Wet van 26 maart 1998, houdende nieuwe bepalingen inzake De Nederlandsche Bank N.V. in verband met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (Bankwet 1998)
- BWB-id
- BWBR0009508
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-03-25
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009508
- ELI
- /eli/nl/wet/1998/bankwet-1998
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1998/bankwet-1998/2026-03-25
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009508&g=2026-03-25
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009508&z=2026-06-06&g=2026-03-25
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009508/2026-03-25
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1998/bankwet-1998
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de Bank: De Nederlandsche Bank N.V.; b. Onze Minister: Onze Minister van Financiën; c. het Verdrag: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; d. de Europese Centrale Bank: de Europese Centrale Bank, bedoeld in artikel 13 van het Verdrag betreffende de Europese Unie; e. het Europees Stelsel van Centrale Banken: het Europees Stelsel van Centrale Banken, bedoeld in artikel 282, eerste lid, van het Verdrag; f. de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken: de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank, bedoeld in artikel 129, tweede lid, van het Verdrag; g. verordening valsemunterij: verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (PbEG 2001, L 181); h. verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme: verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225); i. Verordening (EU) 2021/23 Verordeningen (EU) nr. 1095/2010 (EU) nr. 648/2012 (EU) nr. 600/2014 (EU) nr. 806/2014 (EU) 2015/2365 Richtlijnen 2002/47/EG 2004/25/EG 2007/36/EG 2014/59 2017/1132 verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen:van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de,,,en, en de,,,/EU en (EU)(PbEU 2021, L 22). 2 De Bank vormt een integrerend onderdeel van het Europees Stelsel van Centrale Banken met betrekking tot de taken en plichten die het Verdrag aan dat Stelsel opdraagt. 2022 428 03-11-2022 13-10-2022 36105 2022 428 03-11-2022 13-10-2022 36105 04-11-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Ter uitvoering van het Verdrag heeft de Bank als doelstelling het handhaven van prijsstabiliteit. 2 Ter uitvoering van het Verdrag ondersteunt de Bank, onverminderd het doel van prijsstabiliteit, het algemene economische beleid in de Europese Unie teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie omschreven doelstellingen van de Unie. 3 De Bank handelt in overeenstemming met het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging, waarbij een doelmatige allocatie van middelen wordt bevorderd, en met inachtneming van de beginselen die zijn neergelegd in artikel 119 van het Verdrag. 4 artikel 3 De Bank heeft voorts als doelstelling het uitvoeren van taken, anders dan die bedoeld in, voorzover deze haar bij of krachtens de wet zijn opgedragen. 2012 678 21-12-2012 13-12-2012 33236 2012 693 28-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Ter uitvoering van het Verdrag draagt de Bank in het kader van het Europees Stelsel van Centrale Banken bij aan de vervulling van de volgende taken a. het bepalen van het monetaire beleid en het ten uitvoer leggen van dat beleid; b. het verrichten van valutamarktoperaties in overeenstemming met artikel 219 van het Verdrag; c. het aanhouden en beheren van de officiële externe reserves; d. het verzorgen van de geldsomloop voorzover deze uit bankbiljetten bestaat; e. het bevorderen van de goede werking van het betalingsverkeer. 2 Ter uitvoering van het Verdrag draagt de Bank in het kader van het Europees Stelsel van Centrale Banken bij tot een goede beleidsvoering van de bevoegde autoriteiten ten aanzien van het bedrijfseconomisch toezicht op banken en de stabiliteit van het financiële stelsel. 3 Ter uitvoering van het Verdrag is het de Bank toegestaan bij de uitoefening van haar taken en plichten ingevolge het eerste en tweede lid instructies te vragen aan en te aanvaarden van uitsluitend de Europese Centrale Bank. 2011 670 29-12-2011 22-12-2011 32826 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 2011 610 20-12-2011 01-12-2011 32781 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De Bank heeft tot taak: a. het uitoefenen van toezicht op financiële instellingen op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen; b. het bevorderen van de goede werking van het betalingsverkeer; c. het bevorderen van de stabiliteit van het financiële stelsel; d. het verzamelen van statistische gegevens en het vervaardigen van statistieken op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen; e. het uitoefenen van afwikkelingstaken met betrekking tot bepaalde financiële ondernemingen op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen. 2 De Bank kan de in het eerste lid genoemde taken mede uitvoeren in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen. 3 De Bank kan, na toestemming bij koninklijk besluit, in het algemeen belang zowel in het Europese deel van Nederland als in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba andere taken uitvoeren dan de in deze wet genoemde. 2023 57 21-02-2023 07-12-2022 36131 2023 107 04-04-2023 24-03-2023 01-07-2023
