt dat de in het tweede en derde lid bedoelde gevolgen kunnen worden vermeden indien aan die voorwaarden is voldaan. Voldoen partijen niet of niet tijdig aan de voorwaarden, dan is alsnog een vergunning vereist. 5 Algemene termijnenwet Indien niet binnen vier weken toepassing is gegeven aan het eerste lid is voor de concentratie geen vergunning vereist. De in de vorige volzin bedoelde termijn vangt aan met ingang van de eerstvolgende dag na ontvangst van de melding die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is in de zin van de. 6 Artikel 34, eerste lid , is niet van toepassing op het tot stand brengen van een concentratie na een mededeling dat voor die concentratie geen vergunning is vereist. 7 Van een mededeling van de Autoriteit Consument en Markt als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2022 159 26-04-2022 06-04-2022 35770 2022 354 13-09-2022 22-08-2022 01-01-2023
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 35, eerste lid artikelen 34, eerste lid 37, eerste en vijfde lid Indien niet is voldaan aan, en de Autoriteit Consument en Markt binnen vijf werkdagen na de dag van ontvangst van de melding, degene die de melding heeft gedaan, heeft verzocht om toezending van de ontbrekende gegevens of documenten, vangt de in de, en, bedoelde termijn van vier weken aan op de dag waarop die gegevens of documenten alsnog zijn verstrekt. 2 artikelen 34, eerste lid 37, eerste en vijfde lid artikel 35, tweede lid Onverminderd het eerste lid, wordt de in de, en, bedoelde termijn van vier weken opgeschort met ingang van de dag waarop de Autoriteit Consument en Markt op grond van, aanvulling van de melding verlangt tot de dag waarop de aanvulling door elk van de partijen van wie aanvulling is gevraagd, is gegeven. 3 De termijn kan voorts naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van elk van degenen die de melding doen door de Autoriteit Consument en Markt eenmalig worden opgeschort indien dat naar haar oordeel in het belang van de behandeling van de melding is. 4 Een melding geldt als niet gedaan indien de in het tweede lid bedoelde aanvulling van gegevens niet heeft plaatsgevonden binnen zes maanden na de datum waarop het laatste verzoek tot aanvulling is gedaan en de termijn niet ingevolge het derde lid is opgeschort. 2013 522 12-12-2013 27-11-2013 33253 2013 592 24-12-2013 17-12-2013 01-01-2014
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Artikel 34, eerste lid , is niet van toepassing in geval van een openbaar overnamebod of een reeks van transacties met effecten, gericht op het van meerdere verkopers verkrijgen van een deelname in het kapitaal van een onderneming, mits de concentratie onverwijld aan de Autoriteit Consument en Markt wordt gemeld, en de verkrijger de aan de deelname in het kapitaal verbonden stemrechten niet uitoefent. 2 artikel 37, eerste lid artikel 41, eerste lid Indien de Autoriteit Consument en Markt ter zake van een melding als bedoeld in het eerste lid mededeelt dat op grond van, een vergunning is vereist, is, niet van toepassing, maar dient de concentratie: a. indien niet binnen vier weken na die mededeling een vergunning is aangevraagd, dan wel de aanvraag om een vergunning wordt ingetrokken of de vergunning wordt geweigerd, binnen dertien weken ongedaan te worden gemaakt; b. indien de vergunning onder beperkingen wordt verleend of daaraan voorschriften worden verbonden, binnen dertien weken na de verlening daarmee in overeenstemming te worden gebracht. 3 De Autoriteit Consument en Markt kan, op verzoek van degene die een melding heeft gedaan als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat, in afwijking van het eerste lid, de in dat lid bedoelde stemrechten mogen worden uitgeoefend om de volle waarde van diens belegging te handhaven. 2022 159 26-04-2022 06-04-2022 35770 2022 354 13-09-2022 22-08-2022 01-01-2023
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 34, eerste lid De Autoriteit Consument en Markt kan om gewichtige redenen op verzoek van degene die een melding heeft gedaan, ontheffing verlenen van het in, gestelde verbod. 2 Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend; aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 3 artikel 37, eerste lid Indien de Autoriteit Consument en Markt na het verlenen van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid ter zake van de betrokken melding mededeelt dat op grond van, een vergunning is vereist, en de concentratie tot stand is gebracht voor de mededeling daarvan, dient de concentratie: a. indien niet binnen vier weken na die mededeling een vergunning is aangevraagd, dan wel de aanvraag om een vergunning wordt ingetrokken of de vergunning wordt geweigerd, binnen dertien weken ongedaan te worden gemaakt; b. indien de vergunning onder beperkingen wordt verleend of daaraan voorschriften worden verbonden, binnen dertien weken na de verlening daarmee in overeenstemming te worden gebracht. 2013 522 12-12-2013 27-11-2013 33253 2013 592 24-12-2013 17-12-2013 01-01-2014
