Wet van 10 oktober 1996, houdende regelen inzake het verrichten van veiligheidsonderzoeken (Wet veiligheidsonderzoeken)
- BWB-id
- BWBR0008277
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008277
- ELI
- /eli/nl/wet/1997/wet-veiligheidsonderzoeken
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1997/wet-veiligheidsonderzoeken/2026-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008277&g=2026-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008277&z=2026-06-06&g=2026-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008277/2026-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1997/wet-veiligheidsonderzoeken
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. artikel 3, eerste lid vertrouwensfunctie: een functie die krachtens, als zodanig is aangewezen; b. verklaring: een verklaring dat uit het oogpunt van de nationale veiligheid geen bezwaar bestaat tegen vervulling van een bepaalde vertrouwensfunctie door een bepaalde persoon; c. Onze Minister: Onze Minister die verantwoordelijk is voor het beleidsterrein waartoe een vertrouwensfunctie, gezien de aard daarvan, behoort; d. bevoegd gezag van een Hoog College van Staat: de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, de vice-president van de Raad van State, de Algemene Rekenkamer of de Nationale ombudsman, voor zover het betreft een functie bij de Tweede Kamer, de Eerste Kamer, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, respectievelijk het bureau van de Nationale Ombudsman; e. artikel 10a register: het register, bedoeld in. 2 In deze wet wordt onder werkgever verstaan: a. degene jegens wie een ander krachtens arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van arbeid, behalve indien die ander aan een derde ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van arbeid, welke die derde gewoonlijk doet verrichten; b. a degene aan wie een ander ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van arbeid als bedoeld onder. 3 artikel 3, eerste lid In deze wet wordt mede onder werkgever verstaan degene die, zonder werkgever te zijn in de zin van het tweede lid, een ander een vertrouwensfunctie laat vervullen en die bij de aanwijzing, bedoeld in, als zodanig wordt aangewezen. 2025 315 30-10-2025 01-10-2025 36676 2026 72 30-03-2026 20-03-2026 01-04-2026
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 3 10 16, tweede lid Indien een vertrouwensfunctie wordt uitgeoefend bij het Ministerie van Defensie, dan wel indien het een functie betreft die als vertrouwensfunctie moet worden aangemerkt in verband met de daarmee samenhangende noodzaak om toegang te hebben tot militaire installaties, treden, voor de toepassing van het bepaalde in detot en meten, Onze Minister van Defensie en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst in de plaats van respectievelijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het wederzijds erkennen van een afgegeven verklaring door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Defensie. 2025 315 30-10-2025 01-10-2025 36676 2026 72 30-03-2026 20-03-2026 01-04-2026
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 1, tweede lid Onze Minister dan wel het bevoegd gezag van een Hoog College van Staat wijst, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, functies die de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden aan als vertrouwensfuncties. Onze Minister dan wel het bevoegd gezag van een Hoog College van Staat doet van de aanwijzing terstond mededeling aan de werkgever die het aangaat. Indien geen sprake is van een werkgever in de zin van, wordt in de aanwijzing tevens aangegeven wie als werkgever in de zin van deze wet wordt aangemerkt. 2 De werkgever, of degene ten aanzien van wie het voornemen bestaat hem als zodanig aan te merken overeenkomstig het eerste lid, derde volzin, geeft desgevraagd aan Onze Minister dan wel het bevoegd gezag van een Hoog College van Staat en aan het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst de inlichtingen over de inrichting van zijn dienst, bedrijf of instelling, die nodig zijn voor de beoordeling van de mate waarin een functie de mogelijkheid biedt de nationale veiligheid te schaden. 3 Nadat een functie als vertrouwensfunctie is aangewezen geeft de betrokken werkgever uit eigen beweging aan Onze Minister dan wel het bevoegd gezag van een Hoog College van Staat en aan het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst de inlichtingen over wijzigingen in de inrichting van zijn dienst, bedrijf of instelling, die nodig zijn voor de beoordeling van de mate waarin die functie of andere functies de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden. 4 Onze Minister dan wel het bevoegd gezag van een Hoog College van Staat draagt er zorg voor dat binnen vijf jaren na de aanwijzing van een functie als vertrouwensfunctie en vervolgens telkens na vijf jaren wordt nagegaan of de aanwijzing gehandhaafd moet blijven. 2007 508 18-12-2007 11-10-2007 30805 2007 508 18-12-2007 11-10-2007 30805 19-12-2007