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a artikel 4, eerste lid, onderdeel e De Bank neemt bij de uitoefening van haar taak, bedoeld in, tot uitgangspunt dat een beroep op de publieke middelen wordt vermeden. Indien met het oog op de afwikkelingsdoelstellingen, bedoeld in artikel 14 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme of artikel 21 van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen, een beroep op buitengewone openbare financiële steun onvermijdelijk is, wordt dat beroep beperkt tot hetgeen noodzakelijk is ter verwezenlijking van die doelstellingen. 2022 428 03-11-2022 13-10-2022 36105 2022 428 03-11-2022 13-10-2022 36105 04-11-2022
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3 artikel 4 De Bank is bevoegd die werkzaamheden te verrichten die nodig zijn ter uitvoering van de inengenoemde taken, waaronder met name de werkzaamheden die in deze paragraaf zijn genoemd. De Bank verricht deze werkzaamheden in overeenstemming met het Verdrag. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De Bank is bevoegd tot het uitgeven van bankbiljetten. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Vervallen 2013 487 05-12-2013 25-11-2013 33632 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De Bank is bevoegd de Europese Centrale Bank bij te staan bij het verzamelen van gegevens op de voet van artikel 5 van de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken. 2023 57 21-02-2023 07-12-2022 36131 2023 107 04-04-2023 24-03-2023 01-07-2023
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De Bank is bevoegd tot het verrichten van transacties in de financiële markten, daaronder het ontvangen van gelden in rekening-courant van rekeninghouders, het in bewaring nemen van effecten en andere voorwerpen van waarde en het verrichten van krediettransacties voorzover deze gedekt zijn door toereikend onderpand. 2 artikel 45 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 42 47 van de Faillissementswet Rechtshandelingen in verband met transacties, als bedoeld in het eerste lid, zijn niet vernietigbaar op grond vanof deen. 3 Op verzoek van Onze Minister verricht de Bank de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden ten behoeve van de Staat en ten behoeve van instellingen die bij wet of bij koninklijk besluit in het leven zijn geroepen. 4 Op verzoek van Onze Minister en in afwijking van het eerste lid verstrekt de Bank aan de Staat, telkens wanneer Onze Minister dit nodig acht voor de ordelijke afwikkeling van betalingen ten laste van de Staat, kredieten in rekening-courant, zonder onderpand en tegen een, tussen Onze Minister en de Bank overeen te komen rentevergoeding. De Staat is verplicht deze kredieten af te lossen op de dag waarop zij zijn verstrekt. 2012 241 12-06-2012 24-05-2012 33059 2012 241 12-06-2012 24-05-2012 33059 13-06-2012 20-01-2012
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De Bank kan na toestemming bij koninklijk besluit: a. deelnemingen houden in het kapitaal van rechtspersonen, van instellingen en van organisaties waarin haar deelname in het kapitaal bij of krachtens het Verdrag of bij wet niet reeds is geregeld; b. deelnemen aan de werkzaamheden van rechtspersonen, van instellingen en van organisaties waarin haar deelname in de werkzaamheden bij of krachtens het Verdrag of bij wet niet reeds is geregeld; c. in het algemeen belang andere werkzaamheden verrichten dan bedoeld in deze paragraaf. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 Kredietinstellingen, betalingsdienstverleners en economische operatoren als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de verordening valsemunterij controleren alle ontvangen eurobankbiljetten op hun geschiktheid voor circulatie alvorens deze biljetten weer in omloop te brengen. 2 De geschiktheidscontrole van eurobankbiljetten wordt uitgevoerd volgens de daartoe door de Europese Centrale Bank vastgestelde procedures. 3 Eurobankbiljetten die ongeschikt zijn voor circulatie, worden door de in het eerste lid bedoelde instellingen ingeleverd bij de Bank. 4 De Bank vergoedt de nominale waarde van de op grond van het derde lid ingeleverde eurobankbiljetten. 2013 487 05-12-2013 25-11-2013 33632 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b 1 artikel 9a, eerste tot en met derde lid Met het toezicht op de naleving van, en, voor zover dat artikel betrekking heeft op eurobankbiljetten, artikel 6, eerste lid, van de verordening valsemunterij zijn belast de bij besluit van de Bank aangewezen personen. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2013 487 05-12-2013 25-11-2013 33632 2013 552 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 9c — Artikel 9c#