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 37 Het is verboden zonder vergunning een concentratie tot stand te brengen waarvoor ingevolgeeen vergunning is vereist. 2 Artikel 37, derde lid artikel 27, tweede lid Een vergunning wordt geweigerd indien als gevolg van de voorgenomen concentratie de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze zou worden belemmerd, met name als het resultaat van het in het leven roepen of het versterken van een economische machtspositie., is van overeenkomstige toepassing indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een concentratie als bedoeld in, waarmee de coördinatie van het concurrentiegedrag van de totstandbrengende ondernemingen wordt beoogd of totstandgebracht. 3 Indien ten minste een van de bij een concentratie betrokken ondernemingen bij wettelijk voorschrift of door een bestuursorgaan is belast met het beheer van diensten van algemeen economisch belang, kan een vergunning slechts worden geweigerd indien de weigering van die vergunning de vervulling van de hun toevertrouwde taak niet verhindert. 4 Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend; aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. 2007 284 16-08-2007 28-06-2007 30071 2007 291 28-08-2007 21-07-2007 01-10-2007
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Een aanvraag om vergunning wordt ingediend bij de Autoriteit Consument en Markt. 2 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke gegevens bij een aanvraag dienen te worden verstrekt. 3 Staatscourant Van een ontvangen aanvraag wordt door de Autoriteit Consument en Markt zo spoedig mogelijk mededeling gedaan in de. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 De Autoriteit Consument en Markt geeft haar beschikking op de aanvraag binnen dertien weken na ontvangst van die aanvraag. Het niet binnen dertien weken geven van een beschikking wordt gelijkgesteld met het verlenen van een vergunning. 2 Indien een aanvraag is ingediend voordat blijkens een mededeling van de Autoriteit Consument en Markt voor de desbetreffende concentratie een vergunning is vereist, wordt deze niet in behandeling genomen alvorens die mededeling is bekendgemaakt. De in het eerste lid genoemde termijn vangt aan op het moment van die bekendmaking. 3 Staatscourant Van de beschikking wordt mededeling gedaan in de. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 De Autoriteit Consument en Markt kan een vergunning intrekken indien de verstrekte gegevens zodanig onjuist waren dat op de aanvraag anders zou zijn beslist als de juiste gegevens wel bekend zouden zijn geweest. 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 41, eerste lid De Autoriteit Consument en Markt kan om gewichtige redenen op verzoek van degene die een vergunning heeft aangevraagd, ontheffing verlenen van het in, gestelde verbod tot op die aanvraag onherroepelijk is beslist. 2 Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend; aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 3 Indien nadat een ontheffing is verleend als bedoeld in het eerste lid de aanvraag om een vergunning wordt ingetrokken of de vergunning wordt geweigerd, dient de concentratie, voor zover deze dan reeds is tot stand gebracht, binnen dertien weken ongedaan te worden gemaakt. 4 Indien de vergunning onder beperkingen wordt verleend of daaraan voorschriften worden verbonden, dient de concentratie, voor zover deze dan reeds is tot stand gebracht, binnen dertien weken daarmee in overeenstemming te worden gebracht. 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 Onze Minister kan, nadat de Autoriteit Consument en Markt een vergunning voor het tot stand brengen van een concentratie heeft geweigerd, op een daartoe strekkende aanvraag besluiten die vergunning te verlenen indien naar zijn oordeel gewichtige redenen van algemeen belang die zwaarder wegen dan de te verwachten belemmering van de mededinging, daartoe nopen. 2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid kan worden gedaan tot vier weken nadat de beschikking van de Autoriteit Consument en Markt om een vergunning te weigeren onherroepelijk is geworden. 3 Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid is gedaan wordt de behandeling van beroepschriften inzake de beschikking van de Autoriteit Consument en Markt opgeschort, totdat op die aanvraag onherroepelijk is beslist. 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke gegevens bij een tot Onze Minister gerichte aanvraag om een vergunning dienen te worden verstrekt. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 Onze Minister geeft zijn beschikking op een aanvraag, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, binnen twaalf weken na ontvangst van die aanvraag. 2 Artikel 44, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 49a — Artikel 49a#
Artikel 49a Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 49b — Artikel 49b#
Artikel 49b Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 49c — Artikel 49c#
Artikel 49c Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 49d — Artikel 49d#
Artikel 49d Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 49e — Artikel 49e#
