Wet van 25 mei 1998, houdende regels inzake plannen op het terrein van het verkeer en het vervoer (Planwet verkeer en vervoer)
- BWB-id
- BWBR0009642
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2015-01-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009642
- ELI
- /eli/nl/wet/1998/planwet-verkeer-en-vervoer
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1998/planwet-verkeer-en-vervoer/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009642&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009642&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009642/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1998/planwet-verkeer-en-vervoer
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; Onze Ministers: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat tezamen met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan: de nationale doelstellingen en de andere onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerbeleid, die in dit plan als zodanig worden aangemerkt; essentiële onderdelen van het provinciale verkeers- en vervoerplan: provinciale doelstellingen en andere onderdelen van het provinciale verkeers- en vervoerbeleid die een uitwerking vormen van de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan. 1998 423 16-07-1998 25-05-1998 25337 1998 424 16-07-1998 06-07-1998 25337 17-07-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening Er is een nationaal verkeers- en vervoerplan, dat richting geeft aan de te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer. Voor zover een nationaal verkeers- en vervoersplan het karakter heeft van een structuurvisie, wordt dit in het plan bepaald en ishierop van toepassing. 2 Het nationale verkeers- en vervoerplan wordt voorbereid door Onze Minister, die daartoe in overleg treedt met gedeputeerde staten en de colleges van burgemeester en wethouders. 2008 180 03-06-2008 22-05-2008 30938 2008 227 26-06-2008 16-06-2008 01-07-2008
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het plan bevat de hoofdzaken van het nationale verkeers- en vervoerbeleid. 2 In het plan wordt rekening gehouden met de mogelijke economische, milieu-, ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, alsmede met de van belang zijnde internationale ontwikkelingen. 3 Het plan bevat in ieder geval: a. de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerbeleid; b. een beschrijving van de te verwachten activiteiten van Rijk, provincies en gemeenten; c. de afstemming met aangrenzende beleidsterreinen, zoals economie en milieu; d. de fasering, de prioriteitsstelling en een indicatie van de bekostiging van de uitvoering; e. de termijn waarbinnen het provinciale plan moet worden vastgesteld of herzien. 1998 423 16-07-1998 25-05-1998 25337 1998 424 16-07-1998 06-07-1998 25337 17-07-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het door het Rijk te voeren beleid wordt neergelegd in een afzonderlijk hoofdstuk van het nationale verkeers- en vervoerplan. 2 artikel 4 van de Wet Infrastructuurfonds Het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport, bedoeld in, geldt tevens als uitvoeringsprogramma van het in het eerste lid bedoelde hoofdstuk. 1998 423 16-07-1998 25-05-1998 25337 1998 424 16-07-1998 06-07-1998 25337 17-07-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Provinciale staten stellen een of meer provinciale verkeers- en vervoersplannen vast, die richting geven aan de door provinciale staten en gedeputeerde staten te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer. Provinciale staten nemen hierbij de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoersplan in acht. 2 Het plan bevat de hoofdzaken van het door de provincie te voeren verkeers- en vervoerbeleid. 3 Het plan bevat in ieder geval: a. de uitwerking van de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan; b. de afstemming met andere beleidsterreinen, zoals ruimtelijke ordening, economie en milieu; c. de fasering, de prioriteitsstelling en een indicatie van de bekostiging van de uitvoering en van de voor gemeenten beschikbare middelen; d. de termijn waarvoor het plan geldt; e. de termijn waarbinnen het gemeentelijk beleid in overeenstemming moet zijn gebracht met het plan. 4 Voor afloop van de in het derde lid, onder d, bedoelde termijn stellen provinciale staten een nieuw provinciaal verkeers- en vervoerplan vast. 5 artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening artikel 4.9, eerste lid, van de Wet milieubeheer artikel 4.4 van de Waterwet In het plan geven provinciale staten in ieder geval aan, in hoeverre het voorgenomen beleid leidt tot aanpassing van het provinciale ruimtelijke beleid of het provinciale milieubeleid en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn een of meer geldende structuurvisies als bedoeld in, het geldende provinciale milieubeleidsplan, bedoeld in, of het geldende regionale waterplan, bedoeld in, te herzien. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Gedeputeerde staten betrekken bij de voorbereiding van het provinciale verkeers- en vervoersplan de naar hun oordeel meest belanghebbende bestuursorganen. Daartoe behoren in ieder geval Onze Minister, de colleges van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten van de aangrenzende provincies en de besturen van waterschappen die tevens wegbeheerder zijn. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van het provinciale verkeers- en vervoerplan isvan toepassing. 2005 532 01-11-2005 06-10-2005 29316 2005 533 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2012 233 05-06-2012 24-05-2012 32389 2012 276 27-06-2012 13-06-2012 01-10-2012
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het – zichtbaar – voeren van een samenhangend en uitvoeringsgericht verkeers- en vervoersbeleid, dat richting geeft aan de door de raad en het college te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer. De gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders neemt hierbij de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan en van het provinciale verkeers- en vervoerplan in acht en houdt rekening met het beleid van naburige gemeenten. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Het plan bevat in ieder geval: a. de uitwerking van de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan en van het provinciale verkeers- en vervoerplan; b. de afstemming met andere beleidsterreinen, zoals ruimtelijke ordening, economie en milieu; c. de fasering, de prioriteitsstelling en een indicatie van de bekostiging; d. de termijn waarvoor het plan geldt. 2012 233 05-06-2012 24-05-2012 32389 2012 276 27-06-2012 13-06-2012 01-10-2012
