Wet van 6 november 1997, houdende regels betreffende het toezicht aan boord van schepen onder buitenlandse vlag in Nederlandse havens op de naleving van internationale voorschriften op het gebied van de veiligheid, voorkoming van verontreiniging en leef- en werkomstandigheden (Wet havenstaatcontrole)
- BWB-id
- BWBR0008999
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-09-17
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008999
- ELI
- /eli/nl/wet/1998/wet-havenstaatcontrole
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1998/wet-havenstaatcontrole/2025-09-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008999&g=2025-09-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008999&z=2026-06-06&g=2025-09-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008999/2025-09-17
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1998/wet-havenstaatcontrole
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; b. verdrag: 1°. Trb het op 5 april 1966 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de uitwatering van schepen (. 1966, 275), 2°. Trb het op 23 juni 1969 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de meting van schepen (. 1970, 122), 3°. Trb het op 20 oktober 1972 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake voorkoming van aanvaringen op zee (. 1974, 51), 4°. Trb het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake voorkoming van verontreiniging door schepen (. 1975, 147), 5°. Trb het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de beveiliging van mensenlevens op zee (. 1977, 77), 6°. Trb het op 23 februari 2006 in Genève tot stand gekomen Maritiem Arbeidsverdrag, 2006 (. 2007, 93). 7°. Trb het op 7 juli 1978 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst (. 1981, 144), 8°. Trb de op 11 november 1988 te Londen tot stand gekomen Protocollen inzake het onder 1° en 5° genoemde verdrag, met bijlagen (. 1990, 57), 9°. een bij de onder 1° tot en met 7° genoemde verdragen Nederland bindend protocol, bindende bijlage of bindend aanhangsel, of 10°. een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen ander verdrag of Nederland bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie inzake de veiligheid van schepen, voorkoming van verontreiniging door schepen of leef- en werkomstandigheden aan boord van schepen, of een daarbij behorend Nederland bindend protocol, bindende bijlage of bindend aanhangsel; c. richtlijn: richtlijn nr. 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole (PbEU L 131); d. haven: een anker- of ligplaats voor schepen, al of niet in zee, onder jurisdictie van een haven die, tenzij anders bepaald, in Nederland ligt; e. inspectie: een bezoek aan boord van een schip teneinde na te gaan of wordt voldaan aan de geldende verdragen en voorschriften waarbij ten minste de in artikel 13, eerste lid, van de richtlijn vermelde controles worden uitgevoerd; f. meer gedetailleerde inspectie: inspectie waarbij het schip, de uitrusting en de bemanning, geheel of, voor zover van toepassing, gedeeltelijk onder de in artikel 13, derde lid, van de richtlijn beschreven omstandigheden worden onderworpen aan een grondig onderzoek, dat de constructie van het schip, de uitrusting, de personeelssterkte, de leef- en werkomstandigheden en de naleving van de operationele voorschriften aan boord omvat; g. uitgebreide inspectie: een inspectie die ten minste de in bijlage VII van de richtlijn opgesomde onderdelen omvat en in voorkomend geval tevens een meer gedetailleerde inspectie kan omvatten indien daarvoor gegronde redenen als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de richtlijn zijn; h. exploitant: de eigenaar, rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van het schip; i. artikel 1, eerste lid, onder a, van de Schepenwet uitvaren: het verlaten van een aan de buitenzijde van de lijn, bedoeld in, gelegen anker- of ligplaats onder Nederlandse jurisdictie, of het in de richting van de zee overschrijden van deze lijn; j. aanhouding: het verbod voor de kapitein van een schip om met dat schip uit te varen; k. stopzetting van een activiteit: het verbod voor de exploitant of de kapitein van een schip om een activiteit voort te zetten; l. de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport: de door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport. m. artikel 4, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 2 van de Scheepvaartverkeerswet Scheepvaartverkeerswet havenbeheerder: degene die ingevolge de krachtens, gestelde regels, dan wel door het bevoegd gezag, bedoeld in, van de desbetreffende scheepvaartweg, is belast met de uitoefening van de bij of krachtens deverleende bevoegdheden ten aanzien van de deelname aan het scheepvaartverkeer in een haven of op een scheepvaartweg die toegang geeft tot een haven in Europees Nederland onderscheidenlijk degene die door het bestuurscollege van Bonaire, Sint Eustatius of Saba is belast met de uitoefening van de bevoegdheden ten aanzien van de deelname aan het scheepvaartverkeer in een haven of op een scheepvaartweg die toegang geeft tot een haven in Bonaire, Sint Eustatius of Saba; n. Trb MOU: het op 26 januari 1982 te Parijs tot stand gekomen Memorandum van overeenstemming inzake toezicht op schepen door de havenstaat (. 