Artikel 49e 1 Gegevens als bedoeld in artikel 31, vierde lid, van richtlijn (EU) 2019/1 worden door een partij uitsluitend gebruikt wanneer dat noodzakelijk is om haar rechten van verdediging uit te oefenen in een procedure bij een rechterlijke instantie die rechtstreeks verband houdt met de zaak waarvoor toegang is verleend en enkel wanneer die procedure betrekking heeft op de verdeling van een hoofdelijk opgelegde geldboete tussen deelnemers van het kartel of de vaststelling door de Autoriteit Consument en Markt van een overtreding van de artikelen 6, eerste lid of 24, eerste lid, dan wel de artikelen 101 of 102 van het Verdrag. 2 Gegevens als bedoeld in artikel 31, vijfde lid, van richtlijn (EU) 2019/1 die in het kader van een onderzoek of procedure met het oog op de vaststelling van een overtreding van de artikelen 6, eerste lid, of 24 eerste lid, dan wel de artikelen 101 of 102 van het Verdrag door een partij zijn verkregen, worden door die partij niet gebruikt in een procedure bij een rechterlijke instantie tot het moment waarop de Autoriteit Consument en Markt of een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie haar onderzoek of procedure met betrekking tot de overtreding afsluit door een besluit als bedoeld in de artikelen 10 of 12 van richtlijn (EU) 2019/1 te nemen of oordeelt dat er geen redenen zijn om verder op te treden. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht De inbedoelde ambtenaren zijn bevoegd een woning zonder toestemming van de bewoner te doorzoeken, voor zover dat voor de uitoefening van de inbedoelde bevoegdheden redelijkerwijs noodzakelijk is. 2 Zo nodig oefenen zij de bevoegdheid tot doorzoeken uit met behulp van de sterke arm. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 50, eerste lid Voor het doorzoeken, bedoeld in, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken bij de rechtbank Rotterdam. De machtiging kan bij wijze van voorzorgsmaatregel worden gevraagd. De machtiging wordt zo mogelijk getoond. 2 Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. 3 Tegen de beslissing van de rechter-commissaris staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de Autoriteit Consument en Markt binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank Rotterdam. 4 Het doorzoeken vindt plaats onder toezicht van de rechter-commissaris. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 51, eerste lid Een machtiging als bedoeld in, is met redenen omkleed en ondertekend en vermeldt: a. de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven; b. de naam of het nummer en de hoedanigheid van degene aan wie de machtiging is gegeven; c. de wettelijke bepaling waarop de doorzoeking berust en het doel waartoe wordt doorzocht; d. de dagtekening. 2 Indien het doorzoeken dermate spoedeisend is dat de machtiging niet tevoren op schrift kan worden gesteld, zorgt de rechter-commissaris zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling. 3 De machtiging blijft ten hoogste van kracht tot en met de derde dag na die waarop zij is gegeven. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 artikel 50, eerste lid De ambtenaar die een doorzoeking als bedoeld in, heeft verricht, maakt op zijn ambtseed of -belofte een schriftelijk verslag op omtrent de doorzoeking. 2 In het verslag vermeldt hij: a. zijn naam of nummer en zijn hoedanigheid; b. de dagtekening van de machtiging en de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven; c. de wettelijke bepaling waarop de doorzoeking berust; d. de plaats waar is doorzocht en de naam van degene bij wie de doorzoeking is verricht; e. het tijdstip waarop de doorzoeking is begonnen en is beëindigd; f. hetgeen tijdens het doorzoeken is verricht en overigens is voorgevallen; g. de namen of nummers en de hoedanigheid van de overige personen die aan de doorzoeking hebben deelgenomen. 3 Het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop de doorzoeking is beëindigd, toegezonden aan de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven. 4 Een afschrift van het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop de doorzoeking is beëindigd, aan degene bij wie de doorzoeking is verricht, uitgereikt of toegezonden. Indien het doel waartoe is doorzocht daartoe noodzaakt, kan deze uitreiking of toezending worden uitgesteld. Uitreiking of toezending geschiedt in dat geval, zodra het belang van dit doel het toestaat. Indien het niet mogelijk is het afschrift uit te reiken of toe te zenden, houdt de rechter-commissaris of de ambtenaar die de doorzoeking heeft verricht, het afschrift gedurende zes maanden beschikbaar voor degene bij wie de doorzoeking is verricht. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 53a — Artikel 53a#
Artikel 53a Artikel 51 tot en met 53 zijn van overeenkomstige toepassing op inspecties van ruimten, terreinen of vervoermiddelen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van richtlijn (EU) 2019/1, niet zijnde woningen. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 artikel 6, eerste lid artikel 24, eerste lid Ingeval van overtreding van, of van, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder: a. een besluit nemen tot vaststelling van die overtreding; b. een bestuurlijke boete opleggen; c. een last onder dwangsom opleggen. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken en actief zijn op de markt die de gevolgen van de inbreuk door de vereniging ondervindt. 2 Indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan bedraagt de aansprakelijkheid van iedere onderneming die deel uitmaakt van de vereniging voor de betaling van de boete niet meer dan de overeenkomstig het eerste lid ten hoogste aan een onderneming op te leggen boete. 3 artikel 6, eerste lid Ingeval van overtreding van, wordt voor de toepassing van het eerste lid het bedrag van de bestuurlijke boete die ten hoogste kan worden opgelegd, vermenigvuldigd met het aantal jaren dat de overtreding heeft geduurd met een maximum van vier jaar en een minimum van één jaar. 4 Voor de toepassing van het derde lid a. worden twaalf opvolgende maanden als jaar beschouwd, en b. wordt een deel van een jaar afgerond op hele kalendermaanden waarbij een hele kalendermaand telt als eentwaalfde jaar. 5 artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Het bedrag van de bestuurlijke boete die ingevolge het eerste en derde lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 58a — Artikel 58a#
