Wet van 23 maart 1995, houdende regeling van de organisatie belast met de inning van onderhoudsbijdragen voor kinderen en met de vaststelling en inning van ouderbijdragen voor jeugdhulpverlening
- BWB-id
- BWBR0007292
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007292
- ELI
- /eli/nl/wet/1997/wet-landelijk-bureau-inning-onderhoudsbijdragen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1997/wet-landelijk-bureau-inning-onderhoudsbijdragen/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007292&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007292&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007292/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1997/wet-landelijk-bureau-inning-onderhoudsbijdragen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie; b. artikel 2, eerste lid het Bureau: het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, bedoeld in; c. artikel 3 de directie: de directie, bedoeld in; d. Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de Kaderwet: de. 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, dat gevestigd is te Rotterdam. 2 Het Bureau bezit rechtspersoonlijkheid. 3 Het Bureau is belast met de hem: a. Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bij of krachtensopgedragen taken ter zake van de inning van onderhoudsbijdragen voor minderjarigen en meerderjarigen die de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet hebben bereikt en ter zake van de inning van uitkeringen tot levensonderhoud ten behoeve van een echtgenoot of geregistreerd partner; en b. bij andere wetten opgedragen taken. 4 Het Bureau treedt op als ontvangende en verzendende instelling als bedoeld in artikel 2 van het Verdrag inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud en als bedoeld in artikel 11, derde lid, van het Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers. Het Bureau treedt op als centrale autoriteit, bedoeld in artikel 4 van het op 23 november 2007 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden (PbEU 2011, L 192/51) en artikel 49 van verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (PbEU L 7/1). 5 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het Bureau daarbij aangegeven andere taken kan verrichten dan die, bedoeld in het derde en vierde lid, indien deze taken: a. nauw verband houden met de in het derde lid genoemde taken; b. toepassing met zich brengen van de produktiemiddelen die het Bureau voor de vervulling van zijn in het derde lid genoemde taken gebruikt; c. niet leiden tot concurrentievervalsing ten opzichte van private aanbieders van vergelijkbare diensten, en d. tegen kostendekkende tarieven worden verricht. 6 Kaderwet Deis van toepassing op het Bureau. 2014 442 21-11-2014 05-11-2014 33983 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het Bureau heeft een directie. 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De directie bestaat uit ten hoogste drie leden. 2 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen De rechtspositie van de leden van de directie, voor zover niet geregeld in de, van de leden van de directie wordt geregeld bij regeling van Onze minister. 2014 442 21-11-2014 05-11-2014 33983 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De directie is belast met de dagelijkse leiding van het Bureau. 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De directie vertegenwoordigt het Bureau in en buiten rechte. 2 De directie kan onder haar verantwoordelijkheid de vertegenwoordiging, bedoeld in het eerste lid, opdragen aan een of meer directieleden of andere personen. Zij kan bepalen dat deze vertegenwoordiging uitsluitend betrekking heeft op bepaalde onderdelen van de taken van het Bureau dan wel op bepaalde aangelegenheden. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De directie stelt bij bestuursreglement de hoofdlijnen vast van de organisatie van het Bureau. 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De inkomsten van het bureau bestaan uit: a. artikel 408, derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek de opbrengsten uit de opslag van kosten, bedoeld in; b. de opbrengsten uit vergoedingen voor andere bij of krachtens de wet aan het Bureau opgedragen taken; c. andere baten, hoe ook genoemd. 2 artikel 2, derde lid, onder b Onze Minister verstrekt jaarlijks aan het Bureau een subsidie voor de kosten van de uitvoering van de taken, bedoeld in. 3 artikel 2, derde lid, onder a artikel 2, vierde lid Onze minister verstrekt jaarlijks aan het Bureau een subsidie voor de kosten van de uitvoering van de taken, bedoeld in. Eveneens wordt jaarlijks aan het Bureau een subsidie verstrekt voor de kosten van de uitvoering van de taken, bedoeld in. 4 artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht titel 4.2 van die wet In afwijking vanisvan toepassing op de subsidies, bedoeld in het tweede en derde lid. 5 Onze Minister geeft jaarlijks voor 1 september, nadat hij daarover met het Bureau heeft overlegd, het bedrag van de subsidie aan dat in het daarop volgende kalenderjaar aan het Bureau zal worden verstrekt en neemt dit bedrag op in het voorstel van wet tot vaststelling van de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. 6 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien de subsidie wordt verstrekt ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt zij verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 7 Wet op het financieel toezicht Het Bureau trekt geen gelden aan die dagelijks of op termijn opvorderbaar zijn. In afwijking van de vorige volzin is het aan het Bureau toegestaan ter overbrugging van tijdelijke kastekorten bij een bank die ingevolge dein Nederland haar bedrijf mag uitoefenen tijdelijke kredieten in rekening-courant op te nemen. 2014 442 21-11-2014 05-11-2014 33983 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De directie houdt zodanige aantekeningen omtrent de vermogenstoestand van het Bureau dat daaruit te allen tijde zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. 2 De directie stelt bij bestuursreglement de werkwijze vast voor het financiële beheer en de administratieve organisatie van het Bureau. 3 Het boekjaar van het Bureau is het kalenderjaar. 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 18 De directie stelt tijdig voor de afloop van het boekjaar het ontwerp van een financiële begroting vast voor het volgende boekjaar. De begroting is in overeenstemming met het meerjarenbeleidsplan, bedoeld in. 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Tegelijk met de opstelling van het ontwerp van de financiële begroting stelt de directie een ontwerp van een meerjarenbeleidsplan op. 2 Het meerjarenbeleidsplan geeft voor de eerstvolgende vijf boekjaren in elk geval: a. een overzicht van de door het Bureau te verrichten werkzaamheden ter uitvoering van de aan het Bureau bij of krachtens de wet opgedragen taken en een raming van de daarmee gemoeide kosten en opbrengsten; b. artikel 2, vijfde lid een overzicht van de voorgenomen andere werkzaamheden van het Bureau, als bedoeld in, en een raming van de daarmee gemoeide kosten en opbrengsten. 