1996, 248); o. schip/havenraakvlak: de interactie die plaatsvindt wanneer een schip rechtstreeks en onmiddellijk betrokken is bij handelingen die gepaard gaan met de verplaatsing van personen of goederen, dan wel de verlening van havendiensten aan of vanuit het schip; p. klacht: informatie of rapport ingediend door een persoon of organisatie die een legitiem belang heeft bij de veiligheid van een schip, met inbegrip van de veiligheids- en gezondheidsrisico’s voor de bemanning, leef- en werkomstandigheden aan boord en de voorkoming van verontreiniging; q. inspectiedatabank: het informatiesysteem dat bijdraagt tot de uitvoering van de regeling inzake het havenstaatcontrolestelsel in de Europese Unie en betreffende de gegevens van inspecties uitgevoerd in de Europese Gemeenschap en in bij het MOU aangesloten havenstaten; r. controle: bezoek aan boord van een schip teneinde na te gaan of wordt voldaan aan een of meer geldende verdragen of voorschriften als bedoeld onder b; s. CCSS-Code: de in het kader van het op 9 februari 1996 te Barbados tot stand gekomen Memorandum van overeenstemming inzake toezicht op schepen door de havenstaat vastgestelde Code voor de veiligheid van vrachtschepen waarmee reizen worden ondernomen in het Caribisch gebied (Code of Safety for Caribbean Cargo Ships); t. SCV-Code: de in februari 2001 onder auspiciën van de IMO opgestelde, in december 2007 herziene en bij circulaire SLS.14/Circ.396, als voor het Koninkrijk der Nederlanden geldende equivalente regeling, aangemelde Code voor de veiligheid van kleine commerciële schepen waarmee reizen worden ondernomen in het Caribisch gebied (Code of Safety for Small Commercial Vessels); u. Verordening (EU) 2023/1805 Richtlijn 2009/16/EG Verordening (EU) 2023/1805:van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende het gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in het zeevervoer, en tot wijziging van(PbEU 2023, L 234). 2025 234 16-09-2025 14-07-2025 36649 2025 234 16-09-2025 14-07-2025 36649 17-09-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 hoofdstuk Va artikelen 11 11a 12, tweede lid Het bij of krachtens deze wet bepaalde is, met uitzondering van, van toepassing op een schip dat niet gerechtigd is op grond van voor Nederland geldende rechtsregels de vlag van het Koninkrijk te voeren, en dat, met uitzondering van de situaties, bedoeld in de,en, een haven aandoet om een schip/havenraakvlak te verrichten. 2 hoofdstukken II tot en met V Vb Het bij of krachtens deze wet bepaalde is, met uitzondering van deen, van toepassing op een schip dat niet gerechtigd is op grond van voor Nederland geldende rechtsregels de vlag van het Koninkrijk te voeren, en dat een haven gelegen in Bonaire, Sint Eustatius of Saba aandoet om een schip/havenraakvlak te verrichten. 3 artikel 26a, tweede lid artikel 30 Bij ministeriële regeling gestelde regels op grond van, enzijn slechts van toepassing op schepen als bedoeld in het tweede lid voor zover dat bij die regeling is bepaald. 4 Het bij of krachtens deze wet bepaalde is niet van toepassing op oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen die in gebruik zijn voor de uitvoering van de militaire taak, houten schepen van primitieve bouw en voor andere dan handelsdoeleinden gebruikte overheidsschepen en pleziervaartuigen. 2023 156 10-05-2023 08-06-2022 34836 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport kan een schip ten behoeve waarvan ingevolge een of meer van de verdragen een certificaat of ander document is vereist, aan een inspectie of uitgebreide inspectie onderwerpen. 2 Indien het schip niet is voorzien van een geldig ingevolge een of meer van de verdragen vereist certificaat of ander document of indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de toestand van het schip, de uitrusting, de bemanning of de leef- en werkomstandigheden aan boord niet in overeenstemming zijn met de gegevens van het desbetreffende vereiste certificaat of document, of met de voorschriften van een of meer van de verdragen, onderwerpt een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport het schip aan een meer gedetailleerde inspectie. 3 Na een inspectie, een meer gedetailleerde inspectie of een uitgebreide inspectie overhandigt de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport in kopie een rapport aan de kapitein van het schip dat gegevens bevat betreffende: a. de resultaten van de inspectie, de meer gedetailleerde inspectie of de uitgebreide inspectie, b. de door de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport genomen besluiten, en c. de door de kapitein of de exploitant van het schip te treffen maatregelen. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3 artikel 3 Voorzoverniet van toepassing is, kan een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport een schip ten behoeve waarvan ingevolge een of meer van de verdragen geen certificaat of ander document is vereist, of een schip dat de vlag voert van een staat die geen partij is bij een of meer van de verdragen, onderwerpen aan een inspectie, meer gedetailleerde inspectie of een uitgebreide inspectie, teneinde op een zoveel mogelijk overeenkomstige wijze als bedoeld inna te gaan of de toestand van het schip, de uitrusting, de leden van de bemanning, of de leef- en werkomstandigheden aan boord van het schip geen gevaar vormen voor de veiligheid, de gezondheid of de verontreiniging van het mariene milieu. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 1, onderdeel l Bij ministeriële regeling worden met inachtneming van de richtlijn regels gesteld over de te stellen minimumeisen, waaraan de ambtenaren, bedoeld in, moeten voldoen en over de wijze waarop die ambtenaren hun taak ingevolge deze wet uitoefenen. 