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 3 Onverminderdwijst Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, locaties aan waarvan de toegang tot die locaties de mogelijkheid biedt de nationale veiligheid te schaden. Bij deze aanwijzing wordt tevens ten minste één verantwoordelijke voor het toegangsbeheer voor de betreffende locatie aangewezen. 2 Functies die worden uitgeoefend op locaties die op grond van het eerste lid zijn aangewezen, worden voor de toepassing van deze wet aangemerkt als vertrouwensfuncties. 3 Indien een verklaring is afgegeven voor een functie als bedoeld in het tweede lid, blijft de verklaring geldig bij vervulling van opeenvolgende functies op de desbetreffende aangewezen locatie. 4 artikel 10a, derde lid De periode tussen opeenvolgende functies als bedoeld in het derde lid is ten hoogste vijf weken. Vijf weken na ontheffing uit de vertrouwensfunctie vervalt de verklaring van rechtswege, tenzij de betrokkene is aangemeld in het register ingevolge. 5 Nadat een locatie op grond van het eerste lid is aangewezen geeft de betrokken werkgever of de aangewezen verantwoordelijke voor het toegangsbeheer van de betreffende locatie uit eigen beweging aan Onze Minister en aan het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst de inlichtingen over wijzigingen in de inrichting of het beheer van de aangewezen locatie, die nodig zijn voor de beoordeling van de mate waarin de toegang tot die locatie de mogelijkheid biedt de nationale veiligheid te schaden. 6 Onze Minister draagt er zorg voor dat binnen vijf jaren na de aanwijzing van een locatie op grond van het eerste lid en vervolgens telkens na vijf jaren wordt nagegaan of de aanwijzing gehandhaafd moet blijven. 2025 315 30-10-2025 01-10-2025 36676 2026 72 30-03-2026 20-03-2026 01-07-2026
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b Artikel 3a artikel 37p van de Luchtvaartwet is van overeenkomstige toepassing op functies in de veilige vracht- en toeleveringsketen, bedoeld in, voor zover in de uitoefening van die functies: a. regulier en onbegeleid toegang tot identificeerbare luchtvracht, luchtpost, bedrijfspost, bedrijfsmateriaal, vluchtbenodigdheden of luchthavenbenodigdheden wordt verkregen en waarop de noodzakelijke beveiligingsmaatregelen zijn toegepast, of b. het mogelijk is de veilige status van de onder a genoemde goederen te beïnvloeden. 2025 315 30-10-2025 01-10-2025 36676 2026 72 30-03-2026 20-03-2026 01-07-2026
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De werkgever meldt een persoon die hij wil belasten met de vervulling van een vertrouwensfunctie aan bij het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. 2 De in het eerste lid bedoelde aanmelding geschiedt slechts met schriftelijke instemming van de betrokkene. De werkgever licht de betrokkene in over de betekenis en de rechtsgevolgen van deze aanmelding. 3 Het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de betrokkene. 4 De werkgever kan bij de aanmelding, bedoeld in het eerste lid, het burgerservicenummer van de betrokkene verstrekken. 5 Nadat Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een verklaring heeft afgegeven, neemt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de betrokkene op in het register. 6 De werkgever belast een persoon eerst met de vervulling van een vertrouwensfunctie, nadat Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten aanzien van die persoon een verklaring heeft afgegeven. 2025 315 30-10-2025 01-10-2025 36676 2026 72 30-03-2026 20-03-2026 01-04-2026
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De werkgever meldt een persoon die belast is met de vervulling van een functie die nadien als vertrouwensfunctie is aangewezen, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na de dagtekening van het aanwijzingsbesluit aan bij het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. 2 De in het eerste lid bedoelde aanmelding geschiedt slechts met schriftelijke instemming van de betrokkene. De werkgever licht de betrokkene in over de betekenis en de rechtsgevolgen van deze aanmelding. 3 Het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de betrokkene. 4 De werkgever kan bij de aanmelding, bedoeld in het eerste lid, het burgerservicenummer van de betrokkene verstrekken. 5 Nadat Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een verklaring heeft afgegeven, neemt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de betrokkene op in het register. 6 Indien de in het tweede lid bedoelde instemming is geweigerd of indien ten aanzien van de betrokkene een verklaring is geweigerd, ontheft de werkgever de betrokkene zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken, uit de functie. 2025 315 30-10-2025 01-10-2025 36676 2026 72 30-03-2026 20-03-2026 01-04-2026