Artikel 9c 1 De Bank is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van: a. artikel 9a, eerste tot en met derde lid ; b. artikel 6, eerste lid, van de verordening valsemunterij, voor zover dat artikel betrekking heeft op eurobankbiljetten. 2 artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De Bank is tevens bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete ter zake van overtreding van de in het eerste lid genoemde artikelen en. 3 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bij de daarin omschreven overtredingen het bedrag van de op te leggen bestuurlijke boete bepaald, met diende verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 50.000 bedraagt. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding, wordt het bedrag van de bestuurlijke boete, bedoeld in de eerste volzin, voor een afzonderlijke overtreding verdubbeld. 4 Indien tegen een besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete bezwaar of beroep wordt aangetekend, schorst dit de verplichting tot betaling van de boete totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. De schorsing van de verplichting tot betaling schorst niet de berekening van de wettelijke rente. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 9d — Artikel 9d#
Artikel 9d 1 artikel 4, eerste lid, onderdelen c en d De Bank is bevoegd ten behoeve van de in, bedoelde taken of ter voldoening aan informatieverzoeken van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen internationale organisaties gebruik te maken van gegevens, niet zijnde persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming, uit registraties die: a. in verband met de uitvoering van een wettelijke taak worden bijgehouden bij instellingen en diensten van het Rijk of bij zelfstandige bestuursorganen op het niveau van de centrale overheid; b. worden bijgehouden door bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rechtspersonen die een bij of krachtens de wet geregelde taak uitoefenen of geheel of gedeeltelijk, direct of indirect, worden bekostigd uit middelen van de Staat of uit de opbrengst van bij of krachtens de wet ingestelde heffingen. 2 Voor zover de in het eerste lid bedoelde verwerving niet de benodigde gegevens oplevert, is de Bank bevoegd om bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens, niet zijnde persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming, op te vragen bij in die maatregel aangewezen categorieën van ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen. 3 De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde instellingen, diensten en zelfstandige bestuursorganen, de in onderdeel b van dat lid bedoelde rechtspersonen en de in het tweede lid bedoelde ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen verstrekken de in die leden bedoelde gegevens op verzoek van de Bank binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn. Daarbij kan geen beroep worden gedaan op geheimhoudingsverplichtingen, tenzij deze verplichtingen gebaseerd zijn op internationale regelgeving. 4 De in het derde lid bedoelde verstrekking van gegevens geschiedt kosteloos, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders wordt bepaald. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de soort kosten en de hoogte van de kosten die bij de Bank in rekening mogen worden gebracht. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 9e — Artikel 9e#
Artikel 9e 1 artikel 9d De door de Bank op grond vanontvangen gegevens worden, behoudens het tweede lid, uitsluitend gebruikt voor statistische doeleinden en economische analyses. 2 artikel 4, eerste lid, onderdeel c of d Het organisatieonderdeel van de Bank dat is belast met de in, bedoelde taak kan de in het eerste lid bedoelde gegevens verstrekken aan organisatieonderdelen van de Bank die belast zijn met een andere taak, voor zover die gegevens, al dan niet rechtstreeks, afkomstig zijn van financiële instellingen waarop de Bank toezicht uitoefent op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen. 3 De in het eerste lid bedoelde gegevens worden slechts zodanig openbaar gemaakt dat daaraan geen herkenbare gegevens over een afzonderlijke onderneming, vrije beroepsbeoefenaar, instelling of rechtspersoon kunnen worden ontleend. 2014 472 05-12-2014 19-11-2014 33918 2014 534 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 9f — Artikel 9f#