2 In de regeling worden ten minste regels gesteld betreffende: a. aantallen jaarlijks te inspecteren schepen, b. categorieën met voorrang te inspecteren schepen, c. categorieën van een inspectie uit te zonderen schepen, d. tijdstippen waarop en periodes waarbinnen een inspectie, een meer gedetailleerde of een uitgebreide inspectie plaatsvindt, e. omstandigheden waarin een inspectie kan worden uitgesteld, f. gegronde redenen voor een meer gedetailleerde inspectie, g. te controleren certificaten en andere documenten, h. artikel 3, derde lid de te stellen eisen aan het rapport, bedoeld in, i. de in acht te nemen procedures en richtsnoeren bij een inspectie, een meer gedetailleerde inspectie en een uitgebreide inspectie. 3 In de regeling kan worden bepaald dat deze geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is op vissersvaartuigen. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport zet een activiteit stop indien bij een inspectie, een meer gedetailleerde inspectie of een uitgebreide inspectie, tekortkomingen zijn geconstateerd die afzonderlijk of gezamenlijk maken dat voortzetting van deze activiteit duidelijk gevaarlijk is voor de veiligheid of de gezondheid dan wel schadelijk is voor het mariene milieu. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport houdt een schip aan: a. indien wordt voldaan aan een of meer van de criteria die ingevolge bijlage X van de richtlijn tot de aanhouding van een schip kunnen leiden; b. indien het niet is uitgerust met een functionerend reisgegevens-recordersysteem, terwijl het gebruik daarvan voor dat schip verplicht is op grond van richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor der zeescheepvaart en tot intrekking van richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG L 208); c. indien de kapitein of de bemanning niet voldoet aan operationele voorschriften, bedoeld in een of meer van de verdragen; d. indien andere tekortkomingen dan bedoeld onder a zijn geconstateerd die afzonderlijk of gezamenlijk maken dat uitvaren gevaarlijk is voor de veiligheid of de gezondheid dan wel schadelijk is voor het mariene milieu; e. indien de ambtenaar wordt belemmerd in de uitoefening van zijn taak; of f. indien de normen van het in artikel 1, onderdeel b, onder 6° genoemde verdrag herhaaldelijk of ernstig zijn overtreden. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, zijn voor de aanhouding van een vissersvaartuig niet van toepassing de bij ministeriële regeling aan te geven onderdelen van bijlage X van de richtlijn, die ingevolge de verdragen niet op vissersvaartuigen kunnen worden toegepast. 3 Het eerste lid, onder c, is niet van toepassing op de aanhouding van vissersvaartuigen, met dien verstande dat onbekendheid met operationele voorschriften een aanhoudingsgrond voor vissersvaartuigen kan vormen, voorzover de verdragen dat toestaan. 4 artikel 4 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een schip als bedoeld in. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a Afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 6 7 is niet van toepassing op de in deenbedoelde bevoegdheid. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vangeschiedt de bekendmaking van het besluit dat strekt tot de stopzetting van een activiteit of de aanhouding door uitreiking van dit besluit aan de kapitein. 2 Indien uitreiking aan de kapitein niet mogelijk is, geschiedt de bekendmaking van het besluit dat strekt tot stopzetting van een activiteit of de aanhouding door uitreiking van dit besluit aan de naar het oordeel van de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport daarvoor meest gerede persoon, zo spoedig mogelijk gevolgd door kennisgeving aan de kapitein. 3 De ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport stelt de administratie van de desbetreffende vlaggenstaat of de consul, of bij zijn afwezigheid, de dichtstbijzijnde diplomatieke vertegenwoordiger, onmiddellijk schriftelijk van de aanhouding en de omstandigheden die tot de aanhouding hebben geleid, in kennis. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 7, tweede lid, onderdeel b Indien een aangehouden schip niet in de haven van aanhouding kan worden gerepareerd of indien het gebrek, bedoeld in, niet zonder meer in de haven van aanhouding kan worden verholpen, kan de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport het schip toestaan naar de dichtstbijzijnde door de kapitein en de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport gekozen geschikte reparatiewerf te vertrekken. Indien de reparatiewerf zich buiten Nederland bevindt, geschiedt dit onder door de bevoegde autoriteit van de vlaggenstaat vastgestelde en door de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport goedgekeurde voorwaarden. 2 Indien de reparatiewerf, bedoeld in het eerste lid, zich buiten Nederland bevindt, stelt de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport de bevoegde instantie van de staat waar de reparatiewerf zich bevindt en de administratie van de desbetreffende vlaggenstaat, of de consul, of bij zijn afwezigheid de dichtstbijzijnde diplomatieke vertegenwoordiger alsmede de aangewezen inspecteurs of de erkende organisaties die verantwoordelijk zijn voor de afgifte van de klassecertificaten of de wettelijk voorgeschreven certificaten die overeenkomstig de verdragen worden afgegeven, in kennis van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 7, eerste lid, onderdeel b Indien het gebrek, bedoeld in, niet zonder meer in de haven van aanhouding kan worden verholpen, kan de ambtenaar in plaats van het schip op grond van het eerste lid toe te staan naar de dichtstbijzijnde reparatiewerf te vertrekken, verlangen dat dit gebrek wordt verholpen binnen een termijn van ten hoogste dertig dagen. 