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4 5 In de gevallen als bedoeld inenbeslist Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken, omtrent het afgeven van een verklaring. 2 De termijn voor het geven van een beschikking wordt opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de betrokkene uitnodigt nadere gegevens te verstrekken, tot de dag waarop die gegevens zijn ontvangen of de voor verstrekking gestelde termijn ongebruikt is verstreken. 2015 208 18-06-2015 04-06-2015 33673 2015 269 01-07-2015 25-06-2015 01-09-2015
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Alvorens een verklaring wordt afgegeven of geweigerd, wordt ten aanzien van de betrokken persoon door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst een veiligheidsonderzoek ingesteld. 2 Het veiligheidsonderzoek omvat het instellen van een onderzoek naar gegevens die uit het oogpunt van de nationale veiligheid van belang zijn voor de vervulling van de desbetreffende vertrouwensfunctie. Hierbij wordt uitsluitend gelet op: a. Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens Wet politiegegevens justitiële en strafvorderlijke gegevens als bedoeld in deen gegevens als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES alsmede van gegevens als bedoeld in deen van gegevens verwerkt in het kader van de uitvoering van de politietaak op Bonaire, Sint Eustatius en Saba; b. gegevens betreffende deelneming of steunverlening aan activiteiten die de nationale veiligheid kunnen schaden; c. gegevens betreffende lidmaatschap van of steunverlening aan organisaties die doeleinden nastreven, dan wel ter verwezenlijking van hun doeleinden middelen hanteren, die aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde; d. gegevens betreffende overige persoonlijke gedragingen en omstandigheden, naar aanleiding waarvan betwijfeld mag worden of de betrokkene de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten onder alle omstandigheden getrouwelijk zal volbrengen. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Een verklaring kan slechts worden geweigerd, indien onvoldoende waarborgen aanwezig zijn dat de betrokkene onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal volbrengen of indien het veiligheidsonderzoek onvoldoende gegevens heeft kunnen opleveren om daarover een oordeel te geven. 2015 208 18-06-2015 04-06-2015 33673 2015 269 01-07-2015 25-06-2015 01-09-2015
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd, na het verstrijken van een termijn van vijf jaren of een veelvoud daarvan sinds het afgeven van de verklaring of indien hem blijkt van feiten of omstandigheden die een hernieuwd veiligheidsonderzoek rechtvaardigen, een veiligheidsonderzoek te doen instellen naar een persoon die een vertrouwensfunctie vervult. Voor het instellen van een hernieuwd veiligheidsonderzoek is de instemming van de betrokkene niet vereist. 2 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens Wet politiegegevens Onder feiten en omstandigheden als bedoeld in het eerste lid kunnen worden gerekend gegevens die de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst heeft verkregen door het verzamelen van justitiële en strafvorderlijke gegevens als bedoeld in deen van gegevens als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES alsmede van gegevens als bedoeld in deen van gegevens verwerkt in het kader van de uitvoering van de politietaak op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 artikelen 7 9 De kosten die samenhangen met het verrichten van een veiligheidsonderzoek als bedoeld in deenkomen ten laste van de werkgever. 2 De bedragen ter vergoeding van de kosten worden bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld. 2015 208 18-06-2015 04-06-2015 33673 2015 269 01-07-2015 25-06-2015 01-09-2015
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd tot het intrekken van de verklaring, indien hem blijkt dat onvoldoende waarborgen aanwezig zijn dat de betrokkene onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal volbrengen of indien een nieuw veiligheidsonderzoek onvoldoende gegevens heeft kunnen opleveren om vast te stellen dat voldoende waarborgen aanwezig zijn. 2 Indien een verklaring is ingetrokken, ontheft de werkgever de betrokken persoon zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na de intrekking van de verklaring, uit de vertrouwensfunctie. 2015 208 18-06-2015 04-06-2015 33673 2015 269 01-07-2015 25-06-2015 01-09-2015