Artikel 58a 1 De last onder dwangsom kan worden opgelegd in de vorm van een corrigerende structurele maatregel als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van richtlijn (EU) 2019/1, indien die maatregel evenredig is aan de gepleegde overtreding en noodzakelijk is om aan de overtreding daadwerkelijk een einde te maken. 2 Indien er ter correctie van een overtreding meerdere even effectieve corrigerende structurele of gedragsmaatregelen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van richtlijn (EU) 2019/1 zijn, wordt de maatregel opgelegd die voor de betrokken onderneming of ondernemersvereniging het minst belastend is. 3 Artikel 12r, tweede lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt is niet van toepassing. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 58b — Artikel 58b#
Artikel 58b 1 artikel 6, eerste lid 24, eerste lid In dringende gevallen waarin volgens een eerste onderzoek dat op een overtreding vanofwijst, de mededinging op ernstige en onherstelbare wijze dreigt te worden geschaad, kan de Autoriteit Consument en Markt aan een onderneming of ondernemersvereniging een zelfstandige last in de vorm van een voorlopige maatregel als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van richtlijn (EU) 2019/1, opleggen. 2 De zelfstandige last is evenredig en van toepassing: a. gedurende een bepaalde tijdspanne die kan worden verlengd voor zover dat noodzakelijk en passend is; of b. artikel 6, eerste lid 24, eerste lid tot het moment dat bij besluit is vastgesteld of er een overtreding is vanof. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 58c — Artikel 58c#
Artikel 58c artikel 6, eerste lid Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete of het verminderen van een bestuurlijke boete bij overtreding van. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 59a — Artikel 59a#
Artikel 59a Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikel 5:51, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De termijn, genoemd inkan worden opgeschort met dertig dagen. 2 Van de opschorting wordt mededeling gedaan aan de overtreder. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014 Artikel 44c van de Instellingswet Autoriteit en Markt bevat
overgangsrecht m.b.t deze wijziging.
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014 Artikel 44f van de Instellingswet Autoriteit en Markt bevat
overgangsrecht m.b.t deze wijziging.
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht De vervaltermijn, bedoeld inwordt telkens gestuit door een handeling van de Autoriteit Consument en Markt ter verrichting van een onderzoek of procedure met betrekking tot de overtreding, alsmede door een dergelijke handeling van de Europese Commissie of van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie met betrekking tot een overtreding van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag. 2 artikel 51, tweede lid, onder 2° van het Wetboek van Strafrecht De stuiting van de vervaltermijn gaat in op de dag waarop tenminste één onderneming of ondernemersvereniging die aan de overtreding heeft deelgenomen, dan wel één van degenen, bedoeld in, van de handeling schriftelijk in kennis wordt gesteld. 3 artikelen 56 58a 58b artikelen 12h 12j van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt verordening 1/2003 De stuiting van de vervaltermijn eindigt op de dag waarop de betrokken mededingingsautoriteit haar onderzoek of procedure met betrekking tot de overtreding afsluit door een besluit als bedoeld in de,of, deof, de artikelen 10, 12 of 13 van richtlijn (EU) 2019/1 of de artikelen 7, 9 of 10 van, te nemen of oordeelt dat er geen redenen zijn om verder op te treden. 4 Op het moment van stuiting vangt de vervaltermijn opnieuw aan. 5 artikel 5:45, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid vervalt uiterlijk tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden, verlengd met de periode waarin de vervaltermijn ingevolgewordt opgeschort. 6 artikel 12r, derde lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de vervaltermijn, bedoeld in. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 68a — Artikel 68a#
Artikel 68a Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 70a — Artikel 70a#
Artikel 70a 1 artikel 25b, eerste of tweede lid artikel 25e, eerste volzin De Autoriteit Consument en Markt kan ingeval van overtreding van, of van, de overtreder: a. een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken; b. een last onder dwangsom opleggen. 2 artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. 2016 22 14-01-2016 23-12-2015 34190 2016 123 31-03-2016 23-03-2016 01-07-2016 Artikel XIV van Stb. 2016/22 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 70b — Artikel 70b#
Artikel 70b Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 70c — Artikel 70c#
