Wet van 5 juli 1997, houdende regels inzake instelling van een college voor de post- en telecommunicatiemarkt (Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatie autoriteit)
- BWB-id
- BWBR0008807
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2012-06-30 t/m 2013-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008807
- ELI
- /eli/nl/wet/1997/wet-onafhankelijke-post-en-telecommunicatieautoriteit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1997/wet-onafhankelijke-post-en-telecommunicatieautoriteit/2012-06-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008807&g=2012-06-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008807&z=2026-06-06&g=2012-06-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008807/2012-06-30
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1997/wet-onafhankelijke-post-en-telecommunicatieautoriteit
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; b. artikel 2 college: het inbedoelde college. 2012 19 26-01-2012 22-12-2011 32871 2012 31 07-02-2012 25-01-2012 08-02-2012
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een college voor de post- en telecommunicatiemarkt, in het maatschappelijk verkeer aangeduid als Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA). 2 Het college bezit rechtspersoonlijkheid. 3 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 22 van die wet Deis van toepassing, met uitzondering van. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het college bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf vaste leden, de voorzitter daaronder begrepen. 2 Onze Minister benoemt een van de vaste leden van het college tot voorzitter en een tot plaatsvervangend voorzitter. 3 De vaste leden van het college worden benoemd voor een periode van vier jaar. 4 Een vast lid kan worden herbenoemd. 5 De vaste leden van het college hebben op persoonlijke titel zitting in het college en oefenen hun functie uit zonder last. 6 De persoon die tussentijds tot lid wordt benoemd treedt af op het tijdstip waarop de reeds benoemde vaste leden aftreden. 7 Zolang in een vacature van het college niet is voorzien, vormen de overblijvende vaste leden het college, met de bevoegdheden van het voltallige college. 8 artikel 12, eerste lid Onze Minister maakt het besluit tot ontslag als bedoeld in, bekend door kennisgeving van de zakelijke inhoud ervan in de Staatscourant. De redenen van het ontslag van een lid van het college worden in die kennisgeving openbaar gemaakt indien die persoon daarom verzoekt. 2012 235 04-06-2012 10-05-2012 32549 2012 236 04-06-2012 30-05-2012 05-06-2012
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 13, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onverminderdis het lidmaatschap van het college onverenigbaar met het hebben van financiële of andere belangen bij instellingen of bedrijven, waardoor de onpartijdigheid van het betrokken lid in het geding kan zijn. De vaste leden leggen hierover een verklaring af aan Onze Minister. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De voorzitter, of bij diens afwezigheid de plaatsvervangend voorzitter, van het college vertegenwoordigt de rechtspersoon Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit in en buiten rechte. 2 De voorzitter kan de in het eerste lid bedoelde vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Artikel 12, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Op voordracht van het college kan Onze Minister geassocieerde leden benoemen die op één of meer taakgebieden van het college een bijzondere deskundigheid bezitten. Onze Minister schorst en ontslaat geassocieerde leden.is van overeenkomstige toepassing. 2 Geassocieerde leden nemen op uitnodiging van het college deel aan de vergaderingen van het college. Zij kunnen door het college worden betrokken bij de behandeling van aangelegenheden op de taakgebieden ten aanzien waarvan zij bijzondere deskundigheid bezitten. De geassocieerde leden hebben een adviserende stem. 3 Artikel 13 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 4 enzijn van overeenkomstige toepassing op de geassocieerde leden van het college. 4 artikel 4 In afwijking vankunnen geassocieerde leden worden benoemd die beperkte belangen hebben bij instellingen of bedrijven in de post- of telecommunicatiemarkt. In dit geval ziet het college erop toe dat deze leden niet worden betrokken bij de behandeling van aangelegenheden ten aanzien waarvan belangenverstrengeling zou kunnen optreden. 5 Artikel 14 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van overeenkomstige toepassing op de geassocieerde leden van het college. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Het college stelt een bestuursreglement vast. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De inkomsten van het college bestaan uit: a. opbrengsten uit door belanghebbenden verschuldigde vergoedingen; b. een vergoeding door Onze Minister ten laste van de begroting van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; c. andere baten. 2012 19 26-01-2012 22-12-2011 32871 2012 31 07-02-2012 25-01-2012 08-02-2012
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Het college stelt voor 1 november de meerjarenraming vast voor de komende vijf kalenderjaren. De meerjarenraming behoeft de instemming van Onze Minister. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Het college heeft een secretaris. 2 De secretaris is geen lid van het college. Hij heeft evenwel in de vergaderingen van het college een adviserende stem. 3 Artikel 13 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 4 enzijn van overeenkomstige toepassing op de secretaris van het college. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Het college heeft tot taak: a. het houden van toezicht op de naleving van de bepalingen van: 1°. Postwet 2009 de, voor zover deze taak aan het college is toebedeeld; 2°. Telecommunicatiewet artikel 15.1, derde lid, van de Telecommunicatiewet de, voorzover deze taak bijaan het college is toebedeeld; 3°. een op grond van artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende roaming op openbare mobiele-communicatienetwerken binnen de Unie, en de op grond van die verordening door de Europese Commissie vastgestelde uitvoeringshandelingen. b. Telecommunicatiewet Postwet 2009 het verrichten van de taken en het uitoefenen van de bevoegdheden die in deenaan het college zijn opgedragen. c. Wet telecommunicatievoorzieningen BES Wet post BES het verrichten van de taken en het uitoefenen van de bevoegdheden die bij of krachtens deen deaan het college zijn toegekend. 2012 297 29-06-2012 28-06-2012 33282 2012 297 29-06-2012 28-06-2012 33282 30-06-2012