4 Om havencongestie te voorkomen kan de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport op verzoek van de havenbeheerder toestemming verlenen om een aangehouden schip naar een ander deel van de haven te verplaatsen indien dat op een veilige manier kan gebeuren. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport heft de stopzetting van een activiteit op indien geen duidelijk gevaar bestaat voor de veiligheid, de gezondheid en het mariene milieu. 2 Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport heft de aanhouding op indien: a. artikel 7, eerste lid, onder a tot en met d artikel 9, eerste lid de redenen, genoemd in, niet van toepassing zijn, of het schip onder voorwaarden als bedoeld in, mag vertrekken; en b. artikel 14, eerste lid de exploitant de vergoeding voor de kosten, bedoeld in, heeft voldaan of ten genoegen van Onze Minister voldoende zekerheid heeft gesteld voor de vergoeding voor deze kosten. 3 artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vangeschiedt de bekendmaking van het besluit dat strekt tot opheffing van de stopzetting van een activiteit of de aanhouding door uitreiking van dit besluit aan de kapitein. 4 artikel 8, tweede en derde lid Op het besluit dat strekt tot opheffing van de stopzetting van een activiteit of de aanhouding, is, van overeenkomstige toepassing. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De havenbeheerder weigert de toegang tot de haven van elk schip, dat: a. vaart onder de vlag van een staat met een aanhoudingsgraad die onder de zwarte lijst valt die overeenkomstig het MOU op basis van in de inspectiedatabank geregistreerde informatie is vastgesteld en zoals jaarlijks door de Europese Commissie wordt bekendgemaakt, en dat meer dan twee keer is aangehouden of waarvan de inzet meer dan twee keer is belet in de voorafgaande 36 maanden in een haven van een lidstaat of een staat die het MOU heeft ondertekend, of b. vaart onder de vlag van een staat met een aanhoudingsgraad die onder de grijze lijst valt die overeenkomstig het MOU op basis van in de inspectiedatabank geregistreerde informatie is vastgesteld en jaarlijks door de Europese Commissie wordt bekendgemaakt, en dat meer dan twee keer is aangehouden of waarvan de inzet meer dan twee keer is belet in de voorafgaande 24 maanden in een haven van een lidstaat of een staat die het MOU heeft ondertekend. 2 De weigering van toegang, bedoeld in het eerste lid, geldt zodra een schip de haven van een lidstaat heeft verlaten waar het voor een derde keer is aangehouden en waar een besluit is bekendgemaakt aan de kapitein van het schip, de verantwoordelijke rederij en de vlaggenstaat, waarin wordt meegedeeld dat het schip de toegang tot alle havens van de lidstaten zal worden geweigerd. 3 De havenbeheerder van een haven weigert een schip de toegang tot zijn haven in geval van een aanhouding van dit schip in een haven van een lidstaat nadat een schip reeds tweemaal een weigering van toegang heeft opgelegd gekregen. 4 De havenbeheerder weigert een schip permanent de toegang tot een haven indien: a. artikel 11a, eerste lid, aanhef en onder b een schip 24 maanden na de uitvaardiging van de weigering van toegang als bedoeld in, niet voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 11a, vierde lid, of b. een schip is aangehouden in een haven in een lidstaat en deze aanhouding volgt op een derde weigering van toegang. 5 In afwijking van het bepaalde in het eerste tot en met derde lid, kan de havenbeheerder in overeenstemming met Onze Minister een schip toestaan zich naar een haven te begeven ten behoeve van het uitvoeren van een hernieuwde inspectie van het schip als bedoel in bijlage VIII van de richtlijn. 2010 880 30-12-2010 23-12-2010 32441 2010 881 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a 1 artikel 11, tweede lid Onze Minister neemt een besluit als bedoeld in, indien: a. artikel 11, eerste lid de derde aanhouding, bedoeld in, plaatsvindt in een haven, b. artikel 11, derde lid de aanhouding, bedoeld in, plaatsvindt in een haven, of c. artikel 11, vierde lid, onder b de aanhouding, bedoeld in, plaatsvindt in een haven, waarbij tevens wordt meegedeeld dat de weigering van toegang van het schip tot alle havens van de lidstaten permanent is. 2 Onze Minister trekt het besluit, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, in indien een periode van drie maanden is verstreken na de bekendmaking van dit besluit en wordt voldaan aan de punten 3 tot en met 9 van bijlage VIII van de richtlijn. 3 Bij een tweede weigering van toegang bedraagt de periode, bedoeld in het tweede lid, twaalf maanden. 4 Onze Minister trekt het besluit, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b in na het verstrijken van een periode van 24 maanden, indien binnen deze periode: a. het schip vaart onder de vlag van een staat met een aanhoudingsgraad die niet onder de in het eerste lid bedoelde zwarte of grijze lijst valt, b. de wettelijk voorgeschreven certificaten en de classificatiecertificaten van het schip zijn afgegeven door een organisatie of organisaties die is, onderscheidenlijk zijn, erkend op grond van verordening (EG) nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties (PbEU L 131), c. het schip wordt geëxploiteerd door een rederij die goed presteert als bedoeld in bijlage I, deel I.1, van de richtlijn, en d. aan de voorwaarden van bijlage VIII, punten 3 tot en met 9 van de richtlijn, is voldaan. 5 Onze Minister maakt het besluit, bedoeld in het eerste lid, bekend aan de kapitein van het schip, de verantwoordelijke rederij en de vlaggenstaat en doet een afschrift toekomen aan de in punt 2 van bijlage VIII van de richtlijn genoemde organisaties. 6 Onze Minister stelt de in punten 10 en 11 van bijlage VIII van de richtlijn genoemde organisaties schriftelijk in kennis van het in het tweede en vierde lid bedoelde besluit. 2010 880 30-12-2010 23-12-2010 32441 2010 881 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 11b — Artikel 11b#