Artikel 70c 1 artikel 25i, eerste lid 25j, eerste lid artikel 25k artikel 25l De Autoriteit Consument en Markt kan ingeval van overtreding van,,of: a. verklaren dat zij de overtreding heeft vastgesteld, of b. de overtreder een last onder dwangsom opleggen. 2 Van de beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 artikel 40, tweede lid artikel 46, tweede lid Indien op grond van, of van, aan een ontheffing als in het desbetreffende artikel bedoeld verbonden voorschriften niet worden nageleefd, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken. 2 artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. 2016 22 14-01-2016 23-12-2015 34190 2016 123 31-03-2016 23-03-2016 01-07-2016 Artikel XIV van Stb. 2016/22 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 artikel 34, eerste lid artikel 41, eerste lid De Autoriteit Consument en Markt kan degene die onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt bij een melding van een concentratie op grond van, of bij een aanvraag om een vergunning voor het tot stand brengen van een concentratie als bedoeld in, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken. 2 artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. 2016 22 14-01-2016 23-12-2015 34190 2016 123 31-03-2016 23-03-2016 01-07-2016 Artikel XIV van Stb. 2016/22 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 De Autoriteit Consument en Markt kan ingeval van overtreding van: 1°. artikel 34, eerste lid , 2°. artikel 39, tweede lid, onder a of b , 3°. artikel 40, derde lid, onder a of b , 4°. artikel 41, eerste lid , 5°. artikel 46, derde of vierde lid , de overtreder, a. een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken; b. een last onder dwangsom opleggen. 2 artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. 2016 22 14-01-2016 23-12-2015 34190 2016 123 31-03-2016 23-03-2016 01-07-2016 Artikel XIV van Stb. 2016/22 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 artikel 37, vierde lid artikel 41 Indien op grond van, opgelegde voorwaarden niet worden nageleefd of op grond vanaan een vergunning verbonden voorschriften niet worden nageleefd, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder: a. een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken; b. een last onder dwangsom opleggen. 2 artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. 2016 22 14-01-2016 23-12-2015 34190 2016 123 31-03-2016 23-03-2016 01-07-2016 Artikel XIV van Stb. 2016/22 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 75a — Artikel 75a#
Artikel 75a Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 76a — Artikel 76a#
Artikel 76a Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 76b — Artikel 76b#
Artikel 76b artikel 49e, eerste of tweede lid De Autoriteit Consument en Markt kan ingeval van overtreding van, de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 77a — Artikel 77a#
Artikel 77a Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 1 artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht De vervaltermijn, bedoeld inwordt voor twee jaren gestuit door het instellen van een onderzoek met betrekking tot een overtreding. 2 artikel 51, tweede lid, onder 2° van het Wetboek van Strafrecht De stuiting van de vervaltermijn gaat in op de dag waarop tenminste één onderneming of ondernemersvereniging die aan de overtreding heeft deelgenomen, dan wel één van degenen, bedoeld in, van de handeling schriftelijk in kennis wordt gesteld. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 82a — Artikel 82a#
Artikel 82a Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 82b — Artikel 82b#
Artikel 82b Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 verordening 1/2003 verordening 139/2004 De Autoriteit Consument en Markt wordt aangemerkt als de mededingingsautoriteit voor Nederland in de zin vanen als bevoegde autoriteit in de zin vanen oefent de krachtens de verordeningen op grond van artikel 103 van het Verdrag bestaande bevoegdheid uit om de artikelen 101 en 102 van het Verdrag toe te passen, alsmede de krachtens artikel 104 van het Verdrag bestaande bevoegdheid om te beslissen over de toelaatbaarheid van mededingingsafspraken en over het misbruik maken van een machtspositie op de gemeenschappelijke markt. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 artikel 88 hoofdstukken 6 7 Ter zake van de uitoefening van de inbedoelde bevoegdheden zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 89a — Artikel 89a#
Artikel 89a 1 artikel 29, tweede lid verordening 1/2003 De Autoriteit Consument en Markt oefent de krachtens, vanbestaande bevoegdheid uit tot het buiten toepassing verklaren van een groepsvrijstelling. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van de beschikking isvan toepassing. 3 artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht Een beschikking op grond van het eerste lid treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar terinzagelegging overeenkomstig. 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013
Artikel 89b — Artikel 89b#
Artikel 89b 1 artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt Met het verlenen van bijstand bij een inspectie op grond van een mededingingsverordening door de Europese Commissie, zijn belast de krachtensaangewezen ambtenaren. 2 Artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 3 Bij verzet tegen een inspectie door de Europese Commissie, verlenen de aangewezen ambtenaren de nodige bijstand om de Europese Commissie in staat te stellen de inspectie te verrichten, zo nodig met behulp van de sterke arm. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 89c — Artikel 89c#
