Wet van 5 juni 1997 houdende regels inzake de verstrekking van subsidies door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voor landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten)
- BWB-id
- BWBR0008725
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2013-07-04 t/m 2013-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008725
- ELI
- /eli/nl/wet/1997/wet-subsidi-ring-landelijke-onderwijsondersteunende-activite
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1997/wet-subsidi-ring-landelijke-onderwijsondersteunende-activite/2013-07-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008725&g=2013-07-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008725&z=2026-06-06&g=2013-07-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008725/2013-07-04
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1997/wet-subsidi-ring-landelijke-onderwijsondersteunende-activite
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en voor wat betreft het landbouwonderwijs Onze Minister van Economische Zaken, b. artikel 2 instelling: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich in overwegende mate bezig houdt met activiteiten als bedoeld in. 2013 88 08-03-2013 07-02-2013 33336 2013 276 03-07-2013 29-05-2013 04-07-2013
Artikel 2 — Artikel 2 Te subsidiëren activiteiten#
Artikel 2 Te subsidiëren activiteiten 1 Onze Minister kan een instelling subsidie verlenen voor de volgende activiteiten: a. algemene begeleidings- en ontwikkelingsactiviteiten, waaronder wordt verstaan: 1°. het ondersteunen van scholen en andere onderwijsinstellingen, schoolbegeleidingsdiensten en kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, bij de ontwikkeling en vernieuwing van het onderwijs, 2°. het in het kader daarvan ontwikkelen van materialen, methodieken en deskundigheidsprogramma’s en het leveren van bijdragen aan de invoering daarvan, een en ander mede door middel van studie en onderzoek, of 3°. pedagogische of denominatieve ondersteuning danwel beide, b. de ontwikkeling van toetsen, examens en peilingen, c. de ontwikkeling van kerndoelen, leerplannen, examenprogramma’s en in voorkomend geval leermiddelen, of d. het doen verrichten van kortlopend onderzoek ten dienste van het onderwijs, op aanvragen uit het onderwijsveld. 2 Onder de te subsidiëren activiteiten vallen niet activiteiten, gericht op het nascholen van leraren. 2004 216 25-05-2004 29-04-2004 28745 2004 281 29-06-2004 15-06-2004 01-07-2004
Artikel 3 — Artikel 3 Periode subsidieverlening#
Artikel 3 Periode subsidieverlening Onze Minister kan subsidie verlenen voor een of meer kalenderjaren. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvraag tot verlening van subsidie#
Artikel 4 Aanvraag tot verlening van subsidie 1 Voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het eerste jaar van de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd, dienen de instellingen een aanvraag in tot verlening van subsidie. 2 De aanvraag gaat vergezeld van een beleidsplan en een begroting van de geraamde inkomsten en uitgaven, voor zover die betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. 3 Het beleidsplan bevat ten minste: a. een uitwerking van de voorgenomen activiteiten voor het uitvoeren van de hoofdlijnenbrief, bedoeld in het vierde lid, waarbij per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële middelen worden vermeld, b. een globale beschrijving van de andere onderwijsondersteunende activiteiten, c. de wijze waarop de instelling haar activiteiten voor een doelmatige en doeltreffende werkwijze en taakverdeling afstemt op de activiteiten van de andere instellingen, en d. de wijze waarop de instelling haar activiteiten evalueert. 4 Onze Minister maakt jaarlijks voor 1 april een hoofdlijnenbrief bekend voor een meerjarenperspectief op het terrein van landelijke onderwijsondersteunende activiteiten. De hoofdlijnenbrief heeft betrekking op de twee kalenderjaren die volgen op het jaar waarin de bekendmaking plaats vindt. 5 Indien de aanvraag niet voldoet aan de voorafgaande leden of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, kan Onze Minister besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad, binnen een bij algemene maatregel van bestuur gestelde termijn, of voor de gevallen waarin bij algemene maatregel van bestuur niet wordt voorzien, binnen een door Onze Minister gestelde termijn, de aanvraag aan te vullen. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 5 — Artikel 5 Weigeringsgronden#
Artikel 5 Weigeringsgronden Algemene wet bestuursrecht Onverminderd de mogelijkheden tot weigering van subsidieverlening ingevolge dekan de subsidieverlening voorts worden geweigerd indien Onze Minister van oordeel is dat: a. artikel 4, vierde lid de aanvraag niet overeenstemt met het in hoofdlijnen bekendgemaakte meerjarenperspectief op het terrein van landelijke onderwijsondersteunende activiteiten, bedoeld in, of b. mag worden verwacht dat de met subsidiëring beoogde doelstellingen niet zullen worden bereikt. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 6 — Artikel 6 Bij subsidieverlening op te leggen verplichtingen#