Artikel 11b 1 De havenbeheerder weigert een schip, met uitzondering van een vissersvaartuig, waarvoor toestemming is verleend om naar een reparatiewerf te vertrekken, de toegang tot de haven, indien dat schip vanuit een haven van een lidstaat is uitgevaren of vanuit een andere bij het MOU aangesloten havenstaat naar zee is vertrokken: a. zonder dat voldaan is aan de gestelde voorwaarden voor de reis, of b. zonder zich te begeven naar de gekozen dichtstbijzijnde reparatiewerf. 2 De havenbeheerder bevestigt een weigering als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk schriftelijk. 3 In een situatie als bedoeld in het eerste lid laat de havenbeheerder het schip toe in de haven op het moment dat de kapitein of exploitant naar het oordeel van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de tekortkoming aan het schip is geconstateerd, heeft aangetoond dat het schip aan de voorschriften van de verdragen voldoet. 2010 880 30-12-2010 23-12-2010 32441 2010 881 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 11c — Artikel 11c#
Artikel 11c artikel 11 11b In afwijking van het bepaalde inenkan de havenbeheerder in overeenstemming met Onze Minister een schip in de haven toelaten in geval van overmacht, prevalerende veiligheidsredenen of om het gevaar van vervuiling te beperken of te minimaliseren of tekortkomingen te verhelpen, mits de kapitein of de exploitant naar het oordeel van de havenbeheerder afdoende maatregelen voor een veilige binnenkomst heeft genomen. 2010 880 30-12-2010 23-12-2010 32441 2010 881 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 11d — Artikel 11d#
Artikel 11d 1 Onze Minister kan een besluit nemen tot verwijdering van een schip uit een haven indien bij een inspectie wordt vastgesteld dat het certificaat, bedoeld in bijlage IV, onder 41, van de richtlijn, het conformiteitsdocument, bedoeld in bijlage IV, onder 50, van de richtlijn of het conformiteitsdocument bedoeld in bijlage IV, onder 51, van de richtlijn, niet aan boord is. 2 De havenbeheerder van een haven weigert een schip de toegang tot zijn haven, indien met betrekking tot dit schip in een haven van een lidstaat een besluit is genomen tot verwijdering ervan vanwege het niet aan boord hebben van het certificaat, bedoeld in bijlage IV, onder 41, van de richtlijn, het conformiteitsdocument, bedoeld in bijlage IV, onder 50, van de richtlijn of het conformiteitsdocument bedoeld in bijlage IV, onder 51, van de richtlijn, totdat de exploitant kennis geeft van een dergelijk bewijs. 3 Verordening (EU) 2023/1805 Een besluit tot verwijdering als bedoeld in het eerste lid, voor het niet aan boord hebben van een conformiteitsdocument als bedoeld in bijlage IV, onder 51, van de richtlijn, kan slechts worden genomen indien het conformiteitsdocument niet aan boord is voor minstens de tweede aansluitende verslagperiode, bedoeld in. 2025 234 16-09-2025 14-07-2025 36649 2025 234 16-09-2025 14-07-2025 36649 17-09-2025
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 9, eerste lid, tweede volzin De kapitein en de exploitant van een schip zijn verplicht te voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in. 2 Zolang een schip de toegang tot een haven wordt geweigerd, is het de kapitein verboden het schip die haven te doen binnenvaren. 3 De kapitein van een aangehouden schip is verplicht dat schip na de aanhouding ligplaats te doen nemen op een door een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport in overeenstemming met de havenbeheerder aan te wijzen plaats. 4 artikel 11, vijfde lid Indien het de kapitein van een schip op grond van, is toegestaan een schip de haven binnen te varen, is het de kapitein en de exploitant verboden ladinghandelingen uit te voeren totdat het besluit, bedoeld in artikel 11, tweede lid, is ingetrokken. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Het is de kapitein van een aangehouden schip verboden dat schip te doen verplaatsen zonder voorafgaande toestemming van een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport. 2 Het is de kapitein van een aangehouden schip verboden om met dat schip uit te varen. 3 Indien een activiteit is stopgezet, is het de kapitein en de exploitant verboden om deze activiteit voort te zetten, dan wel deze activiteit te hervatten. 4 Zonder voorafgaande toestemming als bedoeld in het eerste lid, of zolang een schip is aangehouden, weigeren alle betrokken ambtenaren en registerloodsen hun medewerking bij de uitklaring en de verplaatsing van het schip. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Indien een schip, met uitzondering van een vissersvaartuig, is aangehouden, betaalt de exploitant van dat schip aan de inspecteur-generaal een vergoeding: a. artikel 14j voor alle kosten van de inspectie, de meer gedetailleerde inspectie, de uitgebreide inspectie of de controle, bedoeld in, die tot de aanhouding heeft geleid, b. artikel 14j voor alle kosten van de inspectie, de meer gedetailleerde inspectie, de uitgebreide inspectie of de controle, bedoeld in, die tot de opheffing daarvan heeft geleid, en c. voor alle kosten in verband met de aanhouding in de haven. 