Artikel 89c 1 Voor het verlenen van de nodige bijstand indien een onderneming of ondernemersvereniging zich verzet tegen een inspectie op grond van een mededingingsverordening door de Europese Commissie is voor zover de inspectie een doorzoeking omvat, een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken bij de rechtbank Rotterdam. De machtiging wordt zo mogelijk getoond. 2 Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering De rechter-commissaris gaat bij de toetsing van het verzoek tot machtiging na of de voorgenomen dwangmaatregelen niet willekeurig zijn of onevenredig zijn in verhouding tot het voorwerp van de inspectie, zoals is bepaald in de mededingingsverordeningen en het gemeenschapsrecht.is van overeenkomstige toepassing. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. 3 Tegen de beslissing van de rechter-commissaris staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de Autoriteit Consument en Markt binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank Rotterdam. 4 De rechter-commissaris kan bij de inspectie aanwezig zijn. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 89d — Artikel 89d#
Artikel 89d 1 verordening 1/2003 Voor het uitvoeren van een inspectie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, vandoor de Europese Commissie in andere gebouwen, terreinen en vervoermiddelen dan die van ondernemingen en ondernemersverenigingen, waaronder de woningen van directeuren, bestuurders en andere personeelsleden, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken bij de rechtbank Rotterdam. De machtiging wordt zo mogelijk getoond. 2 Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering De rechter-commissaris toetst het verzoek tot machtiging overeenkomstig artikel 21, derde lid, van verordening 1/2003.is van overeenkomstige toepassing. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. 3 Tegen de beslissing van de rechter-commissaris staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de Autoriteit Consument en Markt binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank Rotterdam. 4 De rechter-commissaris kan bij de inspectie aanwezig zijn. 5 artikelen 2 3 8 van de Algemene wet op het binnentreden Voor zover het een inspectie in een woning betreft, geldt dit artikel in afwijking van de,en. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 89e — Artikel 89e#
Artikel 89e 1 artikel 89c, eerste lid artikel 89d, eerste lid Een machtiging als bedoeld in, of, is met redenen omkleed en ondertekend en vermeldt: a. de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven; b. de naam of het nummer en de hoedanigheid van degene aan wie de machtiging is gegeven; c. de beschikking waarbij de Europese Commissie de inspectie heeft gelast; d. de dagtekening. 2 Indien een inspectie dermate spoedeisend is dat de machtiging niet tevoren op schrift kan worden gesteld, zorgt de rechter-commissaris zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling. 3 De machtiging blijft ten hoogste van kracht tot en met de derde dag na die waarop zij is gegeven. 4 artikel 6 van de Algemene wet op het binnentreden Voor zover het een inspectie in een woning betreft, geldt dit artikel in afwijking van. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 89f — Artikel 89f#
Artikel 89f 1 De ambtenaar die bijstand heeft verleend bij een inspectie in een woning of bij een doorzoeking van een andere plaats dan een woning, maakt op zijn ambtseed of -belofte een schriftelijk verslag op omtrent de inspectie. 2 In het verslag vermeldt hij: a. zijn naam of nummer en zijn hoedanigheid; b. de dagtekening van de machtiging en de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven; c. de beschikking waarbij de Europese Commissie de inspectie heeft gelast; d. de plaats van de inspectie en de naam van degene bij wie de inspectie is verricht; e. de wijze van binnentreden en het tijdstip waarop de inspectie is begonnen en is beëindigd; f. hetgeen tijdens de inspectie is verricht en overigens is voorgevallen; g. de namen of nummers en de hoedanigheid van de overige personen die aan de inspectie hebben deelgenomen. 3 Het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop de inspectie is beëindigd, toegezonden aan de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven. 4 Een afschrift van het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop de inspectie is beëindigd, aan degene bij wie de inspectie is verricht, uitgereikt of toegezonden. Indien het doel van de inspectie daartoe noodzaakt, kan deze uitreiking of toezending worden uitgesteld. Uitreiking of toezending geschiedt in dat geval, zodra het belang van dit doel het toestaat. Indien het niet mogelijk is het afschrift uit te reiken of toe te zenden, houdt de rechter-commissaris of de ambtenaar die de bijstand heeft verleend, het afschrift gedurende zes maanden beschikbaar voor degene bij wie de inspectie is verricht. 5 artikelen 10 11 van de Algemene wet op het binnentreden Voor zover het een inspectie in een woning betreft, geldt dit artikel in afwijking van deen. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 89g — Artikel 89g#