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders betrekt bij de voorbereiding van het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid of van het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan de naar zijn oordeel meest belanghebbende bestuursorganen en stelt hen op de hoogte van het door de gemeenteraad onderscheidenlijk het college te voeren beleid. Daartoe behoren in ieder geval gedeputeerde staten van de provincie, de colleges van burgemeester en wethouders van de aangrenzende gemeenten, de besturen van betrokken waterschappen die tevens wegbeheerder zijn en, in voorkomende gevallen, Onze Minister. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan isvan toepassing. 3 Wet ruimtelijke ordening Voor zover het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid gevolgen heeft voor het ruimtelijk beleid, geeft de gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders in ieder geval aan binnen welke termijn de daarvoor aangewezen procedures op basis van dein gang gezet worden. 2008 180 03-06-2008 22-05-2008 30938 2008 227 26-06-2008 16-06-2008 01-07-2008
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2012 233 05-06-2012 24-05-2012 32389 2012 276 27-06-2012 13-06-2012 01-10-2012
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Met het oog op de uitvoering van het nationale verkeers- en vervoerplan, de provinciale verkeers- en vervoerplannen en het verkeers- en vervoerbeleid van gemeenten kunnen bestuurlijke overeenkomsten worden gesloten. De noodzaak daartoe kan in het nationale of provinciale verkeers- en vervoerplan of in het gemeentelijke beleid worden aangegeven. 2 Voor het geval bestuurlijke overeenkomsten niet tot stand komen, kan ieder der betrokken bestuursorganen zich wenden tot een door Onze Minister in te stellen commissie. De leden van deze commissie worden benoemd op voordracht van Rijk, provincies en gemeenten. 1998 423 16-07-1998 25-05-1998 25337 1998 424 16-07-1998 06-07-1998 25337 17-07-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Ten behoeve van de onderlinge afstemming van het verkeers- en vervoerbeleid van Rijk, provincies en gemeenten en de uitvoering daarvan is er op nationaal en provinciaal niveau een verkeers- en vervoerberaad. 2 Onze Minister draagt zorg voor de organisatie van het verkeers- en vervoerberaad op nationaal niveau en gedeputeerde staten dragen zorg voor de organisatie van het verkeers- en vervoerberaad op provinciaal niveau. 2005 532 01-11-2005 06-10-2005 29316 2005 533 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 4 Onze Minister doet jaarlijks verslag van zijn bevindingen met betrekking tot de voortgang van de uitvoering van het nationale verkeers- en vervoerplan en verbindt daar conclusies aan. Hij maakt daarbij gebruik van de gegevens van provincies en gemeenten over de voortgang van de uitvoering van provinciale verkeers- en vervoerplannen en het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid. Dit verslag maakt deel uit van het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport als bedoeld in. 1998 423 16-07-1998 25-05-1998 25337 1998 424 16-07-1998 06-07-1998 25337 17-07-1998
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 1998 423 16-07-1998 25-05-1998 25337 1998 424 16-07-1998 06-07-1998 25337 17-07-1998
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 Het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in, stelt een regionaal verkeer- en vervoerplan vast, dat richting geeft aan de voor het krachtens artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer aangewezen gebied te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer. Het bestuur neemt hierbij de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan in acht, evenals de essentiële onderdelen van het provinciale verkeers- en vervoerplan, voor zover die betrekking hebben op de bovenregionale samenhang. 2 Voor een openbaar lichaam als bedoeld in het eerste lid is de onderhavige wet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat: a. artikelen 2, tweede lid 12 13, eerste lid 14 artikel 20, derde lid van de Wet personenvervoer 2000 voor de toepassing van de,,, en, openbare lichamen als bedoeld ingelijkgesteld worden met provincies; b. artikel 3, derde lid, onderdeel b voor de toepassing van, na «provincies» ingevoegd wordt:, openbare lichamen; c. artikel 5 artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 het inbedoelde provinciale verkeers- en vervoerplan uitsluitend betrekking heeft op het krachtensaangewezen gebied voor zover daarin essentiële onderdelen van beleid zijn opgenomen die noodzakelijk zijn voor de bovenregionale samenhang en het bestuur van de provincie over deze onderdelen overleg heeft gevoerd met het bestuur van het openbaar lichaam; d. artikel 6, eerste lid, tweede volzin artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 in, na «provincies» ingevoegd wordt:, alsmede het bestuur van het in de provincie bestaand openbaar lichaam als bedoeld in; e. artikelen 8 10 deenniet van toepassing zijn. 2014 557 24-12-2014 17-12-2014 33659 2014 558 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015 Artikel XXVII van Stb. 2014/557 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Wijzigt de Wet op de Ruimtelijke Ordening. 2 Wijzigt de Wet milieubeheer. 3 Wijzigt de Wet op de waterhuishouding. 1998 423 16-07-1998 25-05-1998 25337 1998 424 16-07-1998 06-07-1998 25337 17-07-1998
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1998 423 16-07-1998 25-05-1998 25337 1998 424 16-07-1998 06-07-1998 25337 17-07-1998
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Deze wet wordt aangehaald als: Planwet verkeer en vervoer. 1998 423 16-07-1998 25-05-1998 25337 1998 424 16-07-1998 06-07-1998 25337 17-07-1998