Wet van 11 december 1996 tot wijziging van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (de maatstaf voor de duur van het recht op uitkering en enige andere onderwerpen)
- BWB-id
- BWBR0008405
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2005-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008405
- ELI
- /eli/nl/wet/1997/wijzigingswet-algemene-pensioenwet-politieke-ambtsdragers-ma
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1997/wijzigingswet-algemene-pensioenwet-politieke-ambtsdragers-ma/2005-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008405&g=2005-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008405&z=2026-06-06&g=2005-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008405/2005-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1997/wijzigingswet-algemene-pensioenwet-politieke-ambtsdragers-ma
Artikel I — ARTIKEL I#
ARTIKEL I Wijzigt de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers. 1997 14 16-01-1997 11-12-1996 24632 1997 14 16-01-1997 11-12-1996 24632 17-01-1997
Artikel II — ARTIKEL II#
ARTIKEL II 1 Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers artikel 103 van de Algemene nabestaandenwet Een regeling van nabestaanden- en wezenpensioen, vervat in deof in een verordening als bedoeld in hoofdstuk 23 van die wet, wordt voor de toepassing vanbeschouwd als een pensioenregeling als bedoeld in dat artikel. 2 Wijzigt de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers. 1997 14 16-01-1997 11-12-1996 24632 1997 14 16-01-1997 11-12-1996 24632 17-01-1997 01-07-1996
Artikel III — ARTIKEL III#
ARTIKEL III 1 a b artikel 2, tweede lid, onderen, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers Algemene nabestaandenwet Voor een recht op nabestaanden- of wezenpensioen, ontstaan wegens overlijden tussen 30 juni 1996 en 1 juli 1999 van een politieke ambtsdrager, gewezen politieke ambtsdrager of gepensioneerde politieke ambtsdrager als bedoeld in, van een nabestaande of een wees die geen recht heeft op uitkering ingevolge demaar wel recht op pensioen of tijdelijke uitkering ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet zou hebben gehad indien die wet nog van kracht zou zijn geweest, geldt het volgende: a. Algemene nabestaandenwet artikel II, eerste lid voor de toepassing van de bepalingen inzake samenloop van pensioen en algemeen pensioen over tijd vóór 1 januari 1986 (inbouwbepalingen) en de bepalingen inzake het recht op een toeslag wegens het ontbreken van recht op uitkering ingevolge deheeft, geen werking; b. a de onderbedoelde toeslag wordt berekend overeenkomstig de artikelen 22a en 67a indien het een toeslag op een nabestaandenpensioen betreft en overeenkomstig de artikelen 25a en 70a indien het een toeslag op een wezenpensioen betreft; c. een toeslag op een nabestaandenpensioen wordt mede berekend over tijd na 31 december 1995, indien en voorzover in aanmerking genomen voor de berekening van het pensioen. 2 c a b artikel 2, tweede lid, onderen, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers Het eerste lid, onder, geldt mede voor een recht op nabestaandenpensioen, ontstaan wegens overlijden tussen 26 juni 1996 en 1 juli 1996 van een politieke ambtsdrager, gewezen politieke ambtsdrager of gepensioneerde politieke ambtsdrager als bedoeld in, van een nabestaande die wegens dat overlijden recht heeft verkregen op een tijdelijke weduwenuitkering op grond van de Algemene Weduwen- en Wezenwet, na het verstrijken van de duur van die uitkering. 