Artikel 89g 1 artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt Met het verrichten van een inspectie op grond van een mededingingsverordening door de Autoriteit Consument en Markt op verzoek van de Europese Commissie of op verzoek van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, zijn belast de krachtensaangewezen ambtenaren. 2 hoofdstuk 3, paragraaf 1, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt hoofdstuk 6 De aangewezen ambtenaren beschikken voor het verrichten van de inspectie over de bevoegdheden die hun ingevolgeenzijn toegekend ter uitoefening van het toezicht op de naleving. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 89ga — Artikel 89ga#
Artikel 89ga 1 verordening 1/2003 artikelen 5:15 tot en met 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 12b tot en met 12d van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt artikel 50 Indien de Autoriteit Consument en Markt overeenkomstig artikel 22 vaneen inspectie of een verhoor namens en voor rekening van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie verricht, kunnen ambtenaren en andere door die mededingingsautoriteit daartoe aangewezen personen onder toezicht van de ambtenaren van de Autoriteit Consument en Markt de inspectie of het verhoor bijwonen en tijdens de inspectie of het verhoor bijstand verlenen aan de Autoriteit Consument en Markt wanneer zij de bevoegdheden, bedoeld in de, de, of, uitoefent. 2 artikelen 5:15 tot en met 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 12b tot en met 12d Instellingswet Autoriteit Consument en Markt artikel 50 De Autoriteit Consument en Markt kan namens en voor rekening van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie de bevoegdheden, bedoeld in de, de, ofuitoefenen om vast te stellen of gevolg is gegeven aan onderzoeksmaatregelen of besluiten als bedoeld in de artikelen 6 en 8 tot en met 12 van richtlijn (EU) 2019/1 van die mededingingsautoriteit. 3 verordening 1/2003 Artikel 12, tweede en derde lid, vanzijn van overeenkomstige toepassing indien de Autoriteit Consument en Markt met het oog op de toepassing van het tweede lid gegevens of inlichtingen verstrekt aan of ontvangt van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 89gb — Artikel 89gb#
Artikel 89gb Na een daartoe strekkend verzoek van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie stelt de Autoriteit Consument en Markt een adressaat in kennis van informatie als bedoeld in artikel 25, onderdelen a, b of c, van richtlijn (EU) 2019/1. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 89gc — Artikel 89gc#
Artikel 89gc 1 De Autoriteit Consument en Markt legt na een daartoe strekkend verzoek van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie een definitief besluit tot oplegging van een geldboete als bedoeld in artikel 13 van richtlijn (EU) 2019/1 of een besluit tot oplegging van een dwangsom als bedoeld in artikel 16 van richtlijn (EU) 2019/1 ten uitvoer, voor zover die mededingingsautoriteit na redelijke inspanningen op haar eigen grondgebied te hebben geleverd, heeft vastgesteld dat de onderneming of ondernemersvereniging jegens welke de geldboete of dwangsom invorderbaar is, in de lidstaat van die mededingingsautoriteit niet over voldoende activa beschikt om invordering van de geldboete of dwangsom mogelijk te maken. 2 In gevallen anders dan bedoeld in het eerste lid, kan de Autoriteit Consument en Markt na een daartoe strekkend verzoek van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie een definitief besluit tot oplegging van een geldboete als bedoeld in artikel 13 van richtlijn (EU) 2019/1 of een besluit tot oplegging van een dwangsom als bedoeld in artikel 16 van richtlijn (EU) 2019/1 ten uitvoer leggen. 3 Afdeling 4.4.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 4 De verjaringstermijn voor de tenuitvoerlegging van een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt bepaald overeenkomstig artikel 26, vierde lid, van richtlijn (EU) 2019/1. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 89gd — Artikel 89gd#
Artikel 89gd Een verzoek als bedoeld in de artikelen 25 of 26, eerste of tweede lid, van richtlijn (EU) 2019/1 voldoet aan en wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 27, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, van richtlijn (EU) 2019/1. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 89ge — Artikel 89ge#
Artikel 89ge 1 De Autoriteit Consument en Markt geeft uitvoering aan artikel 27, zevende lid en achtste lid, eerste, derde en vierde alinea, van richtlijn (EU) 2019/1. 2 De Autoriteit Consument en Markt geeft in afwijking van het eerste lid geen uitvoering aan artikel 27, achtste lid, eerste alinea, van richtlijn (EU) 2019/1, indien de baten naar verwachting niet opwegen tegen de kosten die de Autoriteit Consument en Markt maakt om de in artikel 27 bedoelde kosten te verhalen. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 89gf — Artikel 89gf#
Artikel 89gf De bevoegdheid inzake geschillen ten aanzien van de toepassing van de artikelen 25 of 26, eerste of tweede lid, van richtlijn (EU) 2019/1 en het recht dat op die geschillen van toepassing is, wordt bepaald overeenkomstig artikel 28 van richtlijn (EU) 2019/1. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 89gg — Artikel 89gg#