Artikel 9f artikel 9e artikel 9d, eerste lid In afwijking vanverstrekt de Bank gegevens aan de in, bedoelde internationale organisaties ter voldoening aan hun informatieverzoeken, met inachtneming van het geheimhoudingsregime dat ingevolge bindende EU-rechtshandelingen op de desbetreffende gegevens van toepassing is. 2014 472 05-12-2014 19-11-2014 33918 2014 534 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 9g — Artikel 9g#
Artikel 9g 1 artikel 9d, derde lid De Bank is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van, indien de in het eerste lid, onderdeel b, van dat artikel bedoelde rechtspersonen en de in het tweede lid van dat artikel bedoelde ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen de in die artikelleden bedoelde gegevens niet, niet tijdig of niet volledig verstrekken. 2 artikel 9d, derde lid Artikel 9c, derde en vierde lid De Bank is tevens bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete ter zake van overtreding van., is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 10.000 bedraagt. 2014 472 05-12-2014 19-11-2014 33918 2014 534 19-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 9h — Artikel 9h#
Artikel 9h 1 De Bank voert, onder de naam Financieel Stabiliteitscomité, periodiek overleg met vertegenwoordigers van de Stichting Autoriteit Financiële Markten en Onze Minister over macro-economische en financiële ontwikkelingen met als doel om risico’s voor de stabiliteit van het financiële stelsel te signaleren en mogelijke oplossingsrichtingen ter mitigatie van die risico’s aan te dragen. De Bank kan, in overeenstemming met de Stichting Autoriteit Financiële Markten, dienaangaande aanbevelingen doen. 2 De deelnemers komen ten minste tweemaal per jaar bijeen onder voorzitterschap van de president van de Bank. De Bank brengt van deze bijeenkomsten en van aanbevelingen verslag uit aan Onze Minister. Onze Minister zendt afschriften van deze verslagen aan de beide kamers der Staten-Generaal. 3 Het Centraal Planbureau woont als externe deskundige de bijeenkomsten van het overleg bij. 4 De deelnemers regelen de verdere werkwijze van het overleg. 2023 57 21-02-2023 07-12-2022 36131 2023 107 04-04-2023 24-03-2023 01-07-2023
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Artikel 153 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de Bank. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Bepalingen vandie bij toepassing op de Bank strijdigheid opleveren met het Verdrag of de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken zijn niet van toepassing op de Bank. Met het oog op de uitvoering van artikel 131 van het Verdrag worden deze bepalingen bij algemene maatregel van bestuur aangewezen. 2023 57 21-02-2023 07-12-2022 36131 2023 107 04-04-2023 24-03-2023 01-07-2023
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De directie van de Bank is belast met het besturen van de Bank. De directie bestaat uit een president en ten minste drie en ten hoogste vijf directeuren. 2 De president en de directeuren worden voor een periode van zeven jaren bij koninklijk besluit benoemd. Herbenoeming in dezelfde functie kan eenmaal plaatsvinden. Voor elke benoeming wordt door de raad van commissarissen, de directie gehoord, een aanbevelingslijst van in beginsel drie personen opgemaakt. 3 Voorafgaand aan het opmaken van de aanbevelingslijst stelt de raad van commissarissen, de directie gehoord, een functieprofiel op. 4 De president en de directeuren kunnen slechts indien zij niet meer voldoen aan de eisen voor de uitoefening van hun functie of indien zij op ernstige wijze zijn tekortgeschoten bij koninklijk besluit worden geschorst of uit hun functie worden ontheven. Ontheffing uit de functie vindt voorts plaats op eigen verzoek. 5 Onze Minister draagt zorg voor de mededeling in de Staatscourant van de in dit artikel bedoelde koninklijke besluiten. 6 artikel 2, eerste lid Met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de doelstelling, bedoeld in, neemt de directie de hoedanigheid van de president als lid van de Raad van bestuur alsmede van de Algemene Raad van de Europese Centrale Bank in acht. 7 De salarissen en de toezeggingen omtrent het pensioen alsmede regelingen omtrent vergoeding van onkosten van de president en de directeuren worden vastgesteld door de raad van commissarissen en goedgekeurd door Onze Minister. 2023 57 21-02-2023 07-12-2022 36131 2023 107 04-04-2023 24-03-2023 01-07-2023