3 Op een nabestaandenpensioen wordt een toeslag verleend indien degene die recht heeft op dat pensioen: a. Algemene nabestaandenwet op 1 januari 1998 recht heeft op nabestaandenuitkering ingevolge de, welke uitkering vanaf deze datum wordt verminderd wegens inkomen uit of in verband met arbeid; en b. het recht op de onder a bedoelde uitkering bestaat ter zake van een overlijden vóór 1 juli 1996; en c. de rechthebbende op 1 juli 1996 inkomen genoot als bedoeld onder a. 4 De toeslag bedoeld in het derde lid bedraagt per pensioentellend jaar: a. artikel 67, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet bij een bruto-inkomen als bedoeld in het derde lid, onder c, dat op 1 juli 1996 gelijk was of minder bedroeg dan f 40 000,– op jaarbasis, 2,5 procent van het verschil tussen de bedragen van de nabestaandenuitkering, zoals deze voor en na toepassing van de inbedoelde vermindering zijn vastgesteld; b. bij een bruto-inkomen als bedoeld in het derde lid, onder c, dat op 1 juli 1996 meer bedroeg dan f 40 000,– op jaarbasis, 2,5 procent van het onder a bedoelde verschil, verminderd met twee derde gedeelte van het inkomen boven f 40 000,–, met dien verstande dat de toeslag niet negatief kan zijn. 5 De toeslag bedoeld in het derde lid is niet hoger dan het bedrag dat met overeenkomstige toepassing van het eerste lid zou zijn vastgesteld. 6 Algemene nabestaandenwet Het recht op de toeslag bedoeld in het derde lid bestaat voor zo lang recht bestaat op nabestaandenuitkering ingevolge de, maar uiterlijk tot 1 juli 1999. 7 hoofdstuk 23 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers Bij een verordening als bedoeld inkan een regeling worden getroffen overeenkomstig het eerste en het tweede lid. Het derde, vierde, vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een politieke ambtsdrager, bedoeld in. 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 2004 493 05-10-2004 09-09-2004 29008 01-01-2005
Artikel IV — ARTIKEL IV#
ARTIKEL IV Staatsblad Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat: a. a artikel I, de onderdelen B, D 1, E 1, K, M, P 3, Q 5 Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers en AA 1, terug werkt tot en met 1 januari 1993, wat betreft de onderdelen D 1, P 3 en Q 5 voor zover daarbij artikelen van deworden gewijzigd ter zake van de eindejaarsuitkering; b. b a a artikel I, de onderdelen E 1en 5, G 2, H, Q 1, 3, 4, 6 en 7, S 2, T, W 1 a a , BB, FF 1, 4, 5en 6, II 2 en JJ, terugwerkt tot en met 1 januari 1995; c. artikel I, de onderdelen D 1 en 2, E 3 en 4, F, I, J, O, P b b b b Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers 1, 2 en 3, Q 3, 4en 5, R, U, V, W 2 en 3, Z, DD, EE 1 en 2, FF 4en 5, GG, KK, LL, MM en NN, terugwerkt tot en met 1 januari 1996, wat betreft de onderdelen D 1, P 3 en Q 5 voor zover daarbij artikelen van deworden gewijzigd in verband met de wijziging van artikel 105 van die wet, bij deze wet; d. artikel I, de onderdelen AA 2, FF 2 en HH, werking heeft ten aanzien van voor een pensioenberekening in aanmerking te nemen tijd vanaf 1 januari 1994 en wat betreft onderdeel AA 3 terugwerkt tot en met die datum; e. artikel I, de onderdelen A, L en CC, werking heeft ten aanzien van een recht op uitkering ter zake van een ontslag of aftreden ingaande 1 januari 1995 of later; f. artikel I, de onderdelen D 3, P 4 en EE 3, werking heeft ten aanzien van voor een pensioenberekening in aanmerking te nemen uitkeringstijd waarin de belanghebbende inkomsten heeft uit een betrekking waaraan aanspraak op overheidspensioen wordt ontleend vanaf 1 januari 1995, en overigens eerst werking heeft ten aanzien van voor een pensioenberekening in aanmerking te nemen tijd waarin recht op uitkering bestaat uit hoofde van een ontslag of aftreden op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet; g. artikelen II III deenterugwerken tot en met 1 juli 1996. 1997 14 16-01-1997 11-12-1996 24632 1997 14 16-01-1997 11-12-1996 24632 17-01-1997