Artikel 6 Bij subsidieverlening op te leggen verplichtingen 1 Bij de subsidieverlening kunnen aan de subsidieontvangende instelling verplichtingen worden opgelegd met betrekking tot: a. de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, b. het organisatorisch of financieel kader waarbinnen de activiteiten moeten worden verricht, c. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, d. het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie, e. de te verzekeren risico's, f. het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten, g. het vereiste van toestemming van Onze Minister voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, of h. het vormen van een egalisatiereserve. 2 Bij de opgelegde verplichtingen wordt voor zover nodig onderscheid gemaakt tussen subsidie voor: a. artikel 4, vierde lid activiteiten ten behoeve van de uitvoering van de hoofdlijnenbrief, bedoeld in, en b. andere onderwijsondersteunende activiteiten. 3 Artikel 4:37, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieplafond en begrotingsvoorwaarde#
Artikel 7 Subsidieplafond en begrotingsvoorwaarde 1 artikel 2 artikel 2 Onze Minister stelt jaarlijks het bedrag vast dat ten hoogste beschikbaar is voor de verlening van subsidies ten behoeve van de in voornoemde hoofdlijnenbrief beschreven activiteiten, bedoeld in. Binnen het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, kan Onze Minister per activiteit, bedoeld in, het bedrag vaststellen dat ten hoogste beschikbaar is. Hij bepaalt daarbij hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen worden verdeeld. 2 Een subsidie ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of het Ministerie van Economische Zaken die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2013 88 08-03-2013 07-02-2013 33336 2013 276 03-07-2013 29-05-2013 04-07-2013
Artikel 8 — Artikel 8 Aanvraag tot subsidievaststelling#
Artikel 8 Aanvraag tot subsidievaststelling 1 artikel 3 De instellingen dienen binnen zes maanden na afloop van de periode waarvoor ingevolgevan deze wet subsidie is verleend een aanvraag in tot vaststelling van subsidie. 2 Bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid toont de instelling aan dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen, in de vorm van een activiteitenverslag. 3 Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, legt de instelling een financieel verslag over, waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn. 4 Artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 9 — Artikel 9 Verslag#
Artikel 9 Verslag artikel 2 artikel 4, vierde lid Onze Minister doet eenmaal per twee jaar verslag van de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten, bedoeld in, op basis van de hoofdlijnenbrief, bedoeld in, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het verslag gaat vergezeld van een globaal overzicht van de bestede rijksbegrotingsmiddelen gedurende de verslagperiode. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 10 — Artikel 10 Toezicht#
Artikel 10 Toezicht 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de door Onze Minister aan te wijzen personen. 2 artikel 2 Het bestuur van de instelling die subsidie ontvangt, alsmede het personeel dat bij de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in, betrokken is, is gehouden aan de door Onze Minister aangewezen personen alle gevraagde bescheiden ter inzage te geven en de gevraagde inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor het toezicht. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 11 — Artikel 11 Nadere voorschriften#
Artikel 11 Nadere voorschriften Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de aanvraag, de verlening, de vaststelling, de betaling en de terugvordering van de subsidie. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 12 — Artikel 12 Overgangsbepaling te subsidiëren instellingen#
Artikel 12 Overgangsbepaling te subsidiëren instellingen 1 Tot 1 januari 1999 blijven van kracht alle op 31 juli 1997 geldende voorschriften die zijn gegeven bij of krachtens de Wet op de onderwijsverzorging met betrekking tot de instellingen, bedoeld in hoofdstuk II, titel I, en in hoofdstuk III, titel II en III, van die wet, een en ander met uitzondering van de voorschriften ingevolge de artikelen 47 en 48 van die wet. 2 Met ingang van 1 augustus 1997 eindigt het lidmaatschap van de leden van de bestuursraad van de instellingen, bedoeld in hoofdstuk III, titel II en III, van de Wet op de onderwijsverzorging, zoals die luidde op 31 juli 1997. Tot 1 januari 1998 benoemt en ontslaat Onze Minister de leden van de bestuursraad van deze instellingen. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de te verrichten activiteiten en de uitvoering ingevolge het eerste lid, zo nodig in afwijking van het bepaalde bij of krachtens de Wet op de onderwijsverzorging. 4 Tot 1 januari 1999 komt uitsluitend het Centrum voor Innovatie van Opleidingen voor subsidie op grond van deze wet in aanmerking. Deze subsidie kan worden verleend ten behoeve van activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en c. Bij ministeriële regeling kunnen hieromtrent, voor zover dat van belang is in verband met de subsidiëring van landelijke onderwijsondersteunende activiteiten waarin wordt voorzien met ingang van 1 januari 1998, regels worden gesteld, zo nodig in afwijking van het bepaalde bij of krachtens deze wet. Tot het in de eerste volzin genoemde tijdstip is artikel 13 van overeenkomstige toepassing. Bij ministeriële regeling worden hieromtrent nadere regels gegeven. 5 Van 1 januari 1999 tot 1 januari 2001 komen uitsluitend de volgende instellingen voor subsidie op grond van deze wet in aanmerking: a. a voor activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel: 1°. de drie landelijke pedagogische centra, te weten het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum, het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum en het Katholiek Pedagogisch Centrum, en 2°. het Centrum voor Innovatie van Opleidingen, b. b voor activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel, het Instituut voor Toetsontwikkeling, en c. c voor activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel, het Instituut voor Leerplanontwikkeling en het Centrum voor Innovatie van Opleidingen. 6 d Van 1 januari 1997 tot het tijdstip waarop Onze Minister na en op grond van de evaluatie, bedoeld in artikel 18, tweede lid, anders besluit, komen voor de activiteit, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel, uitsluitend de landelijke pedagogische centra in gezamenlijkheid voor subsidie op grond van deze wet in aanmerking. Onze Minister kan hierbij voorschriften stellen van procedurele aard. 7 b Wet op het voortgezet onderwijs Van 1 januari 2001 tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip komt uitsluitend het Instituut voor Toetsontwikkeling voor subsidie op grond van deze wet in aanmerking voor activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel, voor zover deze betrekking hebben op toetsen en examens bij of krachtens deen de daarbij horende aanvullende activiteiten. 8 c Van 1 januari 2001 tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip komt uitsluitend het Instituut voor Leerplanontwikkeling voor subsidie op grond van deze wet in aanmerking voor activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel, voor zover deze betrekking hebben op: a Met betrekking tot de procedure van subsidiëring voor de activiteiten, bedoeld in onderdeel, worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld. a. Wet op het basisonderwijs Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs Wet op het voortgezet onderwijs het ontwikkelen van leerplannen in het kader van de verlening van diensten op verzoek van organisaties en instellingen ten behoeve van het onderwijs, bedoeld in de, deen de, b. het verzorgen van een centrale registratie van leermiddelen, en c. de eigen ontwikkelingsfunctie met het oog op toekomstige dienstverlening. 9 a Van 1 januari 2001 tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip komen uitsluitend de drie landelijke pedagogische centra, te weten het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum, het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum en het Katholiek Pedagogisch Centrum voor subsidie op grond van deze wet in aanmerking voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel, onder 2°, voor zover het betreft studie, ontwikkelingsonderzoek en informatieverstrekking. 10 a Van 1 januari 2001 tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip komt uitsluitend het Centrum voor Innovatie van Opleidingen voor subsidie op grond van deze wet in aanmerking voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel, onder 2°, voor zover het betreft studie, ontwikkelingsonderzoek en informatieverstrekking alsmede de daaraan verbonden leerplanontwikkeling. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 13 — Artikel 13 Overgang personeel#