2 artikel 11, tweede lid artikel 11b, derde lid Indien een schip dat de toegang tot de haven is geweigerd, aan een inspectie wordt onderworpen alvorens het besluit, bedoeld in, wordt ingetrokken dan wel het schip op grond van, kan worden toegelaten, betaalt de exploitant van dat schip aan Onze Minister een vergoeding voor de kosten van deze inspectie. 3 Bij ministeriële regeling worden de tarieven vastgesteld voor de vergoedingen, bedoeld in het eerste en het tweede lid. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport kan een schip ten behoeve waarvan ingevolge een of meer van de verdragen, voor zover geldend in Bonaire, Sint Eustatius en Saba, een certificaat of ander document is vereist, aan een controle onderwerpen. 2 Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport kan tevens een schip waarop de CCSS-Code of de SCV-Code van toepassing is aan een controle onderwerpen. 3 Na een controle overhandigt de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport in kopie een rapport aan de kapitein van het schip dat gegevens bevat betreffende: a. de resultaten van de controle, b. de door de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport genomen besluiten, en c. de door de kapitein of de exploitant van het schip te treffen maatregelen. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 14b — Artikel 14b#
Artikel 14b Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport zet een activiteit stop indien bij een controle tekortkomingen zijn geconstateerd die afzonderlijk of gezamenlijk maken dat voortzetting van deze activiteit duidelijk gevaarlijk is voor de veiligheid of de gezondheid dan wel schadelijk is voor het mariene milieu. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 14c — Artikel 14c#
Artikel 14c 1 Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport houdt een schip aan: a. indien de kapitein of de bemanning niet voldoet aan operationele voorschriften, bedoeld in een of meer van de verdragen, voor zover geldend in Bonaire, Sint Eustatius en Saba; b. indien andere tekortkomingen zijn geconstateerd die afzonderlijk of gezamenlijk maken dat uitvaren gevaarlijk is voor de veiligheid of de gezondheid dan wel schadelijk is voor het mariene milieu; of c. indien de ambtenaar wordt belemmerd in de uitoefening van zijn taak. 2 Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op de aanhouding van vissersvaartuigen, met dien verstande dat onbekendheid met operationele voorschriften een aanhoudingsgrond voor vissersvaartuigen kan vormen, voor zover de verdragen dat toestaan. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 14d — Artikel 14d#
Artikel 14d 1 De bekendmaking van het besluit dat strekt tot de stopzetting van een activiteit of de aanhouding geschiedt door uitreiking van dit besluit aan de kapitein. 2 Indien uitreiking aan de kapitein niet mogelijk is, geschiedt de bekendmaking van het besluit dat strekt tot stopzetting van een activiteit of de aanhouding door uitreiking van dit besluit aan de naar het oordeel van de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport daarvoor meest gerede persoon, zo spoedig mogelijk gevolgd door kennisgeving aan de kapitein. 3 De ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport stelt de administratie van de desbetreffende vlaggenstaat of de consul, of bij zijn afwezigheid, de dichtstbijzijnde diplomatieke vertegenwoordiger, onmiddellijk schriftelijk van de aanhouding en de omstandigheden die tot de aanhouding hebben geleid, in kennis. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 14e — Artikel 14e#
Artikel 14e 1 artikel 14c, eerste lid, onderdeel b Indien een aangehouden schip niet in de haven van aanhouding kan worden gerepareerd of indien de tekortkoming, bedoeld in, niet zonder meer in de haven van aanhouding kan worden verholpen, kan de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport het schip toestaan naar de dichtstbijzijnde door de kapitein en de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport gekozen geschikte reparatiewerf te vertrekken. Indien de reparatiewerf zich buiten Bonaire, Sint Eustatius of Saba bevindt, geschiedt dit onder door de bevoegde autoriteit van de vlaggenstaat vastgestelde en door de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport goedgekeurde voorwaarden. 2 Indien de reparatiewerf, bedoeld in het eerste lid, zich buiten Bonaire, Sint Eustatius of Saba bevindt, stelt de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport de bevoegde instantie van de staat waar de reparatiewerf zich bevindt en de administratie van de desbetreffende vlaggenstaat, of de consul, of bij zijn afwezigheid de dichtstbijzijnde diplomatieke vertegenwoordiger alsmede de aangewezen inspecteurs of de erkende organisaties die verantwoordelijk zijn voor de afgifte van de klassecertificaten of de wettelijk voorgeschreven certificaten die overeenkomstig de verdragen worden afgegeven, in kennis van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 14c, eerste lid, onderdeel b Indien de tekortkoming, bedoeld in, niet zonder meer in de haven van aanhouding kan worden verholpen, kan de ambtenaar in plaats van het schip op grond van het eerste lid toe te staan naar de dichtstbijzijnde reparatiewerf te vertrekken, verlangen dat deze tekortkoming wordt verholpen binnen een termijn van ten hoogste dertig dagen. 4 Om havencongestie te voorkomen kan de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport op verzoek van de havenbeheerder toestemming verlenen om een aangehouden schip naar een ander deel van de haven te verplaatsen indien dat op een veilige manier kan gebeuren. 5 In verband met de veiligheid van een aangehouden schip of de haven kan de ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport op verzoek van de havenbeheerder toestemming verlenen om een aangehouden schip tijdelijk naar een locatie buiten de haven te verplaatsen onder voorwaarde dat de kapitein van het aangehouden schip radiocontact behoudt met de havenbeheerder. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 14f — Artikel 14f#