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 artikel 4, eerste lid, onderdeel a Bij of krachtens de statuten kan worden bepaald dat taken van de directie die voortvloeien uit, worden toebedeeld aan één of meer directeuren en dat zij hieromtrent rechtsgeldig namens de Bank kunnen besluiten. Bepaling krachtens de statuten als bedoeld in de eerste volzin geschiedt schriftelijk. 2 De directeur of directeuren aan wie de taken, bedoeld in het eerste lid, zijn toebedeeld, kunnen door de directie worden gemachtigd tot uitoefening van de bevoegdheden die nodig zijn voor het vervullen van deze taken, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet. 3 artikelen 4:81 10:6 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderd het bepaalde in deenomvat de machtiging, bedoeld in het tweede lid, tevens de bevoegdheid om beleid te bepalen ten aanzien van de taken, bedoeld in het tweede lid, tenzij dit in een mandaatbesluit is uitgesloten. 2015 431 25-11-2015 11-11-2015 34208 2015 435 25-11-2015 16-11-2015 26-11-2015
Artikel 12b — Artikel 12b#
Artikel 12b 1 artikel 4, eerste lid, onderdeel e artikelen 3 Eén van de directeuren is belast met de uitvoering van de taak, bedoeld in. Deze directeur is niet tevens belast met de uitoefening van de taken, bedoeld in deen 4, eerste lid, onderdeel a, voor zover het betreft het toezicht op bepaalde financiële ondernemingen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, en onderdeel c. 2 artikel 4, eerste lid, onderdeel e Ter zake van besluitvorming in de directie waarbij de taak, bedoeld in, wordt uitgeoefend, worden aan de directeur, bedoeld in het eerste lid, evenveel stemmen toegekend als aan de overige leden van de directie tezamen. Bij staking van de stemmen, beslist de stem van de directeur, bedoeld in het eerste lid. 3 artikelen 3A:9 tot en met 3A:11a 3A:81 tot en met 3A:83 van de Wet op het financieel toezicht Het tweede lid is niet van toepassing op besluitvorming waarbij toepassing wordt gegeven aan deenen aan de artikelen 8 tot en met 11 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en aan de artikelen 12, 15 en 16 van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen. 2023 57 21-02-2023 07-12-2022 36131 2023 107 04-04-2023 24-03-2023 01-07-2023
Artikel 12c — Artikel 12c#
Artikel 12c 1 deel 3A van de Wet op het financieel toezicht artikel 12b, eerste lid Een beoordeling of sprake is van het falen of waarschijnlijk falen van een entiteit waaropvan toepassing is, kan in de directie ter besluitvorming worden ingebracht door de directeur verantwoordelijk voor het toezicht op de bewuste entiteit, of door de directeur, bedoeld in. Artikel 12b, tweede lid, is niet van toepassing. 2 artikel 12b, eerste lid Indien de directie bij besluitvorming als bedoeld in het eerste lid niet vaststelt dat sprake is van falen of waarschijnlijk falen, terwijl de directeur, bedoeld in, van oordeel is dat daarvan wel sprake is, kan deze directeur het besluit opnieuw in stemming brengen. Artikel 12b, tweede lid, is van toepassing. 2024 241 30-08-2024 17-07-2024 36442 2024 246 05-09-2024 24-08-2024 01-01-2025
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De raad van commissarissen bestaat uit ten minste zeven en ten hoogste tien leden. 2 Eén lid van de raad van commissarissen wordt van overheidswege benoemd voor een periode van vier jaar. Herbenoeming kan plaatsvinden overeenkomstig de statuten van de Bank. 3 De voorzitter alsmede de andere leden van de raad van commissarissen worden voor een periode van vier jaar benoemd door de aandeelhouders uit een voordracht van in beginsel drie personen voor elke te vervullen plaats, opgemaakt door de raad van commissarissen. Voorafgaand aan het opmaken van de voordracht stelt de raad van commissarissen een functieprofiel op. Herbenoeming kan plaatsvinden overeenkomstig de statuten van de Bank. 4 Bij afwezigheid van de voorzitter wordt het voorzitterschap bekleed door een daartoe door de vergadering aangewezen ander lid. 5 De leden van de raad van commissarissen kunnen door degene die hen heeft benoemd worden geschorst of uit hun functie worden ontheven indien zij niet meer voldoen aan de eisen voor de uitoefening van hun functie of op ernstige wijze zijn tekortgeschoten. Ontheffing uit de functie vindt voorts plaats op eigen verzoek. 6 artikel 4 Met inachtneming van het bepaalde in het Verdrag en de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, houdt de raad van commissarissen toezicht op de algemene gang van zaken binnen de Bank en het beleid van de directie ter uitvoering van. De raad van commissarissen staat de directie met raad terzijde en stelt de jaarrekening vast. De vastgestelde jaarrekening behoeft de goedkeuring van de aandeelhouders. 2023 57 21-02-2023 07-12-2022 36131 2023 107 04-04-2023 24-03-2023 01-07-2023
