Wet van 21 oktober 1996, houdende regeling van de taakuitoefening door het RIVM (Wet op het RIVM)
- BWB-id
- BWBR0008289
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008289
- ELI
- /eli/nl/wet/1997/wet-op-het-rivm
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1997/wet-op-het-rivm/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008289&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008289&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008289/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1997/wet-op-het-rivm
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. artikel 2 RIVM: het rijksinstituut, bedoeld in; c. artikel 2 de directeur-generaal: de directeur-generaal van het RIVM, genoemd in. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, dat ressorteert onder Onze Minister. 2 De leiding van het RIVM berust bij de directeur-generaal. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het RIVM heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens andere wetten, tot taak: a. monitoring, surveillance en onderzoek te verrichten dat is gericht op ondersteuning van de beleidsontwikkeling, de beleidsuitvoering, de bewaking van de veiligheid en de uitoefening van toezicht op het gebied van de volksgezondheid en het milieu; b. periodiek te rapporteren over de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid en het milieu; c. de landelijke aansturing en begeleiding uit te voeren van preventieprogramma’s die bij besluit van Onze Minister zijn vastgesteld; d. deel te nemen aan internationale samenwerkingsverbanden en onderzoek en daarbij inhoudelijk coördinerend op te treden wanneer dit voor de uitvoering van de taken, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, wenselijk is; e. andere door Onze Minister op te dragen werkzaamheden uit te voeren. 2 Het RIVM kan in overeenstemming met Onze Minister andere taken dan die, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, alsmede andere werkzaamheden dan die, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, verrichten indien dat uit oogpunt van algemeen belang nuttig is te achten. De kosten van zodanig onderzoek of zodanige werkzaamheden brengt het RIVM in rekening bij degene, in wiens opdracht het onderzoek of de werkzaamheden worden verricht. 3 Voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde taak, is het RIVM bevoegd tot verwerking van gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming en is het RIVM verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming. Deze gegevens worden alleen verwerkt door personen die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel krachtens een overeenkomst tot geheimhouding zijn verplicht. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3, eerste lid De directeur-generaal stelt periodiek een meerjarenprogramma voor onderzoek, innovatie en expertiseontwikkeling op dat hij noodzakelijk acht voor het verwerven van inzichten en de ontwikkeling van methoden om de taken, bedoeld in, adequaat te kunnen uitvoeren. 2020 310 04-09-2020 08-07-2020 34985 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3 Onze Minister geeft aan de directeur-generaal geen aanwijzingen met betrekking tot de methoden, volgens welke de onderzoeken, bedoeld in, worden uitgevoerd en de resultaten daarvan worden gerapporteerd. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 3, eerste lid, onder b Onze Minister zendt rapporten als bedoeld in, en meerjarenbeleidsplannen aan de Staten-Generaal. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020 Voorheen art. 7.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3, eerste lid, onderdeel a Er is een commissie van toezicht die tot taak heeft het wetenschappelijk niveau van het RIVM en de onafhankelijkheid van het onderzoek, bedoeld in, te bewaken. De commissie rapporteert hierover jaarlijks aan Onze Minister. 2 Onverminderd het vierde lid bestaat de commissie van toezicht uit ten hoogste zeven leden, waaronder de voorzitter. 3 De leden worden door Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Infrastructuur en Waterstaat benoemd voor een periode van vier jaar. De leden kunnen worden herbenoemd voor eenzelfde periode. De voorzitter en één ander lid worden benoemd op de voordracht van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. 4 Indien dat voor een specifieke onderzoeksopdracht wenselijk is, kan Onze Minister na overleg met Onze Ministers die het mede aangaat, op verzoek van de voorzitter voor de duur van het onderzoek één of meer leden aan de commissie toevoegen met deskundigheid op een specifiek terrein van wetenschappelijk onderzoek. 2023 293 13-09-2023 25-08-2023 36002 2023 323 04-10-2023 25-09-2023 05-10-2023 01-01-2021
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020 Voorheen art. 11.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het RIVM. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020 Voorheen art. 12.