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Defensie gezamenlijk houden een register bij van personen die een vertrouwensfunctie vervullen. 2 In het register worden ten aanzien van personen die een vertrouwensfunctie vervullen uitsluitend de volgende gegevens opgenomen: a. naam en achternaam; b. burgerservicenummer; c. geboortedatum; d. kenmerk en afgiftedatum van de verklaring; e. werkgever; f. datum van afmelding; g. datum waarop betrokkene is belast met de vertrouwensfunctie; h. datum waarop betrokkene is ontheven uit de vertrouwensfunctie; i. eigenschappen van de verklaring. 3 Dit lid is nog niet in werking getreden. 4 De werkgever gebruikt voor het aanmelden en afmelden van personen in het register, alsmede voor het vaststellen of de persoon die hij met een vertrouwensfunctie beoogt te belasten reeds beschikt over een geldige verklaring, het burgerservicenummer van de betrokken persoon. 2025 315 30-10-2025 01-10-2025 36676 2026 72 30-03-2026 20-03-2026 01-04-2026
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze wet is niet van toepassing op de leden van de rechterlijke macht met rechtspraak belast, de procureur-generaal bij de Hoge Raad, de leden van de Raad van State, de leden van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsman, de leden van de Centrale Raad van Beroep en de leden van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. 2001 419 27-09-2001 14-09-2001 27648 2001 586 11-12-2001 27-11-2001 01-01-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Artikel 4, tweede lid paragraaf 5 van hoofdstuk 1 van de Kaderwet dienstplicht hoofdstuk VII van de Dienstplichtwet BES , is niet van toepassing in gevallen waarin een persoon met een vertrouwensfunctie wordt belast in het kader van de vervulling van werkelijke dienst in de zin vanof van. 2 paragraaf 5 van hoofdstuk 1 van de Kaderwet dienstplicht hoofdstuk VII van de Dienstplichtwet BES In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, wordt het veiligheidsonderzoek niet eerder ingesteld dan twaalf weken voordat de betrokkene dient op te komen voor het vervullen van werkelijke dienst in de zin vanof van. Van het instellen van een veiligheidsonderzoek wordt vooraf mededeling gedaan aan de betrokkene. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan, naar aanleiding van een verzoek van een andere mogendheid of van een volkenrechtelijke organisatie dat wordt gedaan in verband met de door die mogendheid of volkenrechtelijke organisatie gehanteerde beveiligingsmaatregelen, over een in dat verzoek aangeduide persoon mededelingen doen. 2 De mededelingen, bedoeld in het eerste lid, worden slechts gedaan over personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten dan wel, indien zij een andere nationaliteit bezitten, die in Nederland verblijven of daar recentelijk verblijf gehouden hebben. De desbetreffende personen worden schriftelijk in kennis gesteld van de zakelijke inhoud van deze mededelingen. Deze kennisgeving geldt als een beschikking. 3 Indien Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voornemens is mededelingen als bedoeld in het eerste lid te doen, wordt ten aanzien van de betrokken persoon door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst een veiligheidsonderzoek ingesteld, mits de betrokkene daarmee schriftelijk heeft ingestemd. 4 Het veiligheidsonderzoek omvat het instellen van een onderzoek naar gegevens die uit het oogpunt van de nationale veiligheid of de veiligheid of andere gewichtige belangen van de verzoekende mogendheid of volkenrechtelijke organisatie van belang zijn. Hierbij wordt uitsluitend gelet op: a. Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens Wet politiegegevens justitiële en strafvorderlijke gegevens als bedoeld in deen gegevens als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES alsmede van gegevens als bedoeld in deen van gegevens verwerkt in het kader van de uitvoering van de politietaak op Bonaire, Sint Eustatius en Saba; b. gegevens betreffende deelneming of steunverlening aan activiteiten die de nationale veiligheid en van de verzoekende mogendheid of volkenrechtelijke organisatie kunnen schaden; c. gegevens betreffende lidmaatschap van of steunverlening aan organisaties die doeleinden nastreven, dan wel ter verwezenlijking van hun doeleinden middelen hanteren, die aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde; d. gegevens betreffende overige persoonlijke gedragingen en omstandigheden die in verband met het doel van het verzoek van belang kunnen zijn. 5 De mededelingen, bedoeld in het eerste lid, bevatten de conclusies die uit het ingestelde veiligheidsonderzoek kunnen worden getrokken, dan wel de vaststelling dat het onderzoek onvoldoende gegevens heeft opgeleverd om op basis daarvan conclusies te kunnen trekken of dat de betrokken persoon niet heeft ingestemd met het instellen van een veiligheidsonderzoek. 