Artikel 13 Overgang personeel 1 artikel 12, eerste lid Na het verstrijken van de in, bedoelde periode wordt aan een instelling als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel, zolang door deze en de daarvoor in aanmerking komende personeelsorganisaties nog niet anders is overeengekomen subsidie verleend onder de voorwaarde dat deze instelling ten aanzien van haar personeel van overeenkomstige toepassing verklaart: a. q artikel 1, onderdeel, onder 3, van de Wet privatisering ABP de regelingen die gelden voor het personeel dat werkzaam is in de sector Onderwijs en Wetenschappen, bedoeld in, betreffende de volgende aangelegenheden: 1°. salarisschalen en uitgangspunten waaraan een door die instelling in te richten functiewaarderingssysteem moet voldoen met inachtneming van de op 31 december 1997 bij een instelling bestaande beloningsverhoudingen en functiestructuur, 2°. algemene arbeidsduur, en 3°. rechten en plichten van het personeel en van die instelling bij ziekte, bevalling, zwangerschap, arbeidsongeschiktheid en ontslag, dan wel met betrekking tot bedrijfsgezondheidskundige begeleiding, voor zover deze de bij wet voorgeschreven rechten en verplichtingen te boven gaan, en b. Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel voor het overige de regelingen die voor haar personeel golden krachtens het, zoals dat luidde op 31 juli 1997. 2 Tot het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde overeenkomst ingaat, is de instelling, bedoeld in het eerste lid, aangesloten bij een door Onze Minister aan te wijzen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich ten doel stelt waarborgen te bieden voor de kosten van werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden ten behoeve van gewezen personeel, een en ander volgens bij de subsidieverlening op te leggen verplichtingen. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 14 — Artikel 14 Overgangsbepaling afhandeling bezwaar en beroep#
Artikel 14 Overgangsbepaling afhandeling bezwaar en beroep 1 artikel 12.3.13 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht Op bezwaar en beroep met betrekking tot de toepassing van de op 31 juli 1997 geldende inbedoelde voorschriften van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 die betrekking hebben op de landelijke ondersteuningsinstellingen, en aangevangen voor 1 augustus 1997, of aangevangen na die datum doch binnen de termijn, dan wel aangevangen na die datum en na afloop van de termijn voor zover daarbijvan toepassing is verklaard, blijven de op 31 juli 1997 geldende voorschriften van toepassing. 2 hoofdstuk II, titel I hoofdstuk III, titel II en III artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht Op bezwaar en beroep met betrekking tot de toepassing van de op 31 december 1997 geldende bij of krachtens de Wet op de onderwijsverzorging gegeven voorschriften die betrekking hebben op de instellingen, bedoeld in, en, van die wet, en aangevangen voor 1 januari 1998, of aangevangen na die datum doch binnen de termijn, danwel aangevangen na die datum en na afloop van de termijn voor zover daarbijvan toepassing is verklaard, blijven de op 31 december 1997 geldende voorschriften van toepassing. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 15 — Artikel 15 Overgangsbepaling afhandeling aanspraken#
Artikel 15 Overgangsbepaling afhandeling aanspraken 1 artikel 12.3.13 van de Wet educatie en beroepsonderwijs Met betrekking tot de op 31 juli 1997 door het Rijk nog niet vastgestelde of uitgekeerde bedragen, blijven van toepassing de op 31 juli 1997 geldende inbedoelde voorschriften van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 die betrekking hebben op de landelijke ondersteuningsinstellingen. 2 hoofdstuk II, titel I hoofdstuk III, titel II en III Met betrekking tot de op 31 december 1997 door het Rijk nog niet vastgestelde of uitgekeerde bedragen, blijven van toepassing de op 31 december 1997 geldende bij of krachtens de Wet op de onderwijsverzorging gegeven voorschriften die betrekking hebben op de instellingen, bedoeld in, en, van die wet. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 16 — Artikel 16 Algemene wet bestuursrecht Subsidiebepalingen#
Artikel 16 Algemene wet bestuursrecht Subsidiebepalingen Vervallen 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche van de Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17 Wet privatisering ABP Wijziging van de#
Artikel 17 Wet privatisering ABP Wijziging van de Wijzigt de Wet privatisering ABP. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 18 — Artikel 18 Evaluatie#
Artikel 18 Evaluatie 1 Onze Minister zendt binnen zes jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2 Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid inzake de verdeling van middelen ten behoeve van het onderzoek voor het onderwijs. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 19 — Artikel 19 Inwerkingtreding#
Artikel 19 Inwerkingtreding artikel 12, zesde lid Deze wet treedt in werking met ingang van 1 augustus 1997, met dien verstande dat, terugwerkt tot 1 januari 1997. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 20 — Artikel 20 Citeertitel#
Artikel 20 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten. 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 1997 290 10-07-1997 05-06-1997 24718 01-08-1997 Artikel 12, zesde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.