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Ten behoeve van Onze Minister kan degene die ingevolge artikel 13, tweede lid, tot lid van de raad van commissarissen is benoemd op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging en met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag bij de directie van de Bank gegevens en inlichtingen inwinnen over de wijze waarop de Bank haar taken uitvoert. Hij kan op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging en met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag zijn bevindingen aan Onze Minister kenbaar maken. 2 artikel 4 De directie van de Bank is gehouden de in het eerste lid bedoelde persoon telkens op diens aanvraag al die gegevens en inlichtingen te verstrekken, welke hij tot behoorlijke uitoefening van zijn taak als bedoeld in het eerste lid, nodig acht, met uitzondering van gegevens en inlichtingen die ingevolge het Verdrag of de inbedoelde wettelijke regelingen geheim zijn. 2011 610 20-12-2011 01-12-2011 32781 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Er is een bankraad, bestaande uit ten minste elf en ten hoogste dertien leden, te weten: a. tweede lid van artikel 13 het in hetbedoelde lid van de raad van commissarissen; b. één door de raad van commissarissen uit hun midden aan te wijzen lid; c. ten minste negen en ten hoogste elf leden die steeds voor vier jaar worden benoemd door de bankraad. 2 De benoeming van leden, bedoeld in het eerste lid onder c, geschiedt uit een aanbevelingslijst van in beginsel twee personen voor elke te vervullen plaats, op te maken door de directie van de Bank, waarbij wordt gestreefd naar representatie van de verschillende maatschappelijke geledingen. 3 De bankraad benoemt uit zijn midden een voorzitter. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt het voorzitterschap bekleed door een daartoe door de vergadering aangewezen lid. Het secretariaat wordt vervuld door de Bank. 4 De directie van de Bank en de thesaurier-generaal of zijn plaatsvervanger wonen de vergaderingen van de bankraad bij en kunnen deelnemen aan de beraadslagingen. 5 De president van de Bank brengt aan de bankraad verslag uit over de algemene economische en financiële ontwikkeling en bespreekt met de bankraad de door de Bank gevoerde politiek. Daarnaast wordt beraadslaagd over de onderwerpen, welke door één of meer leden ter tafel worden gebracht in verband met de doelstellingen, taken en werkzaamheden van de Bank. 2023 57 21-02-2023 07-12-2022 36131 2023 107 04-04-2023 24-03-2023 01-07-2023
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De Bank stelt, met inachtneming van het Verdrag en na overleg met Onze Minister, interne richtlijnen vast voor het beheer van effecten, geldswaardige papieren en de goud- en deviezenvoorraad die niet is overgedragen aan de Europese Centrale Bank overeenkomstig artikel 30 van de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, daarbij op gepaste wijze rekening houdend met de belangen van de Staat. 2 De Bank is bevoegd, met toestemming van Onze Minister, reserves na winstvaststelling te vormen. Stortingen in en onttrekkingen aan deze reserves behoeven de toestemming van Onze Minister. 2023 57 21-02-2023 07-12-2022 36131 2023 107 04-04-2023 24-03-2023 01-07-2023
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikelen 2:363, zesde lid 2:380 2:383, tweede lid, tweede zin afdelingen 3 4 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 2:384, eerste lid, tweede zin, of tweede lid, tweede zin, van het Burgerlijk Wetboek afdeling 14 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De,,, met uitzondering van de openstaande bedragen, alsmede deenzijn niet van toepassing op de Bank. De Bank mag, mede ter bepaling van het resultaat, de waardering van de beleggingen, effecten en valuta doen berusten op grondslagen die afwijken van het bepaalde in, voorzover dit in overeenstemming is met hetgeen indaaromtrent is bepaald. 2 titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 2 Van de bepalingen vanwijkt de Bank bovendien af, voorzover die afwijking naar het oordeel van de raad van commissarissen noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de inbedoelde doelstellingen. 3 titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 3, derde lid Van de bepalingen vanwijkt de Bank bovendien af voor zover die afwijking noodzakelijk is om uitvoering te kunnen geven aan instructies, als bedoeld in. De Bank stelt de raad van commissarissen onverwijld van de afwijking in kennis. 4 artikel 406 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indien de Bank uit hoofde van de uitvoering van haar wettelijke taken en bevoegdheden zeggenschap verwerft over een entiteit, wordt dit niet beschouwd als overheersende zeggenschap als bedoeld in. 2026 60 24-03-2026 11-03-2026 36822 2026 61 24-03-2026 16-03-2026 25-03-2026