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De directie zendt de vastgestelde begroting en het vastgestelde meerjarenbeleidsplan voor 1 juli van het daaraan voorafgaande boekjaar toe aan Onze minister. 2 artikel 408 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Bij toezending van de in het eerste lid bedoelde stukken kan de directie aan Onze minister een beredeneerd voorstel doen tot wijziging van de kostenopslag, bedoeld in. 2014 442 21-11-2014 05-11-2014 33983 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Het meerjarenbeleidsplan behoeft de goedkeuring van Onze minister. Onze minister kan het meerjarenbeleidsplan gedeeltelijk goedkeuren of aan de goedkeuring voorwaarden verbinden. 2014 442 21-11-2014 05-11-2014 33983 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Binnen acht dagen na de vaststelling maakt het Bureau de jaarrekening openbaar door terinzagelegging op het kantoor van het Bureau. Van de terinzagelegging wordt kennisgegeven in de Staatscourant. De directie ziet erop toe dat aan een ieder die daarom verzoekt, inzage wordt verleend in de jaarrekening en het jaarverslag, en een volledig of gedeeltelijk afschrift daarvan wordt verstrekt tegen ten hoogste de kostprijs van het maken van zodanig afschrift. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 20, eerste lid, van de Kaderwet Onze minister kan bepalen dat de directie inlichtingen als bedoeld inaan hem verstrekt in de vorm van een periodieke rapportage. 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Wet basisregistratie personen artikel 2, derde en vierde lid De Gemeentelijke Sociale Diensten, Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dan wel, voor zover het betreft het onderwijs of onderzoek op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de inspecteur der rijksbelastingen, de Sociale verzekeringsbank, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in, de ambtenaren van de burgerlijke stand en de gemeentebesturen, voor zover het betreft de basisregistratie personen, bedoeld in de, zijn verplicht aan het Bureau kosteloos alle inlichtingen te verstrekken ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2013 450 19-11-2013 06-11-2013 33554 2013 564 20-12-2013 13-12-2013 01-01-2014
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 De ambtenaren die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet behoren tot het personeel van de dependance Gouda van de raad voor de kinderbescherming, van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze minister vastgestelde lijst, zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege ontslagen en aangesteld als ambtenaar met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij de dependance Gouda van de raad voor de kinderbescherming. 2 De ambtenaren die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet behoren tot het personeel van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat is gedetacheerd bij de dependance Gouda van de raad voor de kinderbescherming, van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgestelde lijst, zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege ontslagen en aangesteld als ambtenaar met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997 1996 328 28-06-1996 13-06-1996 24257 1996 328 28-06-1996 13-06-1996 24257 01-01-1997
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Archiefbescheiden van de dependance Gouda van de raad voor de kinderbescherming gaan met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet over naar het Bureau, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1962 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997 1996 328 28-06-1996 13-06-1996 24257 1996 328 28-06-1996 13-06-1996 24257 01-01-1997
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Onze minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bepalen welke vermogensbestanddelen van de Staat worden toebedeeld aan het Bureau. 2 De in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen gaan met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet onder algemene titel en om niet over op het Bureau. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 4, derde lid De eerste benoeming van de leden van de directie geschiedt, in afwijking van, door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2 artikel 11, tweede lid Bij de eerste benoeming van de leden van de raad is, niet van toepassing. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikelen 13 16, tweede lid Tot het tijdstip waarop de reglementen, bedoeld in deen, in werking treden, blijven de voorschriften van kracht die ter zake golden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 2, derde of vierde lid In procedures waarin tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de raad voor de kinderbescherming op grond van de uitvoering van de taken, bedoeld in, optreedt, treedt het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen in zijn plaats. 2 artikel 2, derde lid, onder b In procedures waarin tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de Staat dan wel Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van de uitvoering van de taken, bedoeld in, optreedt, treedt het Bureau in zijn plaats. 3 artikel 12 van de Wet Nationale ombudsman artikel 15 van die wet Wet Nationale ombudsman In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op grond vanaan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman op grond vaneen onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan de dependance Gouda van de raad voor de kinderbescherming dan wel aan de daar gedetacheerde werkeenheid van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, treden de directie, onderscheidenlijk de raad van toezicht op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van dein de plaats van Onze minister onderscheidenlijk Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. artikel 12 Op gedragingen van voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet die kunnen worden toegerekend aan de dependance Gouda van de raad voor de kinderbescherming dan wel aan de daar gedetacheerde werkeenheid van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en waarover de Nationale ombudsman op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog geen verzoek als bedoeld inheeft bereikt, maar nog wel kan bereiken, is de eerste volzin eveneens van toepassing 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1997. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 1995 198 18-04-1995 23-03-1995 23938 01-01-1997