Artikel 14f 1 Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport heft de stopzetting van een activiteit op indien geen duidelijk gevaar meer bestaat voor de veiligheid, de gezondheid en het mariene milieu. 2 Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport heft de aanhouding op indien: a. artikel 14c, eerste lid, onder a en b artikel 14e, eerste lid de redenen, genoemd in, niet meer van toepassing zijn, of het schip onder voorwaarden als bedoeld in, mag vertrekken; en b. artikel 14i, eerste lid de exploitant de vergoeding voor de kosten, bedoeld in, heeft voldaan of ten genoegen van Onze Minister voldoende zekerheid heeft gesteld voor de vergoeding voor deze kosten. 3 De bekendmaking van het besluit dat strekt tot opheffing van de stopzetting van een activiteit of de aanhouding geschiedt door uitreiking van dit besluit aan de kapitein. 4 artikel 14d, tweede en derde lid Op het besluit dat strekt tot opheffing van de stopzetting van een activiteit of de aanhouding, is, van overeenkomstige toepassing. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 14g — Artikel 14g#
Artikel 14g 1 artikel 14e, eerste lid, tweede volzin De kapitein en de exploitant van een schip zijn verplicht te voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in. 2 Zolang een schip de toegang tot een haven wordt geweigerd, is het de kapitein verboden het schip die haven te doen binnenvaren. 3 De kapitein van een aangehouden schip is verplicht dat schip na de aanhouding ligplaats te doen nemen op een door een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport in overeenstemming met de havenbeheerder aan te wijzen plaats. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 14h — Artikel 14h#
Artikel 14h 1 Het is de kapitein van een aangehouden schip verboden dat schip te doen verplaatsen zonder voorafgaande toestemming van een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport. 2 Het is de kapitein van een aangehouden schip verboden om met dat schip uit te varen. 3 Indien een activiteit is stopgezet, is het de kapitein en de exploitant verboden om deze activiteit voort te zetten, dan wel deze activiteit te hervatten. 4 Zonder voorafgaande toestemming als bedoeld in het eerste lid, of zolang een schip is aangehouden, weigeren alle betrokken ambtenaren en loodsen hun medewerking bij de uitklaring en de verplaatsing van het schip. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 14i — Artikel 14i#
Artikel 14i 1 Indien een schip, met uitzondering van een vissersvaartuig, is aangehouden, betaalt de exploitant van dat schip aan de inspecteur-generaal een vergoeding: a. voor alle kosten van de controle die tot de aanhouding heeft geleid, b. voor alle kosten van de controle die tot de opheffing daarvan heeft geleid, en c. voor alle kosten in verband met de aanhouding in de haven. 2 Bij ministeriële regeling worden de tarieven vastgesteld voor de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 14j — Artikel 14j#
Artikel 14j 1 artikel 3, eerste lid Onverminderd het bepaalde in, kan een schip dat niet gerechtigd is op grond van voor Nederland geldende rechtsregels de vlag van het Koninkrijk te voeren in een Nederlandse haven worden onderworpen aan een controle door een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport. 2 artikelen 6 tot en met 10 Dezijn van overeenkomstige toepassing op een controle als bedoeld in het eerste lid. 2023 156 10-05-2023 08-06-2022 34836 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Onze Minister kan voor bepaalde door hem aan te wijzen taken verband houdende met de inspectie, de meer gedetailleerde inspectie, de uitgebreide inspectie of de controle, ambtenaren van andere diensttakken ter beschikking stellen van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Indien de terbeschikkingstelling ambtenaren betreft ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister, wordt het desbetreffende besluit genomen in overeenstemming met de minister van het andere ministerie. 2 Staatscourant Van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan in de. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 hoofdstukken IV V artikelen 14g 14h Met het toezicht op de naleving van deenen deenzijn belast de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, alsmede de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren of andere personen. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikelen 5:12 5:13 5:15 tot en met 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 15, eerste lid De,en, zijn van overeenkomstige toepassing op een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport bij de uitoefening van taken, verband houdende met de inspectie, de meer gedetailleerde inspectie, de uitgebreide inspectie of de controle, en op een ter beschikking gestelde ambtenaar als bedoeld in. 2 artikel 5:12, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport draagt, voorzover nodig in afwijking van, een legitimatiebewijs bij zich, overeenkomstig het model, bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de richtlijn. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 15, eerste lid Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport en een ter beschikking gestelde ambtenaar als bedoeld in, zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, woongedeelten van schepen binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. 2 Titel X van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering BES artikelen 155, vierde lid 156, tweede lid 157, tweede en derde lid 158, eerste lid, laatste zinsnede 160, eerste lid Op het binnentreden van woongedeelten van een schip dat een haven gelegen in Bonaire, Sint Eustatius of Saba aandoet is tevensvan overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de,,,, en, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureur-generaal. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport is bevoegd leden van de bemanning te onderwerpen aan een onderzoek inzake hun vakbekwaamheid, met inbegrip van hun bekwaamheid in het verrichten van operationele handelingen. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Tegen besluiten van een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport of een havenbeheerder kan iedere belanghebbende beroep instellen bij Onze Minister. 2 Het beroepschrift is gesteld in de Nederlandse of de Engelse taal. 3 artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 15, vijfde lid, onderdeel e, van de Wet administratieve rechtspraak BES Indien het beroepschrift telegrafisch of per telex wordt ingediend, kan de ondertekening, in afwijking vanonderscheidenlijk, achterwege blijven. 4 Indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist, kan Onze Minister bepalen dat het beroep de werking schorst van het besluit waartegen het is gericht, met uitzondering van het besluit dat strekt tot de aanhouding of de weigering van toegang van een schip. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 26a — Artikel 26a#
Artikel 26a 1 Onze Minister draagt zorg voor de behandeling van alle klachten die worden ingediend. 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de behandeling van klachten als bedoeld in het eerste lid. 2010 880 30-12-2010 23-12-2010 32441 2010 881 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De exploitant die zich bij beroep bij de rechtbank beroept op een onnodige aanhouding of onnodig oponthoud, draagt de bewijslast daarvan. 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2010 880 30-12-2010 23-12-2010 32441 2010 881 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 hoofdstukken II tot en met V Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van deen met inachtneming van de artikelen 19, 21 en 23, eerste en tweede lid, van de richtlijn regels gesteld inzake de instanties: a. met wie en op welke wijze een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport overleg moet voeren, dan wel door wie en op welke wijze met hem overleg moet worden gevoerd; of b. aan wie een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport gegevens kan of moet melden, dan wel door wie aan hem gegevens kunnen of moeten worden gemeld. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Ter uitvoering van internationale afspraken of besluiten van volkenrechtelijke organisaties inzake onderwerpen waarop deze wet van toepassing is, kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld. 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikelen 7, eerste lid, onder a, en tweede lid 17, tweede lid 29 Een wijziging van bijlage X van de richtlijn, van het model bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de richtlijn of van de artikelen 19, 21 en 23, eerste en tweede lid, van de richtlijn, gaat voor de toepassing van de,, engelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 2 artikelen 3 4 7, eerste lid, onder c, en derde lid 11a, derde lid 14a 14c Een wijziging van de verdragen gaat voor de toepassing van de,,,,engelden met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging door Nederland is aanvaard en internationaal in werking is getreden. 3 artikel 14a, tweede lid Een wijziging van de CCSS-Code of de SCV-Code gaat voor de toepassing van, gelden met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging door Nederland is aanvaard en internationaal in werking is getreden. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2010 880 30-12-2010 23-12-2010 32441 2010 881 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 12, tweede lid artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht Overtreding van, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie,. 2 artikel 14g, tweede lid artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES Overtreding van, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie,. 3 artikel 14h artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES Overtreding van, eerste en tweede lid, wordt gestraft met een geldboete van de derde categorie,. 4 De in het eerste tot en met derde lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 2017 92 16-03-2017 22-02-2017 34496 2017 211 24-05-2017 11-05-2017 01-07-2017
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Wijzigt de Wet op de economische delicten. 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Wijzigt de Wet voorkoming verontreiniging door schepen. 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Wijzigt de Meetbrievenwet 1981. 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Wijzigt deze wet. 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Deze wet wordt aangehaald als: Wet havenstaatcontrole. 1997 557 27-11-1997 06-11-1997 25254 1998 296 28-05-1998 18-05-1998 01-06-1998