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 2, eerste lid Onze Minister is, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag, bevoegd de Bank met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de in, bedoelde doelstelling, gegevens of inlichtingen te vragen die naar zijn oordeel nodig zijn ter bepaling van het financieel-economisch beleid van de regering. 2 De Bank is, met inachtneming van artikel 10.4 en artikel 37 van de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, verplicht aan Onze Minister de in het eerste lid bedoelde gegevens en inlichtingen te verstrekken. 2023 57 21-02-2023 07-12-2022 36131 2023 107 04-04-2023 24-03-2023 01-07-2023
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 2, eerste lid Met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de doelstelling, bedoeld in, kan de president van de Bank, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag en van artikel 10.4 en artikel 37 van de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, door elk der beide kamers der Staten-Generaal op hun verzoek worden gehoord. 2023 57 21-02-2023 07-12-2022 36131 2023 107 04-04-2023 24-03-2023 01-07-2023
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikelen 2, eerste, tweede en derde lid 3 4, eerste lid, onderdelen b en c, tweede en derde lid 9, onderdeel c Voor zover deze wet strekt ter uitvoering van de handelingen ter verwezenlijking van de in de,,, en, bedoelde doelstellingen en taken, is het aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen die hij bij die taakuitvoering heeft verkregen verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist. 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 2021 500 27-10-2021 25-10-2021 35112 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 01-05-2022
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Wijzigt de Wet toezicht kredietwezen 1992. 1999 507 07-12-1999 11-11-1999 26233 1999 507 07-12-1999 11-11-1999 26233 08-12-1999
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Wijzigt de Noodwet financieel verkeer. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Wijzigt de Muntwet 1987. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2011 610 20-12-2011 01-12-2011 32781 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Wijzigt deze wet. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Vervallen. 2 artikelen 229i-k van het Wetboek van Koophandel Dezijn niet van toepassing op bankbiljetten. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verwisseling, intrekking en aftekening van bankbiljetten door de Bank, en de door de Bank aan het publiek te verstrekken informatie hieromtrent. 4 Dit artikel of een onderdeel ervan vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2001 652 21-12-2001 06-12-2001 2001 652 21-12-2001 06-12-2001 28-01-2002
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 12 artikel 12, lid 2 Na inwerkingtreding vanvan deze wet berusten de koninklijk besluiten die op grond van artikel 23, leden 1 en 2, van de Bankwet 1948 van kracht zijn, op, van deze wet. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 13, derde lid De benoeming voor de eerste maal van de leden van de raad van commissarissen, bedoeld in, geschiedt door de aandeelhouders binnen 8 weken na inwerkingtreding van deze wet. Op dat tijdstip treden de commissarissen, benoemd overeenkomstig artikel 27 van de Bankwet 1948, af. 2 artikel 13, derde lid artikel 13, derde lid De voor de eerste maal benoemde leden van de raad van commissarissen, bedoeld in, hebben, in afwijking van, zitting voor de tijd van één tot vier jaren volgens een door de raad van commissarissen op te stellen rooster. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 15, eerste lid, onder c De benoeming voor de eerste maal van de leden van de bankraad, bedoeld in, geschiedt door de Bank binnen 8 weken na inwerkingtreding van deze wet. Op dat tijdstip treden de leden van de bankraad, benoemd overeenkomstig artikel 32 van de Bankwet 1948, af. 2 De overeenkomstig het eerste lid benoemde leden hebben zitting voor de tijd van één tot vier jaren, volgens een door de bankraad op te stellen rooster. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 9 artikel 9 Na de inwerkingtreding vanvan deze Wet berusten de koninklijke besluiten die op grond van artikel 21 van de Bankwet 1948 van kracht zijn, opvan deze wet. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 De Bankwet 1948 wordt ingetrokken. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De wet van 11 januari 1956 houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 17 van de Bankwet 1948, wordt ingetrokken. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Deze wet wordt aangehaald als: Bankwet 1998. 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.