Artikel 89gg 1 verordening 1/2003 Indien de Autoriteit Consument en Markt, na toepassing te hebben gegeven aan artikel 11, derde lid, vanconcludeert dat er geen gronden zijn om een onderzoek of procedure met betrekking tot de overtreding voort te zetten, stelt zij de Europese Commissie hiervan in kennis. 2 artikel 56, aanhef en onderdeel b artikel 58b, eerste lid Indien de Autoriteit Consument en Markt een besluit neemt als bedoeld in, of, stelt zij het European Competition Network hiervan in kennis. 2021 9 14-01-2021 11-11-2020 35467 2021 74 17-02-2021 02-02-2021 18-02-2021
Artikel 89h — Artikel 89h#
Artikel 89h Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 89i — Artikel 89i#
Artikel 89i Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 89j — Artikel 89j#
Artikel 89j Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Vervallen 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Vervallen 2013 102 21-03-2013 28-02-2013 33186 2013 103 21-03-2013 13-03-2013 01-04-2013
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 1 Een consumentenorganisatie wordt geacht belanghebbende te zijn bij besluiten genomen op grond van deze wet. 2 artikel 3.11, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht De Autoriteit Consument en Markt kan bij toepassing vanin zaken waarbij een consumentenorganisatie als bedoeld in het eerste lid belanghebbende is, om gewichtige redenen onderscheid maken tussen de overtreder en genoemde consumentenorganisatie bij de beoordeling van de vraag of op de zaak betrekking hebbende stukken of gedeelten van stukken ter inzage worden gelegd. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 93a — Artikel 93a#
Artikel 93a Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 93b — Artikel 93b#
Artikel 93b Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Wijzigt de Wet op de economische delicten. 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 1997 540 25-11-1997 14-11-1997 01-01-1998
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 De Wet economische mededinging wordt ingetrokken. 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 1997 540 25-11-1997 14-11-1997 01-01-1998
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Wijzigt de Wet op de inkomstenbelasting 1964. 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 1997 540 25-11-1997 14-11-1997 01-01-1998 1997 735 29-12-1997 18-12-1997 25692 1997 735 29-12-1997 18-12-1997 25692 01-01-1998
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 Wijzigt de Wet vervoer over zee. 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 1997 540 25-11-1997 14-11-1997 01-01-1998
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie. 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 1997 430 02-10-1997 19-09-1997 03-10-1997
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 Wijzigt de Wet op de Raad van State. 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 1997 430 02-10-1997 19-09-1997 03-10-1997
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 1 verordening (EEG) nr. 4064/89 verordening 139/2004 artikel 88 Voor de toepassing vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG 1990, L 257) ingevolge artikel 26, tweede lid, van, isvan overeenkomstige toepassing. 2 verordening (EEG) nr. 4064/89 verordening 139/2004 artikel 89g artikelen 89b 89c 89e 89f Voor de toepassing van artikel 12, eerste lid, of artikel 13, vijfde en zesde lid, vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG 1990, L 257) ingevolge artikel 26, tweede lid, van, zijn onderscheidenlijkof de,,envan overeenkomstige toepassing. 2004 345 20-07-2004 30-06-2004 29276 2004 346 20-07-2004 06-07-2004 01-08-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 Vervallen 2004 345 20-07-2004 30-06-2004 29276 2004 346 20-07-2004 06-07-2004 01-08-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 Vervallen 2004 345 20-07-2004 30-06-2004 29276 2004 346 20-07-2004 06-07-2004 01-08-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 Vervallen 2004 345 20-07-2004 30-06-2004 29276 2004 346 20-07-2004 06-07-2004 01-08-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Vervallen 2007 284 16-08-2007 28-06-2007 30071 2007 291 28-08-2007 21-07-2007 01-10-2007
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 Vervallen 2007 284 16-08-2007 28-06-2007 30071 2007 291 28-08-2007 21-07-2007 01-10-2007
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 artikel 94 De straffen en maatregelen, gesteld op overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Wet economische mededinging, die een economisch delict opleveren en die zijn begaan voor het tijdstip waaropin werking treedt, blijven van toepassing. 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 1997 540 25-11-1997 14-11-1997 01-01-1998
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 1 De hoofdstukken van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende hoofdstukken of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 Vervallen. 3 Artikel 32 vervalt twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding. 2005 172 05-04-2005 09-12-2004 27639 2005 172 05-04-2005 09-12-2004 27639 01-07-2005
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 Wijzigt deze wet. 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 1997 540 25-11-1997 14-11-1997 01-01-1998
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 Wijzigt deze wet. 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 1997 540 25-11-1997 14-11-1997 01-01-1998
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 Deze wet wordt aangehaald als: Mededingingswet. 1997 242 24-06-1997 22-05-1997 24707 1997 540 25-11-1997 14-11-1997 01-01-1998