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Het jaarverslag, bedoeld in, omvat tevens een globale beschrijving van de ontwikkeling van de markt in de post- en telecommunicatiesector. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Onze Minister verstrekt het college de inlichtingen die het voor zijn taakuitoefening redelijkerwijs nodig heeft. 2 Onze Minister stelt een informatiestatuut vast. Het informatiestatuut bevat inhoudelijke en procedurele voorschriften met betrekking tot gegevensstromen tussen Onze Minister en het college, die voor een goede uitvoering van deze wet noodzakelijk zijn. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Onze Minister kan regels stellen over de inrichting van de begroting, het financieel verslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Het sluiten van overeenkomsten of het doen van investeringen door het college die een door Onze Minister vast te stellen bedrag te boven gaan, behoeven zijn voorafgaande instemming. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a 1 Onze Minister onthoudt zich van instructies die op een individuele zaak betrekking hebben. 2 De leden van het college en het personeel van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit ontvangen geen instructies die op een individuele zaak betrekking hebben. 2012 235 04-06-2012 10-05-2012 32549 2012 236 04-06-2012 30-05-2012 05-06-2012
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 15 Gegevens of inlichtingen omtrent een onderneming, welke in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van de taken, genoemd in, zijn verkregen, mogen uitsluitend voor de uitvoering van die taken worden gebruikt. 2 In afwijking van het eerste lid is het college bevoegd de in dat lid bedoelde gegevens of inlichtingen te verstrekken aan een instantie die op grond van bepalingen in andere wetten is belast met de uitvoering van toezichthoudende taken, voor zover die gegevens of inlichtingen noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de taken van die instellingen, mits a. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen in voldoende mate is gewaarborgd, en b. voldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt. 3 Indien de in het tweede lid bedoelde instantie de bedoelde gegevens of inlichtingen ontvangt, onderzoekt zij of er in het onderhavige geval sprake is van een overtreding van de betreffende wettelijke regels. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen In afwijking vanzendt Onze Minister elke vier jaar een verslag aan de beide kamers der Staten-Generaal ten behoeve van de beoordeling van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van het college. Dit verslag omvat mede een rapportage betreffende de wenselijkheid van het al dan niet voortzetten van het college. Het college is gehouden aan deze evaluatie medewerking te verlenen. 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Wijzigt de Postwet. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Wijzigt de Wet op de telecommunicatievoorzieningen. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Wijzigt de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn de personeelsleden van de Directie Toezicht Netwerken en Diensten, van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en aangesteld als ambtenaar in dienst van het college. 2 De overgang van de in het eerste lid bedoelde personeelsleden vindt plaats met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij de Directie Toezicht Netwerken en Diensten. 3 De personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht behoren tot het personeel van de Directie Toezicht Netwerken en Diensten, waarvan naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister vastgestelde lijst, zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege ontslagen en aangesteld in dienst van het college met een rechtspositie die in totaliteit ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij de Directie Toezicht Netwerken en Diensten. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Onze Minister bepaalt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën welke vermogensbestanddelen van de Staat die aan de Directie Toezicht Netwerken en Diensten worden toegerekend, worden toebedeeld aan het college. 2 De in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen gaan met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet onder algemene titel over op het college tegen een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën te bepalen waarde. 3 afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Ingeval krachtens het eerste en tweede lid registergoederen overgaan, zal verandering in de tenaamstelling in de openbare registers, bedoeld inplaatsvinden. De daartoe nodige opgaven worden door de zorg van Onze Minister van Financiën aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Archiefwet 1995 Archiefbescheiden van de Directie Toezicht Netwerken en Diensten gaan met ingang van de datum van inwerktreding van deze wet over naar het college, voor zover zij niet overeenkomstig dezijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij de Directie Toezicht Netwerken en Diensten is betrokken, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet het college in de plaats van de Staat dan wel Onze Minister. 2 artikel 12 van de Wet Nationale ombudsman Wet Nationale Ombudsman In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op grond vanaan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen, dan wel de Nationale ombudsman op grond van artikel 15 van die wet een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan de Directie Toezicht Netwerken en Diensten, treedt het college op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van dein de plaats van Onze Minister. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 15, onder b 1°, 2° en 4°, en onder c Uitvoeringstaken, bedoeld in, ook indien deze inhouden de behandeling van op de datum van inwerkingtreding van deze wet bij Onze Minister in behandeling zijnde aanvragen en verzoeken terzake, worden vanaf die datum verricht door het college. 2 artikel 15, onder b 1°, 2° en 4°, en onder c De door Onze Minister voor de datum van inwerkingtreding van deze wet gegeven beschikkingen, bedoeld in, blijven na de datum van inwerkingtreding van deze wet van kracht, met dien verstande dat het college vanaf die datum met betrekking tot die beschikkingen en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen bevoegd is, zijn taken uit te voeren. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2009 155 30-03-2009 25-03-2009 30536 2009 156 30-03-2009 25-03-2009 01-04-2009
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 a artikel 15 onder2° Artikel 62, achtste lid, van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen is niet van toepassing op een wijziging van de in artikel 8 van die wet bedoelde richtlijnen welke voortvloeit uit het bepaalde invan deze wet. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Deze wet wordt aangehaald als: Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit. 1997 320 22-07-1997 05-07-1997 25128 1997 343 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997