6 Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een persoon ten aanzien van wie een verklaring is afgegeven, wordt op het verzoek beslist door Onze Minister die de verklaring heeft afgegeven. In zulke gevallen kan een veiligheidsonderzoek achterwege worden gelaten. De mededelingen, bedoeld in het eerste lid, bevatten in zulke gevallen de vaststelling dat ten aanzien van de betrokken persoon een verklaring is afgegeven. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikelen 3, tweede en derde lid 4, eerste en derde lid 5, eerste en derde lid 10, tweede lid Hij die niet of niet tijdig voldoet aan een in de,,, en, opgenomen verplichting, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de vierde categorie. 2 De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 2015 208 18-06-2015 04-06-2015 33673 2015 269 01-07-2015 25-06-2015 01-09-2015
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 artikel 3a artikel 3 De verklaringen die op het tijdstip van inwerkingtreding vanreeds zijn afgegeven op grond van, voor een functie met het oog op toegang tot een locatie die na de inwerkingtreding op grond van artikel 3a, eerste lid, is aangewezen, worden aangemerkt als een verklaring die is afgegeven voor een functie als bedoeld in artikel 3a, tweede lid. 2 Artikel 3a, derde lid is van overeenkomstige toepassing op verklaringen die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3a reeds zijn afgegeven voor vertrouwensfuncties die worden vervuld op een locatie die op grond van artikel 3a, eerste lid, is aangewezen. 3 artikel 3b Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op vertrouwensfuncties die worden vervuld op een locatie die is aangewezen krachtens. 4 artikel 10a De werkgever meldt alle personen die op het tijdstip van inwerkingtreding vaneen vertrouwensfunctie vervullen eenmalig binnen vier weken na inwerkingtreding aan in het register. 2025 315 30-10-2025 01-10-2025 36676 2026 72 30-03-2026 20-03-2026 01-07-2026
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 3 Functies die vóór de inwerkingtreding van deze wet als vertrouwensfunctie zijn aangewezen, worden gelijkgesteld met op grond vanaangewezen vertrouwensfuncties. 1996 525 29-10-1996 10-10-1996 24023 1997 24 30-01-1997 14-01-1997 01-02-1997
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 4, derde lid Een persoon die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet belast is met een vertrouwensfunctie, wordt gelijkgesteld met een persoon ten aanzien van wie op dat tijdstip een verklaring als bedoeld in, en 6 is afgegeven. 2 artikel 9 In afwijking vanis Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gedurende vijf jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet ten aanzien van een persoon als bedoeld in het eerste lid tevens bevoegd een hernieuwd veiligheidsonderzoek te doen instellen, indien sinds het laatste ten aanzien van die persoon ingestelde veiligheidsonderzoek een termijn van vijf jaren is verstreken. 2002 148 26-03-2002 07-02-2002 25877 2002 196 25-04-2002 09-04-2002 25877 29-05-2002
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a 1 Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2 Indien een besluit op grond van deze wet is gericht op een natuurlijke of een rechtspersoon, die woonplaats heeft onderscheidenlijk is gevestigd in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, kan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die door het besluit rechtstreeks in zijn belang is getroffen, beroep instellen bij het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De Wet administratieve rechtspraak BES is van overeenkomstige toepassing. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Wijzigt de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. 1996 525 29-10-1996 10-10-1996 24023 1997 24 30-01-1997 14-01-1997 01-02-1997
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Wijzigt de Ambtenarenwet. 1996 525 29-10-1996 10-10-1996 24023 1997 24 30-01-1997 14-01-1997 01-02-1997
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Wijzigt de Militaire Ambtenarenwet 1931. 1996 525 29-10-1996 10-10-1996 24023 1997 24 30-01-1997 14-01-1997 01-02-1997
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Wijzigt de Politiewet 1993. 1996 525 29-10-1996 10-10-1996 24023 1997 24 30-01-1997 14-01-1997 01-02-1997
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Wijzigt deLSOP-wet. 1996 525 29-10-1996 10-10-1996 24023 1997 24 30-01-1997 14-01-1997 01-02-1997
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1996 525 29-10-1996 10-10-1996 24023 1997 24 30-01-1997 14-01-1997 01-02-1997
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet veiligheidsonderzoeken. 1996 525 29-10-1996 10-10-1996 24023 1997 24 30-01-1997 14-01-1997 01-02-1997