Wet van 23 januari 1997 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de herziening van de voorlopige maatregelen van kinderbescherming
- BWB-id
- BWBR0008509
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1999-02-17
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008509
- ELI
- /eli/nl/wet/1997/wijzigingswet-burgerlijk-wetboek-en-enige-andere-wetten-herz
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1997/wijzigingswet-burgerlijk-wetboek-en-enige-andere-wetten-herz/1999-02-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008509&g=1999-02-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008509&z=2026-06-06&g=1999-02-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008509/1999-02-17
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1997/wijzigingswet-burgerlijk-wetboek-en-enige-andere-wetten-herz
Artikel I — ARTIKEL I#
ARTIKEL I Wijzigt Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel II — ARTIKEL II#
ARTIKEL II Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 1997 38 06-02-1997 23-01-1997 23808 1997 188 06-05-1997 23-04-1997 01-07-1997
Artikel III — ARTIKEL III#
ARTIKEL III Wijzigt de Wet op de Jeugdhulpverlening. 1997 38 06-02-1997 23-01-1997 23808 1997 188 06-05-1997 23-04-1997 01-07-1997
Artikel IV — ARTIKEL IV#
ARTIKEL IV Wijzigt de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen. 1997 38 06-02-1997 23-01-1997 23808 1997 188 06-05-1997 23-04-1997 01-07-1997
Artikel V — ARTIKEL V#
ARTIKEL V Wijzigt de Wet van 2 mei 1990 tot uitvoering van het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, uitvoering van het op 25 oktober 1980 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen alsmede algemene bepalingen met betrekking tot verzoeken tot teruggeleiding van ontvoerde kinderen over de Nederlandse grens en de uitvoering daarvan (Stb. 1990, 202). 1997 38 06-02-1997 23-01-1997 23808 1997 188 06-05-1997 23-04-1997 01-07-1997
Artikel VI — ARTIKEL VI#
ARTIKEL VI Wijzigt Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. 1997 38 06-02-1997 23-01-1997 23808 1997 188 06-05-1997 23-04-1997 01-07-1997
Artikel VII — ARTIKEL VII#
ARTIKEL VII Wijzigt de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. 1997 38 06-02-1997 23-01-1997 23808 1997 188 06-05-1997 23-04-1997 01-07-1997
Artikel VIII — ARTIKEL VIII#
ARTIKEL VIII artikelen IX X Op de voorlopige toevertrouwing van een minderjarige aan de raad voor de kinderbescherming die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet heeft plaatsgevonden, is het voor de inwerkingtreding van deze wet geldende recht van toepassing, behoudens deenvan deze wet. 1997 38 06-02-1997 23-01-1997 23808 1997 188 06-05-1997 23-04-1997 01-07-1997
Artikel IX — ARTIKEL IX#
ARTIKEL IX 1 Een voorlopige toevertrouwing van een minderjarige aan de raad voor de kinderbescherming die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet heeft plaatsgevonden ingevolge artikel 241 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, vervalt na verloop van zes weken, tenzij de raad voor de kinderbescherming zich voor het einde van de termijn tot de rechter heeft gewend teneinde een voorziening in het gezag over de minderjarige te verkrijgen. 2 De in het eerste lid bedoelde voorlopige toevertrouwing kan worden ingetrokken door de in het eerste lid bedoelde rechter. 3 De termijn van het eerste lid vangt aan met ingang van de dag na die waarop deze wet in werking treedt. 1997 38 06-02-1997 23-01-1997 23808 1997 188 06-05-1997 23-04-1997 01-07-1997
Artikel X — ARTIKEL X#
ARTIKEL X 1 Wanneer de officier van justitie voor de inwerkingtreding van deze wet een kind ingevolge artikel 272, eerste lid, of artikel 332 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, aan de raad voor de kinderbescherming heeft toevertrouwd en na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet overeenkomstig artikel 272, tweede lid, van de rechtbank haar bekrachtiging vordert, bepaalt de rechtbank, indien zij het kind overeenkomstig artikel 271, vierde lid, aan de raad voor de kinderbescherming toevertrouwt, de duur van de voorlopige toevertrouwing. 2 De maatregel, bedoeld in het eerste lid, vervalt na verloop van zes weken, tenzij voor het einde van de termijn een verzoek of vordering tot ontzetting of ontheffing aanhangig is gemaakt. In dat laatste geval blijft de maatregel van kracht totdat bij gewijsde over de ontzetting of de ontheffing is beslist, tenzij de rechter een kortere termijn heeft vastgesteld. 3 De in het eerste lid bedoelde voorlopige toevertrouwing kan worden ingetrokken. 4 De termijn, bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, vangt aan met ingang van de dag na die waarop deze wet in werking treedt. 1997 38 06-02-1997 23-01-1997 23808 1997 188 06-05-1997 23-04-1997 01-07-1997
Artikel XI — ARTIKEL XI#
ARTIKEL XI Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1997 38 06-02-1997 23-01-1997 23808 1997 188 06-05-1997 23-04-1997 01-07-1997